Archief van
Categorie: Politiek algemeen

Om zeep

Om zeep

De Republikeinen in de VS waren er vast van overtuigd dat Mitt Romney ging winnen. Mensen als Donald Trump en Karl Rove, niet van de minsten, maar ook heel veel militanten, slaagden er zelfs niet in om de uitslagen zélf voor waar aan te nemen. Nadat ze in de dagen voordien alle peilingen als misleidende propaganda afdeden. Wie zou het immers in zijn hoofd halen om te stemmen voor een socialistische moslim uit Afrika ? Naast Romney stond er eigenlijk niemand ernstig op het stembiljet. Alleen jammer dat Mitt zo veel naar links was opgeschoven…

Waar dat soort selectieve blindheid vandaan komt, is niet zo moeilijk om te zien. In de VS heb je drie grote televisienieuwszenders : CNN, Fox en MSNBC. Die eerste heeft het moeilijk. Wegens neutraal. Fox belicht het nieuws uit Republikeinse hoek, MSNBC uit Democratisch perspectief. Zonder veel pogingen om dat standpunt te relativeren. Ook radiozenders en kranten zijn meestal eenduidig in één van beide kampen te situeren. Vooral langs rechts gaat dat héél ver : wie niet tegen de overheid, tegen belastingen, tegen moslims, tegen abortus, tegen wapenbeperking, tegen… is, is helemaal geen echte Amerikaan. En feiten worden niet aanvaard, of “gerelativeerd”. De klimaatverandering én de hele evolutieleer zijn daarbij de meest sprekende voorbeelden. Ze leven in een luchtbel, de “Republican bubble”.

Een reden te meer om ons vrolijk te maken over die naïeve, gekke Amerikanen ? Wel, neen. Omdat we ook bij ons soms dezelfde richting uit lijken te gaan. Er zijn natuurlijk altijd mensen geweest die of alleen geloven wat in ’t Pallieterke staat, of in Solidair. Maar ik heb de indruk dat de politieke polarisering aan de ene kant, en het internet aan de andere kant, de creatie van “bubbles” sterk bevorderen.

Wie niet meer over “Di Pipo” kan praten -of zelfs over hem lezen- zonder in elke zin een woord als “verraad” te zien, leeft in een zeepbel. Vanuit die bel lijkt elk stuk in de krant, elke opiniepeiling (goed of slecht), elke beleidsdaad van de regering op een poging van het regime om de Vlamingen te onderdrukken.

Maar hetzelfde geldt natuurlijk voor wie elk woord van De Wever als een stap op weg naar een fascistisch regime in Vlaanderen ziet. Dan wordt een schepenambt in Aalst een zaak van nationaal belang, en een casino in Antwerpen de eerste stap naar een wild kapitalisme waar de VS of Hong Kong bij verbleken.

En feiten die niet in het schema passen, die worden problematisch. Een kunstenaar die katten mishandelt of allochtone jongeren die homo’s uitmaken worden best weggerelativeerd of weggeanalyseerd. Al naargelang.

Gelukkig hebben wij vooralsnog genoeg nuances in het politieke spectrum om daarmee om te kunnen gaan. Gelukkig hebben wij ook kranten en media die een relatief gevarieerd aanbod brengen. Dat de ene zich wat linkser opstelt en de andere wat rechtser, is niet slecht. Zolang de feiten maar blijven kloppen, en op zijn minst de moeite wordt gedaan om de andere kant van het verhaal te duiden. Ik ken nochtans mensen die De Morgen niet meer lezen omdat de krant niet links genoeg is. De Standaard omdat ze niet rechts genoeg is. Le Soir omdat de krant niet genoeg opkomt voor de Franstaligen. Wie zo redeneert, is natuurlijk zeer rijp voor de zeepbel.

