Receptie

Receptie

Naar goed gebruik opende de Essense Vooruitafdeling vorige week het seizoen van de nieuwsjaarsrecepties. Het was er zoals elk jaar best gezellig. En naar al even goed gebruik reikte de partij haar Sooi Noldus Solidariteitsprijs uit. Die ging naar Gert Beyers, die de eerst dagelijkse en nu wekelijkse actie voor Palestina aan het Essense gemeentehuis in gang zette. Een terechte beloning voor zijn doorzettingsvermogen om het lot van de Palestijnen in Gaza onder de aandacht te brengen. Ik was het lang niet met alles eens dat hij in zijn speech aanhaalde, maar de actie zelf was best inclusief door zonder verdere te eisen dat de genocide moest stoppen – een uiteraard zeer terechte eis.

Ik zou het zelf als gemeenteraadslid wat vreemd vinden om aan het gemeentehuis te staan met een spandoek of een vlag – ik kan binnen mijn mening uiten, en beperk me daar ook liever tot wat echt van gemeentelijk belang is, maar in virtuele navolging van Gert ga ik vandaag hier een vlag hijsen, met name de vlag met leeuw en zon in solidariteit met het Iraanse/Perzische volk dat vandaag het regime van de ayatollahs probeert omver te werpen.

Maar eigenlijk ging het over recepties ! Gisteren hielden we met N-VA/PLE onze eigen nieuwjaarsreceptie, in Businesscenter De Grens. Met vicepremier Jan Jambon (N-VA) als gast. Ik mocht het reeksje met speeches openen, voor de burgemeester en de minister. En dit is wat ik gezegd heb :

Beste aanwezigen,

Welkom. Ik ga beginnen met de beste wensen voor 2026, namens de mandatarissen en het bestuur van N-VA/PLE.

2025 sluiten we daarmee af. Het was een bewogen jaar. Internationaal moest Europa leren leven met een Amerikaanse president die ons niet als een bondgenoot ziet, maar als een lastige rivaal, een hinderpaal in het geopolitieke spel waar hij alleen de regels van bepaalt, zoals we in de eerste dagen van dit jaar opnieuw zagen. Een jaar ook waarin de oorlogen aan de Europese grenzen voortraasden en de democratie onder druk stond. De consequenties van die ontwikkelingen gaan ons nog lang zorgen baren, maar dat we een sterker Europa nodig hebben zal hopelijk niemand meer betwisten.

Nationaal nam de N-VA voor het eerst de leiding van de federale regering. Ik werk voor als ambtenaar voor die regering, dus ga ik ze niet beoordelen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat Jan het positieve bilan zelf perfect kan opmaken.

In Essen werd 2025 het eerste volledige jaar sinds mensenheugenis met een echt nieuw bestuur, onder leiding van N-VA/PLE. Dat betekende voor alle partijen dat ze zich aan een nieuwe realiteit moeten aanpassen.

Het Vlaams Belang ging zich constructief opstellen, beloofden ze na de verkiezingen. Af en toe leek dat te lukken, maar blijkbaar zijn er instructies uit Brussel gekomen dat wild om zich heen schoppen toch beter bij het partij-DNA past. Met behulp van Chat GPT wordt er dus zonder veel samenhang in alle richtingen geschoten. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Cd&v trapt gelukkig niet in dezelfde val. Na altijd te hebben bestuurd is oppositie voeren niet evident, maar hier en daar een uitschuiver niet meegerekend is de opstelling kritisch maar constructief. Met goede suggesties, terechte opmerkingen en zinvolle lessen uit het verleden moeten we zeker rekening houden, maar op onterechte kritiek en heimwee naar het verleden gaan we helder blijven antwoorden en duidelijk maken dat wij echt een verschil maken.

Met Vooruit sloten we een helder en ambitieus bestuursakkoord af, dat we ondertussen vertaalden in een even ambitieus maar realistisch meerjarenplan. We zijn het natuurlijk niet over alles eens, en dat hoeft ook niet, maar zoals Jan ongetwijfeld kan bevestigen is de socialistische partij er één die op alle niveaus haar verantwoordelijkheid neemt en waar afspraken mee kunnen worden gemaakt. We gaan dus keihard samen met hen aan één zeel blijven trekken om Essen in de juiste richting vooruit te doen gaan.

Dat brengt ons bij onszelf. Ik ben trots op wat we als team van mandatarissen het voorbije jaar hebben neergezet. Het was niet altijd gemakkelijk. Er zaten lijken in de kast, gelukkig niet zo heel veel, maar de kasten bleken vooral niet altijd zo gemakkelijk open te gaan. Het hele raderwerk van het gemeentebestuur had dringend olie nodig, en daar gaan we nog wel even mee bezig zijn.

Dat hield ons niet tegen om een stevige stempel te drukken en echt van start te gaan met het vormgeven van het Essen van 2030 en 2040. Met bestuurders die luisteren naar wat er leeft in onze gemeente, en die ook moeilijke knopen kunnen doorhakken. Essen is in 2025 veiliger, leefbaarder, actiever en meedenkender geworden – exact zoals we hadden beloofd en zoals onze burgemeester nog verder zal toelichten.

