Archief van
Categorie: Politiek algemeen

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.

Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.

Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.

Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.

Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.

Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.

Foto : vlaggenwijding KSA Heidebloempje 1954 met links (van de groep die rechtstaat) bondsleider Herman Suykerbuyk (foto  : archief Heidebloempje)
Receptie

Receptie

Naar goed gebruik opende de Essense Vooruitafdeling vorige week het seizoen van de nieuwsjaarsrecepties. Het was er zoals elk jaar best gezellig. En naar al even goed gebruik reikte de partij haar Sooi Noldus Solidariteitsprijs uit. Die ging naar Gert Beyers, die de eerst dagelijkse en nu wekelijkse actie voor Palestina aan het Essense gemeentehuis in gang zette. Een terechte beloning voor zijn doorzettingsvermogen om het lot van de Palestijnen in Gaza onder de aandacht te brengen. Ik was het lang niet met alles eens dat hij in zijn speech aanhaalde, maar de actie zelf was best inclusief door zonder verdere te eisen dat de genocide moest stoppen – een uiteraard zeer terechte eis.

Ik zou het zelf als gemeenteraadslid wat vreemd vinden om aan het gemeentehuis te staan met een spandoek of een vlag – ik kan binnen mijn mening uiten, en beperk me daar ook liever tot wat echt van gemeentelijk belang is, maar in virtuele navolging van Gert ga ik vandaag hier een vlag hijsen, met name de vlag met leeuw en zon in solidariteit met het Iraanse/Perzische volk dat vandaag het regime van de ayatollahs probeert omver te werpen.

Maar eigenlijk ging het over recepties ! Gisteren hielden we met N-VA/PLE onze eigen nieuwjaarsreceptie, in Businesscenter De Grens. Met vicepremier Jan Jambon (N-VA) als gast. Ik mocht het reeksje met speeches openen, voor de burgemeester en de minister. En dit is wat ik gezegd heb :

Beste aanwezigen,

Welkom. Ik ga beginnen met de beste wensen voor 2026, namens de mandatarissen en het bestuur van N-VA/PLE.

2025 sluiten we daarmee af. Het was een bewogen jaar. Internationaal moest Europa leren leven met een Amerikaanse president die ons niet als een bondgenoot ziet, maar als een lastige rivaal, een hinderpaal in het geopolitieke spel waar hij alleen de regels van bepaalt, zoals we in de eerste dagen van dit jaar opnieuw zagen. Een jaar ook waarin de oorlogen aan de Europese grenzen voortraasden en de democratie onder druk stond. De consequenties van die ontwikkelingen gaan ons nog lang zorgen baren, maar dat we een sterker Europa nodig hebben zal hopelijk niemand meer betwisten.

Nationaal nam de N-VA voor het eerst de leiding van de federale regering. Ik werk voor als ambtenaar voor die regering, dus ga ik ze niet beoordelen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat Jan het positieve bilan zelf perfect kan opmaken.

In Essen werd 2025 het eerste volledige jaar sinds mensenheugenis met een echt nieuw bestuur, onder leiding van N-VA/PLE. Dat betekende voor alle partijen dat ze zich aan een nieuwe realiteit moeten aanpassen.

Het Vlaams Belang ging zich constructief opstellen, beloofden ze na de verkiezingen. Af en toe leek dat te lukken, maar blijkbaar zijn er instructies uit Brussel gekomen dat wild om zich heen schoppen toch beter bij het partij-DNA past. Met behulp van Chat GPT wordt er dus zonder veel samenhang in alle richtingen geschoten. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Cd&v trapt gelukkig niet in dezelfde val. Na altijd te hebben bestuurd is oppositie voeren niet evident, maar hier en daar een uitschuiver niet meegerekend is de opstelling kritisch maar constructief. Met goede suggesties, terechte opmerkingen en zinvolle lessen uit het verleden moeten we zeker rekening houden, maar op onterechte kritiek en heimwee naar het verleden gaan we helder blijven antwoorden en duidelijk maken dat wij echt een verschil maken.

Met Vooruit sloten we een helder en ambitieus bestuursakkoord af, dat we ondertussen vertaalden in een even ambitieus maar realistisch meerjarenplan. We zijn het natuurlijk niet over alles eens, en dat hoeft ook niet, maar zoals Jan ongetwijfeld kan bevestigen is de socialistische partij er één die op alle niveaus haar verantwoordelijkheid neemt en waar afspraken mee kunnen worden gemaakt. We gaan dus keihard samen met hen aan één zeel blijven trekken om Essen in de juiste richting vooruit te doen gaan.

