Archief van
Categorie: Essen politiek

A man needs a plan

A man needs a plan

Uitvoerende mandatarissen (schepenen, burgemeesters, ministers…) hebben een moeilijke verhouding met beleidsplannen. Die plannen zijn in de eerste plaats leuk om te maken. Je kan er allerlei mensen en groepen bij betrekken, zelfs de oppositie. Zo geef je de indruk van een open beleid te voeren. Als het plan af is, kan je ermee uitpakken. De goede ideeën van een ander worden die van jou, je eigen minder goede ideeën raken in het plan verborgen. Je pakt bovendien niet zomaar met losse flodders uit, maar met een heus PLAN. Je bewijst dus dat je niet zomaar in het wilde weg beleid voert, maar dat er perspectief achter zit. Het plan maakt indruk, en met wat geluk is het zo dik dat niemand het ook écht gaat lezen en de zwakke punten opsporen. Je kan het dus verkopen zoals je wil. Plannen maken, heerlijk.

Een beleidsplan hebben is ook een grote luxe. Je kan neen zeggen op voorstellen waar je eigenlijk moeilijk omheen kan, want ze “passen niet in het plan”. Je kan de oppositie verwijten zomaar wat losse ideetjes aan te brengen, gewoon omdat ze niet in jouw plan staan. Als iemand toch een goed idee aanbrengt, voeg je ze bij de eerstvolgende gelegenheid toe aan het plan. Dat heet dan niet “draaien met de wind” maar bijsturen of aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden. Bovendien heb je met een plan een pasklaar antwoord op alle vragen naar waarom iets nog niet is gebeurd : in de timing van het plan is dat pas later voorzien. En lukt het je niet om de datum uit het plan te halen, dan kan je eenvoudig zeggen dat de uitvoering van dit onderdeel wat vertraging heeft, maar dat het plan als geheel op schema zit. Een schepen zonder beleidsplan is geen schepen.

Er zit nochtans wel een vervelende kant aan. Beleidsplannen uitvoeren is namelijk niet leuk. Omdat je iedereen hebt geraadpleegd, met een stuurgroep hebt gewerkt of adviezen hebt ingewonnen, sluipen er allerlei zaken in die zeer zinvol zijn, perfect in een visie passen en bijdragen aan een coherent plan. Maar daarbij zitten maatregelen die je zelf niet zo ziet zitten, andere die niet zichtbaar zijn voor het publiek maar wel veel werk vragen, maatregelen die iets veranderen en daarom niet geliefd zijn bij je achterban of je ambtenaren… Ze slorpen geld op dat je niet voor iets anders kan gebruiken, en het past allemaal niet een aanpak van dag tot dag, op basis van je eigen ingevingen of van bierkaartjes die je in je handen krijgt gestopt. In elk geval kan je er niet mee scoren : dat heb je al gedaan, bij het aankondigen van het plan. Dat je je plan uitvoert, heeft bijzonder weinig nieuwswaarde. Plannen uitvoeren, no fun.

Gelukkig is het redelijk gemakkelijk om beleidsplannen niet uit te voeren. Degenen die het plan niet gelezen hebben, gaan je niet op je vingers kijken. Drukt iemand je toch met je neus in je eigen plan, dan zijn er nog verschillende ontsnappingscenario’s. Je kan zeggen dat je het plan op zich wel uitvoert, maar dat ene onderdeel omwille van gewijzigde omstandigheden niet. En je kan aanhalen dat het plan het helemaal anders heeft bedoeld dan je vraagsteller beweert. Plannen worden nooit in juridisch sluitende taal opgesteld, dus kan je ze altijd nog wat interpreteren. Zelfs als de vraagsteller de paragraaf heeft geschreven en zegt hoe het eigenlijk bedoeld was, is dat niet erg : het is jouw plan, niet dat van die ander. Hoe sterk die er ook bij betrokken was. Bovendien ontsntapt het niet-uitvoeren van plannen vaak tussen de mazen van het net : het zit verstopt in de begroting, of zelfs in nog grotere plannen. Zodat de media-aandacht ervoor meestal niet groot is. Gek genoeg komt het ook nooit sympathiek over als de oppositie of andere benadeelden erop wijzen dat een plan niet wordt uitgevoerd. Ze moeten al blij zijn dat er een plan is, en ze zouden zich beter wat positiever opstellen. En de burger vindt het veel erger dat je als schepen of minister een iets te hoge restaurantrekening hebt, dan dat je je eigen beleidsplannen saboteert.

