Archief van
Categorie: Essen politiek

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.

Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.

Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.

Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.

Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.

Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.

Foto : vlaggenwijding KSA Heidebloempje 1954 met links (van de groep die rechtstaat) bondsleider Herman Suykerbuyk (foto  : archief Heidebloempje)
Voorbeeld

Voorbeeld

Het Vlaams Belang heeft een voorstel ingediend voor de gemeenteraad van volgende dinsdag. Dat mag. Ik heb er zelf ook twee mee ingediend. Het voorstel van extreem-rechts gaat over 25 Essenaren, die worden opgeroepen om zich tweejaarlijks aan een drugscreening te onderwerpen en vervolgens de resultaten publiek te maken. Op kosten van de gemeente. Het moet zijn dat ze zich vreemd gedragen. Het argument is dat ze een voorbeeldfunctie hebben. Zijn ze dokter, pastoor, politieagent ? Neen, ze zijn gemeenteraadslid ! Ik ben blijkbaar een voorbeeld voor u allen – toch voor de Essenaren onder u, want ik neem aan dat het daartoe beperkt blijft. Ik zie u al driftig ja knikken achter uw computer. Pas daar toch maar mee op, hoor – ik heb allerlei slechte gewoonten die wellicht geen navolging verdienen. Ik raak bijvoorbeeld (!) vrij regelmatig de helft van een paar sokken kwijt. En ik draai de dekseltjes van conservenpotjes niet altijd vast dicht, wat een klein maar niet te ontkennen risico op glasbreuk oplevert.

Maar, goed, ik weet het nu. Dankzij het Vlaams Belang. Omdat u ons hebt verkozen, moeten we voorbeeldig zijn. U had dat erbij kunnen zeggen vooraleer u op mij stemde, maar nu weet ik het dus. Maar als dat geldt voor de drugswetgeving, geldt het natuurlijk voor alles. Dura lex, sed lex. Dus zou ik het voorstel graag willen uitbreiden :

  • We sturen elk jaar alle facturen van werken in huis naar de financiële dienst van onze gemeente, die nakijkt of alles wel netjes in het wit gebeurd is (zelfstandigen sturen uiteraard alle facturen) en vervolgens die facturen op de gemeentelijke website zet.
  • Uiteraard komt ook onze belastingaangifte op de gemeentelijke website.
  • We nodigen elk jaar de bouwdienst van het gemeentebestuur uit om na te komen kijken of alles waar we eigenaar van zijn wel netjes vergund is, en dat dan bekendmaakt.
  • We plaatsen een alcoholslot in onze auto, en programmeren onze gps zo dat de politie direct een berichtje krijgt als we ergens te snel rijden. De politie maakt dat uiteraard bekend.
  • Ik heb geen auto, dus dat vorige geldt niet voor mij, maar ik zal dan alle trein-, bus- en andere tickets ook aan het gemeentebestuur bezorgen. En als ik ’s avonds met de fiets rijd even een foto van mijn voor- en achterlicht naar de politie sturen.
  • We brengen onze vuilniszakken eerst binnen bij de milieudienst, zodat die kan nakijken of we wel correct sorteren. De foto van ons vuilnis komt uiteraard op de gemeentelijke website.
  • We laten onze berichten op sociale media even screenen door de communicatiedienst van de gemeente, zodat we zeker zijn dat we pakweg de wetgeving over aanzetten tot racisme niet overtreden. Bijkomend voordeel is dat ze er eventuele spelfouten uit kunnen halen.

Dat zijn natuurlijk alleen nog maar wetten, maar misschien moeten we onze voorbeeldrol ook nog wat uitbreiden ? Met kledingvoorschriften bijvoorbeeld. Ik zeg maar wat. Of gebruik van het Algemeen Nederlands. Of niet naar foute muziek luisteren. Of met wegblijven van neonazi-betogingen. U vult het lijstje vast verder aan.

Voor alle duidelijkheid : ik heb nog nooit illegale drugs genomen (wel eens een geneesmiddel waarvan ik ging hallucineren, telt dat ?). Voor mij is die test geen probleem. Maar ik pik de verdachtmaking niet. En ik denk ook niet dat de kiezer van een gemeenteraadslid verwacht dat we heiliger zijn dan de paus – maar als dat wel zo is, dan wel graag op alle domeinen !

Tenslotte beveel ik -in overeenstemming met de zojuist door mij genoemde paus, ongetwijfeld- de lezing van Mattheüs 7:3-5 aan, ook voor de niet-gelovigen.

