Rome sweet Rome

Rome sweet Rome

Nadat ik van het Italiaans Voorzitterschap gebruik had gemaakt om Milaan te bezoeken, en van de zomervakantie om naar Napels te trekken, kon ik natuurlijk de kans niet voorbij laten gaan om een weekend in Rome door te brengen. Het was al meer dan tien jaar geleden dat ik nog eens wat „quality time” in die stad had doorgebracht. Een warm herfstzonnetje bleek mijn beloning om dat nu wel te doen.

Rome houdt in een aantal opzichten mooi het midden tussen Milaan en Napels, wat niet mag verrassen natuurlijk. Al is het ook en vooral een drievoudige hoofdstad : van dat Italië van Milaan en Napels, maar ook van het katholicisme. En van een wereldrijk dat ondanks de „val” van vijftien eeuwen geleden nog steeds imponeert en een diepe stempel drukt op het Middellandse Zeegebied.

Ik heb mijn natuurlijke neiging onderdrukt om me op die laatste hoofdstad te concentreren. Dat had ik bij mijn vorige bezoeken namelijk al gedaan. Ik heb wel een belangrijke lacune goedgemaakt, door de catacomben te bezoeken. En daarmee natuurlijk ook de brug gemaakt naar de „hoofdstad” die ik vooral bezocht heb, het Rome van de kerken en de pausen. Zo ben ik voor het eerst sinds de Retoricareis terug naar de Sixtijnse kapel geweest. En heb ik een twintigtal kerken bezocht, waaronder vijf van de zeven die klassiek volstaan voor een volle aflaat – mijn wiskundige ingesteldheid doet me dan vermoeden dat ik voor vijf van de zeven hoofdzonden nu weer helemaal „clean” ben. Ik moet nog kiezen – alle suggesties zijn welkom.

Toevallig was ik ook net op tijd bij het presidentieel paleis voor de wissel van de wacht, die meteen een concert van de militaire harmonie bleek te zijn. Een meevaller dus.

Minpuntje ? Tja, je voelt je in Italië als toerist toch niet altijd welkom. Boze blikken als je geen Italiaans begrijpt horen er blijkbaar ook bij. In de metro een oplossing zoeken voor een automaat die wel zégt biljetten van 20 EUR te aanvaarden maar dat niet doet blijkt niet mogelijk – de suggestie kwam er eigenlijk op neer om dan maar te voet te gaan. En de taxi-chauffeur die dan uiteindelijk het biljet wisselde deed dat met zichtbare en verbale tegenzin. In de bus vragen of die aan je hotel stopt -wat in het Italiaans werd bevestigd- bleek ook niet genoeg om te zorgen dat de bus daar dan ook gewoon stopt. Voor sommigen is dat misschien de charme – het „tegen wil en dank” populaire land, maar ik verkies toch de Griekse aanpak.

Nu, ik mag natuurlijk niet veralgemenen – mijn pogingen om gelato te kopen bleken wel altijd succesvol. En Rome blijft een prachtige, levende en gezellige stad. Dus grijp ik ongetwijfeld de volgende gelegenheid om er enkele dagen door te brengen ook weer aan. Ik moet een aantal musea nog eens uitgebreid van binnenuit bekijken. En die Romeinse ruïnes, die blijven natuurlijk aantrekken…

Weer prijs

Weer prijs

We hebben in de gemeenteraad unaniem beslist om de culturele prijs uit te reiken aan Ivan Janssens. Voor al het werk dat hij in het verzamelen en verspreiden van kennis over de twee wereldoorlogen in onze gemeente heeft gestoken. Een zeer terechte erkenning voor het voormalige sp.a-gemeenteraadslid. Het is dan ook bijzonder jammer dat zelfs dit soort eenvoudige, feestelijke en onomstreden beslissing door het schepencollege in het honderd wordt gedraaid. Hoe kende Essen tot nog toe culturele prijzen toe ? De procedure is eenvoudig : er komt een voorstel, de Cultuurraad wordt geraadpleegd, de gemeenteraad beslist en de prijs wordt uitgereikt. Volgens de schepen van cultuur werd er al enkele jaren gewacht op het geschikte moment om de prijs aan Ivan uit te reiken. Geen probleem dus om het draaiboek netjes te volgen, meer dan tijd genoeg. Hoe komt het dan dat er toch nog een onmogelijke improvisatie nodig was, waarbij het college zelf de beslissing al maar nam, de uitnodigingen liet drukken, de toekenning „ter kennisname” op de gemeenteraad agendeerde, die dan vaststelde dat hij zelf bevoegd is en dus de prijs -die ondertussen al bekend was gemaakt, uiteraard- alsnog zelf toekende ?

