Archief van
Categorie: Buitenland algemeen

Voorbij de Karpaten

Voorbij de Karpaten

Moldavië. In dat land bracht ik de voorbije dagen door. Zeker tot het uiteenvallen van de Sovjetunie was het hier wellicht minder bekend dan het duidelijk verwante Syldavië. Alleen is dat laatste land fictief, en bestaat Moldavië dus echt. Al heeft het land vreemde kantjes. De presidente, die overigens de conferentie kwam openen waarvoor ik naar het land was afgereisd, pleitte er onlangs zelf voor om haar land op te heffen en te doen opgaan in een ander land, met name in Roemenië. Moldavië heeft bovendien niet het hele eigen grondgebied onder controle : in het retrocommunistische Transnistrië aan de grens met Oekraïne zetelt een ander regime, dat door geen enkel land ter wereld wordt erkend, maar overleeft dankzij Russische steun (en militairen). Ondanks dat alles is Moldavië kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, en staat het niet zo heel ver af van dat lidmaatschap. Terecht, wat mij betreft : de EU-oostgrens ligt een beetje voorbij Loehansk (en misschien ook voorbij Tbilisi).

Het land zou ook dichtbaar baat hebben bij een stevige injectie van Europese structuurfondsen. De hoofdstad Chisinau doet aan Roemenië of Bulgarije denken, wat natuurlijk niet verrassend is, maar de stevige kapitaalinjectie die Boekarest en Sofia wel gekend hebben, ontbreekt. Wie Chisinau met Boekarest vergelijkt, zal niet onder de conclusie uitkomen dat EU-lidmaatschap een enorme zegen is geweest voor Roemenië – Chisinau ziet er vandaag uit zoals Boekarest 20 jaar geleden. De stad is nochtans best charmant, met een beetje een provinciaals aandoende rust ook. De voorliefde van de Sovjets voor brede lanen creëert ademruimte, en er zijn mooie parken. En naast enkele mastodontgebouwen in Sovjetstijl staan er ook veel charmante bouwwerken, al hebben vele daarvan wel een likje verf en wat renovatiewerken nodig. Buiten het stadscentrum vallen vooral de troosteloze woonblokken op.

Hoewel ook het Russisch prominent aanwezig is, domineert als officiële taal het Roemeens het straatbeeld. Als geschreven taal is dat vrij transparant voor wie Frans of een andere Romaanse taal kent, wellicht nog meer voor wie ooit Latijn leerde (een beetje zoals het Syldavisch voor Nederlandstaligen !). Gesproken is het Roàemeens veel minder evident, al merkte ik tijdens een toespraak waar ik per ongeluk geen hoofdtelefoon ter beschikking had dat het mits enige concentratie nog wel doenbaar is om uit te vissen waar het min of meer over gaat.

Ik was in Chisinau voor een conferentie in het kader van de Raad van Europa, niet meteen de meest bekende internationale instelling, maar één die de gedeelde waarden binnen het ruimere Europa, voorbij de EU, uitdraagt. Het zijn ook die gedeelde waarden die maken dat Moldavië bij de EU hoort. Hopelijk duurt dat niet te lang meer.

Waarheen ?

Waarheen ?

Zoals voor Saddam Hoessein, Moammar Kadhaffi of Nicolas Maduro geldt (die laatste mag zich zelfs enigszins gelukkig prijzen, zo blijkt) : geen tranen voor dictator Ali Khamenei. Ik hoop oprecht dat zijn dood de weg opent naar een ander Iran. Een Iraans regime dat de historische Perzische beschaving in een democratisch kader inbedt en tot zijn recht doet komen, zou een absolute zegen zijn voor de wereld. Maar ik weet niet of de Amerikaans/Israëlische aanval daartoe gaat leiden. En ik vrees dat Netanyahu, laat staan Trump, dat nog minder weten.