Τί δὲ βλέπεις τὸ κάρφος τὸ ἐν τῷ ὀφθαλμῷ τοῦ ἀδελφοῦ σου, τὴν δὲ ἐν τῷ σῷ ὀφθαλμῷ δοκὸν οὐ κατανοεῖς;

Receptie

Receptie

Naar goed gebruik opende de Essense Vooruitafdeling vorige week het seizoen van de nieuwsjaarsrecepties. Het was er zoals elk jaar best gezellig. En naar al even goed gebruik reikte de partij haar Sooi Noldus Solidariteitsprijs uit. Die ging naar Gert Beyers, die de eerst dagelijkse en nu wekelijkse actie voor Palestina aan het Essense gemeentehuis in gang zette. Een terechte beloning voor zijn doorzettingsvermogen om het lot van de Palestijnen in Gaza onder de aandacht te brengen. Ik was het lang niet met alles eens dat hij in zijn speech aanhaalde, maar de actie zelf was best inclusief door zonder verdere te eisen dat de genocide moest stoppen – een uiteraard zeer terechte eis.

Ik zou het zelf als gemeenteraadslid wat vreemd vinden om aan het gemeentehuis te staan met een spandoek of een vlag – ik kan binnen mijn mening uiten, en beperk me daar ook liever tot wat echt van gemeentelijk belang is, maar in virtuele navolging van Gert ga ik vandaag hier een vlag hijsen, met name de vlag met leeuw en zon in solidariteit met het Iraanse/Perzische volk dat vandaag het regime van de ayatollahs probeert omver te werpen.

Maar eigenlijk ging het over recepties ! Gisteren hielden we met N-VA/PLE onze eigen nieuwjaarsreceptie, in Businesscenter De Grens. Met vicepremier Jan Jambon (N-VA) als gast. Ik mocht het reeksje met speeches openen, voor de burgemeester en de minister. En dit is wat ik gezegd heb :

Beste aanwezigen,

Welkom. Ik ga beginnen met de beste wensen voor 2026, namens de mandatarissen en het bestuur van N-VA/PLE.

2025 sluiten we daarmee af. Het was een bewogen jaar. Internationaal moest Europa leren leven met een Amerikaanse president die ons niet als een bondgenoot ziet, maar als een lastige rivaal, een hinderpaal in het geopolitieke spel waar hij alleen de regels van bepaalt, zoals we in de eerste dagen van dit jaar opnieuw zagen. Een jaar ook waarin de oorlogen aan de Europese grenzen voortraasden en de democratie onder druk stond. De consequenties van die ontwikkelingen gaan ons nog lang zorgen baren, maar dat we een sterker Europa nodig hebben zal hopelijk niemand meer betwisten.

Nationaal nam de N-VA voor het eerst de leiding van de federale regering. Ik werk voor als ambtenaar voor die regering, dus ga ik ze niet beoordelen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat Jan het positieve bilan zelf perfect kan opmaken.

In Essen werd 2025 het eerste volledige jaar sinds mensenheugenis met een echt nieuw bestuur, onder leiding van N-VA/PLE. Dat betekende voor alle partijen dat ze zich aan een nieuwe realiteit moeten aanpassen.

Het Vlaams Belang ging zich constructief opstellen, beloofden ze na de verkiezingen. Af en toe leek dat te lukken, maar blijkbaar zijn er instructies uit Brussel gekomen dat wild om zich heen schoppen toch beter bij het partij-DNA past. Met behulp van Chat GPT wordt er dus zonder veel samenhang in alle richtingen geschoten. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Cd&v trapt gelukkig niet in dezelfde val. Na altijd te hebben bestuurd is oppositie voeren niet evident, maar hier en daar een uitschuiver niet meegerekend is de opstelling kritisch maar constructief. Met goede suggesties, terechte opmerkingen en zinvolle lessen uit het verleden moeten we zeker rekening houden, maar op onterechte kritiek en heimwee naar het verleden gaan we helder blijven antwoorden en duidelijk maken dat wij echt een verschil maken.

Met Vooruit sloten we een helder en ambitieus bestuursakkoord af, dat we ondertussen vertaalden in een even ambitieus maar realistisch meerjarenplan. We zijn het natuurlijk niet over alles eens, en dat hoeft ook niet, maar zoals Jan ongetwijfeld kan bevestigen is de socialistische partij er één die op alle niveaus haar verantwoordelijkheid neemt en waar afspraken mee kunnen worden gemaakt. We gaan dus keihard samen met hen aan één zeel blijven trekken om Essen in de juiste richting vooruit te doen gaan.

Dat brengt ons bij onszelf. Ik ben trots op wat we als team van mandatarissen het voorbije jaar hebben neergezet. Het was niet altijd gemakkelijk. Er zaten lijken in de kast, gelukkig niet zo heel veel, maar de kasten bleken vooral niet altijd zo gemakkelijk open te gaan. Het hele raderwerk van het gemeentebestuur had dringend olie nodig, en daar gaan we nog wel even mee bezig zijn.

Dat hield ons niet tegen om een stevige stempel te drukken en echt van start te gaan met het vormgeven van het Essen van 2030 en 2040. Met bestuurders die luisteren naar wat er leeft in onze gemeente, en die ook moeilijke knopen kunnen doorhakken. Essen is in 2025 veiliger, leefbaarder, actiever en meedenkender geworden – exact zoals we hadden beloofd en zoals onze burgemeester nog verder zal toelichten.

