It bêste lân fan d’ierde

It bêste lân fan d’ierde

Ik was één keer eerder in Fryslân, zoals Friesland (uiteraard terecht) officieel heet.  In Heerenveen, in januari 2013.  Ik wilde er al lang graag terug naartoe.  We hadden een weekend weg in gedachten, maar om een vliegtuig te boeken waren we te laat – ik zou natuurlijk ook klimaatredenen kunnen aanhalen, maar eerlijkheid duurt het langst.  Dus bood de trein naar Leeuwarden een uitweg.  Het weer zat ontzettend mee – het gebeurt wellicht niet zo vaak dat je vanuit Leeuwarden naar Athene foto’s kunt sturen met als doel om ze in Griekenland jaloers te maken op de zon ! Een dagje Leeuwarden (Ljouwert in het Fries, dat je er zo goed als niet hoort), daarna een dagje Sneek (Snits in het Fries, en daar hoor je het al meer) en een dagje Vlieland (waar eigenlijk nooit Fries gesproken werd).

Leeuwarden bleek een levendige stad, tot je je enkele meters buiten het centrum waagt of ’s morgens een beetje vroeger opstaat : op Paaszaterdag rond half acht loopt er in het midden van de stad geen ziel rond.  De Oldehovetoren kende ik niet, maar hij heeft een interessant verhaal dat binnenin ook erg mooi in beeld wordt gebracht.  En hij biedt een mooi uitzicht, bijvoorbeeld op de kanalen en parken in de stad.  De toren staat scheef (10°), wegens op de verkeerde ondergrond gebouwd.  Hij raakte nooit afgewerkt : de toren moest groter worden dan die van Groningen, maar dat bleek te hoog gegrepen (scheef bouwen zal ook wel niet geholpen hebben).  En bij de toren hoorde een kerk, maar die stortte in.  Het zou in de 16e eeuw prettig oppositie voeren zijn geweest in de Leeuwardse gemeenteraad : élke maand een vraagje over de toren…

De treinreis naar Sneek gaf ons de kans om het prachtige vlakke Friese landschap met de talloze kanalen en grazende koeien te bewonderen.  Het stadje zelf is klein, gezellig, erg geschikt om tussen de winkels te flaneren en om de mooie Waterpoort te bewonderen.  Vlieland tenslotte is een schitterend eiland om langs de kust te wandelen, te fietsen, de vogels en de natuur te beworden en om aan het stand te verpozen.  Ik postte hier enige tijd geleden een foto van een Gallowayrund, maar ik moet toegeven dat een mannelijk exemplaar dat niet achter een draadafsluiting zit je toch enigszins sneller doet fietsen – om dan nadien de zoomfunctie van de camera aan te wenden om alsnog de obligate foto’s te maken.  Ook aan de Waddenzee was ik niet eerder, en die zee die er op veel plaatsen helemaal geen is en waar mensen dan zomaar uit de boot kunnen stappen vond ik ook de moeite waard.  Al bij al een ideale trip om net voor Pasen uit te waaien en energie op te doen.  Ik verlang alvast naar meer Fryslân !

Culinair werd overigens mijn indruk uit 2013 wel bevestigd : ze hebben het niet.

Paleisje

Paleisje

Toen ik hier in 2017 schreef dat ik met mijn bezoek aan dat land het lijstje van de 28 EU-Lidstaten volmaakte, schreef ik erbij dat ik eigenlijk nog eens opnieuw naar Roemenië zou moeten, omdat ik dat land had bezocht vóór het tot de EU toetrad.  Dat was in 2001.  Nu is Roemenië EU-voorzitter, en dus ben ik er de voorbije twee weken ook twee keer naartoe gereisd.  Eén keer vanuit Parijs, de tweede keer gewoon vanuit Brussel.  Met telkens een aankomst in het hotel om 2u ’s nachts, anderhalve dag vergadering en dan terug naar huis.  Niet meteen een erg ontspannende manier van reizen.  Ik heb ook niet de gelegenheid gekregen om veel te zien, moet ik zeggen.  Even door de straten wandelen zat er niet in.  Het presidentieel paleis, of eigenlijk het stuk ervan dat de voormalige residentie is van de Roemeense koningen, hebben we bezocht.  En het officiële diner eergisteren was in de troonzaal van het voormalige koninklijke paleis.  Twee mooie gebouwen, alleszins.