Dat het regime van de ayatollahs (Velâyat-e Faqih) best verdwijnt, neemt niet weg dat de manier waarop de VS en Israël dat wensen te bereiken, de oorlog die ze zijn begonnen, niet legitiem is. Zoals ook in Venezuela geldt is het niet aan één externe macht, maar aan de hele internationale gemeenschap, om te beslissen dat het genoeg is geweest. Dat is mogelijk net iets te idealistisch : Poetin en Xi Jinping zouden niet warm te krijgen zijn geweest om de sjiietische geestelijke uit het zadel te lichten. Maar in vroegere tijden, pakweg onder George W Bush, werd op zijn minst een poging ondernomen om een coalitie uit te bouwen – ook binnenlands in de VS, overigens. Niets daarvan deze keer. Het is niet zo duidelijk hoe het gegaan is, maar lijkt erop dat Nethanyahu de VS gewoon voor voldongen feiten heeft gesteld. Vanuit Israëlisch perspectief overigens niet geheel onlogisch : nu Hamas en Hezbollah grotendeels in de touwen hangen was het moment wellicht gunstig om Iran aan te vallen. Ook al (en dat speelt ook voor Trump) omdat het de aandacht afleidt van andere thema’s.

Maar wellicht is de kracht van het Iraanse regime onderschat. Uiteraard kan het de VS en Israël niet echt rechtstreeks treffen, maar de buurlanden krijgen het duidelijk zwaarder te verduren dan voorzien. Bovendien lijkt het regime een stuk steviger in het zadel te zitten dan verwacht – je kan de Iraniërs na de zoveelste hardhandig onderdrukte protestbeweging ook geen ongelijk geven dat ze het zaakje niet zomaar vertrouwen. Khamenei werd vervangen door (zoon) Khamenei, en ook al lijkt ’s mans levensverwachting wat korter dan die van zijn vader, het systeem blijft redelijk overeind. En, nog erger, Israël en de VS lijken ook niet echt een ander plan te hebben dan de aanval. De gevolgen daarvan werden niet ingeschat, laat staat wat er nadien zou moeten/kunnen gebeuren.

Het plaatst Europa in een moeilijke positie, en dat het ene land wat meer het ene aspect van de kwestie benadrukt en het andere een ander, stoort mij eigenlijk niet zo. Het verheugt me wel dat één punt overduidelijk wordt gemaakt : elke bedreiging van een EU-land, al gaat het om één (verdwaalde ?) drone in Cyprus, is een bedreiging van de hele Unie, en zoals de noordoostelijke grens zal worden verdedigd -whatever it takes- geldt dat ook voor de zuidoostelijke.

Tenslotte geldt hier ook wat te vaak wordt vergeten door politici van allerlei slag : meevoelen met een bevolking (de Palestijnse, Israëlische, Iraanse, desnoods Russische…) kan ook zonder hun regime te steunen – en moet altijd worden gecorrigeerd door de mate waarin die bevolking ongure regimes ondersteunt, of erdoor wordt onderdrukt.

Hamer aan de haak

Hamer aan de haak

Vandaag mocht ik voor de laatste keer de Raad van Bestuur, de Management Board, van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) voorzitten. Na twee termijnen van elk drie jaar kon ik niet meer herkozen worden. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Arbeidsinspectie neemt de voorzittershamer over – ik ben er wel blij mee dat dat stuk gereedschap binnen de Benelux blijft. Het is een uniek voorrecht geweest om in die zes jaar ELA van het niets te helpen uitgroeien tot de organisatie die het vandaag is, met pakweg 150 personeelsleden en een budget van ongeveer 50 miljoen EUR.

