Wie kent de oplossing ?

Wie kent de oplossing ?

Vrijdagavond organiseerde het NKWV een informatie-avond over de stand van zaken in het pilootproject omtrent de weekendzones. De provincie Antwerpen werkt namelijk een scenario voor de weekendzones uit op basis van drie pilootgemeenten : Essen, Wuustwezel en Herselt. Dat de provincie deze rol vervult, komt doordat zowel het hogere (Vlaamse) als het lagere (gemeentelijke) niveau het voorbije decennium de hete aardappel probeerden door te schuiven. Zodat die patat ergens tussen beide in is beland.

Opmerkelijk genoeg heeft de provincie niet alleen de handschoen opgenomen, maar ze heeft ook niet geaarzeld om de hand daarna in het politieke wespennest te steken (wellicht in de overtuiging dat de handschoen sterk genoeg is…). Begin december maakte de bestendige deputatie een duidelijke maar relatief onverwachte keuze : ze besloot om het “uitdovend woonrecht” als uitgangspunt aan te nemen. Het uitgangspunt is dat permanent wonen in een weekendzone verboden blijft, maar al wie er nu woont (als eigenaar of huurder) mag toch blijven. De meest verwachte keuze vanuit de betrokken gemeentes was wellicht de omvorming van de meeste weekendzones tot een “recreatieve woonzone” geweest : permanent wonen mag dan, maar er blijven bepaalde beperkingen op het vlak van bouwoppervlakte, materiaalkeuze… Dat is ook de keuze die de gemeente Essen voorstelt in het Ruimtelijk Structuurplan.

Ik wil even ingaan op het “uitdovend woonrecht”. Op mijn computer staat een Word-document dat voor het eerst werd opgeslagen op 2 februari 1996. Het gaat om een standpunt van de toenmalige VU over de weekendzones, ondertekend door de afdelingsvoorzitter (dat was ik). De tekst vertrekt vanuit het principe van het uitdovend woonrecht, al heette dat zo nog niet. Vanuit de tekst werd er met de toenmalige CVP onderhandeld, vooral met Herman Sukerbuyk. In de compromistekst uit 1998 die daarvan het resultaat was, kreeg het kind de correcte naam : uitdovend woonrecht. Ongetwijfeld hebben we het concept niet zelf bedacht, maar als keuze voor Essen waren we wellicht toch de eersten die ervoor pleitten.

Ben ik dan nu blij met deze keuze van de provincie ? Toch niet helemaal. De voorbije tien jaar was de weekendzone immers op bepaalde ogenblikken de enige mogelijkheid voor jonge Essenaren om nog een betaalbare bouwgrond of woning te vinden. Onder druk van de woonmarkt en het falende woonbeleid ontstond extra vraag naar weekendwoningen. Een bijkomende vraag waardoor de prijzen overigens ook in de weekendzone behoorlijk stegen. Is het in die omstandigheden rechtvaardig om mensen die in verhouding niet echt veel goedkoper bouwden dan woonzonebewoners nu in hun woonrecht te beperken ?

Het hele dossier is een Gordiaanse knoop die tien jaar geleden nog redelijk “doorhakbaar” was, en waarvoor we toen bereid waren onze verantwoordelijkheid te nemen. Wie toen is teruggedeinsd, moet vandaag maar de gebakken peren trachten door te slikken. Waarbij het al te gemakkelijk is om als gemeente te stellen tegelijk “le beurre et l’argent du beurre” te willen : een omvorming tot recreatieve woonzone, waarbij de planbaten onze kosten daarvoor moeten dekken en zonder consequenties voor het “woonquotum” (het aantal woningen dat de gemeente mag bouwen). Bekenen binnen de Essense grenzen is dat een rechtvaardige oplossing, die ik mee wil verdedigen (op basis van een correct planbatenstelsel, daar kom ik nog op terug). Maar vanuit de provincie bezien kan dit niet anders dan op een “free rider”-verhaal lijken, dat onrechtvaardig is tegenover de andere gemeenten. Zo bekeken begrijp ik het provinciebestuur overigens wel.

