Archief van
Categorie: Essen politiek

Money for nothing

Money for nothing

Eens de agenda van de gemeenteraad gisteren afgewerkt, trok voorzitter Dirk een opmerkelijke conclusie : alle agendapunten werden unaniem goedgekeurd. Al is dat eigenlijk niet zo vreemd : het gebeurt best vaak in de gemeenteraad, en behalve het mobiliteitsplan stond er ook niets op de agenda dat echt voor een stemming in aanmerking zou zijn gekomen. Gelukkig werd ook dat plan door iedereen gesteund : dat is belangrijk voor het draagvlak van een dergelijk plan. Dat de goedkeuring met een aantal kanttekeningen gepaard ging, is ook logisch. Ik ben alleszins blij met het plan, en ook met proces dat Joris als schepen heeft gevolgd sinds hij de fakkel en de planning van Brigitte Quick overnam : we hebben nu een solide basis om alle verkeer in Essen stap voor stap veiliger, vlotter en ook duurzamer te maken. Al heb ik ook aangehaald dat de technologische evolutie ons ongetwijfeld zal nopen om het plan in de komende jaren bij te stellen. Ik verwacht alvast een positief effect van zelfrijdende auto’s – al geef ik toe dat ik daar al sneller meer van had verwacht.

Maar mobiliteit zal wel nooit mijn specialiteit zijn. Dus vond ik de discussie over de gemeenterekening van 2025 eigenlijk interessanter. Dat we die allemaal gingen goedkeuren, stond in de sterren geschreven, maar de convergentie in de discussie was minder voorspelbaar. Eigenlijk betreurden zowel de schepen, cd&v en ikzelf dat er niet genoeg was uitgegeven. Zolang de partij bestuurde vond cd&v een rekening met een beduidend hoger resultaat dan gepland nochtans een teken van goed bestuur. Vanuit de oppositie ziet dat er anders uit. Dat wist ik natuurlijk al, en cd&v heeft het nu ook ontdekt. Maar wij trapten niet in de val om nu te bewieroken wat we altijd hadden betreurd, zodat er plots wel eensgezindheid ontstond.

Natuurlijk zijn echte meevallers -subsidies of dividenden waar niet meer op gerekend was, belastingen die meer opbrengen dan kon worden voorzien- altijd welkom. Maar het Essense gemeentebestuur kampt al lang met een te lage realisatie van wat gepland wordt. Dat betekent dus dat wat door de gemeenteraad wordt beslist niet in voldoende mate wordt uitgevoerd. Voor een stukje is dat eigen aan een overheidsbegroting : je mag niet méér uitgeven dan wat wordt begroot, dus wordt er zo goed als altijd een beetje marge ingebouwd. Maar die verklaring heeft haar grenzen, en met een wat dynamisch budgettair beleid moet je dat naar het jaareinde toe ook kunnen vermijden. Het probleem zit niet in die kleine marges, maar wel degelijk in beslist maar niet-uitgevoerd beleid. Daar moeten we vanaf – het is niet correct tegenover de gemeenteraad, en ook niet tegenover de belastingbetaler. Zoals Robin als schepen van financiën uitlegde zal dat wat tijd en werk vragen. Ik hoop natuurlijk dat ook de rekening 2026 beter afsluit dan voorzien, maar wel dankzij onverwachte inkomsten, niet door niet-gerealiseerde maar wel gewenste uitgaven.

Brief aan de bisschop

Brief aan de bisschop

Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Monseigneur,

We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.

U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.

Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.

Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.

Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.

Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.

Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.

Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.

Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers

Foto : Essen in Beeld – Gildenhuisfeesten Essen O.L.V. 1979
Van droom naar daad

Van droom naar daad

Drie dagen na elkaar een “politieke” vergadering. Dat is in de voorbije twintig jaar wel meer gebeurd, natuurlijk. Altijd boeiend. Maar bij de verkiezingen in 2024 heeft de Essense kiezer ons net genoeg zetels gegeven om onmisbaar te zijn voor een meerderheid, en daar ook de leiding van te nemen. Maakt dat dan een verschil voor mij ? En nog belangrijker, voor de Essenaar die voor N-VA/PLE heeft gekozen ?

Op basis van deze drie dagen kan ik daar volmondig “ja” op zeggen. Niet in de thema’s waarover onze vergaderingen gaan, en ook niet over de mate waarin we onze taak ernstig nemen. Maar de impact is wel anders. We hebben het over de mobiliteit in onze gemeente gehad; we gaan een mobiliteitsplan krijgen dat een kader biedt om het verkeer in onze gemeente veiliger en vlotter te laten verlopen. Dat maakt dat er hier en daar moeilijke knopen moeten worden doorgehakt, maar daar moeten we niet voor terugschrikken. We hebben ook de “merkenstrategie” van de gemeente besproken. Wat u daaraan heeft ? Een duidelijker communicatie, op basis van hoe we als Essenaren onze gemeente beleven. Meer kansen voor toerisme op maat van onze gemeente ook. En meer verbinding tussen mensen, wat we in Essen belangrijk vinden. We hebben het over de parochiezalen en de cultuurzaal gehad, want ruimte voor verenigingen en activiteiten is nu eenmaal essentieel in een levende gemeente.