Zijn we er al ? Neen, natuurlijk niet. De weg is nog lang, en we hebben ongetwijfeld ook kansen gemist om elkaar bij te staan, in de verdediging maar ook om de finale voorzet te geven waarop de ander kan scoren. Daar moeten we allemaal aan werken. Laten we dus in het komende jaar meer dan ooit als team de schouders zetten onder het N-VA/PLE-project.

Maar eerst is het dus tijd voor een feestelijk moment. Er valt overigens wel wat te vieren dit jaar. PLE bestaat 25 jaar, en is nét iets ouder dan N-VA, dat dit najaar ook 25 jaar bestaat. En onze Nieuwsflits is ook al aan zijn 25e jaargang toe. Redenen genoeg dus om tussen het harde werken door af en toe gewoon ook te klinken op vriendschap en vertrouwen.

En daarmee geef ik graag het woord door aan de burgemeester.

Donroe

Donroe

Ik zou beter wachten tot het stof is gaan liggen, maar het lijkt me verstandig om meteen van de virtuele realiteit terug te keren naar de harde werkelijkheid. De Verenigde Staten hebben met een spectaculaire militaire actie het Venezolaanse leger minstens tijdelijk geneutraliseerd en president Maduro en zijn vrouw opgepakt en naar New York overgebracht.

Maduro is een illegitieme dictator een een crimineel. Daar gaan we dus geen traan voor laten. Net zomin als destijds voor Saddam Hoessein of Moammar Kadhafi. Of voor Daniel Noriega, de Panamese leider die in 1989 in een gelijkaardig scenario door de VS werd afgezet. Maar net zoals in die gevallen roept de methode natuurlijk vragen op. Het is niet legitiem dat de VS, en dat met name president Trump, zomaar kan bepalen welk staatshoofd in welk land moet worden afgezet. Waarom Maduro wel, en pakweg de regimes in Myanmar of Afghanistan niet ? Om van Poetin, Loekashenko en Nethanyahu nog te zwijgen natuurlijk. Het principe moet zijn dat er voor dat soort actie een internationaal mandaat nodig is.

Nu, de wereld is onvolmaakt, en we moeten nu ook niet doen alsof een echte internationale rechtsorde ooit heeft bestaan. Maar we zijn er dichter bij geweest dan vandaag, mogelijk vooral omdat de VS minstens de schijn ophielden – en bondgenoten zochten. Dat lijkt voor Trump allemaal niet nodig. Het roept de vraag op waar hij de grens zal trekken. Voor zichzelf, maar ook voor anderen. Want waarom zou Rusland de Moldavische regering niet mogen afzetten (om het even niet over Oekraïne te hebben), of China die van Taiwan ? Dat zijn beide netjes democratisch gekozen regeringen, is natuurlijk het antwoord. Maar is dat écht het criterium dat Trump hanteert ? De man die zelf min of meer een staatsgreep plande in 2021 ? Is dit inderdaad de heropstanding van de Monroedoctrine, die Amerika tot de VS-achtertuin uitriep ? Of is het vooral de Trumpdoctrine : ik doe wat ik wil, wanneer ik wil – en verlies dan weer mijn interesse.

En natuurlijk werpt dit ook een ander licht op de kwestie-Groenland. De plannen om dat deel van het Deense koninkrijk over te nemen lijken even ernstig als onbegrijpelijk. Ik zal wel niet de enige zijn die er stomverbaasd over is. Maar de vraag werpt zich stilaan op of we NATO-grondgebied moeten verdedigen… tegen de VS ! Gaan we dat dan symbolisch doen ? Of echt met Franse en Britse vliegdekschepen en Belgische F35’s en zo ? En is die VS dan nog een partner ? In welke mate ?

Hopelijk krijgt alleszins Venezuela de kans om hier beter uit te komen, met een democratisch regime. Andere Zuid-Amerikaanse landen tonen aan dat het wel kan. Maar een echt plan lijkt Trump niet te hebben – wat ook echo’s van Irak en Afghanistan oproept, natuurlijk.

Tot slot : er komt al meteen veel kritiek op de Europese leiders die niet duidelijk en in wat verdeelde slagorde reageren. Toch zie ik overal variaties op “geen steun voor Maduro en bedenkingen bij de gehanteerde methode”.  Ik denk ook niet dat ik het er veel beter zou vanaf brengen. Het even ophemelen van Marine Le Pen die handig met de nationale soevereiniteit schermt, gaat er bij mij niet in : we zijn het er toch over eens dat die soevereiniteit wel degelijk aan regels gebonden is ? Het gaat alleen over of en hoe we die doen naleven. In Israël. In Iran. En in Venezuela.

Wat is kunst ?

Wat is kunst ?

“There are more things in Heaven and Earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy.” Laat ik het jaar eens beginnen met een citaat van Shakespeare. Om het over een fenomeen te hebben waar The Bard ook geen rekening mee zal hebben gehouden : dat je vandaag aan een AI-model kan vragen om een nieuw toneelstuk te schrijven, volledig in zijn stijl.

