Jeremiade

Jeremiade

Ik kijk wel eens graag naar Top Gear. Dat zegt iets over dat programma. Ik heb geen auto. Ik ken er niets van. Auto’s maken me eigenlijk een beetje bang – ik voel me veiliger in een vliegtuig dan in een auto. Ik ben vóór rekeningrijden, waarbij je per kilometer betaalt. En meer in de spits. Ik zie wel iets in het Tesla-scenario met alleen zelfrijdende elektrische auto’s.

En toch Top Gear, dus. Dat is namelijk héél goed gemaakt, met bovendien drie uiterst capabele presentatoren. Waarbij James May met voorsprong mijn favoriet is. Maar hij komt natuurlijk vooral tot zijn recht in samenhang met in de eerste plaats Jeremy Clarkson. Dat ik het over hem ging hebben, zag u wellicht al aankomen. Clarkson is door de BBC ontslagen. Ik denk dat de BBC als werkgever moeilijk anders kon. Ik zou wellicht tot hetzelfde besluit komen.

Toch kan ik me niet bedwingen om me vragen te stellen. Is het wel zo logisch dat we een tv-presentator beoordelen op zijn menselijk gedrag ? Op zijn (soms verwerpelijke) ideeën ? Kan hij niet gewoon een bijzonder goed tv-presentator zijn ? Waarom verwachten we dat topvoetballers ook privé “een voorbeeld” zijn ? Als ze maar scoren ? Hoe zijn we ertoe gekomen om politici ook op hun privéleven, op hun auto, op hun huis te beoordelen ? John F. Kennedy -op dit terrein een Clinton in het kwadraat- zou vandaag wellicht geen kans maken in de politiek. Als morgen blijkt dat Rubens zijn medewerkers sloeg, halen we dan zijn Kruisafneming weg in de kathedraal ? Veranderen de teksten van Shakespeare als zou blijken dat de man een racist was ? Sommigen vinden Tom Lanoye een minder goed schrijver omwille van zijn politieke denkbeelden. Ik vind dat een absurde redenering. Cyriel Verschaeve was niet de grootste dichter, maar wordt zijn poëzie nog minder goed omdat de man -laten we een kat een kat noemen- een nazi was ?

Ik vrees soms dat we ons als maatschappij net iets te veel beperkingen opleggen. Mensen zijn mensen – maar het zijn mensen die ons gebracht hebben waar we vandaag staan. Als morgen een zware crimineel -genre-Dutroux- het definitieve geneesmiddel tegen kanker uitvindt, gaan we dat dan gebruiken ? Wellicht wel. Maar als hij achter de tralies het wereldrecord hoogspringen verbetert, telt het dan ?

Als ik morgen een heruitzending (tja) van Top Gear op tv zie, ga ik kijken. En ik ga het programma nog steeds erg goed vinden. Met Clarkson.

Drie keer hoera voor KSA !

Drie keer hoera voor KSA !

KSJ-KSA-VKSJ wordt KSA. Eindelijk, hoor ik hier nu te schrijven. Al zal dat misschien de huidige leiding van KSJ Essen verbazen. En wellicht ook sommige mede-oud-leid(st)ers van diezelfde jeugdbeweging.

Ik was leider van KSJ Essen van 1991 tot 1998. Moest dit toen beslist zijn, ik zou verbijsterd zijn geweest. Nauwelijks tien jaar voordien was KSA Essen KSJ Essen geworden. Bij de nationale fusie van KSA (jongens) VKSJ (meisjes) in 1978 was immers afgesproken dat gemengde groepen de naam KSJ zouden dragen. En de nationale koepel zelf vervelde geleidelijk van KSA-VKSJ naar KSA-VKSJ-KSJ en dan naar KSJ-KSA-VKSJ. Onuitspreekbaar lang, maar de vlag dekte de lading. En ze stond ook wel symbool voor de complexe structuur en de erg uiteenlopende visies waarmee de geschiedenis de beweging had opgezadeld.

