Archief van
Maand: augustus 2026

Van ’t straat

Van ’t straat

Naast de discussie over de windmolen maakte vooral de keuze van enkele nieuwe straatnamen de gemeenteraad spannend. Het leverde niet de fijnste en fraaiste momenten op voor de coalitie van N-VA/PLE en Vooruit. We gaan daaruit, zoals dat dan heet, lessen trekken. Al moeten we natuurlijk ook niet overdrijven : what’s in a name ? Al heb ik wel gezegd dat we best mooie straatnamen hebben in Essen. Dat meen ik ook, we zijn daar altijd redelijk zorgvuldig mee omgesprongen – al blijf ik het een beetje jammer vinden dat onze voorgangers destijds zijn meegegaan in de mode om een Conscience-, een Gezelle- en een Rodenbachlaan te kiezen. Dat waren uiteraard belangrijke figuren in onze Vlaamse geschiedenis, maar ik vrees dat ze niet wisten waar Essen juist lag, laat staat dat ze hier ooit passeerden; bij Conscience lijkt de kans me nog het grootst.

De onbekendheid met Essen geldt wellicht ook voor Desiderius Erasmus, maar die krijgt wel een Erasmuspark. Minder als herinnering aan de filosoof, waarvan het belang overigens niet mag worden onderschat, dan aan de school die zijn naam draagt en die nu een stukje van haar domein voor het park afstaat. Wat mij betreft ook een mooie verwijzing naar het Erasmusprogramma, één van de meest succesvolle en zinvolle EU-initiatieven. Een terechte naam dus, al waren de voorgestelde alternatieven ook interessant – en heeft Erasmus natuurlijk ook een indrukwekkende brug in zijn thuisstad op zijn naam, waar ons park niet tegenop kan…

Dat de geplande “Houtlaan” in Heikant uiteindelijk een Gieterijlaan is geworden, vind ik wel mooi, los van het proces. Dat is een veel originelere naam, en nog beter passend bij de plek waar de straat komt. Dat het historisch beter “Avenue de la Fonderie” zou zijn, gaan we maar zo laten – ik wil Conscience, Gezelle en Rodenbach ook niet al te veel voor het hoofd stoten.

De discussie maakte ook duidelijk dat we als raad graag nog een aantal Essenaren met een straatnaam zouden willen eren, ook met aandacht voor het genderevenwicht . Dat is goed, maar gebeurt best niet met een “politieke” stemming. Dat doet wat oneer aan hun verdiensten, vind ik dan. Marie Curie, die voorlopig haar Essense straat niet krijgt (en dat blijft wellicht beter zo), en Desiderius Erasmus, die via een vrij nipte stemming wel zijn park heeft binnengehaald, zal dat hopelijk behoorlijk worst wezen – en familie hebben ze bij mijn weten ook al niet in onze gemeente.

Voor wie de door hem of haar verkozen straatnaam vooralsnog niet binnenhaalde, en eigenlijk voor al wie iets wil bereiken in de politiek past tesnlotte dit citaat van de Rotterdamse wijsgeer : “De wil kijkt vele maken door het venster vooraleer de daad de deur uitgaat.”

Foto : Fonderies Anversoises – Essen in Beeld, bewerking ChatGPT
Gone with the wind

Gone with the wind

De zomer zit er bijna op. Gisteren stond ook opnieuw een gemeenteraad op de agenda. Met als belangrijke discussiepunt een dossier waar de raad helemaal niet voor bevoegd is ! Het schepencollege wel, dat moet tegen half september een advies geven over een vergunningsaanvraag – dat gebeurt wel meer, maar het is niet zomaar een aanvraag deze keer, wel één voor een nieuwe windmolen van 197m hoog, aan Schriek.