Maar ze zinken toch een beetje weg bij het megalomane gebouw, nu het Parlementspaleis genoemd, dat dictator Ceaucescu liet bouwen.  Vandaag huizen er de twee kamers van het Roemeense parlement in, naast enkele musea.  Verder wordt het voor congressen gebruikt.  En voor trouwfeesten.  En dan is er nog plaats over.  Van de 1.100 ruimtes zouden er 400 afgewerkt zijn, dus er kan nog wel één en ander extra voorzien worden.  In elk geval, achter elke massieve deur die open ging zat er weer een andere galerij of zaal, met indrukwekkende lusters, minutieus houtwerk en veel marmer.  Neoklassieke kitsch zoals het communisme dat vereiste, maar dan van een hoge kwaliteit.  Het gigantische complex maakt dat de Roemenen hun hele voorzitterschap in één gebouw kunnen laten doorgaan, zonder dat verschillende conferenties elkaar tegenkomen.  Al had ik toen ik naar het toilet ging vorige week (een dikke vijf minuten wandelen vanuit de vergaderzaal) toch door dat we niet alleen waren, toen commissaris Dombrovskis en Eurogroepvoorzitter Centeno blijkbaar ook aan een sanitaire stop toe waren.  Achteraf bleek dat ze die verdiend hadden omdat ze een miljard euro steun voor Griekenland hadden gedeblokkeerd…

Het paleis is het op twee na grootste administratieve gebouw ter wereld.  Op één staat het Pentagon, op twee het gemeentehuis (!) van het Chinese Jinan.  De vloeroppervlakte is bijna 14 keer groter dan die van het Brusselse Justitiepaleis,  het volume is groter dan die van de grootste pyramide…  Uiteraard hebben de Roemenen een haat-liefdeverhouding met het gebouw.  Het is gezet door wellicht de meest onmenselijke dictator die Oost-Europa in de communistische periode heeft gekend.  Op min-6 is er een nucleaire bunker, naar verluidt.  Er werden hele stadswijken voor vernietigd.  Duizenden Roemenen moesten een ander vak leren (houtbewerker, bijvoorbeeld), waar ze nadien niets mee aan konden.  Het hele gebouw werd gezet met Roemeens bouwmateriaal, op twee deuren na die door Mobutu werden geschonken.  Naar schatting 3.000 mensen kwamen om bij de bouw.  In die zin is het ook een monument voor het Roemeense volk, natuurlijk.  Een indrukwekkende vergaderplaats is het in elk geval.

En zeer geschikt voor een EU-voorzitterschap ook.  De kalender deelde Roemenië een moeilijk voorzitterschap toe : in de aanloop naar de Europese verkiezingen moeten alle lopende wetgevende dossiers afgerond worden.  Heel veel eigen accenten kunnen de Roemenen daarbij niet meer leggen, maar ze moeten wel hard werken om de boeken op tijd te kunnen sluiten.  Een geschikte ruimte hebben ze alvast niet moeten zoeken…

Leve de seniorenraad !

Leve de seniorenraad !

Ik wil nog even terugkomen op het kind en het badwater waarover ik het in het vorige stukje had.  Ik had het misschien beter in het Engels gezegd… if it ain’t broke, don’t fix it.  Want het “probleem” met de adviesraden is er volgens mij vooral één in het hoofd van sommigen in het gemeentehuis.  Inderdaad, de seniorenraad functioneert meer als koepel van de seniorenverenigingen dan als adviesraad.  Al geven ze wel veel adviezen.  Vooral over mobiliteit.  En verwachten ze daar dan ook nog antwoorden op.  Om in het Engels verder te gaan… so what ?

Als het gemeentebestuur graag meer adviezen wil over het seniorenbeleid, dan moeten ze dat vooral vragen.  En verder mogen ze er trots op zijn dat verschillende seniorenverenigingen in Essen regelmatig de handen in elkaar slaan en allerlei initiatieven nemen.  En ja, daar heeft het gemeentebestuur ook wat werk mee.  Maar dat hoort erbij als je “trots” wil zijn op je verenigingsleven.  Helpt het dan iemand vooruit dat we de erkenning van die seniorenraad als adviesraad intrekken ? Wordt er iemand beter van als we het over de “seniorenkoepel” hebben ? Dat lijkt toch onvermijdelijk op een “bedankt, maar we hebben uw goede raad niet meer nodig” voor de mensen die er nu actief in zijn ? Overigens… het lijkt me nogal wiedes dat de seniorenraad zich ook om de mobiliteit in Essen bekommert : dat is nu eenmaal iets waarvan de senioren wakker liggen.  Je zou ook voor minder, in Essen ! Het zou vooral het tegendeel zijn dat zou moeten verbazen.

En ja, natuurlijk moeten adviesraden zich aanpassen en met hun tijd meegaan.  Naar manieren zoeken om het beleid efficiënter te beïnvloeden, om meer inspraak vanuit hun achterban te realiseren, om een divers verenigingsaanbod nog beter te… overkoepelen.  Misschien dat een jeugdraad zelf al wat spontaner zo’n vernieuwingstraject opzet dan een seniorenraad, maar wat dan nog ? Een gemeentebestuur dat ook zelf écht inspraak wil, en dat niet ziet als een lastige verplichting of een risico om van een al genomen beslissing te moeten afwijken (wegens ondoordacht), lijkt me in elk geval het beste vertrekpunt.  Het is wellicht beter om daar tijd in te steken dan in discussies over semantiek en hier en daar een extra inspanning voor een ambtenaar.