Soms zie ik ook signalen, in de pers en de politiek, dat men zo’n zeepbel ook wel handig zou vinden. De N-VA-bashing in De Morgen is sinds 14/10 redelijk grotesk geworden, vooral dankzij de onvolprezen Hugo Camps. Om maar iets te noemen. Daarbij moet nochtans voor ogen worden gehouden dat er één belangrijk verschil is met een echte zeepbel : deze zijn niet doorzichtig. Het contact met de realiteit gaat verloren, en daardoor ook de efficiëntie. Het Obamakamp wist wat de Romneymensen denken, en wist dus wie ze naar het stembureau moesten krijgen. Aan de andere kant was men te verblind. Een goed sp.a-politicus leest daarom De Standaard en De Tijd. Een verstandige N-VA’er leest Humo. En beiden durven ook hun eigen mensen er af een toe aan herinneren dat De Waarheid niet bestaat. Het zal hen uiteindelijk alleen sterker maken. Zelfs in het politieke tweestromenland dat Vlaanderen van nu tot 2014 onvermijdelijk lijkt te gaan worden.

Cordon solitaire

Cordon solitaire

De sp.a van Aalst heeft beslist dat ze toch het bestuursakkoord met N-VA en CD&V gaat nakomen. Daartegen was binnen de partij -vooral buiten Aalst- verzet ontstaan omdat N-VA Karim van Overmeire als schepen wil aanduiden. Een keuze van een schepen kan voor een partij-afdeling inderdaad een reden zijn om zich over een akkoord te beraden, al wordt er in de meeste gevallen vanuit gegaan dat partijen hun eigen mensen mogen aanduiden. Wat dit geval uitzonderlijk maakt is dat dit lokale verhaal binnen de sp.a, vooral op een hoger niveau, als een principiële kwestie werd vooropgesteld : geen oud-VB’ers in het schepencollege. Als een soort laatste stuiptrekking van het cordon sanitaire, nu dat eigenlijk zijn doel grotendeels heeft bereikt.

Ik heb dat cordon altijd verdedigd : als uit de wortels, het programma en het gedrag van een partij blijkt dat ze op gespannen voet staat met de basisprincipes van een democratie, dan is het zeer legitiem om af te spreken om met die partij geen coalities te sluiten of andere afspraken te maken. Ik heb het wel altijd dwaas gevonden om dat tot in het absurde door te trekken : ook VB’ers zijn mensen waar je vriendelijk en beleefd mee omgaat, en als zij goede voorstellen doen dan verdienen die steun. Ingrepen vóór verkeersveiligheid blijven goed, ook als het VB ze voorstelt… Maar het cordon tegen het VB was en is verdedigbaar : de partij wortelt in een niet-democratische traditie, respecteert bewust niet het principe dat alle mensen gelijk zijn voor de wet en zet aan tot haat.

Mensen kunnen die partij verlaten, gelukkig maar. Ze kunnen vervolgens bij een andere partij aankloppen. Die zal het aanvaarden als ze oordeelt dat ze een meerwaarde zijn en het programma van de partij onderschrijven. Al jaren geleden hebben de partijen geoordeeld dat het toetreden van oud-VB-leden hun nieuwe partij niet onaanvaardbaar maakt. Terecht natuurlijk. Zo bleven CD&V en Open VLD “aanvaardbare” partijen, ook met ex-VB’ers in hun rangen. Alleen blijkt het principe voor een aantal sp.a-leden niet meer op te gaan nu het over N-VA gaat. Dat kan alleen het resultaat zijn van denkfouten.

Laat er geen misverstand over bestaan : ik vind dat N-VA Van Overmeire beter niet had opgenomen (elk individueel geval is anders, en dít gaat er voor mij over). Maar dat is de verantwoordelijkheid van de partij zelf. Nu hij wel lid is, en het vertrouwen van de Aalsterse kiezer blijkt te genieten, kunnen andere partijen best oordelen dat ze hem niet als schepen willen. Dat is niet het punt – zoals sp.a Essen zes jaar geleden Frans Schrauwen niet meer als burgemeester wilde. Maar dat kan niet op basis van het principe dat oud-VB’ers, of hun nieuwe partij, ten gronde onaanvaardbaar zijn. Dat zou immers zélf in tegenspraak zijn met het democratische principe van vrije meningsuiting, dat ook veronderstelt dat mensen vrij van mening mogen veranderen. De sp.a spuit hier bewust mist, en dat is niet gezond voor de democratie. Die heeft er immers net baat bij dat mensen niet opgesloten blijven in partijen die terecht achter een cordon werden geplaatst.

