Randgeval

Randgeval

De tektonische platen. Zo’n beetje de axioma’s van de aardrijkskundeles, of de eencelligen uit de biologie : belangrijk voor de theorie, maar niet meteen iets voor het dagelijks leven. De platen hebben Pangea opgesplitst in de continenten, ze hebben gebotst en de Himalaya gevormd en deden nog wel wat belangrijke dingen. Maar dat gebeurde toch eerder lang geleden. Dit weekend bleek evenwel dat je er ook gewoon af kan vallen, van een tektonische plaat, en dat er dus een afsluiting is voorzien. Van twee meter van de rand van de Noord-Amerikaanse plaat kan je aan de overkant van een soort vallei de Euraziatische plaat zien liggen. Althans, het begin ervan, want ook bij helder weer -zeldzaam aldaar- kan je het einde niet zien. Dat ligt ergens in Japan. Tussen de twee platen vergaderde in de Middeleeuwen het IJslandse Parlement, de Althing (Alþingi)  zich niet bewust van de nogal unieke locatie, op een kruispunt van twee werelden. Bijna letterlijk.

Ik was dus in IJsland, en al vormen die platen niet het meest spectaculaire uitzicht aldaar, ze tekenen natuurlijk wel de vulkanische geografie van het land. Spectaculairder zijn de watervallen die we zagen, een kratermeer, een gletsjer en de derde hoogste geiser ter wereld – net naast de eponimische Geysir, die overigens al enkele decennia zo goed als niets meer doet. Maar Strokkur spuit nog wel elke 5 tot 10 minuten, en dat is eer praktisch : de twee grootste geisers, in Yellowstone in de de VS, hebben namelijk een frequentie van elke uren tot enkele dagen. Verder leidden onze wegen naar een zwart lavastrand met basaltrotsen, waar je wordt aangeraden nooit weg te kijken van de zee. Vermoedelijk sloeg de parking aldaar die raad in de wind toen ze vorige winter gedeeltelijk werd opgeslokt. Dan is de zee bij het geologisch zeer gelijkaardige zwarte strand in Santorini een heel stuk gemoedelijker. Bovenop de kracht van de natuur kregen we een prachtige toendravegetatie, alomtegenwoordige schapen en paarden, berken in schilderachtige herfstkleuren en met Reykjavik ook nog een gezellig stadje te zien. Dat ik het zelden zo hard hebben weten regenen namen we er dan maar bij.

Ook al omdat je een verwarmende duik kan nemen in een warmwaterbron, een attractie die me meer aansprak dan ik vooraf had verwacht : zowel de klassieke “Blue Lagoon” (eigenlijk een bijproduct van een geothermische centrale) als de nieuwe “Sky Lagoon” in Reykjavik zorgden voor een uniek welzijnsgevoel.

Cultureel blijkt IJsland niet geheel onverwacht een verlengstuk van Scandinavië. De taal bewaart het oud-Noors van toen de Vikingen zich hier vestigden veel beter dan het met het Europese vasteland verbonden Deens-Noors-Zweedse continuüm. Maar de Nederlandstalige die zich even in de spellingsregels verdiept en hier en daar wat creatief nadenkt is desalniettemin snel in staat om redelijk wat woorden te herkennen, en zou wellicht ook zonder al te grote risico’s op restaurant iets kunnen bestellen. Blómkál is blómkál, en als je dat niet lust zeg je gewoon nei (ei wordt dan ook nog eens als onze ee uitgesproken !). Alleen is het niet nodig om die moeite te doen, want het land blijkt de facto tweetalig Engels-IJslands, en de plaatselijke bevolking voelt dat hun taal onder druk staat. Het toerisme wordt almaar belangrijker – en daarin speelt IJslands geen rol. We spraken op de toeristische dienst, in het lokale visrestaurant en in de dessertenshop overigens “gewoon” Grieks, want de 4.000 km tussen Athene en Reykjavik blijken een minder grote afstand dan gedacht.

De talrijke toeristen -sinds kort de belangrijkste bron van inkomsten, voor vis en aluminium- komen overigens vooral uit Noord-Amerika, met name uit Canada, dat dichterbij is dan Europa, maar ook uit de VS. En uit Azië, maar het is toch vooral de Amerikaanse invloed die zich doet gelden, zeker in de keuken – ongetwijfeld nog een impact van de tektonische plaat. Burgers,  pizza’s en texmex domineren de menu’s, en ook de vis wordt nog het liefst gefrituurd en met frieten geserveerd. Al blijft er voldoende ruimte voor de eigen keuken, met lam, rund en vooral vis van uitstekende kwaliteit. Ook het lokale bier wisten we te waarderen. Althans tot de rekening komt, want eigenlijk is alles er (te) duur.

