De Mooie Moeial

De Mooie Moeial

Gisteren, in de gemeentelijke gerestaureerde goederenloods die nu door Robotland wordt gebruikt, hebben we opnieuw een “Moeial” uitgereikt. In 2000 mijn geesteskind, maar succesvol geadopteerd door N-VA/PLE en met name Bart Van Esbroeck, die ook nu het proces in gang zette. We hadden moeilijk een keuze kunnen maken die me nog sterker aan het hart ligt dan de beslissing die we deze keer namen. We kozen namelijk voor de bouwcomités die zich in het recente verleden of op dit ogenblik inzetten voor nieuwe jeugdlokalen. Een verhaal dat een beetje aansluit bij mijn vorige tekst, over de Kerk die zijn materiële verplichtingen loslaat. Al liet ze de lokalenbouw al langer vooral aan anderen over, en wil ik hier vooral geen klaagzang van maken. Het is namelijk vooral een verhaal van nog altijd springlevende jeugdverenigingen in onze gemeente, die mee zijn gegaan met de tijd en toch nog steeds doen wat ze al zo lang zo goed doen, en één van mensen die hun talenten, werkkracht en vrije tijd investeren om te zorgen dat daar ruimte voor is. Letterlijk dan. Een vloer om op te spelen, een deur die altijd openstaat, een wastafel om héél vuile handen een beetje properder te maken, een keuken om iets te koken dat plots zo veel lekkerder smaakt dan elders, een hok om ballen en onvergetelijke herinneringen in op te bergen. Een thuis.

Wout Suykerbuyk maakte een fantastisch filmpje over de inzet van de comités en over de lokalen. Het gemeentebestuur betaalt 70% van de kosten van die lokalen. Dat lijkt veel, maar het is het niet. Want behalve die 30% bijeenbrengen doen die bouw- en/of feestcomités 98% van al de rest van het werk – en de gemeente dus 2%. Een functioneel gebouw uitdenken (en zeker in het geval van Horendonk ook nog eens een zeer mooi gebouw), al het papierwerk dat daar vandaag de dag bij komt kijken in orde maken, voeling houden met de leiding van de jeugdbeweging(en) -vaak meer dan één, mocht het nodig zijn kan ik uitleggen dat dat niet altijd evident is – : het is allemaal voor hen, zoals zo mooi uit het filmpje bleek. En ook waarom die 70% zowat de beste investering is die je in een gemeenschap kan steken : het verhaal van de lokalen van KLJ Hoek die zo’n beetje van de hele wijk zijn, maakte dat nog het best duidelijk.

Het is goed en belangrijk dat we als politieke partij onszelf soms even op de juiste plaats zetten. Wij werken ook hard en vaak ook vrijwillig om onze gemeente beter te maken, door het beleid in de juiste richting te sturen. Maar wij maken Essen niet. Dat doen de Essenaren, en vooral degenen die zich op welke manier ook inzetten voor onze gemeente. Door zich te laten horen – dat is heel belangrijk. Door dingen te doen, zelf zaken te veranderen, iets te betekenen voor anderen. En ja, die prijs dient ook om aan te geven waar we als politieke partij voor staan. Dat is dan weer onze taak – maar dan voor één keer toch vooral vanuit de schaduw.

De Moeial is voor wie vandaag het werk verzet. Ik ga als geestelijke vader evenwel voor één keer mijn recht claimen om hem op te dragen, en wel aan iedereen die ooit actief is geweest bij de bouw van Jeugdheem Deken Verbist en vervolgens in de Kernraad van dat Jeugdheem. Ik ga geen namen noemen, maar sommigen hebben er zo veel van zichzelf in gestoken dat ze weten dat het over hen gaat – of over een geliefde of zelfs een wat verdere voorvader/moeder die er niet meer is. Moge onze Moeial, maar vooral al die gebouwen en nog veel meer elk spel dat erin gespeeld wordt en elke vriendschap die er wordt gesloten een eerbetoon zijn aan hen.

Foto : Essen in Beeld, archief Heidebloempje : Bouw Jeugdheem Deken Verbist in 1963
Brief aan de bisschop

Brief aan de bisschop

Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Monseigneur,

We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.

U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.

Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.

Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.

Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.

Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.

Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.

Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.

Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers

Foto : Essen in Beeld – Gildenhuisfeesten Essen O.L.V. 1979
Meet and greet

Meet and greet

Paasmaandag. Op die dag schrijft Essen elk jaar geschiedenis. Met de jaarmarkt, die volgend jaar aan de 100e editie toe is. Maar vooral met de voorstelling van De Spycker, het jaarboek van de Essense Heemkundige Kring. Traditioneel wordt daar de raadzaal van het gemeentehuis voor gereserveerd, en terwijl buiten markt- en kermisklanken weerklinken wordt binnen stilgestaan bij verhalen uit het recente en minder recente verleden van onze gemeente. De Spycker heeft het dit jaar onder meer over De Paladijns en goochelaar Duffy, over elektriciteit en tabak, over de wasserij en de smederij. Een terugblik op de spektakel-musical Lijn 3 door Christophe Francken mocht uiteraard niet ontbreken – min of meer bij toeval prachtig aangevuld met enkele zeer oude foto’s van de familie Gihoul, die een hoofdrol speelt in dat verhaal. De verschillende auteurs zorgen voor afwisseling in de schrijfstijl, en de opmaak mag de laatste jaren absoluut ook gezien worden. Editie 2026 is opnieuw een mooi boekwerk.

Maar Thomas Dekkers nam de voorstelling ook te baat om verder te kijken dan het geschreven woord. In Essen wordt ook met andere media aan heemkunde gedaan. Hij haalde natuurlijk Essen in Beeld aan, en traceerde de bezoekers van de fotosite tot ver buiten onze landsgrenzen – al vermoed ik dat ik enkele van die “bezoekers” niet zomaar kén, maar zelfs bén. Hij haalde de mogelijkheden van artificiële intelligentie aan om dat erfgoed tot leven te brengen – en raakte daarbij de grens aan tussen representatie en herinterpretatie, waar ik het hier ook al eens over heb gehad. Natuurlijk besteedde hij veel aandacht aan Over de Meet, het geesteskind van Kristof Thill en hemzelf. De onvolprezen podcast brengt verhalen uit onze grensstreek tot leven.

Toevallig beluisterde ik de twee laatste beschikbare afleveringen op Paasmaandag in de trein. Ik genoot van het relaas van twee soldaten van Napoleon – het eerste niet-misdaadverhaal overigens uit de reeks, en van het verhaal van de ruzie tussen drie Roosendaalse voermannen die werd uitgevochten in de herbergen aan ons Heuvelplein. Dat laatste was meer typisch voor Over de Meet, niet alleen omwille van de “true crime” die werd behandeld, maar ook omdat de grens er een determinerende rol inspeelt. Met alle complicaties en ontsnappingsmogelijkheden van dien – hoewel het gerechtelijk apparaat zich ook onder het ancien régime niet zomaar liet afschrikken door de toevallige lijn die in 1648 in onze contreien werd getrokken. Al onthoud ik uit de verhalen ook dat de breuk die de Franse revolutie ook bij ons heeft veroorzaakt moeilijk kan onderschat worden. En ook dat een misdaad “bewijzen” in een tijd zonder DNA-testen of camera’s, maar zelfs zonder fotografie of straatverlichting (de eerste straatlantaarn brandde in Essen in 1855 volgens De Spycker) nooit evident is geweest, en dat ik bijna begrip ben binnen opbrengen voor de “tortuur” die dan maar werd ingezet.  Meer ga ik uiteraard niet vertellen, u moet gewoon doen zoals zovelen in Essen en daarbuiten al deden, en de podcast beluisteren ! En met mij hopen dat de makers nog veel verhalen gaan vinden om die onderhoudend en inventief tot bij ons te blijven brengen.

Foto : Essen in Beeld (Bernaards-Ribbens) – Bewerking : ChatGPT – Essen in 1910-1920
Van droom naar daad

Van droom naar daad

Drie dagen na elkaar een “politieke” vergadering. Dat is in de voorbije twintig jaar wel meer gebeurd, natuurlijk. Altijd boeiend. Maar bij de verkiezingen in 2024 heeft de Essense kiezer ons net genoeg zetels gegeven om onmisbaar te zijn voor een meerderheid, en daar ook de leiding van te nemen. Maakt dat dan een verschil voor mij ? En nog belangrijker, voor de Essenaar die voor N-VA/PLE heeft gekozen ?