Dat brengt me bij een tweede vraag : moet er geen cordon komen rond de PVDA ? Dat is minstens een discussie waard, en het is jammer dat die nog niet gevoerd is. Het zou iedereen geholpen hebben als daar vóór 14 oktober duidelijkheid over zou zijn geschapen. Zelf ben ik er niet helemaal uit. De PVDA heeft onmiskenbaar wortels die buiten de democratie liggen. De partij komt uit een traditie die niet zou geaarzeld hebben om via een revolutie het eigen samenlevingsmodel op te leggen, zonder via de stembus te passeren. De PVDA neemt daar geen afstand van, zoals het VB geen afstand neemt van de collaboratie. Bovendien onderhoudt de PVDA contacten met communistische partijen van twijfelachtig democratisch allooi. Maar in de huidige praktijk lijkt de PVDA zich meer te gedragen overeenkomstig de democratische waarden. De alliantie met het militant-Arabische Resist was onverstandig, maar misschien ook niet meer dan dat. En zich louter verzetten tegen de Israëlische bezetting van Palestina, zelfs eventueel tegen het bestaan van Israël op zich, is geen ondemocratisch standpunt. Antisemitisme zou dat natuurlijk wel zijn, maar elk verzet tegen het Israëlische beleid daaraan gelijkstellen is een onaanvaardbare verenging van het debat. Al wordt het soms dansen op een slappe koord, en lijkt de PVDA soms toch gevaarlijk over te hellen.

Ik vind de vraag naar een cordon rond de PVDA al bij al wel een discussie waard. Mijn voorlopig besluit zou een aarzelend “neen” zijn : de partij is voldoende democratisch aanvaardbaar – ook met de Duitse Linkspartei in gedachten, waarvan het verleden in de praktijk natuurlijk nog sterker “bezoedeld” is, maar die zich relatief verantwoordelijk gedraagt (met absurde ideeën, weliswaar, maar dat mág natuurlijk). Ik zou desondanks toch de voorzichtigheid inbouwen om even in de praktijk te kijken hoe de PVDA zich gedraagt nu ze echt een aantal stevige mandaten mag invullen. En de inbedding in het internationale communisme moet toch wat verder uitgespit worden : tussen Gysi of Roemer en Castro of Kim Jong-Un zit nog heel wat marge. Misschien zou met die coalitie in Borgerhout toch beter zes jaar gewacht zijn.

En het zou in elk geval gezond zijn om “links en rechts” de principes eens terug helder te stellen, los van de onvermijdelijk niet altijd even zuivere coalitievorming in de gemeenten.

Nobel

Nobel

Mag je over een prijs die je zelf wint schrijven dat het om een terechte overwinning gaat ? Ik ga het toch doen. De verzachtende omstandigheid is dat het om een gedeelde prijs gaat. De Europese Unie kreeg vandaag de Nobelprijs voor de vrede. En dat vind ik dus een heel goede beslissing van het comité dat die prijs toekent. Omdat de EU inderdaad de historische verdienste heeft om vrede te hebben gebracht in dit voorheen zo oorlogszuchtige continent. Omdat de Unie bewijst dat dialoog en samenwerking niet eenvoudig is, maar wel kan werken. Omdat de unie het “e pluribus unum” uit het motto van de Verenigde Staten van Amerika méér realiseert dan die VS zelf.

Vandaag is een dag voor alle Europeanen om trots te zijn. Misschien geldt dat nog sterker voor al wie van vergadering naar vergadering gaat, met een badge met twaalf sterren om de hals – van één van de instellingen van de Unie. Omdat het vaak ingewikkeld werk is, soms triviaal, en soms dan weer nauwelijks te bevatten. Waarbij iedereen wel eens het hogere doel vergeet – een hoger doel waaraan we vandaag worden herinnerd. Laat ik die badge vandaag maar net iets zorgvuldiger behandelen dan anders…

Neen, de EU is absoluut niet perfect. Het blijft vaak zoeken en tasten, doorheen de uitgebalanceerde procedures. Te vaak lijkt het daardoor een ivoren toren. En natuurlijk spelen er belangen, tegenstellingen, conflicten. Maar net omdat de EU daarvoor een forum biedt, zijn er geen andere uitlaatkleppen nodig. Je mag wat mij betreft uiteraard tegen de beslissingen van de Unie zijn, tegen het beleid van de instellingen. Maar wie tegen de Unie is, neemt een gigantische verantwoordelijkheid. Die voor, noch min noch meer, de Vrede. Vandaag met een grote V. Terecht, dus.