De opdracht van ELA is om eerlijke en efficiënte arbeidsmobiliteit binnen de Europese Unie aan te wenden. Eén van de vrijheden die de EU maakt tot wat ze is, is de vrijheid om in een ander land te werken dan het land waaruit je afkomstig bent. Een andere belangrijke vrijheid is om als onderneming diensten te leveren in een ander land. Die twee vrijheden moeten verzoend worden met duidelijke regels over welke sociale zekerheid van toepassing is, en ook over welk arbeidsrecht geldt – volgens het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats. Om die regels uit te leggen werkt ELA onder meer aan informatievoorziening, en om te zorgen dat de regels worden nageleefd ondersteunt het de samenwerking tussen de inspectiediensten van de verschillende landen. Dat is nodig, want soms worden de regels niet nageleefd en zijn er misbruiken, en omdat het over grensoverschrijdende dossiers gaat is er dan meer dan één inspectiedienst bij betrokken. Een Duits bedrijf dat Roemenen naar Nederland detacheert, die in België verblijven – het kan, en daarom moet er worden samengewerkt.

Mijn voorbeeld geeft al aan dat het zeker ook voor Essen een relevant verhaal is : de Roemeense, Poolse en Litouwse nummerplaten in onze straten zijn vaak het gevolg van dit soort arbeidsmigratie. Die vaak heel goed gaat, en bijvoorbeeld voor onze bouwsector een economische noodzaak is. Maar soms dus niet, en ELA is er om dan mee te zorgen dat er opgetreden kan worden. Het kader en de ondersteuning die daarbij vanuit Bratislava (waar ELA zetelt) geboden wordt, worden door de verschillende inspectiediensten sterk gewaardeerd.

Ik blijf lid van de Board, maar ga het voorzitten ervan wel missen. Ik vind het altijd boeiend om in een internationaal verband naar de consensus te zoeken en een gezamenlijk project mee te trekken. Volgend jaar wordt het mandaat van ELA wellicht aangepast – zowel in de Europese Commissie als in het Europees Parlement en bij de meeste Lidstaten wordt gedacht aan een versterking van de Autoriteit, met meer mogelijkheden om problemen op te sporen en te helpen aanpakken. Een discussie om alvast naar uit te kijken.

Van de Po naar de Nijl

Van de Po naar de Nijl

Ik was nog nooit in Turijn geweest. Het stond ook niet op mijn bucket list van absoluut te bezoeken plekken. Maar het internationaal opleidingscentrum van de Internationale Arbeidsorganisatie (ITCILO) is er gevestigd, en toen bleek dat ik daar enkele dagen naartoe zou moeten, heb ik dan de gelegenheid te baat genomen om de stad te bezoeken.

Zoals dat dan gaat vroeg ik enkele dagen voor mijn bezoek aan Google wat er te zien was. De zoekmachine vertelde me dat er zich een museum bevindt over het oude Egypte, met een collectie die na die van Cairo de belangrijkste ter wereld is. Ik moet toegeven dat die informatie niet helemaal tot mij doordrong : er zijn zo veel musea met Egyptische artifacten, en bovendien… waarom Turijn ?

Bij aankomst bleek de stad me te bevallen. Italië doet dat natuurlijk altijd : prachtige gebouwen, een rijk verleden, gezellige sfeer, lekker eten. In de Dom ligt de bekende lijkwade die naar de stad genoemd is (veilig en onzichtbaar opgeborgen), de koningen van Italië – voorheen koningen van Sardinië, hebben hun eerste hoofdstad van mooie paleizen voorzien, de Spritz vloeit er bij beken. Nadat ik het geheel vanuit de indrukwekkend toren vanMole Antonelliana had overzien, besloot ik uiteindelijk toch te kiezen voor het Museo Egizio. Dat bleek overweldigend, met het ene Egyptische topstuk naast het andere. Ik had dat moeten weten, uiteraard. Google had het gezegd. Maar het was dus niet doorgedrongen. Nu dus wel.

Hoe komt het dat ik dat niet wist ? Waarom passeren eindejaarsreizen naar Italië niet langs hier – je krijgt er naast de Grieks-Romeinse nog een extra beschaving bij, die overigens mee aan de grondslag lag van die Grieks-Romeinse wereld waar we ons vandaag nog zo vaak op beroepen ? En is het juist dat dat allemaal hier staat, en niet in Egypte – maar dat is een ander debat.

