Een speelplein om trots op te zijn

Een speelplein om trots op te zijn

Steff Nouws had het goede idee om de leden van de vzw Jeugdwerking uit te nodigen om vandaag een bezoekje te brengen aan de Speelpleinwerking. Het was heel lang geleden dat ik nog op het speelplein was geweest. Ik bewaar goede herinneringen aan de opstart, waarvoor ik stevig mee aan de kar heb getrokken als voorzitter van de eerste stuurgroep. De bezoekjes aan verschillende speelpleinen in de zomer van 1994, de vergaderingen waarbij we écht iets van nul konden starten en dan het eerste werkjaar in 1995 in de potlodenschool aan de Maststraat vond ik heel verrijkend. ook al leerden we óók dat een oproep voor gratis knutselmateriaal in het gemeentelijk infoblad té veel positieve reacties oplevert…

Ik ben de werking daarna altijd blijven volgen, via de vzw Jeugdwerking, de mensen die ik er kende. Of zoals dat vandaag gaat, via Facebook. Met soms een glimlachende verbazing over wat ze in die 18 jaar niet veranderden aan de soms toch licht willekeurige beslissingen die we toen namen. Maar ook met bewondering, zeker de laatste jaren, voor wat ons speelplein realiseert : de inclusieve werking voor jongeren met een handicap en de link met de zomerklas voor anderstaligen zijn niet zo vanzelfsprekend. Maar de monitorenploeg doet het wel. En vandaag heb ik gezien dat het ook goed was. Steff vertelde me bovendien dat het aanbod aan monitoren groter is dan de vraag, en dat zegt ook wel iets. “Goed bezig”, zeggen ze dan.

Wat ik helemaal leuk vond is de keuze om vanaf dit jaar in de namiddag met “vrij spel” te werken en de indeling in leeftijdsgroepen dan los te laten. Omdat ze daarmee eigenlijk een stukje droom realiseren dat wij in 1994 hadden toen we de werking van Speelplein Horst in Schoten bezochten. Wat toen (alleen) leidde tot een themanamiddag op donderdag. Nu kan het blijkbaar wel. “Héél goed bezig”, dus.

Volgend jaar is er voor de 20e keer speelplein in Essen. Ik zou het leuk vinden om zoveel mogelijk oud-monitoren samen te brengen. Want er is echt wel iets te vieren.

Energieboost…

Energieboost…

Essen was gisteren de startplaats van de 4e etappe van de Enecotour. Een opgeklopt non-event, als we heel eerlijk zouden zijn. De Enecotour is er omdat er nu eenmaal in de wielerlanden Nederland en België een rittenkoers moet zijn, en omdat de UCI niet anders kan dan die een beetje een fatsoenlijke plaats op de kalender te geven. Maar de enige rittenkoers die er echt toe doet in de Lage Landen wordt niet hier gereden, maar in Frankrijk. En aan de stárt van een wielerwedstrijd is niet echt veel te zien, als we ook daarover eerlijk zijn. De prijzen worden aan de meet uitgedeeld. Dus zijn de 15.000 EUR die de gemeente hieraan heeft uitgegeven weggegooid geld.

En toch. Ik had hier gemakkelijk mijn stukje kunnen eindigen. Maar ik heb me gisteren wel geamuseerd, eigenlijk. Want laat het dan opgeklopt zijn, het was wel goed opgeklopt. De voorstelling van de renners was herkenbaar voor wie dat al eens bij de Grote Prijs Rouwmoer zag, maar dan met meer renners en toch nog iets grotere namen dan bij het veldrijden. Een olympisch kampioen voor wie ik veel bewondering heb, bijvoorbeeld. En met UCI-voorzitter Pat McQuaid, die in ongegeneerd Hollengelands werd geïnterviewd en met een heerlijk Iers accent antwoordde.

Bovendien heeft Štybar zijn thuisgemeente een mooi cadeau gedaan door daags voordien de rit te winnen, zodat we een echte lokale held konden toejuichen (goed importeren is ook een kunst !). En ook ons gemeentebestuur had aan het opkloppen meegewerkt, zodat er gewoon ook véél volk was. En het Heuvelplein was gezellig ingericht, al wilde de zon niet helemaal mee.