Ik begrijp het wel, de tijd die wordt gestoken in het ondersteunen van de seniorenraad, die kan niet in de vzw Kobie worden gestopt, natuurlijk.  Of gaat het daar toch niet over ?

 

Wahrheit und Dichtung

Wahrheit und Dichtung

Dinsdag vergaderde de gemeenteraad.  De hoogtepunten daaruit komen uiteraard in onze Nieuwsflits, maar die is nog in voorbereiding.  En voor wie een wat vollediger verslag wil, is er Noordernieuws, met een interessante kijk op de raad.  Niet alleen omdat Vincent Luijer goed begrepen heeft dat ik het kind (van de adviesraden) niet met het badwater (van de inspraak voor de burger) wil weggooien.  Maar ook omdat hij goed gezien had dat de reactie op de raad via Facebook niet lang op zich liet wachten : onze post over de nooduitgang aan het Jeugdheem stond al tijdens de vergadering online, de sp.a postte haar versie kort na de raad.  Die twee verhalen verschillen grondig, en dat bleek ook al tijdens de raad.  Zowel wij als de sp.a schrijven de verdienste voor die nooduitgang immers op de eigen naam (toch even waarschuwen, want het vel van de beer wordt hier wel snel verkocht – de nooduitgang moet er natuurlijk ook nog effectief komen).  In Noordernieuws wordt het woord “spinnen” gebruikt, en lezen we dat “Zowel N-VA/PLE als sp.a deden hun lezers overkomen dat het vooral door hun inspanningen was dat deze doorgang er kwam.”.  Dat laatste klopt natuurlijk.  En van buitenaf gezien, is de analyse dat dit “spinnen” of “framen” is ongetwijfeld terecht.

Alleen… van binnenuit ziet het er anders uit.  Ik ben ervan overtuigd dat de collega’s van sp.a er ook echt van overtuigd zijn dat de oplossing voor minstens 80% aan hen te danken is.  Ze zullen misschien wel toegeven dat wij voor enige versnelling hebben gezorgd, niet zozeer met ons voorstel maar gewoon omdat we ook in de mail van de jeugdbewegingen stonden waarin het probleem werd aangekaart, en omdat ze wisten dat we daar wel iets mee zouden doen.  Maar verder zijn ze er wellicht echt zeker van dat zij, en niemand anders, dit probleem hebben opgelost.  En dat het ook zonder ons opgelost zou zijn geraakt.

En voor ons… geldt hetzelfde.  We weten natuurlijk ook dat uiteindelijk het schepencollege de formele beslissingen zal moeten nemen, maar we zijn er echt van overtuigd dat er zonder ons niets, of veel te weinig en veel te laat, zou zijn gebeurd.  Daar hebben we goede argumenten voor : in de vorige raad stelde Arno Aerden immers dat hij hooguit de betrokken partijen wilde samenbrengen, maar dat ze het uiteindelijk zelf moesten oplossen.  Alleen omdat wij snel hebben voorgesteld dat het gemeentebestuur zijn verantwoordelijkheid zou nemen, is er ook echt iets gebeurd.  80% onze verdienste, minstens.  Daar ben ik, tja, zeker van.  En ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de sp.a-collega’s dat langs hun kant ook zijn.  Liegen zij dan ? Of wij ? Per definitie is er iemand die niet dé volledige waarheid vertelt.  Maar wordt die bewust verdraaid ? Hij wordt misschien wat eenzijdig voorgesteld, dat wel : de 20% die aan een ander te danken is, blijft onderbelicht.  Maar verder kunnen we het oordeel eigenlijk enkel aan mensen buiten de gemeenteraad overlaten – en die beschikken eigenlijk niet over alle informatie.  Bovendien is het in dit geval ook zonder meer duidelijk dat er hier niemand schade van ondervindt, en dat het belangrijkste is dat die nooduitgang er gewoon komt.

Het probleem ? Dat er natuurlijk soms echt, bewust, gelogen en gemanipuleerd wordt.  Zoals de Brexitprofeten dat in het Verenigd Koninkrijk hebben gedaan, bijvoorbeeld.  Dat is van een heel andere orde en moreel onaanvaardbaar.  Maar de échte leugenaars komen daar soms mee weg omdat ze veel onschuldiger “dubbele waarheden” kunnen inroepen, en dan stellen dat “iedereen liegt”.  Zo komen er ook in ons land bewindslieden weg met echte leugens, en dat is niet gezond.  Laat dit dus in elk geval een pleidooi voor zorgvuldigheid zijn.  En voor empathie tussen politici, ook tussen meerderheid en oppositie.  Want het is natuurlijk vaak dat rolverschil dat een stuk de “bril” verklaart waarmee naar de feiten wordt gekeken.