Natuurlijk is het niet alleen de collectie die een museum maakt, ook de manier waarop die wordt voorgesteld, uitgelegd, in perspectief geplaatst. Ook op dat vlak bleek Egizio iets gemeen te hebben met lokale voetbalclub Juventus : wereldklasse. Al vond ik dat iets meer het verband had kunnen worden gelegd met andere beschavingen – Egypte bevond zich niet in een vacuum, natuurlijk. Maar misschien heb ik niet goed gezocht, want ik ben al bij al vrij snel door het museum gegaan.

Ik heb me het dagje Turijn alleszins niet beklaagd – en de klassieke Aperitivo (met een Spritz) bleek een mooie afsluiter van de dag.

Samos a la playa

Samos a la playa

Ik heb deze zomer, om de reden die iedereen zal begrijpen, minder tijd in Griekenland doorgebracht dan gepland was. Bovendien moest er ginds ook nog wat werk opgeknapt worden, en is tijd voor de familie ook daar belangrijk, natuurlijk. Maar een zomer zonder Grieks eiland kon natuurlijk niet, en zo zijn Ioanna en ik toch enkele dagen in Samos beland. We verbleven in Pythagoreio, genoemd naar de beroemdste inwoner van het eiland, Pythagoras – beroemde inwoners van voor onze jaarrekening, we kennen dat hier zo niet…

Het bleek een mooi stadje met alles wat een Grieks eiland verlangt : stranden, terrasjes en restaurants langs de zee, kleine winkelsteegjes, veel katten en overblijfselen uit lang vervlogen tijd. De tunnel van Efpalinos, vlak bij Pythagoreio, is er daar één van : een 2,5 km lange tunnel om zo watervoorziening, ondergronds en doorheen een berg, mogelijk te maken. Een kunststuk, met name als het uit de 6e eeuw voor Christus dateert. Zeker als je weet dat ze aan twee kanten zijn beginnen graven en (bijna) op hetzelfde punt in het midden uitkwamen. De tunnel kreeg terecht een plaatsje op de Unesco Werelderfgoedlijst.

Om ook de rest van het eiland te verkennen hadden we niet zo veel tijd (en we wilden ook een beetje van de stranden genieten), maar we trokken wel een dag uit om net “over het water” naar Turkije te gaan en met name de ruïnes van Efeze te bezoeken. Heel veel wist ik niet over Efeze (Ephesos), behalve dat de apostel Paulus een brief stuurde naar de christenen aldaar. Blijkt dat het een “opvolgbrief” was, want de apostel zou er ook zelf nog gepreekt hebben. En Efeze was een gigantische stad voor die tijd – Paulus wist zijn bestemmingen wel te kiezen. De ruïnes ervan passen in het rijtje van de indrukwekkendste overblijfselen uit het Grieks-Romeinse tijdperk en zijn een bezoek meer dan waard. De dag in Turkije sloten we af in Kuşadası, met de bazaars en de vele winkeltjes, al konden die ons maar beperkt bekoren. De Middellandse Zee bleek wat woeliger dan gewoonlijk, zodat we enigszins dooreengeschud de Griekse wateren bereikten – tot ongeloof van Telenet overigens, dat ons probeert Turkse tarieven aan te rekenen voor het openen van onze telefoon binnen de EU-grenzen.

