Archief van
Categorie: Essen algemeen

Van ’t straat

Van ’t straat

Naast de discussie over de windmolen maakte vooral de keuze van enkele nieuwe straatnamen de gemeenteraad spannend. Het leverde niet de fijnste en fraaiste momenten op voor de coalitie van N-VA/PLE en Vooruit. We gaan daaruit, zoals dat dan heet, lessen trekken. Al moeten we natuurlijk ook niet overdrijven : what’s in a name ? Al heb ik wel gezegd dat we best mooie straatnamen hebben in Essen. Dat meen ik ook, we zijn daar altijd redelijk zorgvuldig mee omgesprongen – al blijf ik het een beetje jammer vinden dat onze voorgangers destijds zijn meegegaan in de mode om een Conscience-, een Gezelle- en een Rodenbachlaan te kiezen. Dat waren uiteraard belangrijke figuren in onze Vlaamse geschiedenis, maar ik vrees dat ze niet wisten waar Essen juist lag, laat staat dat ze hier ooit passeerden; bij Conscience lijkt de kans me nog het grootst.

De onbekendheid met Essen geldt wellicht ook voor Desiderius Erasmus, maar die krijgt wel een Erasmuspark. Minder als herinnering aan de filosoof, waarvan het belang overigens niet mag worden onderschat, dan aan de school die zijn naam draagt en die nu een stukje van haar domein voor het park afstaat. Wat mij betreft ook een mooie verwijzing naar het Erasmusprogramma, één van de meest succesvolle en zinvolle EU-initiatieven. Een terechte naam dus, al waren de voorgestelde alternatieven ook interessant – en heeft Erasmus natuurlijk ook een indrukwekkende brug in zijn thuisstad op zijn naam, waar ons park niet tegenop kan…

Dat de geplande “Houtlaan” in Heikant uiteindelijk een Gieterijlaan is geworden, vind ik wel mooi, los van het proces. Dat is een veel originelere naam, en nog beter passend bij de plek waar de straat komt. Dat het historisch beter “Avenue de la Fonderie” zou zijn, gaan we maar zo laten – ik wil Conscience, Gezelle en Rodenbach ook niet al te veel voor het hoofd stoten.

De discussie maakte ook duidelijk dat we als raad graag nog een aantal Essenaren met een straatnaam zouden willen eren, ook met aandacht voor het genderevenwicht . Dat is goed, maar gebeurt best niet met een “politieke” stemming. Dat doet wat oneer aan hun verdiensten, vind ik dan. Marie Curie, die voorlopig haar Essense straat niet krijgt (en dat blijft wellicht beter zo), en Desiderius Erasmus, die via een vrij nipte stemming wel zijn park heeft binnengehaald, zal dat hopelijk behoorlijk worst wezen – en familie hebben ze bij mijn weten ook al niet in onze gemeente.

Voor wie de door hem of haar verkozen straatnaam vooralsnog niet binnenhaalde, en eigenlijk voor al wie iets wil bereiken in de politiek past tesnlotte dit citaat van de Rotterdamse wijsgeer : “De wil kijkt vele maken door het venster vooraleer de daad de deur uitgaat.”

Foto : Fonderies Anversoises – Essen in Beeld, bewerking ChatGPT
Gone with the wind

Gone with the wind

De zomer zit er bijna op. Gisteren stond ook opnieuw een gemeenteraad op de agenda. Met als belangrijke discussiepunt een dossier waar de raad helemaal niet voor bevoegd is ! Het schepencollege wel, dat moet tegen half september een advies geven over een vergunningsaanvraag – dat gebeurt wel meer, maar het is niet zomaar een aanvraag deze keer, wel één voor een nieuwe windmolen van 197m hoog, aan Schriek.

