Archief van
Categorie: Essen politiek

Wie gaat kopje onder ?

Wie gaat kopje onder ?

Even terugblikken op de gemeenteraad van gisteren… Ik vond het een redelijk boeiende en interessante vergadering. Met één uitschuiver(tje) : de burgemeester die het nodig vond om het voorstel van onze fractie over het zwembad te omschrijven als een politiek spelletje. Nu, we zijn geen kerstekinderen : uiteraard hebben we ook een politiek doel met de acties die we ondernemen. Maar dat geldt ook voor alle andere fracties. Het wordt pas een “spelletje” als iemand een standpunt inneemt met uitsluitend de bedoeling zichzelf in het zonnetje te zetten of het de ander lastig te maken, terwijl de inhoud ervan hem eigenlijk niet veel kan schelen. En dat is met het zwembad absoluut niet het geval. We zijn er echt wel van overtuigd dat het de moeite waard is om te onderzoeken of het nu niet beter zou zijn meteen een sporthal en een zwembad te combineren.

Ik wil wel eerlijk bekennen dat de kritiek die van Brigitte Quick (CD&V) op ons voorstel kwam, hout snijdt. Je kan inderdaad stellen dat we bij het opmaken van het bestek voor de hal het zwembadverhaal hadden moeten inbrengen in het dossier. We hebben later pas gezien dat het zwembad een stuk is van dezelfde puzzel, in plaats van een afzonderlijk verhaal. Maar het stuk lag wel eerst op de tafel van de meerderheid, in casu van de burgemeester, bij de opmaak van het sportbeleidsplan. Hij had toen ook al kunnen zien dat er een logisch verband is met het sporthaldossier. En verder : als de meerderheid zich regelmatig beroept op “voortschrijdend inzicht” om een verandering van mening toe te lichten, dan hebben wij ook dat recht als we niet van mening veranderen, maar een nieuw element zien waar voorheen ons oog niet op was gevallen.

Maar goed, “te laat is trop tard” zou je kunnen stellen. Alleen is dat niet zo. Het sporthaldossier is een kaartenhuis dat behoorlijk in de wind staat. De instorting ervan zou wellicht (en terecht) het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) zelf in zijn val meeslepen. Al te krampachtige pogingen om het overeind te houden en het zwalpende traject verder te zetten dreigen te leiden tot oplossingen die ofwel te duur zijn, ofwel niet de hal opleveren die Essen nodig heeft. Wat het dossier nodig heeft is de inbreng van een aantal bijkomende parameters, zoals het zwembad, die uitzicht geven op een grotere rendabiliteit zonder te beknibbelen op de minimale invulling van de hal, op de betaalbaarheid voor de sporters en op de keuze voor een publiek-private samenwerking (PPS).

Voor mij hoeft het AGB niet; ik zal desgevallend met plezier het voorstel mee ondertekenen om het te ontbinden wanneer het potentiële BTW-verschil niet meer opweegt tegen de kost die het meebrengt. Voor mij hoeft ook de hele PPS-constructie uiteindelijk niet. Alleen : als we op het einde van de rit de hal zetten die we zouden hebben gehad als we ongeveer tien jaar geleden met de Sint-Jozefsschool in de Maststraat in zee waren gegaan, aan een hogere prijs voor het gemeentebestuur, dan kunnen we niet anders dan vaststellen dat de sporters én de belastingbetalers bedrogen zijn. De huidige constructie is er gekomen om “snel te werken”, maar dat is uiteraard volledig door de feiten achterhaald. Als nu ook de degelijkheid eronder gaat lijden, dan is het einde wel zoek. En overigens is dan het zwembadprobleem óók niet opgelost.

Ik zou vanop de meerderheidsbanken het zwembadvoorstel, en zelfs de hernieuwde suggestie (in de eerste plaats van Philip Peeters) voor een zoektocht naar een alternatieve locatie voor de hal, met beide handen hebben aangegrepen. En ik hoop tenslotte voor Essen dat later zal blijken dat wij ongelijk hadden – ook als de vraag naar een zwembad voor Essen wel op de agenda zal staan.