Aan de muur op de “foto” hierboven hangen het schilderij “San Nicolás” van El Greco, naast “De aankomst van de trein in Essen” van Paul Delvaux en een foto van mijn vader en zijn beste vriend Hugo Chantrain, die samen biljart spelen. De eerste twee zijn minder bekende werken, waardoor ze betaalbaar bleken. Ze hebben me vooral wat tijd gekost. Kunstkenners zullen meteen ook enkele details opmerken : zo valt de gelijkenis van het eerste schilderij met “Retrato de San Jerónimo como erudito” meteen op. Delvaux voorziet dan weer elektriciteitsleidingen voor zijn stoomtrein – zelfs voor een surrealist wellicht een stap te ver. En Chantrain speelt zowaar de rode bal, wat niet meteen volgens de regels is.

Dat laatste is misschien nog wel het meest opmerkelijke, want ik had aan ChatGPT (die deze heeft gemaakt) alleen gevraagd om de foto in te kleuren. Maar hij heeft ook het formaat veranderd, en de ballen verlegd. Toch blijft het een zeer aanvaardbare en zelfs mooie inkleuring, al vermoed ik niet dat Chantrain een rood hemd droeg. Ik heb uiteraard om een tweede versie gevraagd, met respect voor de spelregels. Maar wie niets van biljart kent, zou de foto die hier staat wellicht voor “waar” hebben aangenomen.

De twee schilderijen zijn met een andere AI-toepassing gemaakt. De “El Greco” is de meeste geloofwaardige. Een strenge Sint kijkt in zijn grote boek wie de stoute kinderen zijn geweest (er waren er dat jaar duidelijk wel). En het is dan wel anachronistisch, want de Goede Sint zal in het Spanje van de 16e en 17e eeuw niet bestaan hebben – en El Greco zou de heilige Nikolaas ongetwijfeld anders afbeelden, indien gevraagd. Maar in tegenstelling tot mijn robots in de gemeenteraad is dat niet zomaar op het eerste gezicht te besluiten.

Is dat schilderij kunst ? Ook pakweg Mondriaan en Pollock passen min of meer een algoritme toe als ze schilderen, toch ? Is het ethisch correct wat ik hier doe ? Ik eigen me hier toch min of meer het erfgoed toe van El Greco en Delvaux. Als ik dat met Luc Tuymans doe, wat dan ? En ik interpreteer het verleden van mijn vader en zijn vriend, toch ? In een andere foto van mijn vader heb ik zijn tegenstanders op het voetbalveld een rode broek laten geven – zonder na te kijken of de tegenstander niet Beerschot of Anderlecht was.

Ik heb Chat GPT al onafgewerkte schilderijen gegeven, en gevraagd om die dan verder uit te werken. Met mooie resultaten – waar mogelijk zelfs de kunstenaar mee zou kunnen leven. Stel dat die inderdaad een schets had gemaakt met AI, om die dan verder uit te werken. Is dat dan anders dan een model laten poseren ?

In de muziek stelt de vraag zich nog scherper – een foto van een schilderij blijft een foto en wordt geen schilderij, maar een AI-muziekstuk is een muziekstuk. Toch moet een olieverfprinter ontwikkelen best mogelijk zijn. En dan ? Haalt “mijn” El Greco dan ooit het museum. En wiens werk is het dan ? Dat van hem, van mij of van AI ? En wie is dat dan, AI ? Heeft die rechten, persoonlijkheid, aansprakelijkheid ?

Wat ik hier over kunst schrijf, geldt natuurlijk op veel domeinen in het leven. Wat ik redelijk beangstigend vind, want voor je het weet kom je bij die andere bekende Shakespeare-regel uit : “To be or not to be” ? Wat is en wat is niet ?

2026 wordt alleszins een boeiend jaar – en hopelijk ook één van nieuwe inzichten die de mensheid gelukkiger en meer mens maken. Ik wens iedereen alvast het allerbeste toe.

Tussen droom en daad

Tussen droom en daad

Met een “gezamenlijke commissie” vorige week, en vervolgens twee gemeenteraden deze week, werd het meerjarenplan voor 2026-2031 afgeklopt. Het werd een goed debat, volgens hetzelfde stramien van zes en twaalf jaar geleden. De hele discussie verliep constructief en hoffelijk, en focuste grotendeels op de inhoud. Dat was de verdienste van het schepencollege, dat een goed uitgewerkt en onderbouwd plan voorstelde en ook bereid bleek om dat degelijk toe te lichten, maar uiteraard ook van de raadsleden. En zoals dat dan gaat is het daarbij vooral de oppositie die de toon zet. Cd&v haalde duidelijk enige inspiratie bij ons voor de gekozen werkwijze, en die bleek zowel geschikt om het plan op een aantal vlakken nog bij te sturen, om zaken die onderbelicht waren gebleven onder de aandacht te brengen als om verschillen aan te geven. Bij dat laatste gingen ze -wellicht bewust- niet tot het bot. Er werd enkele keren, langs twee kanten, gezegd dat we van mening verschillen en dat dat ook goed is, maar het werd geen politiek steekspel. Hoewel daar, wellicht ook aan twee kanten, wel munitie voor was. Ik speelde deze keer in de verdediging, maar heb de botte bijl niet moeten bovenhalen, aangezien ook Steff Nouws de zijne had thuisgelaten (ik had ze wel bij, je moet altijd voorbereid zijn). Steff haalde zo volgens mij het maximum uit een, toegegeven, niet eenvoudige positie, als de “eeuwige” bestuurspartij die in de oppositie belandde. Goed werk, ook van zijn fractiegenoten – dat mag gezegd worden.

