Grootmoeders wijze

Grootmoeders wijze

Een federatie met confederale trekken is op zoek naar een nieuw evenwicht. De huidige toestand werkt, maar wordt als op termijn onhoudbaar aangevoeld. De voorbije jaren zijn de evenwichten verschoven en zijn er nieuwe inzichten ontstaan, maar de structuren zijn daaraan niet aangepast. Er wordt een “raad van wijzen” opgericht.

U had het ongetwijfeld al begrepen : dit stukje gaat over KSJ-KSA-VKSJ. Anders dan de ingewikkelde naam laat vermoeden is dat géén federatie van KSJ, KSA en VKSJ. Of toch niet echt. De drie namen zijn min of meer synoniemen voor één en dezelfde beweging. Of toch niet, dus. Maar ik ga het hele verhaal hier niet op de virtuele straatstenen gooien. Daarmee maken we misschien het verschil met andere “raden van wijzen”…

“We”, inderdaad, want ik ben plots “wijs” geworden. Drie jaar geleden eindigde mijn tweede mandaat van twee jaar als voorzitter van de raad van bestuur van de vzw die Vlaanderens op twee na grootste jeugdbeweging bestuurt – met meer dan 30.000 leden. Hoewel ik daarmee juridisch aan het hoofd stond van die beweging, houdt de raad van bestuur zich vooral met materiële kwesties bezig : inkomsten en uitgaven, begrotingen en rekeningen, beleggingen, gebouwen, personeelszaken, uniformen en andere verkoopsproducten, … Het pedagogisch beleid wordt door een andere raad behartigd, en de voorzitters daarvan hebben dus een streepje voor, want een jeugdbeweging is er uiteindelijk alleen voor de kinderen en jongeren die lid zijn. Niet voor geld of gebouwen.

Ik heb heel veel plezier beleefd aan die vier jaar. Als vrijwilligers die het beleid “maakten” werden we uitstekend omkaderd door de professionelen die voor de beweging werkten. Het was voor mij heel aangenaam om met jeugdbeweging bezig te zijn, en tegelijk ook met “management”. Bovendien zat de sfeer er altijd goed. Ook in crisismomenten -en die zijn er geweest- was er uiteindelijk iedereens onvoorwaardelijke engagement voor KSJ-KSA-VKSJ. Gelukkig is het aantal termijnen statutair beperkt tot twee, want in een jeugdbeweging is er maar één ding erger dan te lang blijven (te vroeg weggaan !).

Nu ben ik dus even teruggeroepen. Men wilde blijkbaar de auteur van de interne “financieringswet” die de middelen tussen het centrale niveau en de “provinciale werkkringen” verdeelt mee aan tafel bij de discussie. Ik voelde me gisteren meteen weer thuis in ons secretariaat in de Brusselse Vooruitgangstraat. De deuren, de muren, het prikbord… ademen nog altijd dezelfde geest uit. Ik had er last mee om níet in de postbakjes te kijken of er iets voor mij inlag – wat uiteraard niet kan, ik heb er al lang geen bakje meer…

Veel medewerkers zijn er ondertussen weg (ook dat is jeugdbeweging) en de beweging is helemaal niet stil blijven staan – getuige de hele structuurdiscussie. En toch, in de nieuwelingen herken ik meteen dezelfde KSJ-spirit. We werden overigens ontvangen door de proost, die wel is gebleven. Gelukkig maar, want Dirk is in de vijf jaar dat hij er rondloopt een rots in de branding van de beweging geworden. Zijn aanstelling was een zeer mooi geschenk van de Vlaamse Kerk – of een “zeer goede investering”, zo u wil.

Hoogstwaarschijnlijk is dit mijn laatste opdracht voor KSJ-KSA-VKSJ. Al weet je maar nooit, want in “mijn tijd” zijn we ooit gedwongen geweest oud-medewerkers samen te roepen die dertig jaar geleden een papier hadden mee ondertekend. Maar in tegenstelling tot sommige andere “wijzen” die de voorbije maanden hier en daar zijn opgevoerd heb ik heb er veel zin in. En verwacht van mij alvast geen “schootnota’s” met “Quid N.. ?”.

