Archief van
Categorie: Essen politiek

Zorgen

Zorgen

Ik heb gisteren een vraag gesteld op de gemeenteraad over een persbericht van een collega-raadslid. Dat is natuurlijk niet zo gebruikelijk – en wie ervan uitgaat dat de vraag ook met de betrokken schepen was afgestemd, heeft gelijk. De vraag was wel terecht : Eva Eyckmans (cd&v) publiceerde een persbericht waarin ze duidelijk maakte het niet eens te zijn met de doorgevoerde hervorming van de gemeentelijke zorgtoelage. Dat is een (relatief kleine) aanvullende toelage voor sommige zorgbehoevenden die onze gemeente zoals sommige andere gemeenten toekent. Dat ze het met die hervorming niet eens is, is haar goed recht, en uiteraard mag ze dat op alle mogelijke manieren verkondigen.

Mijn vraag ging over het feit dat in het persbericht een aantal personen worden opgevoerd die de zorgtoelage ontvangen (of niet meer, of minder ontvangen). In het persbericht staat de volgende zin “Eva Eyckmans, gemeenteraadslid voor cd&v en voorzitster van de commissie Welzijn sprak daarop verschillende sympathieke Essenaren aan die een wezenlijk verschil voelen door dit nieuwe reglement.” Dat kan je enkel doen als je een lijst hebt van wie de zorgtoelage ontvangt, met de oude en de nieuwe bedragen – en dus informatie over de zorgbehoeften van de betrokkenen. Die informatie mag je als gemeenteraadslid hebben – die kan je nodig hebben om het beleid te beoordelen. Maar die gegevens dan gebruiken om mensen aan te spreken, kan niet. De uitleg van Eyckmans in de gemeenteraad, dat de betrokkenen haar hebben gecontacteerd, wordt tegengesproken door haar eigen persbericht. Het klinkt ook wat onwaarschijnlijk dat ze over vier gevallen zowat gelijktijdig spontaan werd gecontacteerd. En zelfs dan heeft ze ofwel de informatie niet geverifieerd (dat zou niet goed zijn), ofwel alsnog gebruik gemaakt van het dossier van die mensen.

Ik heb dus gevraagd of ze daar toestemming voor had van het schepencollege, en dat bleek niet het geval. Het schepencollege besloot evenwel bewust om niet op de individuele gevallen te reageren in de pers. Terecht, want daarvoor had het ook een deel van het dossier openbaar moeten maken. Maar kwam natuurlijk een asymmetrie tot stand, waarbij de versie van cd&v de facto niet kon worden tegengesproken. Dat zou niet mogen in een politiek debat.

Daarnaast werd in het persbericht ook vrij zware kritiek geleverd op het functioneren van de gemeentelijke diensten. Die kunnen zich ook al niet verdedigen, en doen overigens gewoon wat het bestuur vraagt. Ook dat is dus niet de juiste weg.

Eerlijk, het verbaast me een beetje dat het persbericht in die vorm intern binnen cd&v werd gevalideerd. Op basis van de ervaring en de keuze voor een verantwoordelijke oppositie die de partij sinds eind 2024 maakt had er toch ergens een alarmbel moeten afgegaan, zou ik denken. Ik kan me overigens heel goed voorstellen dat het voorstel voor een soortgelijk persbericht ook bij ons tijdens onze 24 jaar oppositie naar boven zou zijn gekomen, maar ik weet perfect hoe en door wie het zou zijn tegengehouden – zodat het anders zou worden geformuleerd. Ik denk ook dat wij in de huidige situatie geen persbericht zouden maken met mensen die bijvoorbeeld nu wel en van het vorige schepencollege geen omgevingsvergunning kregen. Dat doe je niet, vind ik toch.

Bij het hierop aanspreken van cd&v werd er verwezen -het is een beetje een klassieker- naar de cartoons die wij in onze folders publiceerden. Het gaat dan vaak over twee daarvan, waarbij telkens een cd&v-schepen zich persoonlijk geraakt voelde. Twee cartoons op 24 jaar is niet zo heel veel, overigens, al zal er nog wel eens iets zijn gepubliceerd dat te hard aankwam.

Het verschil met dit persbericht is de omweg : onze cartoons gingen over de schepenen, en betrokken er geen individuele burgers of identificeerbare personeelsleden bij. In één van de omstreden cartoons stond dan wel een “verdrinkend” kindje, maar dat was duidelijk een zeer fictief personage. Achter die cartoon blijf ik overigens staan, die overschreed wat mij betreft geen grenzen. Voor de andere geldt dat niet, en dat heb ik ook al eens aan de betrokkene gezegd : die was goed uitgevoerd (onze cartoonist deed altijd goed werk), maar had met meer respect voor de persoon gekund en -vooral- legde gedeeltelijk woorden in de mond die de schepen nooit zou hebben gezegd. Ook al betroffen die woorden minstens voor een deel een door iedereen gebruikte grap in de politieke context van het moment, dat was niet juist. Toch blijft ook dit wat mij betreft van een andere orde. En hoe dan ook, fouten van een ander zijn nooit een excuus.

Vandaar mijn vraag gisteren. Zeker niet om te proberen oppositie te verhinderen of zelfs te ontmoedigen, maar vanuit een bezorgdheid over de vorm van het debat. Ik ga ervan uit dat het bij een eenmalige uitschuiver blijft. Met het antwoord en het wederwoord van Eyckmans is de zaak wat mij betreft dan ook gesloten.

Van ’t straat

Van ’t straat

Naast de discussie over de windmolen maakte vooral de keuze van enkele nieuwe straatnamen de gemeenteraad spannend. Het leverde niet de fijnste en fraaiste momenten op voor de coalitie van N-VA/PLE en Vooruit. We gaan daaruit, zoals dat dan heet, lessen trekken. Al moeten we natuurlijk ook niet overdrijven : what’s in a name ? Al heb ik wel gezegd dat we best mooie straatnamen hebben in Essen. Dat meen ik ook, we zijn daar altijd redelijk zorgvuldig mee omgesprongen – al blijf ik het een beetje jammer vinden dat onze voorgangers destijds zijn meegegaan in de mode om een Conscience-, een Gezelle- en een Rodenbachlaan te kiezen. Dat waren uiteraard belangrijke figuren in onze Vlaamse geschiedenis, maar ik vrees dat ze niet wisten waar Essen juist lag, laat staat dat ze hier ooit passeerden; bij Conscience lijkt de kans me nog het grootst.