Vlaams Belang kwam met een andere innovatie, en liet ChatGPT het werk doen – of Ronnie de Robot, zoals ik hun nieuwe collega in de raad heb genoemd. Het leidde zowel bij de ingediende vragen als tijdens de raad zelf tot quasi-wartaal, maar het geeft wel aan dat artificiële intelligentie een factor wordt om rekening mee te houden, ook in de gemeentepolitiek. Ik weet weliswaar niet echt wat ik daarvan moet denken, maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe – wegdenken kan nu eenmaal niet.

Natuurlijk leverden ook de meerderheidspartijen, het schepencollege en raadsvoorzitter Dirk, die vlotjes de weg wees door de amendementen, belastingen en retributies heen, uitstekend werk. En de administratie die voor een goede voorbereiding had gezorgd, en voor antwoorden op de talrijke vragen. Het resultaat is het eerste Essense meerjarenplan dat geen tegenstemmen kreeg, en een werkstuk waarop ik mee trots ben. Het vormt een uitstekende basis om de komende jaren mee aan de slag te gaan. Voor mij is dit het plan dat moet toelaten om Essen ook in de toekomst te besturen als moderne, zelfstandige gemeente, met een uitstekende dienstverlening en waar het goed is om te wonen. Dat is een heel ambitieuze doelstelling, maar dat ben ik alvast aan mijn kiezers verplicht, vind ik.

De dubbele raad betekende ook het afscheid van Jokke Hennekam, die na net geen kwarteeuw de raad verlaat. Ze deed dat door op onnavolgbare wijze een concreet verhaal boven te halen (iemand die plots moet betalen voor een aansluiting op de riolering), waarmee ze blijkbaar op een raadsbesluit uit 1973 was gestoten. In haar afscheidswoord richtte ze zich tot alle fracties. Bij ons constateerde ze een grote wens om veel zaken te veranderen, maar ze verwittigde ons dat de administratieve molen soms erg traag draait, en ze bracht de zeer bekende versregel van Willem Elsschot in herinnering “(Want) tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren (…)”. Ze gaf ons vervolgens de raad tóch door te zetten, en die ga ik alleszins ter harte nemen.

Na Elsschot een eigen gedicht (of toch een reeks van min of meer rijmende verzen) brengen is natuurlijk een beetje pretentieus, maar Steff en ik waagden ons er allebei aan – in mijn geval lichtjes plagiërend op een eerder gedicht dat ik al eens voor Jokke had geschreven). Daarmee ga ik dit stuk over de dubbele gemeenteraad ook afsluiten – de inhoud houd ik voor de Nieuwsflits.

Eerbewijs uit het ongerijmde

Voor ereschepen Jokke Hennekam

Jokke stapt uit deze raad
Het gebed van velen heeft dan toch gebaat
Zodat de furie nu vertrekt
Rood van haar en rood gebekt
Oef, de zucht die menigeen nu slaat

Essen heeft het nooit begrepen,
Daarvoor echt toch te benepen
Afkomst noordens ’t Huis der Zuivel
’t kon alleen maar door den duivel
Werd die socialiste hier zomaar schepen

En dan ook nog van cultuur
Met succes ook, op den duur
Ging Essen zowaar leven
Dat we dat nog zouden beleven
Al was een eigen zaal voor Gaston te duur

Met onze schone Vlaamse taal
Ging ze ook al aan de haal
Met Esses werd ons oor bezeerd
Onze spraak verenneweerd
Zonder meer een groot schandaal

 

Ze kwam ook zomaar op voor alle kleinen
En dus zelfs voor de Palestijnen
In plaats van braafjes mee te stemmen
Beschikt zij niet echt over remmen
Zelfs over een stokoude rioleringslast
Haalt ze alles nog eens uit de kast
Toch een Vlaamse Leeuw, dus, niet te temmen

Menig koppel werd door haar getrouwd
Minstens één heeft zich dat niet berouwd
Want wat Jokke verbindt zal de mens niet scheiden
Al wist de Rex zich van wél haar te bevrijden
En werd die zowaar aan de tsjeven toevertrouwd

Na een kwarteeuw is ’t genoeg
Met vanuit de rode ploeg
’t Gezag hier te bevragen
En ons allen uit te dagen
En zo vaak te krijgen wat ze vroeg

Al blijft Essen op haar tong en in haar hart
In deze raad laat ze aan Leen haar part
She’ll take care of her grandchildren
We gaan haar daarbij niet hind’ren
Maar toch missen we haar nu al hard

Foto : Fotografils / ChatGPT
Wissel

Wissel

Ik heb de vorige gemeenteraad gemist – ik moest namelijk in Bratislava een vergadering voorzitten, zoals uit het voorgaande bericht blijkt. Ik heb de vergadering evenwel niet alleen mee voorbereid, maar vanzelfsprekend achteraf ook nagekeken en nagelezen wat er gezegd werd. Daarbij viel de vraag van het Vlaams Belang over “Park Spoor Essen” op, ook al omdat die de volgende dagen nog uitgebreid op de sociale media aan bod kwam. Het VB vroeg hoeveel geld er werd uitgegeven aan de studie over de bestemming van het stuk grond ten noorden van de voormalige goederenloods in Hemelrijk (Robotland) en wat er met de plannen uit de studie ging gebeuren. Het antwoord was dat er ongeveer 285.000 EUR werd uitgegeven, en dat er voorlopig niets mee gaat gebeuren : de plannen uit de studie vallen te duur uit, en de inzichten zijn veranderd. Natuurlijk gaat de studie nog wel als inspiratiebron worden gebruikt.