Wat vaststaat, is dat ik trots ben en blijf op ons voorstel.  En ja, wie me twintig jaar geleden had gezegd dat ik me ooit nog zou bekommeren om het overleven van het Pullenbal en de Tuinfeesten, die zou ik wellicht niet hebben geloofd.  Want het is natuurlijk een historische onrechtvaardigheid dat Scouts en Chiro net de twee geschikte data voor een grote fuif op het Jeugdheem hebben “bezet”, en ze zo achter de rug van mijn KSA-voorgangers hebben weggekaapt…  Een waarheid als een koe ! Tenzij je het natuurlijk vanuit het oogpunt van die Scouts of Chiromensen bekijkt, die hard gewerkt hebben om hun Pullenbal en Exit Summer op de kaart te zetten, terwijl er aan KSA-kant een eerder afwachtende houding werd aangenomen…

Drievuldigheid

Drievuldigheid

De kardinaal, de koning én Anuna De Wever.  Geen van de drie had ik ooit in levenden lijve ontmoet.  Niet dat ik er meteen naar op zoek was, want alvast de beide eersten vertegenwoordigen instituten waartegenover enig wantrouwen over het algemeen gepast is.  Desalniettemin heb ik het dus in één weekend goedgemaakt.  Nu, van koningen en kardinalen zijn er meerdere exemplaren, dus moet ik eigenlijk “een kardinaal” en “een koning” zeggen.  En de persoon die die laatste functie hier ten lande invult, die had ik wél al eerder gezien.  Maar dat telt dus niet, want toen was hij nog geen koning.  En “de kardinaal” klinkt deze week ook wat vreemd, want van zo lang ik mij herinner was er ook maar één persoon die zich alhier “dé kardinaal” mocht noemen.  Die man, Godfried Danneels, overleed deze week.  De man die wellicht dichter bij het pausschap geraakte dan enig ander Vlaming sinds Adrianus VI, en die de historische overgang van het almachtige kerk-instituut naar een meer menselijke maar ook veel meer feilbare variant mee-maakte.  God hebbe zijn ziel.

Vandaag is “de kardinaal” Jozef De Kesel.  En die was deze zondag, samen met de koning dus, één van de eregasten op de viering van de Zondag van de Orthodoxie, in de Kathedraal van de Heilige Aartsengelen in Brussel.  Als u die niet weet te situeren, dan kan u dat vergeven worden, want aan de buitenkant verraadt niet zo heel veel het karakter van kathedraal.  Maar in dat gebouw aan de Stalingradlaan in Brussel zetelt de metropoliet van het aartsbisdom België en exarch van Nederland en Luxemburg, het hoofd dus van de Orthodoxe Kerk in de Benelux.  Dat aartsbisdom bestaat dit jaar 50 jaar.  Vandaar de uitzonderlijke feestviering.  De orthodoxe kerk in ons land is vooral een Griekse kerk – ook al omdat de meeste andere orthodoxe kerken er Griekse wortels op nahouden (en de Russisch-Orthodoxe Kerk zich wat meer afzijdig houdt van de orthodoxe eenheid).  Die Griekse band is, dat had u al begrepen, ook wat ons naar de kathedraal leidde.  Om daar een zeer plechtige, want orthodoxe, viering bij te wonen, in een hele reeks talen – voor zover ik ze kon identificeren minstens Nederlands, Frans, Grieks, Russisch, Roemeens en vermoedelijk Arabisch en/of Aramees.  Die laatste zijn de twee talen die door de Syrisch-Orthodoxe Kerk worden gebruikt, maar ik ben niet meteen in staat om het onderscheid tussen beide te horen.  Een kerk trouwens die bewogen jaren achter de rug heeft, en waarvan een aantal leden in ons land hun toevlucht zochten – met alle politieke gevolgen van dien.  Ik hoop vooral dat ze hier een thuis vinden waar ze ook hun geloof vrij kunnen beleven.

Of het ter ere van De Kesel was, weet ik niet, maar zowel de geloofsbelijdenis als het onzevader werden in het Nederlands gebeden.  Het verbaasde mijn vrouw dat ik niet alleen die laatste, maar ook de eerste tekst (de klassieke “twaalf artikelen van het geloof”) zo ongeveer woord voor woord kon mee opzeggen.  Niet helemaal letterlijk, want zoals ik hier al eens heb uitgelegd zijn er precies drie woorden verschil (“en de Zoon”).  Ik vond het zelf dus minder verbazend – maar de verschillen tussen beide kerken worden begrijpelijkerwijs dan ook sterker door de Orthodoxe dan door de Katholieke Kerk benadrukt.  Wie door de wat hermetische rituelen en de oud-Griekse taal heen kijkt, ziet trouwens structureel ook weinig verschillen tussen de eucharistie zoals ik ze zondag mee beleefde (eigenlijk de eerste keer dat ik een volledige orthodoxe eucharistieviering bijwoonde) en die volgens de Romeinse ritus zoals die bij ons gebruikelijk is.  De gebruikte Byzantijnse ritus, indien gecelebreerd door een katholieke priester, is overigens op zich een geldige katholieke ritus.  Maar misschien volgt u mijn theologische uitweidingen ondertussen niet meer.  Laat ik het er dan maar op houden dat ik het wel bijzonder vond om getuige te zijn van deze bijzondere viering.

