Archief van
Categorie: Politiek algemeen

Afdronk

Afdronk

Sven Gatz, fractievoorzitter van Open Vld in het Vlaams Parlement, stapt uit de politiek om voorzitter te worden van de Belgische Bierbrouwers. Opmerkelijk, want in ons land gebeurt het niet zo vaak dat (succesvolle) politici de overstap naar een andere sector maken. Nederland heeft op dat vlak meer een traditie, met bijvoorbeeld oud-parlementslid Paul Rosenmöller die een eigen interviewprogramma op tv kreeg. Eigenlijk is het wel gezond dat men na een aantal jaren professionele politiek andere oorden opzoekt. En een zelfgekozen afscheid is wellicht beter dan één dat door de kiezer wordt opgelegd…

Ik ken Gatz niet persoonlijk, maar hij is een ex-partijgenoot en als sociaal-liberaal (hij verkiest wellicht “links-liberaal”) een politiek geestesgenoot. Via de VU en het ID21-verhaal belandde hij bij Open Vld omdat hij niet geloofde in het kartel met de sp.a. In de Brusselse context lag die keuze voor de hand : Open Vld had in de hoofdstad altijd een wat ander karakter dan elders.

Sociaal-liberalen zijn de weeskinderen van de Vlaamse politiek, wat Gatz als mede-auteur van een boek over de stroming zeker weet. Maar hij is één van degenen die in de nieuwe thuis van Open Vld hun weg vonden. Dat hij het tot fractievoorzitter in het Vlaams Parlement bracht -als Brusselaar- is daarvan een mooi bewijs. Daarbij bleef hij zijn overtuiging trouw, zonder naar de conservatieve vleugel van Open Vld af te buigen. Hij verrichte bovendien nuttig denkwerk over de plaats van de stad in het Vlaanderen van vandaag.

Wat hem voor mij het meest siert, is de overtuigende keuze om in de eerste plaats een goed, hardwerkend en ernstig parlementslid te willen zijn. In zijn afscheidstekst op zijn website staat dit : “Al die jaren ben ik steeds met hart en ziel parlementslid geweest. Het was een mooie job, een soort roeping ook, die mij met de meest diverse mensen en onderwerpen in contact bracht. Het parlement was voor mij bovenal het hart van de democratie, de plaats voor publiek debat, een volwaardige, te koesteren politieke biotoop en geen verplichte wachtkamer voor wie terechte dan wel ijdele hoop heeft om ooit minister te worden.”

Er zijn bij ons veel te weinig politici met een hart voor het parlement (en bij uitbreiding andere niet-uitvoerende organen). Elk politiek stelsel heeft wel een regering, zelfs de ergste dicaturen, maar alleen een democratie heeft een tegenmacht, via de wetgevende en controlerende functie van parlementen – en gemeenteraden. Al te vaak worden die inderdaad als wachtkamer voor een ministerpost of een schepenambt beschouwd, maar die houding ondergraaft uiteindelijk het democratische systeem zelf. Dat is uiteraard geen pleidooi tegen mensen die een ministerambt of schepenzetel aanvaarden, maar wie verkozen wil worden moet dat voor mij in de eerste plaats doen om een goed “volksvertegenwoordiger” te worden, op welk niveau dan ook.

Met Gatz verdwijnt één van de weinige politici die complexloos het etiket “links-liberaal” durfden dragen. Gelukkig zijn er meer die het ideeëngoed delen. Soms ook in partijen die daar van nature niet meteen mee worden vereenzelvigd, zoals ik de voorbije weken tot mijn vreugde nog ontdekte. Of hoe de weeskinderen uit het VU&ID-Spirit-SLP-verhaal hun gedachtengoed gelukkig wellicht altijd wel ergens zullen tegenkomen – weliswaar bijna per definitie niet in onversneden vorm, en al zal het (voorlopig) niet meer bij Sven Gatz zijn. Maar toch. Laat ik daar te zijner ere maar een pint op pakken…

Niet meer van Belang ?

Niet meer van Belang ?

