Archief van
Maand: juli 2026

Appel

Appel

11 juli. De Vlaamse feestdag. Je moet daar nu eenmaal een datum voor kiezen. Het had 16 juni kunnen zijn (quizvraag). Maar het werd 11 juli : de datum van een belangrijke veldslag in de vroege 14e eeuw, vooral interessant omdat een ridderleger door voetvolk werd verslagen, wat in ridderkringen in heel Europa beroering wekte. Dat voetvolk werd aangevoerd door de steden van het toenmalige Vlaanderen. Vandaar de link.

Uiteraard heeft een veldslag van 724 jaar geleden bitter weinig band met de Vlaamse natie van vandaag. Zoals de (op zich relatief onbelangrijke) inname van de Bastillegevangenis heel weinig zegt over het hedendaagse Frankrijk. En aan waarom 21 juli precies op die dag valt, worden zelden woorden vuilgemaakt. Dat het voor een Duitse prins, die de Griekse kroon had geweigerd, een dag was die wel paste om voor het parlement van het nieuwe België te gaan zweren om ’s lands grondgebied ongeschonden te bewaren (om vervolgens in 1839 de helft van Limburg en Luxemburg af te staan), maakt de datum desalniettemin niet meer of minder legitiem.

Feestredenaar Rik Van Cauwelaert had het op de Essense 11 juliviering wel even over de Guldensporenslag, en wees erop dat de Brabanders (en Essen ligt wel heel centraal in Brabant) toen aan de “verkeerde” kant stonden. Tja, met de steden van wat doen “Vlaanderen” heette hadden Antwerpen of Bergen-op-Zoom niet veel uitstaans. Dat zegt absoluut niets over vandaag. Ik kijk uit naar 11 julivieringen die de datum als een gegeven nemen, en vervolgens niets zeggen over de goedendags (ook al een mythe volgens sommigen) en de Groeningekouter. Het is de feestdag van de Vlaamse natie, de Vlaamse Gemeenschap, zoals die vandaag bestaan. Van De Panne over Brussel tot in Voeren. Op een min of meer toevallig gekozen datum in de zomer.

Maar laat ik Van Cauwelaert vooral geen onrecht aandoen. Hij bleek een uitstekende gastspreker om de band te leggen tussen het engagement van wijlen ereburgemeester Herman Suykerbuyk en de plaats van Vlaanderen in het Europa van vandaag. Ik deel met hem de bewondering voor het respect dat Suykerbuyk had voor het “métier” van parlementslid – hij had daarbij overigens de band moeten leggen met schoonzoon Ludwig Caluwé, die op dat vlak ook verdienstelijk is geweest. En uiteraard deel ik de mening dat onze plaats in de Europese Unie, geografisch en politiek, een essentiële kwestie is voor Vlaanderen. Van Cauwelaert bracht een goed doordachte en goed geïnformeerde analyse. Hij verwees daarbij (zelfs) naar het Europees Semester en de Landenspecifieke Aanbevelingen, midden in mijn vakgebied. Mogelijk ontsnapte het aan veruit de meeste toehoorders, maar ik kan als een “insider” op dat domein bevestigen dat wat hij daarover zei steek hield, ook al was ik het er niet volledig mee eens.

Ook burgemeester Geert Vandekeybus keek vooral vooruit naar het Vlaanderen van morgen – een elf julirede zoals ik ze graag hoor en waar ik me volledig in herken. Terecht stond schepen Helmut Jaspers voordien wat langer stil bij Herman Suykerbuyk zelf. Ook in zijn woorden herkende ik mezelf : ik deel lang niet elke mening, keur lang niet elke beslissing van hem goed, maar het democratisch engagement van Suykerbuyk, zijn liefde voor Essen, Vlaanderen, de Nederlanden en Europa strekt tot voorbeeld.