De aanvraag wekt beroering. Er staan daar al wel enkele molens, maar deze is nog een stuk groter. De beslissing over die vergunning is hoe dan ook niet eenvoudig. Zowat iedereen heeft de voorbije weken de klimaatverandering aan den lijve ondervonden. Ik heb zelf een blushelicopter dicht genoeg voorbij zien komen om vrolijk naar de piloot te zwaaien – als dat niet ongepast en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest. Bovendien zou het goed zijn als de EU qua energiebevoorrading wat minder afhankelijk zou zijn van ene Vladimir Poetin, of van het “zottekesspel” om de straat van Hormoes. Het verhogen van onze capaciteit om duurzame energie op te wekken is dus erg belangrijk.

Maar als Essens gemeenteraadslid is het desondanks een beetje een no-brainer : die molen is veel te groot om in ons landschap te passen, en zorgt voor te veel potentiële hinder voor wie hier in Essen woont en werkt. We willen die dus liever niet hier. Dat leek uiteindelijk ook de hele raad te vinden : pogingen om de ene als wat minder “tegen” dan de andere af te schilderen lukten alvast niet – Essen wil geen windmolen.

Arno Aerden (Vooruit) gaf namens het schepencollege evenwel terecht aan dat hij geen standpunt kan innemen vooraleer er een formeel advies wordt afgeleverd – procedurefouten is wel het laatste dat we in dit dossier zouden willen zien. Hij overtuigde wel dat het advies grondig en doordacht wordt voorbereid. Ondertussen hebben ook al enkele tientallen Essenaren een bezwaar ingediend via het omgevingsloket. Wie zelf dreigt hinder te ondervinden van de molen moet dat inderdaad zeker doen – en hoe geloofwaardiger en concreter de hinder, hoe beter de argumenten, hoe zwaarder die gaan wegen.

De Essense gemeenteraad zegt dus duidelijk “neen” tegen de windmolen, het schepencollege zal een advies uitbrengen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de Vlaamse minister. Die, zoals ik al aangaf, voor een niet zo eenvoudige keuze staat. Tenzij… de Nederlandse regering een handje helpt ! De geplande molen ligt wel erg dicht bij strategisch belangrijke militaire infrastructuur in ons buurland (en NAVO-bondgenoot – voor één keer is dat relevant), en zou aanvliegroutes kunnen verstoren. Of hoe mogelijk alweer zal blijken dat elk nadeel zijn voordeel heb…

Wie het protest van de bewoners wil steunen, kan hier tekenen.  Maar nogmaals : wie er echt hinder van dreigt te ondervinden, dient beter (ook) een officieel bezwaar in.

Eilandgevoel

Eilandgevoel

De zomervakantie leidde me enkele dagen naar Londen, en drie weken naar Griekenland. Niet zo verrassend, dat laatste. We brachten vooral veel tijd in Athene en Salamina door, maar voor het echte vakantiegevoel trokken we enkele dagen naar Naxos, het grootste Cycladische eiland. Bekend van de Portara, een opvallende “poort” als overblijfsel van een tempel vlak bij Chora, de havenplaats van het eiland, met de typische smalle straatjes en mooie winkels. Bekend ook van enkele zeer mooie stranden, gezellige bergdorpen (het hoogste punt van het eiland ligt hoger dan het hoogste punt van België) en van lekker eten. In Griekenland zijn met name de aardappelen van Naxos bekend, en die zijn ook effectief erg lekker, naast het rundvlees en enkele kazen, zoals de Graviera, de Arseniko en de Xinomyzithra. Je moet al héél erg de toerist willen uithangen om er eten van mindere kwaliteit te vinden.

In het dorp Filoti zijn enkele huizen en winkels opnieuw ingericht zoals ze pakweg 100 jaar geleden eruit zagen, een stukje Bokrijk in het midden van het dorp, wat ik een mooie keuze vond. Ook interessant is een gigantisch maar nooit afgewerkt beeld uit de oudheid, dat dus nog in de groeve zit, wellicht omdat er op een bepaald moment een onherstelbare breuk in het beeld is ontstaan. We bezochten naast het binnenland van Naxos ook de nabijgelegen eilanden Iraklia en Koufonissi, waarbij zeker dat laatste het predicaat “idyllisch” verdient, ook al bleken er dit jaar relatief veel toeristen te verblijven.