Ik verliet KSJ Essen in 1998, en werd actief bij KSJ Antwerpen-Brabant. Één van de vijf of zes provinciale werkkringen binnen KSJ-KSA-VKSJ. Die ondanks de naam „KSJ” ook groepen overkoepelde die de KSA- of VKSJ-vlag gebruikten. Met „donkerblauwe” en „lichtblauwe” groepen, afhankelijk van de uniformkeuze die ze maakten. En met sterke tradities. Toen de toenmalige nationale proost, in een wanhopige poging om de lopende „operatie-eenheid” te redden, een brief schreef met het voorstel om de beweging (wat we hadden het vaak over „de beweging” om het tienletterwoord niet te moeten gebruiken) één naam te geven, en dan wel KSA, reageerden we met ongeloof en verbijstering. Over één naam kon gepraat worden, maar die zou dan KSJ moeten zijn. En eigenlijk wisten we dat ook daarvoor bij onszelf geen draagvlak was. En de proost… die moest al snel de handdoek (stola) in de ring werpen.

Na enkele jaren ruilde ik mijn provinciale engagement voor het voorzitterschap van de Raad van Bestuur van KSJ-KSA-VKSJ Landelijk Verbond. Ik herinner me dat we op de allerlaatste vergadering van het toenmalige „coordinatieteam” met de financiële en pedagogische voorzitters tot het besluit kwamen dat de beweging één naam nodig had. Ik geloofde zelf toen in een nieuwe, nog niet bestaande naam, en in een lange overgangsperiode.

Na vier jaar voorzitterschap verliet ik KSJ-KSA-VKSJ, maar enkele jaren later werd ik gevraagd voor een raad van wijzen, in het kader van alweer een „operatie-eenheid”. Opnieuw hadden we het over één naam, en één uniform – zeker bij dat laatste waren we op een bepaald ogenblik zelf erg dichtbij. De naam „KSA” had ondertussen ook bij mij wat krediet verworven. Het was nu eenmaal voor velen de meest bekende naam die „we” hadden. De grenzen tussen KSA, KSJ en VKSJ-groepen waren ook al lang niet meer duidelijk, met gemengde KSA-groepen en KSJ-groepen voor alleen meisjes. Bijvoorbeeld.

Nog eens 5 jaar later is de kogel nu dus door de kerk. Daarmee wordt de onvoltooide fusie na 37 jaar eindelijk afgerond. En zoals de beweging terecht opmerkt klinkt KSA ook gewoon anders dan KLJ of KAJ. Het is dus een „sterk merk”, in de woorden van KSJ-KSA-VKSJ. Succes heeft vele vaders, maar voor zover ik de beweging ken, is dit ongetwijfeld ook de kroon op het werk voor proost Dirk. Het is hem méér dan gegund. En misschien vindt zijn voorganger, die te vroeg gelijk had, hier ook nog wel voldoening in.

En zo zal KSJ Heidebloempje Essen na 34 jaar wellicht terug KSA Heidebloempje Essen worden. Met donkerblauwe hemden. Het klinkt helemaal perfect, vind ik. Ik hoop dat iedereen in de logica kan meestappen. Ik kan getuigen dat er echt wel over werd nagedacht, en dat dit het resultaat is van een lange evolutie.

Ik word dus oud-KSA-leider. Eens KSA’er, altijd KSA’er.

Express

Express

Laten we het nog eens over de NMBS hebben. Neen, niet over vertragingen. Die zijn er anders meer dan genoeg. De nieuwe treinregeling ging toch verbetering brengen voor onze lijn ? Niets van gezien. Maar daar wilde ik het dus niet over hebben.

Wel hierover. Ik heb een abonnement. Sinds vorig jaar niet zomaar een papieren kaart meer, maar een heuse bankkaart die de treinbegeleider dan met een toestel inleest. Vooruitgang, je houdt dat niet tegen mijnheer. Begin dit jaar heb ik mij aan het loket aangeboden om het abonnement dat op die kaart stond te verlengen. Dat bleek niet te lukken : mijn Mobibkaart wilde de verlenging niet aanvaarden. Daarvoor moest ik een nieuw attest van mijn werkgever hebben. Dus kocht ik een ticket, en vervolgens ging ik in Brussel met het attest naar het loket.