De onbekendheid met Essen geldt wellicht ook voor Desiderius Erasmus, maar die krijgt wel een Erasmuspark. Minder als herinnering aan de filosoof, waarvan het belang overigens niet mag worden onderschat, dan aan de school die zijn naam draagt en die nu een stukje van haar domein voor het park afstaat. Wat mij betreft ook een mooie verwijzing naar het Erasmusprogramma, één van de meest succesvolle en zinvolle EU-initiatieven. Een terechte naam dus, al waren de voorgestelde alternatieven ook interessant – en heeft Erasmus natuurlijk ook een indrukwekkende brug in zijn thuisstad op zijn naam, waar ons park niet tegenop kan…

Dat de geplande “Houtlaan” in Heikant uiteindelijk een Gieterijlaan is geworden, vind ik wel mooi, los van het proces. Dat is een veel originelere naam, en nog beter passend bij de plek waar de straat komt. Dat het historisch beter “Avenue de la Fonderie” zou zijn, gaan we maar zo laten – ik wil Conscience, Gezelle en Rodenbach ook niet al te veel voor het hoofd stoten.

De discussie maakte ook duidelijk dat we als raad graag nog een aantal Essenaren met een straatnaam zouden willen eren, ook met aandacht voor het genderevenwicht . Dat is goed, maar gebeurt best niet met een “politieke” stemming. Dat doet wat oneer aan hun verdiensten, vind ik dan. Marie Curie, die voorlopig haar Essense straat niet krijgt (en dat blijft wellicht beter zo), en Desiderius Erasmus, die via een vrij nipte stemming wel zijn park heeft binnengehaald, zal dat hopelijk behoorlijk worst wezen – en familie hebben ze bij mijn weten ook al niet in onze gemeente.

Voor wie de door hem of haar verkozen straatnaam vooralsnog niet binnenhaalde, en eigenlijk voor al wie iets wil bereiken in de politiek past tesnlotte dit citaat van de Rotterdamse wijsgeer : “De wil kijkt vele maken door het venster vooraleer de daad de deur uitgaat.”

Foto : Fonderies Anversoises – Essen in Beeld, bewerking ChatGPT
Gone with the wind

Gone with the wind

De zomer zit er bijna op. Gisteren stond ook opnieuw een gemeenteraad op de agenda. Met als belangrijke discussiepunt een dossier waar de raad helemaal niet voor bevoegd is ! Het schepencollege wel, dat moet tegen half september een advies geven over een vergunningsaanvraag – dat gebeurt wel meer, maar het is niet zomaar een aanvraag deze keer, wel één voor een nieuwe windmolen van 197m hoog, aan Schriek.

De aanvraag wekt beroering. Er staan daar al wel enkele molens, maar deze is nog een stuk groter. De beslissing over die vergunning is hoe dan ook niet eenvoudig. Zowat iedereen heeft de voorbije weken de klimaatverandering aan den lijve ondervonden. Ik heb zelf een blushelicopter dicht genoeg voorbij zien komen om vrolijk naar de piloot te zwaaien – als dat niet ongepast en zelfs gevaarlijk zou zijn geweest. Bovendien zou het goed zijn als de EU qua energiebevoorrading wat minder afhankelijk zou zijn van ene Vladimir Poetin, of van het “zottekesspel” om de straat van Hormoes. Het verhogen van onze capaciteit om duurzame energie op te wekken is dus erg belangrijk.

Maar als Essens gemeenteraadslid is het desondanks een beetje een no-brainer : die molen is veel te groot om in ons landschap te passen, en zorgt voor te veel potentiële hinder voor wie hier in Essen woont en werkt. We willen die dus liever niet hier. Dat leek uiteindelijk ook de hele raad te vinden : pogingen om de ene als wat minder “tegen” dan de andere af te schilderen lukten alvast niet – Essen wil geen windmolen.

Arno Aerden (Vooruit) gaf namens het schepencollege evenwel terecht aan dat hij geen standpunt kan innemen vooraleer er een formeel advies wordt afgeleverd – procedurefouten is wel het laatste dat we in dit dossier zouden willen zien. Hij overtuigde wel dat het advies grondig en doordacht wordt voorbereid. Ondertussen hebben ook al enkele tientallen Essenaren een bezwaar ingediend via het omgevingsloket. Wie zelf dreigt hinder te ondervinden van de molen moet dat inderdaad zeker doen – en hoe geloofwaardiger en concreter de hinder, hoe beter de argumenten, hoe zwaarder die gaan wegen.

De Essense gemeenteraad zegt dus duidelijk “neen” tegen de windmolen, het schepencollege zal een advies uitbrengen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de Vlaamse minister. Die, zoals ik al aangaf, voor een niet zo eenvoudige keuze staat. Tenzij… de Nederlandse regering een handje helpt ! De geplande molen ligt wel erg dicht bij strategisch belangrijke militaire infrastructuur in ons buurland (en NAVO-bondgenoot – voor één keer is dat relevant), en zou aanvliegroutes kunnen verstoren. Of hoe mogelijk alweer zal blijken dat elk nadeel zijn voordeel heb…

Wie het protest van de bewoners wil steunen, kan hier tekenen.  Maar nogmaals : wie er echt hinder van dreigt te ondervinden, dient beter (ook) een officieel bezwaar in.