De aanvraag wekt beroering. Er staan daar al wel enkele molens, maar deze is nog een stuk groter. De beslissing over die vergunning is hoe dan ook niet eenvoudig. Zowat iedereen heeft de voorbije weken de klimaatverandering aan den lijve ondervonden. Ik heb zelf een blushelicopter dicht genoeg voorbij zien komen om vrolijk naar de piloot te zwaaien – als dat niet ongepast en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest. Bovendien zou het goed zijn als de EU qua energiebevoorrading wat minder afhankelijk zou zijn van ene Vladimir Poetin, of van het “zottekesspel” om de straat van Hormoes. Het verhogen van onze capaciteit om duurzame energie op te wekken is dus erg belangrijk.

Maar als Essens gemeenteraadslid is het desondanks een beetje een no-brainer : die molen is veel te groot om in ons landschap te passen, en zorgt voor te veel potentiële hinder voor wie hier in Essen woont en werkt. We willen die dus liever niet hier. Dat leek uiteindelijk ook de hele raad te vinden : pogingen om de ene als wat minder “tegen” dan de andere af te schilderen lukten alvast niet – Essen wil geen windmolen.

Arno Aerden (Vooruit) gaf namens het schepencollege evenwel terecht aan dat hij geen standpunt kan innemen vooraleer er een formeel advies wordt afgeleverd – procedurefouten is wel het laatste dat we in dit dossier zouden willen zien. Hij overtuigde wel dat het advies grondig en doordacht wordt voorbereid. Ondertussen hebben ook al enkele tientallen Essenaren een bezwaar ingediend via het omgevingsloket. Wie zelf dreigt hinder te ondervinden van de molen moet dat inderdaad zeker doen – en hoe geloofwaardiger en concreter de hinder, hoe beter de argumenten, hoe zwaarder die gaan wegen.

De Essense gemeenteraad zegt dus duidelijk “neen” tegen de windmolen, het schepencollege zal een advies uitbrengen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de Vlaamse minister. Die, zoals ik al aangaf, voor een niet zo eenvoudige keuze staat. Tenzij… de Nederlandse regering een handje helpt ! De geplande molen ligt wel erg dicht bij strategisch belangrijke militaire infrastructuur in ons buurland (en NAVO-bondgenoot – voor één keer is dat relevant), en zou aanvliegroutes kunnen verstoren. Of hoe mogelijk alweer zal blijken dat elk nadeel zijn voordeel heb…

Wie het protest van de bewoners wil steunen, kan hier tekenen.  Maar nogmaals : wie er echt hinder van dreigt te ondervinden, dient beter (ook) een officieel bezwaar in.

De Mooie Moeial

De Mooie Moeial

Gisteren, in de gemeentelijke gerestaureerde goederenloods die nu door Robotland wordt gebruikt, hebben we opnieuw een “Moeial” uitgereikt. In 2000 mijn geesteskind, maar succesvol geadopteerd door N-VA/PLE en met name Bart Van Esbroeck, die ook nu het proces in gang zette. We hadden moeilijk een keuze kunnen maken die me nog sterker aan het hart ligt dan de beslissing die we deze keer namen. We kozen namelijk voor de bouwcomités die zich in het recente verleden of op dit ogenblik inzetten voor nieuwe jeugdlokalen. Een verhaal dat een beetje aansluit bij mijn vorige tekst, over de Kerk die zijn materiële verplichtingen loslaat. Al liet ze de lokalenbouw al langer vooral aan anderen over, en wil ik hier vooral geen klaagzang van maken. Het is namelijk vooral een verhaal van nog altijd springlevende jeugdverenigingen in onze gemeente, die mee zijn gegaan met de tijd en toch nog steeds doen wat ze al zo lang zo goed doen, en één van mensen die hun talenten, werkkracht en vrije tijd investeren om te zorgen dat daar ruimte voor is. Letterlijk dan. Een vloer om op te spelen, een deur die altijd openstaat, een wastafel om héél vuile handen een beetje properder te maken, een keuken om iets te koken dat plots zo veel lekkerder smaakt dan elders, een hok om ballen en onvergetelijke herinneringen in op te bergen. Een thuis.