En verder…

En verder…

Mijn “politieke geschiedenis” (die je in afleveringen op deze site vindt) maakt dit ik in de loop der jaren mensen ben gaan waarderen die nu in verschillende partijen actief zijn. Daarnaast ben ik niet geschikt om met oogkleppen rond te lopen. Ik wens bij de komende verkiezingen uiteraard onze Essense partner, de N-VA, succes toe in alle gemeenten. Dat geldt in het bijzonder voor Clarisse De Rydt (lijsttrekker Kalmthout), Steven Van den Broek (kandidaat 11 in Wuustwezel) en Kris Didden (nummer 5 in Ekeren). Maar in de omgeving van Essen hoop ik daarnaast ook op een goed resultaat voor…

…Brasschaat 2012, en met name lijsttrekker Steven Broos, lijstduwer Herman Lauwers, 4e kandidaat Inge Hermans en Wim Van der Steen
…Hoogstraten Anders, met op plaats 4 Dimitri Van Pelt
…Lijsttrekker Harold Van Der Kraan van sp.a Kapellen
…Burgemeester Lukas Jacobs van Kalmthout
…Lijsttrekker Fons Borginon van Open Vld Berchem
…4e kandidaat Joris Giebens van Groen Antwerpen

Naast lijsttrekkers vooral nummers 4, stel ik vast. Een sterk nummer, natuurlijk !

Dag Geert

Dag Geert

Geert Lambert maakte bekend dat hij niet opnieuw kandidaat zal zijn voor een zitje in de Oostendse gemeenteraad, en dus vanaf 1 januari geen politiek mandaat meer zal hebben. Geert is er de man niet naar om zich als een Herman De Croo vast te klampen aan een zitje, dus een echte verrassing is zijn afscheid niet.

Sinds eind 2009 hebben Lambert en ik bovendien ook geen partijkaart meer gemeen, zoals dat vanaf 1991 altijd het geval was. Toch stemt het me wat weemoedig. Ik herinner me dat ik ooit in functie van de Essense jeugdraad contact heb genomen met de toenmalige medewerker van de VU-Europarlementsleden. Het enthousiasme voor een sterk Vlaams-Europees progressief verhaal droop er toen al van af, aangevuld met een flinke portie realisme.

Geert was er vanaf dan altijd, al kwam hij maar langzaam op de voorgrond. Omdat hij een man van ideeën, van nuance, van stijl was. Hij werd de eerste invaller van de Vlaams-progressieve partijpolitiek, een stabiliserende factor in woelige wateren. Hij torpedeerde ondanks immense druk het BHV-akkoord van 2005 – je kan over dat van vandaag zeggen wat je wil, maar wat toen voorlag was alleszins veel slechter. Uiteindelijk kwam zijn hoogte- en dieptepunt in 2009, met de onmogelijke opdracht om in enkele maanden een volledig eigen verhaal, dat van de SLP neer te zetten. Ik blijf hem dankbaar dat hij het toen heeft geprobeerd.

In een interview pleitte hij de voorbije dagen voor politici die los van berekening een programma aan de kiezer voorleggen. Klinkt het niet, dan botst het wel. Dat is een beetje ongenuanceerd, en dat weet hij zelf ook. Maar hij heeft wel gelijk dat de politiek vandaag te veel in de andere richting is doorgeschoten. Wie durft nog zeggen waar het op staat, ook als de kiezer daar niet meteen vóór is ?

Geert zou de stap naar Groen achteraf gezien beter niet meer hebben gezet, maar dat is gemakkelijk gezegd. Voor mij blijft hij een voorbeeld. En het programma van zijn SLP blijft voor mij een maatstaf en een ideeëngoed waarvoor altijd ruimte zal zijn in het politieke landschap. Al wordt dat een kwestie van geven en nemen, want de kans lijkt me klein dat het ooit nog een eigen partijpolitieke vertaling vindt. Of iemand die het even goed belichaamt als Geert. Het ga hem goed.