Het Vlaams Belang heeft een probleem. De beste omschrijving lijkt me “wordt bedreigd met toenemende irrelevantie”. De oorzaak van het probleem is dubbel. De eerste is het volgehouden cordon sanitaire. Men kan daar voor of tegen zijn op principiële gronden (ik ben vóór de absolute kern van het cordon : “gij zult geen coalities sluiten met het Belang” – en eventueel bij uitbreiding “gij zult u ook niet door het Belang laten gedogen) en tegen allerlei uitwassen die daarmee niets te maken hebben. Feit is dat het geesteskind van Jos Geysels op korte en middellange termijn het Belang slapen rijk maakte (maar net niet rijk genoeg) maar op lange termijn wellicht bijdraagt aan het einde ervan. De kiezer heeft erg lang kunnen leven met een partij waarop een stem geen enkel nut had (bij gebrek aan –reëel of gepercipieerd- nuttig alternatief op een aantal terreinen) maar dat geduld blijkt niet eindeloos. Ook al omdat het Belang er ook niet voor gekozen heeft om minstens te proberen naar een langzaam toenemende relevantie (annex afzwakking van het soms wel erg extremistische discours) toe te werken, zoals bijvoorbeeld bepleit door wijlen Marie-Rose Morel.

De tweede factor is uiteraard Bart De Wever (bien étonné de se trouver ensemble avec Jos Geysels, of net niet). De N-VA heeft het Vlaams-nationalisme relevanter dan ooit gemaakt. Door stilaan opnieuw alle strekkingen binnen de stroming onder één vlag te verenigen – blijkbaar moest dat vanuit de radicale vleugel gebeuren, en over centrum-rechts, wat de kracht van de politieke analyse bevestigt die De Wever tien jaar geleden maakte. En op basis van zijn persoonlijkheid, die nu eenmaal een perfect uithangbord is voor een complexloze moderne Vlaams-nationalistische aanpak. De koppeling die het Belang maakt(e) tussen een totaal compromisloos en dus onvruchtbaar Vlaams-nationalisme en een extreem-rechts vreemdelingenstandpunt heeft Vlaanderen zware schade berokkend, en doet dat vandaag nog. Hoe grondiger de recuperatie van het Vlaams-nationale gedachtengoed door de N-VA (of anderen, maar ik zie niet in wie), hoe beter.

En dus dreigt de irrelevantie voor het Belang. Dat leidt tot een leegloop in het mandatarissenbestand. Ik behoor niet tot degenen die vinden dat eender welke Belangmandataris voor eeuwig met een erfzonde besmet is, maar ik vind ook niet dat elke Vlaams Belanger zich zomaar kan “omscholen” tot respectabel lid van een democratische partij (N-VA, Open Vld, CD&V, …). Wie bijvoorbeeld alleen vindt dat het vreemdelingenstandpunt door het Belang verkeerd gebracht werd, maar in se wel klopte, kan volgens mij beter op een afstand gehouden worden. Wie na jaren op een populistische manier “alles is rot” heeft geroepen, hoort in het systeem niet thuis. Ik stel vast dat N-VA van hei(n)de en verre oud-Belangers aantrekt. Ik hoop dat de partij zijn oordeelsvermogen niet verliest en de brede volkspartij die ze geworden is niet in handen geeft van mensen die nooit iets hebben bijgebracht aan een betere Vlaamse samenleving.

Wie een beetje verder kijkt dan de Vlaamse grenzen, moet zich overigens wel afvragen waarom het Belang nu niet aanslaat, en dat wellicht ook niet zal doen met een harde anti-Islamboodschap, waar Wilders en Le Pen dat wel doen. Mijn (zonder meer onvolmaakte) analyse is dat Wilders wél relevant is : hij houdt op dit moment de regering overeind. En Wilders is zuiver anti-Islam : de combinatie die het Belang maakt met het Vlaams-nationalisme leekt ooit een sterkte maar is nu wellicht een strategisch nadeel. Le Pen (de dochter) koos dan weer voor een humaner discours én heeft natuurlijk het voordeel dat het alternatief (Sarkozy) zwalpt. Er moeten nog meer buitenlandse gelijkenissen en verschillen te maken zijn, maar daarvoor ken ik pakweg Denemarken niet goed genoeg. Toch past één verwittiging : zelfs het Belang kan een tweede adem vinden, en de andere partijen zorgen best voor een duidelijke en eigentijdse strategie voor het geval dat zou gebeuren. Al zie ik de wederopstanding niet gebeuren zolang Dewinter en Annemans de lakens uitdelen bij het Belang. Een nogal geruststellende gedachte, wat mij betreft.

For the record

For the record

Ons land vierde feest vandaag. Ongetwijfeld in de eerste plaats om mijn verjaardag te vieren. Maar mogelijk speelde er nog een tweede reden mee : we braken het wereldrecord “regeringsvorming”. De Irakezen hebben het nakijken. Bovendien zijn we duidelijk van plan om het record scherp genoeg te stellen, zodat de sjiitische, soennitische en Koerdische politici van het Tweestromenland ons niet zomaar bij de eerste de beste crisis opnieuw op achterstand zetten.