Dat brengt ons bij onszelf. Ik ben trots op wat we als team van mandatarissen het voorbije jaar hebben neergezet. Het was niet altijd gemakkelijk. Er zaten lijken in de kast, gelukkig niet zo heel veel, maar de kasten bleken vooral niet altijd zo gemakkelijk open te gaan. Het hele raderwerk van het gemeentebestuur had dringend olie nodig, en daar gaan we nog wel even mee bezig zijn.

Dat hield ons niet tegen om een stevige stempel te drukken en echt van start te gaan met het vormgeven van het Essen van 2030 en 2040. Met bestuurders die luisteren naar wat er leeft in onze gemeente, en die ook moeilijke knopen kunnen doorhakken. Essen is in 2025 veiliger, leefbaarder, actiever en meedenkender geworden – exact zoals we hadden beloofd en zoals onze burgemeester nog verder zal toelichten.

Zijn we er al ? Neen, natuurlijk niet. De weg is nog lang, en we hebben ongetwijfeld ook kansen gemist om elkaar bij te staan, in de verdediging maar ook om de finale voorzet te geven waarop de ander kan scoren. Daar moeten we allemaal aan werken. Laten we dus in het komende jaar meer dan ooit als team de schouders zetten onder het N-VA/PLE-project.

Maar eerst is het dus tijd voor een feestelijk moment. Er valt overigens wel wat te vieren dit jaar. PLE bestaat 25 jaar, en is nét iets ouder dan N-VA, dat dit najaar ook 25 jaar bestaat. En onze Nieuwsflits is ook al aan zijn 25e jaargang toe. Redenen genoeg dus om tussen het harde werken door af en toe gewoon ook te klinken op vriendschap en vertrouwen.

En daarmee geef ik graag het woord door aan de burgemeester.

Habemus

Habemus

Na een kort conclaaf werd vorige week kardinaal Robert Prevost, nu Leo XIV, tot paus gekozen. Veel meer dan de verkiezing van een staatshoofd heeft het conclaaf natuurlijk iets van de verkiezing van een partijvoorzitter, of een fractievoorzitter zo u wil. De stemgerechtigden delen hun fundamentele overtuiging, meningsverschillen blijven beperkt tot tendensen en strategie. Ze kijken naar wie de “partij” het best naar buiten kan vertegenwoordigen en kan versterken. Wellicht zal ook het bewaren van de eenheid een bekommernis zijn – de Katholieke Kerk heeft geen zin om te eindigen als de Volksunie of Open Vld. Dat iemand het haalde die zowel voor de vooruitstrevende vleugel als voor meer conservatieve kardinalen aanvaardbaar was, is dan ook niet zo verbazingwekkend.

Dat het conclaaf niet echt lang duurde, wordt door de media in hetzelfde perspectief geduid : de wil om de eenheid te benadrukken. Dat vind ik op zich een wat vreemd argument : de Kerk zou echt niet uiteengevallen zijn als het conclaaf nog een paar dagen langer had geduurd. De hele procedure en logistiek was daar perfect op ingesteld. Wel werd het vaak herhaald : de discussies vinden voor een belangrijk deel in de dagen die aan het conclaaf voorafgaan plaats. Dat zal wel zo zijn, maar ik zou nog een element willen toevoegen. Ik heb de film “Conclave” bekeken, en me de bedenking gemaakt dat het echte conclaaf, eens er gestemd wordt, doodsaai moet zijn. De stemmingen worden enkel afgewisseld met eten en gebed, en er zijn geen smartphones. Zelfs geen krant. De stemprocedure is ook gewoon langdradig. Volgens mij wordt er in de Sixtijnse Kapel veel naar het plafond gestaard – zij het, toegegeven, mogelijk ook omdat dat plafond nu eenmaal een topstuk uit de wereldkunst is. Dus verbaast het mij niet dat de consensus, eens ze binnen bereik is, ook snel wordt geformaliseerd. Wat ik wel opmerkelijk vind is dat met Prevost een paus werd gekozen die nog geen twee jaar kardinaal is. Maakt dat misschien dat er ook minder elementen tégen hem waren ?