Essen lust dit blijkbaar wel. Een aankomst zou natuurlijk mooier zijn geweest. De tussensprint die we nu kregen was een maat voor niets – een mens vraagt zich af hoe je op 18 km 5 minuten kan uitlopen. Gelukkig ken ik nét genoeg van wielrijden om de tactiek van de spurtersploegen te vatten. Maar veel hadden we er niet aan. Ik ga ook alleszins kritisch blijven over de bestede middelen, en wil sowieso goed weten waar ze naartoe zijn gegaan en wat er eventueel is terugverdiend. Maar ik zeg niet bij voorbaat neen tegen een wat groter wielerevenement in Essen. Dat mag zelfs opnieuw de Enecotour zijn. Een aankomst dan. Al weet ik niet eens wie er vandaag gewonnen heeft (Chavanel, blijkt na opzoeking – mooie naam op het lijstje).

Overigens heb ik twee weken geleden Vlaanderen Muziekland aan mij voorbij laten gaan, wegens echt niet de muziek waarvoor ik warm loop. Maar uit de echo’s die ik opvang leid ik min of meer hetzelfde verhaal af. Met misschien daarom ook wel dezelfde conclusie (en met dezelfde nuance over de nood aan financiële transparantie). Al blijft duurzaam investeren in het sociaal weefsel natuurlijk belangrijker dan eenmalige massa-evenementen. Maar in mijn vakgebied wordt al eens over de “policy mix” gesproken. Misschien is daarin meer plaats voor dit soort activiteiten dan ik voor de zomer zou hebben gevonden. Al was het maar omdat Eneco deze fantastische foto (Machteld Verrycken) opleverde…

Archief

Archief

Het Utrechts Archief. Niet meteen het meest “catchy” opschrift om de toerist mee te lokken. Toch liep er donderdag wel wat volk rond. Maar het hadden er meer mogen zijn. Het archief doet namelijk fantastische dingen met het Utrechtse erfgoed.

We kwamen voor de tentoonstelling rond “300 jaar Vrede van Utrecht”, en vooral het congres dat aan dat vredesverdrag voorafging. Daar blijkt heel wat over te vertellen, maar het vergt nogal wat creativiteit om het verhaal aantrekkelijk in beeld te brengen. Waarbij grote lijnen (de rivaliteit tussen de Fransen en hun oorlogsvijanden) en details (de feesten die de Portugezen aanrichtten) in elkaar overvloeien. Hoogtepunt voor mij was het ritje in de koets : je stapt in, de koets beweegt zodat het lijkt alsof je over de kasseien hobbelt, de (virtuele) koetsier vertelt het verhaal en door het raam zie je geprojecteerde oude prenten. Niet zo moeilijk, maar wel een uitstekende manier om het gegeven “koets” tot leven te brengen. En net daarom uiteraard interessant.

En verder ? Een stukje rechtbank waar je je eigen oordeel kan vellen, een kort bezoek aan de gevangenis, aan de geest in de wijnkelder… En de mogelijkheid om met allerlei archiefstukken en met behulp van de beeldenbank (die gek genoeg niet gewoon “Utrecht in Beeld” heet) een eigen krant te maken.

Natuurlijk heeft Utrecht meer geschiedenis dan Essen. Maar het verschil is niet eens zo gigantisch. Het gaat er alleen om hoe je het aanbrengt, wat je ermee doet. En vooral, hoe je het verleden tot leven wekt. Zodat, zoals ik vorige week schreef, een bezoek aan een museum wel 10 EUR waard wordt.

Overigens was de toegang tot het archief gratis. Dankzij een sponsor. Waarvan ik me nu de naam nog herinner. Goed gezien van de sponsor. En van het archief…

Kloosterleven

Kloosterleven

De vzw Kempens Landschap is een domein rijker. Het bos en park rond het domein van de paters Redemptoristen aan Rouwmoer werd dit voorjaar aangekocht, en gisteren officieel geopend. Met een picknick, rondleidingen en heel wat animatie. Een gezellige dag in een mooi domein, dat ik (tot mijn schande) nauwelijks kende. Er is nog heel wat werk in het domein, om te zorgen dat het helemaal in orde is : de lanen mooi aanleggen, de pittoreske gebouwtjes repareren,… Maar Kempens Landschap weet hoe dat moet, en zal er ongetwijfeld in slagen om eruit te halen wat erin zit. Als “men” er maar niet te dikwijls het oog op laat vallen om er iets te organiseren dat er niet past, natuurlijk.