Daar bleek dat het probleem niet het attest was, maar de Mobibkaart op zich. Ik kreeg een nieuwe. Jammer van de tickets die ik ondertussen had gekocht, maar ik besloot om het daar bij te laten. Maar kijk, af en toe weigerden de toestelletjes in de trein om mijn kaart te lezen. Treinbegeleiders kunnen dan drie dingen doen : doen alsof de kaart toch werkt (meestal), er iets over zeggen en de kaart teruggeven of hard ingrijpen. Twee weken geleden deed er één net dat : hij maakte een formulier op waarmee ik binnen de veertien dagen naar het loket moest. Niet dat ik de kaart had beschadigd, overigens.

Ik ging twee keer naar het loket in Essen, maar dat blijkt onmogelijke openingsuren te hebben voor wie gewoon ook overdag moet werken en bij voorkeur niet voor 5u30 opstaat. Één keer was het dan ook nog binnen de aangeduide openingsuren gesloten… Dus trok ik deze week naar het loket in Brussel – met als gevolg dat ik een latere trein naar Essen moest nemen, want hier werkuren voor opofferen vond ik toch wel wat ver gaan.

Ik kreeg een nieuwe Mobibkaart, maar tot mijn verbazing kon het dossier -de vaststelling dat ik als een soort zwartrijder met een stuk plastic had rondgereden dat niets als functionerende Mobibkaart kon worden geïdentificeerd- niet afgesloten worden. Daarvoor moet de klantendienst open zijn, en die opent om 8u en sluit om 16u. Toeval of niet, maar tijdens die uren ben ik wel in Brussel. Maar ik moet dan wel werken…

Bovendien had de treinbegeleider niet uitgelegd dat ik niet naar eender welk loket kon. Dat de NMBS overal loketten sluit, is me best, maar daar hoef ik niet voor op te draaien. En dat “het loket” niet hetzelfde is als “het loket” vind ik als klant ook wat verwarrend.

Ik stuurde voor de zekerheid een mail naar de NMBS-klantendienst (geen antwoord gezien, uiteraard), maar ben de volgende ochtend toch maar naar het loket in Essen geweest. Daar bleek mijn nieuwe kaart, nauwelijks 12 uur voordien afgeleverd in Brussel, onleesbaar. Het verhaal dat de klantendienst in Brussel dicht was (maar het loket open) wekte ook verbazing. En, verrassing, om mijn “dossier” af te sluiten bleek erg ingewikkeld. Ik stond al meer dan tien minuten aan het loket, en wilde ook nog graag mijn trein halen. Met treinkaart nummer drie voor dit jaar, en met het “dossier”, dan maar naar Brussel gespoord.

Ondertussen brak de laatste dag van de veertiendaagse probatieperiode aan. Een tweede mail naar de klantendienst leverde uiteraard niets op. Een boete wegens onleesbare Mobibkaart dreigde. Wat doet een mens dan ? Tijdens de middagpauze tegen de collega’s zeggen dat ik nog even in het station naar het loket moest. Ik leg alles opnieuw uit. De loketbediende zucht, want daarvoor moet hij bij de klantendienst zijn. Dat weet ik, maar die is toch open tussen 8u en 16u ? Neen, eigenlijk is die altijd open, ook na 16u, krijg ik tot mijn verbazing te horen. Alleen… tijdens de middag is er meestal niemand te bereiken. De loketbediende probeert toch te bellen. Na twintig nummers te hebben gebeld mag ik kiezen : blijven wachten of later terugkomen. Dat ik stilaan begin over te koken verbaast wellicht niet, maar ik besluit om te wachten. Waarna de betrokkene meteen zijn loket sluit.

De collega naast hem neemt over, en besluit dat het genoeg moet zijn en dat de NMBS, niet ik, het “probleem” maar verder moet oplossen. Hij besluit om de papierwinkel zo aan de klantendienst over te maken, en verzekert me dat ik terug een “regelmatige reiziger” word. En toch zal het me niet verbazen als ik morgen een aanmaning van de NMBS in de brievenbus krijg. Of dat mijn kaart morgen onleesbaar blijkt. Of dat de trein vertraagd is, maar daarover ging ik het dus niet hebben. Ook niet na het flagrante staaltje desinformatie dat we daar vrijdag weer extra bijkregen (“deze trein rijdt niet verder dan Antwerpen, maar er is een vervangtrein” – tot we uitstapten, en die er uiteraard niet bleek te zijn).