Het VB schreeuwde vervolgens moord en brand over het “weggegooid geld”. Mijns inziens geheel onterecht. Toegegeven, ik heb er even over moeten nadenken. 285.000 EUR is ook wel echt veel geld voor een studie, dat had wellicht goedkoper gekund. Toch ben ik tot het besluit gekomen dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn : het vorige bestuur (cd&v en Vooruit) deed er goed aan om een studie te laten maken over dit stukje Essen. En het huidige bestuur (N-VA/PLE en Vooruit) doet er goed aan om de resultaten daarvan voorlopig “on hold” te zetten.

We kunnen het er wellicht over eens zijn dat grondig nadenken en studies maken vooraleer een belangrijke beslissing te nemen verstandig is. Dat geldt ongetwijfeld ook over legislaturen heen : in een democratie hoor je ook beslissingen voor te bereiden die je zelf net meer zal kunnen nemen. Alleen een would-be dictator zou kunnen uitgaan van “après nous le déluge”. Natuurlijk kan je discussiëren over de parameters, de prioriteiten (wat wel en wat niet bestuderen) en nog veel meer. Maar ook in dat kader lijkt het me dat een studie over dit terrein een nuttig instrument is voor een gemeentebestuur.

Dat het huidige bestuur vervolgens voorlopig niets doet met de resultaten, is uiteraard in de eerste plaats niet de verantwoordelijkheid van cd&v. Die partij moet zich hoogstens verantwoorden voor de prijs en de voorwaarden van de studie. Pas als ze ook de onverkorte uitvoering ervan zouden vragen, moeten ze natuurlijk vertellen waar ze het geld daarvoor vandaan zouden halen, want de uitvoering wordt op 5 tot 6 miljoen geschat. De huidige bestuursploeg moet zich dan weer niet verantwoorden voor de studie en de kostprijs daarvan. En het moet al zeker niet in de “sunk cost fallacy” trappen : het is niet omdat een studie veel geld heeft gekost, dat je de resultaten ervan moet uitvoeren (vergelijk het met de persoon die elke week voor 100 EUR op de Lotto speelt, en daarmee niet kan stoppen “omdat hij al zoveel heeft geïnvesteerd” – dat klinkt maar is niet redelijk). Dat geldt voor N-VA/PLE, maar even goed voor Vooruit : die partij wist toen ze de studie mee opzette niet wat het resultaat ervan ging zijn, en hoe nadien de politieke en financiële situatie ging evolueren. Dat betekent dat geen enkele van de drie partijen, cd&v, N-VA/PLE en Vooruit onverantwoordelijk heeft gehandeld. Als het VB ze natuurlijk allemaal als één pot nat beschouwt en doet alsof het over één college gaat dat een glazen bol had moeten hebben, dan bewijst dat vooral dat die partij niet in staat noch bereid is om verantwoordelijkheid te nemen. Quod erat demonstrandum. Want wat zou het VB nu doen als zij aan de macht waren gekomen ? De studie “ontmaken” of de prijs van de plannen negeren ?

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat het om een perceel gaat dat veel kansen biedt en dat mee beeldbepalend is voor Essen. De achterkant van het station is de mooiste kant, en komt van daaruit het best tot zijn recht. Terecht heeft het schepencollege dan ook aangegeven dat er verder wordt nagedacht hoe er (betaalbaar) iets mee kan worden gedaan, en uiteraard zal de gemaakte studie daarvoor mee als een uitgangspunt dienen.

Hamer aan de haak

Hamer aan de haak

Vandaag mocht ik voor de laatste keer de Raad van Bestuur, de Management Board, van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) voorzitten. Na twee termijnen van elk drie jaar kon ik niet meer herkozen worden. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Arbeidsinspectie neemt de voorzittershamer over – ik ben er wel blij mee dat dat stuk gereedschap binnen de Benelux blijft. Het is een uniek voorrecht geweest om in die zes jaar ELA van het niets te helpen uitgroeien tot de organisatie die het vandaag is, met pakweg 150 personeelsleden en een budget van ongeveer 50 miljoen EUR.

De opdracht van ELA is om eerlijke en efficiënte arbeidsmobiliteit binnen de Europese Unie aan te wenden. Eén van de vrijheden die de EU maakt tot wat ze is, is de vrijheid om in een ander land te werken dan het land waaruit je afkomstig bent. Een andere belangrijke vrijheid is om als onderneming diensten te leveren in een ander land. Die twee vrijheden moeten verzoend worden met duidelijke regels over welke sociale zekerheid van toepassing is, en ook over welk arbeidsrecht geldt – volgens het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats. Om die regels uit te leggen werkt ELA onder meer aan informatievoorziening, en om te zorgen dat de regels worden nageleefd ondersteunt het de samenwerking tussen de inspectiediensten van de verschillende landen. Dat is nodig, want soms worden de regels niet nageleefd en zijn er misbruiken, en omdat het over grensoverschrijdende dossiers gaat is er dan meer dan één inspectiedienst bij betrokken. Een Duits bedrijf dat Roemenen naar Nederland detacheert, die in België verblijven – het kan, en daarom moet er worden samengewerkt.