De metropoliet (een Vlaming, overigens) vermeldde in zijn homilie op het einde van de viering dat hij ooit nog les had gekregen van De Kesel.  Waardoor ik me afvroeg of de kardinaal daar dan met enige trots op terugkeek, of toch vooral betreurde dat zijn toenmalige leerling (wiens vader orthodox priester was, het weze gezegd) het “rechte pad” niet had gevolgd.  In elk geval vond ik de aanwezigheid van de kardinaal een mooi gebaar naar de “zusterkerk” toe, meer nog dan van het koningshuis dat er nu eenmaal, als het zin wil hebben, voor iedereen moet zijn.

Na de viering was er nog iets kleins te eten – met een aangepast “menu” wegens de Vasten, die een stuk strenger is dan de katholieke : ook op zondag geen vlees, vis, eieren of olie (voor wie zich zorgen maakt : als u ooit in Griekenland zou “moeten” mee vasten, kan u zich nog steeds te goed doen aan een rijke keuze van zeevruchten…).  Voor enkele dansoptredens zijn we niet gebleven, want we hadden later op de dag nog een portie Griekse cultuur op het menu staan, met een zeer gesmaakt optreden van Lavrentis Machairitsas en Nikos Portokaloglou in de Madeleinezaal in Brussel.  Een heel stuk profaner, met ook een nog sterkere Griekse aanwezigheid dan ’s morgens in de kerk.  Het gemak waarmee twee “rockers” van hun eigen repertoire overschakelen naar de volksmuziek van hun land (en weer terug) verbaasde me al niet meer, maar het maakt me wel jaloers op een rijke muziektraditie die we hier toch minder hebben.  Achter onze zaten enkele mensen die ik Grieks hoorden spreken met een vreemd, maar toch herkenbaar accent.  Later spraken ze Limburgs tegen elkaar.  Vandaar, dus.

En tenslotte… van “star struck” zijn heb ik weinig last.  Ook niet toen ik vrijdag dus Anuna voor een foto zag poseren in een Brussels metrostation.  Haar rol in onze samenleving van vandaag lijkt me minstens zo uitdagend als die van koning en kardinaal (of die van landelijke muziekheld…), en wellicht ook minstens zo moeilijk – maar daar kiest ze zelf voor.  Moge de wijsheid waarvoor zondag gebeden werd ook haar ten deel vallen.  Ze leek er alvast haar “cool” niet bij te verliezen, dat is al een goed begin.

Tegenvoeters

Tegenvoeters

Christchurch.  What’s in a name ? Net daar verloren bijna 50 mensen het leven omdat ze hun godsdienst wilden beleven.  Bij een vreselijke aanslag op twee moskeeën.  Waarschijnlijk mee mogelijk gemaakt omdat niemand hem voor mogelijk hield.  Natuurlijk is alleen de dader verantwoordelijk.  Dat hoeft zelfs geen betoog.  Maar ik vind sommige waarschuwingen over een klimaat dat soms rond de islam als godsdienst of moslims als medeburgers wordt gecreëerd wel terecht.  En ja, die waarschuwingen worden dan ook soms op hun beurt misbruikt om de islam tegen terechte kritiek af te schermen, of moslim-medeburger vrij te pleiten van alle fouten.  Net zoals de waarschuwingen tegen antisemitisme soms worden aangewend om kritiek op het beleid van Israël te delegitimeren.  Dat hoort niet, maar het verantwoordt ook niet alles.  Wie een sfeer schept waarin de kritiek op sommige aspecten van de islam, of sommige interpretaties ervan, of op het gedrag van een aantal mensen dat die godsdienst aanhangt, wordt veralgemeend tot een karikatuur, waarvan elke uiting moet worden uitvergroot en vervolgens bestreden, wie alleen nog in termen van “strijd” of “verzet” over de islam kan spreken, die moet zich ervan bewust zijn dat die woorden door sommigen al te letterlijk kunnen worden genomen.

Wie een “wij”/”zij”-verhaal brengt, loopt trouwens altijd het risico dat “wij” uiteindelijk gaan denken dat “zij” niet dezelfde basisrechten hebben als wij.  Of die “zij” nu “de moslims” zijn, “de rijken”, “de elite”, “de vreemdelingen”, of al wie toevallig niet denkt zoals “wij”… doet daarbij ten gronde niet ter zake.  Mensen tot één aspect van hun zijn reduceren, dat dan uitvergroten en hen vervolgens daarop afrekenen is moreel niet aanvaardbaar.  Een liberale democratische samenleving kan daarom niet anders dan te proberen dat “wij”/”zij” denken tegen te gaan – en de strijd tussen meningen te organiseren, niet die tussen mensen.  Maar soms lijkt het de verkeerde richting uit te gaan.

De Islamitische Staat mag dan wel (vooralsnog) verslagen zijn, het blijkt gemakkelijker haar soldaten te bestrijden dan haar wereldbeeld.  En dat lijken we haar nog te gunnen ook.