Wat is kunst ?

Wat is kunst ?

Ik ben gisteren naar de opening van de tentoonstelling van de Essense kunstenaars geweest. Nu, eigenlijk werd de “Week van de Amateurkunsten” geopend, maar ik ging vooral om foto’s te maken van de beeldende kunstwerken. Voor Essen in Beeld, vanzelfsprekend. Ik ben een klein beetje de “kunstfotograaf” van die site aan het worden.

Zoals dat bij dit soort tentoonstelling gaat, spreekt het ene werk je meer aan dan het andere. Maar met de foto’s erbij kan ik ze nadien nog eens bekijken, en dan zie je soms toch net weer andere dingen. Bovendien verandert de foto soms een beetje het karakter van het werk. Zo is het schilderij “Rozenhof” van Lies Konings een klein intimistisch werkje dat een heel andere kant van zichzelf laat zien op de site. Een echte kenner ben ik niet, maar ik hou wel van schilderijen, vooral de moderne tot eigentijdse – van pakweg het impressionisme tot wat vandaag wordt gemaakt. En natuurlijk zijn de Essense kunstenaars geen “grote namen”, maar toch zit ook in deze tentoonstelling werk dat me wel aanspreekt. Wellicht worden andere mensen ook door andere werken aangesproken.

Daarom is het een beetje jammer dat het in de Oude Pastorij wordt tentoongesteld, toch een beetje weggemoffeld. Ik weet dat de kunstenaars dromen van een behoorlijke tentoonstellingsruimte aan de Kiekenhoeve, en ik droom graag met hen mee. Waar ik het niet met iedereen over eens ben is over de vraag of de schuur naast de Kiekenhoeve zo geschikt is als ruimte. De ligging is perfect, maar ik zie schilderijen het liefst in een grote en goed verlichte ruimte, en ik weet niet of de schuur dat wel kan bieden – zeker als ze ook tegelijk geschikt moet zijn als feestzaal. Een gemeente als Essen heeft (minstens) één ruimte nodig die als een volwaardige expositiezaal wordt ingericht. Wat mij betreft, heb ik het wel gehad met halve oplossing. Al vermoed ik dat de kunstenaars liever een halfvol glas zien dan helemaal geen, waar ik hen moeilijk ongelijk in kan geven. In elk geval hoop ik met hen dan hun komende tentoonstellingen hun werk de uitstraling kunnen geven die het verdient.

In het rood

In het rood

Onze laatste Nieuwsflits openden we met een stukje over de toewijzing van sociale koopwoningen. Het reglement daarover heeft wat voeten in de aarde gehad : kon er voor 100% van de woningen voorrang worden gegeven aan Essenaren, of kon dat maar voor 50% daarvan ? Wat voor 100% vaststaat, is dat het zonder N-VA/PLE in elk geval maar “50% voorrang” zou zijn geweest. Onze fractie bracht dit in de raad van december aan. Het schepencollege, de schepen van woonbeleid op kop, bleek het dossier wel te hebben voorgelegd maar de bijhorende reglementering niet te kennen. Dus werd toen in de raad beslist dat het “100%, tenzij juridisch niet mogelijk” werd.

Daarna zijn wij het geweest die herhaaldelijk gevraagd hebben hoe het nu in elkaar zat, het college zelf vond het blijkbaar niet belangrijk. Uiteindelijk kregen we in de raad van januari van sp.a-schepen Veraart te horen dat het maar 50% kon zijn. Toen we daarmee nog niet tevreden waren (want ook wij informeerden ons, en hadden redenen om nog niet zo zeker te zijn), en vroegen om dat zwart op wit op papier te krijgen, reageerde de sp.a zéér gepikeerd. We werden zelfs beschuldigd van populisme, en daarbij werd zowaar de leugen niet geschuwd. In sp.a-blad De Voorbode stond te lezen dat we het bewijs op papier hadden gekregen. Niet dus.