Zo kom je tot situaties zoals de Essense gemeenteraad van deze week, waar in één en dezelfde vergadering manifest de voeten wordt geveegd aan twee beleidsplannen, en waar tegelijk de raadsleden het verwijt krijgen allerlei voorstellen te doen die niet in de plannen passen. Als oppositielid kan je bij zoveel tegenstrijdigheid alleen wanhopig worden, maar de wereld draait desondanks gewoon door.

Er zou een god moeten zijn die elke bewuste weigering om het beleidsplan dat je zelf hebt opgesteld ook in de praktijk te brengen onmiddellijk gruwelijk bestraft. Maar die is er niet. Omwille van goed bestuur ben je ook als oppositielid bovendien helemaal vóór het opmaken van beleidsplannen. Hoe meer, hoe liever. En volgende keer zit je dus toch weer in de stuurgroep van een plan, als de meerderheid dat vraagt, want niet meedoen betekent dat je niet constructief wil meewerken. Wel meedoen houdt dan weer in dat je het (non-)beleid van de schepen legitimeert, dat jouw goede ideeën die van hem worden en dat de concessies die je los krijgt achteraf feestelijk worden genegeerd.

Leve het beleidsplan…

Ik heb een steen verlegd in een riool op aarde…

Ik heb een steen verlegd in een riool op aarde…

Het schepencollege van een Vlaamse gemeente agendeert op de raad de instap in een samenwerkingsverband waarbij de volledige verantwoordelijkheid voor een nutsvoorziening wordt ingebracht. Het agendapunt wordt verdaagd, en drie weken later keurt dezelfde raad een voorstel van de oppositie goed om in te stappen in een ánder samenwerkingsverband. De overdracht heeft een geschatte waarde van 5 miljoen EUR, terwijl ook een jaarlijkse inkomst van ongeveer 500.000 EUR aan het samenwerkingsverband wordt overgedragen.

Niet het soort bedragen waar men de oppositie over laat beslissen, dus moet dit politieke fictie zijn. Maar neen, dit is gewoon wat gisteren op de Essense gemeenteraad gebeurde. Ons voorstel om in te stappen in Infrax werd goedgekeurd. Het gaf me een vreemd gevoel om dat toe te lichten in de wetenschap dat het unaniem ging worden aanvaard, nadat Dirk Konings vorige maand in de commissie milieu en ook de dagen nadien in nota’s met veel vuur de keuze voor Ri-Ant had verdedigd. Het moet voor Dirk ook wel bizar zijn geweest een amendement op ons voorstel naar voren te brengen, om mij dan (grootmoedig) te horen zeggen dat we dat wel konden aanvaarden. Waarna de voorzitter zonder stemming de goedkeuring noteerde.

Ik had mijn voorbereiding van vorige maand bij, waar allerlei ingenieuze weerleggingen van tegenargumenten op stonden. Maar die had ik gewoon niet nodig. Het openbaar debat over onze rioleringspartner is beperkt gebleven tot een kort vuurwerk in de commissie, met een heel select gezelschap. Een beetje jammer, al zal het in de coulissen (vooral bij de meerderheid) ook nog wel flink geknetterd hebben.