Eilandgevoel

Eilandgevoel

De zomervakantie leidde me enkele dagen naar Londen, en drie weken naar Griekenland. Niet zo verrassend, dat laatste. We brachten vooral veel tijd in Athene en Salamina door, maar voor het echte vakantiegevoel trokken we enkele dagen naar Naxos, het grootste Cycladische eiland. Bekend van de Portara, een opvallende “poort” als overblijfsel van een tempel vlak bij Chora, de havenplaats van het eiland, met de typische smalle straatjes en mooie winkels. Bekend ook van enkele zeer mooie stranden, gezellige bergdorpen (het hoogste punt van het eiland ligt hoger dan het hoogste punt van België) en van lekker eten. In Griekenland zijn met name de aardappelen van Naxos bekend, en die zijn ook effectief erg lekker, naast het rundvlees en enkele kazen, zoals de Graviera, de Arseniko en de Xinomyzithra. Je moet al héél erg de toerist willen uithangen om er eten van mindere kwaliteit te vinden.

In het dorp Filoti zijn enkele huizen en winkels opnieuw ingericht zoals ze pakweg 100 jaar geleden eruit zagen, een stukje Bokrijk in het midden van het dorp, wat ik een mooie keuze vond. Ook interessant is een gigantisch maar nooit afgewerkt beeld uit de oudheid, dat dus nog in de groeve zit, wellicht omdat er op een bepaald moment een onherstelbare breuk in het beeld is ontstaan. We bezochten naast het binnenland van Naxos ook de nabijgelegen eilanden Iraklia en Koufonissi, waarbij zeker dat laatste het predicaat “idyllisch” verdient, ook al bleken er dit jaar relatief veel toeristen te verblijven.

Op basis van het taalgebruik schat ik dat zowat de helft van bezoekers aan Naxos Grieken zijn. De andere helft bestaat vooral uit Duitsers, Fransen en Nederlanders – maar het kan ook zijn dat ik die laatste wat eenvoudiger spot, met wat Scandinaviërs, Slavischtaligen en hier en daar een Vlaming als aanvulling. Het toerisme bleek het alleszins goed te doen, en dat is goed nieuws voor de Griekse economie. Voor wie bang is van een al te warme ervaring : om af te koelen moet je er natuurlijk niet zijn, maar zoals op alle Cycladische eilanden zorgt de “Meltemiwind” er in augustus wel voor dat het vaak toch nog vrij aangenaam is. En de zee is nooit veraf, natuurlijk, voor een verkoelende duik.

In Salamina heb ik vooral meegeholpen aan wat huisonderhoud. Ik ken het eiland ondertussen redelijk goed natuurlijk, en dacht eens na over wat mijn prioriteiten zouden zijn als de bewoners me tot burgemeester zouden kiezen – wat ze gezien mijn programma nooit gaan doen, overigens. Maar als het tóch zo zou gaan moet ik Geert wel verwittigen dat ik wat mensen gaan meenemen.

Op één plaats ik brandbestrijding en -preventie, en ik stel een ervaren brandweerman van bij ons aan om dat uit te werken. Dat er tijdens mijn verblijf enkele grote bosbranden plaatsvonden op het eiland, waarbij jammer genoeg ook slachtoffers zijn gevallen, vertekent mogelijk mijn lijstje wat, maar veiligheid gaat uiteraard voor alles. Gelinkt aan mijn tweede prioriteit is afvalophaling naar Essens model, met sorteren en betalen en zo. Dat gaat het brandgevaar door zwerfvuil ook verminderen. Daar neem ik onze milieuschepen voor mee, en die gaat daar zijn handen aan vol hebben. Gelukkig is een natuurbeleid niet meteen prioritair (zelfs na de brand is er meer natuur dan we in Essen ooit zullen hebben) en zit het met cultuur ook wel goed (ik heb het hier al eens over het archeologisch museum gehad, met een collectie die millennia voor de geboorte van Gerard Meeusen begint – er is ook een mooi openluchttheater boven op een berg, dus niet meteen vraag naar een nieuwe cultuurzaal !).

Vervolgens moeten de putten in de wegen dicht en moeten er voetpaden worden aangelegd. Dat is een titanenwerk, en ik ga daar een stuk of drie schepenen van openbare infrastructuur voor nodig hebben – gelukkig heeft Essen goede kandidaten. Ze gaan geen ruzie moeten maken over wie wat doet, er is véél meer dan werk genoeg. De schepen voor toerisme moet ook mee : het eiland ontvangt soms honderdduizenden (!) dagjestoeristen. Die schepen moet een zeedijk aanleggen, waarvoor een straat moet verdwijnen – populariteit op korte termijn : -100%, op lange termijn een opname in het pantheon (denk ik).

Aan ruimtelijke ordening ga ik voorlopig niet beginnen (ook uit lijfsbehoud), en ook sport en jeugd zijn voor later – dat zit zo op het eerste gezicht wel goed. Onderwijs en gezondheid zijn vrees ik ook voor later, daar is -met alle respect- nauwelijks een beginnen aan binnen het Griekse systeem.

En financiën dan, hoor ik ze aan het Heuvelplein al zeggen ? Ja, ik ga geld nodig hebben natuurlijk. Nogal veel. Daarvoor ga ik slechts één Essens belastingreglement meenemen, wat mij tientallen doodsbedreigingen en heel veel geld gaat opleveren : het Essense reglement op leegstand en verwaarlozing. Daarmee betaal ik mijn hele programma.

Mocht ik met een speer doorboord worden teruggevonden in de baai van Salamina, dan heb ik het toch geprobeerd – zoals destijds de vloot van koning Xerxes I.

Money for nothing

Money for nothing

Eens de agenda van de gemeenteraad gisteren afgewerkt, trok voorzitter Dirk een opmerkelijke conclusie : alle agendapunten werden unaniem goedgekeurd. Al is dat eigenlijk niet zo vreemd : het gebeurt best vaak in de gemeenteraad, en behalve het mobiliteitsplan stond er ook niets op de agenda dat echt voor een stemming in aanmerking zou zijn gekomen. Gelukkig werd ook dat plan door iedereen gesteund : dat is belangrijk voor het draagvlak van een dergelijk plan. Dat de goedkeuring met een aantal kanttekeningen gepaard ging, is ook logisch. Ik ben alleszins blij met het plan, en ook met proces dat Joris als schepen heeft gevolgd sinds hij de fakkel en de planning van Brigitte Quick overnam : we hebben nu een solide basis om alle verkeer in Essen stap voor stap veiliger, vlotter en ook duurzamer te maken. Al heb ik ook aangehaald dat de technologische evolutie ons ongetwijfeld zal nopen om het plan in de komende jaren bij te stellen. Ik verwacht alvast een positief effect van zelfrijdende auto’s – al geef ik toe dat ik daar al sneller meer van had verwacht.