Besluit : Kafka werkt bij de NMBS. Hij is er zelfs de enige die nooit staakt, nooit onderhevig is aan “een wijziging in het dienstrooster van het personeel”, nooit last heeft van “druk verkeer” of voor een rood sein staat. Hij werkt er al een hele tijd. Brugpensioen ?

Quizien

Quizien

Gisterenavond stond de N-VA/PLE-quiz op het programma. Alweer de vijfde in het rijtje. Voor mijzelf, als mede-opsteller en presentator, alvast een succesvolle uitgave. Ik heb het gevoel dat Robin en ik een geslaagd en gesmaakt geheel in elkaar hadden gebokst – het blijft in elk geval bijzonder leuk om één keer per jaar met hem samen te werken. Als ben je bij een Powerpointquiz afhankelijk van de techniek, en liet met name het geluid ons af en toe in de steek. Echt storen deed dat volgens mij niet, toch blijft het een verbeterpunt voor de volgende uitgave.

Vooral de “sushironde”, waarbij we de antwoorden letterlijk in rijst en zeewier hadden verpakt, vond ik zelf leuk om te maken, al kostte het maken van de sushi zelf wellicht iets meer tijd dan de achterliggende vragen. Het antwoord “Noriant” blijf ik een mooi staaltje van toegepaste Japanologie vinden. Overigens hadden we nog deze Roemeense meidengroep kunnen vragen – of zou dat de ronde net iets te pittig hebben gemaakt ?

Opmerkzame geesten stelden vast dat er nogal wat Oostenrijkers op ons antwoordenlijstje stonden. De heren Haider, Schlager, Goldberger en Wurst pasten inderdaad erg mooi in de links die we in onze vragenrondes hadden gelegd. Jammer voor wie het Alpenland geen warm hart toedraagt…

Dat we het zonder Nederlandstalige muziek deden, zal voor sommige Essense quizwatchers wel een verrassing zijn geweest. Vooraf hadden we de schrik er goed ingestoken, door in de titels van de rondes net te suggereren dat we de quiz vol Vlaams zangtalent zouden steken. Ik kan niet beloven dat we het volgend jaar opnieuw zonder zullen doen, want we hebben net iets te veel bedenkelijk Frans moeten laten horen. En dan we weten nog steeds wie die “grand corbeau noir” is…

Met dank aan iedereen die erbij was, ook voor de steun aan de tombola van ’t Schakeltje – mooi dat we Leo en C° op deze manier een steuntje in de rug konden geven.

Elasticiteit

Elasticiteit

Ik denk dat iedereen in de politiek er wel eens mee wordt geconfronteerd… Er is een probleem waar je van vindt dat er echt iets aan gedaan moet worden. Maar de maatregel om het doortastend aan te pakken ligt buiten bereik : er is een ander beleidsniveau bevoegd, het is onmogelijk om een draagvlak te creëren (bij de coalitiepartner, bij de publieke opinie, bij de sociale partners…), de neveneffecten zouden veel te groot zijn, er komen fundamentele principes in gevaar of de maatregel past echt niet in je eigen ideologie of die van je partij. Kortom, wat er moet gebeuren, kan niet.

Je kan wel iets doen. Je kan maatregelen nemen die een beetje in de juiste richting gaan, of die je toch op die manier uitgelegd krijgt. Daar zitten twee mogelijke risico’s aan vast : het eerste is dat je zelf gaat geloven dat je het probleem echt wel aanpakt. Dat je gaat denken dat er wat kán gebeuren ook is wat er moet gebeuren. Ik zie het wel eens bij beleidsmakers op het domein waar ik als ambtenaar actief ben, de werkgelegenheid. De beleidsruimte is om allerlei redenen vaak heel beperkt, en na een tijdje gaan ze geloven dat de maatregelen die ze nemen ook echt degene zijn die nodig zijn om de arbeidsmarkt te heroriënteren. Maar ze maken zichzelf en de kiezers iets wijs, en dat is niet goed in een democratie.