Een koud, nat, ver, stilaan door toeristen overspoeld en duur land, dat IJsland. Waar je absoluut moet geweest zijn.

Zorgen

Zorgen

Ik heb gisteren een vraag gesteld op de gemeenteraad over een persbericht van een collega-raadslid. Dat is natuurlijk niet zo gebruikelijk – en wie ervan uitgaat dat de vraag ook met de betrokken schepen was afgestemd, heeft gelijk. De vraag was wel terecht : Eva Eyckmans (cd&v) publiceerde een persbericht waarin ze duidelijk maakte het niet eens te zijn met de doorgevoerde hervorming van de gemeentelijke zorgtoelage. Dat is een (relatief kleine) aanvullende toelage voor sommige zorgbehoevenden die onze gemeente zoals sommige andere gemeenten toekent. Dat ze het met die hervorming niet eens is, is haar goed recht, en uiteraard mag ze dat op alle mogelijke manieren verkondigen.

Mijn vraag ging over het feit dat in het persbericht een aantal personen worden opgevoerd die de zorgtoelage ontvangen (of niet meer, of minder ontvangen). In het persbericht staat de volgende zin “Eva Eyckmans, gemeenteraadslid voor cd&v en voorzitster van de commissie Welzijn sprak daarop verschillende sympathieke Essenaren aan die een wezenlijk verschil voelen door dit nieuwe reglement.” Dat kan je enkel doen als je een lijst hebt van wie de zorgtoelage ontvangt, met de oude en de nieuwe bedragen – en dus informatie over de zorgbehoeften van de betrokkenen. Die informatie mag je als gemeenteraadslid hebben – die kan je nodig hebben om het beleid te beoordelen. Maar die gegevens dan gebruiken om mensen aan te spreken, kan niet. De uitleg van Eyckmans in de gemeenteraad, dat de betrokkenen haar hebben gecontacteerd, wordt tegengesproken door haar eigen persbericht. Het klinkt ook wat onwaarschijnlijk dat ze over vier gevallen zowat gelijktijdig spontaan werd gecontacteerd. En zelfs dan heeft ze ofwel de informatie niet geverifieerd (dat zou niet goed zijn), ofwel alsnog gebruik gemaakt van het dossier van die mensen.

Ik heb dus gevraagd of ze daar toestemming voor had van het schepencollege, en dat bleek niet het geval. Het schepencollege besloot evenwel bewust om niet op de individuele gevallen te reageren in de pers. Terecht, want daarvoor had het ook een deel van het dossier openbaar moeten maken. Maar kwam natuurlijk een asymmetrie tot stand, waarbij de versie van cd&v de facto niet kon worden tegengesproken. Dat zou niet mogen in een politiek debat.

Daarnaast werd in het persbericht ook vrij zware kritiek geleverd op het functioneren van de gemeentelijke diensten. Die kunnen zich ook al niet verdedigen, en doen overigens gewoon wat het bestuur vraagt. Ook dat is dus niet de juiste weg.

Eerlijk, het verbaast me een beetje dat het persbericht in die vorm intern binnen cd&v werd gevalideerd. Op basis van de ervaring en de keuze voor een verantwoordelijke oppositie die de partij sinds eind 2024 maakt had er toch ergens een alarmbel moeten afgegaan, zou ik denken. Ik kan me overigens heel goed voorstellen dat het voorstel voor een soortgelijk persbericht ook bij ons tijdens onze 24 jaar oppositie naar boven zou zijn gekomen, maar ik weet perfect hoe en door wie het zou zijn tegengehouden – zodat het anders zou worden geformuleerd. Ik denk ook dat wij in de huidige situatie geen persbericht zouden maken met mensen die bijvoorbeeld nu wel en van het vorige schepencollege geen omgevingsvergunning kregen. Dat doe je niet, vind ik toch.

Bij het hierop aanspreken van cd&v werd er verwezen -het is een beetje een klassieker- naar de cartoons die wij in onze folders publiceerden. Het gaat dan vaak over twee daarvan, waarbij telkens een cd&v-schepen zich persoonlijk geraakt voelde. Twee cartoons op 24 jaar is niet zo heel veel, overigens, al zal er nog wel eens iets zijn gepubliceerd dat te hard aankwam.

Het verschil met dit persbericht is de omweg : onze cartoons gingen over de schepenen, en betrokken er geen individuele burgers of identificeerbare personeelsleden bij. In één van de omstreden cartoons stond dan wel een “verdrinkend” kindje, maar dat was duidelijk een zeer fictief personage. Achter die cartoon blijf ik overigens staan, die overschreed wat mij betreft geen grenzen. Voor de andere geldt dat niet, en dat heb ik ook al eens aan de betrokkene gezegd : die was goed uitgevoerd (onze cartoonist deed altijd goed werk), maar had met meer respect voor de persoon gekund en -vooral- legde gedeeltelijk woorden in de mond die de schepen nooit zou hebben gezegd. Ook al betroffen die woorden minstens voor een deel een door iedereen gebruikte grap in de politieke context van het moment, dat was niet juist. Toch blijft ook dit wat mij betreft van een andere orde. En hoe dan ook, fouten van een ander zijn nooit een excuus.