Maar mobiliteit zal wel nooit mijn specialiteit zijn. Dus vond ik de discussie over de gemeenterekening van 2025 eigenlijk interessanter. Dat we die allemaal gingen goedkeuren, stond in de sterren geschreven, maar de convergentie in de discussie was minder voorspelbaar. Eigenlijk betreurden zowel de schepen, cd&v en ikzelf dat er niet genoeg was uitgegeven. Zolang de partij bestuurde vond cd&v een rekening met een beduidend hoger resultaat dan gepland nochtans een teken van goed bestuur. Vanuit de oppositie ziet dat er anders uit. Dat wist ik natuurlijk al, en cd&v heeft het nu ook ontdekt. Maar wij trapten niet in de val om nu te bewieroken wat we altijd hadden betreurd, zodat er plots wel eensgezindheid ontstond.

Natuurlijk zijn echte meevallers -subsidies of dividenden waar niet meer op gerekend was, belastingen die meer opbrengen dan kon worden voorzien- altijd welkom. Maar het Essense gemeentebestuur kampt al lang met een te lage realisatie van wat gepland wordt. Dat betekent dus dat wat door de gemeenteraad wordt beslist niet in voldoende mate wordt uitgevoerd. Voor een stukje is dat eigen aan een overheidsbegroting : je mag niet méér uitgeven dan wat wordt begroot, dus wordt er zo goed als altijd een beetje marge ingebouwd. Maar die verklaring heeft haar grenzen, en met een wat dynamisch budgettair beleid moet je dat naar het jaareinde toe ook kunnen vermijden. Het probleem zit niet in die kleine marges, maar wel degelijk in beslist maar niet-uitgevoerd beleid. Daar moeten we vanaf – het is niet correct tegenover de gemeenteraad, en ook niet tegenover de belastingbetaler. Zoals Robin als schepen van financiën uitlegde zal dat wat tijd en werk vragen. Ik hoop natuurlijk dat ook de rekening 2026 beter afsluit dan voorzien, maar wel dankzij onverwachte inkomsten, niet door niet-gerealiseerde maar wel gewenste uitgaven.

Brief aan de bisschop

Brief aan de bisschop

Aan Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Monseigneur,

We kennen elkaar niet persoonlijk. Uw betrokkenheid bij KSA Noordzeegouw overlapte niet met mijn engagement in KSA Nationaal (toen KSJ-KSA-VKSJ). Maar sinds uw aanstelling in Antwerpen in 2009 reken ik mij bij uw “kudde”. Neen, ik ben niet de meest trouwe kerkganger, en er zal nog wel één en ander op mij te bemerken zijn, maar ik beschouw mezelf als katholiek. In 2018 heb ik dan ook netjes aan u gevraagd of ik buiten de Katholieke Kerk mocht trouwen. Dat mocht. Een gehuwde priester heeft mij aldus in het huwelijk verbonden, in een Grieks-orthodoxe kerk. Als ik in een Grieks-katholieke kerk zou zijn getrouwd (niet te verwarren met een Latijns-katholieke kerk in Griekenland), dan zou dat ook zonder uw toelating, met voor 99,9% dezelfde ritus en door een eveneens gehuwde maar wel katholieke priester hebben gekund. U weet dat, en uw aankondiging dat u in uw bisdom gehuwde mannen tot priester wil wijden vind ik in dat licht zeer terecht, en moedig. U kent bovendien ook de niet-katholieke kerken goed, met name de Anglicaanse, en u weet dus dat daar recent een vrouw als aartsbisschop van Canterburry (Kantelberg) werd gekozen. Daar zijn uiteraard katholieke noch orthodoxe equivalenten voor, zodat u er zich begrijpelijkerwijs niet aan gaat wagen, maar wie haar ziet voorgaan in een eredienst, ziet na tien seconden een bisschop zonder dat haar gender er nog toe doet.

U hebt mijn steun, dus. Maar eigenlijk, monseigneur, wilde ik het daar niet over hebben. Of onrechtstreeks toch, maar via een omweg dan. Ik wil het vooral hebben over bakstenen, en geld. Een stuk minder spiritueel allemaal, ik weet het. En ook een terrein waar ik heel wat minder begrip voor uw bisdom kan opbrengen. De concrete aanleiding is wat u met de parochiecentra en -zalen doet, of van plan bent om te doen. In Essen wil u die allemaal afstoten. En u wil er nog geld voor ook. Daar is een bank voor u werk van aan het maken. Het doet onwillekeurig wat aan de tempelreiniging denken (Matteus 21:12 – Καὶ εἰσῆλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὸ ἱερόν τοῦ Θεοῦ, καὶ ἐξέβαλε πάντας τοὺς πωλοῦντας καὶ ἀγοράζοντας ἐν τῷ ἱερῷ, καὶ τὰς τραπέζας τῶν κολλυβιστῶν κατέστρεψε καὶ τὰς καθέδρας τῶν πωλούντων τὰς περιστεράς). Of aan wat er gebeurt met ander vastgoed dat u in de loop der jaren hebt verzameld, zoals jeugdlokalen. Ook daar wil u niet langer de financiële lasten van dragen. Dat kan ik begrijpen, de ontkerkelijking heeft er nu eenmaal flink ingehakt langs de inkomstenkant. Maar dat mag u niet doen vergeten wie uw vermogen heeft opgebouwd. Dat zijn wij, namelijk. De gemeenschap.