Op basis van deze drie dagen kan ik daar volmondig “ja” op zeggen. Niet in de thema’s waarover onze vergaderingen gaan, en ook niet over de mate waarin we onze taak ernstig nemen. Maar de impact is wel anders. We hebben het over de mobiliteit in onze gemeente gehad; we gaan een mobiliteitsplan krijgen dat een kader biedt om het verkeer in onze gemeente veiliger en vlotter te laten verlopen. Dat maakt dat er hier en daar moeilijke knopen moeten worden doorgehakt, maar daar moeten we niet voor terugschrikken. We hebben ook de “merkenstrategie” van de gemeente besproken. Wat u daaraan heeft ? Een duidelijker communicatie, op basis van hoe we als Essenaren onze gemeente beleven. Meer kansen voor toerisme op maat van onze gemeente ook. En meer verbinding tussen mensen, wat we in Essen belangrijk vinden. We hebben het over de parochiezalen en de cultuurzaal gehad, want ruimte voor verenigingen en activiteiten is nu eenmaal essentieel in een levende gemeente.

Op al die vlakken maken we keuzes. We maken die natuurlijk nooit alleen, maar we maken ze wel anders dan ze zonder ons zouden zijn gemaakt. En ja, soms gaat dat dan trager dan we zouden wil. Kunnen we minder ver gaan dan optimaal zou zijn. Staan tussen droom en daad wetten in de weg (letterlijk) en praktische bezwaren, om naar Elsschot te refereren. Maar ik heb altijd de volgende regel van Elsschot mee onthouden : “En ook weemoedigheid die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.” In het gedicht van Elsschot was die weemoedigheid eerder een geluk, want de hoofdpersoon wil eigenlijk zijn vrouw vermoorden. Maar in de politiek is ze wel dodelijk, al is dat dan figuurlijk : je er maar bij neerleggen, verzuchten dat het zijn tijd wel zal duren. Net omdat we dat niet doen maakt het een verschil dat N-VA/PLE dit gemeentebestuur leidt.

Ook buiten de drie vergaderingen zag ik dat deze week : het aanspreekpunt “lokale economie” binnen de gemeente werd operationeel. Dat is iets waar ik toch ook al minstens anderhalf decennium het nut van probeer te prediken. We hebben het in het bestuursakkoord gezet, en Geert en Katrien hebben ervoor gezorgd dat het ook realiteit is geworden. Bedrijvigheid zorgt voor werk en houdt onze gemeente op allerlei manier levend – maar ondernemen brengt je onvermijdelijk ook in contact met de overheid. Omdat  die allerlei terechte regels en niet altijd even terecht administratieve verplichtingen oplegt, maar ook omdat die je mee kan helpen om je plannen waar te maken. Iemand bij die (lokale) overheid waar je terecht kan, die je probeert te begrijpen en in de eerste plaats mee naar oplossingen wil zoeken, is dan heel belangrijk. Hopelijk loopt het goed, en anders sturen we bij.

Er gaan dit en de komende jaren nog heel wat vergaderingen volgen. Af en toe zal dat verloren tijd zijn, zo gaat dat nu eenmaal. Soms zal het frustrerend zijn, omdat wat we echt zouden willen ook echt niet kan. Maar vaak gaat het ons dichter brengen bij het programma waar we voor verkozen zijn, het Essen waar we voor staan. Daar doe we het dus voor.

 

Voorbij de Karpaten

Voorbij de Karpaten

Moldavië. In dat land bracht ik de voorbije dagen door. Zeker tot het uiteenvallen van de Sovjetunie was het hier wellicht minder bekend dan het duidelijk verwante Syldavië. Alleen is dat laatste land fictief, en bestaat Moldavië dus echt. Al heeft het land vreemde kantjes. De presidente, die overigens de conferentie kwam openen waarvoor ik naar het land was afgereisd, pleitte er onlangs zelf voor om haar land op te heffen en te doen opgaan in een ander land, met name in Roemenië. Moldavië heeft bovendien niet het hele eigen grondgebied onder controle : in het retrocommunistische Transnistrië aan de grens met Oekraïne zetelt een ander regime, dat door geen enkel land ter wereld wordt erkend, maar overleeft dankzij Russische steun (en militairen). Ondanks dat alles is Moldavië kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, en staat het niet zo heel ver af van dat lidmaatschap. Terecht, wat mij betreft : de EU-oostgrens ligt een beetje voorbij Loehansk (en misschien ook voorbij Tbilisi).