Maar het belangrijkste is natuurlijk dat de juiste beslissing is genomen. Daartoe diende ons voorstel, en het is goedgekeurd. Ik ben er best trots op, al deel ik de eer graag met Philip. En met Frans Schrauwen. “Bien étonnés de se retrouver ensemble”, zeggen onze zuiderburen dan. Of toch niet, want bij dit soort keuzes heeft Frans altijd aan de juiste kant gestaan.

Ondertussen daag ik mijn oppositiecollega’s aller gemeenten uit om iets soortgelijks voor elkaar te krijgen…

Open riool

Open riool

Na de gemeenteraad van augustus had ik het hier over een ontluikende vorm van dualisme, waar de gemeenteraad méér is dan de notaris die uitvoert wat in het schepencollege beslist is. Ik schreef erbij dat één zwaluw de lente niet maakt, en erg lang heb ik niet moeten wachten om daarin bevestigd te worden. Als de gemeeenteraad vorige week dinsdag echt had mogen beslissen over de keuze van een partner voor de riolering, dan zou Essen nu al in zee zijn gegaan met Infrax. Het verhaal staat in onze Nieuwsflits : ik maak me sterk dat er minstens 15 stemmen voor Infrax zouden zijn geweest, als er gestemd was.

Dat dat niet is gebeurd, is op zich al jammer : Infrax was de goede keuze. Persoonlijk betreur ik natuurlijk ook dat we het debat niet hebben kunnen voeren : de discussie in de commissie was pittig, en ik had me ook goed voorbereid op de raad – uiteraard is dat geen verloren tijd of energie, maar het heeft wel iets van een afgelaste wedstrijd – nu stond er alleen een rondje schaduwboksen op het programma. Toch is het vooral jammer voor de gemeenteraad : we hadden met 25 kunnen aantonen dat we in staat zijn om een fundamentele beslissing te nemen zonder dat die helemaal moet zijn voorgekauwd door het college of de administratie.

Nu, het stuk is ook niet helemaal op de planken gekomen zoals het college dat wilde. Mijn scenario is dan wel niet gevolgd, dat van hen -een nietszeggende discussie en dan een stemming om in Ri-Ant te stappen- is ook niet opgevoerd. Een gebrek aan regie, want ze hadden natuurlijk kunnen weten dat ze niet zomaar aan 13 stemmen zouden raken. Was het een bewuste keuze om de beide meerderheidsfracties nog de ruimte te geven om een eigen afweging te maken – dus toch dualisme ? Of ging het college ervan uit dat het dossier zo technisch is dat niemand een heldere keuze zou zien ? Was de gok net dat de rangen wel gesloten zouden worden eens het punt op de gemeenteraad geagendeerd stond ? Meestal werkt één van die laatste twee technieken wel, maar het is natuurlijk wel vreemd dat net zij die hem het best zouden moeten kennen de vorige burgemeester (andermaal) verkeerd hebben ingeschat. Of toch niet, want uiteindelijk stemde Frans Schrauwen netjes mee vóór het uitstel. Maar dat is natuurlijk nog lang geen stem voor Ri-Ant. Als het over de keuze van intercommunales gaat, heeft hij dan ook een reputatie te verdedigen : hij had het altijd bij het rechte eind.

Als de meerderheid dat wil, dan is het debat voorbij vóór de raad opnieuw samenkomt. Als de keuze dan Infrax is -die kans lijkt me reëel-, dan valt daar inhoudelijk wellicht niet zo veel op af te dingen, al kan over de modaliteiten nog wat worden gediscussieerd. Maar ik geef toe dat ik het boeiender zou vinden om de twee voorstellen tegenover elkaar te plaatsen en dan de knoop door te hakken.