Op al die vlakken maken we keuzes. We maken die natuurlijk nooit alleen, maar we maken ze wel anders dan ze zonder ons zouden zijn gemaakt. En ja, soms gaat dat dan trager dan we zouden wil. Kunnen we minder ver gaan dan optimaal zou zijn. Staan tussen droom en daad wetten in de weg (letterlijk) en praktische bezwaren, om naar Elsschot te refereren. Maar ik heb altijd de volgende regel van Elsschot mee onthouden : “En ook weemoedigheid die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.” In het gedicht van Elsschot was die weemoedigheid eerder een geluk, want de hoofdpersoon wil eigenlijk zijn vrouw vermoorden. Maar in de politiek is ze wel dodelijk, al is dat dan figuurlijk : je er maar bij neerleggen, verzuchten dat het zijn tijd wel zal duren. Net omdat we dat niet doen maakt het een verschil dat N-VA/PLE dit gemeentebestuur leidt.

Ook buiten de drie vergaderingen zag ik dat deze week : het aanspreekpunt “lokale economie” binnen de gemeente werd operationeel. Dat is iets waar ik toch ook al minstens anderhalf decennium het nut van probeer te prediken. We hebben het in het bestuursakkoord gezet, en Geert en Katrien hebben ervoor gezorgd dat het ook realiteit is geworden. Bedrijvigheid zorgt voor werk en houdt onze gemeente op allerlei manier levend – maar ondernemen brengt je onvermijdelijk ook in contact met de overheid. Omdat  die allerlei terechte regels en niet altijd even terecht administratieve verplichtingen oplegt, maar ook omdat die je mee kan helpen om je plannen waar te maken. Iemand bij die (lokale) overheid waar je terecht kan, die je probeert te begrijpen en in de eerste plaats mee naar oplossingen wil zoeken, is dan heel belangrijk. Hopelijk loopt het goed, en anders sturen we bij.

Er gaan dit en de komende jaren nog heel wat vergaderingen volgen. Af en toe zal dat verloren tijd zijn, zo gaat dat nu eenmaal. Soms zal het frustrerend zijn, omdat wat we echt zouden willen ook echt niet kan. Maar vaak gaat het ons dichter brengen bij het programma waar we voor verkozen zijn, het Essen waar we voor staan. Daar doe we het dus voor.

 

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Het overlijden van Herman Suykerbuyk en wat er daarover verschijnt lijken mij een geschikte gelegenheid om terug te blikken op 1994 en 1995, het laatste jaar van zijn burgemeesterschap. Niet dat ik het hele verhaal ken, verre van, maar ik draag graag een stukje van de puzzel bij.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1994 betekenen voor Essen een kleine aardverschuiving. Van de 23 zetels in de gemeenteraad gaan er 12 naar de CVP, geleid door Herman Suykerbuyk. Dat zijn er 4 minder dan zes jaar voordien. Nieuwkomer VLD kaapt meteen 4 zetels weg. De SP gaat van 3 naar 4. De Volksunie blijft op 2 zetels. Agalev levert 1 zetel in, en houdt er ook 1 over. De analyse is niet zo heel moeilijk : het verlies van de CVP aan de VLD situeert zich op rechts, op de middenstandsvleugel – en het verlies is zwaar : een kwart van de zetels gaat verloren, in stemmenaantal verliest CVP 14% en duikt voor het eerst onder de symbolische 50%-grens.

Herman Suykerbuyk trekt de conclusie dat de meerderheid erg krap is geworden, met 12 zetels op 23. Is dat wel zo ? Amper 2 verkiezingen later zal Essen relatief probleemloos bestuurd worden met 13 op 25 zetels, zelfs niet door één partij maar in een coalitie. Zouden die 12 écht een probleem zijn ? Maar Suykerbuyk wil zijn meerderheid versterken. Vreest hij (achteraf gezien terecht) dat de VLD nog sterker zal worden – maar waarom dan niet meteen voor een coalitie met hen opteren ? Suykerbuyk nodigt evenwel niet de VLD, maar de Volksunie uit. Een kleinere partij, dus “goedkoper” ? Ongetwijfeld speelt dat mee. Maar het lijkt er toch vooral op dat Suykerbuyk het als zijn historische missie ziet om minstens in Essen het politieke Vlaams-nationalisme (opnieuw) te doen samenvloeien met de christendemocratie.

Dus komen er coalitie-onderhandelingen tussen twee partijen die zich daar niet op hadden voorbereid. Bien étonnés de se retrouver ensemble. Tot verbazing van onszelf schrijven Dirk Smout, Filip Vandenbroeke en ik zo goed als het volledige coalitieakkoord. Papier is verduldig, maar dat hadden we niet helemaal door, en de machtsstructuren in Essen bleven volledig wat ze al waren. Desalniettemin slaagden we erin op enkele domeinen het aggorniamento te brengen waar Essen aan toe was. Met een modern(er) communicatiebeleid als belangrijkste verwezenlijking. Naast onder meer de start van het denkproces over de weekendzone, dat uiteindelijk mee tot het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan zal leiden.

De Vlaamse gemeentepolitiek zou echter ook deze keer de Vlaamse gemeentepolitiek blijken – belangrijker dan de gesprekken over de inhoud zijn die over de mandaten. Want een coalitiepartner, dat betekent voor CVP één schepen minder. En voor ons één meer. Die laatste geschiedenis wil ik hier niet schrijven, al ging het om een lastig hoofdstuk in mijn politieke loopbaan. Fons Tobback werd schepen, en hij deed dat uitstekend – laat ik het daarop houden. Bij de CVP waren de schepenambten al vóór de verkiezingen verdeeld, neem ik aan. Zo wilde het alleszins de traditie. Voor het eerst (en vooralsnog voor het laatst) zou Hoek een schepen krijgen, Stan Konings. Maar het voor hem voorziene mandaat moest nu naar Fons Tobback gaan.