Honest Abe

Honest Abe

Op de website van de BBC suggereerde deze zomer een Noord-erse politica een boek. Hoe een mens daar terecht komt, en dan vervolgens ook het boek nog op zijn iPad downloadt, het blijft ook voor mij een vraag. Maar ik heb me de lectuur van “Team of Rivals : The Political Genius of Abraham Lincoln” geen seconde beklaagd. Integendeel, meer “belangrijke” lectuur bleef de voorbije weken af en toe in mijn boekentas zitten.

Ik kende de grote lijnen van het verhaal van de Amerikaanse burgeroorlog, me na mijn bezoek aan Washington in februari wellicht wat meer details dan voordien. Ik kende Lincoln en vond hem altijd al een inspirerend persoon. Maar het boek vertelt tegelijk het verhaal van wat leidde tot de “Civil War” en van die oorlog – die méér slachtoffers eiste dan het totale aantal soldaten dat de VS verloor in alle andere oorlogen die het land ooit vocht samen. Het boek is daarnaast opgebouwd rond het persoonlijke en politieke leven van Lincoln en zijn tegenstanders bij de Republikeinse voorverkiezingen van 1960. Tegenstanders die hij uiteindelijk alle drie in zijn regering benoemde.

Ik heb Lincoln in het boek leren kennen als een groot leider en een politiek genie. Iemand met een zeer goede neus voor het juiste moment om iets te realiseren, maar anderzijds met een heilig geloof in zijn eigen principes. Bovendien een warm, grootmoedig en onconventioneel mens. Ik ben blij dat ik tijd heb gemaakt om “zijn” monument in Washington rustig te bezoeken.

Het boek is ook boeiend omdat het inzicht geeft in het Amerikaanse politieke systeem zoals dat 150 jaar geleden werkte – en daarmee een licht werpt op dat van vandaag. Dat helpt altijd om de evidenties van het eigen systeem in vraag te stellen. Deze week, in een “blitz”-conferentie in Londen kregen we (na het avondmaal !) een sessie voorgeschoteld over zin en onzin van coalitieregeringen, met een Britse en een Belgische politicoloog. Eén van de nadelen van een coalitie volgens de Britten is dat de kiezer niet vooraf weet waar zij of hij voor kiest. Zo stond in het LibDemprogramma dat het inschrijvingsgeld aan de universiteiten omlaag moest, maar de coalitie die ze met de Conservatieven aangingen verhoogde het. Een Brit vroeg of er in België ook voorbeelden waren van partijen die een belofte hadden gebroken om in een regering te stappen. Ik denk dat alle Belgen in de zaal hun glimlach nauwelijks konden onderdrukken…

Niet dat ik daarmee voor het Britse systeem pleit, overigens. Maar het is altijd goed om eens met wat afstand te kijken. En om te beseffen dat in elk systeem uiteindelijk mensen het verschil moeten maken. Misschien dat we ook bij ons, van formateur tot gemeenteraadslid, af en toe de vraag moeten stellen hoe dit in een ander systeem zou worden aangepakt en wat daarvan de voor- en nadelen zouden zijn. Ik noteer voor mezelf alvast de vraag : What would Lincoln do ?

Frankly

Frankly

Nadat deze week ’s werelds beste muziekgroep het voor bekeken hield, meldt nu ook Vlaanderens sterkste politicus dat hij ermee stopt. Frank Vandenbroucke verlaat de Senaat en de gemeenteraad, en zo verliest de sp.a definitief de man die de partij op het spoor moest zetten van een moderne sociaal-democratie. Maar eigenlijk hadden ze hem al eerder zelf buitengezet. Omdat hij te veel vooruitkeek en vooruitdacht, te veel wilde hervormen om zo veilig te stellen wat het meest waardevol is, te Vlaams reageerde in een partij die zich als het erop aankomt toch liever door de PS laat meeslepen. Het Vlaamse politieke landschap had er anders uit kunnen zien als hij intellectueel nog een stap verder zou hebben gedacht, maar vooral als hij zich ook daadwerkelijk partijpolitiek in het sociaal-liberalisme zou hebben ingeschreven. Dat hij die keuze nooit heeft gemaakt, pleit wellicht voor zijn loyauteit aan de sp.a. Enigszins tegen beter weten in, dus…

