Het overlijden van Herman Suykerbuyk en wat er daarover verschijnt lijken mij een geschikte gelegenheid om terug te blikken op 1994 en 1995, het laatste jaar van zijn burgemeesterschap. Niet dat ik het hele verhaal ken, verre van, maar ik draag graag een stukje van de puzzel bij.
De gemeenteraadsverkiezingen van 1994 betekenen voor Essen een kleine aardverschuiving. Van de 23 zetels in de gemeenteraad gaan er 12 naar de CVP, geleid door Herman Suykerbuyk. Dat zijn er 4 minder dan zes jaar voordien. Nieuwkomer VLD kaapt meteen 4 zetels weg. De SP gaat van 3 naar 4. De Volksunie blijft op 2 zetels. Agalev levert 1 zetel in, en houdt er ook 1 over. De analyse is niet zo heel moeilijk : het verlies van de CVP aan de VLD situeert zich op rechts, op de middenstandsvleugel – en het verlies is zwaar : een kwart van de zetels gaat verloren, in stemmenaantal verliest CVP 14% en duikt voor het eerst onder de symbolische 50%-grens.
Herman Suykerbuyk trekt de conclusie dat de meerderheid erg krap is geworden, met 12 zetels op 23. Is dat wel zo ? Amper 2 verkiezingen later zal Essen relatief probleemloos bestuurd worden met 13 op 25 zetels, zelfs niet door één partij maar in een coalitie. Zouden die 12 écht een probleem zijn ? Maar Suykerbuyk wil zijn meerderheid versterken. Vreest hij (achteraf gezien terecht) dat de VLD nog sterker zal worden – maar waarom dan niet meteen voor een coalitie met hen opteren ? Suykerbuyk nodigt evenwel niet de VLD, maar de Volksunie uit. Een kleinere partij, dus “goedkoper” ? Ongetwijfeld speelt dat mee. Maar het lijkt er toch vooral op dat Suykerbuyk het als zijn historische missie ziet om minstens in Essen het politieke Vlaams-nationalisme (opnieuw) te doen samenvloeien met de christendemocratie.
Dus komen er coalitie-onderhandelingen tussen twee partijen die zich daar niet op hadden voorbereid. Bien étonnés de se retrouver ensemble. Tot verbazing van onszelf schrijven Dirk Smout, Filip Vandenbroeke en ik zo goed als het volledige coalitieakkoord. Papier is verduldig, maar dat hadden we niet helemaal door, en de machtsstructuren in Essen bleven volledig wat ze al waren. Desalniettemin slaagden we erin op enkele domeinen het aggorniamento te brengen waar Essen aan toe was. Met een modern(er) communicatiebeleid als belangrijkste verwezenlijking. Naast onder meer de start van het denkproces over de weekendzone, dat uiteindelijk mee tot het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan zal leiden.
De Vlaamse gemeentepolitiek zou echter ook deze keer de Vlaamse gemeentepolitiek blijken – belangrijker dan de gesprekken over de inhoud zijn die over de mandaten. Want een coalitiepartner, dat betekent voor CVP één schepen minder. En voor ons één meer. Die laatste geschiedenis wil ik hier niet schrijven, al ging het om een lastig hoofdstuk in mijn politieke loopbaan. Fons Tobback werd schepen, en hij deed dat uitstekend – laat ik het daarop houden. Bij de CVP waren de schepenambten al vóór de verkiezingen verdeeld, neem ik aan. Zo wilde het alleszins de traditie. Voor het eerst (en vooralsnog voor het laatst) zou Hoek een schepen krijgen, Stan Konings. Maar het voor hem voorziene mandaat moest nu naar Fons Tobback gaan.
Herman Suykerbuyk hakte de Gordiaanse knoop door en offerde zichzelf op. Hij zou nog één jaar burgemeester blijven en dan de fakkel doorgeven. Wij, de VU, geloofden dat eigenlijk niet. Het zou niet tegen de christendemocratische ziel ingaan als dat soort kunstgreep uiteindelijk niet zou doorgaan. En Suykerbuyk was amper 60 – te jong om de sjerp aan de haak te hangen, toch ? Bovendien was onze samenwerking met Suykerbuyk gedurende dat eerste jaar uitstekend. Maar Suykerbuyk bleef bij zijn besluit. En zo moest er een opvolger worden gezocht.