Is dat zo erg ? Hetzelfde college is verantwoordelijk voor miljoenenprojecten, stuurt tientallen personeelsleden aan, kent belangrijke vergunningen toe en beslist hoe onze gemeente er binnen één, vijf, tien jaar uitziet. En het acht -dixit de burgemeester in het infoblad- de waarden van de democratie zeer hoog. Een democratie, die nu eenmaal procedures vereist om willekeurige machtsuitoefening tegen te gaan – een aspect dat wel eens vergeten wordt ná dat andere belangrijke aspect van democratie : verkiezingen winnen en meerderheden vormen. Een democratie, overigens, die op dit continent alleen kon overleven dankzij de heel zware offers die net werden gebracht in de oorlogen die Ivan in de herinnering levend houdt. Dus ja, ik vind dat erg. Heel erg eigenlijk. Maar dat zal wel aan mij liggen. Alweer.

Essen tegen de democratie

Essen tegen de democratie

Gisteren besprak de gemeenteraad het voorstel om de procedure stop te zetten die het schepencollege voor de Raad van State heeft ingespannen om het inzagerecht van de raadsleden in te perken. Alle raadsleden van CD&V en sp.a stemden het voorstel zonder verpinken weg. Ik ga hier voor één keer mijn volledige toelichting weergeven…

Voorzitter, collega’s. We zitten hier met 17 (Robin en Anne weren ziek), want in dit debat hoort het college niet tussen te komen en ik hoop dat de collegeleden dat ook beseffen. Alle 17 zijn we verkozen om Essen te besturen. Niet voor onszelf, maar namens de Essenaren. We zijn op gelijke voet verkozen met de 6 of 7 aan die kant, maar de meerderheid van ons heeft hen gevraagd om het dagelijks bestuur op te nemen. Op één voorwaarde : dat we alles mogen weten wat ze doen. Dat we vragen mogen stellen, informatie krijgen en hun beslissingen kunnen controleren. Dat is de deal.

Maar nu hebben zij besloten dat ze die deal in vraag willen stellen. Het college wil proberen om de regels te veranderen.

Misschien vooral voor de mensen in de zaal even de zaak samenvatten. Dit college heeft onlangs een bevorderingsprocedure opgestart. Ik wilde nagaan hoe die verlopen was om te zien of de juiste beslissing werd genomen. In de beslissing bleek de psychotechnische proef cruciaal. Maar die mocht ik niet inzien. De enige informatie die ik kreeg was dat de betrokkene geslaagd was in de proef. Omdat het gemeentedecreet zegt dat ik alle stukken mag inkijken, en omdat het advies van de Vlaamse overheid dat het schepencollege hierover zelf had gevraagd in 2011 zegt dat dit een absoluut recht is, vroeg ik de minister om me wel inzage te geven. Die heeft bevestigd dat het inderdaad om een absoluut recht gaat, en dat ons beroepsgeheim als raadslid de privacy voldoende beschermt.

Het college heeft nu beslist om daartegen in beroep te gaan. Dit college wil dus op kosten van de Essense belastingbetaler via de Raad van State bekomen dat privacy voorgaat op ons inzagerecht, op ons controlerecht. Dit college wil aantonen dat het beroepsgeheim van ons 17 niet volstaat om ervoor te zorgen dat wij persoonlijke en vertrouwelijke informatie voor onszelf kunnen houden. Dit college wil bewijzen dat Brigitte (Quick) wel te vertrouwen is, maar Brigitte (Van Aert) niet. Dirk (Konings) dáár wel, maar Dirk (Smout) hier niet.