PS Deze site lag wat langer stil dan voorzien. Dat heeft te maken met professionele drukte in combinatie met veel “engagements”-werk en een goed gevulde politieke agenda – een dossier zoals de riolering kost toch wel wat tijd. Maar u houdt van mij nog (minstens) een bijdrage te goed over het einde van hét kartel (neen, N-VA/PLE bestaat nog : Leterme had me misschien even moeten bellen voor tips), over de financiecrisis en over de Amerikaanse verkiezingen. Die krijgen dat netjes een datum tussen 11/9 en vandaag mee…

’t Zal wel zijn

’t Zal wel zijn

Gemeenteraadscommissie “welzijn” (officieel eigenlijk “sociale zaken en kinderopvang”, maar dat is na een kleine twee jaar alweer vergeten). De commissie vergaderde samen met de Welzijnsraad.

Gestart om 20u, mits wat tijdrekken afgesloten om 20u50. Niet mijn schuld, want ik ben wellicht toch nog ongeveer het meest aan het woord gekomen. Was dat de moeite om een vergadering voor samen te roepen ? Er zijn enkele nuttige zaken gezegd, vooral op aangeven van de voorzitster van de Welzijnsraad. Als die dan ook worden uitgevoerd, kan je het misschien nog een beetje verantwoorden dat hiervoor een kleine 20 mensen naar het Heuvelplein worden geroepen. Maar toch.

Bij het zoeken naar een nieuwe datum wees ik erop dat het voorstel dat werd gedaan de commissie pas ná de begrotingsbesprekingen van 25/11 zou doen samen komen. Schepen Imelda Schrauwen vroeg mij daarop of dat inderdaad de datum was waarop de begroting zou besproken worden. Ik heb dan maar geantwoord dat ik ze tegen dan zeker zou klaarmaken…

(On)voorstelbaar

(On)voorstelbaar

Gemeenteraad in de week van de Ronde van Essen : het zou verboden moeten worden. Nochtans was de raad wel boeiend. Vooral omwille van de aanzet tot “dualisme” die er instak. Dat dualisme is vooral bekend uit het Nederlandse politieke systeem : er wordt een sterker onderscheid gemaakt tussen de uitvoerende bevoegdheid (regering, college…) en de regelgevende en controlerende bevoegdheid (parlement, gemeenteraad…). Zo kan het in Nederland perfect dat een meerderheidspartij in de gemeenteraad een ander standpunt inneemt dan het college, zonder dat dit tot een crisis leidt : de uitvoerende macht, of het nu om premier Balkenende gaat of om de wethouder ergens in de provincie, moet telkens opnieuw de verkozenen overtuigen van de waarde van zijn voorstel. Een Nederlands wethouder neemt ook ontslag uit de gemeenteraad, zoals bij ons ook ministers het parlement verlaten. Maar het is vooral een kwestie van politieke cultuur : de gemeenteraad of het parlement is het hoogste orgaan en laat zich niet de les spellen door ministers of wethouders. Zo zal een Nederlands minister die de vragen van een parlementslid niet ernstig neemt het ook in eigen rangen snel verkorven hebben. Terwijl hier een parlementslid uit de meerderheid dat moeilijke vragen stelt geen al te lange carrière in het vooruitzicht heeft…

Wat heeft dat verhaaltje te maken met de Essense gemeenteraad ? Op de agenda van de raad stonden zeven voorstellen die niet door het college werden ingediend, maar door de raadsleden zelf. Eentje ervan was “fake” : het college was de agendering eigenlijk gewoon vergeten. De zes andere werden kwamen vanuit vijf verschillende fracties; twee ervan brachten twee verschillende fracties samen, en eentje doorbrak ook de grens tussen meerderheid en oppositie. Twee voorstellen van meerderheidspartij CD&V werden niet klakkeloos aangenomen, ook al omdat het college er nog enkele bedenkingen bij had. En het kwam niet tot een stemming over het sp.a/Groen!-voorstel, maar zoals het er lag had het wellicht geen meerderheid gevonden. Twee van onze voorstellen werden wel aanvaard, het voorstel dat we samen met Open Vld indienden haalde het in een wat geamputeerde versie. Een boeiende ontwikkeling.