Het is goed dat hierbij wordt stilgestaan, en dat er ludieke acties rond worden gevoerd. Het onderlijnt de nood aan een regering, aan compromissen, maar geeft tegelijk naar de buitenwereld ook het signaal dat we nog steeds in een functionerende en democratische staat leven, waar we ook de relativiteit van onze eigen situatie kunnen inzien.

Bovendien, en dat mag ook wel eens onderlijnd worden, neemt al bij al iedereen zijn verantwoordelijkheid : er kunnen principiële en democratische bedenkingen zijn bij de huidige werkwijze, maar de regering van lopende zaken voelt al bij al goed aan wat er dringend moet gebeuren. En ook de partijen die niet in die regering vertegenwoordigd zijn, met name de N-VA, maken het besturen niet onmogelijk. Ik vermoed dat daarin toch nog enig verschil met Irak schuilt…

Bij de baard gesleurd

Bij de baard gesleurd

Ik ga niet betogen morgen, in Brussel. Nochtans vind ik dat het allemaal lang genoeg heeft geduurd, en dat er dringend een federale regering moet komen. Ik vind het ook goed dat dit luidop gezegd wordt. Als democraat vind ik bovendien uiteraard ook dat er een meerderheidscoalitie moet gesmeed worden. En dat daarvoor iedereen water bij de wijn moet doen.

Initiatieven zoals de betoging morgen verdienen daarom een zekere waardering. Het is goed de politici eraan te herinneren dat het niet wenselijk is om het wereldrecord regeringsvorming te breken – al zullen de gevolgen daarvan veel minder dramatisch zijn dan bij de huidige recordhouder, Irak. Maar de hele beweging gaat al te veel in één richting : de Vlaamse partijen (in casu vooral de N-VA) moeten hun vragen voor een staatshervorming milderen. Vanzelfsprekend kan er snel een regering zijn als iedereen het eigen programma inslikt. Of als sommigen zoveel water bij de wijn doen dat het water zich, zoals in de homeopathie, alleen nog herinnert dat er ook Château Lafitte in heeft gezeten. Vragen of suggereren dat sommigen nu hun programma moeten overboord zetten, omdat wat er op tafel ligt er vaagweg op gelijkt, is dwaas. Waarom zou N-VA méér moeten inslikken dan PS, CdH of Ecolo ? Waarom zou élke staatshervorming of alles wat daarop gelijkt nu plots voldoende moeten zijn ?

En de nota Vande Lanotte dan ? De bemiddelaar is een briljant politicus, die bovendien onmenselijk hard heeft gewerkt. De nota bevat ook stevige stappen vooruit. Meer dan wie dan ook in 2007 kon dromen, dat klopt. Maar de lat waartegen het moet worden afgemeten is de verkiezingsuitlag van 2010. Bovendien zitten aan de grote stappen ook grotere weerhaken dan in 2007, dat is onvermijdelijk. Elke partij had een aantal bezwaren tegen de nota, en het is niet omdat CD&V heel uitdrukkelijk de zwarte piet heeft aangepakt, dat alleen N-VA die kaart verdiend heeft. Ik heb overigens van het Noord-Ierse vredesproces geleerd dat wie vooruitgang wil boeken ook afspraken moet maken over hoe een tussentijdse goedkeuring of afwijzing gecommuniceerd wordt. Het zou heel wat ellende kunnen besparen.

Geen enkele partij was bereid de nota van de bemiddelaar zomaar te ondertekenen – al gebiedt de eerlijkheid om te zeggen dat sp.a en Groen! dat wellicht uiteindelijk wel zouden hebben gedaan, wat ook een eerbaar standpunt is*. Maar ik vind ook dat de gebreken uiteindelijk te groot waren : er zaten nog te veel gaten en losse eindjes in. Bovendien wordt een tekst zoals de nota in een onderhandeling van nature gemakkelijker afgezwakt dan versterkt. Wat hadden N-VA en CD&V moeten doen ? Zeggen dat ze akkoord waren, om vervolgens van de franstalige partijen te horen te krijgen wat er nog uit de nota moest ? Zo gek is De Wever gelukkig ook weer niet !

Ons land heeft een goed regeerakkoord nodig, over de staatshervorming. En over het sociaal-economisch beleid. Maar een akkoord is niet altijd ook goed; na de eerste opluchting bij het sluiten ervan volgt al snel de kater.

Daarom moet er snel én goed worden gewerkt. Die twee zijn even belangrijk. Nu de terechte vraag voor een snelle oplossing interpreteren als een signaal dat het wel wat minder goed mag zijn, helpt noch België, noch Vlaanderen, noch Wallonië, noch Brussel verder.

