Au revoir, Félix Bollaert

Au revoir, Félix Bollaert

Georgië-Namibië 30-0. Daarmee is ook zowat alles gezegd. Georgië is een stevig geheel waar niet zo meteen veel doorkomen aan is, maar heeft niet de ambitie om ook flitsend rugby te brengen. En Namibië probeerde wel, maar raakte niet door de muur. Het was ook al dertig jaar geleden dat de Namibische nationale 15 nog in de regen had gespeeld…

Daarmee is de laatste wedstrijd in Lens achter de rug, en zit het “live” WK erop. Voor mij dan toch, voor Koen en Tom niet : die hebben zowaar (via een loting) de kans gekregen om tickets te kopen voor de finale. Het is hen van harte gegund.

Dit weekend worden de laatste wedstrijden van de voorronde gespeeld. Ik supporter vooral voor Argentinië, dat hopelijk het (verrassend zwakke) Ierland kan verslaan. Liefst zonder tries tegen, zodat de laatste die ze moesten incasseren op naam blijft staan van… België, in een oefenwedstrijd net voor het WK. En natuurlijk hoop ik ook dat Tonga erin gaat slagen om Engeland uit de kwartfinales te houden. Al maakte de terugkeer van Wilkinson tegen Samoa duidelijk dat Engeland met hem toch een trapje hoger staat. Wait and see.

Teu lea pea tala ki mamani katoa

Teu lea pea tala ki mamani katoa

Wat weet u over Tonga ? Ik geef toe, ik ook niet zo veel. Het land bestaat uit 170 eilanden in de Stille Zuidzee, waarvan 36 bewoond zijn. De hoofdstad is Nuku’alofa en er wonen ongeveer 120.000 mensen. Maar dat heb ik ook maar op Wikipedia gevonden. Toch heb ik deze namiddag enthousiast voor hun nationale rugbyteam gesupporterd. Rugby is er de nationale sport, en hun “Ikale Tahi” stonden in het Félix Bollaertstadion tegenover de Zuid-Afrikaanse Springbokke. Dat stadion ligt in Lens, zodat Koen, Tom, Roel, Erwin en ik er ook bij waren.

Zuid-Afrika won de wedstrijd met 30-25, maar de terechte ereronde was voor de Tonganen (of hoe zeg je dat ?). De Springbokke vatten de match min of meer met hun tweede team aan tegen een Tonga in de “winning mood” dat eerder de V.S. versloeg en de “derby” tegen Samoa op zijn naam had geschreven. Vroeg in de tweede helft keken de Bokke dan ook tegen een 10-7 achterstand aan, nadat ze enkele trykansen zondermeer verkwanselden en nadat Pretorius verschillende penalties naast de palen trapte. Zuid-Afrika bracht een aantal eerste keuze-vervangers in, waaronder sterspelers Habana en Steyn. Die zorgden er meer voor dat hun team flitsend rugby op de mat toverde en snel na elkaar drie tries scoorde. Maar het moedige en ook fysiek sterke team van Tonga drukte daarna de bal nog twee keer over de try-lijn. Met aan elke kant een omgezette penalty kwam de stand op 30-25 en bleef het tot het einde spannend. Maar de Engelse scheidsrechter floot de wedstrijd af, net voor er een finale line-out op 5m van de de Zuid-Afrikaanse try-lijn kon worden genomen. Pikant detail : een overwinning van Tonga zou vooral dramatisch zijn geweest voor… Engeland. In het voetbal zou de scheidsrechter vermoedelijk gelyncht zijn; een rugby-publiek houdt het bij beleefde teleurstelling.

De Fransen (en Belgen) in het zonovergoten, uitverkochte, sfeervolle en enthousiaste stadion gunden Tonga een verdiende ereronde. Engeland krijgt het met dit team niet onder de markt, en zal in elk geval geen topspelers op de bank kunnen laten. Wat hen in de volgende rond zuur zou kunnen opbreken. Dit Tonga kan misschien zelfs voor de verrassing zorgen door de Engelsen uit de kwartfinales te houden. Maar zelfs als het dat niet doet, is hun team de revelatie van het toernooi. Ongetwijfeld goed voor een ontvangst op de Grote Markt van Nuku’alofa. Of zouden ze dat daar niet hebben ?