Het land zou ook dichtbaar baat hebben bij een stevige injectie van Europese structuurfondsen. De hoofdstad Chisinau doet aan Roemenië of Bulgarije denken, wat natuurlijk niet verrassend is, maar de stevige kapitaalinjectie die Boekarest en Sofia wel gekend hebben, ontbreekt. Wie Chisinau met Boekarest vergelijkt, zal niet onder de conclusie uitkomen dat EU-lidmaatschap een enorme zegen is geweest voor Roemenië – Chisinau ziet er vandaag uit zoals Boekarest 20 jaar geleden. De stad is nochtans best charmant, met een beetje een provinciaals aandoende rust ook. De voorliefde van de Sovjets voor brede lanen creëert ademruimte, en er zijn mooie parken. En naast enkele mastodontgebouwen in Sovjetstijl staan er ook veel charmante bouwwerken, al hebben vele daarvan wel een likje verf en wat renovatiewerken nodig. Buiten het stadscentrum vallen vooral de troosteloze woonblokken op.

Hoewel ook het Russisch prominent aanwezig is, domineert als officiële taal het Roemeens het straatbeeld. Als geschreven taal is dat vrij transparant voor wie Frans of een andere Romaanse taal kent, wellicht nog meer voor wie ooit Latijn leerde (een beetje zoals het Syldavisch voor Nederlandstaligen !). Gesproken is het Roàemeens veel minder evident, al merkte ik tijdens een toespraak waar ik per ongeluk geen hoofdtelefoon ter beschikking had dat het mits enige concentratie nog wel doenbaar is om uit te vissen waar het min of meer over gaat.

Ik was in Chisinau voor een conferentie in het kader van de Raad van Europa, niet meteen de meest bekende internationale instelling, maar één die de gedeelde waarden binnen het ruimere Europa, voorbij de EU, uitdraagt. Het zijn ook die gedeelde waarden die maken dat Moldavië bij de EU hoort. Hopelijk duurt dat niet te lang meer.

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Het overlijden van Herman Suykerbuyk en wat er daarover verschijnt lijken mij een geschikte gelegenheid om terug te blikken op 1994 en 1995, het laatste jaar van zijn burgemeesterschap. Niet dat ik het hele verhaal ken, verre van, maar ik draag graag een stukje van de puzzel bij.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1994 betekenen voor Essen een kleine aardverschuiving. Van de 23 zetels in de gemeenteraad gaan er 12 naar de CVP, geleid door Herman Suykerbuyk. Dat zijn er 4 minder dan zes jaar voordien. Nieuwkomer VLD kaapt meteen 4 zetels weg. De SP gaat van 3 naar 4. De Volksunie blijft op 2 zetels. Agalev levert 1 zetel in, en houdt er ook 1 over. De analyse is niet zo heel moeilijk : het verlies van de CVP aan de VLD situeert zich op rechts, op de middenstandsvleugel – en het verlies is zwaar : een kwart van de zetels gaat verloren, in stemmenaantal verliest CVP 14% en duikt voor het eerst onder de symbolische 50%-grens.

Herman Suykerbuyk trekt de conclusie dat de meerderheid erg krap is geworden, met 12 zetels op 23. Is dat wel zo ? Amper 2 verkiezingen later zal Essen relatief probleemloos bestuurd worden met 13 op 25 zetels, zelfs niet door één partij maar in een coalitie. Zouden die 12 écht een probleem zijn ? Maar Suykerbuyk wil zijn meerderheid versterken. Vreest hij (achteraf gezien terecht) dat de VLD nog sterker zal worden – maar waarom dan niet meteen voor een coalitie met hen opteren ? Suykerbuyk nodigt evenwel niet de VLD, maar de Volksunie uit. Een kleinere partij, dus “goedkoper” ? Ongetwijfeld speelt dat mee. Maar het lijkt er toch vooral op dat Suykerbuyk het als zijn historische missie ziet om minstens in Essen het politieke Vlaams-nationalisme (opnieuw) te doen samenvloeien met de christendemocratie.

Dus komen er coalitie-onderhandelingen tussen twee partijen die zich daar niet op hadden voorbereid. Bien étonnés de se retrouver ensemble. Tot verbazing van onszelf schrijven Dirk Smout, Filip Vandenbroeke en ik zo goed als het volledige coalitieakkoord. Papier is verduldig, maar dat hadden we niet helemaal door, en de machtsstructuren in Essen bleven volledig wat ze al waren. Desalniettemin slaagden we erin op enkele domeinen het aggorniamento te brengen waar Essen aan toe was. Met een modern(er) communicatiebeleid als belangrijkste verwezenlijking. Naast onder meer de start van het denkproces over de weekendzone, dat uiteindelijk mee tot het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan zal leiden.