The land of the free…

The land of the free…

Nu ook de Republikeinse conventie achter de rug is, zit de strijd voor het Amerikaanse presidentschap in de laatste fase. Het worden nog twee spannende maanden, want de peilingen geven Barack Obama nog lang geen gewonnen spel. Dat is op zich verwonderlijk, want zo goed als niemand in de V.S. blijkt tevreden over de regering-Bush, en dat zou dus toch echt wel op de Republikeinse kandidaat McCain moeten afstralen. Maar die slaagt er blijkbaar in om net genoeg afstand te nemen van Bush, toch de Republikeinse basis achter zich te scharen én ook een aantal onafhankelijke kiezers aan te spreken voor wie Obama een brug te ver is.

De keuze van een vice-presidentskandidaat bevestigde dat zowel Obama als McCain hun eigen minder sterke punt kennen. Obama koos voor Joe Biden, een ervaren blanke man met ervaring in het buitenlandse beleid, waarmee hij toegaf dat hij een beetje “zekerheid” wel kan gebruiken. De keuze van McCain voor Sarah Palin geeft dan weer de omgekeerde boodschap : jong, vrouw en een beetje onbesuisd. Natuurlijk is de keuze van McCain wat riskanter dan die van Obama : zo is ze immers ook bedoeld. En dat bleek dan ook meteen de voorbije dagen.

Ik verwacht niet dat de vice-presidentskandidaten een groot verschil gaan maken – uiteindelijk gaat de keuze toch tussen Obama en McCain. Hoe meer ik die laatste aan het werk zie en hoor, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat hij eigenlijk gewoon het beleid van Bush zou verderzetten, al is het dan in een wat aantrekkelijker verpakking : ik verwacht van McCain geen blunderende uitspraken, maar wel een beleid dat ten gronde blundert. En dat lijkt me veel erger. Zelfs zijn relatief sterke ideeën over het milieubeleid worden wat ondergraven door de keuze voor Palin.

Dus hoop ik meer dan ooit dat Obama het haalt (en ondertussen inziet dat de wereld méér vrijhandel nodig heeft en niet minder, want op dat terrein durft hij de bal wel eens misslaan). Maar gemakkelijk wordt het niet, en alleen dat al bewijst hoe anders de V.S. is : bij ons scharen zowel politici van de sp.a, van Open Vld als van CD&v zich achter Obama. Maar het “politieke midden” ligt over de Atlantische Oceaan dermate ver naar rechts dat ook John McCain niet ver van de 50% verwijderd zal zijn als begin november de stemmen zullen worden geteld (en -wie weet- herteld en wéér herteld).

Tom – Bierkaai 2-0

Tom – Bierkaai 2-0

Politiek is, zeker voor wie in een gemeente oppositie voert, vaak een gevecht tegen de bierkaai. Voor je aan de strijd begint lijkt ze dikwijls vrijwel kansloos. Maar zelfs de sterkste tegenstander heeft een zwakke plek, en met de juiste actie kan je toch een verschil maken.

Natuurlijk wint de bierkaai vaak toch, maar dat weet je vooraf. Als het dan wel lukt, is dat des te mooier. In de Essense Heuvelhal ligt een nieuwe sportvloer. Die ligt er dankzij de actie Sportvloer NU! waaraan ik een steentje heb bijgedragen. Samen met al die andere steentjes voldoende om een hele vloer van te maken.

En vandaag blijkt zelfs de tegenstander die mij de “ultieme bierkaai” leek te buigen : in de krant staat dat de NMBS de dienstregeling op Lijn 12 terug gaat aanpassen. Ze zullen het nooit toegeven, maar de druk van Actiecomité Lijn 12 ligt onmiskenbaar aan de basis van die beslissing, en dus ben ik als webbeheerder van die site vandaag een beetje tevreden (ook wel als treinreiziger, natuurlijk). Al blijf ik voorlopig heel voorzichtig, want met de Spoorwegmaatschappij weet je maar nooit. En er zijn nog andere eisen die we willen realiseren.

“Er is geen macht ter wereld die niet vroeg of laat opzijstapt” zingt The Scene in “Blauw”. Het is een tekstregel die ik al lang in mijn oren heb geknoopt. Al is het altijd goed nadenken en zoeken naar de meest geschikte aanpak, want wie met de foute strategie de bierkaai aanvalt, kan zich erg pijn doen…

Hoog in top, zonwaarts op

Hoog in top, zonwaarts op

De Ronde van Essen zit er weer op. Een goede Ronde, met veel lopers en behoorlijk goed weer. Een Ronde met veel medewerkers ook. Waarbij nogal wat blauwhemden, en dat doet natuurlijk goed aan het KSJ-hart. In de vrachtwagen van de gemeente zat dan weer één van de twee Leeuwkesleiders die mij begeleid hebben tijdens het allereerste jaar dat ik bij KSA Essen was, het werkjaar 1978-1979 (in 1981 werd het KSJ Essen). Marc zorgde een hele week lang voor een uitstekende dienstverlening – met als het nodig was méér dan wat er officieel was aangevraagd.

