L’orange beu – Buigen of Basten

L’orange beu – Buigen of Basten

Ik heb er ongeveer 10 minuten van gezien, tot nu toe. Toch kan ik er moeilijk onderuit : het EK voetbal is volop aan de gang. Hoe komt het dat dat nu in Essen tot me doordringt, en nauwelijks enkele weken geleden in gastland Zwitserland veel minder sterk ? Al wie onze gemeente kent, zal het antwoord wel weten… De oranjegekte heeft ook onze grensgemeente een beetje mee in de ban. Waar de nummerplaat het verschil tussen een Essense Nederlander of een volbloed autochtoon al lang niet meer verraadt, doen allerlei attributen in de meest schreeuwerige aller kleuren dat nu wel. Neen, ik heb niets tegen de Essenaar wiens accent enige noordelijkheid verraadt, of dat nu een bekende Nispense of een exotisch Randstedelijke tongval is. De regelmatige lezer van dit stukje elektronische snelweg weet bovendien dat ik de Nederlandse politieke zeden over het algemeen wel kan waarderen, en dat enkele politici zoals Femke Halsema (GroenLinks), Alexander Pechtold (D66) maar ook wel een type als Frits Bolkestein (VVD) mijn favorietenlijstjes moeiteloos zouden halen. Maar ik geef het eerlijk toe : ik hou niet zo van oranje, zijn daden en zijn doen. Ik lijd aan plaatsvervangende schaamte wanneer ik volwassen mensen een trommel op hun eigen hoofd zie bespelen, wanneer overigens volstrekt normale burgers levensgrote wuppies in hun auto plaatsen of wanneer lieden die verbaal nochtans behoorlijk ad rem uit de hoek kunnen komen een ganse conversatie herleiden tot “hup, Holland, hup”. Ik kan de perscommentatoren die elke frons van de bondscoach of de topspits te pletter analyseren, aangevoerd door het onbegrijpelijke orakel dat ooit behoorlijk tegen een bal kon trappen, niet hóren. Ik hoop dat ze er snel uitliggen. Punt. Maar laat ik grootmoedig zijn… als ze toch zouden winnen (horresco referens), dan hebben ze wel recht om het te vieren. Ná de westrijd, en laat ons zeggen 24 uur lang. En daar weer netjes de oogjes dicht en de snaveltjes toe…

En toch kan ik het niet ontkennen. Ik heb maar twee samenvattingen van wedstrijden bewust gezocht, en zelfs als niet-kenner kan ik maar moeilijk ontkennen dat dit Nederlands elftal bijzonder mooie dingen laat zien. Stiekem ben ik bovendien ook wel jaloers op het oranjegevoel : ongecompliceerd en vooral onvoorwaardelijk hun ploeg steunen… ik zie ons Vlamingen er nooit echt toe in staat. Ja, in een WK-finale zouden we voor Rode of desgewenst Vlaamse Duivels wel 90 min. willen supporteren, zoals we in een grand slamfinale achter Kim gingen staan of zodra de spurt op gang trekt Tom Boonen wel over de lijn willen schreeuwen. Maar ze moeten al héél veel bewijzen vooraleer ze een beetje vertrouwen krijgen. Soms zou ik willen dat ik wel het noorderbuurse talent had voor irrationele gekte. Ergens diep in mij zit ondanks alles dus misschien toch een fanatiek orangist verscholen, die de klaarblijkelijk daartoe vereiste aanslag op de goede smaak er zelfs bij zou kunnen nemen. Zouden er pillen tegen bestaan ?

Laat ik uit zoveel inconsequentie alsnog een besluit trekken : ik wens de Essense oranjesupporters veel vreugde bij de overwinningen van Robben en C°, en de oranje-afkeerlingen veel leedvermaak als de nederlaag volgt. Elk nadeel heb zijn voordeel, inderdaad. Al hoef je volgens mij geen doctor in de hogere voetbalkunde te zijn om te vermoeden dat het wel eens de minderheid van onze gemeenteburgers zou kunnen zijn die aan het langste eind gaat trekken. Ik hoor in de verte al een welgemeend “Hein heeft gewonnen, de Zilvervloot…” weerklinken. Gruwelijk. Maar wel mooi.