Na de overwinning tegen Ierland zit Frankrijk ondertussen terug helemaal in het W.K., tot opluchting uiteraard van het hele gastland. Al blijf ik ervan uitgaan dat de finale zal worden gespeeld tussen Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Al hoop ik dat de Bokke zich dan wat minder door de “haka” dan vandaag door de “kailao” laten intimideren.

Damoclessen

Damoclessen

Bij de opmaak van het gemeentedecreet werd overwogen de “constructieve motie van wantrouwen” in te voeren, waarbij de meerderheid van de gemeenteraad één of meerdere schepenen door iemand anders zou kunnen vervangen. Op die manier zou, met een aantal beperkingen, een schepen tot aftreden kunnen worden gedwongen door de raad. Of er zou een coalitiewissel mogelijk zijn geweest. Het systeem bestaat bijvoorbeeld in het Vlaams Parlement, waar de ene regering zo door de andere kan worden vervangen.

Ik weet niet of ik zomaar voorstander zou zijn van een dergelijk stelsel. Het zou natuurlijk in veel gemeentes voor instabiliteit en dus voor slecht bestuur (of een bijna zuiver “ambtelijk” bestuur) kunnen zorgen. Het zou ook maken dat het niet zo evident zou zijn om mensen te overtuigen om schepen te worden en bijvoorbeeld hun baan (gedeeltelijk) op te geven. Maar het systeem zou ook voordelen hebben : het zou niet meer mogelijk zijn dat een schepen na haar of zijn verkiezing voor zes jaar achterover leunt. Een coalitie-akkoord zou ook niet zomaar meer een garantie op “zes jaar macht” zijn, het cement zou veel meer in de inhoud van het beleid moeten zitten, en dat zou een grote staop vooruit zijn.

Wat zou de situatie in Essen vandaag zijn als de motie zou bestaan ? Er zou ongetwijfeld wel eens, ook hardop, over worden nagedacht. Wellicht zou ik al wel eens een ontwerptekst voor de tekst van een dergelijke motie hebben ingetikt (altijd op alles voorbereid zijn…). Maar het zou bovenal de positie van de kleinste coalitiepartner (sp.a), en die van de sterkste oppositiefractie (N-VA/PLE) versterken. Omdat er alternatieven zouden zijn. CD&V zou niet langer van de redenering kunnen uitgaan dat ze altijd aan de macht zijn geweest en ook altijd aan de macht zullen blijven en zou veel duidelijker moeten antwoorden op de vraag naar welk beleid de partij wil. Het Zwaard van Damocles zou volgens mij in de huidige situatie een heilzame invloed hebben gehad op onze gemeente, ook -en misschien wel vooral- zonder te vallen.

Zoals al gezegd zou die conclusie lang niet voor alle gemeentes of politieke situaties opgaan, en zou het vaak een onwenselijk systeem zijn. Maar dat kan niet verhinderen dat ik soms wens dat het toch in het gemeentedecreet zou zin beland…

Zonder commentaar (II)

Zonder commentaar (II)

“Sire, geef me 100 dagen” klonk het in 1991. We zijn nu 99 dagen na de verkiezingen, hebben een informateur, een bemiddelaar en een formateur gehad en nu een verkenner, maar Albert II hoeft nog geen nieuw kostuum voor de eedaflegging te kopen.

Ik heb hier enkele keren eerder over de regeringsvorming geschreven. Nu is het een maand geleden, en dat ritme ga ik proberen vol te houden tot Nieuwjaar. Daarna schrijf ik er nog één keer per drie maanden over…

Zo trok ik een parallel tussen Leterme en Vinokourov, kort voor die laatste op doping zou worden betrapt. Ik moest er vandaag aan terugdenken toen ik de commentaar van Het Laatste Nieuws las, waarin CD&V “beschuldigd” wordt van het nemen van… doping (in de vorm van de N-VA).

De analyse van De Morgen van zaterdag vind ik nog herkenbaarder. Ik heb hier ooit mijn virtuele geld ingezet op Verhofstadt III. Yves Desmet lijkt dat ook te overwegen nu…

Dat zijn natuurlijk “paarse” kranten, wat dat ook nog moge betekenen in deze tijd. Maar ook De Standaard titelt “Tijd keert zich tegen winnaars”. Het is tijd voor Leterme, of Van Rompuy, om een regering te vormen.