Echt dualisme is dit nog lang niet. Het is immers duidelijk dat het nieuwe evenwicht nog niet helemaal is gevonden. Het college lijkt nog lang niet echt klaar om besluiten uit te voeren waar het zelf niet mee akkoord gaat, en de meerderheidspartijen lijken me vooralsnog ook niet bereid om die uitvoering mee af te dwingen. Bovendien is een echte discussie binnen de raad over collegevoorstellen nog niet vaak aan de orde : het debat gaat tussen de burgemeester, soms de andere collegeleden, en de oppositiepartijen. De uitkomst is bovendien vaak zeer voorspelbaar, tenzij de meerderheidsbanken niet volzet zijn. Eén zwaluw, zeker in augustus, maakt dus bijlange na nog geen lente. Maar hoop doet wel leven.

Eenzame hoogte

Eenzame hoogte

Tijdens het snijden van de groenten en het bereiden van slaatjes voor de jaarlijkse barbecue van de oud-KSJ-leiding draaide ik de radio van Donna naar Radio 1 om daarmee het slot van de atletiekcompetitie te volgen. Op dat ogenblik waren er nog vier atletes in de running. Het eerste wat me te binnen schoot was : “Toch geen vierde plaats, zeker.” Maar Tia Hellebaut bewees dat ze een onwaarschijnlijk “competitiebeest” is en versloeg de onklopbare Blanka Vlasic (mocht ze dat nodig vinden, wil ik haar daarvoor wel troosten…). Waarmee ze één van de allergrootste Vlaamse sportprestaties aller tijden heeft neergezet : Olympisch goud in de atletiek. Géén “kleine” sport, geen toevalstreffer, geen afwezige concurrenten, … Gewoon schitterend. Tijdens het hoogspringen zetten ook de mannen van de 4x400m een heel sterke prestatie neer. Het atletiek heeft in dit land zeker toekomst. Misschien een argument om in het verhaal van de modderpiste in het Essense Sportpark voor de gedurfde keuzes te gaan.

Daarmee sluiten de Olympische Spelen. Wat je ook van het Chinese regime denkt, het land heeft zich op een ongelooflijke schitterende manier aan de wereld gepresenteerd. De openings- en sluitingsceremonie zijn volgens mij nooit meer te overtreffen, infrastructuur zoals de Water Cube en het Vogelnest maakte een prachtige indruk, de organisatie bleek absoluut perfect. Ik hoop dat het land er het zelfvertrouwen aan over houdt om ook intern wat meer open en vriendelijk te worden.

Nu staan onze eigen jaarlijkse “Spelen” voor de deur, de Ronde van Essen. De tegenstelling kan wellicht niet groter zijn. Zo is deelnemen bij ons écht belangrijker dan winnen. En het enige record dat we kennen is dat van het aantal deelnemers. Dat staat op naam van de Ronde van 1994 en bedraagt 321. Een zeer scherp record, maar zo zijn er de voorbije weken nog gesneuveld…

Sterke Jan

Sterke Jan

Na een korte ziekte is OCMW-raadslid Jan Goosen overleden. Jan was tien jaar lang lid van het Vast Bureau van het OCMW. Hij was ook plaatsvervangend voorzitter, maar vooral de duivel-doet-al met een enorme werkkracht. Jan was één van de sterkste uitvoerende mandatarissen die ik in onze gemeente aan het werk heb gezien. Met een groot hart voor het OCMW en voor de mensen die er beroep op doen. Soms was hij wat eigenwijs en lichtgeraakt, maar daarmee is hij in de politiek lang niet de enige. Jan wist dat ik hem waardeerde. Dat heb ik, hier en elders, ook geschreven, en niet alleen tussen de regels. Bovendien heb ik bij de enige verkiezing van een OCMW-voorzitter waaraan ik heb deelgenomen voor hem gestemd. Daar ben ik nog steeds blij om; niet omdat degene die het haalde geen goed OCMW-voorzitter zou zijn, maar omdat Jan die titel in elk geval zou hebben verdiend.

Het project dat hem het meest na aan het hart lag, was “Residentie Mastbos”, de serviceflats in de Maststraat. Die waren zijn geesteskind, zijn levenswerk misschien wel. Hij had er zelf ooit moeten kunnen wonen, binnen een jaar of twintig. Nu, echt weg zal hij in de flats in elk geval nooit zijn.

Ook binnen CD&V was zijn inzet en zijn werkkracht groot, vooral in tijden van verkiezingscampagnes. De democratie werkt dankzij mensen zoals hij – en hij geloofde in politiek, al had hij er ook de donkere kanten aan de Brusselse top van gezien. Het niet zo goede resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 woog op hem, maar alleszins tegenover mij zocht hij de oorzaak daarvoor niet bij allerlei externe excuses. Hij stond vierkant voor zijn partij, en wist dat tegelijk ook te relativeren.

Aan hem verliest het OCMW, en de Essense politiek in het algemeen, veel meer dan de “buitenwacht” wellicht vermoedt – en zijn snelle heengaan maakt dat het verlies pas na een tijd zal doordringen.

Frietje oorlog

Frietje oorlog

Ik heb van het schepencollege een antwoord gekregen op mijn brief in verband met de frituur in Heikant. Al is lengte naar verluidt nooit een garantie voor kwaliteit, uit een jarenlange correspondentie met Heuvelplein 23 heb ik wel geleerd dat een zeer kort antwoord vaak een poging is om rond het probleem heen te fietsen. Dat stel ik hier vooral vast in het eerste deel van het antwoord, en daar ga ik dus opnieuw voor schrijven. Een reglement dat van toepassing is, waaraan een vergunning werd getoetst die er toch niet helemaal mee verzoenbaar is en dat ook voorbijgestreefd is door nieuwe reglementen lijkt me nu niet meteen een toonbeeld van “goed bestuur”. Ik vraag me ook af of er nog van dat soort reglementen bestaan.

Wat het zwerfvuil betreft blijft het antwoord van het college binnen de eigen bevoegdheden. Het wordt tijd dat er werk wordt gemaakt van gemeentelijke administratieve sancties, om zo ook echt te kunnen optreden tegen sluikstorters. Lang niet alleen aan frituren, overigens ! Ik ga een “stand van zaken” op dat vlak op de commissie bestuurszaken agenderen.

Het lange antwoord op mijn vraag naar bemiddeling lijkt me vrij volledig en doordacht, al ben ik het niet helemaal eens met de finale conclusie : de gemeente moet wat mij betreft zelf wel meewerken aan een initiatief op dit vlak, net omdat het bestuur in dit soort gevallen altijd een flankerende rol kan spelen (een conflict tussen jongeren en ouderen over het gebruik van een zitbank kan misschien opgelost worden doordat de gemeente een bijkomende bank plaatst). Maar het klopt wel dat dit in dit geval alleen zin heeft als de buurt de nadruk legt op het probleem van de overlast en de verwijdering van de frituur niet als een soort voorafgaande voorwaarde zou zien. En dat lijkt mij, zoals het college, op dit ogenblik (nog ?) niet het geval.

Blues

Blues

31 juli 1998, exact tien jaar geleden. Na een korte nacht stapten we in Wezemaal op de fiets, richting Essen, de rook van het kampvuur nog in de kleren. Mijn laatste dag in KSJ Heidebloempje Essen. Ik weet nog dat we ergens aan het Schanker even moesten stoppen om een klein fietsprobleempje op te lossen. Enkele leden gingen naar mijn smaak net niet genoeg aan de kant staan, zodat ik hen tot de orde heb geroepen. Ik herinner me dat ik er toen aan dacht dat dat dus de laatste keer zou zijn. En inderdaad, we bereikten de Heuvelhal zonder dat iemand nog nood had aan bijkomende instructies…

Tien jaar later dus. Er kwam een voor mij nog onverwacht lang en gevuld vervolg aan mijn KSJ-loopbaan, binnen de provinciale en nationale structuren. Waar ik eveneens veel plezier aan heb beleefd. Toch is dat heel anders dan de intense beleving die je in een plaatselijke groep meemaakt.