De pauskeuze kreeg veel aandacht; hoewel de geschiedenis van het christendom er vaak één is geweest van het zich afzetten tegen de paus blijkt de bisschop van Rome onvermijdelijk nog steeds een ankerpunt, ook voor niet-katholieke christenen en voor wie het geloof een al dan niet gewenst cultuurelement is – of iets waartegen men zich wenst af te zetten. De traditie en esthetiek van de Kerk draagt daar ongetwijfeld ook aan bij : de rode kardinaalskleren bleken goed voor zeer veel foto’s, en missen in de Sint-Pietersbasiliek zien er nu eenmaal vrij indrukwekkend uit. De nieuwe paus lijkt zich daarvan ook bewust – net als zijn voorganger overigens, die af en toe net speelde met het weglaten van elementen van de “pracht en praal”. Zo is het gebruik van het Latijn sinds vorige week duidelijk aan een opmars bezig. Hoe meer ik erover nadenk (en dat denken is zeer sterk door de orthodoxe praktijk beïnvloed, moet ik meegeven), hoe meer ik het vereenvoudigen van de liturgie en het vervangen van alle Latijn door de volkstaal een vergissing vind van het Tweede Vaticaanse Concilie : godsdienst is in essentie ritueel en traditie – om echt letterlijk alles te geloven wat de Kerk aanbiedt moet je je verstand heel ver buigen, voor mij alleszins te ver, maar om de rituelen mooi en (ook daarom) waardevol te vinden is veel minder inspanning nodig. In ruil had de leer zélf dan misschien wel nog wat minder conservatief gekund – de Anglicaanse Kerk bewijst dat een bisschop er even waardig uitziet als onder de mijter een vrouw zit.

Ik hoop dat dat een beetje de strategie van paus Leo wordt, waarbij de boodschap van begrip van Franciscus behouden en versterkt blijft, maar dan met een gouden strik errond. Maar zoals ik dit stuk ben begonnen moet ik het ook eindigen : ik kan wel iets hopen, uiteindelijk hebben de kardinalen gekozen voor hun “partijvoorzitter”, met alle mogelijkheden en beperkingen van die rol. Met het verschil dat partijvoorzitters natuurlijk niet onfeilbaar zijn (de uitzondering daar gelaten – niet toevallig misschien dat ook Bart De Wever al eens het Latijn bezigde) – en dat in de Heilige Geest geacht wordt de pausverkiezing mee te sturen. Wat zelfs bij cd&v al lang niet meer het geval is.

Opbod

Opbod

Op de gemeenteraad gisteren besloten we dat we enkele gronden in Wildert wilden aankopen. Bij de bespreking in de openbare zitting mochten we het van voorzitter Dirk niet over de prijs hebben. Vreemd natuurlijk, maar hij had daar een goede reden voor. Later, achter gesloten deuren, mocht het trouwens wel, maar dat maakt het eigenlijk nog vreemder : de eerste die mag weten wat er met belastinggeld gebeurt, is toch de belastingbetaler ? Wel, niet in dit geval. De belastingbetaler moest hier een beetje tegen zichzelf beschermd worden. De gronden werden namelijk te koop aangeboden op Biddit, met een veilingsysteem. En het zou niet zo verstandig zijn om ons maximale bod zomaar bekend te maken. Dus legden we de prijs “in het geheim” vast. En betaalden we vandaag ook minder dan ons maximum. Goed voor… de belastingbetaler. En voor wie graag van groen geniet, want met de nieuwe stukken grond zal WilderTnis worden uitgebreid.

Toch blijft het vaak een moeilijk evenwicht, tussen transparantie garanderen, formele procedures volgen en uiteindelijk de beste koop realiseren. Bij wegenwerken kom je als openbaar bestuur al eens uit bij een aannemer die goedkoper is, maar waar je eerder minder goede ervaringen mee had. De kunst is om dat vooraf bij het vastleggen van de voorwaarden op te vangen, en toch iedereen gelijk te behandelen. Dat geldt ook breder : een maximumprijs, die je in alle transparantie openbaar vastlegt, wordt al gauw een richtprijs en concurrenten gunnen elkaar al eens beurtelings de overheidsopdracht – aan een hogere prijs dan de strikte marktprijs. Onderhandelen, afbieden, … voor een openbaar bestuur zijn de mogelijkheden altijd beperkter. En doorzichtiger, want uiteraard heeft de burger het recht om te weten wat we doen. Maar de potentiële aanbieders zijn ook burgers, en die luisteren zo ook mee…

Oplossingen die alles verzoenen zijn er jammer genoeg niet. Zomaar de deuren dicht doen en wachten tot de bestuurders het eens zijn, is in onze raadzaal goed voor één keer. In Rome behoort het tot een eeuwenoude traditie, uiteraard, in het decor van de Sixtijnse Kapel en met zwarte en witte rook als enige communicatie naar het publiek. De Heilige Geest heeft, in tegenstelling tot de wetgever, nooit zo op transparantie ingezet. Of dat ook betere keuzes oplevert, weet Hij vervolgens natuurlijk alleen zelf…