Vereiste

Vereiste

Als ik een brief stuur naar het schepencollege, dan wil ik daar binnen de termijn, die één maand bedraagt, een antwoord op. Als ik vraag om stukken klaar te leggen, dan reken ik er ook op dat die -een uitzondering niet te na gesproken- op tijd worden klaargelegd. Als ik lees dat er iets ter inzage ligt, dan wil ik dat ook zonder al te veel zoeken kunnen inzien. Als ik een voorstel indien dat naar de commissie wordt verwezen, dan moet dat wat mij betreft ook op de agenda van die commissie staan en naar de leden worden verzonden. Als er in een reglement staat dat bepaalde verslagen naar mij moeten worden verstuurd, dan vind ik het niet normaal dat ik ernaar zou moeten vragen.

Ik kan natuurlijk wel begrijpen dat er af en toe iets tussen de mazen van het net ontsnapt, maar mijn geduld en begrip zijn verre van eindeloos. Ik kan me inbeelden dat die houding al eens arrogant kan overkomen, bij mijn collega-politici, maar vooral bij ambtenaren. Wat heb ik, die nu en dan in het gemeentehuis kom, immers de pretentie dat zij, die er elke dag werken, het mij zo gemakkelijk mogelijk te maken om me met hun werk te bemoeien ? Waar ik per definitie minder van afweet dan zij… Ik besef dat ik, en met mij ook een aantal actieve collega-raadsleden, dat effect al eens kunnen oproepen. In de vorige legislatuur heeft een schepen onze fractie zelfs verweten dat we zoveel stukken opvragen, want dat geeft alleen maar werk aan de mensen die ze moeten klaarleggen en achteraf terug moeten klasseren. Vanuit mijn professionele achtergrond kan ik me dat soort reacties zelfs goed voorstellen, en ik ben er ook zelf in die context niet immuun voor.

Maar ik kan het niet helpen. Meer nog, ik mág het niet helpen. Als ik stukken opvraag, brieven schrijf of met voorstellen aan de slag ga, dan doe ik dat in naam van de 17.000 Essenaren in het algemeen en de kiezers van N-VA/PLE in het bijzonder. Dat ik, Tom Bevers, niet zoveel noten op mijn zang moet hebben, vind ik zelf eerlijk gezegd ook af en toe. Zoals wellicht veel mensen streef ik persoonlijk naar enige bescheidenheid (en zoals bij wellicht veel mensen lukt dat niet altijd). Maar binnen de context van de gemeenteraad heeft de kiezer niet veel aan een raadslid dat niet op zijn of haar strepen staat. Als ik dus af en toe arrogant overkom, beste collega-politicus of collega-ambtenaar, dan doe ik dat min of meer tegen wil en dank. Maar ik kan moeilijk anders, omdat de Essenaar-kiezer uiteraard wél verdient dat het hele gemeentelijke apparaat voor haar of hem altijd klaarstaat en doet wat er wordt verwacht. En hun rechten opeisen heeft niets te maken met arrogantie, maar met een minimum aan respect. Dus vrees ik dat ik ook in de toekomst af en toe gezucht zal veroorzaken. Maar dat ligt, echt waar, niet aan mij. Ik kan niet anders. En ik zal proberen niet te overdrijven. Tenzij het niet anders kan. OK ?

Spoor van hoop

Spoor van hoop

Deze week kondigde de NMBS in de krant aan dat vanaf december op Lijn 12 comfortabele dubbeldektreinen zullen worden ingezet. Dat is goed nieuws. Het is vooral het bewijs dat de actie die we via www.lijn12.be opgezet hebben resultaten oplevert. We hebben trouwens ook het gerucht opgevangen dat de dienstregeling zou worden aangepast. Het Actiecomité heeft dan ook gereageerd met een persbericht.

De Spoorwegen zijn een taaie tegenstander, met een erg star communicatiebeleid. Dat maakt dat je de hele tijd het gevoel hebt van tegen de bierkaai te vechten. Maar zoals alle oppositiepolitici in hun hoofd moeten prenten : de bierkaai wint niet altijd.

We zijn er nog lang niet, en misschien zijn we wel blijgemaakt met een dode mus. Maar als dat zo is, dan zullen we dat beestje zo lang reanimeren tot het weer vrolijk rondvliegt…

Obama for president

Obama for president

De presidentsverkiezingen in de V.S. zijn niet alleen belangrijk voor de Amerikanen zelf, ze zijn van wereldbelang. De voorbije 20 jaar heeft iedereen kunnen zien dat het letterlijk een wereld van verschil maakt of er een Democraat of een Republikein in het Witte Huis zit. Na vader Bush zorgde president Clinton voor een veel evenwichtiger beleid in binnen- en buitenland. Dat dat niet zomaar vanzelfsprekend is, bewees zoon(tje) Bush. Ik had erop gehoopt en gerekend dat opnieuw een Clinton de kans zou krijgen om dat recht te zetten. Ik was en ben ervan overtuigd dat Hillary de best mogelijke volgende president zou zijn voor de V.S.. Maar net zoals zij zonet zelf in haar concessiespeech aangaf : het heeft geen zin om achteruit te kijken, en het is van kapitaal belang dat op 20 januari 2009 Barack Obama het Witte Huis kan binnenstappen. Of zoals één van haar medestanders het uitdrukte : vóór Hillary zijn heeft nooit “tegen Obama zijn” betekend.