De Vlaamse gemeentepolitiek zou echter ook deze keer de Vlaamse gemeentepolitiek blijken – belangrijker dan de gesprekken over de inhoud zijn die over de mandaten. Want een coalitiepartner, dat betekent voor CVP één schepen minder. En voor ons één meer. Die laatste geschiedenis wil ik hier niet schrijven, al ging het om een lastig hoofdstuk in mijn politieke loopbaan. Fons Tobback werd schepen, en hij deed dat uitstekend – laat ik het daarop houden. Bij de CVP waren de schepenambten al vóór de verkiezingen verdeeld, neem ik aan. Zo wilde het alleszins de traditie. Voor het eerst (en vooralsnog voor het laatst) zou Hoek een schepen krijgen, Stan Konings. Maar het voor hem voorziene mandaat moest nu naar Fons Tobback gaan.

Herman Suykerbuyk hakte de Gordiaanse knoop door en offerde zichzelf op. Hij zou nog één jaar burgemeester blijven en dan de fakkel doorgeven. Wij, de VU, geloofden dat eigenlijk niet. Het zou niet tegen de christendemocratische ziel ingaan als dat soort kunstgreep uiteindelijk niet zou doorgaan. En Suykerbuyk was amper 60 – te jong om de sjerp aan de haak te hangen, toch ? Bovendien was onze samenwerking met Suykerbuyk gedurende dat eerste jaar uitstekend. Maar Suykerbuyk bleef bij zijn besluit. En zo moest er een opvolger worden gezocht.

Dat was, uiteraard, een interne CVP-kwestie. Dertig jaar na de vorige burgemeesterswissel waren de tijden evenwel veranderd. Kon er toen nog een burgemeester die nooit in de raad had gezeteld op het schild worden gehesen en nadien democratisch worden gelegitimeerd, daarvan was in 1995 geen sprake meer. Anders zou bijvoorbeeld iemand als Jos Van Meel een optie zijn geweest. Of een outsider – Walter Mennes bijvoorbeeld. Maar de wet en de praktijk wilden dat niet meer. De volgende burgemeester moest bij de 11 overige verkozenen van de CVP worden gezocht.

De facto kwamen er daarvan twee in aanmerking : Frans Schrauwen en Jos Van Loon. Allebei al een tijd schepen en vertrouwd met het Essense bestuur. Als VU vingen we hoogstens wat geruchten op. Beide namen werden al eens genoemd. Onze relatie met Van Loon was niet optimaal – achteraf bleek dat hij een “acquired taste” is, of een goede wijn, want persoonlijk ben ik hem door de jaren heen alleszins sterker gaan waarderen. Maar hoe dan ook, ik heb op een bepaald moment aan CVP-voorzitter Dirk Nelen gemeld dat we liever Van Loon niet zagen. En dus Schrauwen wel, al herinner ik me haarscherp dat ik er dat eigenlijk niet bij heb gezegd.

Hoe dan ook, onze stem heeft gegarandeerd op geen enkele manier meegespeeld. Hoe het dan toch zo gelopen is dat Suykerbuyk tegen Schrauwen heeft gezegd dat hij burgemeester moest worden, daarvan heb ik geen idee. Volgens sommigen was Van Loon de eerste keuze en heeft die geweigerd, maar dat weet ik dus niet. Suykerbuyk heeft vervolgens alleszins geprobeerd om Schrauwen naar eigen model te vormen, wat ik in mijn in memoriam al aangaf. En hij hield de touwtjes in handen achter de schermen. Of stilaan niet meer ?

Toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 naderden, groeide het idee binnen CVP om als kartel met de VU op te komen, en zo de krap geworden meerderheid al voor de stembusgang te consolideren. Na zes jaar coalitie niet zo heel vreemd. We gingen het gesprek aan. Ik besprak een concreet voorstel, met Dirk Nelen en… Herman Suykerbuyk. Met drie zetten we iets op papier waar ik achter kon staan. Mijn overtuiging dat Essen zo snel mogelijk zes jaar zonder christendemocraten moest worden bestuurd is pas enkele jaren later gevormd – ook wel omdat ik toen nog niet echt geloofde dat dat een reële optie was. Maar het voorstel werd in ons partijbestuur niet gesteund, niet omwille van de modaliteiten, maar omwille van het principe : met name Dirk Smout en Fons Tobback wilden niet samen op één lijst met de CVP. We vernamen dat ook binnen de CVP het enthousiasme uiteindelijk niet zo groot was. Daar waren we natuurlijk niet bij. Wiens stem woog daarbij door ? En wie sprak Suykerbuyk tegen ? Hoe dan ook, het kartel kwam er niet. De droom van Suykerbuyk, om de Vlaamsgezinden en de christendemocraten tenminste in Essen onder één vlag (en één kruis) te verenigen, moest in de kast.

