Kiezen is verliezen

Kiezen is verliezen

Ik zit in Parijs. Om een vergadering bij de OESO bij te wonen. Altijd interessant, en ook steeds sterker relevant : de voorbije jaren heeft de OESO zich een sterk plaats weten te veroveren in de wereldwijde “governance” die als reactie op de crisis rond met name de G20 werd opgebouwd. Dat heeft de organisatie grotendeels op basis van zijn intellectuele capaciteit gerealiseerd, want politiek lagen de kaarten eigenlijk niet zo goed, als club van “oude rijken”. Ik kom hier dus graag, en waardeer de scherpte en de openheid van geest die de organisatie kenmerkt.

Maar Parijs is meer dan het Château de la Muette, natuurlijk. En dezer dagen komt de stad stilaan in de ban van de campagne voor de Franse presidentsverkiezingen. Met een wetgeving over campagnevoeren die voor ons heel Spartaans aandoet : de affiches van Sarkozy of Hollande zijn een stuk kleiner dan wat u in het najaar in Essen zal aantreffen, en om en rond de Place de la Bastille waar ik verbleef hingen er ook veel minder dan u er in oktober in de buurt van pakweg het Heuvelplein zal vinden.

De verkiezingen verlopen redelijk wereldvreemd : geen van de kandidaten lijkt zich echt bewust van de economische uitdagingen waar Frankrijk voorstaat. Extremisten zoals Jean-Luc Mélenchon (links) of Marine Le Pen (rechts) slagen erin om hun dwaze karikaturen verkocht te krijgen : beiden zouden wel eens rond de 15% kunnen eindigen. Maar ook de twee grote kanshebber, zittend president Nicolas Sarkozy en socialistisch uitdager Jean-François Hollande, spreken absoluut niet over de vernieuwing die de Franse economie in navolging van de Duitse, Italiaanse, Spaanse… nodig heeft. Dat nogal wat Franse bedrijven al noodplannen aan het bedenken zijn voor het geval Hollande zou winnen (een verhuis naar Luxemburg, bijvoorbeeld), is veelzeggend.

Dat maakt de vraag voor wie ik zou stemmen opnieuw interessant. In de eerste ronde lijkt centrist François Bayrou nog de beste optie. Die lijkt tenminste te beseffen hoe cruciaal het is de publieke financiën op orde te brengen, en die nog het meest “sociaal-liberaal” is in een land waar links en rechts het liberalisme erg ongenegen zijn. Maar wellicht haalt hij de tweede ronde niet, en gaat het dan tussen Sarkozy en Hollande. Op basis van hun beider persoonlijkheid zou de keuze niet moeilijk mogen zijn : Hollande zou het ambt een stuk waardiger invullen. Maar zijn ideeën zijn zo ver verwijderd van wat Europa nodig heeft, en de fallout in België van zijn verkiezing zou zo groot zijn, dat er toch maar één optie zou overblijven. Of hoe een mens blij is dat hij géén keuze hoeft te maken…

Boontje

Boontje

Tommeke, Tommeke… U had wellicht al door dat dit stukje over ene Tom B. gaat, en toch niet echt autobiografisch kan worden genoemd. Ik fiets ook wel eens graag, maar daar houdt de ”vergelijking” toch wel op. Tijdens het koken gisteren heb ik Parijs-Roubaix gevolgd. De VRT-commentatoren die het niet met elkaar eens waren over de Boonensolo vanop 53 km gaven wat extra pit aan de uitzending. Ik hoorde bij het kamp-Vannieuwkerke : een groot kampioen mag -nee, moet soms- een groot nummer proberen neer te zetten. Maar met gezond verstand had het niet veel te maken, natuurlijk.