Voor de kloostergebouwen is nog geen nieuwe bestemming gevonden. Dat is ook niet vanzelfsprekend : de eigenheid ervan moet gerespecteerd blijven, en er moet een maatschappelijke meerwaarde gecreëerd worden zonder grote financiële last. Een functie in de zorgsfeer zou wellicht nog het meest passend zijn, maar eenvoudig wordt het wellicht niet. Nu, wat voor dit (bijna voormalige) klooster geldt, gaat natuurlijk op voor zeer veel gebouwen in de religieuze sfeer. Al zijn er verschillen : sommige kerken, ook in Essen, zouden eventueel afgebroken kunnen worden, maar dit klooster komt daarvoor uiteraard niet in aanmerking. Er zal nog heel wat creativiteit nodig zijn om al dat religieus erfgoed te herbestemmen – ik wil natuurlijk altijd eens meedenken…

Vijf jaar beeld

Vijf jaar beeld

Neem even de proef op de som. Surf naar dns.be en tik “esseninbeeld.be” in. Kijk wanneer die site werd geregistreerd. Het antwoord : op 3 augustus 2008. En dit is dus precies vijf jaar geleden. Happy birthday to onszelf.

Ondertussen zijn we bijna 42.000 foto’s verder. Dat is een redelijk gigantisch aantal. Bijna 25.000 stuks van na 1 januari 2009, toen de site officieel werd “geopend”. En meer dan 17.000 oude Essense foto’s. Ik heb mijn vakantiedagen gebruikt om nog een hele reeks oude foto’s (uit de ingescande dia’s) oplaadklaar te maken, dus de collectie wordt in elk geval nog groter. En ook de reacties blijven komen, zodat we nog (letterlijk) elke dag de informatie over de foto’s kunnen aanvullen.

Zo vind ik het ook wel goed : natuurlijk was 2009 hét jaar van Essen in Beeld, maar het zou jammer geweest zijn om daarna helemaal stil te vallen. Al is dat nog steeds geen evidentie – in de praktijk draait alles immers op de inzet van één persoon, Rudi Smout. Waarbij de “technieker” (ikzelf) vooral in beeld komt als er even iets vastloopt.

Vorige week kwamen er voor het eerst ook bewegende beelden bij. De filmfragmenten die we in het voorjaar vertoonden staan eindelijk ook op de site. Waarbij ik dankbaar van de technologie achter YouTube gebruik heb gemaakt, zodat de stukjes via alle platformen beschikbaar zouden moeten zijn. Zo wordt een laatste ambitie uit 2008, die toen volstrekt onhaalbaar bleek, nu ook een beetje vervuld : video op Essen in Beeld.

Al blijven de foto’s uiteraard de hoofdzaak. Ik vind zelf niet altijd de tijd om ze te bekijken, maar er af en toe doorheen bladeren levert altijd onverwachte pareltjes op. En de vaste overtuiging dat we met de oude foto’s ooit nog eens “iets” moeten doen. Als er nog eens tijd is, want jammer genoeg kan je de klok alleen op een foto echt stilzetten…

Bonusvraagje : uit welke Essen in Beeldfoto plukte ik deze taart ?

In quarantaine

In quarantaine

De Quarantainestallen zijn dicht. Natuurlijk werden ze al lang niet meer gebruikt om dieren bij de grensovergang een tijdje in verzekerde bewaring te nemen. Maar eind juni stopte ook de huidige uitbating, als horecazaak annex rommelmarkt. Spijtig voor al wie er graag een bezoekje bracht, al was de meerwaarde voor Essen niet zo groot. En ook al werden de gebouwen gebruikt, dat kon enige aftakeling toch niet tegengaan. Maar nu staan ze leeg, en dat is natuurlijk nog erger.