*In dat verband sluit ik me wél aan bij de kritiek die er de laatste dagen komt op bepaalde delen van de Vlaamsnationale achterban die er blijkbaar niet mee kunnen leven dat sommigen een andere mening hebben dan henzelf en dan maar systematisch in scheldproza vervallen. Uiteraard zijn ook andere politieke stromingen hier niet vies van, maar dat praat niets goed. Wie tegen de ideeën van De Wever is verdient even veel respect dan wie hem steunt. De vaststelling van professor De Grauwe dat hij zich ongestraft tegen iedereen mag keren (zijn eigen partijgenoten inbegrepen) maar dat kritiek op N-VA hem een pak haatmails oplevert is onaanvaardbaar – zelfs als hij wat zou overdrijven.

Voorgezeten

Voorgezeten

Vandaag eindigt 2010 en daarmee ook het Belgisch voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie – zoals dat officieel heet. Dat heeft een impact gehad op de politieke situatie in ons land : het gaf de zittende ministers iets om handen en maakte instabiliteit nog minder aantrekkelijk. Maar voor mij persoonlijk is het vooral het verhaal geworden van een jaar (voorbereiding inbegrepen) van intensief maar boeiend werk.

Met heel veel praktische beslommeringen, want op organisatorisch vlak lagen de ambities op het domein werkgelegenheid te hoog.

Gelukkig ook met enkele interessante inhoudelijke dossiers. Het hele verhaal van de nieuwe “Europe 2020”-strategie heeft vooral de media gehaald omdat het mee moet helpen om de euro overeind te houden, en dat is vanzelfsprekend essentieel. Maar voor ons was het in de eerste plaats zaak om vanuit “werkgelegenheid en sociale zaken” (ministers, Commissie, administraties, comités…) een plaats te krijgen in het nieuwe geheel, om te zorgen dat economisch beleid en werkgelegenheid elkaar wederzijds versterken. Ik heb aan het hele verhaal van de “governance” van de strategie een steentje kunnen bijdragen, en met name over het werk dat we hebben gedaan rond het analytische “Joint Assessment Framework” ben ik tevreden (ook al omdat het leuk is dat de naam en enkele basisideeën ervan op een Essense pc het levenslicht zagen).

Daarnaast heb ik veel geïnvesteerd in het dossier van de “groene banen”, dat uiteindelijk geleid heeft tot het rapport “Towards a greener labour market – The employment dimension of tackling environmental challenges” en van daaruit tot formele conclusies van de ministerraad. De lange termijnimpact van dat werk zal wellicht kleiner zijn dan het verhaal van “Europe 2020”, al gaat het onmiskenbaar om een belangrijk thema voor de toekomst. Daardoor was de vrijheidsgraad voor ons voorzitterschap ook groter, zodat we er nog meer een eigen invulling aan hebben kunnen geven. Een stuk van de prijs daarvoor was dat de eerste versie van grote delen van het rapport eveneens in Essen getikt is. In Brussel ging de tijd immers vaak op aan organisatorische kwesties en héél veel vergaderingen.

Uiteindelijk was het wat mij betreft een te druk jaar, waardoor vooral in Brussel maar ook in Essen ander werk is blijven liggen. Ik hoop dat 2011 me de tijd geeft om het goed te maken. Toch houd ik er een goed gevoel aan over : het was boeiend om de Europese machine van dichtbij te zien draaien en om hier en daar ook zelf een schakelaar te kunnen verzetten.

Nie wieder

Nie wieder

Vorige zomer heb ik in Keulen het Käthe Kollwitzmuseum bezocht. Hoewel het niet zo eenvoudig te vinden is, is het de moeite van een bezoek zeker waard. Ik kende de Duitse kunstenares van naam. En van één werk : het Trauerndendes Elternpaar dat in Vladslo bij het Duitse oorlogskerkhof staat, waar haar zoon Peter ligt. Als symbool voor al degenen die in de Groote Oorlog van 1914-1918 een geliefde verloren. Als teken van wanhoop, maar ook van verzet. Als een nog krachtiger “Nooit meer oorlog” dan de nochtans ook heel mooie inscriptie op de IJzertoren. Een Duits beeld bovendien, omdat na de oorlog er bondgenoten noch vijanden zijn. Enkel slachtoffers en verdriet.