Vandaar mijn vraag gisteren. Zeker niet om te proberen oppositie te verhinderen of zelfs te ontmoedigen, maar vanuit een bezorgdheid over de vorm van het debat. Ik ga ervan uit dat het bij een eenmalige uitschuiver blijft. Met het antwoord en het wederwoord van Eyckmans is de zaak wat mij betreft dan ook gesloten.

Van ’t straat

Van ’t straat

Naast de discussie over de windmolen maakte vooral de keuze van enkele nieuwe straatnamen de gemeenteraad spannend. Het leverde niet de fijnste en fraaiste momenten op voor de coalitie van N-VA/PLE en Vooruit. We gaan daaruit, zoals dat dan heet, lessen trekken. Al moeten we natuurlijk ook niet overdrijven : what’s in a name ? Al heb ik wel gezegd dat we best mooie straatnamen hebben in Essen. Dat meen ik ook, we zijn daar altijd redelijk zorgvuldig mee omgesprongen – al blijf ik het een beetje jammer vinden dat onze voorgangers destijds zijn meegegaan in de mode om een Conscience-, een Gezelle- en een Rodenbachlaan te kiezen. Dat waren uiteraard belangrijke figuren in onze Vlaamse geschiedenis, maar ik vrees dat ze niet wisten waar Essen juist lag, laat staat dat ze hier ooit passeerden; bij Conscience lijkt de kans me nog het grootst.

De onbekendheid met Essen geldt wellicht ook voor Desiderius Erasmus, maar die krijgt wel een Erasmuspark. Minder als herinnering aan de filosoof, waarvan het belang overigens niet mag worden onderschat, dan aan de school die zijn naam draagt en die nu een stukje van haar domein voor het park afstaat. Wat mij betreft ook een mooie verwijzing naar het Erasmusprogramma, één van de meest succesvolle en zinvolle EU-initiatieven. Een terechte naam dus, al waren de voorgestelde alternatieven ook interessant – en heeft Erasmus natuurlijk ook een indrukwekkende brug in zijn thuisstad op zijn naam, waar ons park niet tegenop kan…

Dat de geplande “Houtlaan” in Heikant uiteindelijk een Gieterijlaan is geworden, vind ik wel mooi, los van het proces. Dat is een veel originelere naam, en nog beter passend bij de plek waar de straat komt. Dat het historisch beter “Avenue de la Fonderie” zou zijn, gaan we maar zo laten – ik wil Conscience, Gezelle en Rodenbach ook niet al te veel voor het hoofd stoten.

De discussie maakte ook duidelijk dat we als raad graag nog een aantal Essenaren met een straatnaam zouden willen eren, ook met aandacht voor het genderevenwicht . Dat is goed, maar gebeurt best niet met een “politieke” stemming. Dat doet wat oneer aan hun verdiensten, vind ik dan. Marie Curie, die voorlopig haar Essense straat niet krijgt (en dat blijft wellicht beter zo), en Desiderius Erasmus, die via een vrij nipte stemming wel zijn park heeft binnengehaald, zal dat hopelijk behoorlijk worst wezen – en familie hebben ze bij mijn weten ook al niet in onze gemeente.

Voor wie de door hem of haar verkozen straatnaam vooralsnog niet binnenhaalde, en eigenlijk voor al wie iets wil bereiken in de politiek past tesnlotte dit citaat van de Rotterdamse wijsgeer : “De wil kijkt vele maken door het venster vooraleer de daad de deur uitgaat.”

Foto : Fonderies Anversoises – Essen in Beeld, bewerking ChatGPT
Gone with the wind

Gone with the wind

De zomer zit er bijna op. Gisteren stond ook opnieuw een gemeenteraad op de agenda. Met als belangrijke discussiepunt een dossier waar de raad helemaal niet voor bevoegd is ! Het schepencollege wel, dat moet tegen half september een advies geven over een vergunningsaanvraag – dat gebeurt wel meer, maar het is niet zomaar een aanvraag deze keer, wel één voor een nieuwe windmolen van 197m hoog, aan Schriek.