Wout Suykerbuyk maakte een fantastisch filmpje over de inzet van de comités en over de lokalen. Het gemeentebestuur betaalt 70% van de kosten van die lokalen. Dat lijkt veel, maar het is het niet. Want behalve die 30% bijeenbrengen doen die bouw- en/of feestcomités 98% van al de rest van het werk – en de gemeente dus 2%. Een functioneel gebouw uitdenken (en zeker in het geval van Horendonk ook nog eens een zeer mooi gebouw), al het papierwerk dat daar vandaag de dag bij komt kijken in orde maken, voeling houden met de leiding van de jeugdbeweging(en) -vaak meer dan één, mocht het nodig zijn kan ik uitleggen dat dat niet altijd evident is – : het is allemaal voor hen, zoals zo mooi uit het filmpje bleek. En ook waarom die 70% zowat de beste investering is die je in een gemeenschap kan steken : het verhaal van de lokalen van KLJ Hoek die zo’n beetje van de hele wijk zijn, maakte dat nog het best duidelijk.

Het is goed en belangrijk dat we als politieke partij onszelf soms even op de juiste plaats zetten. Wij werken ook hard en vaak ook vrijwillig om onze gemeente beter te maken, door het beleid in de juiste richting te sturen. Maar wij maken Essen niet. Dat doen de Essenaren, en vooral degenen die zich op welke manier ook inzetten voor onze gemeente. Door zich te laten horen – dat is heel belangrijk. Door dingen te doen, zelf zaken te veranderen, iets te betekenen voor anderen. En ja, die prijs dient ook om aan te geven waar we als politieke partij voor staan. Dat is dan weer onze taak – maar dan voor één keer toch vooral vanuit de schaduw.

De Moeial is voor wie vandaag het werk verzet. Ik ga als geestelijke vader evenwel voor één keer mijn recht claimen om hem op te dragen, en wel aan iedereen die ooit actief is geweest bij de bouw van Jeugdheem Deken Verbist en vervolgens in de Kernraad van dat Jeugdheem. Ik ga geen namen noemen, maar sommigen hebben er zo veel van zichzelf in gestoken dat ze weten dat het over hen gaat – of over een geliefde of zelfs een wat verdere voorvader/moeder die er niet meer is. Moge onze Moeial, maar vooral al die gebouwen en nog veel meer elk spel dat erin gespeeld wordt en elke vriendschap die er wordt gesloten een eerbetoon zijn aan hen.

Foto : Essen in Beeld, archief Heidebloempje : Bouw Jeugdheem Deken Verbist in 1963
Brief aan de bisschop

Brief aan de bisschop

Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Monseigneur,

We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.

U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.

Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.

Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.

Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.

Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.

Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.

Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.

Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers

Foto : Essen in Beeld – Gildenhuisfeesten Essen O.L.V. 1979
Meet and greet

Meet and greet

Paasmaandag. Op die dag schrijft Essen elk jaar geschiedenis. Met de jaarmarkt, die volgend jaar aan de 100e editie toe is. Maar vooral met de voorstelling van De Spycker, het jaarboek van de Essense Heemkundige Kring. Traditioneel wordt daar de raadzaal van het gemeentehuis voor gereserveerd, en terwijl buiten markt- en kermisklanken weerklinken wordt binnen stilgestaan bij verhalen uit het recente en minder recente verleden van onze gemeente. De Spycker heeft het dit jaar onder meer over De Paladijns en goochelaar Duffy, over elektriciteit en tabak, over de wasserij en de smederij. Een terugblik op de spektakel-musical Lijn 3 door Christophe Francken mocht uiteraard niet ontbreken – min of meer bij toeval prachtig aangevuld met enkele zeer oude foto’s van de familie Gihoul, die een hoofdrol speelt in dat verhaal. De verschillende auteurs zorgen voor afwisseling in de schrijfstijl, en de opmaak mag de laatste jaren absoluut ook gezien worden. Editie 2026 is opnieuw een mooi boekwerk.