Dat was, uiteraard, een interne CVP-kwestie. Dertig jaar na de vorige burgemeesterswissel waren de tijden evenwel veranderd. Kon er toen nog een burgemeester die nooit in de raad had gezeteld op het schild worden gehesen en nadien democratisch worden gelegitimeerd, daarvan was in 1995 geen sprake meer. Anders zou bijvoorbeeld iemand als Jos Van Meel een optie zijn geweest. Of een outsider – Walter Mennes bijvoorbeeld. Maar de wet en de praktijk wilden dat niet meer. De volgende burgemeester moest bij de 11 overige verkozenen van de CVP worden gezocht.
De facto kwamen er daarvan twee in aanmerking : Frans Schrauwen en Jos Van Loon. Allebei al een tijd schepen en vertrouwd met het Essense bestuur. Als VU vingen we hoogstens wat geruchten op. Beide namen werden al eens genoemd. Onze relatie met Van Loon was niet optimaal – achteraf bleek dat hij een “acquired taste” is, of een goede wijn, want persoonlijk ben ik hem door de jaren heen alleszins sterker gaan waarderen. Maar hoe dan ook, ik heb op een bepaald moment aan CVP-voorzitter Dirk Nelen gemeld dat we liever Van Loon niet zagen. En dus Schrauwen wel, al herinner ik me haarscherp dat ik er dat eigenlijk niet bij heb gezegd.
Hoe dan ook, onze stem heeft gegarandeerd op geen enkele manier meegespeeld. Hoe het dan toch zo gelopen is dat Suykerbuyk tegen Schrauwen heeft gezegd dat hij burgemeester moest worden, daarvan heb ik geen idee. Volgens sommigen was Van Loon de eerste keuze en heeft die geweigerd, maar dat weet ik dus niet. Suykerbuyk heeft vervolgens alleszins geprobeerd om Schrauwen naar eigen model te vormen, wat ik in mijn in memoriam al aangaf. En hij hield de touwtjes in handen achter de schermen. Of stilaan niet meer ?
Toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 naderden, groeide het idee binnen CVP om als kartel met de VU op te komen, en zo de krap geworden meerderheid al voor de stembusgang te consolideren. Na zes jaar coalitie niet zo heel vreemd. We gingen het gesprek aan. Ik besprak een concreet voorstel, met Dirk Nelen en… Herman Suykerbuyk. Met drie zetten we iets op papier waar ik achter kon staan. Mijn overtuiging dat Essen zo snel mogelijk zes jaar zonder christendemocraten moest worden bestuurd is pas enkele jaren later gevormd – ook wel omdat ik toen nog niet echt geloofde dat dat een reële optie was. Maar het voorstel werd in ons partijbestuur niet gesteund, niet omwille van de modaliteiten, maar omwille van het principe : met name Dirk Smout en Fons Tobback wilden niet samen op één lijst met de CVP. We vernamen dat ook binnen de CVP het enthousiasme uiteindelijk niet zo groot was. Daar waren we natuurlijk niet bij. Wiens stem woog daarbij door ? En wie sprak Suykerbuyk tegen ? Hoe dan ook, het kartel kwam er niet. De droom van Suykerbuyk, om de Vlaamsgezinden en de christendemocraten tenminste in Essen onder één vlag (en één kruis) te verenigen, moest in de kast.
Voor Suykerbuyk definitief, zou blijken. De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 herleidden de CVP tot 10 zetels (op 25 nu), en zagen de VLD groeien tot 6. De SP bleef op 4, de VU op 2, Agalev op 1. Nieuwkomer Vlaams Blok bezette de 2 nieuwe zetels. Van een nieuwe coalitie CD&V en VU was geen sprake, wegens te weinig zetels, en de VLD werd de nieuwe coalitiepartner van burgemeester Schrauwen.