Too late to keep calm…

Too late to keep calm…

A dog’s Brexit.  Aan woordspelingen, cartoons en satirische stukjes over het Brexitproces is er al lang geen gebrek meer.  Maar de vergelijking met “a dog’s breakfast” vind ik één van de mooiere.  ’t Is inderdaad, om naar het Vlaams over te schakelen, van den hond.  Dat het hele Brexitproces niet van een leien dakje zou lopen, stond vooraf wellicht voor iedereen vast, zelfs voor de Brexiteers die beweerden dat het allemaal vanzelf zou gaan.  Maar dat het Verenigd Koninkrijk deze lijdensweg te wachten stond, dat zag wellicht  niemand aankomen.  Waarom het allemaal fout liep, is al uitgebreid beschreven.  Ik heb het hele proces geboeid en met weerzin gevolgd, en hier ingaan op alle kronkelingen en nuances zou me wellicht te ver lijden.  Men leze bijvoorbeeld deze uitstekende Brexit Blog.  De belangrijkste vaststelling blijft voor mij dat David Cameron dacht door een referendum te beloven (en vervolgens niet te organiseren wegens geen absolute meerderheid) een probleem binnen zijn Conservatieve Partij op te lossen.  Dat referendum is er wel gekomen (want David haalde nét de meerderheid) en heeft tot een campagne geleid die dankzij leugens en illegale financiering (dat is allemaal bewezen) het bekende resultaat heeft opgeleverd.  En wat als een partijpolitiek probleem is begonnen, is er vervolgens één gebleven.

Op geen enkel moment is het Verenigd Koninkrijk erin geslaagd om in wat een dramatische nationale crisis is geworden de partijpolitiek te overstijgen.  Dat ligt aan Theresa May, waarvan enkel de koppigheid bewondering mag wekken (of deernis), en ook aan Labourleider Jeremy Corbyn.  Voor al wie het wil zien is het zonneklaar dat Corbyn zichzelf als oppositieleider onmogelijk maakt, omdat hij eigenlijk ook, en tegen de wil van zijn partijleden in, uit de Unie wil.  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat zelfs in een politiek niet volmaakt functioneel land als het onze in dit soort situatie toch echt “over de partijgrenzen heen” zou zijn gewerkt.  Mijn vrouw denkt dat het ook in haar, eveneens onvolmaakte, land het geval zou zijn.  Dat zou toch al iets moeten zeggen…

De volstrekt niet-lineaire besluitvorming over het Kanaal (die op een volstrekt lineaire tegenpool in Brussel stuit), leidde deze week alvast tot het inzicht dat uit de Unie stappen niet meer zal lukken tegen 29 maart.  Ook die vaststelling (want dat is het) kreeg binnen de partij van de premier trouwens géén meerderheid.  Deze week gaan ze in het House of Commons voor de derde keer over hetzelfde akkoord stemmen, dat eerder in de grootste en de op drie na grootste nederlaag voor een premier werd weggestemd.  Ik acht de kans niet onbestaande dat ze het zowaar gaan goedkeuren.  Indien niet, dan komt er mogelijk een langer uitstel.  En tot wat dat zal leiden kan nog altijd geen mens echt voorspellen.  Drie jaar na een referendum.  Bijna vier jaar nadat David Cameron de kiezer vertelde dat de keuze ging tussen hem en “de chaos” met zijn toenmalige Labourtegenstander.  Je kan van die Ed Miliband zeggen wat je wil.  Ik was nooit een fan.  Maar zoveel chaos had de arme man zelfs in zijn stoutste dromen nooit kunnen veroorzaken.

Ondertussen kan je alleen maar vaststellen dat mits de juiste informatie over wat de EU wel en niet doet of kan doen de overgrote meerderheid van de Britten wellicht gewoon “Remain” zou hebben gestemd.  Wat toch zou moeten pleiten voor een nieuwe stemming, om zo alsnog één van de meest dramatische zelfdestructieve beslissingen uit de geschiedenis van de democratie alsnog recht te zetten.  Maar ook dat is te lineair gedacht voor de Britten.  Al kán het nog steeds wel.  En kunnen ze ook nog steeds op 29 maart gewoon uit de Unie crashen.

God save the Queen en haar onderdanen.

Naschrift (18/3/2019) : De “Speaker” van het Britse Parlement heeft vandaag, zich beroepend op een 450 jaar oud precedent, beslist dat er géén derde keer of hetzelfde kan worden gestemd.  Dat verandert natuurlijk mijn inschatting dat ze het deze keer mogelijk wel gaan goedkeuren.  Strikt genomen kan het VK nu geen kant meer op als de EU uitstel weigert, behalve… het intrekken van de Brexit.  Niet uitgesloten, en ook niet waarschijnlijk, dat scenario.  Zoals álle Brexitscenario’s, dus !  

Ost mor veurt !

Ost mor veurt !

