Archief van
Maand: oktober 2026

Randgeval

Randgeval

De tektonische platen. Zo’n beetje de axioma’s van de aardrijkskundeles, of de eencelligen uit de biologie : belangrijk voor de theorie, maar niet meteen iets voor het dagelijks leven. De platen hebben Pangea opgesplitst in de continenten, ze hebben gebotst en de Himalaya gevormd en deden nog wel wat belangrijke dingen. Maar dat gebeurde toch eerder lang geleden. Dit weekend bleek evenwel dat je er ook gewoon af kan vallen, van een tektonische plaat, en dat er dus een afsluiting is voorzien. Van twee meter van de rand van de Noord-Amerikaanse plaat kan je aan de overkant van een soort vallei de Euraziatische plaat zien liggen. Althans, het begin ervan, want ook bij helder weer -zeldzaam aldaar- kan je het einde niet zien. Dat ligt ergens in Japan. Tussen de twee platen vergaderde in de Middeleeuwen het IJslandse Parlement, de Althing (Alþingi)  zich niet bewust van de nogal unieke locatie, op een kruispunt van twee werelden. Bijna letterlijk.

Ik was dus in IJsland, en al vormen die platen niet het meest spectaculaire uitzicht aldaar, ze tekenen natuurlijk wel de vulkanische geografie van het land. Spectaculairder zijn de watervallen die we zagen, een kratermeer, een gletsjer en de derde hoogste geiser ter wereld – net naast de eponimische Geysir, die overigens al enkele decennia zo goed als niets meer doet. Maar Strokkur spuit nog wel elke 5 tot 10 minuten, en dat is eer praktisch : de twee grootste geisers, in Yellowstone in de de VS, hebben namelijk een frequentie van elke uren tot enkele dagen. Verder leidden onze wegen naar een zwart lavastrand met basaltrotsen, waar je wordt aangeraden nooit weg te kijken van de zee. Vermoedelijk sloeg de parking aldaar die raad in de wind toen ze vorige winter gedeeltelijk werd opgeslokt. Dan is de zee bij het geologisch zeer gelijkaardige zwarte strand in Santorini een heel stuk gemoedelijker. Bovenop de kracht van de natuur kregen we een prachtige toendravegetatie, alomtegenwoordige schapen en paarden, berken in schilderachtige herfstkleuren en met Reykjavik ook nog een gezellig stadje te zien. Dat ik het zelden zo hard hebben weten regenen namen we er dan maar bij.

Ook al omdat je een verwarmende duik kan nemen in een warmwaterbron, een attractie die me meer aansprak dan ik vooraf had verwacht : zowel de klassieke “Blue Lagoon” (eigenlijk een bijproduct van een geothermische centrale) als de nieuwe “Sky Lagoon” in Reykjavik zorgden voor een uniek welzijnsgevoel.

Cultureel blijkt IJsland niet geheel onverwacht een verlengstuk van Scandinavië. De taal bewaart het oud-Noors van toen de Vikingen zich hier vestigden veel beter dan het met het Europese vasteland verbonden Deens-Noors-Zweedse continuüm. Maar de Nederlandstalige die zich even in de spellingsregels verdiept en hier en daar wat creatief nadenkt is desalniettemin snel in staat om redelijk wat woorden te herkennen, en zou wellicht ook zonder al te grote risico’s op restaurant iets kunnen bestellen. Blómkál is blómkál, en als je dat niet lust zeg je gewoon nei (ei wordt dan ook nog eens als onze ee uitgesproken !). Alleen is het niet nodig om die moeite te doen, want het land blijkt de facto tweetalig Engels-IJslands, en de plaatselijke bevolking voelt dat hun taal onder druk staat. Het toerisme wordt almaar belangrijker – en daarin speelt IJslands geen rol. We spraken op de toeristische dienst, in het lokale visrestaurant en in de dessertenshop overigens “gewoon” Grieks, want de 4.000 km tussen Athene en Reykjavik blijken een minder grote afstand dan gedacht.

De talrijke toeristen -sinds kort de belangrijkste bron van inkomsten, voor vis en aluminium- komen overigens vooral uit Noord-Amerika, met name uit Canada, dat dichterbij is dan Europa, maar ook uit de VS. En uit Azië, maar het is toch vooral de Amerikaanse invloed die zich doet gelden, zeker in de keuken – ongetwijfeld nog een impact van de tektonische plaat. Burgers,  pizza’s en texmex domineren de menu’s, en ook de vis wordt nog het liefst gefrituurd en met frieten geserveerd. Al blijft er voldoende ruimte voor de eigen keuken, met lam, rund en vooral vis van uitstekende kwaliteit. Ook het lokale bier wisten we te waarderen. Althans tot de rekening komt, want eigenlijk is alles er (te) duur.

Een koud, nat, ver, stilaan door toeristen overspoeld en duur land, dat IJsland. Waar je absoluut moet geweest zijn.