Ik dacht eraan terug bij de gemeentelijke elf novemberherdenking gisteren. Het was de eerste keer dat ik daar naartoe ben gegaan. Het was een sobere plechtigheid, zoals dat hoort. Er kan wellicht wat aan gesleuteld worden, maar het past dat een democratisch gemeentebestuur er eens per jaar bij stilstaat dat die democratie niet zomaar vanzelfsprekend is, en dat de (soms harde, zoals Gaston terecht aanhaalde) woordenstrijd duizend maal te verkiezen is boven het wapengekletter.

Naschrift 25/4/2015 : Meer informatie over Käthe Kollwitz vindt u hier.

Derby

Derby

In de Lage Landen wordt sinds de verkiezingen van juni aan de vorming van twee regeringen gewerkt. Zowel Rutte I als Di Rupo I stonden vrijwel onmiddellijk in de sterren geschreven, maar beide staan nog niet op het spoor. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want de kiezer maakte het zowel in Noord als Zuid niet eenvoudig. Naast de twee genoemde heren boekte in beide landen ook een relatieve “outsider” stevige winst.

Natuurlijk zijn de verschillen tussen Wilders en De Wever erg groot : onze outsider is een verantwoordelijk politicus, die een partij leidt met een stevig kader. De andere is het enige lid van zijn partij die vooral doordrongen is van zijn persoonlijke fobie voor al wat van ver of nabij aan de islam refereert. Beide zijn wel intelligent en uitstekend in het debat. Gelukkig hebben ze niet dezelfde kapper.

In beide landen verloren bovendien de christen-democraten, in het verleden altijd goed om de mayonaise van een regering te doen “pakken”.

Bij de regeringsvorming vallen de verschillen op : in Nederland moet vooral gezocht worden naar een regering die de helft van de zetels heeft en toch nog enige ideologische samenhang vertoont. Dat laatste is in België een vrijwel gepasseerd station : het zit er gewoon niet in. En de helft van de zetels is niet genoeg : het moeten er meteen twee derde zijn. In Nederland wordt er gewoontegetrouw met een serietje informateurs gewerkt, onze koning bleek alweer inventief in het bedenken van een nieuwe titel : de preformateur.

Maar toch. Beide tradities zijn eigenlijk heel gelijklopend en zeer verschillend van bijvoorbeeld de Britse en de Franse, waar regeringen in enkele dagen worden gevormd. In Nederland gaat het debat over bezuinigingen en integratie (in die volgorde), bij ons over de staatshervorming en bezuinigingen (in déze volgorde). Naast reële kwesties spelen er ook symbooldossiers mee. En uiteindelijk wordt er in beide gevallen aan een soort gedoogconstructie gewerkt : de groenen die de 2/3 leveren zonder in de regering te stappen, Wilders die de meerderheid van VVD en CDA gedoogt.

De Nederlandse gedoogvariant is overigens wel interessant. Voor mij is ze “not done”, omdat je een regering niet laat afhangen van een racist, die naar mijn aanvoelen ook nog eens labiel is. Ik begrijp volkomen de kritiek bij de achterban van het CDA, en zou als ik van hen was ook niet toehappen. Maar als het doorgaat en redelijk werkt, kan het model op zich misschien ook over de grens school maken.

Beide regeringen zijn nog niet aan de finish, en het blijft me benieuwen waar er eerst een fotograaf mag aantreden : op de trappen van Laken of het bordes van Soestdijk. Het zou niet zo evident zijn om vandaag geld in te zetten op de ene of de andere. Als de huidige formatie van de rails loopt, zijn de gevolgen namelijk heel verschillend. In Nederland komt dan een middenkabinet van CDA, VVD en PvdA terug in beeld, of nieuwe verkiezingen. Bij ons gaapt dan de afgrond. En net dat verschil maakt dat het misschien deze keer net iets eenvoudiger is in de Wetstraat dan een het Binnenhof. Maar als het wel lukt in Den Haag, dan kan het natuurlijk snel gaan. Terwijl er hier toch meer op het menu staat.

Boeiend, dat wel…

Bij een 21e juli

Bij een 21e juli

Een aantal jaren geleden was ik in Auschwitz. Wie iets wil begrijpen van de 20e eeuw moet daar geweest zijn. Vooral in Birkenau overigens, het deel van het kamp dat er het meest verschrikkelijk uitziet en zo veel mogelijk is blijven liggen als in 1945. Op die plaatst hoopte ik dat ikzelf in staat zou zijn (geweest) om in soortgelijke omstandigheden de vlag op te nemen die het meest voor vrijheid zou (hebben ge)staan. Dáár, toen, in Polen mogelijk de rode vaan. Hier, toen, mogelijk de zwart-geel-rode tricolore of de witte vlag van de Witte Brigade.