Dat zou ook moeilijk gekund hebben, want op het ogenblik dat De Voorbode dat schreef was de reglementering zo dat er wel 100% voorrang kon zijn (en dat was al zo toen Veraart in de raad van januari manifest het tegendeel had beweerd). Dat leerden we allemaal tegelijk met een mail van de Vlaamse overheid één week voor de gemeenteraad van maart. Wij dienden dus een voorstel in om die 100% vast te leggen, en Veraart stelde hetzelfde voor in het schepencollege. Daarenboven vond hij het nodig via mail al zijn duivels te ontbinden tegen ons voorstel (zijn broek zakte er naar verluidt van af).

Nu, ere wie ere toekomt : als hij tegelijk met ons een initiatief neemt, verdient hij even goed de pluimen daarvoor. In de gemeenteraad hielden we het dus bij een zeer consensusgerichte tussenkomst. En in onze Nieuwsflits berichtten we evenwichtig, met vermelding van de inbreng van Veraart. Je zou denken dat de sp.a dat zou waarderen, en blij zou zijn dat ze een graantje mogen meepikken van wat voor minstens drie vierde onze verdienste is. Maar neen, in hun communicatie eisen ze de eer volledig voor zichzelf op. Ook al moet de ene “Voorbode” er de andere vierkant voor tegenspreken. Het is zelfs niet nodig om ons te vernoemen.

Zéér fair. 1-0 voor de sp.a. Ik hoop dat ze van hun voorsprong genieten, zolang die op het bord staat.

Consensus

Consensus

De politieke windstilte in Essen wordt gecompenseerd door wat extra werk in het kader van de structuurhervorming waaraan KSJ-KSA-VKSJ werkt. Zoals ik hier al eens uitlegde, ben ik gevraagd om in een “Raad van Wijzen” te zetelen die een nieuwe structuur moet uittekenen. Geen gemakkelijke opgave, want de beweging heeft aan een boeiende maar moeilijke geschiedenis tradities en gevoeligheden overgehouden die zich niet zo gemakkelijk laten overwinnen. Ons eerste voorstel werd dan ook niet zomaar goedgekeurd, al moet ik eerlijk zeggen dat ik dat ook niet had verwacht. Zodat ik, in tegenstelling tot enkele mede-wijzen, na de niet-goedkeuring vooral het gevoel had dat we op de goede weg waren. Dat heb ik vandaag bevestigd gekregen : we hadden een aantal knelpunten voorgelegd aan de Nationale Raad (de NAR, verwarrende afkorting voor wie regelmatig met de Nationale Arbeidsraad wordt geconfronteerd), en de discussie daarover was verhelderend en heeft volgens mij enkele bakens verzet.

Je kan in KSJ-KSA-VKSJ moeilijk inschatten welke knopen waar en wanneer zijn doorgehakt, maar vandaag denk ik dat we mogelijk toch een historisch compromismoment hebben gezien waar de beweging versterkt kan uitkomen. Ook al is het compromis nog wankel en zit de duivel ongetwijfeld nog in het detail : aan ons om die valkuil te vermijden.

Fundamenteel doe ik dat graag : vanuit een uitgangspunt waarvan ik overtuigd ben luisteren naar de mening van anderen, proberen in te zien wat hun uitgangspunten werkelijk zijn en waar de verschillen liggen, om dan te proberen openingen te zoeken om tot één gedragen besluit te komen.

Ik ben ervan overtuigd dat een commissievergadering in de gemeentepolitiek ook meer zo zou kunnen functioneren – al is dat niet altijd mogelijk. Dat vergt in de eerste plaats een open houding van de bevoegde schepen, maar ook van de betrokken ambtenaren. Daarvoor blijkt vaak enige angst, soms zelfs nog sterker bij de administratie dan bij het college. Terwijl uiteindelijk iedereen belang heeft bij betere beslissingen, en zéker degenen die ze moeten uitvoeren. Een commissie die enkel de voorgekauwde beslissing positief mag adviseren, en dan nog louter in functie van wat de strikt voorbehouden bevoegdheden van het college zijn, is een weinig efficiënte manier om de kennis en de inzichten van de raadsleden (en daarmee ook van hun achterban en dus de bevolking) te gebruiken. Dan volstaat één technische informatiesessie voor elke gemeenteraad, zoals het in sommige gemeenten ook gebeurt. En aan een “beter bestuur” zal dat nauwelijks een bijdrage leveren, alleen aan een kortere vergadering van de gemeenteraad. Maar dat kan geen doel op zich zijn.