Ik heb aan een hele reeks acties meegewerkt die geld moesten opbrengen om het patrimonium dat u nu te gelde wil maken mee op te bouwen en te onderhouden. Dat heb ik met plezier gedaan, geen dank. Omdat -en dat is cruciaal- het om patrimonium voor de hele gemeenschap ging. De parochiefeesten waren voor het Gildenhuis, de jeugdlokalen… Voor de verenigingen dus. Voor iedereen. Goed, in Essen misschien niet voor de socialisten, maar die hielden hun eigen “parochiefeesten” voor hun Volkshuis en verenigingen – en ze houden dat beter vol, dat moet ook gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen ik er zo over dacht, maar dat zowat iedereen die aan de opbouw van uw gebouwen meewerkte dat niet alleen voor hun eigen zielenheil maar voor het goed van de hele samenleving deed – ik heb dat voor de zekerheid bij een aantal mensen nagevraagd, en die bevestigden dat.

Bijgevolg is het niet correct om nu u dat patrimonium niet meer kan onderhouden, daar anderen voor te willen laten opdraaien. Om de vrijwilligers die de parochiezalen die er nog zijn mee draaiend te houden te vertellen dat hun inzet niet genoeg meer opbrengt, en dat óf de prijs voor de verenigingen duurder zal worden, óf de overheid de zalen zal moeten uitkopen. Zodat de gemeenschap verdorie een tweede keer moet betalen. Dat is niet rechtvaardig, en rechtvaardigheid is een kernwaarde van uw instituut, van ons geloof.

Het is godgeklaagd. Het zou overigens niet zijn gebeurd als het sociale weefsel van de parochies beter bewaard zijn gebleven. En kijk, daar komen we bij het priesterambt : als Vaticanum II in plaats van meer dan nodig aan de liturgie te sleutelen (wat de orthodoxe kerk nooit gedaan heeft) het priesterambt grondig zou hebben gemoderniseerd en verbreed, dan waren die levende parochies er nog. En zouden mogelijk ook heel wat schandalen vermeden zijn geworden, overigens. Zodat deze brief niet nodig zou zijn geweest. Quod non.

Terug naar de bakstenen. Dat u de verantwoordelijkheid voor al die gebouwen niet meer aankan, het zij zo. Dat wij als overheid -ik spreek als gemeenteraadslid- die moeten overnemen, is bijna onvermijdelijk. Toch voor een overheid die bekommerd is om het sociaal weefsel in onze lokale samenleving. Een bekommernis die u ongetwijfeld deelt. Maar de enige billijke oplossing is in mijn ogen dat u al dat patrimonium waar u niet meer voor kan instaan om niet aan het gemeentebestuur afstaat. Een erfpacht van 99 jaar aan één symbolische euro per jaar is bespreekbaar als u het niet definitief wil afgeven.

Het is niet dat ik vind dat de gemeente er niet meer voor mag betalen – sociaal weefsel is me wel wat waard. Ik vind het gewoon niet billijk. Wij, de gemeenschap, uw huidige en voormalige parochianen, hebben het al betaald. Het is van ons, ook al is het juridisch van u – neen, niet van u persoonlijk, maar van door de Kerk aangestuurde structuren. Die dus mee onder uw verantwoordelijkheid vallen.

Ik denk dat u kan begrijpen dat dit de enige juiste weg voorwaarts is.

Met eerbiedige groeten,
Tom Bevers

Foto : Essen in Beeld – Gildenhuisfeesten Essen O.L.V. 1979
Van droom naar daad

Van droom naar daad

Drie dagen na elkaar een “politieke” vergadering. Dat is in de voorbije twintig jaar wel meer gebeurd, natuurlijk. Altijd boeiend. Maar bij de verkiezingen in 2024 heeft de Essense kiezer ons net genoeg zetels gegeven om onmisbaar te zijn voor een meerderheid, en daar ook de leiding van te nemen. Maakt dat dan een verschil voor mij ? En nog belangrijker, voor de Essenaar die voor N-VA/PLE heeft gekozen ?

Op basis van deze drie dagen kan ik daar volmondig “ja” op zeggen. Niet in de thema’s waarover onze vergaderingen gaan, en ook niet over de mate waarin we onze taak ernstig nemen. Maar de impact is wel anders. We hebben het over de mobiliteit in onze gemeente gehad; we gaan een mobiliteitsplan krijgen dat een kader biedt om het verkeer in onze gemeente veiliger en vlotter te laten verlopen. Dat maakt dat er hier en daar moeilijke knopen moeten worden doorgehakt, maar daar moeten we niet voor terugschrikken. We hebben ook de “merkenstrategie” van de gemeente besproken. Wat u daaraan heeft ? Een duidelijker communicatie, op basis van hoe we als Essenaren onze gemeente beleven. Meer kansen voor toerisme op maat van onze gemeente ook. En meer verbinding tussen mensen, wat we in Essen belangrijk vinden. We hebben het over de parochiezalen en de cultuurzaal gehad, want ruimte voor verenigingen en activiteiten is nu eenmaal essentieel in een levende gemeente.

Op al die vlakken maken we keuzes. We maken die natuurlijk nooit alleen, maar we maken ze wel anders dan ze zonder ons zouden zijn gemaakt. En ja, soms gaat dat dan trager dan we zouden wil. Kunnen we minder ver gaan dan optimaal zou zijn. Staan tussen droom en daad wetten in de weg (letterlijk) en praktische bezwaren, om naar Elsschot te refereren. Maar ik heb altijd de volgende regel van Elsschot mee onthouden : “En ook weemoedigheid die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.” In het gedicht van Elsschot was die weemoedigheid eerder een geluk, want de hoofdpersoon wil eigenlijk zijn vrouw vermoorden. Maar in de politiek is ze wel dodelijk, al is dat dan figuurlijk : je er maar bij neerleggen, verzuchten dat het zijn tijd wel zal duren. Net omdat we dat niet doen maakt het een verschil dat N-VA/PLE dit gemeentebestuur leidt.