Herman Suykerbuyk hakte de Gordiaanse knoop door en offerde zichzelf op. Hij zou nog één jaar burgemeester blijven en dan de fakkel doorgeven. Wij, de VU, geloofden dat eigenlijk niet. Het zou niet tegen de christendemocratische ziel ingaan als dat soort kunstgreep uiteindelijk niet zou doorgaan. En Suykerbuyk was amper 60 – te jong om de sjerp aan de haak te hangen, toch ? Bovendien was onze samenwerking met Suykerbuyk gedurende dat eerste jaar uitstekend. Maar Suykerbuyk bleef bij zijn besluit. En zo moest er een opvolger worden gezocht.

Dat was, uiteraard, een interne CVP-kwestie. Dertig jaar na de vorige burgemeesterswissel waren de tijden evenwel veranderd. Kon er toen nog een burgemeester die nooit in de raad had gezeteld op het schild worden gehesen en nadien democratisch worden gelegitimeerd, daarvan was in 1995 geen sprake meer. Anders zou bijvoorbeeld iemand als Jos Van Meel een optie zijn geweest. Of een outsider – Walter Mennes bijvoorbeeld. Maar de wet en de praktijk wilden dat niet meer. De volgende burgemeester moest bij de 11 overige verkozenen van de CVP worden gezocht.

De facto kwamen er daarvan twee in aanmerking : Frans Schrauwen en Jos Van Loon. Allebei al een tijd schepen en vertrouwd met het Essense bestuur. Als VU vingen we hoogstens wat geruchten op. Beide namen werden al eens genoemd. Onze relatie met Van Loon was niet optimaal – achteraf bleek dat hij een “acquired taste” is, of een goede wijn, want persoonlijk ben ik hem door de jaren heen alleszins sterker gaan waarderen. Maar hoe dan ook, ik heb op een bepaald moment aan CVP-voorzitter Dirk Nelen gemeld dat we liever Van Loon niet zagen. En dus Schrauwen wel, al herinner ik me haarscherp dat ik er dat eigenlijk niet bij heb gezegd.

Hoe dan ook, onze stem heeft gegarandeerd op geen enkele manier meegespeeld. Hoe het dan toch zo gelopen is dat Suykerbuyk tegen Schrauwen heeft gezegd dat hij burgemeester moest worden, daarvan heb ik geen idee. Volgens sommigen was Van Loon de eerste keuze en heeft die geweigerd, maar dat weet ik dus niet. Suykerbuyk heeft vervolgens alleszins geprobeerd om Schrauwen naar eigen model te vormen, wat ik in mijn in memoriam al aangaf. En hij hield de touwtjes in handen achter de schermen. Of stilaan niet meer ?

Toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 naderden, groeide het idee binnen CVP om als kartel met de VU op te komen, en zo de krap geworden meerderheid al voor de stembusgang te consolideren. Na zes jaar coalitie niet zo heel vreemd. We gingen het gesprek aan. Ik besprak een concreet voorstel, met Dirk Nelen en… Herman Suykerbuyk. Met drie zetten we iets op papier waar ik achter kon staan. Mijn overtuiging dat Essen zo snel mogelijk zes jaar zonder christendemocraten moest worden bestuurd is pas enkele jaren later gevormd – ook wel omdat ik toen nog niet echt geloofde dat dat een reële optie was. Maar het voorstel werd in ons partijbestuur niet gesteund, niet omwille van de modaliteiten, maar omwille van het principe : met name Dirk Smout en Fons Tobback wilden niet samen op één lijst met de CVP. We vernamen dat ook binnen de CVP het enthousiasme uiteindelijk niet zo groot was. Daar waren we natuurlijk niet bij. Wiens stem woog daarbij door ? En wie sprak Suykerbuyk tegen ? Hoe dan ook, het kartel kwam er niet. De droom van Suykerbuyk, om de Vlaamsgezinden en de christendemocraten tenminste in Essen onder één vlag (en één kruis) te verenigen, moest in de kast.

Voor Suykerbuyk definitief, zou blijken. De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 herleidden de CVP tot 10 zetels (op 25 nu), en zagen de VLD groeien tot 6. De SP bleef op 4, de VU op 2, Agalev op 1. Nieuwkomer Vlaams Blok bezette de 2 nieuwe zetels. Van een nieuwe coalitie CD&V en VU was geen sprake, wegens te weinig zetels, en de VLD werd de nieuwe coalitiepartner van burgemeester Schrauwen.

