Eilandgevoel
De zomervakantie leidde me enkele dagen naar Londen, en drie weken naar Griekenland. Niet zo verrassend, dat laatste. We brachten vooral veel tijd in Athene en Salamina door, maar voor het echte vakantiegevoel trokken we enkele dagen naar Naxos, het grootste Cycladische eiland. Bekend van de Portara, een opvallende “poort” als overblijfsel van een tempel vlak bij Chora, de havenplaats van het eiland, met de typische smalle straatjes en mooie winkels. Bekend ook van enkele zeer mooie stranden, gezellige bergdorpen (het hoogste punt van het eiland ligt hoger dan het hoogste punt van België) en van lekker eten. In Griekenland zijn met name de aardappelen van Naxos bekend, en die zijn ook effectief erg lekker, naast het rundvlees en enkele kazen, zoals de Graviera, de Arseniko en de Xinomyzithra. Je moet al héél erg de toerist willen uithangen om er eten van mindere kwaliteit te vinden.
In het dorp Filoti zijn enkele huizen en winkels opnieuw ingericht zoals ze pakweg 100 jaar geleden eruit zagen, een stukje Bokrijk in het midden van het dorp, wat ik een mooie keuze vond. Ook interessant is een gigantisch maar nooit afgewerkt beeld uit de oudheid, dat dus nog in de groeve zit, wellicht omdat er op een bepaald moment een onherstelbare breuk in het beeld is ontstaan. We bezochten naast het binnenland van Naxos ook de nabijgelegen eilanden Iraklia en Koufonissi, waarbij zeker dat laatste het predicaat “idyllisch” verdient, ook al bleken er dit jaar relatief veel toeristen te verblijven.
Op basis van het taalgebruik schat ik dat zowat de helft van bezoekers aan Naxos Grieken zijn. De andere helft bestaat vooral uit Duitsers, Fransen en Nederlanders – maar het kan ook zijn dat ik die laatste wat eenvoudiger spot, met wat Scandinaviërs, Slavischtaligen en hier en daar een Vlaming als aanvulling. Het toerisme bleek het alleszins goed te doen, en dat is goed nieuws voor de Griekse economie. Voor wie bang is van een al te warme ervaring : om af te koelen moet je er natuurlijk niet zijn, maar zoals op alle Cycladische eilanden zorgt de “Meltemiwind” er in augustus wel voor dat het vaak toch nog vrij aangenaam is. En de zee is nooit veraf, natuurlijk, voor een verkoelende duik.
In Salamina heb ik vooral meegeholpen aan wat huisonderhoud. Ik ken het eiland ondertussen redelijk goed natuurlijk, en dacht eens na over wat mijn prioriteiten zouden zijn als de bewoners me tot burgemeester zouden kiezen – wat ze gezien mijn programma nooit gaan doen, overigens. Maar als het tóch zo zou gaan moet ik Geert wel verwittigen dat ik wat mensen gaan meenemen.
Op één plaats ik brandbestrijding en -preventie, en ik stel een ervaren brandweerman van bij ons aan om dat uit te werken. Dat er tijdens mijn verblijf enkele grote bosbranden plaatsvonden op het eiland, waarbij jammer genoeg ook slachtoffers zijn gevallen, vertekent mogelijk mijn lijstje wat, maar veiligheid gaat uiteraard voor alles. Gelinkt aan mijn tweede prioriteit is afvalophaling naar Essens model, met sorteren en betalen en zo. Dat gaat het brandgevaar door zwerfvuil ook verminderen. Daar neem ik onze milieuschepen voor mee, en die gaat daar zijn handen aan vol hebben. Gelukkig is een natuurbeleid niet meteen prioritair (zelfs na de brand is er meer natuur dan we in Essen ooit zullen hebben) en zit het met cultuur ook wel goed (ik heb het hier al eens over het archeologisch museum gehad, met een collectie die millennia voor de geboorte van Gerard Meeusen begint – er is ook een mooi openluchttheater boven op een berg, dus niet meteen vraag naar een nieuwe cultuurzaal !).
Vervolgens moeten de putten in de wegen dicht en moeten er voetpaden worden aangelegd. Dat is een titanenwerk, en ik ga daar een stuk of drie schepenen van openbare infrastructuur voor nodig hebben – gelukkig heeft Essen goede kandidaten. Ze gaan geen ruzie moeten maken over wie wat doet, er is véél meer dan werk genoeg. De schepen voor toerisme moet ook mee : het eiland ontvangt soms honderdduizenden (!) dagjestoeristen. Die schepen moet een zeedijk aanleggen, waarvoor een straat moet verdwijnen – populariteit op korte termijn : -100%, op lange termijn een opname in het pantheon (denk ik).
Aan ruimtelijke ordening ga ik voorlopig niet beginnen (ook uit lijfsbehoud), en ook sport en jeugd zijn voor later – dat zit zo op het eerste gezicht wel goed. Onderwijs en gezondheid zijn vrees ik ook voor later, daar is -met alle respect- nauwelijks een beginnen aan binnen het Griekse systeem.
En financiën dan, hoor ik ze aan het Heuvelplein al zeggen ? Ja, ik ga geld nodig hebben natuurlijk. Nogal veel. Daarvoor ga ik slechts één Essens belastingreglement meenemen, wat mij tientallen doodsbedreigingen en heel veel geld gaat opleveren : het Essense reglement op leegstand en verwaarlozing. Daarmee betaal ik mijn hele programma.
Mocht ik met een speer doorboord worden teruggevonden in de baai van Salamina, dan heb ik het toch geprobeerd – zoals destijds de vloot van koning Xerxes I.