55 jaar carnaval.  En ik heb daar nog niet over geschreven.  Een normaal excuus zou natuurlijk zijn dat ik gewoon nog niet van de viering bekomen ben.  Van de emoties, de vreugde om het 5 keer 11 jubileum en de beschouwingen over heden en verleden die daar mee gepaard gaan.  Of van het bier, dat gebeurt ook, naar verluidt.  Maar zo goed is mijn excuus niet.  Ik ben gewoon niet de meest fanatieke carnavalvierder.  Niet dat ik geen verdiensten heb in carnavalsmiddens.  Ik heb meegewerkt aan de geschiedschrijving van de beginjaren, in het boek over Heidebrand.  Ik maak de publicatie van talloze carnavalsfoto’s op Essen in Beeld mee mogelijk – die zelfs de vorm van een heuse overzichtstentoonstelling hebben aangenomen.  Ooit heb ik ook echt in de stoet meegelopen.  En ik heb hoogstpersoonlijk een Griekse DJ de toestemming gegeven om de wereldhit van André Van Duin te draaien.

Desalniettemin, ‘k os ni ert mej.  Dat doet evenwel geen afbreuk aan mijn waardering voor het carnavalsgebeuren.  Het Essense carnaval mag dan wel geen werelderfgoed zijn (en wordt dus ook wat minder op de vingers gekeken dan de Aalsterse variant), belangrijk Essens erfgoed is het wel.  Immaterieel erfgoed – want de wagens worden dan wel gedeeltelijk gerecycleerd, ze worden niet voor het nageslacht geconserveerd.  Sociaal weefsel.  Wie heel even verder kijkt op deze site, weet dat ik vind dat dit bewaard moet blijven, en dat het gemeentebestuur daar zijn verantwoordelijkheid voor moet nemen.  Bijvoorbeeld door voor bouwplaatsen voor carnavalswagens te zorgen.  Dáár wil ik gerust nog eens heel hard voor aan de kar (c.q. de carnavalswagen) trekken.  Het lijkt mij nuttiger dan vijf dagen meehossen en dan weer 360 dagen wegkijken.

Nog veel jaren, Essense carnavalisten.  Ost mor veurt !

#Kijken

#Kijken

Ik kijk weinig televisie.  Als het er dan toch van komt, dan moeten de Vlaamse zenders ook nog eens concurreren met andere.  Zo betekent een tv-avond bij ons al eens The Voice of Masterchef op… Skai TV.  Toch ga ik het even hebben over een Vlaams tv-programma.  Met Janine Bischops.  Op, jawel, Ketnet.  Het programma heet #Like me, maar wie zich meteen al over de verengelsing opwindt, kan beter eerst even kijken.  Het lijkt me namelijk een godsgeschenk voor het Nederlands in het algemeen, en de Nederlandse muziek in het bijzonder.  Wie zijn eerste aflevering opent met een 45 jaar oud nummer van Gerard Cox, en daar niet alleen mee wegkomt, maar het lied doet schitteren, die verdient wel wat lof.  Het heropvissen van Take That nemen we er dan maar bij, want de reeks werkt net omdat de diversiteit van het Nederlandstalige muziekaanbod ten volle wordt benut.  En met enige choreografie ziet het er eigenlijk best flitsend uit.

De vzw Kobie haalt de cast begin juli naar Essen.  Ik kijk er al naar uit.

Vereenigt u

Vereenigt u

Op een gemeenteraad komen zelden ideologische kwesties aan bod.  Dat vinden sommige mede-raadsleden jammer, en ze zullen dan ook elke gelegenheid te baat grijpen om de vragen die op een hoger niveau wel spelen naar Essen te halen.  Ook als de band met de gemeentelijke bevoegdheden flinterdun is.  Toch spelen er op de achtergrond soms diepgewortelde visies, al laten die zich niet noodzakelijk altijd zo gemakkelijk vertalen naar de klassieke (partij)politieke breuklijnen.  Eén daarvan, die gisteren opdook en die de komende jaren nog wel eens een belangrijke rol zou kunnen spelen, is de visie op de rol van een gemeentebestuur t.a.v. het verenigingsleven in een gemeente als Essen.

Enerzijds kan je als principieel uitgangspunt hanteren dat verenigingen voor zichzelf moeten instaan.  Ze kunnen gebruik maken van de gemeentelijke dienstverlening, zoals elke burger, maar daar houdt het dan op.  Dit vertrekpunt komt in verschillende varianten voor, maar historisch de belangrijkste in onze contreien is de visie dat de verenigingen weliswaar belangrijk zijn en niet aan hun lot mogen worden overgelaten, maar dat de steun die ze nodig hebben vanuit “de zuil” moet komen*.  In de praktijk dus vooral de parochies, maar in Essen heeft er altijd ook een socialistische tegenhanger bestaan.  Voor wat er niet gebeurt, zijn er in deze visie drie mogelijke uitwegen.  Sommigen zullen vinden dat er uit het feit dat iets niet spontaan wordt georganiseerd, ook blijkt dat het niet nodig is.  Anderen gaan ervan uit dat het gemeentebestuur dan zelf het gat moet invullen, al dan niet door zelf vrijwilligers te zoeken, en onder eigen vlag (of pseudovlag) voor een socio-cultureel aanbod moet zorgen.  Een derde aanpak is om meer te “faciliteren”, bijvoorbeeld door ruimte te voorzien, materiaal ter beschikking te stellen…  en de verenigingen een kader te bieden, waarbinnen ze dan evenwel nog steeds hun eigen boontjes moeten doppen.