Met een toespraak die helemaal Hillary was, heeft ze haar campagne stopgezet (“suspended” eigenlijk, opgeschort dus, om een aantal redenen die met het Amerikaanse systeem te maken hebben). Het zag er al enige tijd naar uit dat ze het ondanks de erg gelijk opgaande voorverkiezingen net niet zou gaan redden. Ik bewonder de moed, de inzet en de passie waarmee ze tot vandaag doorvocht. Zoals ik de manier bewonder waarop ze de nederlaag nu heeft toegegeven én zich zonder enige reserve achter Obama heeft geschaard, en waarmee ze nog maar eens bewijst dat ze het echt zou hebben verdiend om de Democratische kandidate te zijn. Ik hoop met haar dat al wie haar heeft gesteund nu hetzelfde doet en alle steun geeft aan Obama.

Obama is de hoop van een nieuwe generatie Amerikanen en de verpersoonlijking van de American Dream. Hij heeft alles om én een historisch én een heel degelijk president te worden, en zijn presidentschap zou voor hele wereld, en Europa in het bijzonder, nieuwe zuurstof geven. Om samen de problemen van deze tijd realistisch en krachtdadig aan te pakken. Yes, we can.

Onafwendbaar

Onafwendbaar

Om nog even terug te komen op de gemeenteraad van vorige week…

Na mijn eerste “echte” gemeenteraad, de installatievergadering dus niet meegerekend, schreef ik hier het volgende : Het voorstel dat Katrien en ik hadden ingediend over de gemeentelijke sociale toelagen heeft het bij de stemming niet gehaald. De discussie erover liep zoals ik ze had verwacht, maar was toch leerrijk. Nu, met de afwijzing is uiteraard de eerste stap gezet naar de onafwendbare realisering van het voorstel.

Dat ging over dit voorstel. Vorige week hebben we het lokaal sociaal beleidsplan goedgekeurd. Op blz. 110, onder punt 7.3., blijkt nu dat ons idee toch zal worden gerealiseerd. Of hoe (on)voorspelbaar politiek kan zijn…

Knikkeren

Knikkeren

“What is IMEC ?” vraag ik aan de vertegenwoordigster van Portugal, die ik al langer ken. Het is donderdagmorgen tegen 9u, en de EU-coördinatievergadering loopt naar zijn einde. Blijkbaar gaan de meesten straks om 10u naar de IMEC-coördinatie. Dat blijkt de groep van geïndustrialiseerde landen binnen de ILO te zijn. Ik veronderstel dat wij daar ook bij horen, en ga er dus ook maar naartoe. Maar eerst heb ik een koffie nodig : vergaderen om 8u is me toch nogal vroeg.

Ik heb er op dat ogenblik al een halve dag van de International Labour Conference opzitten, met name van het comité dat zich met een rapport over “skills” bezighoudt (ik vind niet meteen een goede Nederlandse vertaling, maar houd het maar op “competencies”). Ik ben hier in Genève met een onduidelijke opdracht en weinig informatie. Ik zie ook niet goed het nut ervan in (wel van de conferentie en de organiserende ILO in het algemeen ¬al is het niet mijn “ding”¬, maar niet van dit soort thematisch werk; aangezien ik nog nooit met de resultaten ervan werd geconfronteerd, neem ik aan dat het niet veel zin heeft). Maar zoals altijd heb je aan de ene kant de knikkers, en aan de andere kant het spel. Als de knikkers me niet zo interesseren, dan kan misschien het spel nog boeien. Indien niet, dan verstop ik me hier gewoon in de massa; kan niet moeilijk zijn en niemand gaat het me echt kwalijk nemen.

