Op een afstand
Als morgen onze burgemeester iets erg fouts zou vertellen, dan kan ik me inbeelden dat we daar met N-VA/PLE formeel “afstand” van nemen, ook al zou iedereen moeten weten dat wij hem niet verkozen hebben. Als KSJ-KSA-VKSJ in een vlaag van zinsverbijstering iets onverstandigs zou doen, dan voel ik me wellicht ook verplicht om me daarvan te distantiëren, ook al ben ik ondertussen natuurlijk al een aantal jaren niet meer met de beweging verbonden. Aan de andere kant heb ik nog niet de behoefte gevoeld om mij af te zetten tegen het gedrag van de politie in Ferguson. Of tegen wat de “Islamitische Staat” aanricht. Ik heb daar niets mee te maken, en ga ervan uit dat iedereen dat ook weet.
Het blijft een moeilijke vraag : vanaf wanneer hoort iemand uitdrukkelijk te zeggen dat hij niets te maken heeft met wat anderen aanrichten, ook al hebben die anderen “iets” met hem gemeen. Toen onlangs de zoon van Jan Jambon enkele uitspraken deed die niet voor iedereen even verstandig leken, kwam vanuit de sp.a de eis dat de N-VA en de Vlaamse regering daarvan afstand zouden nemen. De EU en de VN bleven buiten schot. Freya Van Den Bossche hield vast aan haar gezond verstand en gaf terecht aan dat vaders (en hun partij) niet verantwoordelijk zijn voor alles wat hun zonen doen en zeggen. Onlangs vroeg Bart De Wever dan weer aan de Moslimexecutieve om afstand te nemen van wat de “Islamitische Staat” aanricht. Die vond dat eerst nogal overbodig, en deed het daarna toch. Het komt vaak terug in het debat, de opmerking dat “de moslims” afstand moeten nemen van de terreur die in naam van de godsdienst die zij ook belijden wordt aangericht. Opvallend minder vaak worden de joden gevraagd om zich te distantiëren van wat de staat Israël fout doen.
Het blijft erg moeilijk, vind ik. We weten toch dat de doorsnee moslim in dit land de IS-praktijken (die overigens vooral moslimslachtoffers maken) absoluut afkeurt ? Zoals “wij” dat doen. Hen oproepen om afstand te nemen geeft toch een beetje aan dat ze ervan verdacht worden om dat niet te doen ? En het blijft toch wringen, om mensen met een bepaald kenmerk ervan te verdenken om -tenzij tegenbericht- alles goed te keuren wat andere mensen met dat kenmerk aanrichten – zoals dit filmpje op een grappige manier duidelijk maakt. Ik ben een Essenaar, maar heb nooit de behoefte gevoeld om me dan maar uitdrukkelijk te distantiëren van één van de moordenaars van Karel Van Noppen, nochtans ook een Essenaar…
Voor organisaties ligt het weliswaar wat anders dan voor individuën. Dat katholieken van vandaag kan je moeilijk de kruistochten aanwrijven, maar dat de Katholieke Kerk er zijn spijt over betuigt lijkt me wel logisch. Net zoals het goed is dat staten hun verontschuldigingen aanbieden voor wat ze bijvoorbeeld in de context van de kolonisatie hebben aangericht. Maar dat hebben ze zelf gedaan. Wat, opnieuw, met wat alleen door (min of meer) “geestesgenoten” wordt aangericht. Moet de Orthodoxe Kerk zich verontschuldigen voor de katholieke inquisitie ? Moet pakweg Zwitserland spijt betuigen over de slavenhandel die door de mede-Europeanen werd georganiseerd ?
Het blijft moeilijk. Iemand oproepen om “afstand te nemen” lijkt me in elk geval iets om met zéér grote voorzichtigheid toe te passen, omdat er sowieso een verdachtmaking achter schuil lijkt te gaan. Ik denk dat in de meeste gevallen mensen of organisaties zelf wel zullen aanvoelen wanneer het beter is om publiekelijk duidelijk te maken waar ze niets mee te maken willen hebben.