In 1978 was ik zes jaar. In 1992 beslisten we om kinderen van vijf in KSJ Essen toe te laten, en de groep die we daarvoor oprichten noemden we de Piepers. Die eerste generaties Piepers staan nu in blauw hemd en rood sjaaltje als KSJ-leiding op het Rondeparkoers. Ik zag en hoorde een leidingsploeg waarvan ik nogal wat mensen eigenlijk niet ken, maar ik merkte een groot potentieel en een groep van het kaliber waar ik wel mee aan de slag had willen gaan. Ik wens hen een historisch goede ledenwerving toe en in 2011 een kamp met 120 KSJ-ers. Met de juiste aanpak en een beetje geluk kan het. Ik geloof erin, en hoop van hen hetzelfde !

Naschrift (11/9/2008) : Vorige week overleed Cecile De Visscher, vandaag werd ze begraven. Ze was de moeder van onze fractieleider Dirk en van mijn Stichting-collega Rudi, maar voor mij in de eerste plaats dé kookmoeder van KSA/KSJ. Ze stond achter het fornuis op de eerste kampen waarbij ik meeging. Zeker in de jongensbeweging die KSA toen was, verving zij daar af en toe ieders “moeder”.

Voor de honderste Jodela, het KSJ-tijdschrift, heb ik haar in 1990 nog mee geïnterviewd. Ze verklapte er het recept van “soldatenpap”, dat gekaramelisseerde vanillepudding bleek te zijn. Ik weet niet of je dat met gouden lepeltjes kunt eten, maar ik weet wel nog hoe heerlijk ze smaakt na een lange tocht – ook al eindigt dis altijd te vroeg.

(On)voorstelbaar

(On)voorstelbaar

Gemeenteraad in de week van de Ronde van Essen : het zou verboden moeten worden. Nochtans was de raad wel boeiend. Vooral omwille van de aanzet tot “dualisme” die er instak. Dat dualisme is vooral bekend uit het Nederlandse politieke systeem : er wordt een sterker onderscheid gemaakt tussen de uitvoerende bevoegdheid (regering, college…) en de regelgevende en controlerende bevoegdheid (parlement, gemeenteraad…). Zo kan het in Nederland perfect dat een meerderheidspartij in de gemeenteraad een ander standpunt inneemt dan het college, zonder dat dit tot een crisis leidt : de uitvoerende macht, of het nu om premier Balkenende gaat of om de wethouder ergens in de provincie, moet telkens opnieuw de verkozenen overtuigen van de waarde van zijn voorstel. Een Nederlands wethouder neemt ook ontslag uit de gemeenteraad, zoals bij ons ook ministers het parlement verlaten. Maar het is vooral een kwestie van politieke cultuur : de gemeenteraad of het parlement is het hoogste orgaan en laat zich niet de les spellen door ministers of wethouders. Zo zal een Nederlands minister die de vragen van een parlementslid niet ernstig neemt het ook in eigen rangen snel verkorven hebben. Terwijl hier een parlementslid uit de meerderheid dat moeilijke vragen stelt geen al te lange carrière in het vooruitzicht heeft…

Wat heeft dat verhaaltje te maken met de Essense gemeenteraad ? Op de agenda van de raad stonden zeven voorstellen die niet door het college werden ingediend, maar door de raadsleden zelf. Eentje ervan was “fake” : het college was de agendering eigenlijk gewoon vergeten. De zes andere werden kwamen vanuit vijf verschillende fracties; twee ervan brachten twee verschillende fracties samen, en eentje doorbrak ook de grens tussen meerderheid en oppositie. Twee voorstellen van meerderheidspartij CD&V werden niet klakkeloos aangenomen, ook al omdat het college er nog enkele bedenkingen bij had. En het kwam niet tot een stemming over het sp.a/Groen!-voorstel, maar zoals het er lag had het wellicht geen meerderheid gevonden. Twee van onze voorstellen werden wel aanvaard, het voorstel dat we samen met Open Vld indienden haalde het in een wat geamputeerde versie. Een boeiende ontwikkeling.