Ik heb bovendien een aantal vergaderingen gemist. Omwille van de minder geslaagde informatievoorziening, maar ook omdat ik hier pas op woensdag kon zijn. De eerste plenaire zitting op die dag die ik bijwoonde was niet meteen superboeiend. Er waren algemene verklaringen van de werkgevers, de werknemers en van een aantal regeringen. Waaronder een verklaring namens de EU en één namens IMEC , uitgesproken door de V.S.. Daarnaast kwamen een aantal landen individueel tussen. Jamaica, Irak en China, om er enkele te noemen. Ik zette een tijdje de vertaling af en nam de klankkleur van het Arabisch en het Chinees in me op. De Egyptenaar naast mij maakte ondertussen een sms. Het Arabisch blijkt zich zowaar ook te lenen tot het vrij vlot opmaken van zo’n tekstbericht. Ik las mee, maar dat heeft zijn privacy niet echt geschonden…

Zo beland ik donderdag in de vroegte op de EU-vergadering, na eerst de weg te hebben gezocht in het aftandse en onmogelijk ingewikkeld gestructureerde Palais des Nations, waar de UNO normaal huist maar dat nu voor enkele weken door de ILO wordt bezet. Er wordt aan een tekst voor een tussenkomst gewerkt. Ik kijk het even aan, en doe dan een suggestie om ergens een zin wat vlotter te laten “lopen”. Mijn aanwezigheid wordt opgemerkt, de zin wordt aangepast. Even later probeer ik met een inhoudelijke aanpassing. Lukt ook. Nice. Het spelletje blijkt redelijk leuk. Maar de EU-ambitie is beperkt : er wordt nog maar aan één tussenkomst gewerkt, voor vrijdagnamiddag.

Dan ligt de lat bij IMEC blijkbaar hoger, want daar wordt gewerkt aan een tekst die al meteen in de volgende zitting moet dienen. En het is ook de bedoeling om de twee zittingen die vandaag nog volgen met een tussenkomst te verrijken. Dus wordt er aan een hoog tempo gewerkt aan consensusteksten. Ik speel het spel mee, en dien af en toe als spreekbuis voor de wensen van enkele wat minder Engelskundige Europese collega’s. De Amerikaanse die de teksten tikt verricht fantastisch werk om er een geheel van te maken, en ze brengt de tussenkomst ook op de zitting, namens een stuk of 15 landen die netjes worden opgesomd. De dag vordert, en tussen de vergaderingen door blijven we tussenkomsten produceren; het aantal landen dat ze onderschrijft, stijgt ondertussen. Het aantal alinea’s waaraan ik mee geprutst heb, ook. De vergadering eindigt tegen 21u. 8u tot 21u met aftrek van ongeveer 3 uur pauze, maar met inbegrip van enkele ellenlange tussenkomsten in het Arabisch (met vertaling, maar toch) en doelloze uiteenzettingen over het beleid in landen waar ik nauwelijks van heb gehoord. Mocht ooit iemand in Essen denken mij uit te schakelen door een vergadering wat te rekken : bespaar je de moeite.

De vrijdag volgt een soortgelijk scenario, dat alweer van start gaat om 8u. Ik denk aan onze gemeentesecretaris, die zijn poging om vice-voorzitter te worden van de internationale vereniging van gemeentefunctionarissen (IIMC) de mist in zag gaan. Ik begrijp volkomen wat hem in dat soort organisatie moet boeien : het internationale forum is verrijkend en boeiend. Ik begrijp ook waarom het raadslid in mij een beetje een kritische kijk heeft (ook op het Witzenbergproject, bijvoorbeeld) : wat levert het op ? Maar de vertegenwoordiger van de regering van de Bolivariaanse republiek Venezuela beluisteren, die erin slaagt om een tussenkomst over opleiding en vorming om te buigen tot een antikapitalistische tirade : het heeft wel iets.

De V.S., de Britse en de Australische afgevaardigden hebben de IMEC-tussenkomsten gebracht tot nu toe. We werken aan de laatste, en dat verloopt nogal chaotisch : de ontwerptekst was niet zo overtuigend en ook onvolledig. We worden moe, en de inspiratie raakt op. Het wordt een half wonder als er toch nog iets zinvols uit zal komen. Onze Amerikaanse tekstschrijver wordt er een beetje wanhopig van : we hebben nog een minuut of tien en eigenlijk staat er nog niet veel op papier. En wie gaat die vooralsnog halfafgewerkte tekst in de vergadering brengen ? Terwijl de plenaire vergadering al gaat beginnen wijs ik haar nog snel op enkele stukken tekst die er absoluut uit moeten. Uiteindelijk rolt er toch nog iets min of meer coherent uit de printer.

Vrijdag, rond een uur of vier. De (voorlopige) slotsessie vult de zaal toch nog behoorlijk : ik vermoed met zo’n 150 aanwezigen. Al blijft de Egyptische bank naast mij leeg. De Portugese afgevaardigde zit wel op haar plaats. Ik vraag me af of ze zich de vraag van gisteren herinnert, wanneer haar buurman voor een minuut of drie het woord neemt : “Thank you chair. I am speaking on behalf of 22 IMEC countries. Do you want me to list them ?”