De stallen zijn uniek, en vormen één van de meest sprekende monumentale plekken van onze gemeente. Ze zijn publiek erfgoed, en dus is het logisch dat de overheid -in de eerste plaats de gemeente- zich het lot van de hallen aantrekt. Anderzijds ben ik zeer sceptisch over het aankopen van gebouwen om daar vervolgens een bestemming voor te zoeken. Zo hebben we al een miskoop gedaan, aan de overkant van Hemelrijk.

Meer dan ooit geloof ik daarom in de noodzaak van een totaalproject voor de hele Hemelrijksite, met een visie op termijn. Een visie zoals wij die in 2010 ontwikkelden. Die is ondertussen voor een deel achterhaald door andere beslissingen, maar de noodzaak van een totaalproject voor de hele site blijft absoluut overeind. Waarbij keuzes gemaakt worden, ook als ze pas op lange termijn verwezenlijkt kunnen worden, en niet vaag worden gelaten om uiteindelijk de waan van de dag de knoop te laten doorhakken (of doorrotten). En waarbij de hele puzzel in elkaar moet passen, zowel economisch als ruimtelijk-ecologisch. Wellicht is het nu het moment om dat te doen : het dringt stilaan ook bij CD&V en sp.a door dat het “slow growth” model voor de douaneloods een doodlopend spoor is, de toekomst van het Karrenmuseum ziet er (vooral financieel) onzeker uit en de Quarantainestallen staan leeg.

Wat die stallen betreft, geloof ik in een verblijfsfunctie, zoals in 2010 – maar dan wat verder doorgedreven. Met behoud van de architectuur van de stallen, maar uiteraard volledig gemoderniseerd. Gericht op toeristen, maar ook op residentiële (bedrijfs)seminaries. In het duurdere marktsegment. Waarbij een privé-investeerder het voortouw zal moeten nemen. Dat kan, als we ook iets te bieden hebben : een groene omgeving, de douaneloods die voor grote congressen kan worden gebruikt (en in het weekend voor evenementen op Essense schaal), sportinfrastructuur in de buurt én een Karrenmuseum dat het waard is om ook zonder dat er iets te doen is pakweg 10 EUR voor een bezoek neer te tellen. In een volledig heraangelegde stationsomgeving – wat mij betreft zonder viaduct.

Ik geloof daarin. Of in soortgelijke oplossingen waarbij we meerwaarde creëren, en niet krampachtig proberen om “iets” te doen of wat te schuiven met bestemmingen. Maar het zal alleen werken als we echt alle stukken van de puzzel bij elkaar durven leggen, en stoppen met een afzonderlijk “pappen en nathouden”-beleid tegenover het Karrenmuseum, de VVV, de Heemkundige Kring, de loods, de stallen… De puzzel komt eigenlijk te laat (zwembad Hemelrijk wordt duidelijk gemist), maar het kan nog. Vijf jaar wachten kan daarentegen niet. Voor mij is dit de test of Essen alleen beheerd wordt (dan gaat er aangemodderd worden) of echt bestuurd. Ik ben benieuwd !

Bedrijvig

Bedrijvig

Ik ben sinds een maand of twee bestuurder bij een heus bedrijf. Elke politicus die het ver heeft gebracht hoort in de raad van bestuur van een vennootschap terecht te komen, en dus ben ik er erg blij mee. Beursgenoteerd zijn we evenwel niet – gelukkig maar.

Ik ken het bedrijf ook al wel een beetje. Ik was er namelijk een aantal jaren “commissaris”, ook al een ronkende titel. Maar die wordt binnenkort afgeschaft, zodat het duidelijk tijd werd voor iets anders.

Wellicht weet u ondertussen over welk bedrijf het gaat. Het “Autonoom Gemeentebedrijf Essen”. Kortweg, het AGB. Marketingtechnisch niet meteen de sterkst denkbare naam. Misschien moeten we eens een zeer duur studiebureau inhuren om ons een nieuwe naam te geven. Iets met “Essentia” zou mooi geklonken hebben, maar daar zijn er al heel wat anderen mee weg – en niet alleen de onvolprezen fusieharmonie van onze gemeente, zoals Google leert.

Waarvoor kan u bij ons bedrijf terecht ? Wel, we baten een turnzaal in Wildert uit. Daarover zijn er weinig klachten.