Foto : Essen in Beeld (uiteraard) – Fotograaf Machteld Verrycken
Een week is een eeuwigheid

Een week is een eeuwigheid

De week waarin de wereld veranderde. Minder dan een maand na zijn tweede eedaflegging is definitief gebleken dat de tweede termijn van Trump fundamenteel anders wordt dan de eerste – zoals wellicht iedere verstandige waarnemer zag aankomen, maar tegen beter weten in hoopte dat het opnieuw zal gaan zoals de eerste keer. Die eerste termijn was erg slecht voor de wereld en voor de VS, maar Trump werd afgeremd, bijgestuurd, onder controle gehouden door vaak erg conservatieve maar niet ondemocratische, niet roekeloze en niet onverstandige lieden in zijn regering en administratie. Niets van dat nu. De nieuwe Trump stelde een hofhouding samen met trouwe volgelingen die indien ze al niet geheel van het padje af zijn bereid zijn om alle dwaasheden en gevaarlijke extreem-rechtse denkbeelden van de president te volgen. Binnen de Republikeinse partij durven weinigen nog opstaan tegen het MAGA-Blok. Met Elon Musk heeft Trump bovendien zowel een propagandaminister, een steenrijke financier en een leerling-tovenaar die bereid is om op elk domein eerst te doen en dan te denken – het buitenzetten van de mensen die het kernwapenarsenaal beveiligen werd op tijd teruggedraaid, maar hoe effectief zijn mensen nog die je eerst ontslaat en dan terug aanneemt, en vooral : hoe pakt het de volgende keer uit ?

Hoe het ook zij, de VS wordt tot nader order bestuurd door een regime dat gelooft in leugens, samenzweringstheorieën, fake news en Russische propaganda. De uitspraken van Trump over Oekraïne, die van vice-president Vance in Munchen en de onderhandeling in Saoedi-Arabië met het Poetinregime hebben duidelijk gemaakt dat de VS is het beste geval een uiterst onbetrouwbare bondgenoot is geworden – in het slechtste geval een tegenstander van Europa. Bij Trump ga je altijd best uit van het slechtste geval. Dat is een verandering van het paradigma dat minstens sinds Pearl Harbour maar mogelijk sinds het tot zinken brengen van de Lusitania de Atlantische relatie bepaalde.

Dat vereist een verenigde Europese reactie. Gelukkig neemt de Franse president Macron het leiderschap op. Hopelijk beseft iedereen de ernst van de situatie en noodzaak om snel te handelen. En aangezien de VS nogal sterk blijken in het “out of the box” denken (kregen we hen maar terug in de box) zullen we dat zelf ook moeten doen. Op één of andere manier moet snel een Europese strategische ruimte tot stand komen met de EU en het VK (ook premier Starmer nam zijn verantwoordelijkheid deze week), met Moldavië en Oekraïne en al wie nog verder naar het oosten ook mee, en bij voorkeur ook met Canada. Met een politieke, militaire en economische poot. Hoeveel tijd daarvoor is ? Een week of zo.

Thue recht und scheve niemand

Thue recht und scheve niemand

Ik ben in Gdańsk, voor een conferentie georganiseerd door het Poolse EU-Voorzitterschap. Op een historische locatie : het “European Solidarity Centre” is gebouwd op de terreinen van de voormalige Leninscheepswerf.

Hier is het begonnen. Onder leiding van Lech Walesa startte hier de staking die uiteindelijk de val van het communisme in Polen en bij uitbreiding in heel Oost-Europa zou veroorzaken. Met de eis voor een vrije vakbond en voor het recht op staking. In het Centre is een mooi museum ingericht over die strijd, over Solidarność, de stakingen, de staat van beleg en hoe uiteindelijk de Communistische Partij van Jaruzelski het pleit verloor. En ook over de onvergetelijke rol van paus Johannes-Paulus II, het politieke genie van die man, zijn redenaarstalent en zijn overzettelijkheid. Bij velen is hij in de herinnering gebleven als de oude, mompelende, oerconservatieve man die het misbruik in zijn kerk niet erkende. Allemaal waar, maar er was ook de visionaire leider die het geloof gebruikte om de dictatuur in zijn land omver te werpen.