The postman always rings twice

The postman always rings twice

We hebben er een pennenvriend bij. Altijd leuk, natuurlijk. “We”, dat is in dit geval de gemeenteraadsfractie van N-VA/PLE. En ons nieuwe vriendje is het schepencollege. In plaats van in de gemeenteraad te antwoorden op onze vragen, gaan ze ons brieven sturen. Dat zou ik natuurlijk ook doen, een brief maken, als ik vragen kreeg die uit de lucht kwamen vallen, waarvoor informatie moet worden opgezocht of waar eens goed over moet worden nagedacht.

Maar onze vragen kwamen niet uit de lucht vallen. Kevin stelde een vraag over het Boomkleverpad in Horendonk. Die had hij ook vorige maand al gesteld. Op zijn bank lag zelfs een “antwoord” van het college, bestaande uit twee woorden : “waarvan akte”. Je zou dan toch kunnen verwachten dat het college na een maand bedenktijd wéét wat het wil doen met dit straatje : de inwoners vragen om te leren leven met de putten, of het wegdek een beetje fatsoeneren. Geen grote ideologische kwestie. En ook technisch moet het zelfs zonder studiebureau haalbaar zijn. Maar neen, Kevin krijgt een brief. Hoogstwaarschijnlijk met een half antwoord. Waar hij dan volgende maand op kan terugkomen. Als het antwoord er dan al is : ik heb ooit maanden moeten wachten op het antwoord op een brief over een brandweerwagen die te laat was geleverd (ik weet het : een zaak van staatsbelang die de nodige voorzichtigheid vraagt; maar toch…). En daarna krijgt hij wéér een brief, vermoed ik. Tot het “wegdek” van het Boomkleverpad niet meer zichtbaar zal zijn.

Zelf herinnerde ik aan mijn vraag van enkele maanden geleden over de Molenakkerstraat. Ik had voorgesteld om daar parkeervakken te schilderen. Ik kreeg ook geen antwoord, en heb ook in het collegeverslag trouwens geen spoor van een bespreking teruggevonden. Ik vermoed dat het advies van de Raad van State, de Raad van Europa of van de NASA is gevraagd, want anders snap ik niet dat een eenvoudige vraag van een raadslid zolang nodig heeft om door te dringen tot het college.

Er zijn maar drie mogelijkheden. Ofwel is dit college lui en slordig. Ofwel is het niet geïnteresseerd in kleine akkefietjes waar de Essenaar van wakker ligt en richt het zich uitsluitend op grote strategische projecten. Ofwel heeft het CD&V/sp.a-college zoveel minachting voor de raadsleden (de 19 van de 25 verkozenen die géén uitvoerend mandaat hebben maar per definitie het merendeel van de kiezers vertegenwoordigen) dat ze onze vragen actief en bewust negeren. De tweede mogelijkheid is de minst erge, al zou ze van een bijzonder hautaine houding getuigen. Maar dan zouden we dus vooruitgang moeten zien in die strategische projecten. Wat niet het geval is. De derde mogelijkheid is fundamenteel ondemocratisch, en dat geldt des te meer voor een college dat niet eens de meerderheid van de kiezers achter zich heeft. En de eerste optie behoeft geen commentaar. Of is er toch nog een andere verklaring ? Misschien kunnen ze zelf antwoorden. Met een brief ?

Kortsluiting

Kortsluiting

Deze morgen woonde ik beroepshalve de voorstelling van de economische vooruitzichten van het Federaal Planbureau bij. Naar het hoofdstuk arbeidsmarkt heb ik dus vooral met professionele oren geluisterd, maar in het algemeen werd vooral de economist in mij geboeid. En wanneer het over de energieprijzen ging, ook het gemeenteraadslid. Het Planbureau wijt het feit dat de inflatie hoger oploopt in ons land dan in de buurlanden aan de energieprijzen, en een deel daarvan wordt verklaard door de hogere tarieven die de netbeheerders aanrekenen.

Vorige week was ik de enige Essenaar op een toelichting die door de intercommunales IGAO, IVEKA en IKA werd gegeven over hun werking. IGAO en IVEKA zijn netbeheerders, IKA is een financieel vehikel dat alles aan elkaar bindt.