Ook de sporthal Hemelrijk valt onder ons bedrijf. Tot voor kort in onderaanneming, sinds enige tijd doen we het zelf. Want er waren wel klachten. Eerst was er een formele klacht over de uitbating. Van mij. Ik kreeg gelijk, maar toch ook weer niet. De uitbating werd immers precies geregeld zoals dat van de klacht niet mocht. Vervolgens kwamen er nog meer klachten over de uitbating. Van de klanten deze keer. Die kregen gelijk van het Directiecomité van het AGB, en de uitbater werd buitengezet. Nu wordt er een nieuwe uitbater gezocht. Dat mocht eigenlijk niet zomaar, want de uitbating hing vast aan de bouw van de hal. Maar nu kan het wel. Dankzij… mijn klacht ! Zodat degenen die vonden dat ik ongelijk had, nu blij zijn dat ik gelijk heb gekregen…

Wat doet ons bedrijf nog ? Wel, we hebben een loods gekocht, aan Hemelrijk. Daar hebben we een studie over laten uitvoeren. En nu wachten we. Tot het gemeentebestuur zegt wat we ermee moeten doen. Dat is namelijk speciaal aan ons bedrijf : we doen alleen wat de gemeente ons vraagt. Of toch ook weer niet, want enkele jaren geleden heeft het Directiecomité ongevraagd twee huizen gekocht in Wildert. Achteraf heeft de gemeente ons dan netjes gevraagd of het AGB geen woningen wilde kopen…

Ondertussen doet de gemeente het andersom. In de krant lezen we dat er volkstuintjes komen. Op ons bedrijfsterrein ! Dat heeft niemand ons gevraagd. Nu vragen wij ons af of wij dat dan gaan moeten organiseren. Wellicht vraagt de gemeente ons dat binnenkort. Denk ik. Ik vermoed ook dat ze gaan vragen of de jaarlijkse veldrit niet op ons terrein mag doorgaan. Niet in de volkstuintjes, neem ik aan.

Dat is het beetje het probleem met ons bedrijf. Als het zo uitkomt, vergeet het gemeentebestuur graag dat we bestaan. Het gemeentebestuur heeft ons opgericht, omdat wij wel BTW kunnen aftrekken en zij niet. In ons land werkt dat zo : gemeenten moeten BTW betalen, tenzij ze een AGB oprichten. Een soort belastingontwijking voor de overheid. Men had in Brussel ook gewoon kunnen beslissen dat gemeenten geen BTW moeten betalen. Of wel. Maar neen, het werd een schimmige tussenregeling. Zucht. Dus heeft Essen een AGB. We kunnen daar moeilijk tegen zijn, want het bespaart de burgers geld. Maar je iets doet, moet je het wel goed doen. En daar loopt het mis : aan het Heuvelplein wordt al eens vergeten wat juist bij het AGB hoort, en wat niet. En dat mag natuurlijk niet. Ook een bedrijf dat een filiaal op de Kaaimaneilanden heeft, moet netjes beslissen wat er onder Kaaimanrecht valt, en wat niet. Zo gaat dat met belastingontwijking… En er moet ook wel iets te ontwijken zijn. Zo valt de verhuur van woningen niet onder de BTW-wetgeving. En hoe het met de BTW op volkstuintjes en veldritten zit, dat mag binnenkort wellicht het zeer bezige advocatenbureau van het AGB uitzoeken.

En de hal dan, waar zit daar het BTW-voordeel ? Wel, dat weet nog niemand. Maar als dát beter uitkomt, dan weten de meerderheidspartijen maar al te goed dat er een AGB is. Dan vergeten ze het plots niet. En dan gaat het helemaal niet over die BTW. Want in het AGB kunnen ze immers veel gemakkelijker beslissingen nemen. De vergaderingen zijn niet openbaar, en het directiecomité heeft er veel meer bevoegdheden dan het schepencollege in de gemeente heeft.

