Election blues
Gisteren OCMW-raad. De eerste formele politieke bijeenkomst na de verkiezingen. Waarbij het napraten over de stembusresultaten voor één keer belangrijker was dan de eigenlijke agenda. Het confronteert je er ook mee hoe hard politiek kan zijn. Ook in het OCMW zitten goede mandatarissen die hun taak met veel inzet vervullen en nu misschien niet terugkomen omdat de resultaten van hun partij of van henzelf tegenvallen. Verkiezingen zijn een “zero sum game” : de winst van de ene is het verlies van de andere. Hoe goed je ook samenwerkt, de te verdelen taart blijft altijd even groot. Als winnaar heb je dus ook een beetje mee schuld aan het verlies van wie niet wint.
Als er iets is wat ik aan deze uitslag betreur, dan is het natuurlijk niet het feit dat de CD&V/VLD-meerderheid vier zetels moet inleveren en wordt gebroken. Maar de verdeling van dat verlies binnen die meerderheid had ik toch liever anders gezien : tussen de twee coalitiepartners en ook binnen de meerderheidspartijen. Hopelijk denkt vooral CD&V verstandig na over de vraag hoe ze met het (relatieve) verlies omgaan en gooien ze geen kinderen met het badwater weg. Ik hoop vooral dat alle partijen samen zorgen voor een bekwame en slagkrachtige OCMW-raad. En dat de sp.a niet in de verleiding trapt van de verspreiding van de sociale bevoegdheden, maar ervoor kiest om ze allemaal bij het OCMW onder te brengen. De portefeuille van sociale zaken bij het gemeentebestuur is nu al bijna een lege doos. Liever dan ze krampachtig te willen opvullen, wordt de doos beter verhuisd naar het Kerkeneind. Daar kan ze veel meer betekenen dan in het gemeentehuis.
Essen heeft een (krappe) nieuwe meerderheid : CD&V (9) en sp.a (4) hebben net genoeg zetels om de komende jaren onze gemeente te besturen. Mehrheit ist Mehrheit, dus is dat hun goede recht. Al had ik liever gezien dat CD&V het duidelijke signaal van de kiezer zou hebben gerespecteerd en een ernstig gesprek met ons zou zijn aangegaan. Niet omdat we nu eenmaal zo graag “erbij willen zijn”, want daar gaat politiek niet om. Wel om op die manier een echt antwoord te kunnen geven op de vragen van de Essense kiezer.
Ik ben verkozen ! 332 Essenaren volgden mijn raad uit het vorige berichtje op en stemden voor mij. Waarvoor ik hen bij deze ongelooflijk wil bedanken. En hen meteen wil verzekeren dat ik dat vertrouwen ook wil waarmaken.
Ik ben een kwisvraag geworden ! Voor een regelmatig kwisser toch wel grappig, eigenlijk. Gisteren deed ik met ons oud-leidingsploegje (WOLK) mee aan de kwis van de Parochiefeesten. Al de tweede week op rij dat ik mijn vaste ploegmaten van ESAK in de steek laat. Niet erg, ook zonder mij halen ze ereplaatsen. In de fotoronde doken ook de foto’s van enkele lokale verkiezinskandidaten op. En ik stond erbij. Ik moet wel bekennen dat ik enkele van de andere afgedrukte kandidaten niet eens herkende. Dat zou eigenlijk niet mogen : ik heb veel waardering (“respect”, als het woord niet zou zijn gekaapt) voor al wie op een lijst staat. Hou klein of groot ook, het is toch een engagement voor onze gemeente. Dus beloof ik dat ik de foto’s en de namen alsnog zal instuderen. Al was het maar om kwisredenen.
Het ACV hield vandaag een pamflettenactie in onze gemeente, om te protesteren tegen het personeelsbeleid. Het gaat hen met name om de zaak van de ontslagen poetsdames (waarbij ze hun pijlen terecht niet op het OCMW richten), maar de kritiek is ook breder : “Vanuit de ACV dienstverlening komen er allerlei geluiden over hoe men bij het gemeentebestuur van Essen omspringt met het personeel. Regelmatig merkt het ACV dat er in het Essense personeelsbeleid dingen gebeuren die volgens de arbeidswetgeving niet kunnen. Deze mensen kloppen dan bij het ACV aan zodat die telkens weer de gemeente op haar verplichtingen moeten wijzen. (…) Het ACV vraagt zich af wat het voordeel van de gemeente is om op die manier met de mensen om te gaan ?”
De laatste rechte lijn naar 8 oktober. Tom B.(oonen) zou ons kunnen vertellen dat er daarin nog heel wat kan gebeuren. We kunnen alleen maar proberen een geslaagde campagne in schoonheid af te ronden en hopen dat we niet op één of andere manier tegen de nadars gekwakt worden.
Ik ben een crimineel. Ik heb het altijd al gedacht, maar nu staat het officieel vast. Het ACW heeft het immers gezegd. En op papier gezet.
Gisterenavond verliet ik pas laat de FOD Werkgelegenheid, omwille van een avondvergadering. Het hele korte stukje tussen de uitgang van het gebouw en de ingang van het station biedt ook ruimte aan wachtende taxi’s. Die, en ook het verlichte Victor Hortaplein en het stationsgebouw roepen de sfeer op van een stad in avondlicht – na de spits. De mensen lijken minder gehaast en moeten niet allemaal zonodig ergens heen. Wachten op een late trein is minder erg – de stap van vroeg thuis naar laat thuis is veel groter dan die van “laat” naar “later”. Brussel-Zuid is bovendien een erg internationaal en kosmopolitisch station : de Thalys en de Eurostar maken dat er zelfs een beetje een luchthavensfeer hangt. Ik vind het een aangenaam station om ’s morgens aan te komen en ’s avonds te vertrekken. Er hangt altijd een beetje een reizen en vakanties in de lucht. Veel meer dan in het pendelstation Brussel-Centraal alleszins (dat is dan ook van het allerlelijkste dat ons land te bieden heeft).
Vandaag verschijnt mijn folder in de brievenbus. De evolutie van het politieke landschap de voorbije jaren heeft gemaakt dat ik daar de middelen voor kon vinden, en dus heb ik er gebruik van gemaakt.
Als ik binnen een jaartje of zo aan de campagne 2006 terugdenk, dan zal het aan deze dag zijn, vermoed ik. Onze laatste