Echt dualisme is dit nog lang niet. Het is immers duidelijk dat het nieuwe evenwicht nog niet helemaal is gevonden. Het college lijkt nog lang niet echt klaar om besluiten uit te voeren waar het zelf niet mee akkoord gaat, en de meerderheidspartijen lijken me vooralsnog ook niet bereid om die uitvoering mee af te dwingen. Bovendien is een echte discussie binnen de raad over collegevoorstellen nog niet vaak aan de orde : het debat gaat tussen de burgemeester, soms de andere collegeleden, en de oppositiepartijen. De uitkomst is bovendien vaak zeer voorspelbaar, tenzij de meerderheidsbanken niet volzet zijn. Eén zwaluw, zeker in augustus, maakt dus bijlange na nog geen lente. Maar hoop doet wel leven.

Eenzame hoogte

Eenzame hoogte

Tijdens het snijden van de groenten en het bereiden van slaatjes voor de jaarlijkse barbecue van de oud-KSJ-leiding draaide ik de radio van Donna naar Radio 1 om daarmee het slot van de atletiekcompetitie te volgen. Op dat ogenblik waren er nog vier atletes in de running. Het eerste wat me te binnen schoot was : “Toch geen vierde plaats, zeker.” Maar Tia Hellebaut bewees dat ze een onwaarschijnlijk “competitiebeest” is en versloeg de onklopbare Blanka Vlasic (mocht ze dat nodig vinden, wil ik haar daarvoor wel troosten…). Waarmee ze één van de allergrootste Vlaamse sportprestaties aller tijden heeft neergezet : Olympisch goud in de atletiek. Géén “kleine” sport, geen toevalstreffer, geen afwezige concurrenten, … Gewoon schitterend. Tijdens het hoogspringen zetten ook de mannen van de 4x400m een heel sterke prestatie neer. Het atletiek heeft in dit land zeker toekomst. Misschien een argument om in het verhaal van de modderpiste in het Essense Sportpark voor de gedurfde keuzes te gaan.

Daarmee sluiten de Olympische Spelen. Wat je ook van het Chinese regime denkt, het land heeft zich op een ongelooflijke schitterende manier aan de wereld gepresenteerd. De openings- en sluitingsceremonie zijn volgens mij nooit meer te overtreffen, infrastructuur zoals de Water Cube en het Vogelnest maakte een prachtige indruk, de organisatie bleek absoluut perfect. Ik hoop dat het land er het zelfvertrouwen aan over houdt om ook intern wat meer open en vriendelijk te worden.

Nu staan onze eigen jaarlijkse “Spelen” voor de deur, de Ronde van Essen. De tegenstelling kan wellicht niet groter zijn. Zo is deelnemen bij ons écht belangrijker dan winnen. En het enige record dat we kennen is dat van het aantal deelnemers. Dat staat op naam van de Ronde van 1994 en bedraagt 321. Een zeer scherp record, maar zo zijn er de voorbije weken nog gesneuveld…

Oef ?

Oef ?

Op 1 juni nam ik in de luchthaven van Genève een vlucht terug naar België. Terwijl ik op de typische ijzeren zitjes de check-in zat af te wachten, werden de zitjes recht tegenover mij bezet door een groepje jonge mensen met sporttassen onder de armen, iPods in de oren of PlayStations in de handen – maar de batterij van één daarvan bleek leeg. Ik vermoedde dat ik hen moest kennen, maar waarvan ook alweer ? In Brussel merkte ik op het label van één van de tassen de naam “Eline Berings” op. Ook dat heb ik nog even moeten opzoeken : hordenloopster, zo bleek. Waarna ik één van de anderen post factum als Hanna Mariën herkende.

Er was dus in Genève niet alleen een ILO-conferentie geweest dat weekend, maar ook een atletiekmeeting. Geen Kim Gevaert en Elodie Ouedraogo, anders zou ik hen wel op het eerste gezicht geïdentificeerd hebben. Toch verwijt ik het mezelf een beetje dat ik Mariën niet dadelijk herkende. Als verzachtende omstandigheid roep ik in dat het in de kwisploeg van ESAK heel weinig zin heeft dat ík mij op de atletiekvragen toeleg.

Met Olympisch zilver om de hals zou ik natuurlijk iets sneller de juiste naam op Hanna Mariën hebben geplakt. Samen met Kim, Elodie en Olivia Borlée hebben ze zonet waargemaakt wat nog niet zo lang geleden onmogelijk werd gehouden : een medaille in de atletiek, en dan nog wel in de aflossing. Waarmee de sympathiekste Olympiërs van dit land vooralsnog ook de meest succesvolle zijn gebleken.