Overigens hield KSJ Essen vorige week haar tweejaarlijkse ouderavond (groepsfeest met korte toneeltjes). Die was erg leuk – er zit komisch talent in de huidige leidingsploeg (en ook in de Sjowers, dus de toekomst ziet er niet slecht uit…). Al ben ik niet zeker dat mijn korte optreden als onverstaanbare buitenlander én een passage in de rol van Piet Huysentruyt (voor alle duidelijkheid : twee verschillende rollen, hoewel aan deze kant van “het water” kok Piet ook een soort onverstaanbare buitenlander is) veel aan de kwaliteit heeft bijgedragen. Maar een bezoekje aan het Gildenhuis doet je de relevantie van de toch wat abstracte nationale structuurdiscussie natuurlijk inzien én tegelijk relativeren.

Het is stil waar het nooit waait

Het is stil waar het nooit waait

’t Is rustig in de Essense politiek. De gemeenteraad van februati is niet doorgegaan en de enige commissievergadering die dit jaar al werd georganiseerd kwam er op vraag van de oppositie. Die rust kwam twee dingen betekenen : ofwel gebeurt er inderdaad niets, ofwel wordt er in de achterkamers van het gemeentehuis wel hard gewerkt. In twee gevallen wekt dat bij mij natuurlijk enige oppositie-achterdocht op.

Dat er niets zou gebeuren, is onverantwoord. Wie de beleidsplannen van de meerderheid af en toe doorbladert, ziet dat er nog meer dan genoeg brood op de plank ligt. Nu stilvallen betekent dat onvermijdelijk heel wat voorgenomen beleid deze legislatuur (weer) niet zal kunnen worden gerealiseerd.

Maar ook het achterkameralternatief wantrouw ik, uiteraard. In de eerste plaats uit gezonde nieuwsgierigheid. Gezond, want “kennis is macht” en je moet weten wat er gebeurt om nog maar te kunnen proberen eventueel bij te sturen, als dat belangrijk zou zijn. En ook uit bekommernis voor het democratische debat : alleen als in alle openheid over beleidskeuzes kan worden gediscussieerd, alleen als die keuzes vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken, alleen als de inzichten van iedereen worden samengebracht, kan een gedegen en gedragen beleid tot stand komen.

Minder vergaderingen betekent af en toe een extra avondje knus thuis, wat ik zeker in de wintermaanden wel kan waarderen. Maar eigenlijk is het geen goede zaak. Ik hoop dat het interludium zo stilaan voorbij is.

Goede raad is duur

Goede raad is duur

Gisteren gemeenteraad, na anderhalve maand zonder één raadscommissie. Een beetje een vreemde raad bovendien, want er werd in geen enkel dossier echt “doorgebeten”. Heel wat punten werden uitgesteld, soms op onze vraag en soms ook omdat nog niet alles ermee in orde was. Uiteraard is niemand perfect, maar soms ergert de slordigheid me toch wel. Als de AGB-statuten voorschrijven dat de jaarrekening er in april moet zijn, dan vind ik het behoorlijk storend als de bespreking ervan in januari (van het jaar daarop) moet worden uitgesteld om een formele reden.

Nu, uiteindelijk was ik toch wel tevreden over de raad. Er werd hoffelijk gediscussieerd… en wat ik ons graag zag binnenhalen lukte ook. Al lag de lat omwille van de beperkte agenda niet zo hoog.