De aanvraag wekt beroering. Er staan daar al wel enkele molens, maar deze is nog een stuk groter. De beslissing over die vergunning is hoe dan ook niet eenvoudig. Zowat iedereen heeft de voorbije weken de klimaatverandering aan den lijve ondervonden. Ik heb zelf een blushelicopter dicht genoeg voorbij zien komen om vrolijk naar de piloot te zwaaien – als dat niet ongepast en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest. Bovendien zou het goed zijn als de EU qua energiebevoorrading wat minder afhankelijk zou zijn van ene Vladimir Poetin, of van het “zottekesspel” om de straat van Hormoes. Het verhogen van onze capaciteit om duurzame energie op te wekken is dus erg belangrijk.

Maar als Essens gemeenteraadslid is het desondanks een beetje een no-brainer : die molen is veel te groot om in ons landschap te passen, en zorgt voor te veel potentiële hinder voor wie hier in Essen woont en werkt. We willen die dus liever niet hier. Dat leek uiteindelijk ook de hele raad te vinden : pogingen om de ene als wat minder “tegen” dan de andere af te schilderen lukten alvast niet – Essen wil geen windmolen.

Arno Aerden (Vooruit) gaf namens het schepencollege evenwel terecht aan dat hij geen standpunt kan innemen vooraleer er een formeel advies wordt afgeleverd – procedurefouten is wel het laatste dat we in dit dossier zouden willen zien. Hij overtuigde wel dat het advies grondig en doordacht wordt voorbereid. Ondertussen hebben ook al enkele tientallen Essenaren een bezwaar ingediend via het omgevingsloket. Wie zelf dreigt hinder te ondervinden van de molen moet dat inderdaad zeker doen – en hoe geloofwaardiger en concreter de hinder, hoe beter de argumenten, hoe zwaarder die gaan wegen.

De Essense gemeenteraad zegt dus duidelijk “neen” tegen de windmolen, het schepencollege zal een advies uitbrengen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de Vlaamse minister. Die, zoals ik al aangaf, voor een niet zo eenvoudige keuze staat. Tenzij… de Nederlandse regering een handje helpt ! De geplande molen ligt wel erg dicht bij strategisch belangrijke militaire infrastructuur in ons buurland (en NAVO-bondgenoot – voor één keer is dat relevant), en zou aanvliegroutes kunnen verstoren. Of hoe mogelijk alweer zal blijken dat elk nadeel zijn voordeel heb…

Wie het protest van de bewoners wil steunen, kan hier tekenen.  Maar nogmaals : wie er echt hinder van dreigt te ondervinden, dient beter (ook) een officieel bezwaar in.

Eilandgevoel

Eilandgevoel

De zomervakantie leidde me enkele dagen naar Londen, en drie weken naar Griekenland. Niet zo verrassend, dat laatste. We brachten vooral veel tijd in Athene en Salamina door, maar voor het echte vakantiegevoel trokken we enkele dagen naar Naxos, het grootste Cycladische eiland. Bekend van de Portara, een opvallende “poort” als overblijfsel van een tempel vlak bij Chora, de havenplaats van het eiland, met de typische smalle straatjes en mooie winkels. Bekend ook van enkele zeer mooie stranden, gezellige bergdorpen (het hoogste punt van het eiland ligt hoger dan het hoogste punt van België) en van lekker eten. In Griekenland zijn met name de aardappelen van Naxos bekend, en die zijn ook effectief erg lekker, naast het rundvlees en enkele kazen, zoals de Graviera, de Arseniko en de Xinomyzithra. Je moet al héél erg de toerist willen uithangen om er eten van mindere kwaliteit te vinden.

In het dorp Filoti zijn enkele huizen en winkels opnieuw ingericht zoals ze pakweg 100 jaar geleden eruit zagen, een stukje Bokrijk in het midden van het dorp, wat ik een mooie keuze vond. Ook interessant is een gigantisch maar nooit afgewerkt beeld uit de oudheid, dat dus nog in de groeve zit, wellicht omdat er op een bepaald moment een onherstelbare breuk in het beeld is ontstaan. We bezochten naast het binnenland van Naxos ook de nabijgelegen eilanden Iraklia en Koufonissi, waarbij zeker dat laatste het predicaat “idyllisch” verdient, ook al bleken er dit jaar relatief veel toeristen te verblijven.

Op basis van het taalgebruik schat ik dat zowat de helft van bezoekers aan Naxos Grieken zijn. De andere helft bestaat vooral uit Duitsers, Fransen en Nederlanders – maar het kan ook zijn dat ik die laatste wat eenvoudiger spot, met wat Scandinaviërs, Slavischtaligen en hier en daar een Vlaming als aanvulling. Het toerisme bleek het alleszins goed te doen, en dat is goed nieuws voor de Griekse economie. Voor wie bang is van een al te warme ervaring : om af te koelen moet je er natuurlijk niet zijn, maar zoals op alle Cycladische eilanden zorgt de “Meltemiwind” er in augustus wel voor dat het vaak toch nog vrij aangenaam is. En de zee is nooit veraf, natuurlijk, voor een verkoelende duik.