Het Essense gemeentebestuur heeft in de loop der jaren een situatie gecreëerd die maakt dat Essenaren zeer ongelijk worden behandeld. In 1998 was er een mogelijkheid om dat op een vrij behoorlijke manier recht te zetten. Omdat dat niet gebeurd is, is het probleem nog complexer geworden en heeft de mogelijke oplossing van toen sterk aan kracht verloren.

Maar het uitgangspunt blijft voor mij de noodzaak van een rechtvaardige oplossing. Dat betekent voor mij : rechtvaardig tussen alle Essenaren onderling. Dat maakt één of ander systeem van “planbaten”, een meerwaarde op de gebouwde woningen, noodzakelijk. Daarbij zou men rekening moeten houden met de betaalde prijs en de mate waarin de koper destijds als “goede huisvader” had kunnen of moeten weten dat er niet permanent in een weekendzone mag worden gewoond. Het beleid van gemeentelijke en andere overheden is immers dikwijls zó geweest dat je gerust kon veronderstellen dat wonen in de weekendzone ook op langere termijn geen probleem zou zijn. Een systeem van planbaten die op die manier bepaald worden, zou eerlijk kunnen zijn. Elk stelsel dat van een lineair uitgangspunt vertrekt, is dat niet. Elk systeem zonder planbaten ook niet.

Essen moet bovendien weten dat een rechtvaardige oplossing binnen de gemeente niet noodzakelijk combineerbaar is met een rechtvaardige behandeling van gemeenten tegenover elkaar. Dat we in die situatie zitten, is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik zal daarom met niet meer of minder tevreden zijn dan een volledig eerlijke oplossing binnen Essen. En ik aanvaard de hogere overheid niet als excuus voor afwijkingen van dat principe : het zijn het Essense wanbeleid in dit verhaal en de oneindige besluiteloosheid die de huidige situatie hebben gecreëerd.

Tenslotte… In de CVP/VU-tekst over het uitdovend woonrecht stond deze zin : “Het statuut van permanent bewoonbaar verblijf kan uitsluitend behouden blijven bij erfenis in rechte lijn en eerste graad, wanneer de begunstigde minstens één jaar voor het overlijden van de erflater ingeschreven was op het adres van het betrokken verblijf.” Mocht men toch doorgaan met het uitdovend woonrecht, dan zou ik dit nog steeds een correcte nuancering van het principe van de niet-overerfbaarheid vinden.

L’shana ha’ba-ah b’Yerushalayim

L’shana ha’ba-ah b’Yerushalayim

De staat Israël bestaat 60 jaar. Die relatief eenvoudige vaststelling verbergt wat nog steeds één van de grote vragen in de wereldpolitiek is. Een soort Brussel-Halle-Vilvoorde x 1.000. Was het legitiem van de joden om een eigen staat te stichten, als reactie op het anti-semitisme dat culmineerde in de grootste verschrikking uit de wereldgeschiedenis : de holocaust ? Mocht daarvoor territorium worden geclaimd dat ooit ondubbelzinnig dat van de joodse staat was geweest, maar waar ze grotendeels werden verdreven door de Romeinen, en waar ondertussen anderen zich gevestigd hadden ? Twee hoofdvragen, die er tientallen andere juridische, historische, religieuze, politieke en militaire verbergen. Vragen die tot op vandaag inzet zijn van een conflict in het Midden-Oosten met stevige uitlopers over de hele wereld. Vragen ook die intern Israël en de Arabische tegenstanders verdelen, en die twee manier hebben gecreëerd om tegen dezelfde werkelijkheid aan te kijken, waarbij “waarheid” een relatief begrip is geworden (BHV x 1.000, zoals ik al zei).