Het tweede risico is nog erger : de maatregel kan wel, maar de baten (die sowieso heel beperkt zijn) wegen niet op tegen de kosten. Het systeem wordt te ingewikkeld of zelfs tegenstrijdig, de maatregel kost veel geld aan de overheid of de burger. Of nog problematischer : de stoplapmaatregel dreigt een echte aanpak van het probleem later te bemoeilijken. De wijze les : als niet kan wat moet gebeuren, dan moet wat kan gebeuren meestal ook niet !

De meerderheid in de gemeenteraad besliste dinsdag om een activeringsheffing in te voeren, een belasting op onbebouwde gronden. Om daarmee de prijs van bouwgrond in onze gemeente te drukken. Een groot probleem, die stijgende grondprijzen. Helemaal mee eens.

Ik heb me voor één keer als economist verdienstelijk gemaakt proberen te maken door te trachten de effecten van die heffing uit te rekenen. De uitkomst van mijn rekenwerk is dat we kunnen verwachten dat er één extra bouwgrond zal worden aangeboden. Niet per jaar, maar per eeuw ! Daarvoor zou dan op basis van de budgetcijfers 10 miljoen EUR aan belasting moeten worden geïnd.

Ik vind dit geen verstandige maatregel. Al ben ik natuurlijk ook voor betaalbare bouwgrond. Want dat is het politieke risico voor wie tegen de nepmaatregel is : dat die ervan beschuldigd wordt het probleem niet te willen aanpakken. Dat wil ik net wel. Ten gronde. Maar ik weet dat het gemeentebestuur lang niet alle hefbomen in handen heeft. Bovendien moet eigenlijk eerst het hele beleidskader veranderen : Essen moet af van het volbouwbeleid dat het nu al meer dan tien jaar onverdroten voert. De Essenaar wil namelijk betaalbare bouwgrond in een landelijke gemeente, geen betaalbare voorstad. Zonder die context gaat het hele verhaal de mist in.

De activeringsheffing is er, en er zal mee worden uitgepakt om te laten zien dat de gemeente de snode grondspeculanten aanpakt om zo de prijzen te drukken. Maar eigenlijk wordt er gewoon een belastingverhoging mee doorgevoerd, en wordt de urgentie om echt iets te doen aan een misgelopen woonbeleid en het draagvlak daarvoor alweer net iets minder groot (“we hebben toch de activeringsheffing ingevoerd”). Een spijtige zaak.

Hoe de bal kan rollen…

Hoe de bal kan rollen…

Hoe is het ook alweer gegaan ? Na jaren van besluiteloosheid werd tijdens de vorige legislatuur besloten om de voorgenomen bouw van de sporthal door te zetten. Daarbij werd gekozen voor een onmogelijke combinatie : een relatief beperkte sporthal, gericht op de Essense sportverenigingen. Die dan wel een commercieel rendabele exploitatie moest opleveren, waarbij het onderhoud en het open houden van de hal aan de uitbating van de cafetaria werden gekoppeld. Want een hal uitbaten, dat doet een gemeente beter niet zelf. Om het toenmalige schepencollege te citeren : „Het is daarbij geen kerntaak van de gemeente om te voorzien in de exploitatie van dergelijke (sport)infrastructuur, noch is er voldoende mankracht en know-how aanwezig binnen het gemeente bestuur. … Vandaar werd er geopteerd voor het afsluiten van een concessieovereenkomst (voor) de uitbating van de sporthal met aanhorigheden.” Bij die “aanhorigheden” hoort de cafetaria. Een bijkomstigheid in de concessie, die gaat vooral over de sporthal zelf : van sporthallen uitbaten heeft de gemeente naar eigen zeggen geen verstand (van zwembaden ook niet, hebben we ondertussen geleerd).

Zo werd het hele project van bij het begin een eerste gemiste kans. Men had kunnen kiezen voor een veel groter geheel (met zwembad, squashzalen, fitnessruimte, …) dat wel rendabel had kunnen zijn. Of voor een zuiver publieke sporthal, met een cafetaria die in concessie wordt geven, zoals de Heuvelhal. Maar CD&V en sp.a kozen voor een onmogelijke mix tussen beide.