Voor Suykerbuyk definitief, zou blijken. De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 herleidden de CVP tot 10 zetels (op 25 nu), en zagen de VLD groeien tot 6. De SP bleef op 4, de VU op 2, Agalev op 1. Nieuwkomer Vlaams Blok bezette de 2 nieuwe zetels. Van een nieuwe coalitie CD&V en VU was geen sprake, wegens te weinig zetels, en de VLD werd de nieuwe coalitiepartner van burgemeester Schrauwen.

Het naspel kwam er in 2006. De Volksunie was ondertussen niet meer. Ze vervelde in Essen tot PLE en later tot N-VA/PLE, en nationaal tot N-VA en Spirit. Na een minder geslaagde verkiezing op eigen kracht sloten nationaal CD&V en N-VA een kartel, en er werd in beide partijen duidelijk opgeroepen om dat in alle gemeenten te herhalen. Er kwam ook in Essen een voorstel : het moest een kartel zijn onder de naam CD&V/N-VA, een verwijzing naar PLE was uit den boze. Dat dat met name voor mij moeilijk lag, ligt voor de hand : ik had me wel niet bij N-VA aangesloten maar was het Spirit-(mis)avontuur mee ingestapt. Maar vreemd genoeg was ook de rest van het voorstel, zoals de verdeling van plaatsen op de lijst, duidelijk minder gunstig voor N-VA(/PLE) dan wat Suykerbuyk, Nelen en ik in 2000 hadden onderhandeld. Dacht CD&V Essen dat Bart De Wever de Essense N-VA de arm zou omwringen (quod non), of was het een voorstel pro forma ? Alleszins bleek de geest van Suykerbuyk deze keer geen inspiratiebron meer. Welke rol speelde Ludwig Caluwé – politiek erfgenaam van Suykerbuyk maar voor zover ik kan inschatten een koele minnaar van het nationale kartel met N-VA (dat, het weze gezegd, vanuit CD&V-perspectief later dan ook een reuzegroot koekoeksei zou blijken) ?

De verkiezingen van 2006 leiden opnieuw een ander tijdperk in. N-VA/PLE verovert op eigen kracht 5 zetels (Dirk Smout, Geert Vandekeybus, Kevin Ooye, Katrien Somers en ikzelf), de VLD verliest er 3 en valt terug op 3. De sp.a behoudt 4 zetels, de groenen 1, het VB wint er nog 1 bij en komt op 3. De christen-democraten, nu onder de naam CD&V, halen 9 zetels en moeten of mogen alweer van coalitiepartner veranderen. Na een zeer kort pro forma-gesprek gaan ze niet in zee met kort voordien nog potentiële kartelpartner N-VA(/PLE) : die relatie is verzuurd geraakt, onder meer ook omwille van de overstap van Fons Tobback, voor wie wellicht het mislukken van het kartel, maar ook de goede band die hij had opgebouwd met meerdere christendemocratische mandatarissen tijdens de CVP-VU-coalitie een rol speelde. En ook wel omdat wat ik met enig overdrijven de Tom Bevers-doctrine zou durven noemen -namelijk dat Essen één keer een bestuur zonder CD&V nodig had- ondertussen opgang had gemaakt bij ons. Er komt een coalitie van CD&V en sp.a, met 13 zetels op 25 (!), die bijzonder stabiel zou blijken.

Met -alweer- een nieuwe burgemeester. Na 11 jaar is het krediet van Frans Schrauwen op. Hoe die wissel precies verliep is nog moeilijker in te schatten voor mij dan de vorige. Ik kan hoogstens vermoeden dat coalitiepartner sp.a hooguit als katalysator fungeerde, en dat de beslissing binnen CD&V zelf werd genomen. Alleszins niet meer door Suykerbuyk, al ga ik ervan uit dat hij nog wel werd geraadpleegd. Maar met het aftreden van zijn opvolger en de duidelijke breuk met de Vlaams-nationalisten in Essen is diens tijdperk echt voorbij. Zoals dat dan gaat, zal het respect voor hem daar alleen nog maar door toenemen.

Mocht iemand van christendemocratische of andere huize het verhaal verder willen aanvullen of corrigeren, dan publiceer ik dat hier graag – mogelijk biedt het vervolgens ooit ook inspiratie voor De Spycker.