In Salamina heb ik vooral meegeholpen aan wat huisonderhoud. Ik ken het eiland ondertussen redelijk goed natuurlijk, en dacht eens na over wat mijn prioriteiten zouden zijn als de bewoners me tot burgemeester zouden kiezen – wat ze gezien mijn programma nooit gaan doen, overigens. Maar als het tóch zo zou gaan moet ik Geert wel verwittigen dat ik wat mensen gaan meenemen.

Op één plaats ik brandbestrijding en -preventie, en ik stel een ervaren brandweerman van bij ons aan om dat uit te werken. Dat er tijdens mijn verblijf enkele grote bosbranden plaatsvonden op het eiland, waarbij jammer genoeg ook slachtoffers zijn gevallen, vertekent mogelijk mijn lijstje wat, maar veiligheid gaat uiteraard voor alles. Gelinkt aan mijn tweede prioriteit is afvalophaling naar Essens model, met sorteren en betalen en zo. Dat gaat het brandgevaar door zwerfvuil ook verminderen. Daar neem ik onze milieuschepen voor mee, en die gaat daar zijn handen aan vol hebben. Gelukkig is een natuurbeleid niet meteen prioritair (zelfs na de brand is er meer natuur dan we in Essen ooit zullen hebben) en zit het met cultuur ook wel goed (ik heb het hier al eens over het archeologisch museum gehad, met een collectie die millennia voor de geboorte van Gerard Meeusen begint – er is ook een mooi openluchttheater boven op een berg, dus niet meteen vraag naar een nieuwe cultuurzaal !).

Vervolgens moeten de putten in de wegen dicht en moeten er voetpaden worden aangelegd. Dat is een titanenwerk, en ik ga daar een stuk of drie schepenen van openbare infrastructuur voor nodig hebben – gelukkig heeft Essen goede kandidaten. Ze gaan geen ruzie moeten maken over wie wat doet, er is véél meer dan werk genoeg. De schepen voor toerisme moet ook mee : het eiland ontvangt soms honderdduizenden (!) dagjestoeristen. Die schepen moet een zeedijk aanleggen, waarvoor een straat moet verdwijnen – populariteit op korte termijn : -100%, op lange termijn een opname in het pantheon (denk ik).

Aan ruimtelijke ordening ga ik voorlopig niet beginnen (ook uit lijfsbehoud), en ook sport en jeugd zijn voor later – dat zit zo op het eerste gezicht wel goed. Onderwijs en gezondheid zijn vrees ik ook voor later, daar is -met alle respect- nauwelijks een beginnen aan binnen het Griekse systeem.

En financiën dan, hoor ik ze aan het Heuvelplein al zeggen ? Ja, ik ga geld nodig hebben natuurlijk. Nogal veel. Daarvoor ga ik slechts één Essens belastingreglement meenemen, wat mij tientallen doodsbedreigingen en heel veel geld gaat opleveren : het Essense reglement op leegstand en verwaarlozing. Daarmee betaal ik mijn hele programma.

Mocht ik met een speer doorboord worden teruggevonden in de baai van Salamina, dan heb ik het toch geprobeerd – zoals destijds de vloot van koning Xerxes I.

Appel

Appel

11 juli. De Vlaamse feestdag. Je moet daar nu eenmaal een datum voor kiezen. Het had 16 juni kunnen zijn (quizvraag). Maar het werd 11 juli : de datum van een belangrijke veldslag in de vroege 14e eeuw, vooral interessant omdat een ridderleger door voetvolk werd verslagen, wat in ridderkringen in heel Europa beroering wekte. Dat voetvolk werd aangevoerd door de steden van het toenmalige Vlaanderen. Vandaar de link.

Uiteraard heeft een veldslag van 724 jaar geleden bitter weinig band met de Vlaamse natie van vandaag. Zoals de (op zich relatief onbelangrijke) inname van de Bastillegevangenis heel weinig zegt over het hedendaagse Frankrijk. En aan waarom 21 juli precies op die dag valt, worden zelden woorden vuilgemaakt. Dat het voor een Duitse prins, die de Griekse kroon had geweigerd, een dag was die wel paste om voor het parlement van het nieuwe België te gaan zweren om ’s lands grondgebied ongeschonden te bewaren (om vervolgens in 1839 de helft van Limburg en Luxemburg af te staan), maakt de datum desalniettemin niet meer of minder legitiem.