De discussie die ik het interessants zou hebben gevonden, werd overigens ook uitgesteld. De vraag of je het alcoholgebruik in zaal Rex moet beperken tot bier of wijn zou me nog wel hebben kunnen boeien. In het ontwerpreglement stond dat mixdrankjes (“alcopops”) verboden zouden worden, ook al is hun alcoholpercentage niet hoger dan dat van bier. Ik begrijp de redenering wel : die dingen gaan er bij de jonge fuifgangers vlotjes in. Maar het lijkt me aan de andere kant nogal bizar om bepaalde drankjes te verbieden, alleen omdat ze “lekker” zijn. Als je alcohol toelaat -eventueel tot aan een bepaald percentage zoals 15°, dat vind ik wel zinvol- moet de overheid niet gaan bepalen welke dranken wel en niet mogen. Het alcoholgebruik afremmen door alleen maar die dranken toe te laten die sommige jongeren minder goed vinden smaken (bier) vind ik dus een stap te ver. Even logisch zou het zijn om te verplichten een lepel zout in elke pint te doen, dat zou ongetwijfeld ook het alcoholgebruik afremmen…

Tenslotte werd VB-collega Veerle De Waal, die ontslag nam, opgevolgd door Ludo Elemans. Ik kan niet zeggen dat ik daarvan wakker lig, maar ik heb toch het gevoel eraan overgehouden dat er méér in Veerle zat dan we in de raad hebben gezien. De lokale politiek moet voorzichtig omgaan met zijn menselijk potentieel, zelfs in de wat donkerder hoekjes van het spectrum.

Happy birthday to us

Happy birthday to us

Gisteren is “850 jaar Essen” van start gegaan, met een geslaagd openingsfeest -eigenlijk een kerstreceptie- op het Heuvelplein. Een plein dat dus blijkbaar tóch gezellig kan zijn, ondanks de heraanleg die er vooral op gericht was om net dat te voorkomen. Er was behoorlijk wat volk en de sfeer zat goed. Bij vriestemperatuur heeft de gemiddelde mens overigens ook niet veel meer nodig dan een gluhweintje (of meerdere).

Vanuit N-VA/PLE hebben we kritiek geuit op de manier waarop de hele viering is opgezet. De keuze voor een vzw die vooral zo weinig mogelijk transparant moet zijn voor de gemeenteraad, en het aanwervingsbeleid van die vzw, blijven mij alleszins een doorn in het oog. Ook de te brede spreiding van de inzet en de middelen over al te veel activiteiten blijf ik een verkeerde keuze vinden. En in de communicatie die tot nu toe gevoerd wordt ligt het er wat al te dik op dat het hele jaar vooral tot meerdere eer en glorie van de CD&V’ers in onze gemeente moet dienen. Foto’s waarop “toevallig” zowat uitsluitend CD&V-gezichten staan, en het feit dat die partij de voorziene uitstap naar Plopsaland voor alle duidelijkeheid alvast “claimt”, spreken boekdelen.

Ik ga het alvast kritisch blijven volgen en proberen de grenzen te bewaken (ook financieel, overigens). Maar nu het feestjaar gestart is, komt het er vanzelfsprekend in de eerste plaats op aan dat het een succes wordt. Dat verdient Essen wel. Laten we er dus vooral van genieten. Iemand zei me gisteren op het Heuvelplein : “Kijk goed rond, dit zijn de mensen die je dit jaar op alle activiteiten zal zien.” Dat mag voor mij, maar ik vrees dat hij bedoelde dat er maar weinig anderen zouden zijn. Daarin hoop ik dat hij ongelijk krijgt. De 150.000 EUR die het gemeentebestuur in de viering investeert zijn bijeengebracht door alle Essenaren, en ik hoop dus dat die er ook allemaal iets van meepikken. “Elk nadeel heb zijn voordeel” : het brede programma maakt dat er voor iedereen wel iets tussen moet zitten dat aanspreekt. Waarmee ik elke Essenaar dus een vrolijk feestjaar toewens.

Ben ik in beeld ?

Ben ik in beeld ?