Samos staat bekend om zijn zoete wijn (vaak aangeduid met het Franse “vin doux”) en die is inderdaad uitstekend, zoals overigens ook de andere wijnen op het eiland. Ook de lokale kazen zijn erg goed en bijzonder – en voor wie de juiste plek weet te kiezen geldt dat eigenlijk voor al wat er op de menukaart staat. Samos bleek een bijzondere aantrekkingskracht uit te oefenen op Turkse toeristen, niet geheel onlogisch, maar ook op Duitsers, Scandinaviërs én Belgen en en Nederlanders. Met directe vluchten naar de Lage Landen, iets dat me vooraf ontgaan was aangezien wij vanuit Athene reisden. Zodat we af en toe al eens een luidruchtige conversatie over pakweg een salade die wel goedkoop maar niet zo heel groot was mochten aanhoren. Tip : niemand bestelt een Griekse salade (χωριάτικη) met het idee dat die een volledige maaltijd voor twee personen zou inhouden…

Verrezen

Verrezen

“Christus is uit de doden opgestaan” oftewel “Χριστὸς ἀνέστη ἐκ νεκρῶν” – de woorden van het troparion waarmee al pakweg 1.500 jaar het Paasfeest wordt aangekondigd weerklonken vandaag vanop het Sint-Pietersplein in Rome, bij de begrafenis van paus Franciscus. Waarna hij werd bijgezet in de Sante Maria Maggiorebasiliek, dicht bij zijn geliefde “Salus Populi Romani”-icoon – gemaakt in Kreta en ongeveer van dezelfde periode als het troparion. Paus Franciscus was een bescheiden mens die zijn taak als hoofd van de Kerk uitstekend heeft vervuld. Hij heeft de naam die hij als eerste paus koos helemaal waargemaakt, en laat heel grote schoenen achter om in te stappen. Was het allemaal volmaakt ? Neen, maar hij zeer mild voor anderen en verdient dus dat we aanvaarden dat ook in Rome tussen droom en daad af en toe tradities en bezwaren in de weg staan. Franciscus werkte alleszins hard om de katholieke en orthodoxe kerken dichter bij elkaar te brengen, en hopelijk worden die inspanningen door zijn opvolger verder gezet.

Een week eerder, op zaterdagavond, stipt om middernacht, zong ik hetzelfde troparion mee – gelukkig met velen zodat mijn zangtalent niet opviel. Dat gebeurde aan de Sint-Nicolaaskerk in Salamina, vlak bij de zee – van de patroonheilige van de zeevarenden kan moeilijk anders worden verwacht. Zoals gebruikelijk werd het evangelie op de trappen van de kerk voorgelezen, waarna stipt om twaalf uur de verrijzenis werd aangekondigd en dus het eeuwenoude troparion werd ingezet. Waarna we ons niet bij de kleine minderheid aansloten die vervolgens binnen in de kerk de rest van de Paasliturgie volgt, maar zoals de meerderheid met het licht van de Paaskaars huiswaarts trokken, om rode eieren te klutsen en iets te eten en te drinken, nu de vastentijd erop zat.

“We”, dat waren deze keer ook mijn broer en nog zes vrienden van hier. Ik speelde, met de deskundige bijstand van mijn echtgenote die vooral telefonisch nogal wat geregeld krijgt in haar thuisland, een kleine week voor reisleider op een trip die ons in Athene, Hydra, Nafplio, Mycene, Epidaurus en dus Salamina bracht. Met de voorbereidingen voor Pasen als rode draad doorheen de eerste dagen. Het weer zat mee, en het was erg leuk om te doen. De trip heeft me ook voor het eerst naar Mycene gebracht, het belangrijkste centrum van de oudste Griekstalige beschaving, waar rond 1.350 voor Christus 35.000 mensen zouden hebben gewoond – die overigens moesten oppassen voor de leeuwen die er toen nog in het wild voorkwamen, en waarvan de beeltenis het oudste Europese reliëf siert, dat in de stad te vinden is.

Daarmee heb ik natuurlijk wel de Essense Paasmarkt gemist, die weliswaar enkele eeuwen minder oud is, maar toch ook een traditie mag worden genoemd, net als de bijhorende voorstelling van De Spycker. Gelukkig kan ik die wel lezen, want mijlpalen in de geschiedenis zijn er nu eenmaal in verschillende soorten !

Thue recht und scheve niemand

Thue recht und scheve niemand

Ik ben in Gdańsk, voor een conferentie georganiseerd door het Poolse EU-Voorzitterschap. Op een historische locatie : het “European Solidarity Centre” is gebouwd op de terreinen van de voormalige Leninscheepswerf.