KSJ Essen heeft tussen 1978 en 1998 mijn leven getekend, waarbij uiteraard de acht jaar in leiding en de drie jaar dat ik bondsleider een belangrijke plaats innemen. Toch heb ik ook heel goede herinneringen aan de tijd als lid. Ik herinner me een tocht doorheen brandnetels die ongeveer zo hogen waren als onze zesjarige zelf op mijn eerste kamp in Lignueville. Kris Vorsselmans sloeg de netels plat met een stok, en zo ongeveer moet het volk Israël zich gevoeld hebben toen de Rode Zee voor hen openspleet. Kris opende een rij van leiders en leidsters die een stempel drukten op mij. Ik denk ondermeer aan Dirk Besters, Dirk Smout en Patrick Suykerbuyk. Ik ben hen allemaal nog steeds erg dankbaar.

In een jeugdbeweging leer je veel om vanuit een groepsperspectief te denken, meer dan je dat elders kan opsteken. Ik heb later dikwijls gemerkt dat het niet zo moeilijk was om in te schatten wie wel en wie niet bij KSJ-KSA-VKSJ, Chiro, Scouts of een andere jeugdbeweging was geweest.

Zelf leiding worden is daarbij meer dan zomaar een plusje. Enkele jaren echt verantwoordelijkheid nemen in de leiding van een jeugdbeweging is zeker zoveel waard als een jaartje universiteit (de economist die het zou willen uitrekenen met loonvergelijkingen garandeer ik een positief resultaat – alleen zijn de gegevens vooralsnog niet beschikbaar, vrees ik). Dat het Bolognadecreet, maar eerder ook al de semesterexamens, het jeugdbewegingsengagement van studenten bemoeilijken is daarom niet alleen jammer voor hen, maar ook een slechte zaak voor de samenleving.

Ik heb in KSJ leren plannen, leren vergaderen, leren evalueren, leren relativeren, leren motiveren, leren beheren, leren discussiëren, me leren engageren, leren delegeren,… Niet alles even goed misschien, maar toch. De Kernraad met toenmalig voorzitter Leo van Gink was het moeilijkste orgaan waarmee ik ooit heb onderhandeld, en dat blijf ik ook na 15 jaar politiek, en professionele ervaring met kabinetten en internationale organisaties, vinden. Ik heb in KSJ ook leren genieten van de natuur, van actief zijn, van gewoon samen te zijn. Ik heb in KSJ, meer dan elders, leren leven. “Ik ben wie ik ben in KSJ” stond in het refrein van het jaarthemalied van 1998-1999 – net één jaartje te laat.

Eén van de allersterkste kanten van een jeugdbeweging is dat ze ruimte biedt om te zoeken, te experimenteren en ook te mislukken. En die is er in het leven niet altijd genoeg. Een slechte fuif, waarbij je een hele avond staat te werken en toch verlies boekt achteraf, is géén ramp, maar je kan er veel van leren (en die les doorspoelen met wat er nog in het slechts half getapte vat bier zit). Natuurlijk zijn er daarbij grenzen, maar jeugdbewegingen gaan er niet zo vaak over.

Vanuit KSJ ben ik in de Jeugdraad gerold (en zo in de Ronde van Essen, de Speelpleinwerking…), en ook in de gemeentepolitiek. En ook in mijn werk val ik al eens terug op kneepjes die ik onmiskenbaar in KSJ leerde.