Zijn we er al ? Neen, natuurlijk niet. De weg is nog lang, en we hebben ongetwijfeld ook kansen gemist om elkaar bij te staan, in de verdediging maar ook om de finale voorzet te geven waarop de ander kan scoren. Daar moeten we allemaal aan werken. Laten we dus in het komende jaar meer dan ooit als team de schouders zetten onder het N-VA/PLE-project.

Maar eerst is het dus tijd voor een feestelijk moment. Er valt overigens wel wat te vieren dit jaar. PLE bestaat 25 jaar, en is nét iets ouder dan N-VA, dat dit najaar ook 25 jaar bestaat. En onze Nieuwsflits is ook al aan zijn 25e jaargang toe. Redenen genoeg dus om tussen het harde werken door af en toe gewoon ook te klinken op vriendschap en vertrouwen.

En daarmee geef ik graag het woord door aan de burgemeester.

Tussen droom en daad

Tussen droom en daad

Met een “gezamenlijke commissie” vorige week, en vervolgens twee gemeenteraden deze week, werd het meerjarenplan voor 2026-2031 afgeklopt. Het werd een goed debat, volgens hetzelfde stramien van zes en twaalf jaar geleden. De hele discussie verliep constructief en hoffelijk, en focuste grotendeels op de inhoud. Dat was de verdienste van het schepencollege, dat een goed uitgewerkt en onderbouwd plan voorstelde en ook bereid bleek om dat degelijk toe te lichten, maar uiteraard ook van de raadsleden. En zoals dat dan gaat is het daarbij vooral de oppositie die de toon zet. Cd&v haalde duidelijk enige inspiratie bij ons voor de gekozen werkwijze, en die bleek zowel geschikt om het plan op een aantal vlakken nog bij te sturen, om zaken die onderbelicht waren gebleven onder de aandacht te brengen als om verschillen aan te geven. Bij dat laatste gingen ze -wellicht bewust- niet tot het bot. Er werd enkele keren, langs twee kanten, gezegd dat we van mening verschillen en dat dat ook goed is, maar het werd geen politiek steekspel. Hoewel daar, wellicht ook aan twee kanten, wel munitie voor was. Ik speelde deze keer in de verdediging, maar heb de botte bijl niet moeten bovenhalen, aangezien ook Steff Nouws de zijne had thuisgelaten (ik had ze wel bij, je moet altijd voorbereid zijn). Steff haalde zo volgens mij het maximum uit een, toegegeven, niet eenvoudige positie, als de “eeuwige” bestuurspartij die in de oppositie belandde. Goed werk, ook van zijn fractiegenoten – dat mag gezegd worden.

Vlaams Belang kwam met een andere innovatie, en liet ChatGPT het werk doen – of Ronnie de Robot, zoals ik hun nieuwe collega in de raad heb genoemd. Het leidde zowel bij de ingediende vragen als tijdens de raad zelf tot quasi-wartaal, maar het geeft wel aan dat artificiële intelligentie een factor wordt om rekening mee te houden, ook in de gemeentepolitiek. Ik weet weliswaar niet echt wat ik daarvan moet denken, maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe – wegdenken kan nu eenmaal niet.

Natuurlijk leverden ook de meerderheidspartijen, het schepencollege en raadsvoorzitter Dirk, die vlotjes de weg wees door de amendementen, belastingen en retributies heen, uitstekend werk. En de administratie die voor een goede voorbereiding had gezorgd, en voor antwoorden op de talrijke vragen. Het resultaat is het eerste Essense meerjarenplan dat geen tegenstemmen kreeg, en een werkstuk waarop ik mee trots ben. Het vormt een uitstekende basis om de komende jaren mee aan de slag te gaan. Voor mij is dit het plan dat moet toelaten om Essen ook in de toekomst te besturen als moderne, zelfstandige gemeente, met een uitstekende dienstverlening en waar het goed is om te wonen. Dat is een heel ambitieuze doelstelling, maar dat ben ik alvast aan mijn kiezers verplicht, vind ik.

De dubbele raad betekende ook het afscheid van Jokke Hennekam, die na net geen kwarteeuw de raad verlaat. Ze deed dat door op onnavolgbare wijze een concreet verhaal boven te halen (iemand die plots moet betalen voor een aansluiting op de riolering), waarmee ze blijkbaar op een raadsbesluit uit 1973 was gestoten. In haar afscheidswoord richtte ze zich tot alle fracties. Bij ons constateerde ze een grote wens om veel zaken te veranderen, maar ze verwittigde ons dat de administratieve molen soms erg traag draait, en ze bracht de zeer bekende versregel van Willem Elsschot in herinnering “(Want) tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren (…)”. Ze gaf ons vervolgens de raad tóch door te zetten, en die ga ik alleszins ter harte nemen.