Ik had deze morgen voor mijn werk een vergadering in de Wetstraat 16. Noodgedwongen wordt daar stilaan terug naar een “normaal” ritme overgeschakeld en worden er zaken op de agenda van de ministerraad ingeschreven. Het begrip “lopende zaken” zal stilaan opgerekt worden. Zoals Desmet terecht opmerkt : wie de verfoeide Verhofstadt wegwil, moet een andere regering in de plaats vormen. Anders mag hij met recht en reden blijven zitten. Tot in 2011 desnoods. Waarna hij met algemene stemmen zal worden herkozen…

Als burger zou ik ondertussen overigens wel willen weten wat Van Rompuy bekokstoofd. Een beetje discretie is goed, maar stilaan wordt de regeringsvorming een ondoorzichtige dikke mist. Dehaene zei in zijn tijd tenminste nog íets, al was het dan “zonder commentaar”.

Zonder commentaar

Zonder commentaar

Zuid-Afrika – Engeland 36-0.

Het gaat tussen the Blacks en die Bokke. En tussen Engeland, Samoa en Tonga voor een plaats in de kwartfinales. Dat zullen ze in de Pacific ook niet gedacht hebben vooraf. Wie verdedigt de eer van de noordelijke helft van deze wereld ?

Stad aan de brug

Stad aan de brug

Ik heb de gewoonte om hier te melden dat ik mij in het buitenland bevindt (of bevonden heb). Nu zit ik in Lissabon, waar het weer de zomer viert die we hier niet echt hebben gezien. Ik ben hier voor een conferentie over “flexicurity”. Echt lang zal het niet meer duren of de geïnformeerde EU-burger zal het woord leren kennen. Zodat er tegen betoogd kan worden, zoals in Portugal. Zoals elk goed nieuw Engels woord is de term overigens bedacht in Nederland…

Lissabon is de stad die haar naam gaf aan de Lissabonstrategie, “for growth and jobs” zoals die sinds de komst van Europees Commissievoorzitter wordt betiteld. Ik heb de naam ook geleend voor het hoofdstuk over werk en economie uit ons verkiezingsprogramma “van Namen naar Lissabon”. De stad staat daarmee symbool voor de hoop op een Europa met een sterke diensten- en kenniseconomie, met een werkzaamheidsgraad van 70% en een nieuw sociaal model, gebaseerd op “flexicurity”. Een mooie stad om hoop uit te drukken, waarin veel gebouwd wordt, met een groot potentieel maar waar ook nog héél veel werk aan is. Zoals aan een krachtig, open en divers Europa van Shannon tot Ankara.

Wie stopt de Blacks ?

Wie stopt de Blacks ?

Het WK Rugby is begonnen. Gisteren zijn we in Lens naar Engeland – V.S. gaan kijken. Een mooie wedstrijd, met de Engelsen als de verwachte winnaars, maar met een kleiner verschil dan ze wellicht hadden gehoopt – ze bleven steken op drie tries, één minder dan de vier die hen een extra punt zouden hebben opgeleverd in de rangschikking. De V.S. hebben dan ook een sterk team dat niet te zeer onder de indruk leek van de Engelsen (die uiteraard voor eigen publiek speelden, in Noord-Frankijk, al konden we wel vaststellen dat we niet de enige Belgen in het stadion waren). In de tweede helft kwamen de “Eagles” er zelfs goed door, wat ze bekroonden met een try.

Hoewel de V.S. zich wellicht door niemand zomaar in de pak gaan laten hakken, laat de wedstrijd toch vermoeden dat Engeland zichzelf niet gaat opvolgen als wereldkampioen. Het openingsweekend doet vermoeden dat superfavoriet Nieuw-Zeeland, dat eenvoudig Italië opzij zette, vooral zal moeten afrekenen met Zuid-Afrika (dat Samoa versloeg) en met Australië (dat Japan wegveegde). Al lijkt er nauwelijks iemand aan te twijfelen dat de All Blacks uiteindelijk de titel gaan pakken.