Foto : Roger Van Ginderen (Essen in Beeld) – We herkennen naast Suykerbuyk en Schrauwen ook Jan Deckers en Camille Paulus, toenmalig provinciegouverneur
Waarheen ?

Waarheen ?

Zoals voor Saddam Hoessein, Moammar Kadhaffi of Nicolas Maduro geldt (die laatste mag zich zelfs enigszins gelukkig prijzen, zo blijkt) : geen tranen voor dictator Ali Khamenei. Ik hoop oprecht dat zijn dood de weg opent naar een ander Iran. Een Iraans regime dat de historische Perzische beschaving in een democratisch kader inbedt en tot zijn recht doet komen, zou een absolute zegen zijn voor de wereld. Maar ik weet niet of de Amerikaans/Israëlische aanval daartoe gaat leiden. En ik vrees dat Netanyahu, laat staan Trump, dat nog minder weten.

Dat het regime van de ayatollahs (Velâyat-e Faqih) best verdwijnt, neemt niet weg dat de manier waarop de VS en Israël dat wensen te bereiken, de oorlog die ze zijn begonnen, niet legitiem is. Zoals ook in Venezuela geldt is het niet aan één externe macht, maar aan de hele internationale gemeenschap, om te beslissen dat het genoeg is geweest. Dat is mogelijk net iets te idealistisch : Poetin en Xi Jinping zouden niet warm te krijgen zijn geweest om de sjiietische geestelijke uit het zadel te lichten. Maar in vroegere tijden, pakweg onder George W Bush, werd op zijn minst een poging ondernomen om een coalitie uit te bouwen – ook binnenlands in de VS, overigens. Niets daarvan deze keer. Het is niet zo duidelijk hoe het gegaan is, maar lijkt erop dat Nethanyahu de VS gewoon voor voldongen feiten heeft gesteld. Vanuit Israëlisch perspectief overigens niet geheel onlogisch : nu Hamas en Hezbollah grotendeels in de touwen hangen was het moment wellicht gunstig om Iran aan te vallen. Ook al (en dat speelt ook voor Trump) omdat het de aandacht afleidt van andere thema’s.

Maar wellicht is de kracht van het Iraanse regime onderschat. Uiteraard kan het de VS en Israël niet echt rechtstreeks treffen, maar de buurlanden krijgen het duidelijk zwaarder te verduren dan voorzien. Bovendien lijkt het regime een stuk steviger in het zadel te zitten dan verwacht – je kan de Iraniërs na de zoveelste hardhandig onderdrukte protestbeweging ook geen ongelijk geven dat ze het zaakje niet zomaar vertrouwen. Khamenei werd vervangen door (zoon) Khamenei, en ook al lijkt ’s mans levensverwachting wat korter dan die van zijn vader, het systeem blijft redelijk overeind. En, nog erger, Israël en de VS lijken ook niet echt een ander plan te hebben dan de aanval. De gevolgen daarvan werden niet ingeschat, laat staat wat er nadien zou moeten/kunnen gebeuren.

Het plaatst Europa in een moeilijke positie, en dat het ene land wat meer het ene aspect van de kwestie benadrukt en het andere een ander, stoort mij eigenlijk niet zo. Het verheugt me wel dat één punt overduidelijk wordt gemaakt : elke bedreiging van een EU-land, al gaat het om één (verdwaalde ?) drone in Cyprus, is een bedreiging van de hele Unie, en zoals de noordoostelijke grens zal worden verdedigd -whatever it takes- geldt dat ook voor de zuidoostelijke.

Tenslotte geldt hier ook wat te vaak wordt vergeten door politici van allerlei slag : meevoelen met een bevolking (de Palestijnse, Israëlische, Iraanse, desnoods Russische…) kan ook zonder hun regime te steunen – en moet altijd worden gecorrigeerd door de mate waarin die bevolking ongure regimes ondersteunt, of erdoor wordt onderdrukt.

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.

Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.

Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.

Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.

Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.

Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.