Maar Thomas Dekkers nam de voorstelling ook te baat om verder te kijken dan het geschreven woord. In Essen wordt ook met andere media aan heemkunde gedaan. Hij haalde natuurlijk Essen in Beeld aan, en traceerde de bezoekers van de fotosite tot ver buiten onze landsgrenzen – al vermoed ik dat ik enkele van die “bezoekers” niet zomaar kén, maar zelfs bén. Hij haalde de mogelijkheden van artificiële intelligentie aan om dat erfgoed tot leven te brengen – en raakte daarbij de grens aan tussen representatie en herinterpretatie, waar ik het hier ook al eens over heb gehad. Natuurlijk besteedde hij veel aandacht aan Over de Meet, het geesteskind van Kristof Thill en hemzelf. De onvolprezen podcast brengt verhalen uit onze grensstreek tot leven.

Toevallig beluisterde ik de twee laatste beschikbare afleveringen op Paasmaandag in de trein. Ik genoot van het relaas van twee soldaten van Napoleon – het eerste niet-misdaadverhaal overigens uit de reeks, en van het verhaal van de ruzie tussen drie Roosendaalse voermannen die werd uitgevochten in de herbergen aan ons Heuvelplein. Dat laatste was meer typisch voor Over de Meet, niet alleen omwille van de “true crime” die werd behandeld, maar ook omdat de grens er een determinerende rol inspeelt. Met alle complicaties en ontsnappingsmogelijkheden van dien – hoewel het gerechtelijk apparaat zich ook onder het ancien régime niet zomaar liet afschrikken door de toevallige lijn die in 1648 in onze contreien werd getrokken. Al onthoud ik uit de verhalen ook dat de breuk die de Franse revolutie ook bij ons heeft veroorzaakt moeilijk kan onderschat worden. En ook dat een misdaad “bewijzen” in een tijd zonder DNA-testen of camera’s, maar zelfs zonder fotografie of straatverlichting (de eerste straatlantaarn brandde in Essen in 1855 volgens De Spycker) nooit evident is geweest, en dat ik bijna begrip ben binnen opbrengen voor de “tortuur” die dan maar werd ingezet.  Meer ga ik uiteraard niet vertellen, u moet gewoon doen zoals zovelen in Essen en daarbuiten al deden, en de podcast beluisteren ! En met mij hopen dat de makers nog veel verhalen gaan vinden om die onderhoudend en inventief tot bij ons te blijven brengen.

Foto : Essen in Beeld (Bernaards-Ribbens) – Bewerking : ChatGPT – Essen in 1910-1920
Hamer aan de haak

Hamer aan de haak

Vandaag mocht ik voor de laatste keer de Raad van Bestuur, de Management Board, van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) voorzitten. Na twee termijnen van elk drie jaar kon ik niet meer herkozen worden. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Arbeidsinspectie neemt de voorzittershamer over – ik ben er wel blij mee dat dat stuk gereedschap binnen de Benelux blijft. Het is een uniek voorrecht geweest om in die zes jaar ELA van het niets te helpen uitgroeien tot de organisatie die het vandaag is, met pakweg 150 personeelsleden en een budget van ongeveer 50 miljoen EUR.

De opdracht van ELA is om eerlijke en efficiënte arbeidsmobiliteit binnen de Europese Unie aan te wenden. Eén van de vrijheden die de EU maakt tot wat ze is, is de vrijheid om in een ander land te werken dan het land waaruit je afkomstig bent. Een andere belangrijke vrijheid is om als onderneming diensten te leveren in een ander land. Die twee vrijheden moeten verzoend worden met duidelijke regels over welke sociale zekerheid van toepassing is, en ook over welk arbeidsrecht geldt – volgens het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats. Om die regels uit te leggen werkt ELA onder meer aan informatievoorziening, en om te zorgen dat de regels worden nageleefd ondersteunt het de samenwerking tussen de inspectiediensten van de verschillende landen. Dat is nodig, want soms worden de regels niet nageleefd en zijn er misbruiken, en omdat het over grensoverschrijdende dossiers gaat is er dan meer dan één inspectiedienst bij betrokken. Een Duits bedrijf dat Roemenen naar Nederland detacheert, die in België verblijven – het kan, en daarom moet er worden samengewerkt.