Na Elsschot een eigen gedicht (of toch een reeks van min of meer rijmende verzen) brengen is natuurlijk een beetje pretentieus, maar Steff en ik waagden ons er allebei aan – in mijn geval lichtjes plagiërend op een eerder gedicht dat ik al eens voor Jokke had geschreven). Daarmee ga ik dit stuk over de dubbele gemeenteraad ook afsluiten – de inhoud houd ik voor de Nieuwsflits.

Eerbewijs uit het ongerijmde

Voor ereschepen Jokke Hennekam

Jokke stapt uit deze raad
Het gebed van velen heeft dan toch gebaat
Zodat de furie nu vertrekt
Rood van haar en rood gebekt
Oef, de zucht die menigeen nu slaat

Essen heeft het nooit begrepen,
Daarvoor echt toch te benepen
Afkomst noordens ’t Huis der Zuivel
’t kon alleen maar door den duivel
Werd die socialiste hier zomaar schepen

En dan ook nog van cultuur
Met succes ook, op den duur
Ging Essen zowaar leven
Dat we dat nog zouden beleven
Al was een eigen zaal voor Gaston te duur

Met onze schone Vlaamse taal
Ging ze ook al aan de haal
Met Esses werd ons oor bezeerd
Onze spraak verenneweerd
Zonder meer een groot schandaal

 

Ze kwam ook zomaar op voor alle kleinen
En dus zelfs voor de Palestijnen
In plaats van braafjes mee te stemmen
Beschikt zij niet echt over remmen
Zelfs over een stokoude rioleringslast
Haalt ze alles nog eens uit de kast
Toch een Vlaamse Leeuw, dus, niet te temmen

Menig koppel werd door haar getrouwd
Minstens één heeft zich dat niet berouwd
Want wat Jokke verbindt zal de mens niet scheiden
Al wist de Rex zich van wél haar te bevrijden
En werd die zowaar aan de tsjeven toevertrouwd

Na een kwarteeuw is ’t genoeg
Met vanuit de rode ploeg
’t Gezag hier te bevragen
En ons allen uit te dagen
En zo vaak te krijgen wat ze vroeg

Al blijft Essen op haar tong en in haar hart
In deze raad laat ze aan Leen haar part
She’ll take care of her grandchildren
We gaan haar daarbij niet hind’ren
Maar toch missen we haar nu al hard

Foto : Fotografils / ChatGPT
Wissel

Wissel

Ik heb de vorige gemeenteraad gemist – ik moest namelijk in Bratislava een vergadering voorzitten, zoals uit het voorgaande bericht blijkt. Ik heb de vergadering evenwel niet alleen mee voorbereid, maar vanzelfsprekend achteraf ook nagekeken en nagelezen wat er gezegd werd. Daarbij viel de vraag van het Vlaams Belang over “Park Spoor Essen” op, ook al omdat die de volgende dagen nog uitgebreid op de sociale media aan bod kwam. Het VB vroeg hoeveel geld er werd uitgegeven aan de studie over de bestemming van het stuk grond ten noorden van de voormalige goederenloods in Hemelrijk (Robotland) en wat er met de plannen uit de studie ging gebeuren. Het antwoord was dat er ongeveer 285.000 EUR werd uitgegeven, en dat er voorlopig niets mee gaat gebeuren : de plannen uit de studie vallen te duur uit, en de inzichten zijn veranderd. Natuurlijk gaat de studie nog wel als inspiratiebron worden gebruikt.

Het VB schreeuwde vervolgens moord en brand over het “weggegooid geld”. Mijns inziens geheel onterecht. Toegegeven, ik heb er even over moeten nadenken. 285.000 EUR is ook wel echt veel geld voor een studie, dat had wellicht goedkoper gekund. Toch ben ik tot het besluit gekomen dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn : het vorige bestuur (cd&v en Vooruit) deed er goed aan om een studie te laten maken over dit stukje Essen. En het huidige bestuur (N-VA/PLE en Vooruit) doet er goed aan om de resultaten daarvan voorlopig “on hold” te zetten.

We kunnen het er wellicht over eens zijn dat grondig nadenken en studies maken vooraleer een belangrijke beslissing te nemen verstandig is. Dat geldt ongetwijfeld ook over legislaturen heen : in een democratie hoor je ook beslissingen voor te bereiden die je zelf net meer zal kunnen nemen. Alleen een would-be dictator zou kunnen uitgaan van “après nous le déluge”. Natuurlijk kan je discussiëren over de parameters, de prioriteiten (wat wel en wat niet bestuderen) en nog veel meer. Maar ook in dat kader lijkt het me dat een studie over dit terrein een nuttig instrument is voor een gemeentebestuur.