Hier is het begonnen. Onder leiding van Lech Walesa startte hier de staking die uiteindelijk de val van het communisme in Polen en bij uitbreiding in heel Oost-Europa zou veroorzaken. Met de eis voor een vrije vakbond en voor het recht op staking. In het Centre is een mooi museum ingericht over die strijd, over Solidarność, de stakingen, de staat van beleg en hoe uiteindelijk de Communistische Partij van Jaruzelski het pleit verloor. En ook over de onvergetelijke rol van paus Johannes-Paulus II, het politieke genie van die man, zijn redenaarstalent en zijn overzettelijkheid. Bij velen is hij in de herinnering gebleven als de oude, mompelende, oerconservatieve man die het misbruik in zijn kerk niet erkende. Allemaal waar, maar er was ook de visionaire leider die het geloof gebruikte om de dictatuur in zijn land omver te werpen.

Hier rondlopen bleek me meer te ontroeren dan ik had gedacht. Je voelt de hoop en de wanhoop van de arbeiders die hier niet zomaar opkwamen voor wat betere arbeidsvoorwaarden of (godbetert) tegen vervroegd pensioen op 55 – maar staakten voor vrijheid en democratie. Het is onmogelijk om er geen lessen in te zien voor vandaag, onmogelijk om niet te denken aan nieuwe dictaturen en nieuwe Sovjets die proberen hun buurlanden te onderwerpen. Niet alleen de democratie won hier de strijd, maar ook het verenigde Europa. Zonder Solidarność eindigde de EU aan het IJzeren Gordijn. Wat hier werd gerealiseerd mogen we nooit opgeven. Want deze stad zag ook de keerzijde : de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog werden ook hier gelost – in wat toen de Vrijstaat Dantzig was. Hier beseffen ze het alleszins : de Russische beer is vlakbij en we horen zijn gegrom, en Kyiv is van ons allemaal.

Overigens is Gdańsk een bijzonder mooie stad, met een combinatie van Nederlandse en Noordduitse stijlelementen – die ze dankt aan haar status als voormalige Hanzestad. Ze doet aan Amsterdam denken, een beetje aan Gent ook, met af en toe een glimp van de Oostenrijkse flair van Krakau. Een prachtige bestemming voor een citytrip – maar misschien toch in een iets warmere periode van het jaar.

Grensverleggend

Grensverleggend

Terwijl de Tullepetoanen er door de straten toe(te)rden trokken Ioanna en ik gisterenenavond naar restaurant 1857 in Roosendaal. Ik had ergens gelezen dat ze daar in onze buurstad eind vorig jaar een Michelinster in de wacht hadden gesleept, en zo hadden ze mijn nieuwsgierigheid opgewekt – dichter bij Essen bleef die sterre nog niet stille staan. Op hun site zag het er interessant en lekker uit. Ook de locatie, een voormalig koetshuis, leek veelbelovend.

Onze verwachtingen waren dus hooggespannen, maar werden absoluut niet teleurgesteld. We kregen een (lange) reeks van zeer lekkere, creatieve en bijzonder mooi ogende gerechten voorgeschoteld (zeer “Instagrammable”, voor wie wil). De chef experimenteert graag met barbecue-, rook- en as-smaken, en die bleken allemaal erg mooi in de amuses en gerechten te passen, net als de Aziatische toetsen die werden aangebracht. Het gebouw houdt een mooi evenwicht tussen de sfeer van het oude koetshuis dat het eens was en een eigentijds restaurant. De sfeer is er ontspannen maar stijlvol. Voor ons beiden was het één van de allerbeste culinaire ervaringen ooit, al gaan we natuurlijk niet elke week (maand, zelfs jaar…) naar dit soort restaurant. De prijs ? Die is uiteraard naar verhouding, en dus niet laag. Maar hij kwam alleszins bij mij niet overdreven over. Enig minpuntje op dat vlak vond ik het afzonderlijk aanrekenen van water (dat, het moet gezegd, voortdurend werd bijgevuld) – ik besef dat daar werk in steekt en dat ook dat niet gratis is, maar ik zou die prijs dan aan het menu toevoegen.

