Brief aan de bisschop
Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen
Monseigneur,
We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.
U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.
Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.
Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.
Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.
Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.
Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.
Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.
Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.
Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers