Van VU tot vandaag : de Volksunie

Eind jaren 1990 heb ik mij aangesloten bij de Volksunie. Omdat ik in politiek geïnteresseerd was, omdat ik Dirk Smout kende. Natuurlijk ook omdat de partij mij aansprak : kleinschalig, onverzuild, Vlaamsgezind. Maar ook met mensen die duidelijk stonden voor milieubewustzijn, voor een progressief maatschappijbeeld, voor een economisch centrum-links beleid, al is zeker dat laatste nooit helemaal uit de verf gekomen. Een partij ook die soms vreemde sprongen maakte, verkiezingen verloor en zichzelf al eens in vraag stelde. Maar mijn belangstelling was in de eerste plaats lokaal, en daar bood de VU alle ruimte om eigen inzichten te ontwikkelen en ze ook rechtstreeks of onrechtstreeks mee op de agenda te plaatsen.

In 1992 werd Bert Anciaux voorzitter van de VU. Hij gaf de partij opnieuw een duidelijk profiel en koos daarbij de richting die altijd latent aanwezig was geweest : een Vlaamse, progressieve partij met een links-liberale tendens (al mocht dat toen zeker niet zo worden genoemd). Maar hoeveel schitterende congressen er ook werden gehouden, verschillende parlementsleden droegen die ideeën onvoldoende uit. De VU haalde ook alleen het nieuws met “communautaire” standpunten, en voor een aantal mensen was dat ook ruim voldoende : het “maatschappelijk programma” (alsof niet elk programma maatschappelijk is) werd erbij genomen, dat was toch secundair. Ook wie er op dat vlak andere ideeën op nahield, kon zo in de VU actief blijven. Al bij al geen slecht compromis, al was het niet altijd zo gemakkelijk om het verkocht te krijgen aan de kiezer. En toch : 8 à 10% van de Vlaamse kiezer koos steevast VU. Achteraf gezien veel meer dan het toen soms leek. Maar laat ik vooral niet proberen om de partijgeschiedenis te schrijven of een grondige analyse te maken – ik wil alleen even mijn perceptie meegeven.

Terug naar Essen. In 1994 behield de VU haar twee zetels in de gemeenteraad en kregen we de kans om met de toenmalige CVP (nu CD&V) een coalitie aan te gaan. Ze hadden ons niet echt nodig, al waren hun 12 zetels op 23 wel erg krap. Maar we konden een goed akkoord afsluiten, Fons Tobback kreeg interessante bevoegdheden en de samenwerking was correct – al moesten we in het begin wel enkele keren duidelijk maken dat we ons niet zomaar met een kluitje in het riet lieten sturen. Het was nog even wennen, voor iedereen. De toenmalige VU-afdelingsvoorzitter Paul De Corte koos voor een OCMW-mandaat en ik kreeg, als 22-jarige, de voorzittershamer van een meerderheidspartij in handen. We slaagden erin door “vriend en vijand” ernstig te worden genomen en onze eigen accenten te leggen. Al had het natuurlijk altijd wat meer mogen zijn en zouden we sommige zaken achteraf gezien beter anders hebben aangepakt. Het onvermijdelijke leergeld hebben wij ook betaald. Maar ik ben nog steeds trots op wat we in de legislatuur 1994-2000 mee hebben verwezenlijkt. Dankzij een zeer gesmeerd lopende samenwerking tussen Fons, Dirk, Paul en mijzelf. Onze ideeën lagen en liggen zeer dicht bij elkaar, ook strategisch denken we vaak hetzelfde, zodat we soms zelfs zonder het te moeten vragen elkaars standpunten en gevoeligheden kenden en zo de grote maar logge CVP te vlug af konden zijn

Ondertussen werd ik ook wat meer actief in de andere bestuurslagen van de VU. Als afdelingsvoorzitter ging ik naar de arrondissementsraden en ik werd ook de webmaster van de arrondissementele site. Boeiend, al vond ik dat de zuurtegraad regelmatig erg hoog lag. Het “verraad aan Vlaanderen” was nooit veraf en voor sommigen leek elk standpunt, elke actie op een niet-communautair thema overbodig. Maar het overzicht uit eerste hand dat de parlementsleden van de politieke toestand gaven maakte veel goed. Antwerpen beschikte overigens over een schitterend parlementair trio, met Fons Borginon (nu Open Vld), Herman Lauwers (nu SLP) en Bart Staes (nu Groen!). Zo kwam ik in 2000 ook in de nationale Partijraad en zo ook in het arrondissementeel bestuur terecht. Waar de discussies in elk geval veel meer niveau hadden. Ik kwam op de eerste (toeschouwers)rij terecht. Maar de wedstrijd bleek… het eindspel. Enige tijd voordien had voorzitter Bert Anciaux namelijk loopbaanonderbreking genomen om de beweging ID21 op te richten. Een uitstekend idee. Vond ik toen. Het progressieve, links-liberale ideeëngoed dat binnen de VU leefde werd daar gepaard aan een minder scherp communautair profiel. Alleen werden niet echt de mensen gevonden om dat te vertalen, al zat er in Vincent Van Quickenborne (nu Open Vld) onmiskenbaar veel talent, dat echter nog gestroomlijnd moest worden. De hele operatie, en ook de mensen die eraan gekoppeld werden, lokten binnen de VU de nodige weerstand uit. Vervangend voorzitter Patrik Vankrunkelsven (nu Open Vld) probeerde het geheel samen te houden en slaagde daar op het niveau van het kader ook grotendeels in. De VU&ID-alliantie kwam tot stand, zorgde voor het eerst in jaren voor een kleine verkiezingsoverwinning (de enige die ik met de VU ooit heb meegemaakt) en stapte in de paars-groene Vlaamse regering. Niet in de federale, al lag daar wel de sleutel voor enkele communautaire akkoorden. Een vergissing, al leek ze toen niet onlogisch…

Maar de partij had ondertussen besloten om de voorzitter voortaan rechtstreeks te verkiezen. Zeer democratisch, maar in dit geval ook het begin van het einde. De VU was een rebelse partij waar niet iedereen zomaar klaarstond om te doen wat de top wenste. ID21 lag velen op de maag en enkele kleine communautaire akkoorden werden niet als 100% gunstig voor Vlaanderen aangevoeld. Dat is overigens het lot van elk dergelijk akkoord. Het is een evidentie voor wie ervoor kiest om via de democratische weg hervormingen door te voeren. Zoals Bart De Wever (nu N-VA) het nu –maar toen wellicht niet– terecht stelt : “Van verraad tot verraad gaan we naar de Vlaamse staat”. Geert Bourgeois (nu N-VA) maakte van de begrijpelijke gevoelens van malaise en verwarring bij de basis gebruik om zich naast Vankrunkelsven als kandidaat-voorzitter van de VU op te werpen. Dat was zijn volste recht, en hij haalde het. Nipt, maar dat doet er natuurlijk niet toe. Velen, waaronder ik, waren en zijn ervan overtuigd dat de VU&ID-kiezer voor Vankrunkelsven zou hebben gekozen; een verouderend ledenbestand en de uitgesproken mening van partijleden (fenomenen die ook nu nog in alle partijen spelen) maakten het verschil.

De eerste VU-Partijraad waar ik naartoe ging, werd de uitslag bekendgemaakt. De rust in de partij keerde nooit weer. VU&ID werd een ongemakkelijk huwelijk, maar de partij ging wel zó naar de gemeenteraadsverkiezingen. Die liepen over het algemeen niet zo goed af, met de ene zetel in Antwerpen als dieptepunt.

In Essen hielden we stand, ondanks de deelname aan de meerderheidscoalitie. Vooral dankzij een sterke lijst, een goed programma en een bescheiden maar volgens mij toch geslaagde campagne. Ik had persoonlijk natuurlijk op een derde zetel gehoopt en was daar ook graag op gaan zitten. Maar echt verwacht had ik het niet. De CVP verloor, had aan twee zetels niet genoeg om een meerderheid te bereiken en sloot een “verstandshuwelijk” met de VLD. Al kwam het verstand van één kant : de VLD ondertekende het CVP-programma en nam vrede met twee schepenambten met disproportioneel weinig bevoegdheden. Wij gingen in de oppositie, waar we ons overigens al snel als een vis in het water voelden en op heel wat terreinen ook het initiatief namen. In goede samenwerking met de SP (nu sp.a) en Agalev (nu Groen!) trouwens. Mij ligt en lag het even goed, dat oppositie voeren. Je kan zowel vanuit de meerderheid als vanop de banken aan de overkant iets bereiken, maar de strategie is wel verschillend. Bovendien laat de oppositie je wat meer speelruimte, maar natuurlijk minder beslissingsmacht. In een democratie moet je bereid zijn beide essentiële rollen te vervullen, anders doe je beter niet mee aan verkiezingen.

Met de VU ging het van kwaad naar erger. Amper enkele maanden na de gemeenteraadsverkiezingen kwam het tot een hoogoplopend conflict rond –alweer– een communautaire kwestie, het zogenaamde Lambermontakkoord. Het meningsverschil over de te volgen strategie, dat altijd had bestaan, viel samen met een inhoudelijk verschil over de maatschappelijke invulling van het programma : de klassieke licht-progressieve lijn die de partijtop sinds vele jaren aanhield werd door de nieuwe voorzitter zachtjes omgebogen in een meer conservatieve richting, en dat zorgde voor wrijvingen. Maar dat soort problemen had de partij al meer overwonnen en dat zou ook nu gelukt zijn. Als er ook geen personenconflict mee gemoeid zou zijn geweest, dat bovendien samenviel met de twee andere breuklijnen. In die sfeer werd Fons Borginon interim-voorzitter. Herhaalde partijraden beslisten dat het nooit tot een splitsing mocht komen. Tot in juni 2001 werd beslist om dat nu net wel te doen. In die omstandigheden was het absoluut onvermijdelijk geworden. Maar de partijbasis wilde het niet.

Er kwam een ledenreferendum, waarbij ik koos voor het project van de “Toekomstgroep”. Niet kiezen was als partijraadslid niet echt een optie, de groep “Niet Splitsen” stond voor een onmogelijke opgave en “Vlaams-Nationaal” van Geert Bourgeois lag me inhoudelijk en strategisch niet. Tussen haakjes : als de keuze toen zou zijn gegaan tussen “Niet Splitsen”, “Kartel met sp.a” en “Kartel met CD&V” dan was Johan Sauwens (nu zelf CD&V!) nu nog steeds VU-voorzitter ! Hoewel ik een keuze maakte en die sindsdien trouw ben gebleven, heb ik altijd veel begrip en respect gehad voor wie een andere keuze heeft gemaakt. Ik zie heel de splitsing van de VU ook grotendeels door het perspectief van de leden van de toenmalige Toekomstgroep (wat meteen een oordeel over de “schuldigen” inhoudt), maar ik zie ook wel in dat er voor anderen een andere waarheid is en dat de uiteindelijke waarheid iets voor de historici wordt – en wellicht in het midden zal liggen.

Lokaal vond ik het mijn opdracht en prioriteit als voorzitter om de groep samen te houden. We hadden geen meningsverschillen over de Essense politiek, geen andere strategie en konden het ook persoonlijk nog steeds erg goed met elkaar vinden. Splitsen leek me gewoon geen optie, ook al omdat we daarmee de Essense oppositie sterk zouden hebben geschaad. Niet voor niets had ik het ook tijdens de splitsingsmaanden (mei – oktober 2001) essentieel gevonden om de partij in Essen operationeel te houden. De standpunten en persberichten van toen getuigen daarvan.

“Vlaams-Nationaal” won het referendum. “Niet Splitsen” eindigde tweede, de “Toekomstgroep”, die wel het meeste parlementsleden en de ministers Anciaux en Van Grembergen (nu VlaamsProgressieven) aantrok, kreeg de rode lantaarn (no pun intented…). Het stond in de sterren geschreven dat de groep die zich het meest “Vlaams” profileerde zou winnen; bovendien schonk de Toekomstgroep onvoldoende klare wijn over ID21 en over het eventueel aangaan van een kartel met een andere partij (welke ?). Dat zou hen –ons– nog parten spelen.

Het vervolg buiten Essen… richting SLP Het vervolg in Essen… richting N-VA/PLE

 

 
f Webwoning
Ingang
Waarom deze site ?
Mijn Facebookprofiel
 
f Eerder gepost
Essen (algemeen)
Politiek (Essen)
Politiek (algemeen)
Politiek (buitenland)
Buitenland (algemeen)
Sport
Religie
Televisie
Treinergernissen
 
f Politieke activiteiten
Waar ben ik mee bezig :
zie de N-VA/PLE Nieuwflits
Onze voorstellen
Mijn verhaal :
Van VU tot vandaag
Van OCMW naar gemeenteraad
Politiek CV
Verkiezingssite 7/6/2009
 
f Andere activiteiten
Professioneel
Andere
Mijn roots : het jeugdwerk
 
f Sites : mijn ontwerp
N-VA/PLE
Essen in Beeld
Stichting Heidebloempje
KSJ Essen
WOLK
Lijn 12
Teken voor Serafien
Ronde van Essen

NIET MEER ACTIEF :
Essen in de Zak ?
Het Nieuwe Heuvelplein
't Essens Spoor
Sportvloer NU ?