Maar zeker kan je dat niet weten. In de jaren vóór de oorlog waren er meer dan voldoende redenen om niet de rode, niet de tricolore vlag op te nemen, maar de Leeuwenvlag. Voor het Vlaanderen dat na de Eerste Wereldoorlog van “hier ons bloed, wanneer ons recht ?” een ongelijke strijd voerde. Zou die strijd dan, ook voor mij, naar de potentiële eenpartijstaat van het VNV hebben geleid ? Met “the benefit of hindsight” natuurlijk een gemakkelijk te beantwoorden vraag. Maar voor wie toen leefde was het lang zo eenvoudig niet.

Ik heb veel over de Tweede Wereldoorlog gelezen. De Hitlerbiografie van Ian Kershaw is een must. In eigen land blijf ik “Leopold III – De Koning, het Land, de Oorlog” van Jan Velaers en Herman Van Goethem een standaardwerk vinden (zeker voor wie ook in de juridische kant van de koningskwestie geïnteresseerd is). En “Greep naar de macht” van Bruno De Wever vind ik ook onmisbaar.

Het is wel even geleden dat ik die boeken nog vast had, maar de conclusies eruit blijven. Genuanceerd, maar toch. Het staat voor mij vast dat velen in ruime kring rond het Nazisme van de Holocaust wisten, of minstens hadden moeten vermoeden dat Hitler voor de joden een zéér onbenijdenswaardig lot had voorbehouden. Het staat even goed vast dat het VNV een totalitaire partij was, die met behulp van Duitsland een staatsgreep wilde plegen. Die België zou vernietigen, maar ook Vlaanderen zou verknechten. Dat de Vlaams-nationalisten in het VNV vooral “misleid” waren, heb ik ooit geloofd, maar dat excuus vind ik nu iets té mooi uitkomen. Het staat voor mij bijvoorbeeld ook vast dat het Verzet het recht had om potentiële verklikkers neer te schieten, tijdens de oorlog. Het staat voor mij vast dat de collaboratie bestraft moest worden. Dat lidmaatschap van het VNV terecht een strafbaar feit bleek. Punt.

Ik heb dus heel veel respect voor wie toen heeft meegevochten tegen nazisme en fascisme, en voor hun symbolen, ook waar die in de politiek van vandaag de mijne niet zijn.

Anderzijds… Dat de rechtstaat België zich heeft laten misbruiken om onbehoorlijke straffen toe te dekken, om wraak mogelijk te maken, is een zware vergissing geweest – dezelfde potentiële verklikker die tijdens de oorlog legitiem werd vermoord was de dag ná de wapenstilstand natuurlijk volstrekt onschuldig tot zijn schuld bewezen zou zijn en mocht dus zelfs niet zomaar worden opgepakt.

Dat daarbij minstens de indruk is gewekt dat geprobeerd werd een politieke stroming, het Vlaams-nationalisme, óók in zover het niet aan de collaboratie had deelgenomen, onherstelbare schade toe te brengen, is niet aanvaardbaar voor een democratie.

Dat mensen die voor de maatschappij iets willen doen, ook ten goede, soms de keuze maken om lid te worden van de eenheidspartij die de macht heeft (of lijkt te krijgen), is begrijpelijk. Ik kan me voorstellen dat je in het China van vandaag lid wordt van de Communistische Partij. Dat is geen zwart/witbeslissing waar je vervolgens je hele leven op moet worden afgerekend, zoals gelukkig in het Centraal- en Oost-Europa van vandaag wordt aangetoond. Die nuance geldt dus ook voor het VNV. Dat in zijn rangen goede bestuurders telde die het beste voor hadden met de bevolking waarvoor ze verantwoordelijk waren.

Een beetje tot mijn verbazing steekt het amnestiedebat de voorbije weken opnieuw de kop op. Met een moedige interventie van Steve Stevaert. Waarbij terecht gesteld werd dat de misdaden van Nazi-Duitsland onvergelijkbaar zijn met de vergissingen die de Belgische Staat na de oorlog heeft gemaakt. Het historisch pardon dat Frans-Jos Verdoodt namens de Vlaamse Beweging hierover in 2000 op de IJzervlakte uitsprak was oprecht en zeer welkom, maar veegt niets uit van de Vlaamse mede-verantwoordelijkheid voor wat de mensheid tussen 1939 en 1945 door het Nazisme werd aangedaan.