Feestredenaar Rik Van Cauwelaert had het op de Essense 11 juliviering wel even over de Guldensporenslag, en wees erop dat de Brabanders (en Essen ligt wel heel centraal in Brabant) toen aan de “verkeerde” kant stonden. Tja, met de steden van wat doen “Vlaanderen” heette hadden Antwerpen of Bergen-op-Zoom niet veel uitstaans. Dat zegt absoluut niets over vandaag. Ik kijk uit naar 11 julivieringen die de datum als een gegeven nemen, en vervolgens niets zeggen over de goedendags (ook al een mythe volgens sommigen) en de Groeningekouter. Het is de feestdag van de Vlaamse natie, de Vlaamse Gemeenschap, zoals die vandaag bestaan. Van De Panne over Brussel tot in Voeren. Op een min of meer toevallig gekozen datum in de zomer.

Maar laat ik Van Cauwelaert vooral geen onrecht aandoen. Hij bleek een uitstekende gastspreker om de band te leggen tussen het engagement van wijlen ereburgemeester Herman Suykerbuyk en de plaats van Vlaanderen in het Europa van vandaag. Ik deel met hem de bewondering voor het respect dat Suykerbuyk had voor het “métier” van parlementslid – hij had daarbij overigens de band moeten leggen met schoonzoon Ludwig Caluwé, die op dat vlak ook verdienstelijk is geweest. En uiteraard deel ik de mening dat onze plaats in de Europese Unie, geografisch en politiek, een essentiële kwestie is voor Vlaanderen. Van Cauwelaert bracht een goed doordachte en goed geïnformeerde analyse. Hij verwees daarbij (zelfs) naar het Europees Semester en de Landenspecifieke Aanbevelingen, midden in mijn vakgebied. Mogelijk ontsnapte het aan veruit de meeste toehoorders, maar ik kan als een “insider” op dat domein bevestigen dat wat hij daarover zei steek hield, ook al was ik het er niet volledig mee eens.

Ook burgemeester Geert Vandekeybus keek vooral vooruit naar het Vlaanderen van morgen – een elf julirede zoals ik ze graag hoor en waar ik me volledig in herken. Terecht stond schepen Helmut Jaspers voordien wat langer stil bij Herman Suykerbuyk zelf. Ook in zijn woorden herkende ik mezelf : ik deel lang niet elke mening, keur lang niet elke beslissing van hem goed, maar het democratisch engagement van Suykerbuyk, zijn liefde voor Essen, Vlaanderen, de Nederlanden en Europa strekt tot voorbeeld.

Bij wijze van muzikale omkadering bracht Cantores enkele mooie Vlaamse liederen, die ook Suykerbuyk graag hoorde. Mij deed vooral “Een soldaat van Napoleon De Grote” even stilstaan bij de verhalen over enkele soldaten uit onze streek in “Over de Meet”, maar even goed bij de oorlog die vandaag opnieuw woedt in het oosten van ons continent, zelf (via Oekraïnse drones) letterlijk in de steden Moskou en Petrograd (Sint-Petersburg) die Miel Cools in het lied doet bezingen. Een gevecht dat ook over de toekomst van Vlaanderen gaat. En waar we overigens wél aan de goede kant staan.

Foto : ChatGPT (uiteraard)
Money for nothing

Money for nothing

Eens de agenda van de gemeenteraad gisteren afgewerkt, trok voorzitter Dirk een opmerkelijke conclusie : alle agendapunten werden unaniem goedgekeurd. Al is dat eigenlijk niet zo vreemd : het gebeurt best vaak in de gemeenteraad, en behalve het mobiliteitsplan stond er ook niets op de agenda dat echt voor een stemming in aanmerking zou zijn gekomen. Gelukkig werd ook dat plan door iedereen gesteund : dat is belangrijk voor het draagvlak van een dergelijk plan. Dat de goedkeuring met een aantal kanttekeningen gepaard ging, is ook logisch. Ik ben alleszins blij met het plan, en ook met proces dat Joris als schepen heeft gevolgd sinds hij de fakkel en de planning van Brigitte Quick overnam : we hebben nu een solide basis om alle verkeer in Essen stap voor stap veiliger, vlotter en ook duurzamer te maken. Al heb ik ook aangehaald dat de technologische evolutie ons ongetwijfeld zal nopen om het plan in de komende jaren bij te stellen. Ik verwacht alvast een positief effect van zelfrijdende auto’s – al geef ik toe dat ik daar al sneller meer van had verwacht.

Maar mobiliteit zal wel nooit mijn specialiteit zijn. Dus vond ik de discussie over de gemeenterekening van 2025 eigenlijk interessanter. Dat we die allemaal gingen goedkeuren, stond in de sterren geschreven, maar de convergentie in de discussie was minder voorspelbaar. Eigenlijk betreurden zowel de schepen, cd&v en ikzelf dat er niet genoeg was uitgegeven. Zolang de partij bestuurde vond cd&v een rekening met een beduidend hoger resultaat dan gepland nochtans een teken van goed bestuur. Vanuit de oppositie ziet dat er anders uit. Dat wist ik natuurlijk al, en cd&v heeft het nu ook ontdekt. Maar wij trapten niet in de val om nu te bewieroken wat we altijd hadden betreurd, zodat er plots wel eensgezindheid ontstond.