Op basis van het taalgebruik schat ik dat zowat de helft van bezoekers aan Naxos Grieken zijn. De andere helft bestaat vooral uit Duitsers, Fransen en Nederlanders – maar het kan ook zijn dat ik die laatste wat eenvoudiger spot, met wat Scandinaviërs, Slavischtaligen en hier en daar een Vlaming als aanvulling. Het toerisme bleek het alleszins goed te doen, en dat is goed nieuws voor de Griekse economie. Voor wie bang is van een al te warme ervaring : om af te koelen moet je er natuurlijk niet zijn, maar zoals op alle Cycladische eilanden zorgt de “Meltemiwind” er in augustus wel voor dat het vaak toch nog vrij aangenaam is. En de zee is nooit veraf, natuurlijk, voor een verkoelende duik.

In Salamina heb ik vooral meegeholpen aan wat huisonderhoud. Ik ken het eiland ondertussen redelijk goed natuurlijk, en dacht eens na over wat mijn prioriteiten zouden zijn als de bewoners me tot burgemeester zouden kiezen – wat ze gezien mijn programma nooit gaan doen, overigens. Maar als het tóch zo zou gaan moet ik Geert wel verwittigen dat ik wat mensen gaan meenemen.

Op één plaats ik brandbestrijding en -preventie, en ik stel een ervaren brandweerman van bij ons aan om dat uit te werken. Dat er tijdens mijn verblijf enkele grote bosbranden plaatsvonden op het eiland, waarbij jammer genoeg ook slachtoffers zijn gevallen, vertekent mogelijk mijn lijstje wat, maar veiligheid gaat uiteraard voor alles. Gelinkt aan mijn tweede prioriteit is afvalophaling naar Essens model, met sorteren en betalen en zo. Dat gaat het brandgevaar door zwerfvuil ook verminderen. Daar neem ik onze milieuschepen voor mee, en die gaat daar zijn handen aan vol hebben. Gelukkig is een natuurbeleid niet meteen prioritair (zelfs na de brand is er meer natuur dan we in Essen ooit zullen hebben) en zit het met cultuur ook wel goed (ik heb het hier al eens over het archeologisch museum gehad, met een collectie die millennia voor de geboorte van Gerard Meeusen begint – er is ook een mooi openluchttheater boven op een berg, dus niet meteen vraag naar een nieuwe cultuurzaal !).

Vervolgens moeten de putten in de wegen dicht en moeten er voetpaden worden aangelegd. Dat is een titanenwerk, en ik ga daar een stuk of drie schepenen van openbare infrastructuur voor nodig hebben – gelukkig heeft Essen goede kandidaten. Ze gaan geen ruzie moeten maken over wie wat doet, er is véél meer dan werk genoeg. De schepen voor toerisme moet ook mee : het eiland ontvangt soms honderdduizenden (!) dagjestoeristen. Die schepen moet een zeedijk aanleggen, waarvoor een straat moet verdwijnen – populariteit op korte termijn : -100%, op lange termijn een opname in het pantheon (denk ik).

Aan ruimtelijke ordening ga ik voorlopig niet beginnen (ook uit lijfsbehoud), en ook sport en jeugd zijn voor later – dat zit zo op het eerste gezicht wel goed. Onderwijs en gezondheid zijn vrees ik ook voor later, daar is -met alle respect- nauwelijks een beginnen aan binnen het Griekse systeem.

En financiën dan, hoor ik ze aan het Heuvelplein al zeggen ? Ja, ik ga geld nodig hebben natuurlijk. Nogal veel. Daarvoor ga ik slechts één Essens belastingreglement meenemen, wat mij tientallen doodsbedreigingen en heel veel geld gaat opleveren : het Essense reglement op leegstand en verwaarlozing. Daarmee betaal ik mijn hele programma.

Mocht ik met een speer doorboord worden teruggevonden in de baai van Salamina, dan heb ik het toch geprobeerd – zoals destijds de vloot van koning Xerxes I.