De erfenis die hij nalaat is kleiner dan ze had moeten zijn, want eigenlijk had het hele arbeidsmarkt- en sociaal zekerheidsbeleid in dit land door hem hervormd moeten worden. Toch blijft ze indrukwekkend, op het terrein dat ik ken vooral op basis van de herinvoering van de controle op de werkbereidheid bij werklozen en de dienstencheques. Ook de Open Coördinatiemethode voor Sociale Inclusie en Sociale Bescherming dankt zijn bestaan grotendeels aan hem, en al lijkt dat voer voor EU-specialisten (dat is het ook), het is belangrijker dan het lijkt. Wat hij binnen onderwijs heeft gerealiseerd, kan ik moeilijker beoordelen, maar zijn opvolger Pascal Smet (ook sp.a) stelde in een interview onlangs in elk geval dat het niet zo evident is om “God” op te volgen…

De verantwoordelijken voor het personeelsbeleid bij de OESO hebben zich duidelijk vergist de voorbije weken : in plaats van Yves Leterme hadden ze beter Frank Vandenbroucke aangeworven. Al komt er het komende jaar bij de organisatie nog een plaats vrij die hem beter zou liggen, hoewel ze net onder die van Leterme is gesitueerd. Maar vooralsnog is vooral de academische wereld, en met name de studie van de welvaartsstaat in de context van de EU er goed mee. Ik veronderstel dat ik professioneel nog meer vragen voor het uitwisselen van gegevens en stukken analyse ga krijgen, en kan me daar alleen maar op verheugen !

Bie Eetsj Vie

Bie Eetsj Vie

Een internationale studiedag vorige donderdag. Eerste vraag, van een Oostenrijker die bij de Commissie werkt en een Spanjaard van de ILO : “Heeft België nu een regering ?”. Mijn antwoord : “Neen, zover zijn we nog lang niet.” Wedervraag : “Waarover gaat dat akkoord dan ?”. Opdracht : probeer de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde eens uit te leggen in 5 minuten, in het Engels. Zucht…

“B-H-V gesplitst” titelde de krant. Eigenlijk hoorde er een voetnoot bij : we weten nu hoe de splitsing van B-H-V eruit zal zien als de acht partijen die onderhandelen (of 7 en driekwart, maar over het FDF zal ik het verder nog wel hebben) een akkoord over alles bereiken. Dat betekent onvermijdelijk dat dit akkoord in samenhang moet gezien worden met al de rest dat mogelijk nog uit de bus komt. Een belangrijke nuance toch wel.

Het B-H-V-akkoord op zich is volgens Bart De Wever “geen nachtmerrie”. Ik ben het daarmee eens. De prijs voor de zes faciliteitengemeenten is relatief hoog, maar al bij al is dit een redelijk zuivere splitsing. Als ik het akkoord beoordeel op wat erin staat, dan vind ik dat aanvaardbaar. Als ik lid zou zijn van een partij die zich hierover moet uitspreken, dan zou ik dit luik kunnen goedkeuren. Niet met champagne, maar ook niet met de spreekwoordelijke “dood in het hart”.

Maar er is een maar. Het akkoord is moeilijk los te zien van de hele nota-Di Rupo die het onderhandelingskader vormt. Zoals ik hier eerder al schreef was het BHV-luik daarvan niet de reden waarom ik die nota geen goed uitgangspunt voor de vorming van een regering vind. Dat betekent uiteraard ook dat dit akkoord niets aan die analyse verandert. Integendeel, want het zou best kunnen dat de redelijk zuivere splitsing van BHV op andere domeinen van de nota gaat leiden tot een hardere franstalige houding. Zodat de prijs die met name voor en in Brussel betaald moet worden volgens de nota -en die nu al onaanvaardbaar hoog is- nog gaat oplopen.

Dat is het communautaire luik. Sociaal-economisch is de nota helemaal niet wat we nodig hebben. En ook daar zou het gevolg van het B-H-V-akkoord wel eens kunnen zijn dat er maar weinig meer gaat bewegen. Positief daaraan zou zijn dat we redelijk snel een regering gaan hebben. Maar moeten we te midden van een systeemcrisis die de Europese economie en politiek treft wel zo tevreden zijn met een regering waarvan het er nu al op lijkt dat de splitsing van B-H-V wel eens de grootste verdienste zou kunnen worden ? Niet dat die splitsing niet nodig was, natuurlijk. Maar ze mag en kan niet de enige maat der dingen zijn, op het ogenblik dat er een storm over Euroland raast.