Het naspel kwam er in 2006. De Volksunie was ondertussen niet meer. Ze vervelde in Essen tot PLE en later tot N-VA/PLE, en nationaal tot N-VA en Spirit. Na een minder geslaagde verkiezing op eigen kracht sloten nationaal CD&V en N-VA een kartel, en er werd in beide partijen duidelijk opgeroepen om dat in alle gemeenten te herhalen. Er kwam ook in Essen een voorstel : het moest een kartel zijn onder de naam CD&V/N-VA, een verwijzing naar PLE was uit den boze. Dat dat met name voor mij moeilijk lag, ligt voor de hand : ik had me wel niet bij N-VA aangesloten maar was het Spirit-(mis)avontuur mee ingestapt. Maar vreemd genoeg was ook de rest van het voorstel, zoals de verdeling van plaatsen op de lijst, duidelijk minder gunstig voor N-VA(/PLE) dan wat Suykerbuyk, Nelen en ik in 2000 hadden onderhandeld. Dacht CD&V Essen dat Bart De Wever de Essense N-VA de arm zou omwringen (quod non), of was het een voorstel pro forma ? Alleszins bleek de geest van Suykerbuyk deze keer geen inspiratiebron meer. Welke rol speelde Ludwig Caluwé – politiek erfgenaam van Suykerbuyk maar voor zover ik kan inschatten een koele minnaar van het nationale kartel met N-VA (dat, het weze gezegd, vanuit CD&V-perspectief later dan ook een reuzegroot koekoeksei zou blijken) ?

De verkiezingen van 2006 leiden opnieuw een ander tijdperk in. N-VA/PLE verovert op eigen kracht 5 zetels (Dirk Smout, Geert Vandekeybus, Kevin Ooye, Katrien Somers en ikzelf), de VLD verliest er 3 en valt terug op 3. De sp.a behoudt 4 zetels, de groenen 1, het VB wint er nog 1 bij en komt op 3. De christen-democraten, nu onder de naam CD&V, halen 9 zetels en moeten of mogen alweer van coalitiepartner veranderen. Na een zeer kort pro forma-gesprek gaan ze niet in zee met kort voordien nog potentiële kartelpartner N-VA(/PLE) : die relatie is verzuurd geraakt, onder meer ook omwille van de overstap van Fons Tobback, voor wie wellicht het mislukken van het kartel, maar ook de goede band die hij had opgebouwd met meerdere christendemocratische mandatarissen tijdens de CVP-VU-coalitie een rol speelde. En ook wel omdat wat ik met enig overdrijven de Tom Bevers-doctrine zou durven noemen -namelijk dat Essen één keer een bestuur zonder CD&V nodig had- ondertussen opgang had gemaakt bij ons. Er komt een coalitie van CD&V en sp.a, met 13 zetels op 25 (!), die bijzonder stabiel zou blijken.

Met -alweer- een nieuwe burgemeester. Na 11 jaar is het krediet van Frans Schrauwen op. Hoe die wissel precies verliep is nog moeilijker in te schatten voor mij dan de vorige. Ik kan hoogstens vermoeden dat coalitiepartner sp.a hooguit als katalysator fungeerde, en dat de beslissing binnen CD&V zelf werd genomen. Alleszins niet meer door Suykerbuyk, al ga ik ervan uit dat hij nog wel werd geraadpleegd. Maar met het aftreden van zijn opvolger en de duidelijke breuk met de Vlaams-nationalisten in Essen is diens tijdperk echt voorbij. Zoals dat dan gaat, zal het respect voor hem daar alleen nog maar door toenemen.

Mocht iemand van christendemocratische of andere huize het verhaal verder willen aanvullen of corrigeren, dan publiceer ik dat hier graag – mogelijk biedt het vervolgens ooit ook inspiratie voor De Spycker.

Foto : Roger Van Ginderen (Essen in Beeld) – We herkennen naast Suykerbuyk en Schrauwen ook Jan Deckers en Camille Paulus, toenmalig provinciegouverneur
In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.

Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.

Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.

Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.

Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.

Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.

Foto : vlaggenwijding KSA Heidebloempje 1954 met links (van de groep die rechtstaat) bondsleider Herman Suykerbuyk (foto  : archief Heidebloempje)
Voorbeeld

Voorbeeld

Het Vlaams Belang heeft een voorstel ingediend voor de gemeenteraad van volgende dinsdag. Dat mag. Ik heb er zelf ook twee mee ingediend. Het voorstel van extreem-rechts gaat over 25 Essenaren, die worden opgeroepen om zich tweejaarlijks aan een drugscreening te onderwerpen en vervolgens de resultaten publiek te maken. Op kosten van de gemeente. Het moet zijn dat ze zich vreemd gedragen. Het argument is dat ze een voorbeeldfunctie hebben. Zijn ze dokter, pastoor, politieagent ? Neen, ze zijn gemeenteraadslid ! Ik ben blijkbaar een voorbeeld voor u allen – toch voor de Essenaren onder u, want ik neem aan dat het daartoe beperkt blijft. Ik zie u al driftig ja knikken achter uw computer. Pas daar toch maar mee op, hoor – ik heb allerlei slechte gewoonten die wellicht geen navolging verdienen. Ik raak bijvoorbeeld (!) vrij regelmatig de helft van een paar sokken kwijt. En ik draai de dekseltjes van conservenpotjes niet altijd vast dicht, wat een klein maar niet te ontkennen risico op glasbreuk oplevert.