Hier rondlopen bleek me meer te ontroeren dan ik had gedacht. Je voelt de hoop en de wanhoop van de arbeiders die hier niet zomaar opkwamen voor wat betere arbeidsvoorwaarden of (godbetert) tegen vervroegd pensioen op 55 – maar staakten voor vrijheid en democratie. Het is onmogelijk om er geen lessen in te zien voor vandaag, onmogelijk om niet te denken aan nieuwe dictaturen en nieuwe Sovjets die proberen hun buurlanden te onderwerpen. Niet alleen de democratie won hier de strijd, maar ook het verenigde Europa. Zonder Solidarność eindigde de EU aan het IJzeren Gordijn. Wat hier werd gerealiseerd mogen we nooit opgeven. Want deze stad zag ook de keerzijde : de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog werden ook hier gelost – in wat toen de Vrijstaat Dantzig was. Hier beseffen ze het alleszins : de Russische beer is vlakbij en we horen zijn gegrom, en Kyiv is van ons allemaal.

Overigens is Gdańsk een bijzonder mooie stad, met een combinatie van Nederlandse en Noordduitse stijlelementen – die ze dankt aan haar status als voormalige Hanzestad. Ze doet aan Amsterdam denken, een beetje aan Gent ook, met af en toe een glimp van de Oostenrijkse flair van Krakau. Een prachtige bestemming voor een citytrip – maar misschien toch in een iets warmere periode van het jaar.

Spelregels

Spelregels

De eerste twee weken na de gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij. Het initiatiefrecht, in de gemeenten waar nog geen meerderheid is, gaat van partij veranderen. Dat initiatiefrecht is één van de nieuwe spelregels die voor deze verkiezingen werden ingevoerd. Een goed moment om de regels eens tegen het licht te houden.

De meest opvallende wijziging, zeker voor de meeste kiezers, was natuurlijk de afschaffing van de opkomstplicht. Het was niet meer verplicht om te gaan stemmen. In Essen trok ongeveer 65% van de kiezers naar de stembus. Onze getuigen in de kiesbureaus zagen vooral weinig jongeren. De eerste reactie van zowat iedereen die ik sprak was : voer de opkomstplicht terug in. Dat was ook die van mij. Ik ben nochtans altijd tegenstander van de opkomstplicht geweest, ook al vond ik dat de nationale politiek de afschaffing eerst voor zichzelf had kunnen invoeren, in plaats van ons als proefkonijn te gebruiken. Maar op 13 oktober twijfelde ik. Het blijft een probleem dat vooral jonge mensen ontmoedigd worden, blijkbaar. Anderzijds lijkt het erop dat de stemmers die niet zijn opgedaagd ofwel gewoontestemmers waren (altijd dezelfde partij) ofwel foerstemmers die zonder te kijken wie er op die lijsten stonden en wat hun ideeën zijn voor de extremen kozen. Doordat die er niet waren, lijkt het resultaat te zijn dat in gemeenten waar de mensen tevreden waren met hun bestuur de uitslag een duidelijk „doe zo voort” oplevert, terwijl in andere gemeenten een duidelijk, maar werkbaar, „graag iets anders” is. Dat is op zich voor de democratie geen slechte zaak natuurlijk.

De tweede belangrijke wijziging is de nieuwe regel voor de aanduiding van de burgemeester. De mogelijkheid om een kleinere coalitiepartij te verleiden door het burgemeesterschap af te staan, verdween. In Brussel en Wallonië bestaat die regel niet, en dus is de vergelijking interessant. Kijk bijvoorbeeld naar Rochefort, dat ik om professionele redenen wat extra heb gevolgd. Bij ons is er een factor in de onderhandelingen weggevallen. De grootste partij dient zo ook minder een „prijs” voor het burgemeesterschap te betalen, want er is geen alternatief. De legitimiteit van de burgemeester lijkt me ook versterkt. Ook binnen de eigen partij, overigens : de kiezer weet dat er ook een andere burgemeester dan de lijsttrekker mogelijk is. Waar die lijsttrekker voorbij gestoken werd is dat een bijzonder duidelijk signaal, maar ook waar het niet gebeurde is het helder. Een ander, wellicht minder verwacht gevolg, is dat de persoon met de tweede meeste stemmen op de lijst van de burgemeester óók een grotere legitimiteit heeft gekregen dan voordien. Naast een koning wordt meteen ook een kroonprins gekozen. Dat was voordien minder het geval, maar gaat tegen de volgende lijstvorming wel doordringen.