De viering van Essen 850 komt er zo stilaan aan, en de Stichting Heidebloempje wil daaraan samen met de Cultuurraad en de Heemkundige Kring een bijdrage leveren. Met “Essen in Beeld” is het de bedoeling om foto’s te verzamelen waarmee Essen in 2009 helemaal in beeld wordt gebracht. We willen straatbeelden, foto’s van familiegebeurtenissen, van het verenigingsleven, van wat er in de winkels en bedrijven gebeurt… Van alles dus. In 2010 willen we daarvan ook een fotoboek maken.

De draaischijf van het project is de website www.esseninbeeld.be – waaraan ik vooral deze zomer hard heb gewerkt. Ik heb dus veel tijd in Essen 850 gestoken, en daarvoor een site in oranje/groen gemaakt – ik vermoed dat ik sommigen daarmee een beetje verbaas, maar kritiek op een manier van aanpakken mag een constructieve bijdrage natuurlijk niet in de weg staan.

Ik hoop dat er heel veel mensen zich registreren en foto’s opladen. Ik hoop ook dat technische problemen uitblijven, want de testfase is al bij al relatief beperkt gebleven. En ik ben uiteindelijk ook geen professional, bovendien zijn de middelen niet alleen technisch maar ook financieel niet onbeperkt. Maar Essen is een heel mooie gemeente waar elke dag heel veel gebeurt, en dat mag dus best eens in beeld worden gebracht !

Slag van de hamer

Slag van de hamer

Ik denk dat het in de gemeentepolitiek een herkenbaar verhaal moet zijn…

Een kleine tot middelgrote partij doet het niet zo slecht bij de verkiezingen, en wordt voor het eerst in haar bestaan door de “klassieke” machtspartij in de gemeente uitgenodigd om aan de meerderheid deel te nemen. Met die machtspartij blijkt ook wel te praten : ze hebben “de les begrepen” en zijn veranderd. Het zal niet meer zoals vroeger gaan. En in het bestuursakkoord wordt vlot plaats gemaakt voor enkele van je dada’s. Eden worden afgelegd, en het werk kan beginnen. Je kan als kleine partner je geluk niet op.

Maar na zo’n jaar of twee à drie duikt de kater op. Je voelt je stilaan geplet tussen hamer en aambeeld. Het aambeeld, dat is de grote partner. Die blijkt veel minder veranderd dan ze eerst lieten uitschijnen. Er wordt veel oude wijn geschonken, soms in nieuwe maar vaak ook gewoon in oude zakken. De machtspartij trekt aan veel touwtjes die je niet eens wist hangen en slaagt er sluw in om (niet openlijk) elke andere koers die je één of ander domein wil varen af te remmen of te dwarsbomen. Voor elk klein succesje moet je kei- en keihard vechten, terwijl er ondertussen achter je rug vijf andere dossiers door je strot worden geduwd – je kan ook niet alles weten of zien. Het bestuursakkoord blijkt lang niet waterdicht geformuleerd, en als het dat wel is dan “moet het aan de omstandigheden worden aangepast” -al verloopt dat nooit in jouw voordeel- of wordt het gewoon niet te goeder trouw uitgelegd of uitgevoerd.

Een beetje “speelplaats” wordt je natuurlijk wel gegund, op enkele terreinen mag je je eigen gangetje gaan. Maar in het grote toneelstuk is alleen een bijrol weggelegd, en het stuk blijkt sterk te lijken op datgene waar je vroeger zelf “boe” naartoe hebt geroepen. Ongemerkt is echter je perspectief ook veranderd : de echte politieke discussie speelt zich af in het college of andere vormen van meerderheidsoverleg, daar moet je heel hard werken. De gemeenteraad is er dan wat te veel aan, dus vind je het wel handig dat je minstens daar de grote partner de kastanjes uit het vuur kan laten halen. En die draait er al van oudsher de hand niet voor om om vandaag neen te stemmen en morgen ja te zeggen, of vandaag wit goed te keuren en morgen zwart te doen. Ongelooflijk vond je dat toen je in de oppositie zat, en eigenlijk vind je dat nog steeds. Maar je kan niet alles tegelijk oplossen, toch ?