Ik heb er veel bijgeleerd. Ik begrijp vooral nog beter dan voordien waarom de Vlaamse overheid van de gemengde intercommunales, samenwerkingsverbanden waarin naast de gemeenten ook bedrijven als Electrabel of Distrigas zitten, vanaf wil. Ook de zuivere intercommunales (zonder die bedrijven) zijn geen heiligen, natuurlijk. Maar dat zowel bepaalde bedrijven als een geheel overheidsniveau (het lokale) eigenlijk belang hebben bij niet al te lage energieprijzen, lijkt me geen gezonde toestand. Het is nu eenmaal aantrekkelijk de burger te laten betalen via de elektriciteitsfactuur in plaats van via de transparante weg van het belastingtarief. Op de factuur staat geen gemeentelijk logo. Maar dat maakt dat lokale bestuurders wel dubbel spel (moeten) spelen.

Historisch gegroeid allemaal, ik weet het wel. Maar ondertussen is het een kluwen van organisaties en structuren waarin een kat haar jongen al lang niet meer terugvindt. Ik geef eerlijk toe dat het ook voor een raadslid dat probeert er inzicht in te krijgen en daar ook aan werkt, allemaal niet zo evident is. Democratisch is dat dus niet echt verantwoord. In heel veel gevallen worden dan ook beslissingen genomen omdat ze zo door de intercommunales, en dus in een aantal gevallen ook door Electrabel en C°, worden voorgekauwd. Door raadsleden, maar ook door hele gemeentes, daarvan ben ik overtuigd. Zolang de opbrengst maar goed is (of beter : zolang de intercommunale maar kan uitleggen dat de opbrengst goed is, de gemeente kan dat toch niet echt beoordelen).

Essen zit met haar elektriciteit bij IVEG, dat een zuivere intercommunale is. Misschien moeten we daar ook voor de gaslevering naar overstappen (al begrijp is sinds vorige week beter waarom ze ons niet zomaar zullen willen laten gaan). Dat Essen daarvoor beroep doet op een externe deskundige, lijkt me ook alsmaar logischer. Maar ik heb het gevoel dat er in deze sector heel wat fundamentelere vragen moeten worden opgelost dan de keuze voor een gasleverancier in Essen, zoals ook het Electrabelverhaal dat onlangs in het nieuws kwam aantoont (waarbij certificaten die men gratis had verkregen toch werden doorverkocht aan de klanten). Soms vraagt goed bestuur niet alleen om de winkel open te houden, maar ook om moeilijke knopen door te hakken. Ook al liggen die knopen niet in een touw, maar in elektriciteitsleidingen, en zou dat wel eens flink kunnen knetteren.

B(r)ussel

B(r)ussel

Treinstaking. Mijn werkgever heeft daarvoor een regeling die het eerder ontmoedigt dan aanmoedigt om in die omstandigheden toch de verplaatsing naar het werk te maken. Maar een vergadering in de namiddag en één ’s avonds, die ik beide om verschillende redenen liever niet mis, maken dat ik toch graag in Brussel wil zijn. Voor de terugkeer vind ik al snel (min of meer) een oplossing. Maar hoe raak ik er ?

Ik herinner me zoiets als het decreet “basismobiliteit”. In mijn, wellicht juridisch onverantwoorde, fantasie betekent dat decreet dat ik overal met de bus zou moeten kunnen raken. Ook in Brussel ? De routeplanner van De Lijn leert me dat dit inderdaad mogelijk is, al vermoed ik dat het vooral als theorie is bedoeld.

Als ik om 7 uur vertrek, zou ik kwart voor 11 in Brussel moeten zijn. Een nogal dwaas plan, ware het niet dat ik er dus toch pas in de namiddag echt moet zijn. Waarom niet eigenlijk (besluit ik na enige dagen twijfelen). Er zit wel een overstap van 7 minuten in Antwerpen en één van 5 minuten in Boom in. Als dat maar goedkomt : bij de NMBS zou ik het niet vertrouwen, en bovendien dreigt de pers met extra files. Waar bussen, in tegenstelling tot treinen, wel hinder van kunnen ondervinden. Al nemen die normaal allerlei secundaire wegen (of nog erger). Bovendien : een uurtje meer of minder onderweg lijkt me al bij al erg relatief…

7u00. Ik stap op bus 670.

7u01. De bus bereikt het zwembad, waar de eerste halte blijkt te zijn. Ik besluit in een vlaag van gezond verstand om géén haltes te gaan tellen. Ik besluit eigenlijk om vooral niets te doen, want van lezen in de bus krijg ik hoofdpijn.