En dan is er het initiatiefrecht. Twee weken lang mag alleen de grootste partij een akte neerleggen. Dat heeft in de eerste plaats voor rust gezorgd op de verkiezingsdag zelf. Er was wat tijd. Dat is een gelukkige ontwikkeling. Vervolgens heeft het de mogelijkheid geopend om minstens enkele dagen met iedereen af te toetsen. In de meeste gemeenten heeft dat tot een doordachte, gedragen coalitie geleid, zonder de al te grote haast van voordien. Dat is winst. Anderzijds heeft de de druk op de grootste partij verhoogd om tegen het aflopen van de 14 dagen toch maar tot een akkoord te komen. De andere partijen weten dat, en kunnen proberen die druk te gebruiken door tijd te rekken. Vooral als ze weten of denken dat er niet echt een alternatief is kunnen ze zo proberen de prijs op te drijven. Het is het gevolg van dat tactisch steekspel onder tijdsdruk dat in Ranst en Izegem lokale partijen besloten om met Vlaams Belang te gaan besturen. Met de oude spelregels was dat wellicht niet gebeurd. Ook in Gent lijkt de keuze van Voor Gent voor N-VA als coalitiepartner sterk beïnvloed door de twee wekenfactor, terwijl in Antwerpen burgemeester De Wever mogelijk Vooruit nog wat langer aan het lijntje zou hebben gehouden. De regel voor het initiatiefrecht heeft wellicht nog wat verfijning nodig, maar lijkt me ook een blijver.

Al bij al is wat mij betreft het oordeel over de nieuwe spelregels vooralsnog redelijk positief – een wat meer definitief oordeel volgt natuurlijk pas wanneer de nieuwe besturen de eed afleggen. Een belangrijke les is bovendien dat spelregels er wel degelijk toe doen en een verschil kunnen maken. Tijd dus om aan een systeem van initiatiefrecht te werken voor de federale en regionale regeringen. Wat verfijnder wellicht, en met wat meer tijd dan twee weken. Maar mogelijk ook met de Bijl van Damocles van nieuwe verkiezingen aan het eind. Het zou ons nieuwe pogingen om het wereldrecord regeringsvorming te breken kunnen besparen…

Back to the future

Back to the future

In 2009 stond ik op de verkiezingslijst. Ik haalde 231 stemmen. Voor u met de Essense gemeenteraadsverkiezingen in het achterhoofd denkt “dat is niet zo slecht” : het waren nationale verkiezingen en de hele provincie Antwerpen kon op mij stemmen. Ik stond op de lijst van de SLP, de Sociaal-Liberale Partij. Waar samenkwam wat toen nog overschoot van Spirit – relatief veel mensen eigenlijk. Onze lijst in Vlaams-Brabant werd getrokken door Mohammed Ridouani, overigens. Een talent, zo bleek. Maar desondanks haalde de partij 1,09%. In Nederland zijn dat twee zetels in het parlement. In Vlaanderen kom je niet op het uitslagenbord.

Wat er nog overschoot van de partij zocht een oplossing. Dat betekende : aansluiten bij een andere partij. De keuze ging tussen Open Vld en Groen!, toen nog met uitroepteken. Het werd Groen!. Formeel ging het om een fusie. Niet dat er ooit iemand dat opmerkte. Ridouani ging bovendien naar sp.a, nu Vooruit. Ook niemand die dat opmerkte – toen toch niet.

Nu, 15 jaar later, is het tijd voor de omgekeerde operatie. Lets’s face it, beste Open VLD : het kiespubliek van kleine zelfstandigen en voorstanders van lagere belastingen, die kiezen bij nationale verkiezingen voor N-VA. Heel wat van uw economisch-rechtse mandatarissen zitten daar ook. Ze komen niet meer terug, geef ze op. Maar dat neemt niet weg dat er ruimte is voor een liberale partij, die gaat voor vrijheid, gelijke kansen, emancipatie, initiatief.

Let’s also face it, beste Groen : de linkse anti-kapitalist zit bij de PVDA, en zijn sociaal-democratische neef zit meer dan ooit gebeiteld bij het Vooruit van Conner Rousseau. De anti-vooruitgangsdenker bleek dan weer een variant van de complotdenker – je bouwt daar niet op. Maar hun standpunten, zoals het onzinnige verzet tegen kernenergie of GGOs, staan nog wel in jullie partijprogramma. Een dood spoor. Maar uiteraard is de klimaatuitdaging, een andere mobiliteit, leefbare steden, een open samenleving een basis voor een sterk politiek verhaal.

Het is dus tijd voor een omgekeerde 2009 : laat de franjes los, ze vinden hun weg wel bij de anderen. En, beste Petra De Sutter, beste Bart Somers (of vindt er een andere liberaal de kracht ?), zet de logische stap die volgt op deze column van Joël De Ceulaer (arrogant journalist die vaak heel scherp observeert) en richt de SLP opnieuw op. Groen, liberaal, ongegeneerd pro-Europa en zonder complexen economisch in het centrum – maar wel vóór technologische vooruitgang en innovatie.