Mijn voorbeeld geeft al aan dat het zeker ook voor Essen een relevant verhaal is : de Roemeense, Poolse en Litouwse nummerplaten in onze straten zijn vaak het gevolg van dit soort arbeidsmigratie. Die vaak heel goed gaat, en bijvoorbeeld voor onze bouwsector een economische noodzaak is. Maar soms dus niet, en ELA is er om dan mee te zorgen dat er opgetreden kan worden. Het kader en de ondersteuning die daarbij vanuit Bratislava (waar ELA zetelt) geboden wordt, worden door de verschillende inspectiediensten sterk gewaardeerd.

Ik blijf lid van de Board, maar ga het voorzitten ervan wel missen. Ik vind het altijd boeiend om in een internationaal verband naar de consensus te zoeken en een gezamenlijk project mee te trekken. Volgend jaar wordt het mandaat van ELA wellicht aangepast – zowel in de Europese Commissie als in het Europees Parlement en bij de meeste Lidstaten wordt gedacht aan een versterking van de Autoriteit, met meer mogelijkheden om problemen op te sporen en te helpen aanpakken. Een discussie om alvast naar uit te kijken.

Essen trekt een Lijn

Essen trekt een Lijn

Ik ben pas bij de laatste opvoering naar Lijn 3 gaan kijken. Ik besefte in de loop van de week dat ik wel een risico had genomen : stel dat ik er uiteindelijk niet bij kan zijn, dan zou ik het gemist hebben. Maar gelukkig zat ik dus gisterenavond wel in de tribune. En dus moet ik er nu iets over zeggen. Het blijkt evenwel niet zo gemakkelijk om woorden te vinden. Ik dacht eerst te vertrekken van “indrukwekkend”. Dat is het ook. Dat zou een gepaste woordkeuze zijn als ik niet zou weten hoe dit stond is gekomen, als het in een dorp ver weg zou plaatsvinden, als ik het als een gewone opvoering zou hebben bekeken. Maar ik ben dus gaan kijken naar een stuk dat zomaar gewoon eventjes door 400 Essense vrijwilligers is gerealiseerd. Daar past eigenlijk alleen “overdonderend” bij.

Disclaimer : zelf heb ik hier 0,0 verdienste aan. Of neen, 0,00001 – ik heb op een (belangrijke) vergadering van de vzw Kobie hierover enkele jaren geleden voluit gepleit om het avontuur aan te gaan. Zonder de historische stoet van 2009 en zonder Niemandsland zou ik de initiatiefnemers – Maria Gommeren op kop – wellicht half gek hebben verklaard, hoor. Nu ik het gezien heb, blijkt overigens inderdaad dat ze half gek waren, want eigenlijk kan dit niet. Tenzij.

Tenzij je erin slaagt om werkelijk alle puzzelstukken samen te leggen. Als dit een professionele productie zou zijn geweest, dan zou ik enkele minpuntjes hebben aangestipt, en vervolgens het verhaal hebben aangeprezen dat goed in elkaar stak, de muziek die fantastisch klonk, de dynamiek in het hele stuk met “massa”-scènes die een feest voor het oog waren, de solide zangprestaties, de uitstekende belichting, … Ik zou het erg goed hebben gevonden. Maar het was dus geen professioneel stuk, en ook dat maakte de sterkte ervan. Het maakte het authentieker, de zichtbare speelvreugde werd er zoveel groter door, het evenwicht tussen de (sterke) solozangers en de anderen die door hen niet in de schaduw werden gesteld zat beter dan in een “top-musical” wellicht het geval zou zijn geweest. Het werd ook nooit “over the top”.