Zodat België eindelijk ook de medaillestand binnenkomt – waar veel mensen zich stilaan blind op aan het staren waren. Eigenlijk is het vooral pech dat het verschil heeft gemaakt tussen net niet (van Maeyens, Keise/De Ketele…) en net wel. Bovendien : er is zoveel moois te zien op de spelen dat het gezeur over Belgische medailles bij mij de vraag oproept of ze bij de pers de zin voor perspectief verloren zijn. De prestaties van Michael Phelps of Usain Bolt bijvoorbeeld verdienen veel méér persaandacht dan gejammer over de nipt gemiste kansen van de Belgen.

Het heeft volgens mij bijzonder weinig zin om net nu over het “sportbeleid” te gaan discussiëren. Daar zal wel vanalles mee mis zijn. Tot op het gemeenteniveau toe, want in Essen nemen de meerderheidspartijen zelfs sportbeslissingen die ongrondwettig worden verklaard door de gouverneur… Maar het sportbeleid is niet de onmiddellijke oorzaak van de onverwachte ippon die Van Tichelt (Dirk, niet Gaston) van brons hield. Dat beleid zou dus ook niet plots beter zijn geweest als hij die medaille wel had gehaald. Dus ergert het me vreselijk dat er nu tijd wordt gestoken in een discussie die op een ander moment perfect óók kan (en wellicht moet) worden gevoerd.

Ondertussen heb ik vooral geprobeerd af en toe te genieten van deze Spelen. Het mooie eraan is dat je een heel breed gamma aan sporten kan bekijken, ’s avonds zappend op tv, en dat blijkt dat ook een wedstrijd in het kayakken, het lange afstandszwemmen of het schermen boeiende topsport kan zijn. Hoeveel Vlaamse potentiële toppers in die sporten zouden trouwens nu middelmatige voetballers of wielrenners zijn ?

Toch geef ik het toe : ik heb maar voor één wedstrijd de televisie bewust op tijd ingeschakeld, en dat was voor deze finale van de 4x100m. En niet alleen omdat er een voormalig medevliegtuigpassagier op de baan stond…

Sterke Jan

Sterke Jan

Na een korte ziekte is OCMW-raadslid Jan Goosen overleden. Jan was tien jaar lang lid van het Vast Bureau van het OCMW. Hij was ook plaatsvervangend voorzitter, maar vooral de duivel-doet-al met een enorme werkkracht. Jan was één van de sterkste uitvoerende mandatarissen die ik in onze gemeente aan het werk heb gezien. Met een groot hart voor het OCMW en voor de mensen die er beroep op doen. Soms was hij wat eigenwijs en lichtgeraakt, maar daarmee is hij in de politiek lang niet de enige. Jan wist dat ik hem waardeerde. Dat heb ik, hier en elders, ook geschreven, en niet alleen tussen de regels. Bovendien heb ik bij de enige verkiezing van een OCMW-voorzitter waaraan ik heb deelgenomen voor hem gestemd. Daar ben ik nog steeds blij om; niet omdat degene die het haalde geen goed OCMW-voorzitter zou zijn, maar omdat Jan die titel in elk geval zou hebben verdiend.

Het project dat hem het meest na aan het hart lag, was “Residentie Mastbos”, de serviceflats in de Maststraat. Die waren zijn geesteskind, zijn levenswerk misschien wel. Hij had er zelf ooit moeten kunnen wonen, binnen een jaar of twintig. Nu, echt weg zal hij in de flats in elk geval nooit zijn.

Ook binnen CD&V was zijn inzet en zijn werkkracht groot, vooral in tijden van verkiezingscampagnes. De democratie werkt dankzij mensen zoals hij – en hij geloofde in politiek, al had hij er ook de donkere kanten aan de Brusselse top van gezien. Het niet zo goede resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 woog op hem, maar alleszins tegenover mij zocht hij de oorzaak daarvoor niet bij allerlei externe excuses. Hij stond vierkant voor zijn partij, en wist dat tegelijk ook te relativeren.

Aan hem verliest het OCMW, en de Essense politiek in het algemeen, veel meer dan de “buitenwacht” wellicht vermoedt – en zijn snelle heengaan maakt dat het verlies pas na een tijd zal doordringen.