Dat het huidige bestuur vervolgens voorlopig niets doet met de resultaten, is uiteraard in de eerste plaats niet de verantwoordelijkheid van cd&v. Die partij moet zich hoogstens verantwoorden voor de prijs en de voorwaarden van de studie. Pas als ze ook de onverkorte uitvoering ervan zouden vragen, moeten ze natuurlijk vertellen waar ze het geld daarvoor vandaan zouden halen, want de uitvoering wordt op 5 tot 6 miljoen geschat. De huidige bestuursploeg moet zich dan weer niet verantwoorden voor de studie en de kostprijs daarvan. En het moet al zeker niet in de “sunk cost fallacy” trappen : het is niet omdat een studie veel geld heeft gekost, dat je de resultaten ervan moet uitvoeren (vergelijk het met de persoon die elke week voor 100 EUR op de Lotto speelt, en daarmee niet kan stoppen “omdat hij al zoveel heeft geïnvesteerd” – dat klinkt maar is niet redelijk). Dat geldt voor N-VA/PLE, maar even goed voor Vooruit : die partij wist toen ze de studie mee opzette niet wat het resultaat ervan ging zijn, en hoe nadien de politieke en financiële situatie ging evolueren. Dat betekent dat geen enkele van de drie partijen, cd&v, N-VA/PLE en Vooruit onverantwoordelijk heeft gehandeld. Als het VB ze natuurlijk allemaal als één pot nat beschouwt en doet alsof het over één college gaat dat een glazen bol had moeten hebben, dan bewijst dat vooral dat die partij niet in staat noch bereid is om verantwoordelijkheid te nemen. Quod erat demonstrandum. Want wat zou het VB nu doen als zij aan de macht waren gekomen ? De studie “ontmaken” of de prijs van de plannen negeren ?

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat het om een perceel gaat dat veel kansen biedt en dat mee beeldbepalend is voor Essen. De achterkant van het station is de mooiste kant, en komt van daaruit het best tot zijn recht. Terecht heeft het schepencollege dan ook aangegeven dat er verder wordt nagedacht hoe er (betaalbaar) iets mee kan worden gedaan, en uiteraard zal de gemaakte studie daarvoor mee als een uitgangspunt dienen.

Jaargetij

Jaargetij

Een jaar geleden wonnen we met N-VA/PLE de Essense gemeenteraadsverkiezingen. Zoals Geert had voorzien moest het veroveren van een 11de zetel volstaan om onmisbaar te worden, en zo viel het ook uit. In de dagen na de verkiezingen sloten we een coalitie met Vooruit, die later leidde tot een stevig bestuursakkoord. En we gingen aan de slag.

Politiek is een ploegsport, je bereikt er alleen iets samen met anderen. We werkten dus een opstelling uit, en spurtten begin december het veld op. Dat bleek er slechter bij te liggen dan we hadden verwacht; structureel was het onderhoud ervan sterker verwaarloosd dan we vanuit de tribune konden zien. Desalniettemin zijn we er na een jaar in geslaagd om een verschil te maken.

In een ploeg heb je iedereen nodig, maar ik ga toch één uitblinker vermelden.  Ik ben het voorbije jaar een fan geworden van het hele schepencollege, maar de burgemeester is echt wel een uitstekende spits. Hard werkend, betrokken bij wat er in de gemeente leeft, met een visie en veel daadkracht. Wie een softie had verwacht kreeg een burgemeester die hard durft ingrijpen als het nodig is, die durft zeggen waar het op staat en doorbijt. Met een heel warm hart voor de Essenaren. En altijd met de glimlach.

Op de openingszitting van de gemeenteraad heb ik gezegd dat “Burgemeester Geert” al meteen vertrouwd in de oren klonk. Na een jaar blijkt dat ik daar zeker geen ongelijk in heb gekregen. Ongetwijfeld net als Dirk denk ik nog wel eens terug aan het gesprek waarin we hem -met moeite- overtuigden om politiek actief te worden. Het maakt me een beetje trots. En het is natuurlijk leuk om in een ploeg te staan met een sterke kapitein, die zelf een goede spits is maar ook anderen laat scoren.

Voor de veiligheid

Voor de veiligheid

Veiligheid was een belangrijk thema op de gemeenteraad gisteren. Terecht, want in de voorbije weken en maanden bleek dat met name als gevolg van een drugproblematiek die vooral in onze Nederlandse buurgemeenten de kop opsteekt ook in Essen zowel de veiligheid als het veiligheidsgevoel afnamen. Dat onderscheid toont al een eerste uitdaging voor de discussie en voor het beleid aan : het gaat zowel om een objectief als om een subjectief gegeven. Met het woord “veiligheid” kunnen we veel bedoelen, maar in dit kader en binnen de politiek lijkt het me het meest zinvol om het te definiëren als de kans op een gebeurtenis in het publieke domein die je leven ernstig verstoort : een verkeersongeval, een inbraak, fysiek of ernstig verbaal geweld… En het veiligheidsgevoel is dan de subjectieve inschatting van die kans. In dat soort inschatting zijn we als mensheid overigens niet zo goed : vliegangst is veel meer verspreid dan autoangst, ondanks de statistieken. En we maken ook allemaal een andere inschatting. Dat bekent evenwel niet dat het gevoel nergens op gebaseerd is – dat is een denkfout die ook wel eens wordt gemaakt. Vliegtuigmaatschappijen doen er gelukkig en terecht alles aan om alle mogelijke ongelukken te vermijden.

