Week 1
Het lijkt erop dat van iedereen die politiek actief is op een zeker niveau wordt verwacht dat zij of hij een positie inneemt t.a.v. het beleid dat door president Trump sinds zijn aantreden, amper één week geleden, wordt gevoerd. Vooral van wie niet stevig met twee voeten aan de linkerkant van het politieke spectrum staat, wat dat ook moge betekenen (ik geloof dat er meer assen, en vandaag belangrijker assen, het politieke landschap opdelen dan de dichotomie tussen links en recht). Gezien het unieke karakter van wat gebeurt vind ik dat overigens ook wel begrijpelijk en zelfs terecht.
Ik haal dat “zeker niveau” in de politiek gelukkig niet. Ik ben hier bovendien eerder al vrij duidelijk geweest over wat ik van de verkiezingsstrijd in de VS dacht. Toch vind ik het verstandig, wellicht vooral voor mezelf, om mijn positie even uit te kristalliseren. De individuele maatregelen die Trump in de voorbije week nam, in elk geval vóór vrijdag, kan je nog proberen in de context te plaatsen, en zouden desnoods deel kunnen uitmaken van een beleid waar ik niet achter kan staan, maar dat als legitiem kan worden omschreven. Dat geldt niet meer voor de moslimban, het inreisverbod voor mensen (ook mensen die al veel langer in de VS verbleven) alleen op basis van hun land van herkomst. Die past een liberale samenleving niet en is op zich een duidelijke veroordeling waard.
Maar het is toch vooral de combinatie van al wat gebeurd is, waarvan je moeilijk anders kan zeggen dan dat ze herinnering oproept aan de jaren 1930. Dat zeg ik niet lichtvaardig. Maar de pers aanvallen, feiten in vraag stellen, zich bereid verklaren rechterlijke uitspraken te negeren, buurlanden bedreigen, “eigen volk eerst” roepen, mensen met duidelijk racistische opvattingen in hoge functies benoemen, de holocaust relativeren… : wie dit allemaal zomaar combineert, laaft zich niet meer enkel aan de bron van het populisme, maar dreigt een tak aan de boom van Mussolini of Franco te worden – en we weten wat er nog meer aan die boom gegroeid is. Hier past enkel een helder en duidelijk “¡No pasarán!”.
Dat betekent overigens vooral niet dat we daar dan een omgekeerd populisme tegenover moeten stellen. Het is vooral geen legitimatie om dan even blind de andere kant uit te lopen (ook dát leren de jaren 1930). Het betekent vooral dat iedereen in het politieke centrum elkaar in de eerste plaats als mede-democraat moet erkennen, om vervolgens in tweede orde de verschillen te respecteren en de discussie te blijven voeren.
“Thuis heb ik nog een ansichtkaart…” schreef ik hier twee weken geleden. Een kerk, een kar met paard… Wat er zeker niet op die kaart stonden waren appartementsblokken. Of neen, meergezinswoningen heten die in het jargon. Al waren die er dan waarschijnlijk weer wel. Maar eigenlijk waren het eengezinswoningen waar meer dan één gezin woonde. Dus zal ik ze toch maar appartementen noemen. Al gaat dit stukje over het document dat “Ruimtelijk Uitvoeringsplan Meergezinswoningen” moet worden… 
Nieuwjaarsrecepties. Je kan er vóór of tegen zijn, maar ze zijn er nu eenmaal. Dus ben ik gisteren nog eens bij de sp.a-collega’s langs geweest, om de “beste wensen” uit te wisselen. Het was er gezellig druk, en al klonk de Internationale nogal in mineur, de partij-afdeling lijkt in goeden doen. Jokke werd gehuldigd voor haar tienjarig jubileum als schepen. De fles wijn die ze kreeg (ik neem aan dat het rode is) heeft ze in elk geval verdiend. Ze ging de fles delen met de eveneens jubilerende burgemeester, en wie het interview met haar in De Voorbode leest begrijpt wellicht beter waarom. De afdelingsvoorzitter zocht in zijn gelegenheidstoespraak niet de controverse op, en dat moet inderdaad niet altijd. Dat hij toch iets te weinig het perspectief van zijn partij op de uitdagingen waar onze gemeente voor staat uittekende stelde me dan wel weer wat teleur. De Essense sp.a kan toch nooit de partij zijn die alleen voor “besturen” zonder “sturen” staat ?