Israël is met veel moed en visie maar ook met veel geld en geweld tot stand gebracht. Het bestaan ervan lost een stuk van de ereschuld van Europa aan het joodse volk af. “Een” Israël moet kunnen bestaat, “het” Israël in het oude Palestina bestaat. Voor mij is de staat hoe dan ook legitiem (geworden) – feiten creëren na een tijd altijd mee hun eigen legitimiteit. Maar de ontstaangeschiedenis van Israël heeft ook een ereschuld tegenover het Palestijnse volk gecreëerd. Dat dat volk fouten heeft gemaakt en nog maakt, zet het alleen maar (in grote lijnen) op gelijke voet met Israël zelf. De schuld zal grotendeels ingelost zijn zodra er een leefbare Palestijnse staat bestaat – met op één of andere manier een gedeelde macht over Jeruzalem (cfr. … BHV). Tot die dag staat Israël zwaar in het krijt bij de internationale gemeenschap. Wat de bewondering voor wat de voorbije 60 jaar tot stand werd gebracht door een groots volk met een enorm boeiende geschiedenis en een inspirerende religie niet hoeft te verminderen.

Boris I

Boris I

Ken Livingstone was acht jaar lang burgemeester van Londen, en vervulde die taak uitstekend. Hij werd verkozen als onafhankelijke, omdat Tony Blair hem niet als Labourkandidaat wilde, wegens zijn al te linkse imago. “Red Ken” versloeg vervolgens de officiële Labourkandidaat, en deed zijn werk voortreffelijk. Hij verdient overigens een standbeeld voor de invoering van het rekeningrijden in Londen. Hij werd terug opgenomen in Labour en werd in 2004 opnieuw verkozen, en bleef zijn eigen degelijke zelf, al kon hij het af en toe niet laten om zijn oud-linkse reflexen te veruiterlijken door aan te pappen met president Chavez van Venezuela, bijvoorbeeld.

Eergisteren verloor hij de verkiezingen (waarvan de resultaten gisterenavond definitief bekend waren) tegen Boris Johnson. Johnson, Conservatief parlementslid, was het resultaat van een zoektocht van de Conservatieven naar een BB (bekende Brit) om de verkiezingen niet al te zwaar te verliezen tegen Livingstone. Buiten de eigen rangen vonden ze er geen, en dus werd Johnson gevraagd. Die is namelijk vooral bekend omwille van zijn nogal kleurrijke levensloopbaan en omwille van frequente gastoptredens in één van de allerbeste BBC-programma’s (dat wil wat zeggen) “Have I Got News For You ?”. Daar ken ik hem ook van.

Johnson moet wellicht de politicus zijn met het meeste humor, die er bovendien niet aan twijfelt om zichzelf als voorwerp van spot te kiezen. Hij voerde een prachtige campagne, maar eigenlijk had hij die nooit mogen winnen. Livingstone heeft vooral verloren omdat de kiezer Labour echt wel beu lijkt te zijn, en omdat de Conservatieven onder David Cameron erin geslaagd zijn om zich terug min of meer verkiesbaar te maken. Toch lopen ze met Johnson een behoorlijk risico, want het hart op zijn tong en zijn voorliefde voor soundbites veroorzaken regelmatig uitspraken waarvoor excuses nadien onvermijdelijk zijn. Als burgemeester van Londen gaan die nog meer aandacht krijgen.

Labour heeft een probleem, zoveel is duidelijk. Na 11 jaar regeren ben je altijd kwetsbaar op de “goed bestuur”-flank, en dan helpt alleen een stevige en enthousiasmerende visie. Waarvan huidig premier Brown nog te weinig heeft laten zien.

Ik zou onder geen beding voor Johnson hebben gestemd (wellicht voor de Liberaal-Democratische kandidaat, met een tweede keuzestem voor Livingstone). Maar ik vind hem alleszins wel een boeiend personage. Met Sarkozy heeft hij een soort “energiek en niet wereldvreemd rechts” imago gemeen, en versterkt daarmee de uitdaging waar progressief Europa op moet antwoorden, in tijden waarin links-conservatieve eisen opnieuw in zijn. Johnson is nu de facto één van de boegbeelden van de Conservatieven, en ik ben erg benieuwd hoe de chemie zal werken tussen vaak verkrampte Thatcheristen en de komiek-burgemeester. Hij lijkt me een man van uitersten. Als hij niet heel snel terug bij “af” belandt (dat kan), dan zou de weg van het stadhuis naar Downing Street 10 wel eens overbrugbaar kunnen blijken.