Foto : vlaggenwijding KSA Heidebloempje 1954 met links (van de groep die rechtstaat) bondsleider Herman Suykerbuyk (foto  : archief Heidebloempje)
Voorbeeld

Voorbeeld

Het Vlaams Belang heeft een voorstel ingediend voor de gemeenteraad van volgende dinsdag. Dat mag. Ik heb er zelf ook twee mee ingediend. Het voorstel van extreem-rechts gaat over 25 Essenaren, die worden opgeroepen om zich tweejaarlijks aan een drugscreening te onderwerpen en vervolgens de resultaten publiek te maken. Op kosten van de gemeente. Het moet zijn dat ze zich vreemd gedragen. Het argument is dat ze een voorbeeldfunctie hebben. Zijn ze dokter, pastoor, politieagent ? Neen, ze zijn gemeenteraadslid ! Ik ben blijkbaar een voorbeeld voor u allen – toch voor de Essenaren onder u, want ik neem aan dat het daartoe beperkt blijft. Ik zie u al driftig ja knikken achter uw computer. Pas daar toch maar mee op, hoor – ik heb allerlei slechte gewoonten die wellicht geen navolging verdienen. Ik raak bijvoorbeeld (!) vrij regelmatig de helft van een paar sokken kwijt. En ik draai de dekseltjes van conservenpotjes niet altijd vast dicht, wat een klein maar niet te ontkennen risico op glasbreuk oplevert.

Maar, goed, ik weet het nu. Dankzij het Vlaams Belang. Omdat u ons hebt verkozen, moeten we voorbeeldig zijn. U had dat erbij kunnen zeggen vooraleer u op mij stemde, maar nu weet ik het dus. Maar als dat geldt voor de drugswetgeving, geldt het natuurlijk voor alles. Dura lex, sed lex. Dus zou ik het voorstel graag willen uitbreiden :

  • We sturen elk jaar alle facturen van werken in huis naar de financiële dienst van onze gemeente, die nakijkt of alles wel netjes in het wit gebeurd is (zelfstandigen sturen uiteraard alle facturen) en vervolgens die facturen op de gemeentelijke website zet.
  • Uiteraard komt ook onze belastingaangifte op de gemeentelijke website.
  • We nodigen elk jaar de bouwdienst van het gemeentebestuur uit om na te komen kijken of alles waar we eigenaar van zijn wel netjes vergund is, en dat dan bekendmaakt.
  • We plaatsen een alcoholslot in onze auto, en programmeren onze gps zo dat de politie direct een berichtje krijgt als we ergens te snel rijden. De politie maakt dat uiteraard bekend.
  • Ik heb geen auto, dus dat vorige geldt niet voor mij, maar ik zal dan alle trein-, bus- en andere tickets ook aan het gemeentebestuur bezorgen. En als ik ’s avonds met de fiets rijd even een foto van mijn voor- en achterlicht naar de politie sturen.
  • We brengen onze vuilniszakken eerst binnen bij de milieudienst, zodat die kan nakijken of we wel correct sorteren. De foto van ons vuilnis komt uiteraard op de gemeentelijke website.
  • We laten onze berichten op sociale media even screenen door de communicatiedienst van de gemeente, zodat we zeker zijn dat we pakweg de wetgeving over aanzetten tot racisme niet overtreden. Bijkomend voordeel is dat ze er eventuele spelfouten uit kunnen halen.

Dat zijn natuurlijk alleen nog maar wetten, maar misschien moeten we onze voorbeeldrol ook nog wat uitbreiden ? Met kledingvoorschriften bijvoorbeeld. Ik zeg maar wat. Of gebruik van het Algemeen Nederlands. Of niet naar foute muziek luisteren. Of met wegblijven van neonazi-betogingen. U vult het lijstje vast verder aan.

Voor alle duidelijkheid : ik heb nog nooit illegale drugs genomen (wel eens een geneesmiddel waarvan ik ging hallucineren, telt dat ?). Voor mij is die test geen probleem. Maar ik pik de verdachtmaking niet. En ik denk ook niet dat de kiezer van een gemeenteraadslid verwacht dat we heiliger zijn dan de paus – maar als dat wel zo is, dan wel graag op alle domeinen !

Tenslotte beveel ik -in overeenstemming met de zojuist door mij genoemde paus, ongetwijfeld- de lezing van Mattheüs 7:3-5 aan, ook voor de niet-gelovigen.

Τί δὲ βλέπεις τὸ κάρφος τὸ ἐν τῷ ὀφθαλμῷ τοῦ ἀδελφοῦ σου, τὴν δὲ ἐν τῷ σῷ ὀφθαλμῷ δοκὸν οὐ κατανοεῖς;

Gedichtendag 2026

Gedichtendag 2026

Als die Nazis die Kommunisten holten,
habe ich geschwiegen; ich war ja kein Kommunist.

Als sie die Gewerkschafter holten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Gewerkschafter.

Als sie die Sozialdemokraten einsperrten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Sozialdemokrat.

Als sie die Juden einsperrten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Jude.

Als sie mich holten, gab es keinen mehr, der protestieren konnte.

Martin Niemöller, 1946