Na de hapjes, waarbij we het ons niet bekloegen dat we ook voor de oesters hadden geopteerd (en zo drie verschillend bereide heerlijke Ierse oesters kregen geserveerd), zagen we drie visgerechten op tafel verschijnen, en daarna het vleesgerechtje waarvoor we een aanpassing hadden gevraagd die zonder problemen werd gerealiseerd. Ioanna koos voor de kaasselectie in plaats van het dessert, en wellicht was dat de betere optie (zonder afbreuk te doen aan het excellente dessertje). De afsluitende koffie moest even snel gaan : de trein naar Essen wacht niet wanneer je het vertrek ervan moet halen, enkel als je zeker op tijd ter bestemming moet zijn. Gelukkig was er toch nog tijd om de bijhorende zoetigheden te proeven.

Bij het menu werd twee keer zeer lekker brood geserveerd – we gaan die broodjes niet snel vergeten, en de dahl die bij het tweede broodje werd geserveerd zal zelfs nog langer in de herinnering blijven. Opmerkelijk wel dat er geen broodmandje op tafel kwam, of dat het brood niet werd aangevuld. Een terechte keuze, denk ik, anders wordt brood soms vooral iets om de tijd tussen de gangen te vullen. Maar een keuze die ik andere restaurants nog niet zo snel zie maken.

Nog opmerkelijk vond ik dat niet echt een selectie van aperitieven werd voorgesteld (we kozen voor een glaasje champagne en wijn, respectievelijk) en ook dat het restaurant geen (signature- of andere) cocktails aanbood. Ook daar kan ik achter staan : een cocktail moet al uitstekend zijn om stand te houden bij verschillende gerechten.

De chef maakte even tijd voor een praatje en zo leerden we dat hij met verschillende Griekse collega’s had samengewerkt. Misschien had hij van hen moeten leren dat olijfolie eigenlijk zoals wijn ook met het etiket wordt gepresenteerd, al zou dat wellicht wat minder goed bij het zeer geslaagde serviesgoed passen.

Wat mij betreft is die eerste ster in Roosendaal er eigenlijk al meteen anderhalve. Ik ben benieuwd hoe het verhaal verder gaat.

Los de vergelijking op

Los de vergelijking op

Ik kom vaak en graag in Salamina, het Griekse eiland waar mijn vrouw van afkomstig is. Uiteraard is er ook daar een gemeentebestuur. En dan vergelijk je wel eens. Alleszins zijn de resultaten in Essen veel beter dan daar. De afvalophaling, zoals zowat overal in Griekenland, is problematisch, met grote containers waar min of meer alles in of naast wordt gedumpt, en die per definitie nooit frequent genoeg worden opgehaald. De gaten in de wegen zijn veelvuldig en de onveiligheid op de weg in het algemeen is onvergelijkbaar groter dan bij ons. Er zijn ook veel kansen om de open ruimte te verfraaien.

Natuurlijk, het archeologisch museum declasseert alles wat we in Essen hebben op dat vlak, maar dat is eerder dankzij de Oude dan de Nieuwe Grieken. Qua beroemde inwoners gaan een mythische Ajax en een echte filosoof Euripides wellicht boven de bekendste Essenaren, en ze dateren allebei van heel lang voor er sprake was van onze gemeente. Er staat een 2.500 jaar oude olijfboom – daar kan geen bomenteller tegenop – en de natuur bezorgde het eiland prachtige bossen en kusten. Het 17e eeuwse klooster is een verborgen parel. Desondanks, naar zo goed als alle objectieve maatstaven doet het Essense gemeentebestuur het ongetwijfeld beter.