Oh, maar het gaat alleen over de privacy van het personeel, hoor ik al. Het college wil alleen maar sommige gevoelige informatie over personeelszaken onttrekken aan de blik van sommige raadsleden. Nu, dat is op zich al erg genoeg. Hoe kunnen wij nu over het personeelsbeleid dat dit college voert oordelen als we de verslagen waarop dat beleid zich baseert niet mogen inzien ? Hoe kunnen we nu weten of de miljoenen euro’s die naar het personeel gaan goed besteed zijn, als informatie daarover opvragen de privacy schendt ? De controle over het personeelsbeleid eindigt dan hier.

Maar het gaat veel verder. De verwijzing naar het arbeidsrecht die zo dadelijk wel naar boven zal komen, die heeft het college onlangs verzonnen en ze houdt geen enkele steek. Natuurlijk mag een werkgever niet zomaar de privacy van zijn personeel schenden. Maar daar gaat het hier niet over : het college zelf kan namelijk de verslagen en evaluaties wel inzien. Wel, zij zijn even veel of even weinig werkgever als wij, de andere raadsleden. Het arbeidsrecht maakt geen verschil binnen de organisatie van de werkgever, daarvoor moeten we terugvallen op het bestuursrecht. En dat is in dit geval heel duidelijk : het inzagerecht is absoluut.

Het gaat dit college duidelijk over veel meer dan het arbeidsrecht. Het gaat over het principe : zij mogen inzage weigeren als zij vinden dat de privacy wordt geschonden. Dat is wat dit college altijd heeft geargumenteerd en dat willen ze nu afdwingen. Niet zolang geleden hadden we het hier over klachten die via email binnenkomen, en ook toen werd hier door het college naar de privacy verwezen, niet van het personeel, maar van de burger. Dit college wil het principe invoeren dat wij 17 geen informatie mogen krijgen die over personen gaat als het college dat wil. Dit college wil aantonen, voor de rechtbank, met gemeenschapsgeld, dat privacy voorgaat op democratie, in het algemeen of toch minstens in de gevallen waar het college dat wil. Zodat wij alle 17 geen informatie over personeel, maar ook niet over bouwvergunningen, milieudossiers, klachten van burgers en vervolgens subsidies van verenigingen en wat nog meer mogen inkijken, als zij dat willen.

Dát wil dit college bekomen : dat het zélf mag bepalen wat wel en niet onder het controlerecht valt. Het college heeft nooit een criterium vooropgesteld om te bepalen wat wel en niet mag. Dat kunnen ze ook niet. Ze willen zelf de lijn kunnen trekken. Niet eens de burger of het betrokken personeelslid, neen : zij zélf. In de brief aan mij gebeurde dat al : er stond letterlijk in wat ik wel en niet mocht controleren. Zij mogen alles weten, en dan bepalen of de info wel geschikt is om aan ons te geven. Een beetje zoals de filmkeuring : geschikt voor alle leeftijden, of niet. Collega’s, hoe je het ook draait of keert, dat is het einde van elke zinvolle controle.

Beng ik dan bang voor de procedure ? Neen, want ik geloof absoluut niet dat het beroep zal lukken. Natuurlijk niet. Maar het alleen al wíllen is voor mij onaanvaardbaar. Want, en dat is belangrijk op te weten, dit gaat niet alleen over onze gemeente. Het college wil een algemene beslissing over de juiste interpretatie van het gemeentedecreet. Dus is dit voor mij de vraag : wil mijn Essen, ons Essen écht de gemeente zijn die op de barricaden gaat staan om álle gemeenteraadsleden in Vlaanderen het controlerecht te ontzeggen ? Is mijn Essen de gemeente die de functie van OCMW-raadslid in de praktijk wil afschaffen – want wat heeft die voor zin zonder persoonlijke dossiers te kunnen inkijken ? Is Essen de gemeente die het in Kapellen onmogelijk wil maken voor CD&V en sp.a om nog vragen te stellen bij het beleid van Open VLD en N-VA ? Die in Antwerpen elke kritische controle op het beleid van Bart De Wever wil ondergraven ? Eerlijk, ik denk niet dat jullie willen dat Essen die rol gaat spelen.

Collega’s, ik wil dat we de procedure bij de Raad van State hier, nu, vandaag stopzetten. Omdat ik het proces „Essen tegen de democratie” niet wil voeren. Dat wil ik mijn gemeente niet aandoen.