Geen garantie op succes ? Bobopartij ? Niet aangepast aan tijden van populisme en radicalisering ? Wel, Macron, D66, de LibDems… tonen aan dat het niet altijd de hele tijd werkt, maar dat doet niets in de politiek. Vaak werkt het wel. En, let’s face it, ’t is dat of niets meer.

Cordon

Cordon

„Hoe denk jij over het cordon sanitaire ?” Ik krijg de vraag wel eens. Ik begin mijn antwoord dan altijd met de definitie van het cordon – een opvoeding met vele uren wiskunde laat zijn sporen na. Het cordon sanitaire is de afspraak tussen een aantal partijen om nooit met het Vlaams Blok een bestuursmeerderheid te vormen.  Welke partijen ? De CVP, de SP, de VLD, de VU en Agalev. Niet meer, niet minder.

Opvallend in de definitie : het gaat niet over alle vormen van samenwerking, enkel over een bestuursmeerderheid. Ook opvallend : geen van de partijen in mijn lijstje bestaat nog onder dezelfde naam – maar de afspraak wordt door de meeste van hun erfopvolgers als bindend beschouwd.

Tot daar de theorie. Ik vind het in de praktijk een moeilijke afweging. Daar speelt mijn Europese blik wellicht in mee. Ik kan me omstandigheden inbeelden waarin een democratische partij ervoor kiest om met een partij in zee te gaan die de rechtse of linkse buitengrenzen van de democratie opzoekt. Dat hangt van de concrete standpunten, de stijl en de mensen van die partij af. De PVV van Wilders valt voor mij buiten dat spectrum, de RN van Le Pen ook. Maar Meloni, of de Poolse PiS. Mja, als het moet…

Wat dan met het Vlaams Belang ? Standpunten, stijl en mensen zijn de drie criteria. Qua standpunten lijken de meeste officiële standpunten, als het moet, binnen de grenzen van het onderhandelbare te vallen.  Maar dan zijn er de stijl en de mensen nog. Qua stijl is Tom Van Grieken (mooie naam overigens, dat dan weer wel) duidelijk door de mand gevallen tijdens de voorbije campagne, en ook zijn partijleden kunnen niet altijd hun neiging verbergen om mensen uit te sluiten omwille van wie ze zijn. Dat past dus niet. En mensen… tja, er is nu niet meteen iemand bij het VB aan wie ik met een gerust hart de overheidsfinanciën of de sociale zekerheid zou toevertrouwen.

Dat alles geldt ook in Essen. Ik heb sinds het vertrek van Patrick Van Ginneken uit de gemeenteraad geen standpunten van het VB meer gehoord die ik onaanvaardbaar vind (Patrick was een COVID-ontkenner, dat hielp natuurlijk niet). Veel standpunten heb ik ook niet gehoord, maar tot daaraan toe.

Maar de stijl steekt me ook in Essen tegen. In de eerste plaats omdat ze op de twee zetels die ze bij de verkiezingen kregen nu al enkele jaren maar één persoon zetten.  De helft van hun kiezers wordt niet vertegenwoordigd. En ook omdat wat ze wel doen vaak letterlijk wordt aangestuurd uit Brussel : met lange vragen, die ze dan niet eens echt stellen en die vaak niet relevant zijn voor Essen. Waarop ze dan luisteren naar het antwoord zonder daar nog verder op in te gaan.  Zo werkt een gemeenteraad niet. Het helpt de Essenaren geen sikkepit. Bovendien dweept het Essense VB (buiten de gemeenteraad dan) duidelijk met de Russische dictator Putin – en zagen we in plaats van de Vlaamse Leeuw ook al eens de Stars en Bars wapperen bij de lokale voorman. Die strijdvlag van het Amerikaanse Zuiden wordt algemeen als racistisch symbool beschouwd.

Tenslotte, en dat is wellicht nog het meest doorslaggevende argument : ik denk echt niet dat Marc Scheepers of één van zijn collega’s een goede schepen zou zijn. Bij slotsom : ik heb het formele cordon sanitaire niet nodig om te weten dat er met het Essense VB niet kan bestuurd worden. En dat een stem op hen om vele redenen een totaal verloren stem is. De keuze gaat in Essen op 13 oktober tussen de voortzetting van de CD&V/Vooruitcoalitie en een bestuur onder leiding van N-VA/PLE. Al de rest is afleiding.