Zei ik al dat het visueel zeer mooi was ? De prachtige omgeving van het College zit daar voor iets tussen, maar ik wil daarnaast drie dingen bijzonder aanstippen. Het gebruik van karren en koetsen, met levende dieren, droeg erg bij tot de belevingswaarde van het stuk – het gaf bovendien alweer een kans om een sterk punt van Essen in de verf te zetten. En het decor was wel echt héél knap. Niet alleen de trein, elk gebouw klopte en het geheel zag er ook gewoon heel goed uit. En de kleding natuurlijk. Ook op dat vlak heeft Essen ondertussen een reputatie opgebouwd, die met Lijn 3 alleen maar sterker is geworden.

Ook over het verhaal wil ik nog iets zeggen. Uit een stuk interessante maar toch ook weer niet wereldschokkende Essense geschiedenis werd een vrij vloeiende, historisch verantwoorde en soms zelfs spannende verhaallijn gepuurd. Waar Niemandsland nog over de Dodendraad ging die we gemeen hebben met de hele grensstreek, ging het deze keer over Essen, Essen en nog eens Essen. Over de Kiekenhoeve, het Heuvelplein en natuurlijk het station. Niet evident. Met overigens een zéér mooie toepassing van het toneelprincipe van dat stelt dat iets (en zeker een wapen) dat in het begin van het verhaal geïntroduceerd wordt, voor het einde ervan moet worden gebruikt. Twee duelleerpistolen, die moeten afgeschoten worden. Tsjechov, de vader van dat principe, zou trots zijn geweest.

Zijn er kansen gemist ? Niet zo veel, er werden duidelijk ook lessen getrokken uit Niemandsland. Eentje misschien toch : de muziek had Essenser gekund. Er is talent genoeg hier om ook dat onderdeel zelf te realiseren. Het maakt de puzzel nog moeilijker natuurlijk, maar het verschillen tussen half gek en tweederde gek is verwaarloosbaar, niet ?

Ik moet afsluiten met felicitaties, natuurlijk. Helmut heeft gisteren in zijn dankwoord zo veel mogelijk mensen vernoemd, en ik kan me alleen maar bij hem aansluiten. Zeer knap werk, beste Lijn 3’ers. Ik heb Maria al genoemd, en ga daarnaast enkel Christophe en Britt noemen die de productie hebben geleid. En de enige die door Helmut niet werd bedankt, onze schepen van cultuur zelf. Petje af voor jullie allemaal.

Nieuw beeld

Nieuw beeld

Wie vandaag naar www.esseninbeeld.be gaat, krijgt plots een heel ander beeld te zien dan voorheen. Essen in Beeld kreeg een nieuwe gedaante. Eigenlijk voor de vierde keer : de site die ik in 2009 bouwde kreeg in 2011 een nieuw kleedje, en in 2016 een echte nieuwe look met de integratie met de site van de Heemkundige Kring. Maar nu is de verbouwing veel grondiger, en ben ik ook zelf niet de bouwheer. De Heemkundige Kring besliste om in een volledig nieuw en professioneel opgezet platform te investeren, waar onze fotocollectie van ondertussen ruim meer dan 120.000 beelden vanaf nu veilig is. Daarvoor werd beroep gedaan op een Essens bedrijf 2BuildIT, en dat is natuurlijk ook mooi.

Zaterdag mocht ik samen het Thomas Dekkers de nieuwe site voorstellen. In 2009 startten Steven De Laet, Rudi Smout en ik het project om online foto’s te verzamelen van het feestjaar 2009 (waarin Essen 850 jaar bestond) en om ook een oproep te doen om oude foto’s op te laden. In december 2010 wilden we er de stekker uittrekken. Meer nog, we deden dat ook. Maar Wekke Buyens merkte na enkele weken op dat de site node werd gemist, en we beslisten een doorstart te maken. “We”, maar eigenlijk vooral Rudi, want de site leeft dankzij zijn monnikenwerk : foto’s maken, verzamelen, klasseren, scannen… en opladen. Ik moest niet veel meer doen dan tussenkomen bij technische moeilijkheden, en gelukkig hebben die zich niet al te vaak voorgedaan. En verder was en ben ik een “gewone” bezoeker van de site, die af en toe langsgaat om foto’s te bekijken en op te zoeken.