Gastland Frankrijk verloor de openingswedstrijd tegen Argentinië en in een groep waar ook Ierland nog in zit belooft de strijd om de twee plaatsjes in de kwartfinale nog spannend te worden. Enkele weken geleden werd de Belgische ploeg overigens lang niet weggespeeld door datzelfde Argentinië; de Belgen scoorden zelfs een try. Dus zou een wedstrijd tegen Frankrijk -of in elk geval Schotland of Italië- stilaan een reëel perspectief moeten worden, al had de Belgische ploeg voor de gelegenheid wel enkele Franse oud-spelers “geleend”.

Maar België raakte niet gekwalificeerd voor dit W.K., en de Vlaamse tv-kijker zal dat geweten hebben : geen zender op de kabel die de wedstrijden in beeld brengt. Gelukkig is er het internet.

Wereldtop

Wereldtop

Nieuw binnengekomen en meteen erg hoog op de lijst van de sterkste Belgische sportprestaties aller tijden : het brons van de 4×100-dames gisteren op het WK Atletiek in Osaka.

Hopelijk schat ook de sportpers dit naar waarde, voor één keer misschien het tranendal van het vaderlandse (?) voetbal even relativerend.

We zijn weer rond

We zijn weer rond

De 35e Ronde van Essen zit er weer op . De 20e, 25e en 30e zijn speciaal gevierd, deze niet. Maar goed ook, zo zal de 50e de glans krijgen die hij verdient. Voor mij was het dit jaar nummer 20 : in 1988 werd ik voor het eerst tot medewerker gebombardeerd – zoals me nog meer zou overkomen lag Dirk Smout daarvan aan de basis. Ik ben vergeten in welke functie ik ben aangeworven : op Heikant om de rekken te verstevigen, of op Horendonk om als paal te dienen. In elk geval ben ik dat jaar ook op de redactie geweest, waar de uitslagen met de hand werden uitgeteld en vervolgens uitgetikt op een mechanische typmachine – voor de jongste lezers : dat is een toetsenbord waar een printer aan vasthangt. Om de haverklap vroeg er iemand om de Typp-Ex door te geven teneinde fouten recht te kunnen zetten. Lang geleden dat die vraag nog door een redactielokaal ging. Andere vragen van toen hadden dan weer even goed deze week op de redactie van de Ronde-Echo gesteld kunnen zijn : “weet iemand nog een wist-je-datje ?”, “suggesties voor de letter Q in het alfabet ?”, “hoeveel lopers hebben we al ?” of “rijdt er iemand om frietjes ?”…

1988 was het laatste jaar vooraleer een nieuw Jeugdraadbestuur de Ronde een tweede adem gaf. Dat blijkt ook uit de grafiek met de deelnemersaantallen. Onder impuls van Rudi Smout, Koen Cools en Cis Somers werden belangrijke vernieuwingen ingevoerd : de nevenactiviteiten, onder de naam “Week van de Jeugd”. En de computer deed zijn intrede : met een programma in dBase (het Access van de Late Middeleeuwen) verwerkte Leo Peeters de uitslagen in een mum van tijd. Zodra hij de toog achter zich had gelaten dan toch, wat er één keer toe leidde dat we om één uur ’s nachts in het redactielokaal nog op Leo zaten te wachten. “Nog vijf minuten, en dan maken we een boekje zonder uitslagen” hadden Wim Besters en ik net tegen elkaar gezegd. De flair waarmee hij kwam binnengewaaid maakte dat je er niet kwaad om kon worden, gelukkig maar. Met de computer kwam ook het tweede boekje op zaterdag. De eerste jaren absoluut gekkenwerk : de hele zaterdagnamiddag in het gemeentehuis van het ene trage kopieerapparaat naar het andere, tot ze allemaal in panne lagen. De eerste keer dat we daar zaten kregen we zelfs de politie op ons dak : weekendwerk in het gemeentehuis hadden ze zich (toen) niet kunnen voorstellen…

De jaren 1989, 1990, 1991 brachten ook het Ronde-debuut van mensen als Werner Janssens, Geert en Wim Vandekeybus, Leen Kerstens… . Later werd het groepje aangevuld met Gert Konings, die kwam toen vader Jos ging (vader van Gert, maar ook van de Ronde !). Goed voor jarenlange Rondecarrières, zolang we het zelf plezant vinden en de jongeren niet in de weg lopen (dat ze dat dan op tijd even zeggen !).