Bouwwoede

Bouwwoede

De burgemeester op televisie. Over de geneugten die nu eenmaal samenhangen met onze ligging als grensgemeente. Migranten uit Nederland verhuizen een tijdje naar ons land omdat hier gezinshereniging eenvoudiger is. Met hun nieuwe gezin verhuizen ze dan terug naar het noorden. Niet goed voor het sociale weefsel volgens onze burgemeester. Bovendien tasten mensen met een kleurtje de identiteit van onze gemeente aan, zo heb ik hem horen zeggen. Een geluk dat Laurette Onkelinx hem niet kent, want anders had ze al lang zijn ontslag gevraagd en was ze nu zijn hele familiegeschiedenis aan het uitzoeken…

Het is dan ook een vreemde uitspraak : heel wat gekleurde mensen maken gewoon deel uit van onze identiteit. Gelukkig maar. Toch heeft Gaston een (ander) punt : het „dorpsgevoel” is de voorbije jaren zeker niet versterkt. Daar draagt inderdaad ook de inwijking vanuit lagere inkomensgroepen vanuit Nederland toe bij. Ook de stadsvlucht en de inwijking van hogere inkomensgroepen uit Nederland hebben hun impact – of hebben die gehad.

Maar Gaston lijkt me toch net iets te blind voor wat oorzaak is, en wat gevolg. Essen zou nooit een even massale toename van het inwonersaantal hebben gekend als het verdorie niet zo zot zou zijn geweest om de hele gemeente aan een hoog tempo vol te laten bouwen, in de eerste plaats dan nog met woonvormen waar de mensen die er al woonden duidelijk niet massaal om vroegen – appartementen en kant-en-klare koopwoningen. Wat heeft het gemeentebestuur bezield ? Het is nochtans redelijk evidente wiskunde : als je voor 20.000 mensen plaats voorziet, en je hebt 16.500 inwoners (in 2000), dan weet je dat jer er minstens 3.500 nieuwe gaat aantrekken.

Het type huizen bepaalt vervolgens wie je aantrekt, en appartementen richten zich nu eenmaal niet op gezinnen die zich duurzaam in de gemeente willen vestigen. Ook een overaanbod aan sociale woningen is vanuit hetzelfde oogpunt niet verstandig.

In de commissie omgeving hadden we overigens een interessante discussie gisteren, over de rol die sociale woningen moeten spelen : moeten ze vooral een springplank zijn, een doorgroeiwoning, of is het omwille van de sociale mix belangrijk dat mensen er kunnen blijven ? Vooral de inbreng van Veerle de Waal en Cois Veraart, vanuit hun eigen relevante achtergrond, vond ik interessant. Het probleem voor mij is dat het paard achter de kar is gespannen : de sociale woonbouwers hebben grote blokken neergezet, ook in Essen. Als je mensen daaruit laat weggroeien (en ze dus niet meer toelaat als hun inkomen stijgt), dan bestendig je uiteraard het probleem van de onevenwichtige sociale mix dat in het concept ingebakken zit. En zo komen we tot een beleid waarbij sociale woningen door de bewoners gekocht kunnen worden, of jarenlang verhuurd blijven aan wie ze niet nodig heeft – als lapmiddel om een fout uitgangspunt te corrigeren. Zodat de betrokken maatschappijen nieuwe grote blokken moeten neerzetten om aan de behoeften van sociale woningen te voldoen. Een vicieuze cirkel, waarvan alleen de maatschappijen beter worden. Niet de bewoners, het sociale weefsel, de overheidsbegroting, de open ruimte…

Een veel beter alternatief, zeker in een landelijke gemeente als Essen, is om mondjesmaat hier en daar enkele sociale huur- of koopwoningen in te planten, en die dan ook echt alleen voor te behouden aan de mensen die ze nodig hebben en voor wie ze aangepast zijn – een beetje zoals het sociaal verhuurkantoor van het OCMW het doet, al bouwen die niet zelf. Als de bewoners „eruitgroeien” kunnen ze op de private woonmarkt in de buurt terecht, zodat het sociaal weefsel behouden blijft. Bovendien kan je de enkele woningen veel beter aan de werkelijke noden en de diversiteit daarin aanpassen. Zo heb je veel minder woningen nodig om sociaal te zijn. Maar dan is het natuurlijk gedaan met de gigantische bouwprojecten. En met wie dáár net beter van wordt.