Kiespijn

Kiespijn

Er vonden de voorbije maanden in heel wat van de ons omringende landen verkiezingen plaats. Omwille van het EU-Voorzitterschap heb ik de kans gemist om er commentaar op te geven. Ik ga ze niet allemaal inhalen. Over de Britse verkiezingen van gisteren wil ik wel iets zeggen. Het meest opvallende is misschien nog wel de eigenaardige werking van het kiesstelsel : Labour gaat er in percentage nauwelijks op vooruit, maar veegt desalniettemin de Conservatieve regering van de parlementaire kaart. Hoewel het niet helemaal eerlijk is om die vraag nu op te werpen -de vorige keren waren het de Conservatieven die met een dikke 35% van de stemmen een ruime absolute meerderheid haalden- is het toch een systeem dat minder houdbaar lijkt in een situatie met meer dan twee à drie relevante partijen.

Maar laat dat geen afbreuk doen aan de vreugde om de Conservatieven, de “Tories” van premier Sunak, eindelijk hun verdiende loon te zien krijgen. Het roekeloze Brexitreferendum van David Cameron, de vruchteloze poging van Theresa May om van de contradicties en leugens die in Brexit ingebakken zaten toch nog iets te maken, het schaamteloze “have your cake and eat it” populisme van Boris Johnson, het zeer kortstondige maar zeer noodlottige economische experiment van Liz Truss en tenslotte de poging van Sunak om daar allemaal nog op één of andere manier chocola van te maken, ze zijn eindelijk allemaal afgestraft.

Vandaag doet me een beetje denken aan 2 mei 1997, toen Tony Blair een nieuwe Labourregering aan de macht bracht, na ook al vele jaren Conservatief bewind. Ik herinner het me als een dag van hoop, ook voor Europa. De huidige Labourleider Keir Starmer heeft niet hetzelfde charisma, en zijn succes lijkt ook mee gebaseerd op een onderliggende uitstroom vanuit de Conservatieve Partij naar het Reform UK van überpopulist en charlatan Nigel Farage, maar toch is het een mooie dag voor het VK, voor Europa en voor de democratie.

Over naar onze verkiezingen van 9 juni. Ik zat die dag in Genève, zodat mijn volmachthouder mijn voorkeuren aan de computer heeft doorgegeven. Ik ben blij dat het Vlaams Belang er niet in slaagde om de grootste partij te worden, en dat in de campagne werd blootgelegd hoe extreem en onbekwaam die partij echt is. Wie dacht dat het politieke genie Bart De Wever zijn pluimen had verloren is stevig bedrogen uitgekomen, ook al ben ik het met Petra De Sutter eens dat Bart haar een doos pralines mag brengen. Vooral Open Vld kreeg klappen. Eerlijk gezegd vind ik dat de kiezer premier De Croo niet helemaal naar waarde heeft geschat, maar de partij heeft het natuurlijk vooral aan zichzelf te danken. Ze is ook in een ideologisch “dead end” beland – De Croo deed zelf de vaststelling dat de al genoemde De Sutter ook een liberaal is, maar de huidige Open Vld is meer nog dan CD&V een inconsistent samenraapsel van mensen die graag aan de macht zijn. Daar zijn veel goede mensen bij, en macht nastreven is legitiem. Maar zo gaat het dus niet lukken. Als sociaal-liberaal -dat is een deel van mijn politieke identiteit- kan ik dat alleen maar jammer vinden.

Net zoals in het Verenigd Koninkrijk moet ik ook bij ons iets over het kiesstelsel vertellen. Dat is veel meer proportioneel, dus daar zit het probleem niet. En de uitkomst van de verkiezingen is al bij al vrij helder. Maar om allerlei redenen heb ik in de verkiezingsslag twee nieuwe partijen, Volt en Voor U, met belangstelling gevolgd – de kans dat ik ooit voor Els Ampe of haar partij stem is nul, maar voor haar bondgenoten van Vista kan ik enige sympathie niet ontkennen. Ik kan niet anders dan met die beide partijen vaststellen dat de combinatie van de erg hoge kiesdrempel met een al te ruime partijfinanciering het voor nieuwe partijen quasi onmogelijk maakt om door te breken. Daardoor beschermen de bestaande partijen zichzelf – maar ook hun eigen concurrenten, natuurlijk. Zo zou het Vlaams Belang bij ons te lijden kunnen hebben van een Baudet-achtige “wappie”-partij en van een BBB-variant. Misschien is het in Nederland iets te gemakkelijk om in het parlement te belanden, zo helemaal zonder drempel. Dat is niet optimaal voor de bestuurbaarheid. Maar ons systeem dient de democratie dan weer slecht : wie een partij wil loslaten moet naar een andere gevestigde overstappen. Met een mildere drempel en eerlijkere kansen voor nieuwkomers zou er in dit land al een andere liberale partij dan Open Vld zijn geweest, om op dat voorbeeld verder te bouwen.