KSJ, maar bij uitbreiding elke jeugdbeweging, zal dus nooit vergeefs bij mij aankloppen. Ik heb altijd gevonden dat materiële zorgen de werking niet mogen overheersen, en dus mag maatschappelijke meerwaarde zich ook in financiële en andere steun uitdrukken. Al mag daarbij de lat niet te laag worden gelegd : leiding moet voortdurende uitgedaagd worden om niet alleen een (voor henzelf) plezante groep te zijn, maar ook een degelijk opvoedingsmilieu – alleen dan maakt de jeugdbeweging haar rol immers voluit waar. En dat is belangrijk, zodat ook binnen tien, twintig, dertig… jaar mensen kunnen terugkijken en zoals ik vaststellen, een cliché geworden song van toen citerend : “Those were the best days of my life.”

Over de schreef

Over de schreef

Laat ik het eens over Roosendaal hebben. Ik had de recente politieke ontwikkelingen daar over het hoofd gezien, maar gelukkig wees een andere politiek geïnteresseerde Essenaar -de burgervader hemzelve- me er onlangs op dat ik wat gemist heb.

Begin juli keurde de gemeenteraad een motie van wantrouwen goed tegen wethouder (schepen) Buijs. Door de fout van een ambtenaar miste het gemeentebestuur de opbrengst van 1,6 miljoen EUR aan baatbelasting op de riolering – zeg maar “verhaalbelasting” dus. En Buijs werd daarvoor “politiek verantwoordelijk” gesteld. Zelf valt hem niet echt veel te verwijten, overigens, en iedereen lijkt het erover eens dat hij zijn mandaat op een degelijke manier vervulde.

Coalitiepartner VVD steunde de motie van wantrouwen, de Roosendaalse Lijst (de partij van Buijs) en de PvdA (de grootste partij) deden dat niet. Alle oppositiepartijen steunden de motie ook. De coalitie ligt in duigen.

Vanop minder dan een kilometer van de grens valt in de eerste plaats de enorme afstand op. De Vlaamse gemeenteraden beschikken niet over het instrument van de “motie van wantrouwen” : we kunnen geen schepen wegsturen, hoe slecht die ook zou functioneren. Ik weet op zich ook niet of het instrument wel zo wenselijk zou zijn, want het zou bekwame mensen wellicht afschrikken om schepen te worden : stel dat je na een jaartje wordt weggestemd, en je hebt er je baan (geheel of gedeeltelijk) voor laten staan… Maar als oppositielid is de “motie van wantrouwen” natuurlijk iets dat ik wel in mijn instrumentenkistje zou willen zien zitten. En alleen het bestaan ervan, zou de schepenen ook bij de les houden.

Een ander opvallend verschil is de kwestie van de “politieke verantwoordelijkheid” : geen politicus zou hier opstappen of weggestuurd worden voor wat manifest een fout van de betrokken ambtenaar is, zeker niet op lokaal niveau (en de ambtenaar zou, wegens vastbenoemd, wellicht ook blijven zitten). Waarschijnlijk zou met alle mogelijke middelen geprobeerd worden een mouw te passen aan de gemaakte vormfout, en zou het dan “de schuld van de provincie, de regering of de rechtbank” zijn als die vlieger niet zou blijken op te gaan. Opnieuw : ik weet niet meteen wat de beste optie is, maar ik zie wel wat de meest boeiende debatten zou opleveren.

Er wordt nu geprobeerd een nieuwe meerderheid op te zetten, vermoedelijk met het CDA of GroenLinks in plaats van de VVD. De VVD-wethouder zal dan ontslag moeten nemen. Ook zo’n tussentijdse coalitiewissel kan hier niet (tenzij een partij vrijwillig volledig zou opstappen uit de meerderheid). Natuurlijk zou ik mijn zomervakantie wel willen besteden aan het uitwerken van een alternatief bestuursakkoord. Toch sta ik niet te springen om zomaar de Nederlanse Gemeentewet hier in te voeren, want elk voordeel heeft ook in dit verband duidelijk een nadeel. Maar boeiend is het wel…