Natuurlijk zijn echte meevallers -subsidies of dividenden waar niet meer op gerekend was, belastingen die meer opbrengen dan kon worden voorzien- altijd welkom. Maar het Essense gemeentebestuur kampt al lang met een te lage realisatie van wat gepland wordt. Dat betekent dus dat wat door de gemeenteraad wordt beslist niet in voldoende mate wordt uitgevoerd. Voor een stukje is dat eigen aan een overheidsbegroting : je mag niet méér uitgeven dan wat wordt begroot, dus wordt er zo goed als altijd een beetje marge ingebouwd. Maar die verklaring heeft haar grenzen, en met een wat dynamisch budgettair beleid moet je dat naar het jaareinde toe ook kunnen vermijden. Het probleem zit niet in die kleine marges, maar wel degelijk in beslist maar niet-uitgevoerd beleid. Daar moeten we vanaf – het is niet correct tegenover de gemeenteraad, en ook niet tegenover de belastingbetaler. Zoals Robin als schepen van financiën uitlegde zal dat wat tijd en werk vragen. Ik hoop natuurlijk dat ook de rekening 2026 beter afsluit dan voorzien, maar wel dankzij onverwachte inkomsten, niet door niet-gerealiseerde maar wel gewenste uitgaven.

De Mooie Moeial

De Mooie Moeial

Gisteren, in de gemeentelijke gerestaureerde goederenloods die nu door Robotland wordt gebruikt, hebben we opnieuw een “Moeial” uitgereikt. In 2000 mijn geesteskind, maar succesvol geadopteerd door N-VA/PLE en met name Bart Van Esbroeck, die ook nu het proces in gang zette. We hadden moeilijk een keuze kunnen maken die me nog sterker aan het hart ligt dan de beslissing die we deze keer namen. We kozen namelijk voor de bouwcomités die zich in het recente verleden of op dit ogenblik inzetten voor nieuwe jeugdlokalen. Een verhaal dat een beetje aansluit bij mijn vorige tekst, over de Kerk die zijn materiële verplichtingen loslaat. Al liet ze de lokalenbouw al langer vooral aan anderen over, en wil ik hier vooral geen klaagzang van maken. Het is namelijk vooral een verhaal van nog altijd springlevende jeugdverenigingen in onze gemeente, die mee zijn gegaan met de tijd en toch nog steeds doen wat ze al zo lang zo goed doen, en één van mensen die hun talenten, werkkracht en vrije tijd investeren om te zorgen dat daar ruimte voor is. Letterlijk dan. Een vloer om op te spelen, een deur die altijd openstaat, een wastafel om héél vuile handen een beetje properder te maken, een keuken om iets te koken dat plots zo veel lekkerder smaakt dan elders, een hok om ballen en onvergetelijke herinneringen in op te bergen. Een thuis.

Wout Suykerbuyk maakte een fantastisch filmpje over de inzet van de comités en over de lokalen. Het gemeentebestuur betaalt 70% van de kosten van die lokalen. Dat lijkt veel, maar het is het niet. Want behalve die 30% bijeenbrengen doen die bouw- en/of feestcomités 98% van al de rest van het werk – en de gemeente dus 2%. Een functioneel gebouw uitdenken (en zeker in het geval van Horendonk ook nog eens een zeer mooi gebouw), al het papierwerk dat daar vandaag de dag bij komt kijken in orde maken, voeling houden met de leiding van de jeugdbeweging(en) -vaak meer dan één, mocht het nodig zijn kan ik uitleggen dat dat niet altijd evident is – : het is allemaal voor hen, zoals zo mooi uit het filmpje bleek. En ook waarom die 70% zowat de beste investering is die je in een gemeenschap kan steken : het verhaal van de lokalen van KLJ Hoek die zo’n beetje van de hele wijk zijn, maakte dat nog het best duidelijk.

Het is goed en belangrijk dat we als politieke partij onszelf soms even op de juiste plaats zetten. Wij werken ook hard en vaak ook vrijwillig om onze gemeente beter te maken, door het beleid in de juiste richting te sturen. Maar wij maken Essen niet. Dat doen de Essenaren, en vooral degenen die zich op welke manier ook inzetten voor onze gemeente. Door zich te laten horen – dat is heel belangrijk. Door dingen te doen, zelf zaken te veranderen, iets te betekenen voor anderen. En ja, die prijs dient ook om aan te geven waar we als politieke partij voor staan. Dat is dan weer onze taak – maar dan voor één keer toch vooral vanuit de schaduw.