Bij wijze van muzikale omkadering bracht Cantores enkele mooie Vlaamse liederen, die ook Suykerbuyk graag hoorde. Mij deed vooral “Een soldaat van Napoleon De Grote” even stilstaan bij de verhalen over enkele soldaten uit onze streek in “Over de Meet”, maar even goed bij de oorlog die vandaag opnieuw woedt in het oosten van ons continent, zelf (via Oekraïnse drones) letterlijk in de steden Moskou en Petrograd (Sint-Petersburg) die Miel Cools in het lied doet bezingen. Een gevecht dat ook over de toekomst van Vlaanderen gaat. En waar we overigens wél aan de goede kant staan.

Foto : ChatGPT (uiteraard)
Money for nothing

Money for nothing

Eens de agenda van de gemeenteraad gisteren afgewerkt, trok voorzitter Dirk een opmerkelijke conclusie : alle agendapunten werden unaniem goedgekeurd. Al is dat eigenlijk niet zo vreemd : het gebeurt best vaak in de gemeenteraad, en behalve het mobiliteitsplan stond er ook niets op de agenda dat echt voor een stemming in aanmerking zou zijn gekomen. Gelukkig werd ook dat plan door iedereen gesteund : dat is belangrijk voor het draagvlak van een dergelijk plan. Dat de goedkeuring met een aantal kanttekeningen gepaard ging, is ook logisch. Ik ben alleszins blij met het plan, en ook met proces dat Joris als schepen heeft gevolgd sinds hij de fakkel en de planning van Brigitte Quick overnam : we hebben nu een solide basis om alle verkeer in Essen stap voor stap veiliger, vlotter en ook duurzamer te maken. Al heb ik ook aangehaald dat de technologische evolutie ons ongetwijfeld zal nopen om het plan in de komende jaren bij te stellen. Ik verwacht alvast een positief effect van zelfrijdende auto’s – al geef ik toe dat ik daar al sneller meer van had verwacht.

Maar mobiliteit zal wel nooit mijn specialiteit zijn. Dus vond ik de discussie over de gemeenterekening van 2025 eigenlijk interessanter. Dat we die allemaal gingen goedkeuren, stond in de sterren geschreven, maar de convergentie in de discussie was minder voorspelbaar. Eigenlijk betreurden zowel de schepen, cd&v en ikzelf dat er niet genoeg was uitgegeven. Zolang de partij bestuurde vond cd&v een rekening met een beduidend hoger resultaat dan gepland nochtans een teken van goed bestuur. Vanuit de oppositie ziet dat er anders uit. Dat wist ik natuurlijk al, en cd&v heeft het nu ook ontdekt. Maar wij trapten niet in de val om nu te bewieroken wat we altijd hadden betreurd, zodat er plots wel eensgezindheid ontstond.

Natuurlijk zijn echte meevallers -subsidies of dividenden waar niet meer op gerekend was, belastingen die meer opbrengen dan kon worden voorzien- altijd welkom. Maar het Essense gemeentebestuur kampt al lang met een te lage realisatie van wat gepland wordt. Dat betekent dus dat wat door de gemeenteraad wordt beslist niet in voldoende mate wordt uitgevoerd. Voor een stukje is dat eigen aan een overheidsbegroting : je mag niet méér uitgeven dan wat wordt begroot, dus wordt er zo goed als altijd een beetje marge ingebouwd. Maar die verklaring heeft haar grenzen, en met een wat dynamisch budgettair beleid moet je dat naar het jaareinde toe ook kunnen vermijden. Het probleem zit niet in die kleine marges, maar wel degelijk in beslist maar niet-uitgevoerd beleid. Daar moeten we vanaf – het is niet correct tegenover de gemeenteraad, en ook niet tegenover de belastingbetaler. Zoals Robin als schepen van financiën uitlegde zal dat wat tijd en werk vragen. Ik hoop natuurlijk dat ook de rekening 2026 beter afsluit dan voorzien, maar wel dankzij onverwachte inkomsten, niet door niet-gerealiseerde maar wel gewenste uitgaven.