Het andere probleem is dat je als overheid nooit het hele probleem in de hand hebt. Voor een stuk omdat je de objectieve en subjectieve factoren nooit allemaal op één lijn kan krijgen : in een politiestaat met tot de tanden gewapende agenten op elke straathoek voel ik me ook niet veilig. Voor een deel omdat de inschattingen verschillen, en dus de mate waarin mensen vinden dat andere belangrijke zaken aan veiligheid mogen worden opgeofferd – denk aan de discussie over de investeringen in defensie die nu in heel Europa plaatsvindt : mogen die al dan niet ten koste gaan van pakweg hogere pensioenen ? Deels ook omdat er eenvoudige oplossing lijken te bestaan – waar onverantwoordelijke extremisten al eens op inspelen : sommigen verwachten dat alle criminaliteit zal verdwijnen in de al genoemde politiestaat, anderen dat alle oorzaken van criminaliteit weggewerkt kunnen worden in een zeer egalitaire verzorgingsstaat.

Als gemeentebestuur heb je bovendien het bijkomende nadeel dat je niet alles in de hand hebt. Je bent afhankelijk van de politie (daar heb je nog iets aan te zeggen), maar ook van het justitieapparaat, van het bredere beleid op het vlak van bijvoorbeeld drugs, van het (mentale) gezondheidsbeleid, van zoveel factoren. Je kan, en moet, daar als gemeentebestuur eerlijk over communiceren, maar de burger verwacht van het meest nabije bestuur wel oplossingen. Niet onlogisch.

Dat maakt het hele veiligheidsdebat in een gemeenteraad ook moeilijk, tenzij je alles op één hoop veegt en je beperkt tot “zie je wel” roepen. Dat gebeurde gelukkig niet. We deden wel even aan partijpolitiek : Robin haalde terecht aan dat de cd&v-bestuurders in de vorige legislaturen niet echt voldoende prioriteit hadden gegeven aan veiligheid. Brigitte antwoordde terecht dat de problematiek zich nu een stuk scherper aftekent dan voordien. Dat geldt met name voor de drugsproblematiek : de flakkahandel tussen Antwerpen en Roosendaal speelt zich voor een stuk in onze gemeente af, en brengt ook hier een verslavings- en overlastproblematiek mee die zich niet zo eenvoudig naar elders laat verplaatsen.

In de discussie werden heel wat verschillende factoren aangehaald, en Geert wil terecht tot een coherent plan komen. Ondertussen probeert vooral de politie een aantal “quick wins” te realiseren. Er gaat an beide kanten nog heel wat doorzettingsvermogen nodig zijn. Daarbij gaat er hard moeten worden ingezet op samenwerking, ook tussen overheden, diensten, instanties… die dat niet gewoon zijn. En er gaan politieke taboes moeten sneuvelen. Aan de ene kant van het politieke spectrum gaat het absoluut nodig zijn om meer repressieve maatregelen, controles, camera’s… te aanvaarden dan spontaan misschien het geval zou zijn. Aan de andere kant gaan er meer maatregelen om mensen kansen te geven, alternatieven te bieden, te proberen terug op het juiste spoort te krijgen… geaccepteerd moeten worden dan rechtvaardig zou kunnen lijken. Alleen met zo’n én/én gaan we verder geraken en zowel de onveiligheid als het gevoel kunnen terugdringen – in het besef dat we hoe dan ook niet alles kunnen doen. Hopelijk was deze gemeenteraad vooral een eerste stap op dat kronkelige pad in de juiste richting.

Essen trekt een Lijn

Essen trekt een Lijn

Ik ben pas bij de laatste opvoering naar Lijn 3 gaan kijken. Ik besefte in de loop van de week dat ik wel een risico had genomen : stel dat ik er uiteindelijk niet bij kan zijn, dan zou ik het gemist hebben. Maar gelukkig zat ik dus gisterenavond wel in de tribune. En dus moet ik er nu iets over zeggen. Het blijkt evenwel niet zo gemakkelijk om woorden te vinden. Ik dacht eerst te vertrekken van “indrukwekkend”. Dat is het ook. Dat zou een gepaste woordkeuze zijn als ik niet zou weten hoe dit stond is gekomen, als het in een dorp ver weg zou plaatsvinden, als ik het als een gewone opvoering zou hebben bekeken. Maar ik ben dus gaan kijken naar een stuk dat zomaar gewoon eventjes door 400 Essense vrijwilligers is gerealiseerd. Daar past eigenlijk alleen “overdonderend” bij.