Frietje oorlog

Frietje oorlog

Ik heb van het schepencollege een antwoord gekregen op mijn brief in verband met de frituur in Heikant. Al is lengte naar verluidt nooit een garantie voor kwaliteit, uit een jarenlange correspondentie met Heuvelplein 23 heb ik wel geleerd dat een zeer kort antwoord vaak een poging is om rond het probleem heen te fietsen. Dat stel ik hier vooral vast in het eerste deel van het antwoord, en daar ga ik dus opnieuw voor schrijven. Een reglement dat van toepassing is, waaraan een vergunning werd getoetst die er toch niet helemaal mee verzoenbaar is en dat ook voorbijgestreefd is door nieuwe reglementen lijkt me nu niet meteen een toonbeeld van “goed bestuur”. Ik vraag me ook af of er nog van dat soort reglementen bestaan.

Wat het zwerfvuil betreft blijft het antwoord van het college binnen de eigen bevoegdheden. Het wordt tijd dat er werk wordt gemaakt van gemeentelijke administratieve sancties, om zo ook echt te kunnen optreden tegen sluikstorters. Lang niet alleen aan frituren, overigens ! Ik ga een “stand van zaken” op dat vlak op de commissie bestuurszaken agenderen.

Het lange antwoord op mijn vraag naar bemiddeling lijkt me vrij volledig en doordacht, al ben ik het niet helemaal eens met de finale conclusie : de gemeente moet wat mij betreft zelf wel meewerken aan een initiatief op dit vlak, net omdat het bestuur in dit soort gevallen altijd een flankerende rol kan spelen (een conflict tussen jongeren en ouderen over het gebruik van een zitbank kan misschien opgelost worden doordat de gemeente een bijkomende bank plaatst). Maar het klopt wel dat dit in dit geval alleen zin heeft als de buurt de nadruk legt op het probleem van de overlast en de verwijdering van de frituur niet als een soort voorafgaande voorwaarde zou zien. En dat lijkt mij, zoals het college, op dit ogenblik (nog ?) niet het geval.

De Spelen van de XXIXe Olympiade

De Spelen van de XXIXe Olympiade

De Olympische Spelen zijn begonnen, en er is nauwelijks aan te ontsnappen. Ik probeer het ook niet, en stel vast dat ze bij mij dezelfde fascinatie oproepen als bij zoveel mensen. Wedstrijden in sporten waarvan je nog niet zou overwegen om ze te bekijken, boeien nu plots wel. Een finale in het schoonspringen blijkt spannend te kunnen zijn, net zoals een judokamp of het dameswielrennen. De grote sterkte van de Olympische Spelen is volgens mij dat ze de garantie bieden op het allerbeste uit elke sporttak. Het is moeilijk om de waarde van een tennistoernooi te vergelijken met een wielerklassieker, of die van een voetbalwedstrijd met een beachvolleybaltoernooi. Ook op de Spelen is een overwinning natuurlijk niet in élke sport even waardevol, maar dichter daarbij kan je niet komen : goud is goud. Ideaal zou zijn dat ook in de verslaggeving elke sport even veel aandacht zou krijgen, maar dat zit er wellicht toch niet in.

Als ik de pers moet geloven, is de enige echt belangrijke vraag : “Wat gaan de Belgen doen ?” Ik vind dat wat overdreven : het kunnen prachtige Spelen worden zonder één Belgische medaille, en het gaat er wat mij betreft om dat de sterkste sporters de medaille omgehangen krijgen. Als dat Belgen zijn, dan is dat mooi. Natuurlijk hoop ik dat ze het goed doen, de Kalmthoutse zwemster Elise Matthysen bijvoorbeeld. Of het hockeyteam, waar ik veel respect voor heb. En de atletiekdames, natuurlijk.

Tenslotte : eigenlijk hadden de spelen niet aan China mogen worden toegewezen, wat mij betreft. Ze horen thuis in een vrij land. Maar ik moet wel toegeven dat de Chinezen het allemaal op een indrukwekkende manier aanpakken. Stadions, omkadering, … : het ziet er allemaal schitterend uit. Het ziet er nu al naar uit dat op dat vlak “Beijing 2008” overtreffen niet zo eenvoudig wordt. Herinnert iemand zich nog dat de Vlaamse regering ze naar hier wilde halen, de Spelen ? Ik zie Kris Peeters dat voornemen om “Antwerpen 1920” over te doen dezer dagen nog niet herhalen. Vlaanderen houdt het op “Brussel-Halle-Vilvoorde 2009”, en zelfs daar ligt goud niet voor het grijpen.