Ook buiten de drie vergaderingen zag ik dat deze week : het aanspreekpunt “lokale economie” binnen de gemeente werd operationeel. Dat is iets waar ik toch ook al minstens anderhalf decennium het nut van probeer te prediken. We hebben het in het bestuursakkoord gezet, en Geert en Katrien hebben ervoor gezorgd dat het ook realiteit is geworden. Bedrijvigheid zorgt voor werk en houdt onze gemeente op allerlei manier levend – maar ondernemen brengt je onvermijdelijk ook in contact met de overheid. Omdat  die allerlei terechte regels en niet altijd even terecht administratieve verplichtingen oplegt, maar ook omdat die je mee kan helpen om je plannen waar te maken. Iemand bij die (lokale) overheid waar je terecht kan, die je probeert te begrijpen en in de eerste plaats mee naar oplossingen wil zoeken, is dan heel belangrijk. Hopelijk loopt het goed, en anders sturen we bij.

Er gaan dit en de komende jaren nog heel wat vergaderingen volgen. Af en toe zal dat verloren tijd zijn, zo gaat dat nu eenmaal. Soms zal het frustrerend zijn, omdat wat we echt zouden willen ook echt niet kan. Maar vaak gaat het ons dichter brengen bij het programma waar we voor verkozen zijn, het Essen waar we voor staan. Daar doe we het dus voor.

 

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Nog één jaar burgemeester – de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 1994

Het overlijden van Herman Suykerbuyk en wat er daarover verschijnt lijken mij een geschikte gelegenheid om terug te blikken op 1994 en 1995, het laatste jaar van zijn burgemeesterschap. Niet dat ik het hele verhaal ken, verre van, maar ik draag graag een stukje van de puzzel bij.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1994 betekenen voor Essen een kleine aardverschuiving. Van de 23 zetels in de gemeenteraad gaan er 12 naar de CVP, geleid door Herman Suykerbuyk. Dat zijn er 4 minder dan zes jaar voordien. Nieuwkomer VLD kaapt meteen 4 zetels weg. De SP gaat van 3 naar 4. De Volksunie blijft op 2 zetels. Agalev levert 1 zetel in, en houdt er ook 1 over. De analyse is niet zo heel moeilijk : het verlies van de CVP aan de VLD situeert zich op rechts, op de middenstandsvleugel – en het verlies is zwaar : een kwart van de zetels gaat verloren, in stemmenaantal verliest CVP 14% en duikt voor het eerst onder de symbolische 50%-grens.

Herman Suykerbuyk trekt de conclusie dat de meerderheid erg krap is geworden, met 12 zetels op 23. Is dat wel zo ? Amper 2 verkiezingen later zal Essen relatief probleemloos bestuurd worden met 13 op 25 zetels, zelfs niet door één partij maar in een coalitie. Zouden die 12 écht een probleem zijn ? Maar Suykerbuyk wil zijn meerderheid versterken. Vreest hij (achteraf gezien terecht) dat de VLD nog sterker zal worden – maar waarom dan niet meteen voor een coalitie met hen opteren ? Suykerbuyk nodigt evenwel niet de VLD, maar de Volksunie uit. Een kleinere partij, dus “goedkoper” ? Ongetwijfeld speelt dat mee. Maar het lijkt er toch vooral op dat Suykerbuyk het als zijn historische missie ziet om minstens in Essen het politieke Vlaams-nationalisme (opnieuw) te doen samenvloeien met de christendemocratie.

Dus komen er coalitie-onderhandelingen tussen twee partijen die zich daar niet op hadden voorbereid. Bien étonnés de se retrouver ensemble. Tot verbazing van onszelf schrijven Dirk Smout, Filip Vandenbroeke en ik zo goed als het volledige coalitieakkoord. Papier is verduldig, maar dat hadden we niet helemaal door, en de machtsstructuren in Essen bleven volledig wat ze al waren. Desalniettemin slaagden we erin op enkele domeinen het aggorniamento te brengen waar Essen aan toe was. Met een modern(er) communicatiebeleid als belangrijkste verwezenlijking. Naast onder meer de start van het denkproces over de weekendzone, dat uiteindelijk mee tot het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan zal leiden.

De Vlaamse gemeentepolitiek zou echter ook deze keer de Vlaamse gemeentepolitiek blijken – belangrijker dan de gesprekken over de inhoud zijn die over de mandaten. Want een coalitiepartner, dat betekent voor CVP één schepen minder. En voor ons één meer. Die laatste geschiedenis wil ik hier niet schrijven, al ging het om een lastig hoofdstuk in mijn politieke loopbaan. Fons Tobback werd schepen, en hij deed dat uitstekend – laat ik het daarop houden. Bij de CVP waren de schepenambten al vóór de verkiezingen verdeeld, neem ik aan. Zo wilde het alleszins de traditie. Voor het eerst (en vooralsnog voor het laatst) zou Hoek een schepen krijgen, Stan Konings. Maar het voor hem voorziene mandaat moest nu naar Fons Tobback gaan.

Herman Suykerbuyk hakte de Gordiaanse knoop door en offerde zichzelf op. Hij zou nog één jaar burgemeester blijven en dan de fakkel doorgeven. Wij, de VU, geloofden dat eigenlijk niet. Het zou niet tegen de christendemocratische ziel ingaan als dat soort kunstgreep uiteindelijk niet zou doorgaan. En Suykerbuyk was amper 60 – te jong om de sjerp aan de haak te hangen, toch ? Bovendien was onze samenwerking met Suykerbuyk gedurende dat eerste jaar uitstekend. Maar Suykerbuyk bleef bij zijn besluit. En zo moest er een opvolger worden gezocht.

Dat was, uiteraard, een interne CVP-kwestie. Dertig jaar na de vorige burgemeesterswissel waren de tijden evenwel veranderd. Kon er toen nog een burgemeester die nooit in de raad had gezeteld op het schild worden gehesen en nadien democratisch worden gelegitimeerd, daarvan was in 1995 geen sprake meer. Anders zou bijvoorbeeld iemand als Jos Van Meel een optie zijn geweest. Of een outsider – Walter Mennes bijvoorbeeld. Maar de wet en de praktijk wilden dat niet meer. De volgende burgemeester moest bij de 11 overige verkozenen van de CVP worden gezocht.