Maar, goed, ik weet het nu. Dankzij het Vlaams Belang. Omdat u ons hebt verkozen, moeten we voorbeeldig zijn. U had dat erbij kunnen zeggen vooraleer u op mij stemde, maar nu weet ik het dus. Maar als dat geldt voor de drugswetgeving, geldt het natuurlijk voor alles. Dura lex, sed lex. Dus zou ik het voorstel graag willen uitbreiden :

  • We sturen elk jaar alle facturen van werken in huis naar de financiële dienst van onze gemeente, die nakijkt of alles wel netjes in het wit gebeurd is (zelfstandigen sturen uiteraard alle facturen) en vervolgens die facturen op de gemeentelijke website zet.
  • Uiteraard komt ook onze belastingaangifte op de gemeentelijke website.
  • We nodigen elk jaar de bouwdienst van het gemeentebestuur uit om na te komen kijken of alles waar we eigenaar van zijn wel netjes vergund is, en dat dan bekendmaakt.
  • We plaatsen een alcoholslot in onze auto, en programmeren onze gps zo dat de politie direct een berichtje krijgt als we ergens te snel rijden. De politie maakt dat uiteraard bekend.
  • Ik heb geen auto, dus dat vorige geldt niet voor mij, maar ik zal dan alle trein-, bus- en andere tickets ook aan het gemeentebestuur bezorgen. En als ik ’s avonds met de fiets rijd even een foto van mijn voor- en achterlicht naar de politie sturen.
  • We brengen onze vuilniszakken eerst binnen bij de milieudienst, zodat die kan nakijken of we wel correct sorteren. De foto van ons vuilnis komt uiteraard op de gemeentelijke website.
  • We laten onze berichten op sociale media even screenen door de communicatiedienst van de gemeente, zodat we zeker zijn dat we pakweg de wetgeving over aanzetten tot racisme niet overtreden. Bijkomend voordeel is dat ze er eventuele spelfouten uit kunnen halen.

Dat zijn natuurlijk alleen nog maar wetten, maar misschien moeten we onze voorbeeldrol ook nog wat uitbreiden ? Met kledingvoorschriften bijvoorbeeld. Ik zeg maar wat. Of gebruik van het Algemeen Nederlands. Of niet naar foute muziek luisteren. Of met wegblijven van neonazi-betogingen. U vult het lijstje vast verder aan.

Voor alle duidelijkheid : ik heb nog nooit illegale drugs genomen (wel eens een geneesmiddel waarvan ik ging hallucineren, telt dat ?). Voor mij is die test geen probleem. Maar ik pik de verdachtmaking niet. En ik denk ook niet dat de kiezer van een gemeenteraadslid verwacht dat we heiliger zijn dan de paus – maar als dat wel zo is, dan wel graag op alle domeinen !

Tenslotte beveel ik -in overeenstemming met de zojuist door mij genoemde paus, ongetwijfeld- de lezing van Mattheüs 7:3-5 aan, ook voor de niet-gelovigen.

Τί δὲ βλέπεις τὸ κάρφος τὸ ἐν τῷ ὀφθαλμῷ τοῦ ἀδελφοῦ σου, τὴν δὲ ἐν τῷ σῷ ὀφθαλμῷ δοκὸν οὐ κατανοεῖς;

Receptie

Receptie

Naar goed gebruik opende de Essense Vooruitafdeling vorige week het seizoen van de nieuwsjaarsrecepties. Het was er zoals elk jaar best gezellig. En naar al even goed gebruik reikte de partij haar Sooi Noldus Solidariteitsprijs uit. Die ging naar Gert Beyers, die de eerst dagelijkse en nu wekelijkse actie voor Palestina aan het Essense gemeentehuis in gang zette. Een terechte beloning voor zijn doorzettingsvermogen om het lot van de Palestijnen in Gaza onder de aandacht te brengen. Ik was het lang niet met alles eens dat hij in zijn speech aanhaalde, maar de actie zelf was best inclusief door zonder verdere te eisen dat de genocide moest stoppen – een uiteraard zeer terechte eis.

Ik zou het zelf als gemeenteraadslid wat vreemd vinden om aan het gemeentehuis te staan met een spandoek of een vlag – ik kan binnen mijn mening uiten, en beperk me daar ook liever tot wat echt van gemeentelijk belang is, maar in virtuele navolging van Gert ga ik vandaag hier een vlag hijsen, met name de vlag met leeuw en zon in solidariteit met het Iraanse/Perzische volk dat vandaag het regime van de ayatollahs probeert omver te werpen.

Maar eigenlijk ging het over recepties ! Gisteren hielden we met N-VA/PLE onze eigen nieuwjaarsreceptie, in Businesscenter De Grens. Met vicepremier Jan Jambon (N-VA) als gast. Ik mocht het reeksje met speeches openen, voor de burgemeester en de minister. En dit is wat ik gezegd heb :

Beste aanwezigen,

Welkom. Ik ga beginnen met de beste wensen voor 2026, namens de mandatarissen en het bestuur van N-VA/PLE.

2025 sluiten we daarmee af. Het was een bewogen jaar. Internationaal moest Europa leren leven met een Amerikaanse president die ons niet als een bondgenoot ziet, maar als een lastige rivaal, een hinderpaal in het geopolitieke spel waar hij alleen de regels van bepaalt, zoals we in de eerste dagen van dit jaar opnieuw zagen. Een jaar ook waarin de oorlogen aan de Europese grenzen voortraasden en de democratie onder druk stond. De consequenties van die ontwikkelingen gaan ons nog lang zorgen baren, maar dat we een sterker Europa nodig hebben zal hopelijk niemand meer betwisten.

Nationaal nam de N-VA voor het eerst de leiding van de federale regering. Ik werk voor als ambtenaar voor die regering, dus ga ik ze niet beoordelen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat Jan het positieve bilan zelf perfect kan opmaken.