Disclaimer : zelf heb ik hier 0,0 verdienste aan. Of neen, 0,00001 – ik heb op een (belangrijke) vergadering van de vzw Kobie hierover enkele jaren geleden voluit gepleit om het avontuur aan te gaan. Zonder de historische stoet van 2009 en zonder Niemandsland zou ik de initiatiefnemers – Maria Gommeren op kop – wellicht half gek hebben verklaard, hoor. Nu ik het gezien heb, blijkt overigens inderdaad dat ze half gek waren, want eigenlijk kan dit niet. Tenzij.

Tenzij je erin slaagt om werkelijk alle puzzelstukken samen te leggen. Als dit een professionele productie zou zijn geweest, dan zou ik enkele minpuntjes hebben aangestipt, en vervolgens het verhaal hebben aangeprezen dat goed in elkaar stak, de muziek die fantastisch klonk, de dynamiek in het hele stuk met “massa”-scènes die een feest voor het oog waren, de solide zangprestaties, de uitstekende belichting, … Ik zou het erg goed hebben gevonden. Maar het was dus geen professioneel stuk, en ook dat maakte de sterkte ervan. Het maakte het authentieker, de zichtbare speelvreugde werd er zoveel groter door, het evenwicht tussen de (sterke) solozangers en de anderen die door hen niet in de schaduw werden gesteld zat beter dan in een “top-musical” wellicht het geval zou zijn geweest. Het werd ook nooit “over the top”.

Zei ik al dat het visueel zeer mooi was ? De prachtige omgeving van het College zit daar voor iets tussen, maar ik wil daarnaast drie dingen bijzonder aanstippen. Het gebruik van karren en koetsen, met levende dieren, droeg erg bij tot de belevingswaarde van het stuk – het gaf bovendien alweer een kans om een sterk punt van Essen in de verf te zetten. En het decor was wel echt héél knap. Niet alleen de trein, elk gebouw klopte en het geheel zag er ook gewoon heel goed uit. En de kleding natuurlijk. Ook op dat vlak heeft Essen ondertussen een reputatie opgebouwd, die met Lijn 3 alleen maar sterker is geworden.

Ook over het verhaal wil ik nog iets zeggen. Uit een stuk interessante maar toch ook weer niet wereldschokkende Essense geschiedenis werd een vrij vloeiende, historisch verantwoorde en soms zelfs spannende verhaallijn gepuurd. Waar Niemandsland nog over de Dodendraad ging die we gemeen hebben met de hele grensstreek, ging het deze keer over Essen, Essen en nog eens Essen. Over de Kiekenhoeve, het Heuvelplein en natuurlijk het station. Niet evident. Met overigens een zéér mooie toepassing van het toneelprincipe van dat stelt dat iets (en zeker een wapen) dat in het begin van het verhaal geïntroduceerd wordt, voor het einde ervan moet worden gebruikt. Twee duelleerpistolen, die moeten afgeschoten worden. Tsjechov, de vader van dat principe, zou trots zijn geweest.

Zijn er kansen gemist ? Niet zo veel, er werden duidelijk ook lessen getrokken uit Niemandsland. Eentje misschien toch : de muziek had Essenser gekund. Er is talent genoeg hier om ook dat onderdeel zelf te realiseren. Het maakt de puzzel nog moeilijker natuurlijk, maar het verschillen tussen half gek en tweederde gek is verwaarloosbaar, niet ?

Ik moet afsluiten met felicitaties, natuurlijk. Helmut heeft gisteren in zijn dankwoord zo veel mogelijk mensen vernoemd, en ik kan me alleen maar bij hem aansluiten. Zeer knap werk, beste Lijn 3’ers. Ik heb Maria al genoemd, en ga daarnaast enkel Christophe en Britt noemen die de productie hebben geleid. En de enige die door Helmut niet werd bedankt, onze schepen van cultuur zelf. Petje af voor jullie allemaal.

Stoppen !

Stoppen !

De gemeenteraad van gisteren werd gedomineerd door twee punten die door de cd&v-oppositie werden geagendeerd. In de eerste plaats bespraken we een motie over Gaza. De versie van cd&v werd grondig herwerkt door Emma Lambregts (Vooruit) en mezelf, en leverde een resultaat op waar ik best tevreden mee ben. Het is een evenwichtige tekst, vrijwel unaniem gedragen -op enkele onthoudingen bij enkele stukjes ervan na- die duidelijk maakt dat we ons als Essen bewust zijn van onze bescheiden plaats op de wereldkaart en de beperkte bevoegdheden die we als gemeente hebben, maar die wel aangeeft dat er een grens werd (en wordt) overschreden.