De Moeial is voor wie vandaag het werk verzet. Ik ga als geestelijke vader evenwel voor één keer mijn recht claimen om hem op te dragen, en wel aan iedereen die ooit actief is geweest bij de bouw van Jeugdheem Deken Verbist en vervolgens in de Kernraad van dat Jeugdheem. Ik ga geen namen noemen, maar sommigen hebben er zo veel van zichzelf in gestoken dat ze weten dat het over hen gaat – of over een geliefde of zelfs een wat verdere voorvader/moeder die er niet meer is. Moge onze Moeial, maar vooral al die gebouwen en nog veel meer elk spel dat erin gespeeld wordt en elke vriendschap die er wordt gesloten een eerbetoon zijn aan hen.

Foto : Essen in Beeld, archief Heidebloempje : Bouw Jeugdheem Deken Verbist in 1963
Brief aan de bisschop

Brief aan de bisschop

Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Monseigneur,

We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.

U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.

Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.

Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.

Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.

Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.

Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.

Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.

Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers

Foto : Essen in Beeld – Gildenhuisfeesten Essen O.L.V. 1979
Meet and greet

Meet and greet

Paasmaandag. Op die dag schrijft Essen elk jaar geschiedenis. Met de jaarmarkt, die volgend jaar aan de 100e editie toe is. Maar vooral met de voorstelling van De Spycker, het jaarboek van de Essense Heemkundige Kring. Traditioneel wordt daar de raadzaal van het gemeentehuis voor gereserveerd, en terwijl buiten markt- en kermisklanken weerklinken wordt binnen stilgestaan bij verhalen uit het recente en minder recente verleden van onze gemeente. De Spycker heeft het dit jaar onder meer over De Paladijns en goochelaar Duffy, over elektriciteit en tabak, over de wasserij en de smederij. Een terugblik op de spektakel-musical Lijn 3 door Christophe Francken mocht uiteraard niet ontbreken – min of meer bij toeval prachtig aangevuld met enkele zeer oude foto’s van de familie Gihoul, die een hoofdrol speelt in dat verhaal. De verschillende auteurs zorgen voor afwisseling in de schrijfstijl, en de opmaak mag de laatste jaren absoluut ook gezien worden. Editie 2026 is opnieuw een mooi boekwerk.

Maar Thomas Dekkers nam de voorstelling ook te baat om verder te kijken dan het geschreven woord. In Essen wordt ook met andere media aan heemkunde gedaan. Hij haalde natuurlijk Essen in Beeld aan, en traceerde de bezoekers van de fotosite tot ver buiten onze landsgrenzen – al vermoed ik dat ik enkele van die “bezoekers” niet zomaar kén, maar zelfs bén. Hij haalde de mogelijkheden van artificiële intelligentie aan om dat erfgoed tot leven te brengen – en raakte daarbij de grens aan tussen representatie en herinterpretatie, waar ik het hier ook al eens over heb gehad. Natuurlijk besteedde hij veel aandacht aan Over de Meet, het geesteskind van Kristof Thill en hemzelf. De onvolprezen podcast brengt verhalen uit onze grensstreek tot leven.

Toevallig beluisterde ik de twee laatste beschikbare afleveringen op Paasmaandag in de trein. Ik genoot van het relaas van twee soldaten van Napoleon – het eerste niet-misdaadverhaal overigens uit de reeks, en van het verhaal van de ruzie tussen drie Roosendaalse voermannen die werd uitgevochten in de herbergen aan ons Heuvelplein. Dat laatste was meer typisch voor Over de Meet, niet alleen omwille van de “true crime” die werd behandeld, maar ook omdat de grens er een determinerende rol inspeelt. Met alle complicaties en ontsnappingsmogelijkheden van dien – hoewel het gerechtelijk apparaat zich ook onder het ancien régime niet zomaar liet afschrikken door de toevallige lijn die in 1648 in onze contreien werd getrokken. Al onthoud ik uit de verhalen ook dat de breuk die de Franse revolutie ook bij ons heeft veroorzaakt moeilijk kan onderschat worden. En ook dat een misdaad “bewijzen” in een tijd zonder DNA-testen of camera’s, maar zelfs zonder fotografie of straatverlichting (de eerste straatlantaarn brandde in Essen in 1855 volgens De Spycker) nooit evident is geweest, en dat ik bijna begrip ben binnen opbrengen voor de “tortuur” die dan maar werd ingezet.  Meer ga ik uiteraard niet vertellen, u moet gewoon doen zoals zovelen in Essen en daarbuiten al deden, en de podcast beluisteren ! En met mij hopen dat de makers nog veel verhalen gaan vinden om die onderhoudend en inventief tot bij ons te blijven brengen.

Foto : Essen in Beeld (Bernaards-Ribbens) – Bewerking : ChatGPT – Essen in 1910-1920