Van de vier oorspronkelijk geïnteresseerde combinaties van bouwheer en exploitant haakten er twee af op basis van deze vaststelling. Een derde probeerde er een mouw aan te passen : door over de maximumprijs te gaan kon een hal worden gebouwd waarvan de exploitatie misschien toch nog rond te krijgen was. Een vierde besloot tot een kamikazetechniek : een hal voor het maximumbedrag en een concessie waarvan ze wisten of hadden moeten weten dat die financieel onmogelijk was.

Wellicht wisten ze het : zodra het contract aan die laatste gegadigde werd toegewezen wreef het bouwbedrijf zich in de handen en probeerde de toekomstige concessionaris samen met de gemeente de concessievoorwaarden substantieel te veranderen. Dat lukte een beetje, maar het was duidelijk dat het voor de uitbater nooit zou volstaan. En voor het gemeentebestuur gingen de aanpassingen te ver : de andere kandidaten werden benadeeld en de financiële stabiliteit van het AGB werd in gevaar gebracht.

De onmogelijke combinatie van de beperkte hal en de ruime concessie werd duidelijk toen de bevoegde minister op mijn vraag de concessieovereenkomst vernietigde. Door die beslissing werden bouw en concessie de facto uit elkaar gehaald. Een kans om de gemaakte fout recht te zetten en een realistische constructie op te zetten, zoals wij toen in een persbericht stelden. Waaraan geen gevolg werd gegeven.

Meer nog, de beslissing van de minister werd uitdrukkelijk genegeerd ! Ze leidde alleen tot zeer zware aantijgingen tegenover mij in persartikelen van CD&V en sp.a : mijn acties hadden voor enorme vertraging en kosten gezorgd –wat eenvoudig weerlegbaar was– en bovendien had ik volledig ongelijk : zij hadden de best mogelijke oplossing gevonden. Of zoals de sp.a het in De Voorbode schreef : “Laten we niet te technisch worden: volgens sp.a is er geen enkele reden om de sporters bang te maken met de doemscenarios van de collega’s van N-VA/PLE. Het gaat hier slechts om een juridisch-technisch aspect in het contract. In de praktijk zal dit geen enkel gevolg hebben voor de sporters. (…) De sp.a vindt dat het directiecomité van het AGB en de advocaten goed werk hebben geleverd.”

Zou het ? Ondanks de aanpassingen waren de concessievoorwaarden immers nog steeds niet haalbaar. Na een jaar bleek dat de concessionaris er niet aan kon voldoen en moest worden buitengezet. Dat bracht uiteraard heel wat kosten mee : gemeentepersoneel dat taken moest overnemen, advocaten en procedures, verlies aan concessievergoedingen… Er werd opnieuw een concessie uitgeschreven. En ondanks onze verwittiging werd er volhard in de boosheid : ongeveer dezelfde concessievoorwaarden zouden van toepassing zijn. Op basis van ingewonnen juridisch advies moest dat. Zogenaamd.

Dus moest opnieuw iemand gezocht worden die een onmogelijk contract wilde tekenen. Een aantal potentieel geïnteresseerden -vooral Essenaren- haakten daar uiteraard door af. Maar er werd alsnog iemand gevonden. Wat blijkt na alweer nauwelijks een jaar ? Dat die niet aan de voorwaarden kan voldoen. En dat de overeenkomst dus alweer moet worden opgezegd. Verrassing !

En nu ? Blijkbaar zou het nu toch de bedoeling zijn om naar ons te luisteren. Het standpunt dat de gemeente niet geschikt is om een sporthal uit te baten zou worden herzien. En het juridisch advies van een jaar geleden is niet meer van tel. Er is nu een ander advies, van hetzelfde bureau, dat het tegendeel beweert. Goed voor de sporters, die nu uitzicht krijgen op een behoorlijk beheerde hal en een goed draaiende cafetaria. Minder goed voor de belastingbetaler, die alweer opdraait voor de overgangsperiode en het geslagen gat in de gemeentebegroting zal mogen dichten – want de financiering die werd vooropgesteld, zonder de inzet van gemeentepersoneel, gaat natuurlijk finaal onderuit… Toch wel een bizarre koerswijziging.