Toch maakte Boonen het af. Waarmee hij een voorjaar afrondt dat hem definitief als groot wielerkampioen kroont. Ik sla het grote Rondewerk, met name de Tour, een stuk hoger aan dan de klassiekers, maar een dubbele vier op een rij met een vierde Parijs-Roubaix en het indrukwekkende rijtje E3, Gent-Wevelgem, de Ronde van Vlaanderen dat eraan voorafging doet terecht ook een Lance Armstrong bewonderend fluiten (twitteren, heet dat tegenwoordig).

Op dit soort momenten blijft wielrennen natuurlijk een prachtige sport, ondanks alle schaduwen die er al eens over hangen. Een zeer mooi kijkstuk ook. Waar iedereen die al eens over kasseien fiets, het weze aan minder dan de helft van Toms snelheid, zich ook fysiek iets bij kan inbeelden.

Hopelijk breit Tom er later op het seizoen nog een vervolg aan, al is dat natuurlijk geen must meer na gisteren. Maar je weet maar nooit dat zijn prestaties wat afstralen op een bijna-naamgenoot…

Band Aid ?

Band Aid ?

Dit is een haat-liefde stukje. En dus niet zo gemakkelijk om te schrijven. Maar soms is zwijgen echt geen optie. Vooruit dan maar…

Misschien best beginnen met het ”liefde”-deel. Ik hou van organisaties als KWB, KAV, Okra, Pasar, KAJ. Die doen ontzettend nuttig werk in de samenleving en dragen bij aan het sociaal weefsel. Ik deel ook een stuk van hun inspiratie. Als ik ooit veel tijd heb, dan acht ik het heel goed mogelijk dat ik mee op hun kar spring.

Al die organisaties horen bij het ACW, samen met enkele meer geïnstitutionaliseerde spelers in ons sociaal-economisch systeem zoals ACV en CM, die ik op zich wat minder sympathiek vind maar die natuurlijk een noodzakelijke rol (mee) spelen in ons bestel. Al deze groepen maken deel uit van het ACW. Of tenminste : het ACW pretendeert deze organisaties te overkoepelen. Of de leden van Okra, KWB of KAV daar allemaal gelukkig mee zijn, is nog een andere vraag.

Zeker dezer dagen. Want uiteraard is de aanleiding voor dit stukje het financiële beleid van het ACW. Dat die organisatie erin geslaagd is een staatswaarborg te krijgen voor de Arco-spaarders die hun Dexia-aandelen in rook hebben zien opgaan zou desnoods nog als een ”sociale” actie kunnen worden bestempeld, al blijft het een vreemde discriminatie van andere aandeelhouders en al hadden de coöperanten uiteindelijk moeten en kunnen weet dat ze een relatief klein maar reëel risico liepen. De Europese Commissie denkt daar ook zo over. Tot daaraan toe, in dit geval lijkt het ACW er in elk geval eerbare intenties op na te houden.

Maar dat datzelfde ACW nu nog maar overweegt om ooiteen deel van de mogelijke winst van Staatsbank Belfius te innen, is zonder meer schandalig. Het ACW wil dat bovendien koppelen aan een ”ethisch beleid” voor Belfius. For the record : daar ben ik helemaal vóór. En ik heb wél aandelen -als belastingsbetaler- het ACW als organisatie niet.

Wettelijk is het blijkbaar allemaal in orde. Ethisch duidelijk niet. CD&V-senator Torfs is een heel eind in mijn achting gestegen door dat ook te zeggen. Maar dat dit hem het predicaat ”moedig” oplevert (en anderen zoals N-VA’er Jan Jambon die tot dezelfde conclusie komt niet), komt natuurlijk omdat zijn partij en het ACW met handen en voeten aan elkaar gebonden zijn. Wat het verhaal helemaal onverkwikkelijk maakt, uiteraard : het ACW zit meer rechtstreeks dan onrechtstreeks in de regering die namens ons allen eigenaar is van Belfius wil tegelijk winst puren uit die bank.