Maar de lat lag hoger voor de democratische rechtstaat die België had moeten zijn. Ik heb me er ooit wellicht met minder nuance over uitgesproken, maar ten grond blijf ik vinden dat één of andere vorm van amnestie mogelijk moet zijn : de erkenning dat de Belgische Staat fouten heeft gemaakt in de nasleep van 1945, en daarom niet de straffen van toen, maar de gevolgen ervan vandaag uitwist. Daar hoort dan ook de erkenning bij dat sommigen die toen getracht hebben de kool en de geit te sparen, binnen het VNV maar ook binnen het Belgische establishment dat in navolging van koning Leopold III er lang van overtuigd was dat Duitsland de oorlog ging winnen (geen onredelijke aanname in 1940-1941), daar al bij al inderdaad ook in geslaagd zijn. En daarvoor eerherstel verdienen. Wat de straf niet uitwist, maar in perspectief plaatst.

Natuurlijk is dit, 65 jaar na dato, geen politieke prioriteit. Maar nu het debat dan toch is geopend, hoop ik dat het op een redelijke manier kan gevoerd worden. Net omdat die rede in Auschwitz en elders het Europa van 1939-1945 ontbrak.

Dit was een erg moeilijk stuk om te schrijven. Het heeft lang in mijn hoofd gespeeld, maar is zeker niet perfect. Er zouden nog meer nuances in moeten zitten, ik had de boeken die ik heb opgesomd moeten herlezen. En dan nog. Maar als spreken zilver is en zwijgen goud, dan ga ik soms voor de heldere glans van zilver.

De historische historicus

De historische historicus

Bart De Wever heeft het onmogelijke verwezenlijkt. Ik denk niet dat ooit iemand in ons land een verkiezingsoverwinning van deze omvang heeft geboekt. Als ooit het woord aardverschuiving gepast is geweest, dan wel vandaag. “Historisch” is vandaag zelfs een eufemisme.

Ik ben gelukkig met zijn overwinning, met de nauwelijks te bevatten zege van N-VA. Ik ben politiek opgegroeid in het democratische Vlaams-nationalisme. Ik reken me nog steeds bij die stroming. De partijpolitieke wegen zijn in 2001 uit elkaar gegaan, maar wat mij betreft is het familiegevoel altijd gebleven. Vorig jaar werd de N-VA de onbetwiste erfgenaam van de Volksunie én trok het de schaamlap die de Vlaamse Leeuw voor het extreem-rechtse VB was definitief weg. Dit jaar dit jaar wordt veel meer verwezenlijkt : Bart De Wever maakt van het democratische Vlaams-nationalisme de sterkste politieke kracht in Vlaanderen. N-VA wordt de grootste partij. Met voorsprong bovendien : de Senaatsuitslag die nu op mijn tv-scherm staat maakt N-VA twee keer zo groot als de volgende partij.

Daarbij passen alleen felicitaties. En bewondering. Ik herinner me opnieuw een gezamenlijke treinrit in 2001 waarin twee nog jonge arrondissementele bestuursleden van de VU de zwanenzang van de partij bespraken. De analyses liepen niet zo ver uit elkaar. De wegen nadien wel, niet alleen partijpolitiek natuurlijk. Maar ik bewonder zijn politieke talent en zijn compromisloze stijl. Een overwinningsspeech die nog jaren woord voor woord zal worden nagespeld beginnen in het Latijn… Schitterend.

Ik gun het hem van harte. En vooral ook de militanten van zijn partij, de mensen die ook in moeilijke momenten zoals de verkiezingen van 2003 waarbij de kiesdrempel ternauwernood alleen in West-Vlaanderen werd gehaald in hun partij zijn blijven geloven.

Het doet me ook veel plezier dat de Vlaamse kiezer zich eindelijk ontvoogd heeft getoond, en dat de mening in het stemhokje nu wellicht definitief de plaats overneemt van de gewoonte.

Zelf wenste ik drie partijen een sterk resultaat toe : N-VA, Open Vld en Groen! Bij Open Vld heeft Alexander De Croo wellicht meer tijd nodig om het roer om te gooien, en deelname aan de afsluitende regering wordt natuurlijk ook terecht niet beloond. Groen! lijkt het behoorlijk te doen, en ik hoop dat Geert Lamberts Senaatszetel behouden blijft.

Bij de verliezers staan het VB en LDD. De Wever heeft hun kiezers overtuigd om deze keer een nuttige stem uit te brengen. Maar de grote verliezer is CD&V. Ze lijden de grootste nederlaag ooit, en proberen het nu wat goed te praten door te zeggen dat alle regeringspartijen in alle Europese landen slecht scoren. Flauw, want dat is natuurlijk geen excuus. En het klopt ook niet, want uitgerekend de PS bewijst vandaag het tegendeel.