En kijk, dat maakt me nu een beetje lastig. De ene keer schermen met “dat is een bevoegdheid van het AGB” om de vragen van de gemeenteraad uit de weg te gaan en de boeken dicht te houden. En dan de andere keer op mijn vaststelling dat iets de bevoegdheid is van het AGB antwoorden dat “het toch niet uitmaakt omdat het allemaal de gemeente is”. Neen, dat is van twee walletjes willen eten. Zolang het AGB bestaat (en hoe sneller de hogere overheid de constructie wegvereenvoudigt, hoe liever) zal het nu eenmaal goed bestuurd moeten worden. Volgens de regels, en wat mij betreft zo transparant mogelijk. Ten bate van de Essense belastingbetaler, sporter, huurder, cultuurbelever…

Een hele opdracht dus, dat bestuurder zijn, voor wie meer wil betekenen dan een “stempelmachine” voor alles wat in het Directiecomité wordt beslist. Gelukkig zit ik er niet alleen. N-VA/PLE heeft met Anne, Joris, Bob en mezelf een stevig team bestuurders afgevaardigd. Die allemaal dezelfde doelstelling hebben : een open, heldere en efficiënte AGB-werking. Als de meerderheidspartijen hetzelfde nastreven, gaan we goed overeen komen. Maar dat is een stevig “als” !

Achter het gordijn

Achter het gordijn

Een conferentie in Slovenië die een spreker zocht over “Green Jobs” en de EPSCO-ministerraad die voor de zesmaandelijkse informele bijeenkomst naar Litouwen trok, maakten dat ik twee weekends heb doorgebracht in twee landen die er een paar gelijkenissen op nahouden. Beide landen waren de eerste om uit het staatsverband te stappen waar ze na de Tweede Wereldoorlog onder het communisme in beland waren, respectievelijk de Sovjetunie en Joegoslavië. Beide vochten daarvoor in 1991 een korte onafhankelijkheidsoorlog uit. In twee gevallen een beperkt conflict, met 9 Litouwse en 19 Sloveense dodelijke slachtoffers, maar waarvan de impact op de geschiedenis veel groter zou zijn. Een korte oorlog die vooral in Slovenië grotere wonden sloeg dan ik me bewust was, met name omwille van de nooit echt verteerde Tweede Wereldoorlog. En ook, natuurlijk, omdat in Kroatië, Bosnië en Kosovo later bleek dat het vele erger had kunnen zijn.

In Slovenië had ik dankzij mijn EMCO-collega’s het voorrecht om enkele dagen in een bergdorp bij het meer van Bohinj te verblijven, in een omgeving met prachtige natuur, waar het meer en de bergen bovendien voor wat afkoeling zorgden. Er reden veel wagens met Nederlandse en Belgische nummerplaten rond – voor één keer meer rood-witte dan zwart-gele. Blijkbaar hebben veel mensen al ontdekt dat er ook nog Alpen liggen voorbij waar vroeger het IJzeren Gordijn liep. Terecht, want Slovenië moet helemaal niet onderdoen voor de buren. De onvermijdelijke volksmuziek in Oberbayernstijl die overal weerklinkt (en die zich alleen in de taal onderscheidt van het Duitse equivalent) moet je er dan maar bijnemen.

Overigens is Slovenië zeer actief met het behoud van die eigen prachtige natuur bezig – zo is alle gemotoriseerd verkeer op het meer verboden. Het land ziet daarin ook een belangrijk economisch potentieel. Dat Essen een belangrijk stuk van zijn natuurpracht aan een Sloveense (Jelena Kovačič-De Belder) heeft te danken, is wellicht geen toeval…

Met een bezoek aan Vilnius rondde ik het trio Tallinn-Riga-Vilnius af. Ik vrees een beetje dat ik Vilnius het minst mooie van de drie vond, al kan dat ook gewoon met het weer te maken hebben. En met de ligging in het binnenland, wat me sowieso wat minder aanspreekt. Maar het blijft een prachtige stad, die voor mij heel Pools aandoet. Niet alleen omwille van de talrijke kerken. Zoals in Estland en Letland bezocht ik ook in Litouwen het museum dat aan de Sovjetbezetting herinnert, met name aan de activiteiten van de KGB. In dit geval ook gehuisvest in het voormalige gebouw van de Geheime Sovjetdienst. Compleet met een goed bewaard cellenblok.