Over de huidige burgemeester van Salamina zijn de meningen verdeeld, maar van één van de vorige lijkt nochtans zowat iedereen te vinden dat hij uitstekend werk deed. Toch loste hij al die problemen ook niet op. Maar hij zette stappen vooruit, en in de ogen van veel bewoners zo veel als hij kon. De huidige doet ook wel goede dingen, maar er is grote eensgezindheid dat ze meer zou kunnen doen. Zelfs met de beperkte middelen en het wettelijk kader waar ze niets aan kan veranderen.

Waar ik naartoe wil… Vooral cd&v-mandatarissen en -kandidaten gebruiken het argument dat het in Essen in vergelijking (zonder te zeggen met wie) niet zo slecht gaat nogal snel als reden om aan de Essenaar te vragen om dan maar op de zittende coalitie te stemmen. Dat mag, uiteraard, maar de vraag is niet of het elders slechter gaat (natuurlijk) maar of in alle redelijkheid alle stappen vooruit worden gezet die kunnen worden gezet. En daar is het antwoord voor mij dat er meer inzit. Betekent dat ook dat burgemeester Van Tichelt en zijn schepenen „slechte” bestuurders zijn ? Neen, natuurlijk, dat ga je mij niet horen zeggen. Maar ik denk dat er meer visie en daadkracht mogelijk zijn. En om dat te realiseren zou het goed zijn dat er een nieuwe wind waait, dat decennialange denkpatronen worden doorbroken. Dat is wat ik met “Verstandig Veranderen” bedoel. Of zoals Euripides het zou uitdrukken : “μεταβολὴ πάντων γλυκύ”.

Bij de Donau

Bij de Donau

Het kwam in volle verkiezingscampagne niet zo heel goed uit, natuurlijk, maar de Management Board van ELA bracht me naar Bratislava, en een vergadering in het kader van het Hongaarse Voorzitterschap, dat begin juli de fakkel van ons heeft overgenomen, leidde me vervolgens naar Boedapest. Tussen beide in nam ik de trein, gedeeltelijk langsheen de Donau, die op een aantal plekken flink breder was geworden dan normaal, door de recente overvloedige regenval in Midden-Europa.

Van Boedapest heb ik naast de vergaderzaal niet zo veel gezien (ik ben er gelukkig al enkele keren geweest), maar in Bratislava kregen we de kans om het museum „Danubiana” te bezoeken, bij valavond dan nog. Het museum is een architecturale parel op een unieke ligging, omringd door de Donau. Met een indrukwekkende collectie – met aandacht voor Cobra en Karel Appel, om redenen die ik nog zal verduidelijken – en enkele tijdelijke tentoonstellingen die zeer de moeite waren. Het was een beetje een blitzbezoek, maar het gaf veel zin om er nog eens naartoe te gaan.

Het museum bleek bovendien een sterke link te hebben met ons eigen Brabant. Een Slovaakse advocaat kreeg de naam Vincent (Polakovič) mee van zijn ouders, en dat leverde een fascinatie voor Van Gogh op – en voor kunst in het algemeen. Na de val van het communisme droomde hij van een museum voor moderne en eigentijdse kunst in Slovakije, en hij vond een geestesverwant in de streek van Van Gogh, met name in Eindhoven. De kunstverzamelaar Gerard Meulensteen bleek bereid mee te investeren in het museum en er een deel van zijn collectie onder te brengen. Samen kozen ze de locatie en de naam, geïnspireerd door het „Louisiana”-museum bij Kopenhagen (overigens ook de moeite waard).

Ik vind niet alle hedendaagse kunst noodzakelijk „mooi”, maar hier lag de verhouding zeer goed. Bovendien kwamen de werken in het gebouw uitstekend tot hun recht. Wie ooit in Bratislava belandt en van natuur, architectuur en/of kunst houdt, zet „Danubiana” best op het „te bezoeken”-lijstje.

Foto van eigen hand, buiten aan het museum.