Bovendien : komen er nu excuses voor de zeer harde woorden die destijds in de pers werden geuit ? Voor de bedrogen kiezers die te horen kregen dat wij alleen stokken in de wielen hadden gestoken en dat CD&V en sp.a in no time voor een goedkope en vlot draaiende sporthal gingen zorgen ? Voor de beschuldiging van “niet bepaald collegiaal handelen” in hetzelfde artikel in De Voorbode ? Zien ze ondertussen in dat het én voor de sporters én voor de gemeente om heel wat meer dan een juridisch-technische kwestie ging ? Of weegt het eigen grote gelijk nog altijd zwaarder dan het algemeen belang ?

Ready to serve

Ready to serve

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 organiseerden we met N-VA/PLE voor de eerste keer een brunch, en die traditie zijn we sindsdien blijven volhouden. Al hebben we na de sluiting van Eethuis Rommens wel even moeten zoeken naar een geschikte locatie. Maar in het tenniscentrum T&T hebben we die uiteindelijk wel gevonden. Een verzorgde, lekkere en betaalbare brunch wachtte ons op en maakte het mogelijk om bij te praten met de politieke vrienden. N-VA-kamerlid Peter De Roover was de gastspreker. Hij haalde zijn inspiratie zowaar vooral op het beleidsdomein dat ik (veruit) het beste ken, de werkgelegenheid. Waar de voorbije weken ook wel één en ander rond te doen was, natuurlijk. De Roover is een bijzonder vlot en boeiend spreker, dus dat zat ook wel goed.

Aan T&T komen nu ook buitenvelden, ter aanvulling van de schitterende binnenaccomodatie. Goed voor de uitbater en de tennisliefhebber, maar ik vraag me af of er in Essen niet net iets te veel tennisvelden liggen om ze allemaal even succesvol te houden. Ik hoop maar dat de gemeentelijke velden aan het Sportpark, die uitgebaat worden door de Essense Tennisclub ETC, niet het slachtoffer van het overaanbod worden. Want dan zou de rekening bij het gemeentebestuur terechtkomen. Waar ik bij de aanleg van de velden overigens voor had gewaarschuwd. Dat viel toen in dovemansoren. Eens te meer hoop ik dat ik de bal heb misgeslagen, en dat er ook daar nog lang en gelukkig getennist kan worden. Zoals in T&T.

Let’s go for it !

Let’s go for it !

Terug naar Riga, waar ik in 2011 in de zomer enkele dagen doorbracht. Deze keer met een professioneel doel : een conferentie waaraan de EMCO-vergadering werd gekoppeld. Met bovendien iets lagere temperaturen dan in de zomermaanden, al viel het al bij al nog mee. Het was er eigenlijk niet kouder dan hier, terwijl -15 tot -20° even goed had gekund.

Waarom Letland ? Wel, het land heeft het EU-Voorzitterschap overgenomen van Italië. Na twee Zuid-Europese voorzitters nu dus opnieuw één van de Baltische staten. Een stukje Europa waar niet zo gek lang geleden de Sovjets over regeerden, en alleen al daarom een deel van de Unie dat een speciaal plaatsje inneemt in mijn hart. Met Riga als onmiskenbare hoofdstad, méér dan het overigens ook prachtige Vilnius of Tallinn. Heel veel tijd om de stad te doorkruisen was er niet tussen de vergaderingen door, maar de brede Daugava, een mooi historisch centrum, prachtige art nouveaugebouwen en geslaagde voorbeelden van moderne architectuur (en afzichtelijke maar interessante voorbeelden van Sovjetarchitectuur) liggen nu ook weer niet zo ver van elkaar.

Overigens werd ze niet alleen overschaduwd door een winters wolkendek, maar is de spanning tussen Europa en Rusland hier ook echt voelbaar. Het is goed dat de Unie er zijn vlag net nu stevig plant. Vrijheid, democratie en echte eenheid in verscheidenheid mag de Balten nooit meer ontnomen worden.