In Essen werd 2025 het eerste volledige jaar sinds mensenheugenis met een echt nieuw bestuur, onder leiding van N-VA/PLE. Dat betekende voor alle partijen dat ze zich aan een nieuwe realiteit moeten aanpassen.

Het Vlaams Belang ging zich constructief opstellen, beloofden ze na de verkiezingen. Af en toe leek dat te lukken, maar blijkbaar zijn er instructies uit Brussel gekomen dat wild om zich heen schoppen toch beter bij het partij-DNA past. Met behulp van Chat GPT wordt er dus zonder veel samenhang in alle richtingen geschoten. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Cd&v trapt gelukkig niet in dezelfde val. Na altijd te hebben bestuurd is oppositie voeren niet evident, maar hier en daar een uitschuiver niet meegerekend is de opstelling kritisch maar constructief. Met goede suggesties, terechte opmerkingen en zinvolle lessen uit het verleden moeten we zeker rekening houden, maar op onterechte kritiek en heimwee naar het verleden gaan we helder blijven antwoorden en duidelijk maken dat wij echt een verschil maken.

Met Vooruit sloten we een helder en ambitieus bestuursakkoord af, dat we ondertussen vertaalden in een even ambitieus maar realistisch meerjarenplan. We zijn het natuurlijk niet over alles eens, en dat hoeft ook niet, maar zoals Jan ongetwijfeld kan bevestigen is de socialistische partij er één die op alle niveaus haar verantwoordelijkheid neemt en waar afspraken mee kunnen worden gemaakt. We gaan dus keihard samen met hen aan één zeel blijven trekken om Essen in de juiste richting vooruit te doen gaan.

Dat brengt ons bij onszelf. Ik ben trots op wat we als team van mandatarissen het voorbije jaar hebben neergezet. Het was niet altijd gemakkelijk. Er zaten lijken in de kast, gelukkig niet zo heel veel, maar de kasten bleken vooral niet altijd zo gemakkelijk open te gaan. Het hele raderwerk van het gemeentebestuur had dringend olie nodig, en daar gaan we nog wel even mee bezig zijn.

Dat hield ons niet tegen om een stevige stempel te drukken en echt van start te gaan met het vormgeven van het Essen van 2030 en 2040. Met bestuurders die luisteren naar wat er leeft in onze gemeente, en die ook moeilijke knopen kunnen doorhakken. Essen is in 2025 veiliger, leefbaarder, actiever en meedenkender geworden – exact zoals we hadden beloofd en zoals onze burgemeester nog verder zal toelichten.

Zijn we er al ? Neen, natuurlijk niet. De weg is nog lang, en we hebben ongetwijfeld ook kansen gemist om elkaar bij te staan, in de verdediging maar ook om de finale voorzet te geven waarop de ander kan scoren. Daar moeten we allemaal aan werken. Laten we dus in het komende jaar meer dan ooit als team de schouders zetten onder het N-VA/PLE-project.

Maar eerst is het dus tijd voor een feestelijk moment. Er valt overigens wel wat te vieren dit jaar. PLE bestaat 25 jaar, en is nét iets ouder dan N-VA, dat dit najaar ook 25 jaar bestaat. En onze Nieuwsflits is ook al aan zijn 25e jaargang toe. Redenen genoeg dus om tussen het harde werken door af en toe gewoon ook te klinken op vriendschap en vertrouwen.

En daarmee geef ik graag het woord door aan de burgemeester.

Tussen droom en daad

Tussen droom en daad

Met een “gezamenlijke commissie” vorige week, en vervolgens twee gemeenteraden deze week, werd het meerjarenplan voor 2026-2031 afgeklopt. Het werd een goed debat, volgens hetzelfde stramien van zes en twaalf jaar geleden. De hele discussie verliep constructief en hoffelijk, en focuste grotendeels op de inhoud. Dat was de verdienste van het schepencollege, dat een goed uitgewerkt en onderbouwd plan voorstelde en ook bereid bleek om dat degelijk toe te lichten, maar uiteraard ook van de raadsleden. En zoals dat dan gaat is het daarbij vooral de oppositie die de toon zet. Cd&v haalde duidelijk enige inspiratie bij ons voor de gekozen werkwijze, en die bleek zowel geschikt om het plan op een aantal vlakken nog bij te sturen, om zaken die onderbelicht waren gebleven onder de aandacht te brengen als om verschillen aan te geven. Bij dat laatste gingen ze -wellicht bewust- niet tot het bot. Er werd enkele keren, langs twee kanten, gezegd dat we van mening verschillen en dat dat ook goed is, maar het werd geen politiek steekspel. Hoewel daar, wellicht ook aan twee kanten, wel munitie voor was. Ik speelde deze keer in de verdediging, maar heb de botte bijl niet moeten bovenhalen, aangezien ook Steff Nouws de zijne had thuisgelaten (ik had ze wel bij, je moet altijd voorbereid zijn). Steff haalde zo volgens mij het maximum uit een, toegegeven, niet eenvoudige positie, als de “eeuwige” bestuurspartij die in de oppositie belandde. Goed werk, ook van zijn fractiegenoten – dat mag gezegd worden.