Sinds een aantal jaren zitten we ook op Facebook, en dat blijkt een uiterst geschikt medium om de fotocollectie levend te houden. Het is soms verbazend hoeveel “likes” een eenvoudige foto van vroeger kan opleveren, maar ook hoeveel informatie er over sommige foto’s vanuit het collectief geheugen kan worden gerecupereerd. Ook daar ben ik één van de vele “vrienden”, met als enige voorrecht dat ik altijd toegang heb gehad tot de originele, niet verkleinde foto’s. Ook dat voorrecht speel ik vandaag kwijt : de site is helemaal heropgebouwd op basis van die originele foto’s, die nu voor iedereen toegankelijk zijn geworden. Dat zou opnieuw vooral Rudi wat zoekwerk moeten besparen, want vaak kregen we verzoeken om foto nummer zoveel door te sturen (een makkie, graag gedaan) of om die mooie foto van nonkel Jos te bezorgen (een speld in een hooiberg).

Ik weet dat er nog stapels foto’s klaarliggen om verwerkt te worden. En ondertussen blijft Essen natuurlijk ook gewoon elke dag de geschiedenis aanvullen : wat in 2009 nog actualiteit was, lijkt vandaag soms al ver verleden. Essen in Beeld heeft dus nog een gigantisch potentieel, en Thomas loopt bovendien rond met plannen om er nog andere projecten aan te koppelen.

Ik ga Essen in Beeld natuurlijk niet helemaal loslaten, zeker de eerste tijd niet. Wie weet ga ik zelf wel meer foto’s opladen, nu dat ook voor mij gewoon gemakkelijker is geworden. Maar toch is het vandaag een beetje een afscheid van een geesteskind, dat op 16-jarige leeftijd plots volwassen is geworden. Vaert wel ende levet scone !

Foto : Essen in Beeld (de allereerste foto die op de site werd opgeladen, op 1 januari 2009)
Diamant

Diamant

Een zestigjarig huwelijkjubilieum. Het komt meer voor dan vroeger. En ook meer dan later ! Mijn ouders, want over hen gaat het, behoren dan ook tot de generatie die vroeg genoeg en in de regel maar één keer trouwde, en lang genoeg leeft om de diamanten bruiloft te halen. Ze gaven elkaar het ja-woord op 24 april 1965, zes decennia geleden dus. Dat moet uiteraard gevierd worden, ook al verblijft mijn vader ondertussen al enkele maanden in De Bijster. Lekker ontbijten lukt gelukkig nog wel, en daarvoor trokken we naar Annelies in Hoek, met de dichte familie en enkele vrienden.

Ook de burgemeester en de schepen van seniorenbeleid waren erbij. Dat werd niet alleen door mij gewaardeerd. Geert en Robin namen de honneurs uitstekend waar, al moet ik erbij zeggen dat Brigitte Quick dat tien jaar geleden ook perfect deed. Dat zo een stukje betrokkenheid van de gemeenschap bij het wel en wee van de Essenaren wordt uitgedrukt, is ook gewoon belangrijk. Dat diezelfde gemeenschap ook nog een koers organiseerde in Hoek kwam ons qua parking wat minder goed uit, maar toont natuurlijk vooral aan dat Essen -en ook de kleinste maar mooiste wijk ervan- volop leeft.

