Appel
11 juli. De Vlaamse feestdag. Je moet daar nu eenmaal een datum voor kiezen. Het had 16 juni kunnen zijn (quizvraag). Maar het werd 11 juli : de datum van een belangrijke veldslag in de vroege 14e eeuw, vooral interessant omdat een ridderleger door voetvolk werd verslagen, wat in ridderkringen in heel Europa beroering wekte. Dat voetvolk werd aangevoerd door de steden van het toenmalige Vlaanderen. Vandaar de link.
Uiteraard heeft een veldslag van 724 jaar geleden bitter weinig band met de Vlaamse natie van vandaag. Zoals de (op zich relatief onbelangrijke) inname van de Bastillegevangenis heel weinig zegt over het hedendaagse Frankrijk. En aan waarom 21 juli precies op die dag valt, worden zelden woorden vuilgemaakt. Dat het voor een Duitse prins, die de Griekse kroon had geweigerd, een dag was die wel paste om voor het parlement van het nieuwe België te gaan zweren om ’s lands grondgebied ongeschonden te bewaren (om vervolgens in 1839 de helft van Limburg en Luxemburg af te staan), maakt de datum desalniettemin niet meer of minder legitiem.
Feestredenaar Rik Van Cauwelaert had het op de Essense 11 juliviering wel even over de Guldensporenslag, en wees erop dat de Brabanders (en Essen ligt wel heel centraal in Brabant) toen aan de “verkeerde” kant stonden. Tja, met de steden van wat doen “Vlaanderen” heette hadden Antwerpen of Bergen-op-Zoom niet veel uitstaans. Dat zegt absoluut niets over vandaag. Ik kijk uit naar 11 julivieringen die de datum als een gegeven nemen, en vervolgens niets zeggen over de goedendags (ook al een mythe volgens sommigen) en de Groeningekouter. Het is de feestdag van de Vlaamse natie, de Vlaamse Gemeenschap, zoals die vandaag bestaan. Van De Panne over Brussel tot in Voeren. Op een min of meer toevallig gekozen datum in de zomer.
Maar laat ik Van Cauwelaert vooral geen onrecht aandoen. Hij bleek een uitstekende gastspreker om de band te leggen tussen het engagement van wijlen ereburgemeester Herman Suykerbuyk en de plaats van Vlaanderen in het Europa van vandaag. Ik deel met hem de bewondering voor het respect dat Suykerbuyk had voor het “métier” van parlementslid – hij had daarbij overigens de band moeten leggen met schoonzoon Ludwig Caluwé, die op dat vlak ook verdienstelijk is geweest. En uiteraard deel ik de mening dat onze plaats in de Europese Unie, geografisch en politiek, een essentiële kwestie is voor Vlaanderen. Van Cauwelaert bracht een goed doordachte en goed geïnformeerde analyse. Hij verwees daarbij (zelfs) naar het Europees Semester en de Landenspecifieke Aanbevelingen, midden in mijn vakgebied. Mogelijk ontsnapte het aan veruit de meeste toehoorders, maar ik kan als een “insider” op dat domein bevestigen dat wat hij daarover zei steek hield, ook al was ik het er niet volledig mee eens.
Ook burgemeester Geert Vandekeybus keek vooral vooruit naar het Vlaanderen van morgen – een elf julirede zoals ik ze graag hoor en waar ik me volledig in herken. Terecht stond schepen Helmut Jaspers voordien wat langer stil bij Herman Suykerbuyk zelf. Ook in zijn woorden herkende ik mezelf : ik deel lang niet elke mening, keur lang niet elke beslissing van hem goed, maar het democratisch engagement van Suykerbuyk, zijn liefde voor Essen, Vlaanderen, de Nederlanden en Europa strekt tot voorbeeld.
Bij wijze van muzikale omkadering bracht Cantores enkele mooie Vlaamse liederen, die ook Suykerbuyk graag hoorde. Mij deed vooral “Een soldaat van Napoleon De Grote” even stilstaan bij de verhalen over enkele soldaten uit onze streek in “Over de Meet”, maar even goed bij de oorlog die vandaag opnieuw woedt in het oosten van ons continent, zelf (via Oekraïnse drones) letterlijk in de steden Moskou en Petrograd (Sint-Petersburg) die Miel Cools in het lied doet bezingen. Een gevecht dat ook over de toekomst van Vlaanderen gaat. En waar we overigens wél aan de goede kant staan.