Vet moeilijk

Vet moeilijk

We leven in Vlaanderen op een kluitje. Zes miljoen Vlamingen moeten het stellen met erg weinig grond. Bovendien hebben we de onhebbelijke gewoonte (gehad ?) om die grond zo inefficiënt mogelijk in te delen, onder het mom van een vrijheidsideaal dat echter aantoonbaar onverantwoord is gebleken. Daardoor ontstaan ruimteconflicten, en de gemeenteraad van dinsdag bevatte daarvan twee voorbeelden.

Zo werden we geacht een laatste advies te geven over de “herbevestiging” van de landbouw- en natuurbestemming in onze gemeente. Een planningsproces waarmee de Vlaamse overheid de doelstellingen die het zichzelf op dit vlak heeft opgelegd wil concretiseren. Ongetwijfeld een nuttige oefening, maar wel één met een hoog surrealistisch gehalte : op het plan staat landbouwgebied waarvan ik me niet kan inbeelden dat er ooit nog koeien zullen grazen en natuurgebied waarin de kamerplant de overheersende vegetatie is.

Op het macroniveau van de plannen ziet het er allemaal mooi en coherent uit. Maar het leven speelt zich af op microniveau. Mijn nachtrust wordt beïnvloed door de pomp die de werf aan de overkant bouwklaar moet maken, door de muziekkeuze van mijn buren en de mobiliteit van al wie de Molenstraat wil gebruiken. Tot op heden slaap ik echter goed. De buren van de frituur in Heikant zagen wel reden tot klagen : vooral de geur van versgebakken frietjes komt hen stilaan de strot uit. Wettelijk (b)lijkt alles min of meer in orde, en de vraag stelt zich of het gemeentebestuur dan nog verder moet tussenkomen. Een moeilijke kwestie : het is duidelijk dat niet elk micro-probleem tussen Essenaren een probleem voor de gemeente moet zijn. Het potentieel aantal onderlinge conflicten tussen 17.500 inwoners is een getal dat enkele honderden keren groter is dan het aantal mogelijke combinaties op een lottoformulier. Toch denk ik dat een gemeentebestuur telkens als het enigszins kan de bemiddelende rol moet spelen : de gemeente heeft al bij al een hoge legitimiteit en wordt niet als (helemaal) wereldvreemd aanzien. Bovendien is een samenleving waar alles via de rechtbank wordt geregeld wat mij betreft onwenselijk en ook onmenselijk. Dus is geurhinder van een frituur in de Maststraat een probleem waar ook het Heuvelplein een rol te spelen heeft. Ook al is het misschien een druppel op een hete plaat. Maar die druppel belandt beter daar, dan in de frietketel…

Overigens deed het verhaal me een beetje denken aan het busvervoer in de stad Luxemburg. Dat rijdt grotendeels op plantenolie. De eerste keer dat ik daar was, verbaasde het me erg dat het aan elke bushalte naar frietjes rook. Zonder frituur. Ik weet niet meer wat het meest opviel : de frietgeur of de afwezigheid van dieselgeur. Ik weet wel wat ik verkies, en vermoed dat een referendum aldaar zou worden gewonnen door het OZO-kamp. Of hoe micro-management van de samenleving ook een verhaal van psychologie en communicatie is. Een terrein waarop het Essense gemeentebestuur nog “ruimte voor verbetering” heeft…