Nu spuien ACW en CD&V wel eens mist over de onderlinge band, zeker nu. Maar minstens in Essen doet het ACW niet zo discreet over die “Band”, en blijft het puur partijpolitieke propaganda voor CD&V uitbrengen. Zes jaar geleden voor een stukje op onze kosten (wie het verhaal wil lezen, moet een eind terugbladeren op deze site). Straks in oktober zowaar op úw kosten, beste Belfiusaandeelhouder (dat zijn we allemaal). Met het logo en de foto’s van úw vereniging, beste KWB’er, Okra’er, KAV’er… – waar dat van Belfius én dat van het Ministerie van Financiën zou moeten staan ?

Trefzeker

Trefzeker

Ik ben naar de Trefdag van VVSG geweest. Op uw kosten, beste Essenaar. Toch wat de inschrijving betreft (60 EUR) mijn treinticket naar Gent heb ik zelf betaald (18 EUR, vanuit Antwerpen).

VVSG is een schitterende organisatie die de lokale besturen in Vlaanderen uitstekend ondersteunt en er bovendien voldoende zelfkritisch tegenover staat. Dat ze zich af en toe leent tot een soms wat te gemakkelijke (financiele) klaagzang over de hogere overheden neem ik er dan graag bij.

De Trefdag is een tweejaarlijks gebeuren, maar in het jaar vóór de verkiezingen heeft hij een extra betekenis als zeer rijke bron van ideeën voor de nieuwe bestuursperiode. Er waren maar weinig Essenaren. Eén burgemeester, één schepen, één OCMW-voorzitter, één OCMW-secretaris en één gemeenteraadslid heb ik geteld. Vreemd eigenlijk, want al wie in gemeentebeleid geïnteresseerd is en zich al dan niet met wat moeite kan vrijmaken moet er volgens mij proberen bij te zijn.

U hebt de rekening betaald, dus mag u ook weten wat ik heb gedaan – naast tussen de standjes van allerlei organisaties lopen en documentatie verzamelen. Ik heb vijf sessies van telkens een uur gevolgd :
1. Vlaams en gemeentelijk winkelbeleid: een sterk duo ?
2. Werken aan dienstverlening: slimmer, sterker en straffer
3. Samenwerking tussen OCMW en gemeente. Bakens in de kunde van het samenwerken
4. Platteland blinkt uit ! Inspirerende projecten die ‘landelijkheid’ in de verf zetten
5. Ten einde raad ?

Ik ben over alle vijf tevreden, en dat is natuurlijk een goede score voor dit soort activiteiten. Ik heb bovendien minstens twee heel inspirerende mensen aan het woord gehoord. Één die ik twaalf jaar geleden bij dezelfde gelegenheid hoorde spreken en die mijn kijk op plattelandsbeleid voor altijd heeft veranderd (Niek De Roo) en één die zo kritisch naar het fenomeen ”gemeenteraad” keek dat ik prompt opnieuw trots ben om raadslid te zijn en daar telkens opnieuw het beste van probeer te maken (Filip De Rynck).

Voor sommigen is de Trefdag vooral een netwerkevenement, maar ik zit nu eenmaal niet echt in dit netwerk. Voor mij is het een gelegenheid om ideeën op te doen. Ik heb er minstens twee aan overgehouden waarvan ik zelf benieuwd ben of ze enige kans maken om in ons verkiezingsprogramma te komen. Dat wordt dus nog interessant…

Uw geld is wat mij betreft dus goed besteed – ik kreeg er ook wat spijs en drank voor, maar u vergeeft het me wellicht dat ik u de details daarvan bespaar (voor zover ik die überhaupt nog zou kennen). De voeding voor de geest stond namelijk voorop. Waarvoor dank.

Onkruid

Onkruid

Gemeenteraden heb je in verschillende soorten, en die van gisteren behoorde tot het verkeerde type : bitse discussies, persoonlijke verwijten en weinig respect voor andermans mening. Dat lag niet aan onze fractie, en overigens ook niet aan de burgemeester, maar het blijft wel jammer. We moeten deze gemeente samen nog 9 maanden besturen.