Overigens is de partijpolitieke prijs die MR-voorzitter Charles Michel betaalt voor het akkoord op het eerste gezicht zeer hoog. De keuze die zijn partijgenoot Armand De Decker vooropstelde (“Geplaatst voor de keuze tussen dit land en het FDF kies ik voor het land”) bleek een reële, en Michel koos ook voor het land. Waarmee de PS wellicht voor zeer lang verzekerd is van het politieke marktleiderschap in franstalig België. Voorlopig vind ik het moeilijk in te schatten of het om een geval van moed, dwaasheid of koele berekening bij Michel gaat. Interessant is het natuurlijk wel. Het is wel jammer voor de pers : een Maingain die raaskalt aan de zijlijn is uiteraard minder mediageniek dan één wiens zottigheden rechtstreekse impact kunnen hebben.

Wordt vervolgd. En de kans dat ik het ooit behoorlijk in enkele minuten krijg uitgelegd (in het Engels, het Nederlands of desgevallend in het Quechua) wordt er wellicht niet groter op…

Vergoed of vergoelijkt ?

Vergoed of vergoelijkt ?

Er is de voorbije dagen nogal wat discussie ontstaan over de uittredingsvergoeding waarop Sven Gatz Open Vld) recht heeft nu hij het Vlaams Parlement verlaat. Ik heb het wel voor Gatz, wat ik hier al liet blijken. Desalniettemin begrijp ik de reactie van de burger en de media : 300.000 EUR is erg veel geld voor iemand die meteen een andere baan heeft gevonden. Dat vraagt om een aanpassing van de regels. Ik erger me wel aan de hypocrisie van Gatz’ collega-politici : hij had zelf voorstellen ingediend om het systeem te veranderen, wie hem toen niet steunde moet nu echt zijn mond houden, lijkt me.

Ik begrijp ook dat hij de vergoeding in eerste instantie gewoon wilde aannemen. Politici willen de samenleving veranderen, maar ze horen wel de geldende regels na te leven. Dat geldt in alle richtingen. Aan de ene kant vind ik dat de gemeentebelastingen moeten verlagen, maar ik betaal ze natuurlijk wel. Aan de andere kant zou ik Bremakker willen afsluiten voor doorgaand verkeer, maar zolang dat niet gebeurd is mag ook ik er doorrijden, als ik zou willen. Dat Gatz nu vrijwillig van de vergoeding afziet, had van mij dus niet gehoeven. Al vind ik het natuurlijk een mooie geste, die bovendien het debat nog meer op scherp stelt.

Een politiek engagement moet aantrekkelijk genoeg zijn om bekwame mensen aan te trekken, ook financieel. De uitspraak van Herman De Croo “if you give peanuts, you get monkeys” is niet helemaal onterecht. Het moet ook weer niet zo goed betaald worden dat mensen voor het geld aan politiek gaan doen. Dat is een moeilijk evenwicht. Bovendien speelt een element van onzekerheid mee : een mandaat kan onverwacht abrupt eindigen. Een zekere uittredingsvergoeding is dus logisch (natuurlijk niet van de orde van wat Gatz kon krijgen), en het terugkeerrecht waar senaatsvoorzitter Danny Pieters (N-VA) voor pleit vind ik ook een verstandig idee. Overigens ben ik geen voorstander van een onderscheid tussen “vrijwillig” en “onvrijwillig” opstappen, want die grens is in de politiek niet te trekken (Zijn De Clerck en Vande Lanotte bij de ontsnapping van Dutroux “vrijwillig” opgestapt als minister ? Is een slechte plaats krijgen op de lijst een “onvrijwillig” ontslag – vanaf welke plaats dan ?) In sommige landen beslist een onafhankelijke commissie over de verloning van politieke mandaten. Misschien een goed idee, maar ook dat levert geen mirakeloplossing op. Tegelijk denk ik dat er andere manieren zijn om politiek aantrekkelijker te maken. In de eerste plaats moet de rol van het individuele parlementslid in het bestel versterkt worden – naar Nederlands en Brits model.