Door een kartel te sluiten met N-VA heeft CD&V de eigen kiezers overtuigd dat die partij even aanvaardbaar is als zijzelf. Door vervolgens à la Leterme te besturen hebben ze de kiezers naar N-VA geduwd. Zelfs hun meest traditionele wingewesten kozen nu massaal voor N-VA. Ik neem hier de Senaatsuitslag in het kanton Brecht over. Die is eigenlijk nauwelijks te bevatten.

Ook in Vlaanderen stelt zich nu de vraag die ik over Nederland de voorbije dagen hier neerschreef : is er nog nood aan een christen-democratische partij in de 21e eeuw ?

Welke meerderheid nu maken ? Volgens mij is de eenvoudigste coalitie N-VA / PS / sp.a / Ecolo / Groen! Zeg maar de Olijfboom/Vlaamse Eik. Ook paars-geel is een mogelijkheid en zou sociaal-economisch wellicht verstandiger zijn. CD&V opnieuw opvissen zou ik aberrant vinden.

Stem niet op mij (bis) !

Stem niet op mij (bis) !

Vorig jaar vroeg ik om niet op mij te stemmen, zoals bekend met veel succes. Wie toen op mijn site aangaf die raad te zullen opvolgen, kreeg een lijstje van kandidaten op andere lijsten waarvan ik vond dat ze wel een stem verdienen. Deze keer is het nog eenvoudiger, want er kán zelfs niet op mij gestemd worden. Maar op wie dan wel ? Als iedereen stemadviezen geeft, dan mag ik dat natuurlijk ook !

Bij N-VA kan je op de Senaatslijst uiteraard niet voorbij aan Bart De Wever, die op dit moment terecht als Vlaanderens meest geloofwaardige politicus wordt aanzien. En die zichzelf wellicht ook met 800.000 stemmen kan blijven relativeren. Ook de specialisten Louis Ide (3) en Danny Pieters (5) verdienen een stem. Op de Kamerlijst zou ik voor Sophie De Wit (2), Kalmthoutenaar Jan Van Esbroeck (6) en Erik Broeckx (10) gaan.

Bij Open Vld is Alexander De Croo erin geslaagd om zijn voornaam te maken. Ik vertrouw erop dat met hem zijn partij niet meer in een regering stapt om niets te doen. Nog op de Senaatslijst staan Fons Borginon (6) en Pinar Akbas (16). Borginon blijft voor mij een politiek voorbeeld, en Akbas trok vorig jaar met flair de SLP-lijst in Limburg. De Kamerlijst wordt getrokken door Annemie Turtelboom, en ik geloof dat die meer in haar mars heeft dan er op het ondankbare binnenlandse zaken is uitgekomen. Ze verdient een herkansing, op een sociaal-economisch departement. Willem-Frederik Schiltz (3) is ook een degelijk politicus.

Op de Groen!-Senaatslijst staat Geert Lambert op 2, en die moet wat mij betreft in het parlement blijven. Arfan Saber (6) is een andere sympathieke oud-SLP’er en Lucas Vander Taelen (23) verdient waardering voor het durven ingaan tegen linkse heilige huisjes. Op de Kamerlijst staat Inge Hermans die vorig jaar onze SLP-lijst trok op 4. Maarten Vergauwen op plaats 20 en zeker 1e opvolger Joris Giebens verdienen ook een goed resultaat.

De sp.a zoals die zich vandaag opstelt is niet meteen de partij waarvoor ik zou kiezen, maar Frank Vandenbroucke (lijstduwer Senaat) blijft natuurlijk degene die al bij al het best weet waar dit land naartoe moet. Op de Kamerlijst staat Patrick Janssens (2) die ik zeer waardeer, maar die zou eigenlijk helemaal niet in een parlement moeten zitten. Dus stel ik Inga Verhaert (5) voor, die beter op haar plaats lijkt in een parlement dan in de Deputatie.

CD&V gaat ook mijn stem niet krijgen, maar Jef Van Den Bergh (4) is een degelijk parlementslid en ook voor Lijn 12 lijkt het me belangrijk dat hij in de Kamer blijft. Ook Nahima Lanjri (3) vind ik een sterk parlementslid. Gaston Van Tichelt is 9e opvolger, en dat is uiteraard volstrekt onverkiesbaar. Jammer, want ik denk dat hij het eigenlijk niet slecht zou doen in de Kamer – al is het natuurlijk niet te combineren met het burgemeesterschap.

Andere partijen komen wat mij betreft niet in aanmerking.