Dat neemt overigens niet weg dat er verstandige dingen zijn gezegd. De bespreking over RUP Spijker was met name een nuttig signaal aan de betrokken eigenaars : als die ook dit RUP langs gerechtelijke weg terug naar af sturen, dan valt niet uit te sluiten dat het gemeentebestuur geen nieuwe poging meer onderneemt. En dan wordt hun rechtszekerheid alleen kleiner. Frans Schrauwen deed er -voor één keer- goed aan om de geschiedenis van het dossier in herinnering te brengen: dit verhaal had eigenlijk al sinds 1994 van de baan moeten zijn,

De spanning tussen het planmatige en het juridische in dit soort dossiers maakt het ondertussen bijzonder moeilijk voor een overheid om haar werk te doen. Naast een grotere zorgvuldigheid bij de planners vraagt dit wellicht ook een aanpassing van de procedures. Met name die voor de Raad van State, een orgaan dat een onmisbare rol vervult, maar dat best ook eens stevig zou worden geüpdatet.

Verder liep de discussie over ”open ruimte” wat als rode draad doorheen de betere stukken van de gemeenteraad. Luc Van Wezel maakte zich zorgen over het verdwijnen van landbouwgebied. Volledig terecht. Alleen zette hij vooral de tegenstelling met bos- en natuurgebied (en fietspad) in de verf. Daar vergist hij zich : het moet in de eerste plaats over open ruimte in zijn geheel gaat. Of bosgrond en landbouwgrond nu laatst of voorlaatst in het lijstje van het prioritaire grondgebruik staan, of omgekeerd, doet er uiteindelijk niet zo veel toe. Ze moeten beide veel hoger op die lijst. Als we onszelf een landelijke gemeente noemen, en toch -ook al terecht- ernstig nadenken over het voorzien van volkstuintjes voor de appartementsbewoners, dan klopt er ten gronde iets niet.

In het debat over die volkstuintjes (een voorstel van Philip Peeters, wat had u gedacht) haalde Frans wél volledig ongepast aan dat Philip desgevraagd zijn tuin mocht komen onderhouden. De oud-burgemeester speelde nog maar eens de man, en niet de bal. Toch zette hij me aan het denken : zo zijn er natuurlijk nog mensen. Tuinuitleen. Zou daar al eens aan gedacht zijn ?

Noord

Noord

De eerste keer dat mijn (toenmalige en ook huidige) werkgever me naar het buitenland stuurde, leidde de weg naar Kopenhagen. Vandaag belandde ik opnieuw in de Deense hoofdstad, waar het weliswaar tien graden frisser is dan bij ons, maar die verder onder hetzelfde stralende zonnetje baadt. Zodat de terrasjes van Nyhavn helemaal vol zitten.

Dat ik van de steden in het Noorden houdt moet de lezers van deze stukjes (wie zijn ze, wat doen ze hier ?) al zijn opgevallen. Kopenhagen is daarop geen uitzondering : mooie gebouwen en nette straten met relaxte, vriendelijke mensen. En water dat de betovering van verre reizen in zich draagt – naar het Vinland van Leif Eriksson, die voor Columbus de overtocht waagde, bijvoorbeeld.

Het Deense EU-voorzitterschap, dat me hier bracht, is er inhoudelijk één van lopende zaken, zonder veel ambitie. Misschien heeft de EU dat ook wel even nodig. Bovendien lopen die zaken dan ook op zijn Scandinavisch netjes op rolletjes. Ik kom er de komende tijd nog terug, in Denemarken. Ik kijk er al naar uit.

Kom op !

Kom op !