Mijn voorbeeld geeft al aan dat het zeker ook voor Essen een relevant verhaal is : de Roemeense, Poolse en Litouwse nummerplaten in onze straten zijn vaak het gevolg van dit soort arbeidsmigratie. Die vaak heel goed gaat, en bijvoorbeeld voor onze bouwsector een economische noodzaak is. Maar soms dus niet, en ELA is er om dan mee te zorgen dat er opgetreden kan worden. Het kader en de ondersteuning die daarbij vanuit Bratislava (waar ELA zetelt) geboden wordt, worden door de verschillende inspectiediensten sterk gewaardeerd.

Ik blijf lid van de Board, maar ga het voorzitten ervan wel missen. Ik vind het altijd boeiend om in een internationaal verband naar de consensus te zoeken en een gezamenlijk project mee te trekken. Volgend jaar wordt het mandaat van ELA wellicht aangepast – zowel in de Europese Commissie als in het Europees Parlement en bij de meeste Lidstaten wordt gedacht aan een versterking van de Autoriteit, met meer mogelijkheden om problemen op te sporen en te helpen aanpakken. Een discussie om alvast naar uit te kijken.

Jaargetij

Jaargetij

Een jaar geleden wonnen we met N-VA/PLE de Essense gemeenteraadsverkiezingen. Zoals Geert had voorzien moest het veroveren van een 11de zetel volstaan om onmisbaar te worden, en zo viel het ook uit. In de dagen na de verkiezingen sloten we een coalitie met Vooruit, die later leidde tot een stevig bestuursakkoord. En we gingen aan de slag.

Politiek is een ploegsport, je bereikt er alleen iets samen met anderen. We werkten dus een opstelling uit, en spurtten begin december het veld op. Dat bleek er slechter bij te liggen dan we hadden verwacht; structureel was het onderhoud ervan sterker verwaarloosd dan we vanuit de tribune konden zien. Desalniettemin zijn we er na een jaar in geslaagd om een verschil te maken.

In een ploeg heb je iedereen nodig, maar ik ga toch één uitblinker vermelden.  Ik ben het voorbije jaar een fan geworden van het hele schepencollege, maar de burgemeester is echt wel een uitstekende spits. Hard werkend, betrokken bij wat er in de gemeente leeft, met een visie en veel daadkracht. Wie een softie had verwacht kreeg een burgemeester die hard durft ingrijpen als het nodig is, die durft zeggen waar het op staat en doorbijt. Met een heel warm hart voor de Essenaren. En altijd met de glimlach.

Op de openingszitting van de gemeenteraad heb ik gezegd dat “Burgemeester Geert” al meteen vertrouwd in de oren klonk. Na een jaar blijkt dat ik daar zeker geen ongelijk in heb gekregen. Ongetwijfeld net als Dirk denk ik nog wel eens terug aan het gesprek waarin we hem -met moeite- overtuigden om politiek actief te worden. Het maakt me een beetje trots. En het is natuurlijk leuk om in een ploeg te staan met een sterke kapitein, die zelf een goede spits is maar ook anderen laat scoren.

Van de Po naar de Nijl

Van de Po naar de Nijl

Ik was nog nooit in Turijn geweest. Het stond ook niet op mijn bucket list van absoluut te bezoeken plekken. Maar het internationaal opleidingscentrum van de Internationale Arbeidsorganisatie (ITCILO) is er gevestigd, en toen bleek dat ik daar enkele dagen naartoe zou moeten, heb ik dan de gelegenheid te baat genomen om de stad te bezoeken.

Zoals dat dan gaat vroeg ik enkele dagen voor mijn bezoek aan Google wat er te zien was. De zoekmachine vertelde me dat er zich een museum bevindt over het oude Egypte, met een collectie die na die van Cairo de belangrijkste ter wereld is. Ik moet toegeven dat die informatie niet helemaal tot mij doordrong : er zijn zo veel musea met Egyptische artifacten, en bovendien… waarom Turijn ?

Bij aankomst bleek de stad me te bevallen. Italië doet dat natuurlijk altijd : prachtige gebouwen, een rijk verleden, gezellige sfeer, lekker eten. In de Dom ligt de bekende lijkwade die naar de stad genoemd is (veilig en onzichtbaar opgeborgen), de koningen van Italië – voorheen koningen van Sardinië, hebben hun eerste hoofdstad van mooie paleizen voorzien, de Spritz vloeit er bij beken. Nadat ik het geheel vanuit de indrukwekkend toren vanMole Antonelliana had overzien, besloot ik uiteindelijk toch te kiezen voor het Museo Egizio. Dat bleek overweldigend, met het ene Egyptische topstuk naast het andere. Ik had dat moeten weten, uiteraard. Google had het gezegd. Maar het was dus niet doorgedrongen. Nu dus wel.

Hoe komt het dat ik dat niet wist ? Waarom passeren eindejaarsreizen naar Italië niet langs hier – je krijgt er naast de Grieks-Romeinse nog een extra beschaving bij, die overigens mee aan de grondslag lag van die Grieks-Romeinse wereld waar we ons vandaag nog zo vaak op beroepen ? En is het juist dat dat allemaal hier staat, en niet in Egypte – maar dat is een ander debat.

