In Memoriam Herman Suykerbuyk – AVV/VVK
Toen Rudi Smout, Wim Besters, Guy Van den Broek en ikzelf in 1997 een boek uitbrachten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Studentenbond-KSA-KSJ Heidebloempje Essen tekende Herman Suykerbuyk het voorwoord met “Ondervoorzitter Vlaams Parlement – Burgemeester van Essen 1965-1995 – Bondsleider 1951-1954”. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ik leerde het al vroeg in mijn KSA/KSJ-leven : de burgemeester van Essen was voordien onze bondsleider geweest. Nauwelijks tien jaar, overigens, vooraleer hij de oranje das voor een tricolore sjerp verruilde. Een sjerp die al snel met hem vergroeide, ondanks die driekleur die nooit echt de zijne was : Herman Suykerbuyk was mijnheer de burgemeester, en zo leerde ik hem kennen. Eigenlijk de laatste van zijn soort in Essen : de burgemeester als één van de notabelen in de gemeente, samen met de pastoor (de deken in Essen), de notaris, mijnheer doktoor – in een lijstje waar vroeger ook de schoolmeester had opgestaan, en hier en daar mijnheer de baron – als die al niet ook de burgemeester was.
Toen ik zelf bondsleider werd van KSJ, actief werd in de Jeugdraad en ook in de gemeentepolitiek, liep dat tijdperk van de onomstreden burgervader al stilaan ten einde. Maar Suykerbuyk behield zijn natuurlijk gezag – wat maakte dat hij ook gewoon kon luisteren naar wie het niet met hem eens was : dat bracht zijn positie namelijk niet in gevaar, hij besliste uiteindelijk toch. Het maakte dat de oppositie -gedurende zijn loopbaan dus vooral de socialisten- al eens beter werden behandeld dan zijn eigen partijgenoten. Een voorkeurbehandeling die we ook met de Volksunie ondervonden toen we met hem in 1994 in een meerderheid stapten. Even, want zijn opvolger Frans Schrauwen bleek in 1995 uit ander politiek hout gesneden. Suykerbuyk probeerde hem wel naar zijn beeld en gelijkenis te boetseren, maar dat lukte nooit helemaal – Frans, en dat pleit voor hem, bleek vooral zichzelf. Zodat het aftreden van Suykerbuyk in 1995 hoe dan ook een breuk werd, het einde van het systeem dat in Essen het ancien régime verving en waarbij de burgemeester werd aangeduid door de katholieke elite. Een keuze die vervolgens electoraal gelegitimeerd werd. Het einde ook van de alleenheerschappij van de CVP, ook al bleef die partij vervolgens (als CD&V) nóg eens 30 jaar de leidende politieke factor in onze gemeente.
Met Suykerbuyk liep ook de inbedding van het Vlaams-nationalisme in Essen binnen de al genoemde katholieke elite ten einde – ook al duurde ook daar het naspel eigenlijk nog tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Een inbedding, zoals Thomas Dekkers op de elf juliviering vorig jaar toelichtte, die maakte dat de collaboratie in Essen tijdens Wereldoorlog II minder greep kreeg op de macht dan elders. Herman Suykerbuyk was niet de eerste burgemeester die voluit een christendemocratische grondstroom en een Vlaams-nationale onderstroom vertegenwoordigde, hij trad daarmee perfect in de voetsporen van zijn voorganger Emiel Dierckxsens, maar hij tilde deze dubbele inzet politiek wel naar een hoger niveau. Als volksvertegenwoordiger, “député de campagne” zoals hij het zelf betitelde, bracht hij die dubbele inzet inderdaad ook naar het nationale parlement. Speelde hij in het begin vooral zijn rol als vertegenwoordiger van de NCMV-vleugel in de verzuilde CVP, later kwam zijn visie op de Vlaamse ontvoogding sterker op de voorgrond. Suykerbuyk was een uitstekend parlementslid; ook al zetelde hij altijd in de meerderheid, hij was nooit zomaar een waterdrager voor de zittende regering, hoewel hij altijd loyaal was aan zijn partij. Ik zou schrijven dat hij tot een uitgestorven ras van zelfstandig handelende parlementsleden behoorde, maar dat doet oneer aan de (enkele) uitstekende parlementsleden die ook vandaag nog actief zijn, en is vrees ik ook te veel eer voor de generatie van Suykerbuyk zelf : het was geen ras, hij was ook toen al te vaak eenoog in het land der blinden. Suykerbuyk zou het voorzitterschap van het Vlaams Parlement hebben verdiend, maar was wellicht ook daarvoor iets te eigenzinnig – zodat het bij het ondervoorzitterschap bleef. Hoe dan ook, geen Essenaar bracht het ooit politiek verder dan hij, en bracht het hem nooit grote macht of aanzien, zijn invloed onderschatten zou een behoorlijke misvatting zijn.
Ook buiten de Vlaamse grenzen, overigens. Hij was een overtuigd voorstander van Europese samenwerking, in de grensstreek maar ook daarbuiten. De vriendschapsband met Essen-Oldenburg is daarvan een zeer concrete maar ook wel zeer symbolische uiting : ze kwam snel na de Tweede Wereldoorlog, toen nog lang niet alle wonden tussen Duitsland en ons land geheeld waren.
Toch bleef hij doorheen al die jaren voor Essen vooral dé burgemeester – zijn schilderij in de raadszaal is er niet zomaar één in een reeks, het is dat van de man die de functie meer dan wie ook verpersoonlijkte. Hoezeer Essen en de wereld veranderden van 1965 tot 1995 kan moeilijk onderschat worden. Om maar twee dingen te noemen : zowel mei ’68 als de val van de Berlijnse Muur gebeurden tijdens zijn mandaat. Hij was de burgemeester die de jeugdcultuur zag opkomen, eerst wel en dan al snel niet meer onder controle van de kerk. Hij zag Essen groeien, soms wat uit zijn voegen. Hoewel hij moeilijk anders dan als conservatief kan worden geboekstaafd, hield hij er een open geest op na die maakte dat hij zich aanpaste, en zorgde dat Essen zich mee kon aanpassen. Dat Essen vandaag is wat het is, met alle goede en hier en daar minder goede kanten, is hoe dan ook mee het gevolg van zijn werk, zijn keuzes. Doorheen dat alles was hij soms streng, maar altijd correct en rechtvaardig. Essen heeft zijn grootste burgemeester, zijn belangrijkste politicus verloren. Een groot KSA-er ook, vanzelfsprekend. En ook een mooie mens – die vaak lachte.
Mijn deelneming aan zijn familie, vrienden, partij.