De quiz der quizzen. Om in de toch redelijk quizgekke gemeente Essen die titel te mogen dragen, moet je van ver komen. Maar de Kom op Tegen Kankerquiz laat er al een aantal jaren geen twijfel over bestaan : This is the real thing ! Dit jaar brachten Robin en zijn ploeg 68 ploegen bijeen in de sporthal van het College. Voor een leuke quiz, met de sympathieke Jan Bosman achter de micro. En met naar goede gewoonte enkele BV’s om het geheel te kruiden.

De overwinning ging naar het dit jaar bij momenten beresterke Wij aan de Grens. Met N-VA/PLE deden we het behoorlijk, mijn quizmaten van ESAK lag deze quiz naar minder goede gewoonte een stuk minder. Maar eigenlijk is dat minder belangrijk. Essen toonde eens te meer zijn groot hart – en beleefde er ook nog plezier aan. Zo moet dat dus.

Dag Geert

Dag Geert

Geert Lambert maakte bekend dat hij niet opnieuw kandidaat zal zijn voor een zitje in de Oostendse gemeenteraad, en dus vanaf 1 januari geen politiek mandaat meer zal hebben. Geert is er de man niet naar om zich als een Herman De Croo vast te klampen aan een zitje, dus een echte verrassing is zijn afscheid niet.

Sinds eind 2009 hebben Lambert en ik bovendien ook geen partijkaart meer gemeen, zoals dat vanaf 1991 altijd het geval was. Toch stemt het me wat weemoedig. Ik herinner me dat ik ooit in functie van de Essense jeugdraad contact heb genomen met de toenmalige medewerker van de VU-Europarlementsleden. Het enthousiasme voor een sterk Vlaams-Europees progressief verhaal droop er toen al van af, aangevuld met een flinke portie realisme.

Geert was er vanaf dan altijd, al kwam hij maar langzaam op de voorgrond. Omdat hij een man van ideeën, van nuance, van stijl was. Hij werd de eerste invaller van de Vlaams-progressieve partijpolitiek, een stabiliserende factor in woelige wateren. Hij torpedeerde ondanks immense druk het BHV-akkoord van 2005 – je kan over dat van vandaag zeggen wat je wil, maar wat toen voorlag was alleszins veel slechter. Uiteindelijk kwam zijn hoogte- en dieptepunt in 2009, met de onmogelijke opdracht om in enkele maanden een volledig eigen verhaal, dat van de SLP neer te zetten. Ik blijf hem dankbaar dat hij het toen heeft geprobeerd.

In een interview pleitte hij de voorbije dagen voor politici die los van berekening een programma aan de kiezer voorleggen. Klinkt het niet, dan botst het wel. Dat is een beetje ongenuanceerd, en dat weet hij zelf ook. Maar hij heeft wel gelijk dat de politiek vandaag te veel in de andere richting is doorgeschoten. Wie durft nog zeggen waar het op staat, ook als de kiezer daar niet meteen vóór is ?

Geert zou de stap naar Groen achteraf gezien beter niet meer hebben gezet, maar dat is gemakkelijk gezegd. Voor mij blijft hij een voorbeeld. En het programma van zijn SLP blijft voor mij een maatstaf en een ideeëngoed waarvoor altijd ruimte zal zijn in het politieke landschap. Al wordt dat een kwestie van geven en nemen, want de kans lijkt me klein dat het ooit nog een eigen partijpolitieke vertaling vindt. Of iemand die het even goed belichaamt als Geert. Het ga hem goed.

Geregistreerd

Geregistreerd

Op 18 maart 1723 werd in de kerk van Nispen en Essen Anthonius Bevers gedoopt. Zijn doopakte is het oudste spoor van een naamgenoot dat zich in de gezamenlijke archieven van Roosendaal, Essen en Kalmthout bevindt. Dat opzoeken heeft me ongeveer een minuut gekost. Op de trein. De drie gemeenten hebben de parochieregisters en de archieven van de burgerlijke stand online geplaatst.