Natuurlijk is het niet alleen de collectie die een museum maakt, ook de manier waarop die wordt voorgesteld, uitgelegd, in perspectief geplaatst. Ook op dat vlak bleek Egizio iets gemeen te hebben met lokale voetbalclub Juventus : wereldklasse. Al vond ik dat iets meer het verband had kunnen worden gelegd met andere beschavingen – Egypte bevond zich niet in een vacuum, natuurlijk. Maar misschien heb ik niet goed gezocht, want ik ben al bij al vrij snel door het museum gegaan.

Ik heb me het dagje Turijn alleszins niet beklaagd – en de klassieke Aperitivo (met een Spritz) bleek een mooie afsluiter van de dag.

Voor de veiligheid

Voor de veiligheid

Veiligheid was een belangrijk thema op de gemeenteraad gisteren. Terecht, want in de voorbije weken en maanden bleek dat met name als gevolg van een drugproblematiek die vooral in onze Nederlandse buurgemeenten de kop opsteekt ook in Essen zowel de veiligheid als het veiligheidsgevoel afnamen. Dat onderscheid toont al een eerste uitdaging voor de discussie en voor het beleid aan : het gaat zowel om een objectief als om een subjectief gegeven. Met het woord “veiligheid” kunnen we veel bedoelen, maar in dit kader en binnen de politiek lijkt het me het meest zinvol om het te definiëren als de kans op een gebeurtenis in het publieke domein die je leven ernstig verstoort : een verkeersongeval, een inbraak, fysiek of ernstig verbaal geweld… En het veiligheidsgevoel is dan de subjectieve inschatting van die kans. In dat soort inschatting zijn we als mensheid overigens niet zo goed : vliegangst is veel meer verspreid dan autoangst, ondanks de statistieken. En we maken ook allemaal een andere inschatting. Dat bekent evenwel niet dat het gevoel nergens op gebaseerd is – dat is een denkfout die ook wel eens wordt gemaakt. Vliegtuigmaatschappijen doen er gelukkig en terecht alles aan om alle mogelijke ongelukken te vermijden.

Het andere probleem is dat je als overheid nooit het hele probleem in de hand hebt. Voor een stuk omdat je de objectieve en subjectieve factoren nooit allemaal op één lijn kan krijgen : in een politiestaat met tot de tanden gewapende agenten op elke straathoek voel ik me ook niet veilig. Voor een deel omdat de inschattingen verschillen, en dus de mate waarin mensen vinden dat andere belangrijke zaken aan veiligheid mogen worden opgeofferd – denk aan de discussie over de investeringen in defensie die nu in heel Europa plaatsvindt : mogen die al dan niet ten koste gaan van pakweg hogere pensioenen ? Deels ook omdat er eenvoudige oplossing lijken te bestaan – waar onverantwoordelijke extremisten al eens op inspelen : sommigen verwachten dat alle criminaliteit zal verdwijnen in de al genoemde politiestaat, anderen dat alle oorzaken van criminaliteit weggewerkt kunnen worden in een zeer egalitaire verzorgingsstaat.

Als gemeentebestuur heb je bovendien het bijkomende nadeel dat je niet alles in de hand hebt. Je bent afhankelijk van de politie (daar heb je nog iets aan te zeggen), maar ook van het justitieapparaat, van het bredere beleid op het vlak van bijvoorbeeld drugs, van het (mentale) gezondheidsbeleid, van zoveel factoren. Je kan, en moet, daar als gemeentebestuur eerlijk over communiceren, maar de burger verwacht van het meest nabije bestuur wel oplossingen. Niet onlogisch.

Dat maakt het hele veiligheidsdebat in een gemeenteraad ook moeilijk, tenzij je alles op één hoop veegt en je beperkt tot “zie je wel” roepen. Dat gebeurde gelukkig niet. We deden wel even aan partijpolitiek : Robin haalde terecht aan dat de cd&v-bestuurders in de vorige legislaturen niet echt voldoende prioriteit hadden gegeven aan veiligheid. Brigitte antwoordde terecht dat de problematiek zich nu een stuk scherper aftekent dan voordien. Dat geldt met name voor de drugsproblematiek : de flakkahandel tussen Antwerpen en Roosendaal speelt zich voor een stuk in onze gemeente af, en brengt ook hier een verslavings- en overlastproblematiek mee die zich niet zo eenvoudig naar elders laat verplaatsen.

In de discussie werden heel wat verschillende factoren aangehaald, en Geert wil terecht tot een coherent plan komen. Ondertussen probeert vooral de politie een aantal “quick wins” te realiseren. Er gaat an beide kanten nog heel wat doorzettingsvermogen nodig zijn. Daarbij gaat er hard moeten worden ingezet op samenwerking, ook tussen overheden, diensten, instanties… die dat niet gewoon zijn. En er gaan politieke taboes moeten sneuvelen. Aan de ene kant van het politieke spectrum gaat het absoluut nodig zijn om meer repressieve maatregelen, controles, camera’s… te aanvaarden dan spontaan misschien het geval zou zijn. Aan de andere kant gaan er meer maatregelen om mensen kansen te geven, alternatieven te bieden, te proberen terug op het juiste spoort te krijgen… geaccepteerd moeten worden dan rechtvaardig zou kunnen lijken. Alleen met zo’n én/én gaan we verder geraken en zowel de onveiligheid als het gevoel kunnen terugdringen – in het besef dat we hoe dan ook niet alles kunnen doen. Hopelijk was deze gemeenteraad vooral een eerste stap op dat kronkelige pad in de juiste richting.