En zo zijn twee maanden na de verkiezingen alle gewest- en gemeenschapsregeringen gevormd. Vijf stuks, drie geleid door een socialist, twee door een regionalist. De Belgische politiek wordt wel eens omschreven als een schaakspel, maar deze keer werd het vooral poker. Op hoog niveau.
En toen overleed toch nog erg onverwacht Jean-Luc Dehaene. De gelukkige “oude dag” die vriend en tegenstander hem ongetwijfeld hadden gegund heeft niet mogen zijn. Jean-Luc, want zo mocht dit land hem noemen, was een gewone wat norse man, maar waarvan iedereen wist dat hij een goed hart had. Dat verklaart wellicht waarom iedereen er nu even stil van wordt. Volgens zowat alle commentaren was Dehaene daarenboven een “groot staatsman, van een vorig tijdperk”. Ik ben het daarmee eens. Maar het blijkt moeilijk uit te leggen waarom, en wat dan wel het verschil zou zijn tussen zijn tijdperk en het huidige.
Er komen verkiezingen aan. Van een politicus wordt dan een mening verwacht. Dat geldt wellicht ook voor een lokaal politicus. Zeker als die zelf ook twee keer kandidaat is geweest voor een plaatsje in het Vlaams Parlement, al ging het twee keer om een volstrekt onverkiesbare plek op een lijst. In 2009 was ik kandidaat op de lijst van de toenmalige
Het heeft een tijdje geduurd, maar op weg naar Griekenland heb ik “Ongebonden best” uitgelezen, de biografie van Nelly Maes. Mijn lectuur werd onderbroken doordat ik het boek van een ander Oost-Vlaams politicus op mijn tafel vond : “Een zuil van zelfbediening” van Peter Dedecker vroeg erom om in één keer te worden uitgelezen. Ik kende ondertussen het verhaal, al biedt een boek natuurlijk de kans om wat systematischer te verwerken. Het besluit blijft hetzelfde. Ondanks het (stevige) generatieverschil herken ik gelijkenissen tussen Peter en Nelly, in stijl en ook in inhoud. Volgens mij zouden ze het over heel wat zaken eens kunnen worden.
De verschillende kranten hebben zich de voorbije weken nuttig gemaakt door een rapport van onze parlementsleden te publiceren. Veelal een nuttige oefening, met resultaten die de subjectieve inschatting die ik als geïnteresseerde burger en federaal ambtenaar ongeveer bevestigen, en toppers als Lode Vereeck, Kristof Calvo, Peter Dedecker, Wilfried Vandaele, Bert Anciaux, Guy Verhofstadt, Marianne Thyssen, Mieke Vogels…
Op uitnodiging van de N-VA-afdelingen van Kalmthout, Wuustwezel, Brecht en Essen kwam kamerlid Peter Dedecker gisteren naar Nieuwmoer om voor een overvolle De Schuur het verhaal van Dexia en Arco te brengen. Met als centrale vraag „Wie zette de Arcospaarder in de kou ?”. Een deel van het antwoord zit al in de vraag zelf : die spaarder was namelijk geen spaarder, maar een belegger. Maar dat werd hem of haar niet verteld.
Ik ben de voorbije weken twee keer „gehoord” door een parlementaire commissie. De eerste keer als
Het decreet van 9 juni 1993 “houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid” was een belangrijke stap voor het jeugdbeleid in Vlaanderen : de gemeenten kregen autonomie, en kregen samen met het lokale jeugdwerk de verantwoordelijkheid om een jeugdwerkbeleidsplan op te stellen. In ruil voorzag Vlaanderen subsidies.
De overleden Wilfried Martens wordt geëerd als groot Vlaming, groot Belg en groot Europeaan. Die unieke drievoudige eer lijkt me voor weinigen weggelegd – ik zie geen voorgangers en ook geen nakomers. De kwalificatie is bovendien terecht : Martens belichaamde een tijdperk voor Vlaanderen, voor België en voor Europa.