De hamer, dat zijn de partijen die nu in de oppositie zitten. Begrijpen die dan niet dat je héél hard je best doet om in moeilijke omstandigheden toch zaken te veranderen ? Zien die niet dat het zonder jou nog veel erger zou zijn ? Snappen ze niet dat je hun (goede) voorstellen soms wel moet mee wegstemmen om toch nog iets gedaan te krijgen binnen de meerderheid ? Doet het hen echt niets dat je binnen je eigen bevoegdheid wel hier en daar een verschil hebt kunnen maken ? Vinden ze het dan niet moedig dat je sommige knopen echt wel grondig hebt doorgehakt ? Ach, ze hebben zo gemakkelijk praten. In de oppositie hebben ze geen last van aanslepende procedures en moeten ze geen rekening houden met het ambtenarenkorps. Ze moeten de machtspartij en de bijhorendde eeuwigbesturende mandarijnen niet elke dag opnieuw proberen te overtuigen (en ondertussen scherp in de gaten houden), hen gewoon aanklagen is al genoeg. Terwijl jij je verantwoordelijkheid neemt, nemen zij je onder vuur – alsof je één en ondeelbaar bent met je coalitiepartner. Ze moeten toch ook weten dat je uiteindelijk vaak voor dezelfde ideeën als zij staat ? Je voelt je onbegrepen, al zie je ook wel in dat je er vroeger net hetzelfde tegenaan keek.

Natuurlijk ben je boos, op zowel de hamer als het aambeeld. Maar met dat aambeeld moet je noodgedwongen nog lang verder, en je vreest dat je boosheid ertoe zal leiden dat ze morgen nog onhandelbaarder worden. Dus richt je je woede maar op de oppositie. Waardoor je helemaal achter de rug van je de coalitiepartner kruipt. Zodat de hamer nog harder gaat kloppen…

—

Gaat dit over Essen vandaag ? Neen. Of toch zeker niet helemaal.

Vooralsnog.

Spillebeek, de Vort en kleine Aa

Spillebeek, de Vort en kleine Aa

’t Is fjest hier in Essen – zo begint het Essense dorsplied, op muziek van Dirk Van Spaendonk en tekst van Hilde Claessens.

Ik zou er hier best een zuur stukje over kunnen schrijven. Philip Peeters en ik hebben er ooit een voorstel over ingediend, maar dat is toen door CD&V en sp.a weggestemd. De vzw 850 jaar Essen, een vehikel dat door die twee partijen is opgericht, heeft dan zelf beslist om voor een lied te zorgen. In hun oproep voor kandidaten hebben ze letterlijk gebruik gemaakt van onze omschrijving van het te maken lied. Om vervolgens tot en met de voorstelling van het lied nergens meer naar ons te refereren. Schandalig zou ik het moeten vinden : een aanfluiting van de gemeenteraad en een schaamteloze poging om met andermans pluimen te gaan lopen.

Toch is dat nu net niet het gevoel dat ik vandaag overhoud aan de voorstelling van het dorpslied in de marge van de gemeenteraad van gisteren. Ik ben in de eerste plaats gewoon heel blij dat het lied er gekomen is. Het is bovendien helemaal wat we voor ogen hadden met ons voorstel. Dat is natuurlijk vooral de verdienste van Dirk en Hilde, en van de jury die haar taak zeer ter harte heeft genomen. En ook wel van Frans Schrauwen, laat ik maar niet te beroerd zijn om dat te vermelden – zelfs zonder op enige wederkerigheid te rekenen.

De meest typerende tekstregel vind ik zelf “Op elkenoek nen bakker”. Een heel rake observatie. Maar het hele lied vat goed het beeld dat ik van Essen heb, en de muziek vind ik ook geslaagd voor een officiële hymne van een toch niet al te pretentieuze gemeente. Ik reken erop dat er snel een versie is die op het net kan worden geplaatst. En hopelijk groeit het lied ook echt uit tot het volkslied van onze gemeente.