Het waren andere tijden in 1965. Ik ben mijn korte welkomstwoordje begonnen met de vaststelling dat het de tijd was dat de kinderen nog niet uitgenodigd waren op de trouwfeesten. De normen van vandaag zijn niet meer die van gisteren – op veel vlakken gelukkig maar. Op de foto’s staan ook heel wat mensen die er niet meer zijn. Mijn grootouders, bijvoorbeeld, of de broers en zussen van mijn vader – die toen nog volop in de fleur van hun leven waren. Maar de foto’s lijken toch ook gewoon op de trouwfoto’s van vandaag, die van mijn eigen huwelijk of van andere koppels die elkaar vandaag het jawoord geven. Zelfs als dat al eens twee mannen of twee vrouwen zijn: de sfeer, de gezichtsuitdrukkingen en ongetwijfeld ook het buffet zien er toch altijd een beetje hetzelfde uit. Het leven gaat door. Dat is een mooie vaststelling, en ik hoop dat die bij mijn zestigste huwelijksverjaardag (de kans is klein dat ik daarbij ben, maar wellicht wordt het desondanks ooit 10 november 2078) nog even goed zal gelden.

 

Verrezen

Verrezen

“Christus is uit de doden opgestaan” oftewel “Χριστὸς ἀνέστη ἐκ νεκρῶν” – de woorden van het troparion waarmee al pakweg 1.500 jaar het Paasfeest wordt aangekondigd weerklonken vandaag vanop het Sint-Pietersplein in Rome, bij de begrafenis van paus Franciscus. Waarna hij werd bijgezet in de Sante Maria Maggiorebasiliek, dicht bij zijn geliefde “Salus Populi Romani”-icoon – gemaakt in Kreta en ongeveer van dezelfde periode als het troparion. Paus Franciscus was een bescheiden mens die zijn taak als hoofd van de Kerk uitstekend heeft vervuld. Hij heeft de naam die hij als eerste paus koos helemaal waargemaakt, en laat heel grote schoenen achter om in te stappen. Was het allemaal volmaakt ? Neen, maar hij zeer mild voor anderen en verdient dus dat we aanvaarden dat ook in Rome tussen droom en daad af en toe tradities en bezwaren in de weg staan. Franciscus werkte alleszins hard om de katholieke en orthodoxe kerken dichter bij elkaar te brengen, en hopelijk worden die inspanningen door zijn opvolger verder gezet.

Een week eerder, op zaterdagavond, stipt om middernacht, zong ik hetzelfde troparion mee – gelukkig met velen zodat mijn zangtalent niet opviel. Dat gebeurde aan de Sint-Nicolaaskerk in Salamina, vlak bij de zee – van de patroonheilige van de zeevarenden kan moeilijk anders worden verwacht. Zoals gebruikelijk werd het evangelie op de trappen van de kerk voorgelezen, waarna stipt om twaalf uur de verrijzenis werd aangekondigd en dus het eeuwenoude troparion werd ingezet. Waarna we ons niet bij de kleine minderheid aansloten die vervolgens binnen in de kerk de rest van de Paasliturgie volgt, maar zoals de meerderheid met het licht van de Paaskaars huiswaarts trokken, om rode eieren te klutsen en iets te eten en te drinken, nu de vastentijd erop zat.

“We”, dat waren deze keer ook mijn broer en nog zes vrienden van hier. Ik speelde, met de deskundige bijstand van mijn echtgenote die vooral telefonisch nogal wat geregeld krijgt in haar thuisland, een kleine week voor reisleider op een trip die ons in Athene, Hydra, Nafplio, Mycene, Epidaurus en dus Salamina bracht. Met de voorbereidingen voor Pasen als rode draad doorheen de eerste dagen. Het weer zat mee, en het was erg leuk om te doen. De trip heeft me ook voor het eerst naar Mycene gebracht, het belangrijkste centrum van de oudste Griekstalige beschaving, waar rond 1.350 voor Christus 35.000 mensen zouden hebben gewoond – die overigens moesten oppassen voor de leeuwen die er toen nog in het wild voorkwamen, en waarvan de beeltenis het oudste Europese reliëf siert, dat in de stad te vinden is.

Daarmee heb ik natuurlijk wel de Essense Paasmarkt gemist, die weliswaar enkele eeuwen minder oud is, maar toch ook een traditie mag worden genoemd, net als de bijhorende voorstelling van De Spycker. Gelukkig kan ik die wel lezen, want mijlpalen in de geschiedenis zijn er nu eenmaal in verschillende soorten !