De facto kwamen er daarvan twee in aanmerking : Frans Schrauwen en Jos Van Loon. Allebei al een tijd schepen en vertrouwd met het Essense bestuur. Als VU vingen we hoogstens wat geruchten op. Beide namen werden al eens genoemd. Onze relatie met Van Loon was niet optimaal – achteraf bleek dat hij een “acquired taste” is, of een goede wijn, want persoonlijk ben ik hem door de jaren heen alleszins sterker gaan waarderen. Maar hoe dan ook, ik heb op een bepaald moment aan CVP-voorzitter Dirk Nelen gemeld dat we liever Van Loon niet zagen. En dus Schrauwen wel, al herinner ik me haarscherp dat ik er dat eigenlijk niet bij heb gezegd.

Hoe dan ook, onze stem heeft gegarandeerd op geen enkele manier meegespeeld. Hoe het dan toch zo gelopen is dat Suykerbuyk tegen Schrauwen heeft gezegd dat hij burgemeester moest worden, daarvan heb ik geen idee. Volgens sommigen was Van Loon de eerste keuze en heeft die geweigerd, maar dat weet ik dus niet. Suykerbuyk heeft vervolgens alleszins geprobeerd om Schrauwen naar eigen model te vormen, wat ik in mijn in memoriam al aangaf. En hij hield de touwtjes in handen achter de schermen. Of stilaan niet meer ?

Toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 naderden, groeide het idee binnen CVP om als kartel met de VU op te komen, en zo de krap geworden meerderheid al voor de stembusgang te consolideren. Na zes jaar coalitie niet zo heel vreemd. We gingen het gesprek aan. Ik besprak een concreet voorstel, met Dirk Nelen en… Herman Suykerbuyk. Met drie zetten we iets op papier waar ik achter kon staan. Mijn overtuiging dat Essen zo snel mogelijk zes jaar zonder christendemocraten moest worden bestuurd is pas enkele jaren later gevormd – ook wel omdat ik toen nog niet echt geloofde dat dat een reële optie was. Maar het voorstel werd in ons partijbestuur niet gesteund, niet omwille van de modaliteiten, maar omwille van het principe : met name Dirk Smout en Fons Tobback wilden niet samen op één lijst met de CVP. We vernamen dat ook binnen de CVP het enthousiasme uiteindelijk niet zo groot was. Daar waren we natuurlijk niet bij. Wiens stem woog daarbij door ? En wie sprak Suykerbuyk tegen ? Hoe dan ook, het kartel kwam er niet. De droom van Suykerbuyk, om de Vlaamsgezinden en de christendemocraten tenminste in Essen onder één vlag (en één kruis) te verenigen, moest in de kast.

Voor Suykerbuyk definitief, zou blijken. De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 herleidden de CVP tot 10 zetels (op 25 nu), en zagen de VLD groeien tot 6. De SP bleef op 4, de VU op 2, Agalev op 1. Nieuwkomer Vlaams Blok bezette de 2 nieuwe zetels. Van een nieuwe coalitie CD&V en VU was geen sprake, wegens te weinig zetels, en de VLD werd de nieuwe coalitiepartner van burgemeester Schrauwen.

Het naspel kwam er in 2006. De Volksunie was ondertussen niet meer. Ze vervelde in Essen tot PLE en later tot N-VA/PLE, en nationaal tot N-VA en Spirit. Na een minder geslaagde verkiezing op eigen kracht sloten nationaal CD&V en N-VA een kartel, en er werd in beide partijen duidelijk opgeroepen om dat in alle gemeenten te herhalen. Er kwam ook in Essen een voorstel : het moest een kartel zijn onder de naam CD&V/N-VA, een verwijzing naar PLE was uit den boze. Dat dat met name voor mij moeilijk lag, ligt voor de hand : ik had me wel niet bij N-VA aangesloten maar was het Spirit-(mis)avontuur mee ingestapt. Maar vreemd genoeg was ook de rest van het voorstel, zoals de verdeling van plaatsen op de lijst, duidelijk minder gunstig voor N-VA(/PLE) dan wat Suykerbuyk, Nelen en ik in 2000 hadden onderhandeld. Dacht CD&V Essen dat Bart De Wever de Essense N-VA de arm zou omwringen (quod non), of was het een voorstel pro forma ? Alleszins bleek de geest van Suykerbuyk deze keer geen inspiratiebron meer. Welke rol speelde Ludwig Caluwé – politiek erfgenaam van Suykerbuyk maar voor zover ik kan inschatten een koele minnaar van het nationale kartel met N-VA (dat, het weze gezegd, vanuit CD&V-perspectief later dan ook een reuzegroot koekoeksei zou blijken) ?

De verkiezingen van 2006 leiden opnieuw een ander tijdperk in. N-VA/PLE verovert op eigen kracht 5 zetels (Dirk Smout, Geert Vandekeybus, Kevin Ooye, Katrien Somers en ikzelf), de VLD verliest er 3 en valt terug op 3. De sp.a behoudt 4 zetels, de groenen 1, het VB wint er nog 1 bij en komt op 3. De christen-democraten, nu onder de naam CD&V, halen 9 zetels en moeten of mogen alweer van coalitiepartner veranderen. Na een zeer kort pro forma-gesprek gaan ze niet in zee met kort voordien nog potentiële kartelpartner N-VA(/PLE) : die relatie is verzuurd geraakt, onder meer ook omwille van de overstap van Fons Tobback, voor wie wellicht het mislukken van het kartel, maar ook de goede band die hij had opgebouwd met meerdere christendemocratische mandatarissen tijdens de CVP-VU-coalitie een rol speelde. En ook wel omdat wat ik met enig overdrijven de Tom Bevers-doctrine zou durven noemen -namelijk dat Essen één keer een bestuur zonder CD&V nodig had- ondertussen opgang had gemaakt bij ons. Er komt een coalitie van CD&V en sp.a, met 13 zetels op 25 (!), die bijzonder stabiel zou blijken.