Standaardwerk

Standaardwerk

Af en toe beland ik in een leesbui. Dan koop of ontleen ik een stapel boeken, die dan ook maar allemaal meteen erdoor moet worden gejaagd. Soms zelfs met twee tegelijk. In zo’n stapel belandde onlangs “De zestien is voor u”, het boek van de Standaardredactie over de regeringsvorming. Om één of andere reden kwam het pas voor lezing in aanmerking na de verwerking van “De Oude Belgen”, een boek over de Keltisch/Germaanse stammen die destijds door de heer Caesar vakkundig in de pan werden gehakt, vaak met behulp van “verdeel en heers”-technieken. Geen slechte inleiding voor het boek over de lange weg naar Leterme I…

Ik heb het boek bijna in één keer uitgelezen, zelfs na thuiskomst van een gemeenteraadszitting die een vrij lange nasleep kende in een Heuvelpleins etablissement. Toch ben ik wat teleurgesteld. Niet omdat ik het verhaal uit De Standaard al grotendeels kende. Wel omdat het verhaal wat mij betreft niet analytisch genoeg is opgebouwd : er zitten soms sprongen in die je alleen met andere achtergrondkennis kan begrijpen, en er wordt onvoldoende geprobeerd het “waarom” van bepaalde gebeurtenissen en tactische zetten te verklaren.

De norm voor dit soort boeken werd gezet door Hugo De Ridder. Al heeft diens werk in mijn hoofd misschien meer mythische proporties aangenomen dan het verdient, toch komt het mij voor dat hij een pak meer inzicht verschafte. Daarvoor is misschien meer afstand nodig, ook in de tijd. Het boek had wellicht enkele jaren rijpingstijd kunnen gebruiken, en ook de geïnterviewde politici zouden vermoedelijk na enkele jaren meer klaarheid kunnen brengen in de beweegredenen achter veel feiten en anecdotes uit de eerste en tweede fase van de regimecrisis waarin dit land zich sinds 10 juni 2007 bevindt.

Maar het boek blijft desondanks het lezen meer dan waard. Al was het maar om de derde fase van dezelfde regimecrisis, die door de franstalige beslissing om géén belangenconflicten meer te gebruiken in het BHV-dossier onlangs is ingezet, beter te kunnen volgen. Op de gemeenteraad werd even gediscussieerd over de afschrijvingstermijn van muziekinstrumenten : is tien jaar niet wat kort voor sommige ? Dat de afschrijvingstermijn van 800.000 stemmen daarentegen niet in jaren maar in maanden wordt uitgedrukt, is daarentegen stilaan wel duidelijk. Dat ook CD&V/N-VA zelf aan die versnelde ontwaarding bijdraagt, is voor de lezer van “De zestien” alvast geen verrassing.

Klokkenluider

Klokkenluider

Essen doet mee aan de actie “Met belgerinkel naar de winkel”. Daar pleiten wij al sinds een aantal jaren voor, maar altijd waren er goede of minder goede excuses om aan de kant te blijven. Nu is Essen er wel bij, en er doen meteen een vijftigtal winkels mee. Een succes dus.

Op zowat de meest zonnige dag van het jaar hebben we met een aantal gemeenteraadsleden de actie “ingefietst”. Er hadden wat mij betreft wat meer meefietsers mogen zijn, maar de fietstocht was allezins gezellig. Gelukkig zijn er in de Essense politiek genoeg mensen actief die zichzelf, hun stokpaardjes, de eigen partij en de onderlinge concurrentiestrijd wat kunnen relativeren en er af en toe de humor van kunnen inzien (dat is trouwens iets heel anders dan het niet ernstig nemen).

De actie probeert mensen aan te zetten om zoveel mogelijk de fiets te nemen om naar de winkel te gaan. Het is een positieve actie, want de automobiele winkelaar wordt niet gestraft. Dat is natuurlijk ideaal, maar jammer genoeg kan het niet altijd zo. Om een milieuramp nog (grotendeels) af te wenden, zullen er ook een aantal harde maatregelen nodig zijn. Hopelijk hebben we (politici op alle niveaus) ook de moed daarvoor te durven kiezen en vóór onze kiezers uit te lopen. Het debat over rekeningrijden en (breder) de autodemagogie van politici zoals de rechtse Verdonk én de linkse Marijnissen in Nederland, en die van Dedecker bij ons, doen me daarbij echter het ergste vrezen.