Vlaams Belang kwam met een andere innovatie, en liet ChatGPT het werk doen – of Ronnie de Robot, zoals ik hun nieuwe collega in de raad heb genoemd. Het leidde zowel bij de ingediende vragen als tijdens de raad zelf tot quasi-wartaal, maar het geeft wel aan dat artificiële intelligentie een factor wordt om rekening mee te houden, ook in de gemeentepolitiek. Ik weet weliswaar niet echt wat ik daarvan moet denken, maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe – wegdenken kan nu eenmaal niet.

Natuurlijk leverden ook de meerderheidspartijen, het schepencollege en raadsvoorzitter Dirk, die vlotjes de weg wees door de amendementen, belastingen en retributies heen, uitstekend werk. En de administratie die voor een goede voorbereiding had gezorgd, en voor antwoorden op de talrijke vragen. Het resultaat is het eerste Essense meerjarenplan dat geen tegenstemmen kreeg, en een werkstuk waarop ik mee trots ben. Het vormt een uitstekende basis om de komende jaren mee aan de slag te gaan. Voor mij is dit het plan dat moet toelaten om Essen ook in de toekomst te besturen als moderne, zelfstandige gemeente, met een uitstekende dienstverlening en waar het goed is om te wonen. Dat is een heel ambitieuze doelstelling, maar dat ben ik alvast aan mijn kiezers verplicht, vind ik.

De dubbele raad betekende ook het afscheid van Jokke Hennekam, die na net geen kwarteeuw de raad verlaat. Ze deed dat door op onnavolgbare wijze een concreet verhaal boven te halen (iemand die plots moet betalen voor een aansluiting op de riolering), waarmee ze blijkbaar op een raadsbesluit uit 1973 was gestoten. In haar afscheidswoord richtte ze zich tot alle fracties. Bij ons constateerde ze een grote wens om veel zaken te veranderen, maar ze verwittigde ons dat de administratieve molen soms erg traag draait, en ze bracht de zeer bekende versregel van Willem Elsschot in herinnering “(Want) tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren (…)”. Ze gaf ons vervolgens de raad tóch door te zetten, en die ga ik alleszins ter harte nemen.

Na Elsschot een eigen gedicht (of toch een reeks van min of meer rijmende verzen) brengen is natuurlijk een beetje pretentieus, maar Steff en ik waagden ons er allebei aan – in mijn geval lichtjes plagiërend op een eerder gedicht dat ik al eens voor Jokke had geschreven). Daarmee ga ik dit stuk over de dubbele gemeenteraad ook afsluiten – de inhoud houd ik voor de Nieuwsflits.

Eerbewijs uit het ongerijmde

Voor ereschepen Jokke Hennekam

Jokke stapt uit deze raad
Het gebed van velen heeft dan toch gebaat
Zodat de furie nu vertrekt
Rood van haar en rood gebekt
Oef, de zucht die menigeen nu slaat

Essen heeft het nooit begrepen,
Daarvoor echt toch te benepen
Afkomst noordens ’t Huis der Zuivel
’t kon alleen maar door den duivel
Werd die socialiste hier zomaar schepen

En dan ook nog van cultuur
Met succes ook, op den duur
Ging Essen zowaar leven
Dat we dat nog zouden beleven
Al was een eigen zaal voor Gaston te duur

Met onze schone Vlaamse taal
Ging ze ook al aan de haal
Met Esses werd ons oor bezeerd
Onze spraak verenneweerd
Zonder meer een groot schandaal

 

Ze kwam ook zomaar op voor alle kleinen
En dus zelfs voor de Palestijnen
In plaats van braafjes mee te stemmen
Beschikt zij niet echt over remmen
Zelfs over een stokoude rioleringslast
Haalt ze alles nog eens uit de kast
Toch een Vlaamse Leeuw, dus, niet te temmen

Menig koppel werd door haar getrouwd
Minstens één heeft zich dat niet berouwd
Want wat Jokke verbindt zal de mens niet scheiden
Al wist de Rex zich van wél haar te bevrijden
En werd die zowaar aan de tsjeven toevertrouwd

Na een kwarteeuw is ’t genoeg
Met vanuit de rode ploeg
’t Gezag hier te bevragen
En ons allen uit te dagen
En zo vaak te krijgen wat ze vroeg

Al blijft Essen op haar tong en in haar hart
In deze raad laat ze aan Leen haar part
She’ll take care of her grandchildren
We gaan haar daarbij niet hind’ren
Maar toch missen we haar nu al hard

Foto : Fotografils / ChatGPT
Wissel

Wissel

Ik heb de vorige gemeenteraad gemist – ik moest namelijk in Bratislava een vergadering voorzitten, zoals uit het voorgaande bericht blijkt. Ik heb de vergadering evenwel niet alleen mee voorbereid, maar vanzelfsprekend achteraf ook nagekeken en nagelezen wat er gezegd werd. Daarbij viel de vraag van het Vlaams Belang over “Park Spoor Essen” op, ook al omdat die de volgende dagen nog uitgebreid op de sociale media aan bod kwam. Het VB vroeg hoeveel geld er werd uitgegeven aan de studie over de bestemming van het stuk grond ten noorden van de voormalige goederenloods in Hemelrijk (Robotland) en wat er met de plannen uit de studie ging gebeuren. Het antwoord was dat er ongeveer 285.000 EUR werd uitgegeven, en dat er voorlopig niets mee gaat gebeuren : de plannen uit de studie vallen te duur uit, en de inzichten zijn veranderd. Natuurlijk gaat de studie nog wel als inspiratiebron worden gebruikt.