In de toelichting bij de amendementen van N-VA/PLE en Vooruit heb ik dit gezegd : “Collega’s, het belangrijkste is evenwel niet de woordkeuze, wel de boodschap die we als Essen willen geven: we zijn heel bekommerd over het conflict tussen Israël en Palestina, en de richting die het is uitgegaan. Dat is op zich een heel complex probleem, dat het resultaat is van duizenden jaren geschiedenis, een geschiedenis waar we ook hier in Europa een niet altijd even fraaie rol in hebben gespeeld. We kennen hier ook wel iets van genocides. Heel die analyse willen we niet maken, maar we willen wel heel duidelijk maken dat het buitensporige geweld dat de regering-Netanyahu gebruikt in Gaza onmiddellijk stopt. Hier trekken we de lijn, welke kleur die ook heeft.”

Een stukje van de inspiratie daarvoor vond ik in een taxi in Athene, twee dagen vóór de gemeenteraad. De chauffeur wist ons vol overtuiging te vertellen dat alles wat er in het land misliep, te beginnen bij een recente platte band, de schuld was van de joods-Duitse lobby – en dat het allemaal beter was onder het kolonelsregime in zijn land. Enkele nazi’s hebben zich ongetwijfeld omgedraaid in hun graf (of eerder aan het spit in de hel), maar het toont wel aan de spoken uit het Europese verleden niet dood zijn, en het herinnert aan onze verantwoordelijkheid tegenover Israël én de Palestijnen.

Het tweede punt ging veel rechtstreekser over Essen. Het verkeerslicht dat tien jaar geleden in Hoek werd geplaatst werd op oranje knipperlicht gezet. In overleg met de politie oordeelde het schepencollege dat dit veiliger is. Het rode licht wordt namelijk te vaak genegeerd, waardoor het groen licht voor de voetgangers een vals gevoel van veiligheid geeft. Dat is een moeilijke afweging, maar wel één die ik helemaal volg.

Toen de verkeerslichten werden geplaatst heb ik in de gemeenteraad al gezegd dat Essen niet de gemeente mocht worden waar je ongestraft door het rood mag rijden. Jammer genoeg is dat van bij het begin misgelopen, door niet meteen de juiste camera’s te plaatsen. En eigenlijk is het nooit meer goed gekomen. Ik heb ook mee in het verkeerslicht geloofd, maar na tien jaar moet ik vaststellen dat het geen goede keuze is geweest. De doorgang van de Moerkantsebaan had anders aangelegd moeten worden, om de snelheid af te remmen. Die snelheid wordt trouwens wel omlaag gehaald door het oranje knipperlicht, zo bewijzen de cijfers, al zou ik het liever met een infrastructurele ingreep zien. Maar in afwachting daarvan is het oranje licht de beste keuze. Met alle respect overigens voor wie een andere keuze maakt : we willen allemaal zo weinig mogelijk en liefst geen verkeersslachtoffers.

Cd&v wilde de verkeerslichten wel terug rood en groen laten worden. Ze kregen de steun, via een petitie, van een aantal omwonenden. Maar de gemeenteraad gaf hen over de hele lijn ongelijk. Toegegeven, in een ideale wereld stopt iedereen voor rood. Maar soms (en alleen in het verkeer !) is oranje toch beter.

’t is Prijs

’t is Prijs

Ik heb nog eens een voorstel ingediend in de gemeenteraad. Toegegeven, dat heeft wat langer geduurd dan in de vorige legislaturen. Maar kijk, het is wel goedgekeurd geraakt. Ook wel omdat ik drie mede-indieners had uit de drie grootste fracties. Dat helpt.

Met Jan en Steve Suykerbuyk en Jokke Hennekam stelden we voor om een prijs in te voeren voor Essense studenten die hun thesis, eindwerk (doctoraat voor mijn part) aan onze gemeente wijden. Aan de geschiedenis, bijvoorbeeld, maar het mag ook over de grondlagen of de sociale lagen gaan. Als het maar over Essen gaat: de wiskundige die erin slaagt om een stelling te bewijzen die énkel in Essen geldt, is wellicht zeker van de prijs .

Elk jaar belonen we het beste werk, of de twee beste werken. We proberen het zo eenvoudig mogelijk te houden. En we noemen de prijs naar een “Grote Essenaar” – dr. Jef Goossenaerts, wellicht vooral bekend als (moeilijk te spellen) straatnaam, die weliswaar afkomstig was uit Achterbroek maar in onze gemeente een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo gaf hij de naam “De Spycker” aan het tijdschrift van de Essense Heemkundige Kring. Maar eigenlijk -of alleszins voor mij- nog belangrijker : hij behoorde tot de oprichters van studentenbond Heidebloempje, vandaag KSA Heidebloempje Essen.

Het reglement gaat nog wat verder verfijnd worden, maar de prijs komt er. Wie als student nog naar een thema voor een thesis zoekt, kan dus al eens overwegen om deze aan Essen te wijden…

Foto : Essen in Beeld – Processie Sint-Antonius Essen-Statie. Foto uit nalatenschap Rogier Goosen. – Studiemateriaal voor een (kerk)historicus – of in de mode-academie ?