Maar laat dat vooralsnog geen reden zijn om bij de pakken te blijven zitten en toch maar met de auto naar de GB te rijden. Al is het om maar even de doemklokken met belgerinkel te overstemmen…

Vlag en lading

Vlag en lading

Ieder mens heeft het recht op vrijheid om zich te ontplooien. Dit recht geeft hem ook de plicht tot verantwoordelijkheid voor zichzelf en de gemeenschap. Wij willen een open, diverse en interculturele samenleving, waar inzet wordt gewaardeerd, welvaart gedeeld, welzijn bevorderd en de natuur duurzaam beheerd.

Deze links-liberale visie veronderstelt een democratische overheid die rechtvaardigheid waarborgt door het bewust creëren van gelijke kansen op persoonlijke ontwikkeling en participatie voor iedereen.

Voor ons moet de Vlaamse Gemeenschap als pluralistische solidariteitskring de zelfstandigheid hebben om die rol volwaardig op te nemen in samenwerking en solidariteit met andere gemeenschappen in een confederaal België, binnen Europa en de wereld.

Ik heb een kader, een visie nodig om aan politiek te kunnen doen. Vandaar dat ik een verkiezingsprogramma zo belangrijk vind. Het programma van N-VA/PLE is dan ook de leidraad waardoor ik me in mijn politiek handelen in Essen voortdurend laat richten. Want politiek gaat voor mij over het proberen te sturen van de samenleving vanuit een visie. Al wat daarbij komt (strategie, communicatie, goed bestuur…) is belangrijk, maar als afgeleide, ondersteunende functie.

Om breder dan alleen op het Essense niveau te kunnen doen (al is dat dan beperkt), heb ik ook een kader nodig. En daarbij zitten de (ongeveer) honderd woorden van hierboven me als gegoten.

De tekst is de beginselverklaring van de VlaamsProgressieven. Zo heet spirit nu, de partij waarbinnen ik op bovenlokaal niveau actief ben. Partijnamen zijn maar een instrument, en de naam die de partij had was na 6,5 jaar onbruikbaar geworden. Eigenlijk was het een naam die van bij het begin een beetje een gebrek aan ernst uitstraalde. Gecombineerd met een (toen) onduidelijk ideologisch profiel, met figuren die kwamen en (vooral) gingen en de wispelturigheid van het enige echte boegbeeld ging de naam symbool staan voor een “clubje” dat vooral geen serieuze politieke partij was. De zes letters stonden wel voor het hele programma (erg handig, heb ik ooit in een debat gemerkt) maar niemand kon ze echt onthouden. En enkele letters verborgen ook moeilijke begrippen, waar nog eens meer dan honderd woorden uitleg bij moesten.

Spirit twijfelde zelfs lang om ervoor te durven uitkomen dat het een partij van links-liberalen was. Een etiket waarbij ik mij erg goed voel. Ik had als nieuwe naam dus stiekem graag iets met “Links-Liberalen” gezien. Maar het klopt dat dat voor veel mensen als een contradictio in terminis klinkt (terwijl het gewoon een eigen filosofie is, zoals de christen-democratie en de sociaal-democratie, niet toevallig ook allebei met een koppelteken dat een soort tegenstelling overbrugt). Dus voel ik mij, bij nader inzien, goed bij de keuze voor “VlaamsProgressieven”. Omdat het gewoon degelijk en ernstig klinkt. Omdat we met “Vlaams” in de naam niet elke keer opnieuw moeten herhalen dat we een Vlaamse partij zijn. En omdat “Progressieven” de kernwaarden vrijheid en rechtvaardigheid allebei mooi omvat. Wat ons meteen positioneert tegenover conservatieven, weze het linkse of rechtse. Na wat overdenken blijkt VlaamsProgressieven gewoon de naam die de partij in 2001 had moeten kiezen. Beter laat dan nooit, dus. Oh ja, de keuze voor lichtblauw als partijkleur is wél gedurfd, en schitterend.