Met -alweer- een nieuwe burgemeester. Na 11 jaar is het krediet van Frans Schrauwen op. Hoe die wissel precies verliep is nog moeilijker in te schatten voor mij dan de vorige. Ik kan hoogstens vermoeden dat coalitiepartner sp.a hooguit als katalysator fungeerde, en dat de beslissing binnen CD&V zelf werd genomen. Alleszins niet meer door Suykerbuyk, al ga ik ervan uit dat hij nog wel werd geraadpleegd. Maar met het aftreden van zijn opvolger en de duidelijke breuk met de Vlaams-nationalisten in Essen is diens tijdperk echt voorbij. Zoals dat dan gaat, zal het respect voor hem daar alleen nog maar door toenemen.

Mocht iemand van christendemocratische of andere huize het verhaal verder willen aanvullen of corrigeren, dan publiceer ik dat hier graag – mogelijk biedt het vervolgens ooit ook inspiratie voor De Spycker.

Foto : Roger Van Ginderen (Essen in Beeld) – We herkennen naast Suykerbuyk en Schrauwen ook Jan Deckers en Camille Paulus, toenmalig provinciegouverneur
In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK

Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.

Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.

Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.

Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.

Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.

Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.

Foto : vlaggenwijding KSA Heidebloempje 1954 met links (van de groep die rechtstaat) bondsleider Herman Suykerbuyk (foto  : archief Heidebloempje)
Voorbeeld

Voorbeeld

Het Vlaams Belang heeft een voorstel ingediend voor de gemeenteraad van volgende dinsdag. Dat mag. Ik heb er zelf ook twee mee ingediend. Het voorstel van extreem-rechts gaat over 25 Essenaren, die worden opgeroepen om zich tweejaarlijks aan een drugscreening te onderwerpen en vervolgens de resultaten publiek te maken. Op kosten van de gemeente. Het moet zijn dat ze zich vreemd gedragen. Het argument is dat ze een voorbeeldfunctie hebben. Zijn ze dokter, pastoor, politieagent ? Neen, ze zijn gemeenteraadslid ! Ik ben blijkbaar een voorbeeld voor u allen – toch voor de Essenaren onder u, want ik neem aan dat het daartoe beperkt blijft. Ik zie u al driftig ja knikken achter uw computer. Pas daar toch maar mee op, hoor – ik heb allerlei slechte gewoonten die wellicht geen navolging verdienen. Ik raak bijvoorbeeld (!) vrij regelmatig de helft van een paar sokken kwijt. En ik draai de dekseltjes van conservenpotjes niet altijd vast dicht, wat een klein maar niet te ontkennen risico op glasbreuk oplevert.

Maar, goed, ik weet het nu. Dankzij het Vlaams Belang. Omdat u ons hebt verkozen, moeten we voorbeeldig zijn. U had dat erbij kunnen zeggen vooraleer u op mij stemde, maar nu weet ik het dus. Maar als dat geldt voor de drugswetgeving, geldt het natuurlijk voor alles. Dura lex, sed lex. Dus zou ik het voorstel graag willen uitbreiden :

  • We sturen elk jaar alle facturen van werken in huis naar de financiële dienst van onze gemeente, die nakijkt of alles wel netjes in het wit gebeurd is (zelfstandigen sturen uiteraard alle facturen) en vervolgens die facturen op de gemeentelijke website zet.
  • Uiteraard komt ook onze belastingaangifte op de gemeentelijke website.
  • We nodigen elk jaar de bouwdienst van het gemeentebestuur uit om na te komen kijken of alles waar we eigenaar van zijn wel netjes vergund is, en dat dan bekendmaakt.
  • We plaatsen een alcoholslot in onze auto, en programmeren onze gps zo dat de politie direct een berichtje krijgt als we ergens te snel rijden. De politie maakt dat uiteraard bekend.
  • Ik heb geen auto, dus dat vorige geldt niet voor mij, maar ik zal dan alle trein-, bus- en andere tickets ook aan het gemeentebestuur bezorgen. En als ik ’s avonds met de fiets rijd even een foto van mijn voor- en achterlicht naar de politie sturen.
  • We brengen onze vuilniszakken eerst binnen bij de milieudienst, zodat die kan nakijken of we wel correct sorteren. De foto van ons vuilnis komt uiteraard op de gemeentelijke website.
  • We laten onze berichten op sociale media even screenen door de communicatiedienst van de gemeente, zodat we zeker zijn dat we pakweg de wetgeving over aanzetten tot racisme niet overtreden. Bijkomend voordeel is dat ze er eventuele spelfouten uit kunnen halen.

Dat zijn natuurlijk alleen nog maar wetten, maar misschien moeten we onze voorbeeldrol ook nog wat uitbreiden ? Met kledingvoorschriften bijvoorbeeld. Ik zeg maar wat. Of gebruik van het Algemeen Nederlands. Of niet naar foute muziek luisteren. Of met wegblijven van neonazi-betogingen. U vult het lijstje vast verder aan.

Voor alle duidelijkheid : ik heb nog nooit illegale drugs genomen (wel eens een geneesmiddel waarvan ik ging hallucineren, telt dat ?). Voor mij is die test geen probleem. Maar ik pik de verdachtmaking niet. En ik denk ook niet dat de kiezer van een gemeenteraadslid verwacht dat we heiliger zijn dan de paus – maar als dat wel zo is, dan wel graag op alle domeinen !

Tenslotte beveel ik -in overeenstemming met de zojuist door mij genoemde paus, ongetwijfeld- de lezing van Mattheüs 7:3-5 aan, ook voor de niet-gelovigen.

Τί δὲ βλέπεις τὸ κάρφος τὸ ἐν τῷ ὀφθαλμῷ τοῦ ἀδελφοῦ σου, τὴν δὲ ἐν τῷ σῷ ὀφθαλμῷ δοκὸν οὐ κατανοεῖς;