1989 was de tweede start, maar zeker geen breuk met het verleden. In Hoek, bij Willemsen, werd er gezakloopt, in Heikant aan de kapel stonden de rekken, bij de Chiromeisjes van Horendonk werd gezigzagd en aan het zwembad sjorden de scouts hindernissen zoals het altijd was geweest en altijd zal blijven. De Ronde zelf bleek een ijzersterke formule, en zoveel veranderde er niet aan. Op Wildert zochten we naar het juiste parkoers, en uiteindelijk trokken we met de zakken weg uit het dorpscentrum van Hoek, naar het College. En aan de Oude Pastorij of het Jeugdheem is het al jaren puzzelen om tussen de plassen een parkoers uit te stippelen. Daar zit de continuïteit in de jaarlijkse variatie…

Ook de organisatiestructuur varieerde, al zullen lopers noch ouders dat altijd hebben gemerkt. Soms heerste achter de schermen de absolute chaos. Geen speldjes op maandag, of geen enkele balpen aan de inschrijftafel. Gele truien te laat besteld en alleen nog in het wit of het blauw verkrijgbaar. Ik zou de opsomming erg lang kunnen maken, en heb vaak mee depanneur van dienst gespeeld . Het lijkt bijna onvoorstelbaar, voor wie de perfectie van de “methode-Annemie Van Loon” van de laatste jaren gewoon is. Die werd mogelijk gemaakt door in het nieuwe millennium de organisatie van de Ronde sterker los te koppelen van de Jeugdraad. Jammer voor die raad, goed voor de Ronde. Maar het zorgt wel voor een minder sterke band met de jeugdbewegingen en dus met de medewerkers. Al is dat wel vaker moeilijk geweest, en zeiden we jaar op jaar tegen elkaar dat het altijd dezelfden zijn die we in de Ronde zien. Dat doen we nu nog, alleen waren die “dezelfden” van nu nauwelijks uit de luiers in 1989. Blijkbaar zit er in elke nieuwe generatie jeugdleiders toch Rondebloed : soms net genoeg, soms erg veel. Volgend jaar weer eens een extra dosis ?

Dan zijn er de nevenactiviteiten : de gouden zet van 1989 bracht soms heel wat extra animo voor de Ronde mee. Het bleek een middel om veel mensen bij de organisatie te betrekken en om de Ronde levend te houden. Schitterende heksentochten of avondwandelingen (al dan niet met vervoer in kar of bus) of volle zwembaden waren het bewijs ervan. Maar het bleek vaak lastig om ze tijdig te vernieuwen. De kracht van de Ronde zit in zijn continuïteit, die van de nevenactiviteiten in regelmatige verandering. Zo is de tijd van activiteiten na het einde van het lopen misschien wel voorbij, al laat ik ook dat graag aan de wijsheid van de Stuurgroep over. Een stuurgroep die trouwens een schouderklopje verdient, en lang niet alleen van mij.

Als ik terugkijk, dan zie ik dat ik in al die jaren veel verschillende taken heb ingevuld. De algemene coördinatie, synoniem voor “alles en niets” – omdat het zo op papier stond, of omdat ter plekke bleek dat er niemand zich echt mee bezig hield. De eindredactie van de Echo, smekend bij Geert om eindelijk aan de poëzie-rubriek te beginnen en steevast zelf gedwongen om het meest stukje, het “redactioneel”, vol te pennen (hierbij mijn hulde aan al wie er zich ooit aan heeft gewaagd). Ik heb ingeschreven, boekjes verkocht, de drank mee aan- en afgevoerd, speldjes afgenomen, enkele keren de start gegeven, enkele uren in de ijscokraam gestaan, in een overmoedige bui het huidige computerprogramma in elkaar geknutseld, en ik maak en verwerk nu alweer heel wat jaren de foto’s – op papier en op het internet. Toch is het eigenlijk vreemd dat je 120 dagen aan de Ronde kan meewerken zonder ooit meer dan één reeks als omroeper of omroepassistent te dienen, zonder ooit achter de toog te hebben gestaan of zonder één keer de uitslag te noteren van de meer dan 1.500 reeksen die in al die tijd werden gelopen. Duidelijk specialistenwerk. Ook typisch voor de Ronde : als ik het goed voorheb is Werner de derde omroeper uit de Rondegeschiedenis, Geert de derde startmeester. Voor Koen Heryegers en Gert Konings stond Marc Nelen jarenlang achter de toog, en hoe lang heeft Danny Scheepers de boekjes niet verkocht ? Die routine maakt dat het er soms ook gemakkelijker uitziet dan het is, de Ronde : het blijft een reizend circus dat om 18u ergens neerstrijkt en enkele uren later alle sporen alweer uitwist. Het blijft een gedurfde zet van de pioniers van 1973, Frans Schrauwen op kop. Die later als schepen van jeugd en als burgemeester overigens sterk achter de Ronde is blijven staan, wat op sommige momenten ook nodig was. Nu, met Gino Veraart als bevoegde schepen is de Ronde ongetwijfeld nog steeds in goede gemeente-handen.