De VlaamsProgressieven staan voor een aartsmoeilijke, zeg maar onmogelijke opdracht : 5% van de kiezers overtuigen (in kartel of niet, dat maakt me eigenlijk niet zoveel uit). Aan de inhoud zal het niet liggen, en die is dus ook niet veranderd. Dus moet het verhaal vooral goed overgebracht worden. Bettina Geysen kan dat, geloof ik.

Kees

Kees

De vrienden van Groen! reikten vandaag al voor de zevende keer hun “Keesje Mohammed” uit. Die uitreiking is (met stip) het gezelligste evenement op de Essense politieke kalender, en de goede samenwerking in de oppositie was ook een “officiële” reden om er naartoe te gaan. Als enige niet-Groen!e, trouwens. Een beetje jammer.

Keesje ging dit jaar naar “Gezin op de vlucht”, een groep vrijwilligers die zich sinds verschillende jaren inzet voor enkele ingeburgerde Essenaren, die hier niet legaal verblijven. Eerlijk gezegd, toen ze eraan begonnen heb ik ernstig aan de zin van hun inzet getwijfeld (niet aan hun goede bedoelingen, overigens). Ze leken zich te storten in een verhaal zonder perspectief. Als OCMW-raad konden we hen dan ook niet veel bieden (altijd een moeilijk dilemma, maar dat is nu eenmaal de essentie van het OCMW-werk). Maar uiteindelijk bleek hun doorzettingsvermogen sterk genoeg om uiteindelijk toch de oplossing dichterbij te brengen en alvast voor één gezin een definitieve thuis in Essen mogelijk te maken. Een verdiende prijs, dus.

Groen!-volksvertegenwoordiger Meryem Almaci sprak over het asielbeleid, en legde er terecht heel wat zwakke punten van bloot. We denken het ons als samenleving blijkbaar te kunnen permitteren om een pak heel dynamische mensen (dat hebben ze vaak al bewezen) vooral niet aan het werk te willen zetten. Dat is onverstandig, en daarover ben ik het helemaal met haar eens. Maar uiteindelijk, te langen leste, kan een asielbeleid niet zonder één of andere vorm van uitzettingsbeleid (graag zo humaan mogelijk, en uiteraard niet na een jaren aanslepende procedure). Soms denk ik dat de voorstanders van een ander asielbeleid (waar ik bijhoor) dat een beetje over het hoofd zien. Maar -om even kort door de bocht te gaan- de keuze is uiteindelijk tussen een erg open grens en géén sociale zekerheid voor nieuwkomers, of een selectief toelatingsbeleid en een toegankelijke sociale zekerheid. Ik verkies het laatste. Opdat Vlaanderen ook in de toekomst een volwaardige plaats zou kunnen bieden aan Koerden en Rwandezen die hun land ontvluchten : dat zou ik in hun geval ook doen.

Goed getroffen

Goed getroffen

De Trefdag van VVSG brengt tweejaarlijks enkele duizenden ambtenaren van gemeentebesturen en OCMWs en lokale politici samen. Voor mij een absoluut niet te missen afspraak. Ik denk dat het voor mij de vierde keer was dat ik er naartoe ben gegaan. Twee jaar geleden was het voor mij de startsein om te beginnen werken aan het verkiezingsprogramma. Nu is dat niet aan de orde, maar de Trefdag blijft een erg efficiënte manier om op korte tijd veel informatie in te winnen, en ideeën op te doen. Sommige zaken zijn daarbij meteen bruikbaar, anderen verdwijnen ergens in het achterhoofd of op een notablokje, om misschien ooit op het juiste moment naar boven te komen. De uitdaging is om de folders die je meeneemt en de voorbeelden van elders die je meekrijgt in verband te brengen met de Essense realiteit en om te vormen tot bouwstenen die je kan inzetten om een tussenkomst, een vraag of een voorstel mee te construeren.