Mensen, van welke kleur, inkomensklasse of herkomst ook, kan je nooit verwijten dat ze voor zichzelf een goede keuze maken door naar Essen te komen. Wie dat wel doet (en voor alle duidelijkheid, ik denk niet dat Gaston daarbij hoort – al zou hij dat wel luidop mogen zeggen) verwart oorzaak en gevolg. Andere effecten van het beleid spelen een rol, zoals de fiscaliteit of hier de immigratiewetgeving, maar hun impact is ten gronde secundair. Maar de door het gemeentebestuur aangemoedigde bouwwoede van de private en de sociale sector en de onwil om die te stoppen, die hééft Essen zo zwaar beschadigd dat ik aarzel om het woord „misdadig” niet in de mond te nemen. Al wil ik me toch ook niet té veel aan Onkelinx spiegelen.

Ring, ring !

Ring, ring !

Op de commissie openbare infrastructuur hadden we een gast. Nu, als niet-lid van de commissie was ik zelf natuurlijk ook een beetje gast, maar daar gaat het niet over. Namens de Werkgroep Leefmilieu kwam Wim Van Den Bergh het plan voor Ringland II voorstellen. Een aantrekkelijk plan, ook al ben ik het niet met alle details eens. Maar het plan brengt een aantal gedurfde ideeën samen in een aantrekkelijk geheel.

Het vertrekpunt is de omvorming van de helft van de Ringweg, tot aan de middenberm, tot een groene buffer. Daarmee zou Essen er zowaar écht eens extra open ruimte bijkrijgen. Het kan natuurlijk perfect, want dat werd juist over de grens al bewezen. Het tweede sterke punt is voor mij het afsluiten van de autoverbinding tussen de Watermolenstraat en het Heuvelplein. Daarmee wordt ook de kans geboden om het Heuvelplein opnieuw in te richten, niet als parking maar als levend plein – en Wim was zo vriendelijk om daarbij te herinneren aan wat ik het plan Peeters-Bevers zou durven noemen, al sloten wij destijds de weg niet af. Met de terrasjes die Essen echt wel nodig heeft. Voor mij moeten dat de twee kernpunten zijn. De andere voorstellen vloeien er min of meer logisch uit voort, of zijn extra’s die ook nog zouden kunnen.

Wim toonde heel mooi aan dat de Ringlandvisie perfect past in de visie die op papier al in beleidsplannen werd ontwikkeld. De vraag is natuurlijk of dit college dat wel aandurft, de eigen visie ook echt in de praktijk zetten. Tijdens de commissie zag en hoorde je hen al twijfelen. Beton weghalen, dat kan misschien nog, al moet ik het nog zien. Maar een verbinding afsluiten die diep in de gewoontes van de automobilisten ingesleten zit, hoe onlogisch ze eigenlijk ook is, dat vraagt om echte moed. Een halve maatregel (eenrichtingsverkeer) is er in dit geval géén, want je mist de cruciale extra ruimte om het Heuvelplein aantrekkelijk te maken. En wat je nu beslist, is voor minstens 15 tot 20 jaar zo.

Als ik Wim was, dat zou ik de plannen nog wat verder uitwerken. En verder gaan met het visueel maken van hoe het er allemaal zou kunnen uitzien. Want net daardoor werkte zijn Powerpoint dinsdag overtuigend.

Hemelrijkdom

Hemelrijkdom

Dankzij Guy en Agnes kreeg N-VA/PLE zaterdag de unieke kans om het domein „De Belder” te bezoeken. Dat we daar de warmste 18 oktober uit de geschiedenis voor hadden uitgekozen, was natuurlijk geen toeval. Zodat we een bijna zomerse wandeling konden maken in een domein dat in prachtige herfstkleuren was gehuld.

Ik was er voordien één keer geweest (een elf juliviering uitgezonderd) : toen Frans Schrauwen zijn tienjarig burgemeesterschap vierde. Toen was het winter. Het domein opnieuw bezoeken, in een ander seizoen, was dus meer dan de moeite. Ik dacht er zo niet alleen over, we waren met 48.