Pinanti is pinanti

Pinanti is pinanti

Terug naar de proza. Voetbalproza, zowaar. We wedstrijd nadert haar einde. Spannend ! De scheidsrechter fluit : penalty ! De spits kent de doelman. Die duikt sowieso altijd naar dezelfde kant. De spits loopt aan, en trapt de bal keihard in de andere hoek binnen. Goal ! Maar de spits gaat naar de scheidsrechter : de penalty moet worden overgedaan. Hij wil zéker zijn dat de camera’s beelden hebben. Hij vertrouwt erop dat de doelman opnieuw naar dezelfde kant duikt. Nog sneller dan de eerst keer zelfs. De enige onzekerheid zijn de ploegmaats van de keeper : gaan die toch niet proberen hem de andere richting uit te sturen ? En gaat de trainer geen “Tim Krul”-vervanging proberen ? Een berekend risico. Maar er gebeurt niets. De spits loopt aan, de doelman duikt, de bal gaat er opnieuw in. Goed voor het Sportjournaal, geen twijfel over.

Toen Frans Schrauwen op de gemeenteraad het woord nam over het verzoekschrift om een nieuw onderzoek te voeren naar de bouw van een nieuw zwembad, en vooral de bijhorende petitie, waarbij hij stelde dat de 1.700 handtekeningen klakkeloos waren geplaatst door mensen die alles tekenen wat hen wordt voorgelegd, was ik niet verbaasd. Wel verbolgen. Ik ging ervan uit dat sommigen in de meerderheid dat ook zouden zijn. En dat ze dat ook wel zouden willen zeggen. Een mooie kans om de meerderheid toch een beetje uit elkaar te spelen, want over de grond van de zaak -het gevraagde onderzoek- hadden ze de rangen duidelijk gesloten.

Dus vroeg ik hoe de opmerking van Frans in het verslag ging komen : als mening van de hele meerderheid of alleen van hem persoonlijk. En toen gebeurde er niets. Of toch, Frans, die ik alleszins om zijn consequentie waardeer, bevestigde zijn standpunt. Niet verrassend, want hij nam destijds als burgemeester net dezelfde houding aan bij petities zoals “Essen in de Zak ?”. En wel zo duidelijk.

Dat er niemand in CD&V en sp.a afstand nam, verbaast me wel. Nu nog steeds. Een veel mooiere kans om dat te doen konden ze zich niet dromen : dat ze bij de eerste tussenkomst van Frans niet meteen reageerden, tot daaraan toe. Maar ik bood hen een ruime mogelijkheid om de puntjes op de i te zetten. Dat deden ze dus niet. Ik ben niet de enige, ook buiten de oppositiebanken, die dat als een expliciete steun aan Frans’ uitspraak heeft beschouwd. En nu is het te laat om daarop terug te komen. Vijgen na Pasen.

Ik ben nog altijd verbolgen, over de manier waarop het zwembaddossier in het algemeen en het verzoekschrift in het bijzonder is aangepakt door de meerderheid. En een nieuw zwembad is er geen stap mee dichterbij. Maar die penalty pakken ze me niet meer af.

Tussen de gemeenteraad en gedichtendag

Tussen de gemeenteraad en gedichtendag

Bad stop

Badstop ? No, bad stop. In English.
Want stout, dat is het.
De stop eruit.
De vennen drooggelegd. Fijn gemalen.
Weg water. Uit de kom !

Chlorofyl ? Baantjer ? Of net niet.
Het was ons aller bad.
’t Essens diep. Twee meter en een klets.
Naast het Parochiecentrum.
En de kerk, in het midden.

Wel versleten.
Poel van betonrot, oord van verderf.
Maar nog niet vergeten. Nog niet.

Tijd voor nieuwe Vennen ?
Neen, we zwemmen niet. In het geld.
Neen, we willen niet. Nadenken.
Neen, we luisteren niet. Klakkeloos.
Zeggen ze zomaar wat, de mensen.
Als boeren. Met kiespijn.

Kopje onder, en weer boven.
Luctor et emergo.
Maar niet hier.

Hier heersen de koppigheid en de traagheid.
Fortiter et patienter.

Voor de haaien is het allemaal Latijn.
Ze horen niet, maar duiken onder.
Naar zichzelf, alleen. Ingekeerd.
Zij vieren de badstop.

Bad stop ! Very bad.