Cultuurschepen Jokke Hennekam mocht het project gisteren voorstellen – daarbij wees ze erop dat omwille van de privacy alleen de gegevens t.e.m. 1911 beschikbaar zijn, wat in dit Facebooktijdperk een wat ironisch gegeven is. Desalniettemin is de online databank een fantastisch instrument, en een Vlaamse primeur waar Essen en Kalmthout trots op kunnen zijn. Waarbij het natuurlijk een voordeel was om in de schaduw te zitten van een grote buur aan de overkant van de grens, die bovendien met een sterk historisch besef begiftigd is.

Niet alle foto’s waarop het Essense college dit jaar met fierheid glimlacht zullen even waarachtig zijn, vrees ik, maar deze is hen wel gegund. Al gaat de verdienste wat Essen betreft toch vooral naar Joris en Stef van de dienst burgerzaken, die in dit project (eens te meer) hun hart hebben gelegd.

Hardop dromend zou het natuurlijk mooi zijn om een digitale kruisverbinding met Essen in Beeld te realiseren, zodat een persoon aan haar of zijn foto wordt gekoppeld of omgekeerd. Dat is niet evident, maar ook niet onmogelijk. Al zie ik niet meteen foto’s van Anthonius Bevers opduiken, tenzij een tijdreiziger de uitvinding van de fotografie alsnog zou gaan vervroegen. Dat lijkt me niet meteen voor morgen. Of voor gisteren, dus…

Nacht en ontij

Nacht en ontij

Ook in Essen begint de jaarlijkse Nacht van de Geschiedenis van het Davidsfonds een traditie te worden. Net zoals vorig jaar waren Rudi en ik gevraagd om op basis van de Essen in Beeld-fotocollectie een bijdrage te leveren. Het thema was ”drank”, en dus belichtte Rudi de brouwerijen en drankdepots. Ik mocht heden en vooral verleden van de Essense cafés toelichten.

Nu zijn die cafés niet meteen mijn natuurlijke biotoop, maar op basis van de informatie op onze website, een artikel van Flor Backx in De Spycker van 1990 en andere informatie uit dat onvolprezen jaarboek van de Heemkundige Kring heb ik toch een min of meer coherent verhaal kunnen brengen. Ook al omdat foto’s vaak voor zichzelf spreken. Het voordeel van een onderwerp dat je minder goed kent is dat je veel bijleert uit het opzoekwerk, natuurlijk. Uit het verhaal komt een Essen uit een ander tijdperk naar voren. Een dorp waar de boeren hun borrel dronken en waar de kermis het hoogtepunt van het jaar was. Maar ook een spoorwegknooppunt met de hotels en gelegenheden van meer bedenkelijk allooi die daar bij horen.

De 119 cafés in 1910 en hun vrede verhaal leverde natuurlijk heel wat mooie cafénamen op. Daarbij zitten enkele dubbels – wat het opzoekwerk natuurlijk niet vergemakkelijkte. Voorspelbare, zoals De Grens of Het Spoor. Of Statiezicht. Clichés als In De Kroon of De Welkom. (Faux-)Chique als Hôtel du Commerce. En verrassende als In Transvaal. Wie koos die namen, en waarom ? In veel gevallen zullen we het nooit weten, zoals we (gelukkig) ook niet alles zullen weten over wat zich tussen de vier muren van die staminees afspeelde.

Naast ons verhaal zorgde Leo Suykerbuyk voor een In Memoriam voor de onlangs overleden Leo Doggen van ”De Linden” die als spreker was gevraagd. Daarnaast interviewde hij levend monument Karel (Charel) Van Oevelen; hoewel hij nooit achter de ketels stond voor altijd ”de brouwer” in Essen. Dat de avond met een biertje werd doorgespoeld, was natuurlijk onvermijdelijk.

Er kroop (kostbare) tijd in de voorbereiding, maar voor mij was het die alvast waard. Hopelijk geldt voor de bezoekers hetzelfde. En anders stel ik voor dat ze er eentje drinken om hem door te spoelen…