Het naspel kwam er in 2006. De Volksunie was ondertussen niet meer. Ze vervelde in Essen tot PLE en later tot N-VA/PLE, en nationaal tot N-VA en Spirit. Na een minder geslaagde verkiezing op eigen kracht sloten nationaal CD&V en N-VA een kartel, en er werd in beide partijen duidelijk opgeroepen om dat in alle gemeenten te herhalen. Er kwam ook in Essen een voorstel : het moest een kartel zijn onder de naam CD&V/N-VA, een verwijzing naar PLE was uit den boze. Dat dat met name voor mij moeilijk lag, ligt voor de hand : ik had me wel niet bij N-VA aangesloten maar was het Spirit-(mis)avontuur mee ingestapt. Maar vreemd genoeg was ook de rest van het voorstel, zoals de verdeling van plaatsen op de lijst, duidelijk minder gunstig voor N-VA(/PLE) dan wat Suykerbuyk, Nelen en ik in 2000 hadden onderhandeld. Dacht CD&V Essen dat Bart De Wever de Essense N-VA de arm zou omwringen (quod non), of was het een voorstel pro forma ? Alleszins bleek de geest van Suykerbuyk deze keer geen inspiratiebron meer. Welke rol speelde Ludwig Caluwé – politiek erfgenaam van Suykerbuyk maar voor zover ik kan inschatten een koele minnaar van het nationale kartel met N-VA (dat, het weze gezegd, vanuit CD&V-perspectief later dan ook een reuzegroot koekoeksei zou blijken) ?
De verkiezingen van 2006 leiden opnieuw een ander tijdperk in. N-VA/PLE verovert op eigen kracht 5 zetels (Dirk Smout, Geert Vandekeybus, Kevin Ooye, Katrien Somers en ikzelf), de VLD verliest er 3 en valt terug op 3. De sp.a behoudt 4 zetels, de groenen 1, het VB wint er nog 1 bij en komt op 3. De christen-democraten, nu onder de naam CD&V, halen 9 zetels en moeten of mogen alweer van coalitiepartner veranderen. Na een zeer kort pro forma-gesprek gaan ze niet in zee met kort voordien nog potentiële kartelpartner N-VA(/PLE) : die relatie is verzuurd geraakt, onder meer ook omwille van de overstap van Fons Tobback, voor wie wellicht het mislukken van het kartel, maar ook de goede band die hij had opgebouwd met meerdere christendemocratische mandatarissen tijdens de CVP-VU-coalitie een rol speelde. En ook wel omdat wat ik met enig overdrijven de Tom Bevers-doctrine zou durven noemen -namelijk dat Essen één keer een bestuur zonder CD&V nodig had- ondertussen opgang had gemaakt bij ons. Er komt een coalitie van CD&V en sp.a, met 13 zetels op 25 (!), die bijzonder stabiel zou blijken.
Met -alweer- een nieuwe burgemeester. Na 11 jaar is het krediet van Frans Schrauwen op. Hoe die wissel precies verliep is nog moeilijker in te schatten voor mij dan de vorige. Ik kan hoogstens vermoeden dat coalitiepartner sp.a hooguit als katalysator fungeerde, en dat de beslissing binnen CD&V zelf werd genomen. Alleszins niet meer door Suykerbuyk, al ga ik ervan uit dat hij nog wel werd geraadpleegd. Maar met het aftreden van zijn opvolger en de duidelijke breuk met de Vlaams-nationalisten in Essen is diens tijdperk echt voorbij. Zoals dat dan gaat, zal het respect voor hem daar alleen nog maar door toenemen.
Mocht iemand van christendemocratische of andere huize het verhaal verder willen aanvullen of corrigeren, dan publiceer ik dat hier graag – mogelijk biedt het vervolgens ooit ook inspiratie voor De Spycker.
Foto : Roger Van Ginderen (Essen in Beeld) – We herkennen naast Suykerbuyk en Schrauwen ook Jan Deckers en Camille Paulus, toenmalig provinciegouverneur