In 1938 verdeelden Nazi-Duitsland en de Sovjets Polen en het Balticum onder elkaar. Dat leverde de regio afwisselende bezettingen vanuit het Westen en het Oosten op. Een moeilijk hanteerbaar verleden, maar vooral economisch maakten ze vanaf 1990 een heldere breuk. Vandaag zijn de Baltische landen degene die in de economische crisis de sterkste veerkracht vertoonden (en Polen wist de crisis zelfs zo goed als helemaal te ontwijken).

Daar ligt dan een verschil met Slovenië : dat pakte de overgang minder intelligent aan, en liet zich iets te veel door de corporatistische buren in het Westen inspireren. Dat bezorgt het land nu iets minder goede papieren. Maar ik twijfel er niet aan dat beide “kleintjes” in het verenigde Europa van vandaag en morgen hun mannetje wel zullen staan.

Uitgelezen

Uitgelezen

Op 14 april schreef ik hier over het stapeltje boeken dat op mij lag te wachten. Heb ik dat lijstje ondertussen afgewerkt ? Bijna. Alleen het eerste boek, dat over ruimtelijke ordening, is nog niet helemaal uit. Wat meteen aantoont dat ik de volgorde niet heb gerespecteerd…

Wat heb ik dan wel gelezen ? Het boek over De Wever heb ik in één keer uitgelezen. Dat ik daardoor op de betrokken avond te laat in mijn bed lag, moet voor wie mij kent meteen duidelijk maken dat ik het bijzonder boeiend vond. Het deed me denken aan de epische beschrijvingen die Hugo De Ridder destijds van de politieke crisissen in dit land maakte. Een blik achter de schermen, met zeer veel relevantie voor wat zich vóór de schermen afspeelt. Een blik ook op de meest relevante Vlaamse politicus van dit moment, ook al blijkt burgemeester van Antwerpen “zijn” een ander vak dan het “worden”. Een boek dat al wie naar de “moeder van alle verkiezingen” in 2014 uitkijkt gelezen moet hebben – en dat overigens ook leert dat een briljant strateeg wat geluk nodig heeft, zoals de ook nogal doorgewinterde tegenstander van De Wever, premier Di Rupo, de voorbije weken tot zijn vreugde mocht vaststellen.

Ik las ook Meneer de Burgemeester en herkende een ambt en een dorpspolitiek uit een afgesloten verleden, dat jammer genoeg soms nog doorleeft in de mentaliteit – en ook al eens in het kiesgedrag. Een verleden van individueel dienstbetoon en burgemeesters die -afhankelijk van het perspectief- met gezond boerenverstand of dictatoriaal gebrek aan inzicht af en toe hun gemeente opstuwden in de vaart der volkeren, daarbij het dagelijks bestuur overlatend aan wie dat toevallig op zich nam (de secretaris, een schepen, desnoods de pastoor). Ik raad het boek aan onze burgemeester aan, als hij het al niet gelezen heeft. Ik weet zeker dat hij blij zal zijn dat hij de sjerp in de 21e eeuw mocht omgorden, ook al was het ambt vroeger wellicht eenvoudiger en vooral veel dankbaarder.

Ook het boek van Herman Suykerbuyk heb ik doorworsteld. De hermetische schrijfstijl en soms gespannen verhouding van de teksten met de regels van de Nederlandse grammatica maakten dat niet eenvoudig. Maar het blijft interessante lectuur, die me er nogmaals van overtuigde dat een democratie goede volksvertegenwoordigers nodig heeft, op alle niveaus. Als tegengewicht voor de uitvoerende macht. En dat Herman Suykerbuyk er zo één was. Un bon député de campagne. Meer moet dat niet zijn.

Overigens belandde een boek dat niet in mijn stukje stond in april alsnog bovenaan de stapel. The Ancestor’s Tale van Richard Dawkins wurmde zich bij het lezen van een Wikipedia-artikel in het “must read”-lijstje (het boek bestaat ook in het Nederlands, als “Het verhaal van onze voorouders”). Terecht, want het is een zéér sterk boek. Het volgt de evolutie in omgekeerde richting, waarbij het telkens op zoek gaat naar de laatste gemeenschappelijke voorouder van achtereenvolgens de mensen, de mensen en chimpansees, de mensen, chimpansees en gorilla’s… om zo na veertig stappen (wonderbaarlijk weinig) bij de oorsprong van het leven te belanden. De militant atheïstische Dawkins stopte er enkele (terechte) sneren naar het creationisme in, maar dat zijn niet meer dan voetnoten in een werk dat vooral het wonder van de evolutie uitlegt en illustreert. Dat hij het formaat van het boek aan de Canterbury Tales ophangt, geeft aan dat het boek ook enige literaire ambities heeft, en dit wat mij betreft ook vervult. Non-fictie van de bovenste plank.