Anderzijds kan je principieel vinden dat het gemeentebestuur verenigingen zelf zo veel mogelijk moet ondersteunen.  Financieel, met ruime subsidies.  Praktisch, met een aanbod aan degelijke ruimte en goed materiaal dat flexibel kan wordt uitgeleend – of in sommige gevallen zelfs gewoon verkregen.  Inhoudelijk, door administratieve maar als het moet ook organisatorische beslommeringen over te nemen.  Ook deze visie bestaat in varianten, vooral omdat ze zonder nuances moeilijk haalbaar is : voor een vereniging die de eigen leefbaarheid niet heeft bewezen, die ook niet meteen een grote meerwaarde lijkt te hebben… is het moeilijk om het onderste uit de kast te halen.  Bovendien dreigt zou in dit soort aanpak soms de vrijheid, en daarmee de essentie van het vereniging-zijn, wel eens in gevaar kunnen komen.  En soms is een stukje “eigen verantwoordelijkheid” opnemen ook gewoon deel van het eigenlijke pedagogische project van de vereniging.

De eerste visie, de “handen in de zakken”-visie op de rol van het gemeentebestuur, beschouwt uiteindelijk de vereniging verantwoordelijk voor de eigen inkomsten.  Het is de visie van de tombola’s en de pannenkoekenslagen, of van een “voor wat hoort wat”-beleid dat tot papierophalingen of het wassen van verkeersborden heeft geleid.  De tweede visie, de “handen uit de mouwen”-visie gaat ervan uit dat de vereniging eigenlijk alleen moet doen waarvoor ze is opgericht.  Een voetbalvereniging moet voetballers trainen en wedstrijden spelen, een jeugdvereniging moet activiteiten en kampen organiseren voor kinderen en jongeren.  Een mosselfeest, waarbij trainers en jeugdleiders een dagje kok of ober moeten spelen, is in die visie het bewijs dat de steun onvoldoende is.  De eerste visie zal ook sterker de nadruk leggen op de gelijke behandeling van alle verenigingen (want dat kan nog uitgelegd worden als “een kader scheppen”) de tweede meer op maatwerk, aangepast aan de vereniging – daarbij het risico op enige jaloezie, die ook terecht kan zijn, op de koop toe nemend.

Beide visies komen niet zoveel in hun zuivere vorm voor, zoals ik ook al suggereerde.  Sommigen hanteren bovendien een verschillende visie op verschillende types verenigingen, wellicht samenhangend met de inschatting van hun relatieve maatschappelijk belang.  Maar het verschil in visie bestaat wel en hoewel ze ongetwijfeld ook door de politieke partijen heen loopt, is ze in de huidige Essense raad wellicht niet partijpolitiek neutraal, al was het maar omdat enkelen vrij duidelijk naar de ene of de andere positie lijken te hellen.  En dan is er natuurlijk de “ontzuiling”, vooral dus het terugtrekken van de parochies uit (dit deel van) het publieke domein die natuurlijk een kader schept, die ertoe leidt dat de aanhangers van de visie dat de gemeente hoogstens een kader moest creëren dat het vrij initiatief dan maar vooral via die zuilen moest aanvullen, onvermijdelijk hun visie aan de realiteit moeten toetsen.  Door ze op te schuiven in de richting van de tweede visie, of door consequent vast te stellen dat het vrij initiatief zich terugtrekt en dat te betreuren, maar verder te laten voor wat het is, of door er eigen gemeentelijk initiatief voor in de plaats te stellen.

Ik ben geen politicoloog, gelukkig maar, maar ik ben ervan overtuigd dat dit de discussie over Kobie, oud papier, de beveiliging bij fuiven, het Gildenhuis, de gemeenschapscentra, de turnhal… kan helpen begrijpen.  En voor wie eraan twijfelt : ik ben een overtuigd “handen uit de mouwen”-verdediger.  Al heel wat jaren.  Met nuances, want dat kan niet anders.  Maar toch.  Ik herinner me een discussie in 1994 met de toenmalige voorzitter van de CVP, zelf een groot “vereniger” trouwens, die eigenlijk hiertoe terug te brengen was – en ook toen al liep de breuklijn niet helemaal gelijk met de partijlijnen.

*Heel vaak was (en is misschien nog steeds) dit ook de visie van mensen die zich, al dan niet vanuit hun “zuil”, ontzettend hard voor hun vereniging(en) inzetten.  Ook al daarom wil ik hier in geen geval een waardeoordeel uitspreken.