Natuurlijk roept dit soort bezoek ook vragen op over de rol en toekomst van het domein. Misschien is het jammer dat het zo beperkt toegankelijk is, maar dat maakt de unieke waarde groter en beschermt het natuurlijk ook tegen allerlei onheil. Vanzelfsprekend moet het in zijn geheel bewaard blijven, ook als het ooit in overheidsbezit zou komen. En ook dan zou ik het verstandig vinden om er uitdrukkelijk géén leuke dingen mee te doen, maar het -meer dan vandaag, maar nog steeds- met mondjesmaat open te stellen voor al wie wil genieten van het mooiste stukje van onze gemeente. Ongeveer zoals we het een aantal jaren geleden in onze Hemelrijkplannen vooropstelden.

Geweten

Geweten

De 26e Esak-quiz bleek niet de gemakkelijkste editie uit de geschiedenis. Met Carl had ik een afwisselend menu samengesteld, dat -zo bleek uit de reacties- door de regelmatige quizzers goed werd gesmaakt. Voor sommige gelegenheidsploegen, of teams voor wie vooral de gezelligheid hen naar quizzalen lokt, was wat opgediend werd misschien iets te pittig.

Het blijft een moeilijk evenwicht : de Esak-quiz trekt veel ploegen, en is tegelijk zowat de enige quiz waarvoor een aantal teams met iets meer quizambities naar Essen afzakken. Categorie 5 heet dat dan in het Vlaamse quizcircuit. Uit die “5” blijkt meteen dat er nog heel wat erger bestaat, al is het niveau van de deelnemers en niet dat van de vragen zelf daarvoor bepalend.

De quiz verliep bijzonder vlot, met weinig of geen betwistingen over de antwoorden (achteraf gezien vind ik er zélf wel één redelijk betwistbaar, trouwens). Al vond ik zelf dat de projector niet de beste was die we al gehad hebben, en voor een „multimedia”-quiz is dat wel cruciaal. De ronde waarbij met symbolen moest worden geantwoord was leuk om te maken, en in de goklust op de proef stellen door drie keer naar hetzelfde antwoord te vragen (de eer ging naar Pater Damiaan) vind ik een zeker sardonisch genoegen. Ik heb me dus alleszins geamuseerd, en hoop van de aanwezigen hetzelfde. Tot de volgende editie – al zijn Robin en ik het denkproces over de N-VA/PLE quiz al begonnen, want die komt eerst.

Te book

Te book

Essen in Beeld is op Facebook beland. Eigenlijk een beetje per ongeluk. Hoe kan dat ? Wel, het was de bedoeling om een “passief” acccount te creëren, dat vooral zou toelaten om de activiteit op met name “Ge zijt van Essen als…” op te volgen. Maar zodra we ons hadden geregistreerd, doken de vriendschapsverzoeken op. Konden we die mensen dan zomaar teleurstellen ? Dan maar even gezocht naar een manier om Facebook te voeden zonder extra werk. Zodat nu de oude foto’s die worden opgeladen ook op onze pagina verschijnen.

We denken aan nog enkele eenvoudige toepassingen, en er is ongetwijfeld nog wat verfijning nodig. Het belangrijkste blijft voor ons dat alle relevante foto’s op de website blijven belanden : dat is de enige manier om de collectie volledig en kwalitatief te houden (foto’s op Facebook worden automatisch gereduceerd, en je kan ook niet zomaar op trefwoorden zoeken, natuurlijk). Hopelijk begrijpen ook onze nieuwe vrienden dat. Al is het natuurlijk leuk om te zien dat het “Essen in Beeld”-merk ook na meer dan vijf jaar nog steeds stevig overeind staat.

En de site zelf ? Die staat ook voor een ingrijpende verandering. Al is de timing nog onduidelijk. Maar als het zover is, dan hoort u het wel. Ook… op Facebook !

Gehoord

Gehoord

In het Europees Parlement vinden dezer dagen de hoorzittingen plaats waarbij de kandidaat-commissarissen op de rooster worden gelegd. Kandidaten die onvoldoende steun vinden, moeten vervolgens worden vervangen. Daarmee bewijst het Europees Parlement dat het in dit land de assemblee is die het meest de titel „parlement” verdient, en in de pers wordt gesuggereerd dat het voorstel navolging verdient in onze parlementen. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik heb een andere „wat als ?”.