Dat ik Strange Rebels ging lezen stond wel in het aprillijstje. Het jaar 1979 wordt daarin bekeken vanuit het perspectief van het aantreden van Deng Xiaoping in China, Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ayatollah Khomeiny in Ira. En het jaar van het eerste bezoek van paus Johannes-Paulus II aan Polen. Verschillende, maar boeiende verhalen, al gaat het leggen van verbanden al eens ten koste van de diepgang.

Wat China betreft, heb ik dat dan later goedgemaakt door China’s War with Japan 1937-1945 te lezen. Een vergeten stuk van de Tweede Wereldoorlog, met een warrig verloop waarbij de overwinnaar (Chiang Kai-shek) zo goed als geen veldslagen won en vier jaar na de oorlog enkel nog over Taiwan regeerde. Maar wel een stuk van die oorlog dat wellicht voor de afloop van de strijd tegen Japan minstens zo belangrijk is geweest dan de eilandenstrijd die op Pearl Harbour volgde. En een strijd die een zeer grote invloed had op het land dat het wereldtoneel ondertussen mee domineert. Waar trouwens de visie van Kai-shek uiteindelijk vermocht wat zijn troepen niet konden : China domineren.

De Spycker heb ik ook nog niet helemaal uit. De stapel is dus nog niet helemaal verwerkt. Maar ik ben toch al een heel eind gevorderd. Een productieve vlaag van leeswoede, geholpen door lange treinreizen (en vliegreizen soms ook). Die me er ook aan herinnert waarom ik onze bibliotheek een belangrijke instelling vind, zonder er zelf te komen…

Back in business

Back in business

Deze site werkt weer. Het probleem bleek uiteindelijk minder erg dan gevreesd, zodat ik niet alles heb moeten herprogrammeren. Maar aan de andere kant was het ernstig genoeg om het niet meteen te vinden, en belette de werkdrukte een vlotte nieuwe opstart. Maar nu zijn we er dus terug.

Er staan wel één en ander in het lijstje om “goed te maken”. Laat ik daar dan maar meteen werk van maken. Misschien is het nuttig om eerst even op te sommen waar ik het niet over ga hebben. Bovenaan die lijst staat de koningswissel. Niet dat ik daar geen mening over heb – er zijn weinig zaken waar ik geen mening over heb. Maar als federaal ambtenaar lijkt het me beter die deze keer voor mezelf te houden – het is toch een beetje alsof het bedrijf waar ik voor werk een nieuwe erevoorzitter van de raad van bestuur heeft. Toch dit : koningin Paola (waarom is dat nu niet “koningin-emeritus” geworden ?) kwam de voorbije dagen veel menselijker over dan we haar de voorbije jaren zagen. Hopelijk kan ze een beetje profiteren van het langverwachte pensioen (ja, ik weet wie dat betaalt – maar het financiële argument voor een republiek heb ik altijd het zwakste gevonden : elk ander systeem kost ook geld).

Verder bleken de twee gemeenteraden die ik hier onbesproken liet weinig geschiedenis te hebben geschreven. Wie toch bang is iets te hebben gemist, kan zoals steeds in de N-VA/PLE Nieuwsflits terecht. Ik heb mijn (spreekwoordelijke) pen de voorbije maanden uiteraard niet helemaal stilgehouden…

Ook mijn fototoestel stond niet stil. Dat leidde vooral tot een pak foto’s van de 20e Roefel. Een plezante editie, en hopelijk een aanzet voor alle medewerkers om er volgend jaar ook weer tegenaan te gaan.

Waar ga ik het dan wel over hebben ? Over boeken, het Autonoom Gemeentebedrijf, de Quarantainestallen, de Tour, Slovenië en Litouwen. Niet noodzakelijk in die volgorde !