Wat geldt op parlementair niveau, geldt overigens uiteraard ook op lokaal niveau. Uitvoerende mandatarissen zijn onderbetaald, maar er zijn er wellicht wel te veel. En als raadslid zou ik best zonder zitpenning willen werken, als er daartegenover meer faciliteiten zouden staan – en, laten we daar niet flauw over zijn, een systeem van lokale partijfinanciering. Maar om de raad voldoende aantrekkelijk te houden moet er dan ook voor meer inbreng in de besluitvorming gezorgd worden, voor de raadsleden van de oppositie én de meerderheid overigens.

Matteüs, hoofdstuk 5, vers 37

Matteüs, hoofdstuk 5, vers 37

Om de bekende reden (ik ben federaal ambtenaar) schrijf ik hier weinig over de nationale politiek. Ik maak in principe een uitzondering voor periodes zonder regering, maar nu “lopende zaken” heel rekbaar is geworden ligt ook dat wat moeilijker. Vandaag pas ik mijn uitzondering toch toe : dit land is immers zelden zo ver verwijderd geweest van een regering als nu…

Nochtans hebben we die regering wel nodig. Om hervormingen door te voeren. Sociaal-economisch moet het hele bestel grondig hertimmerd worden. Ook een staatshervorming is een noodzaak, al is die uit de aard van de zaak wat minder dringend. Toen de eerste voorstellen uit de nota-Di Rupo lekten leken die in de goede richting te gaan. De formateur bleek een aantal PS-taboes op te offeren. Het splitsingsvoorstel voor B-H-V vind ik zelfs redelijk “netjes”.

Tot gisteren verwachtte ik dan ook een tactisch “ja, maar” van N-VA. Ik vermoed dat ik dat in de plaats van De Wever ook daarvoor zou gekozen hebben. Di Rupo heeft hard gewerkt en onmiskenbaar zijn nek uitgestoken. Dat verdient enig respect. Voor zijn partij is hij ongekend ver gegaan, en de reactie van de vakbonden liegt er niet om.

En toch. Hoe meer je de nota leest, hoe meer je moet vaststellen dat ze tekortschiet. Wat mij betreft minder wat het communautaire luik betreft. Wel omdat de nota de zwakke punten van onze economie en arbeidsmarkt onvoldoende grondig aanpakt, en op een aantal domeinen zelfs verergert.

De formateur gaat bijlange na niet ver genoeg. Niet omdat het “nooit genoeg” zou zijn. Ik ben in de politiek altijd een “participationist” geweest : ik vind dat je mee moet besturen als je de kans krijgt om een behoorlijk stuk van je programma te realiseren. Mijn nationale (en Essense) politieke parkoers bewijst dat, ik heb op verschillende partijcongressen een regeerakkoord mee goedgekeurd. Ik hoop dat N-VA het politieke verstand zal hebben om “ja” te zeggen wanneer er wel een compromis op tafel komt te liggen dat weliswaar niet volmaakt maar wel voldoende is.

Maar de nota Di Rupo legt niet de basis van dat soort compromis. In de gegeven omstandigheden is dit gewoon niet goed genoeg. Dan is een “neen” veel eerlijker, en dat De Wever daarvoor koos bewijst dat hij (in dit geval) verstandiger is dan ik zou zijn geweest.

Wat nu ? Ik heb hier al eens voor een buitenlands bemiddelaar gepleit, en dat blijf ik een ernstige denkpiste vinden. Omdat een buitenstaander met een frisse geest naar onze communautaire situatie kan kijken, en sociaal-economisch onze politici met de neus op de feiten kan drukken. Volgens mij komt het er vroeg of laat toch van, dus waarom niet vandaag ? Een duo lijkt me nog het beste : noord/zuid, links/rechts. Zouden Romano Prodi en Paddy Ashdown al vakantieplannen hebben ? Jacques Delors en Gerrit Zalm ?

Mag ik tenslotte CD&V een communicatie-adviseur toewensen ? Of een partijprogramma. Eén van de twee ontbreekt duidelijk.