7u02. We passeren mijn huis. Ik wist niet dat de bus hier langs kwam ! Volgens mij is het ook maar tijdelijk, al weet ik niet goed waarom. In elk geval, dat zie ik de trein nog niet nadoen. Via Horendonk en Nieuwmoer laadt de bus, van het harmonicatype, zich langzaam behoorlijk vol. Vooral met scholieren allerhande, waarvan enkele zich verbazen over de abnormale drukte op de bus. Ik ben dus niet alleen – al vermoed ik dat niemand mijn héle plan gaat overnemen.

7u25. In Achterbroek stappen er voor het eerst ook reizigers uit de bus. Dat verbaast me niet echt, want dat heb ik drie jaar lang ook gedaan, tijdens mijn laatste humaniorajaren in Hoogstraten. Al rijdt er nu toch een rechtstreekse bus daar naartoe ? Ik zal wel iets over het hoofd zien. Terwijl ik het me afvraag is de bus alweer minstens één halte en zeker een halve kilometer verder.

7u34. Ook in Kalmthout blijken een aantal vaste treinforenzen voor één keer Lijnklanten te zijn. Wat onwennig stempelen ze hun ticket en wandelen door de rijdende bus : een heel andere techniek dan het treinwandelen, zo blijkt.

7u38. Kapellen. Meer en meer passagiers vinden geen zitplaats. Ik herinner me de bus Hoogstraten-Achterbroek als een rijdend sardineblik, maar zo erg wordt het hier niet. Niet iedereen heeft de trein dus ingeruild voor wat vroeger de “buurtspoorwegen” heette.

7u45. Véring. Dat is wat er ontbreekt, stel ik vast. Al zijn de zetels comfortabeler geworden dan het plastic spul van 15 jaar geleden, dus wordt het probleem enigszins opgevangen. Maar vermoedelijk is drempelvrees toch de meest voorkomende beroepsziekte van buschauffeurs.

8u00. Merksem blijkt de uiteindelijke bestemming van nogal wat reizigers op bus 670. Meteen kan iedereen weer zitten. In Antwerpen stappen er nog maar weinig mensen op de bus : hier zijn lijnen genoeg blijkbaar.

8u15. Ik begin me toch wat zorgen te maken over mijn overstap. De bus naar Boom vertrekt om 8u30 en we zitten nu in een stuk Antwerpen dat ik niet echt herken.

8u23. Geen reden tot paniek. We bereiken de Rooseveltplaats, perron 40 blijkt met enig logisch redeneren wel te vinden en bus 500 staat klaar. Voor zover ik kan nagaan maakt niemand de overstap van bus 670 op de verbinding naar Boom. Ik verbaas me er niet echt over.

8u30. Bus 500 zet zich in gang. Een “enkele” bus deze keer, zonder harmonica. De passagiers achter mij vergelijken de merites van enkele jeugdinstellingen, en blijken vooral tevreden dat Everberg niet op hun lijstje staat. Ik deel stilzwijgend hun tevredenheid.

8u50. We rijden op de Boomsesteenweg, waarvan ik niet zonder vreugde vermoed dat die naar mijn bestemming leidt. Ik ben hier ooit wel eens geweest, maar zelden heb ik de tijd gehad om dit wangedrocht zo uitvoerig te bestuderen. Als ode aan de uitvinder van het grootwinkellint (dat hij brande in de hel) stel ik voor om deze weg te klasseren. Af en toe maakt de bus een zijsprongetje naar een industrieterrein of een woonwijk. Het laatste stukje onvervalst platteland ligt ondertussen sinds Nieuwmoer achter ons. Ik vermoed dat ik op dat vlak ook maar weinig meer moet verwachten tot in Brussel.

9u10. De richtingaanwijzers “Boom” volgen zich in snel tempo op, met telkens een lager kilometeraantal. Ik begin te vermoeden dat ik ook mijn tweede aansluiting ga halen. Als het aan de halte “Boom Markt” nu ook nog enigszins duidelijk is waar ik moet zijn, natuurlijk.

9u19. “Boom Markt” blijkt niet meteen een ingewikkeld busknooppunt. Nog één passagier die in Antwerpen was opgestapt blijkt overigens van plan om nu eveneens de rit naar Brussel te maken. Ik twijfel even aan zijn geestelijke gezondheid, maar besluit dan dat het wellicht (eveneens) een miskend genie betreft.

9u24. Bus 460 is een “snelbus”. Dat kan niet worden afgeleid uit het ingezette materieel, zo blijkt, want de bus ziet er net hetzelfde uit als die op lijn 500. Maar een snelbus doet minder haltes aan, begrijp ik al snel. Dat scheelt een pak.