Daarbij heb ik mijn aandacht over verschillende beleidsdomeinen verspreid, ik probeer nu eenmaal op veel vlakken wat bij te blijven. Tot en met het rioolbeleid, en boeiend domein waarvan ik voor 2006 nooit had gedacht dat ik me er mee zou bezig houden. Vooral interessant omdat het erg technisch lijkt (en ook wel is), maar daarachter zit veel politiek verborgen.

Omdat ik transparant wil zijn, geef ik de titels van de trefwinkels mee die ik heb gevolgd (en waarbij de tijd daartussen werd opgevuld met het langsgaan van talloze standjes met min of meer zinvolle lectuur) :
• Samen werken aan de economische ontwikkeling
• Samenwerken met een Vlaamse gemeente: een reflectie uit het Zuiden
• De pensioenen van het personeel van lokale besturen: wie zal ze (nog kunnen) betalen?
• Politici en personeel: (g)een verstandshuwelijk
• Nieuwe rioolprojecten: regenwater in de tuin, niet op de riool

De Trefdag is tenslotte een uitzonderlijk knappe en professionele organisatie. Als VVSG alleen dit deed, zou het een enorme meerwaarde hebben. Voor de Vlaamse lokale politiek zijn zij een godsgeschenk. Ook al is hun uitgangspunt soms (al dan niet noodgedwongen) iets te veel dat het bestuur in de eerste plaats bestaat uit de ambtenaren en het schepencollege of de OCMW-voorzitter. Maar de meest effectieve oppositie is vaak degene die zich het best kan verplaatsen in de denkwereld van de meerderheid. Dus bewijzen ze misschien ook daar nog wel een dienst mee.

Tibet of niet Tibet

Tibet of niet Tibet

Vanzelfsprekend steun ik de Tibetaanse vraag voor meer zelfbestuur voor 100%. Voor wie de geschiedenis van het land wat kent, ziet hun verhaal er nochtans behoorlijk hopeloos uit. Ze staan tegenover een onvervalste wereldmacht, die hun land al tientallen jaren bezet en bovendien een verhuispolitiek heeft gevoerd waardoor de Tibetanen stilaan vreemden in eigen land zijn geworden. Op veel daadwerkelijke internationale steun hebben ze nooit moeten rekenen. Gelukkig is er de Dalai Lama die de Tibetaanse zaak altijd in beeld heeft kunnen houden. Of hoe de wereld (wellicht terecht) gaan geloven is dat de democratie beter gediend wordt door een reïncarnerende theocraat dan door de Chinese Volksrepubliek. Een volstrekt atheïstische republiek die wetten heeft gemaakt waarbij voorafgaande toestemming moet worden gevraagd om te mogen reïncarneren…

Maar de vraag stelde zich al enige tijd hoe lang het zou duren eer Tibet helemaal zou zijn vergeten. De opvolging van de Dalai Lama wordt, hoe dan ook, een verward en verwarrend proces en de opvolger zal nooit de legitimiteit van Tenzin Gyatso die de functie nu invult. En wie gaat in de 21e eeuw luidop China tegenspreken over een ruraal volk dat met minder is dan de Vlamingen – in een land met meer inwoners dan Europa en de V.S. samen ?

Ik weet niet of ze het bewust bedacht hebben. Maar de strategie van de Tibetanen om nu optimaal gebruik te maken van de aanloop naar de Olympische spelen is geniaal. Met heel beperkte middelen dwingen ze nu politici op zowat alle niveaus (van Bush en Sarkozy tot De Gucht en Anciaux) om zich over hun zaak uit te spreken. Waarmee ze voor het eerst in decennia terug perspectief krijgen. Als hun leiders (in Tibet en in ballingschap) erin slagen op één lijn te komen en te blijven, dan zouden ze wel eens één van de grootste politieke hefbomen in de geschiedenis kunnen creëren. Ik wens het hen in elk geval toe.