Waarheen leidt de weg ? Rechtdoor, of zig-zaggend en met hindernissen, naar de 50e Ronde in 2022, daar ben ik van overtuigd. Meelopen heb ik nooit veel gedaan, maar ik ga zeker nog een eindje mee.

Openlijk

Openlijk

Op 8 oktober vorig jaar stemde iets minder dan 49% van de Essense kiezers voor CD&V of sp.a. Dat leverde beide partijen 13 van de 25 zetels in de gemeenteraad op. Dat is nu eenmaal het kiesstelsel. Ze vormen een legitieme meerderheid, wat ze ook hebben aangetoond door het schepencollege aan te stellen. Daarover hoef je niet te discussiëren. Het is weliswaaar een krappe meerderheid. En duidelijk geen echt mandaat van de Essenaren, waarvan meer dan de helft immers tegen hen stemden. Uit die vaststelling groeide het concept van “open bestuur” : de nieuwe meerderheid zou veel rekening houden met de mening van de burgers en de vertegenwoordigers van meer dan de helft daarvan, de oppositiepartijen dus.

Mooi in theorie, en het was duidelijk de bedoeling om met het afkondigen daarvan zowel de burger als de oppositie zachtjes in slaap te wiegen. Maar nu blijkt dat de andere partijen het uiteraard appreciëren dat hun voorstellen iets meer kans hebben om aanvaard te worden dan vroeger, maar daarom niet minder kritisch worden op punten waar het bestuur de mist ingaat, vinden dat ze ook over de hoofdlijnen van het beleid (voorbij de punten en de komma’s) mee mogen praten en af en toe proberen het beeld bij te stellen van een bestuur dat alleen bestaat uit CD&V en de partij die toevallig aan de beurt is om met de christen-democraten mee te doen. En de burger waardeert de wat vlottere stijl van de nieuwe burgemeester, maar blijft even vrolijk petities ondertekenen wanneer diens beleid hem niet aanstaat of zijn uitleg niet overtuigt.

Allemaal vaststellingen die aantonen dat het “open bestuur” inderdaad de enige legitieme manier is waarop CD&V en sp.a in Essen het stuur in handen kunnen houden, maar die het voor hen blijkbaar tegelijk erg moeilijk maken om hun mantra ook daadwerkelijk in daden om te zetten. Want elke vertegenwoordiger van één van de oppositiepartijen in een bestuursorgaan is een lastige pottenkijker die daar -o gruwel- immers niet alleen zit om ja te knikken. Elke toegift aan een onvoorzien oppositie-amendement is een teken van zwakte, ook als het een duidelijke verbetering van het beleid inhoudt. Elke aanpassing naar aanleiding van een hoorzitting is een symbool voor de verdwenen maar zo betreurde almacht van het bestuur dat beter dan de mensen zelf weet wat zij nodig hebben.

De manier waarop de vzw voor de viering van 850 jaar Essen wordt samengesteld, is op dat vlak erg symptomatisch. Zoiets zou toch bij uitstek een project moeten zijn van heel Essen ? Toch blijkt het absoluut niet wenselijk om ook maar één vertegenwoordiger van een niet-meerderheidspartij erin op te nemen. Met de beledigende uitleg dat men “snel en efficiënt” wil werken. Alsof snelheid en efficiëntie een monopolie van de meerderheid zouden zijn. Voorbeelden van het tegendeel zijn er anders intussen meer dan genoeg.

De deuren van het gemeentehuis zijn opengegooid. Maar het is blijkbaar ongehoord dat er dan ook mensen werkelijk proberen binnen te komen.