Het VB schreeuwde vervolgens moord en brand over het “weggegooid geld”. Mijns inziens geheel onterecht. Toegegeven, ik heb er even over moeten nadenken. 285.000 EUR is ook wel echt veel geld voor een studie, dat had wellicht goedkoper gekund. Toch ben ik tot het besluit gekomen dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn : het vorige bestuur (cd&v en Vooruit) deed er goed aan om een studie te laten maken over dit stukje Essen. En het huidige bestuur (N-VA/PLE en Vooruit) doet er goed aan om de resultaten daarvan voorlopig “on hold” te zetten.

We kunnen het er wellicht over eens zijn dat grondig nadenken en studies maken vooraleer een belangrijke beslissing te nemen verstandig is. Dat geldt ongetwijfeld ook over legislaturen heen : in een democratie hoor je ook beslissingen voor te bereiden die je zelf net meer zal kunnen nemen. Alleen een would-be dictator zou kunnen uitgaan van “après nous le déluge”. Natuurlijk kan je discussiëren over de parameters, de prioriteiten (wat wel en wat niet bestuderen) en nog veel meer. Maar ook in dat kader lijkt het me dat een studie over dit terrein een nuttig instrument is voor een gemeentebestuur.

Dat het huidige bestuur vervolgens voorlopig niets doet met de resultaten, is uiteraard in de eerste plaats niet de verantwoordelijkheid van cd&v. Die partij moet zich hoogstens verantwoorden voor de prijs en de voorwaarden van de studie. Pas als ze ook de onverkorte uitvoering ervan zouden vragen, moeten ze natuurlijk vertellen waar ze het geld daarvoor vandaan zouden halen, want de uitvoering wordt op 5 tot 6 miljoen geschat. De huidige bestuursploeg moet zich dan weer niet verantwoorden voor de studie en de kostprijs daarvan. En het moet al zeker niet in de “sunk cost fallacy” trappen : het is niet omdat een studie veel geld heeft gekost, dat je de resultaten ervan moet uitvoeren (vergelijk het met de persoon die elke week voor 100 EUR op de Lotto speelt, en daarmee niet kan stoppen “omdat hij al zoveel heeft geïnvesteerd” – dat klinkt maar is niet redelijk). Dat geldt voor N-VA/PLE, maar even goed voor Vooruit : die partij wist toen ze de studie mee opzette niet wat het resultaat ervan ging zijn, en hoe nadien de politieke en financiële situatie ging evolueren. Dat betekent dat geen enkele van de drie partijen, cd&v, N-VA/PLE en Vooruit onverantwoordelijk heeft gehandeld. Als het VB ze natuurlijk allemaal als één pot nat beschouwt en doet alsof het over één college gaat dat een glazen bol had moeten hebben, dan bewijst dat vooral dat die partij niet in staat noch bereid is om verantwoordelijkheid te nemen. Quod erat demonstrandum. Want wat zou het VB nu doen als zij aan de macht waren gekomen ? De studie “ontmaken” of de prijs van de plannen negeren ?

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat het om een perceel gaat dat veel kansen biedt en dat mee beeldbepalend is voor Essen. De achterkant van het station is de mooiste kant, en komt van daaruit het best tot zijn recht. Terecht heeft het schepencollege dan ook aangegeven dat er verder wordt nagedacht hoe er (betaalbaar) iets mee kan worden gedaan, en uiteraard zal de gemaakte studie daarvoor mee als een uitgangspunt dienen.

Jaargetij

Jaargetij

Een jaar geleden wonnen we met N-VA/PLE de Essense gemeenteraadsverkiezingen. Zoals Geert had voorzien moest het veroveren van een 11de zetel volstaan om onmisbaar te worden, en zo viel het ook uit. In de dagen na de verkiezingen sloten we een coalitie met Vooruit, die later leidde tot een stevig bestuursakkoord. En we gingen aan de slag.

Politiek is een ploegsport, je bereikt er alleen iets samen met anderen. We werkten dus een opstelling uit, en spurtten begin december het veld op. Dat bleek er slechter bij te liggen dan we hadden verwacht; structureel was het onderhoud ervan sterker verwaarloosd dan we vanuit de tribune konden zien. Desalniettemin zijn we er na een jaar in geslaagd om een verschil te maken.

In een ploeg heb je iedereen nodig, maar ik ga toch één uitblinker vermelden.  Ik ben het voorbije jaar een fan geworden van het hele schepencollege, maar de burgemeester is echt wel een uitstekende spits. Hard werkend, betrokken bij wat er in de gemeente leeft, met een visie en veel daadkracht. Wie een softie had verwacht kreeg een burgemeester die hard durft ingrijpen als het nodig is, die durft zeggen waar het op staat en doorbijt. Met een heel warm hart voor de Essenaren. En altijd met de glimlach.

Op de openingszitting van de gemeenteraad heb ik gezegd dat “Burgemeester Geert” al meteen vertrouwd in de oren klonk. Na een jaar blijkt dat ik daar zeker geen ongelijk in heb gekregen. Ongetwijfeld net als Dirk denk ik nog wel eens terug aan het gesprek waarin we hem -met moeite- overtuigden om politiek actief te worden. Het maakt me een beetje trots. En het is natuurlijk leuk om in een ploeg te staan met een sterke kapitein, die zelf een goede spits is maar ook anderen laat scoren.