Essen trekt een Lijn

Essen trekt een Lijn

Ik ben pas bij de laatste opvoering naar Lijn 3 gaan kijken. Ik besefte in de loop van de week dat ik wel een risico had genomen : stel dat ik er uiteindelijk niet bij kan zijn, dan zou ik het gemist hebben. Maar gelukkig zat ik dus gisterenavond wel in de tribune. En dus moet ik er nu iets over zeggen. Het blijkt evenwel niet zo gemakkelijk om woorden te vinden. Ik dacht eerst te vertrekken van “indrukwekkend”. Dat is het ook. Dat zou een gepaste woordkeuze zijn als ik niet zou weten hoe dit stond is gekomen, als het in een dorp ver weg zou plaatsvinden, als ik het als een gewone opvoering zou hebben bekeken. Maar ik ben dus gaan kijken naar een stuk dat zomaar gewoon eventjes door 400 Essense vrijwilligers is gerealiseerd. Daar past eigenlijk alleen “overdonderend” bij.

Disclaimer : zelf heb ik hier 0,0 verdienste aan. Of neen, 0,00001 – ik heb op een (belangrijke) vergadering van de vzw Kobie hierover enkele jaren geleden voluit gepleit om het avontuur aan te gaan. Zonder de historische stoet van 2009 en zonder Niemandsland zou ik de initiatiefnemers – Maria Gommeren op kop – wellicht half gek hebben verklaard, hoor. Nu ik het gezien heb, blijkt overigens inderdaad dat ze half gek waren, want eigenlijk kan dit niet. Tenzij.

Tenzij je erin slaagt om werkelijk alle puzzelstukken samen te leggen. Als dit een professionele productie zou zijn geweest, dan zou ik enkele minpuntjes hebben aangestipt, en vervolgens het verhaal hebben aangeprezen dat goed in elkaar stak, de muziek die fantastisch klonk, de dynamiek in het hele stuk met “massa”-scènes die een feest voor het oog waren, de solide zangprestaties, de uitstekende belichting, … Ik zou het erg goed hebben gevonden. Maar het was dus geen professioneel stuk, en ook dat maakte de sterkte ervan. Het maakte het authentieker, de zichtbare speelvreugde werd er zoveel groter door, het evenwicht tussen de (sterke) solozangers en de anderen die door hen niet in de schaduw werden gesteld zat beter dan in een “top-musical” wellicht het geval zou zijn geweest. Het werd ook nooit “over the top”.

Zei ik al dat het visueel zeer mooi was ? De prachtige omgeving van het College zit daar voor iets tussen, maar ik wil daarnaast drie dingen bijzonder aanstippen. Het gebruik van karren en koetsen, met levende dieren, droeg erg bij tot de belevingswaarde van het stuk – het gaf bovendien alweer een kans om een sterk punt van Essen in de verf te zetten. En het decor was wel echt héél knap. Niet alleen de trein, elk gebouw klopte en het geheel zag er ook gewoon heel goed uit. En de kleding natuurlijk. Ook op dat vlak heeft Essen ondertussen een reputatie opgebouwd, die met Lijn 3 alleen maar sterker is geworden.

Ook over het verhaal wil ik nog iets zeggen. Uit een stuk interessante maar toch ook weer niet wereldschokkende Essense geschiedenis werd een vrij vloeiende, historisch verantwoorde en soms zelfs spannende verhaallijn gepuurd. Waar Niemandsland nog over de Dodendraad ging die we gemeen hebben met de hele grensstreek, ging het deze keer over Essen, Essen en nog eens Essen. Over de Kiekenhoeve, het Heuvelplein en natuurlijk het station. Niet evident. Met overigens een zéér mooie toepassing van het toneelprincipe van dat stelt dat iets (en zeker een wapen) dat in het begin van het verhaal geïntroduceerd wordt, voor het einde ervan moet worden gebruikt. Twee duelleerpistolen, die moeten afgeschoten worden. Tsjechov, de vader van dat principe, zou trots zijn geweest.

Zijn er kansen gemist ? Niet zo veel, er werden duidelijk ook lessen getrokken uit Niemandsland. Eentje misschien toch : de muziek had Essenser gekund. Er is talent genoeg hier om ook dat onderdeel zelf te realiseren. Het maakt de puzzel nog moeilijker natuurlijk, maar het verschillen tussen half gek en tweederde gek is verwaarloosbaar, niet ?

Ik moet afsluiten met felicitaties, natuurlijk. Helmut heeft gisteren in zijn dankwoord zo veel mogelijk mensen vernoemd, en ik kan me alleen maar bij hem aansluiten. Zeer knap werk, beste Lijn 3’ers. Ik heb Maria al genoemd, en ga daarnaast enkel Christophe en Britt noemen die de productie hebben geleid. En de enige die door Helmut niet werd bedankt, onze schepen van cultuur zelf. Petje af voor jullie allemaal.