Wat als we dit systeem eens in de gemeenten invoeren ? Er is tijd genoeg tussen de verkiezingen en het eerstvolgende jaarbegin, die nu grotendeels verloren gaat. We zouden kunnen vastleggen dat een meerderheid van de verkozenen zoals nu een akte ondertekent, en daarin een burgemeester aanduidt. Die presenteert zich vervolgens met een beleidsplan (bestuursakkoord) aan de nieuwe gemeenteraad. Als die het plan goedkeurt, hebben we een nieuwe (aangewezen) burgemeester. Die stelt vervolgens een aantal schepenen voor, met bevoegdheden. De schepenen worden door de gemeenteraad ondervraagd zoals de commissarissen : zijn ze bekwaam, kennen ze iets van hun bevoegdheden… Als ze het vertrouwen krijgen, worden ze schepen. Anders moet de burgemeester iemand anders voordragen. Ik zou ze vervolgens ook ontslag laten nemen uit de gemeenteraad, en zelfs de deur open zetten voor schepenen van buiten de raad, al zou ik wel opleggen dat ze minstens in de gemeente moeten komen wonen. Maar die innovatie hangt niet noodzakelijk met het nieuwe systeem samen.

Eigenlijk zou iedereen hier versterkt uitkomen. De burgemeester krijgt een eigen legitimiteit en een duidelijker positie tegenover de schepenen. Maar die krijgen ook elk een helder persoonlijk mandaat. De raadsleden van de meerderheid krijgen meer impact en kunnen een schepen weigeren zonder meteen de hele meerderheid te torpederen – de schepenen zouden dan ook elk moeten bewijzen dat ze de hele meerderheid kunnen vertegenwoordigen. De oppositieraadsleden krijgen een echte kans om het nieuwe college op de rooster te leggen vooraleer het aantreedt. En de administratie heeft de garantie dat de collegeleden hun bevoegdheidsdomein een beetje kennen. Waar wacht de Vlaamse regering op ?

Ideaal

Ideaal

„We moeten dat bekijken.” Twee jaar geleden beloofden alle politieke partijen aan de jeugdraad om meteen werk te maken van een repetitieruimte voor beginnende muziekgroepjes. Een dossier dat al twintig jaar aansleept, dus er mocht wel wat vaart achter worden gezet. En nu, na twee jaar zoeken naar een geschikte ruimte voor een repetitieruimte is het meest concrete dat de schepen kon toezeggen „we moeten dat bekijken”. Robin en ik hadden nochtans een concreet voorstel, dat met wat goede wil en de nodige investeringen (waarvoor sowieso een budget is voorzien) snel voor een concrete oplossing kan zorgen. Maar -ik plak even twee citaten aaneen- „er is geen onenigheid in de meerderheid” maar ook „er is geen eensgezindheid over dit voorstel” (in het college). En „de ideale oplossing bestaat niet” maar „dit voorstel is niet ideaal”. Zodat de meerderheid het voorstel eensgezind met 12 stemmen en 1 onthouding wegstemde. Ik denk dat we het binnen een maand of zes nog eens gaan agenderen. Tenzij de ideale oplossing ondertussen gevonden wordt, natuurlijk.

Een mens zou dan denken dat dit het dieptepunt van de gemeenteraad was. Maar neen hoor. Ere wie ere toekomt : dit dossier was van de kant van het college ongetwijfeld één van de best voorbereide. Voor de rest waren de onvolledige stukken, de gemiste deadlines, de niet nagekomen afspraken en dubieuze beslissingen alweer legio. Met als hoogtepunt wellicht het pleidooi van de burgemeester om de subsidiereglementen voortaan niet door de raad maar door het college aan te laten uitvaardigen – omdat ze dan gemakkelijker tijdens de toepassing ervan nog kunnen worden aangepast. Al is de redenering „sommige kandidaten voor de aanwerving waren op tijd, andere te laat en dus hebben we alleen de mensen die in Essen wonen op een gesprek uitgenodigd” ook een pareltje van goed bestuur. En de verwondering dat de tekst van een reglement zich niet spontaan zelf had aangepast aan wat toch echt wel de bedoeling was leek me ook niet gespeeld.

Amusant, dat wel. Maar zijn we alle 25 zeker dat onze kiezers op deze manier zo goed mogelijk gediend worden ?