9u43. We zijn al in Breendonk, het gaat inderdaad relatief snel. Bovendien stel ik opnieuw een zweem van landelijkheid vast. Ik stel voor dat het Vlaams Parlement een commissie “Plattelantoekomst” opricht en als nationaal motto voor Vlaanderen kiest voor “Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is.” Dat hebben we trouwens nog niet, een wapenspreuk, nu ik erover nadenk. Misschien kunnen we dáármee ons imago in het buitenland opkrikken ?

9u47. De markt in Londerzeel. Dit blijkt zowaar de bestemming van enkele van de in Boom opgestapte passagiers van Afrikaanse afkomst. Ik dacht uiteraard dat die naar Brussel onderweg waren. Gek hoe snel je in stereotypen denkt. Een ouder koppel stapt op en converseert in het Frans. Die zullen dus wel naar Brussel rijden, neem ik aan. Het lijkt me correct Frans, maar met een Vlaamse tongval. Het gebruik van de talen op de bus is vrij, en ik heb er vandaag al verschillende gehoord : iets Arabisch-achtig en iets dat misschien wel Swahili is naast ondermeer Essens en Antwerps. De daluurbus is een stuk multicultureler dan de gemiddelde piekuurtrein, stel ik vast. De bus als kleurboek. Mooi.

9u52. Londerzeel station. Onlangs vreesde ik nog samen met een Essens mede-gemeenteraadslid dat hier ooit de Vlaamse zuidgrens zou komen, na interventie van de internationale gemeenschap. Nu kijk ik vooral naar de lege sporen, mezelf erop betrappend dat ik toch hoop dat er een trein zou aankomen. Niet dus.

10u05. Laken. We passeren het koninklijk paleis en de serres. De wacht staat op post.

10u10. Om één of andere reden denk ik aan het boek “Slow boats to China” dat ik een aantal jaren geleden ergens in het buitenland heb gelezen. Uitgeleend in de Essense bib, waar het enkele jaren later op de Paasmarkt verkocht werd. Het vertelde het verhaal van een reis naar China via zo traag mogelijke boten, vooral vrachtschepen. Een inspiratiebron voor de busreiziger, ondanks de snelbus !

10u13. Het franssprekende koppel blijkt minder koppel dan ik had vermoed, want ze gaan elk hun eigen weg en ik begrijp dat ze elkaar pas “la semaine prochaine” terug gaan zien.

10u24. Met onaardse stiptheid komen we aan op het Brusselse Rogierplein. Ik besluit van het reisadvies af te wijken en in plaats van de tram te kiezen voor de metro. Die ken ik beter. Ook de man die in Antwerpen was opgestapt, gaat naar het metrostation, maar ik verlies hem uit het oog. Achteraf vertelt een Brusselse collega dat de tram een stuk sneller zou zijn geweest. Ik ben nogmaals onder de indruk van de routeplanner van De Lijn : die werkt niet altijd, maar áls hij werkt, doet hij dat blijkbaar goed.

10u30. Op de metro neem ik de Humo vast, want lezen lukt me hier wel. Ik mis bijna mijn eindstation, verdiept in het interview met Kardinaal Danneels. Ook wat tegendraads, af en toe.

10u45. Ik bereik de Ernest Blerotstraat, en tot verbazing van de prikklok vat ik mijn werkdag aan.

Zoom in

Zoom in

Dit verlengde weekend en de vervroegde zomer boden me de gelegenheid om het ondertussen beruchte fietspad langs de Spillebeek eens uit te testen. Natuurlijk niet langs de Essense kant, want daar is de aanleg nog niet gestart. Wel in de andere richting, waar de Spillebeek de Zoom heet en (dus) richting Bergen-Op-Zoom stroomt.

Eerste conclusie : Het fietspad is indrukwekkend mooi, en het zou prachtig zijn als Essen er een even mooi verlengstuk aan zou kunnen maken.

Tweede conclusie : Om aan het fietspad te geraken heb ik de Hollandse Dreef gebruikt, die er woestijndroog bijligt. Het fietspad dat Kevin en ik in de gemeenteraad goedgekeurd hebben gekregen, zou dus een extra meerwaarde bieden.

Derde conclusie : Essen ligt in een schitterende streek, maar maakt daar geen optimaal gebruik van.

Vierde conclusie : De bedenker van het knooppuntensysteem verdient de Nobelprijs van het fietstoerisme. Jammer dat de plannetjes langs deze kant van de grens niet op internet te vinden zijn. En jammer, natuurlijk, dat het Zoomfietspad er nog niet goed in is verwerkt.