Freya

Freya

Een fractievoorzitter in de oppositie is iemand die met flair en weinig woorden een duidelijk standpunt kan brengen zonder in details te vervallen, daarbij rechtlijnig overkomt (met veel overtuiging en een vleugje sarcasme) en zonder boos te worden of kunstmatig te acteren het de meerderheid moeilijk kan maken. Hetzij door een aantal mensen in die meerderheid aan zichzelf te doen twijfelen, hetzij door hen te dwingen ondubbelzinnig kleur te bekennen.

Hoewel mijn beschrijving natuurlijk als gegoten past bij Dirk Smout, schrijf ik ze hier neer omdat ik het nu eens een uitstekende beslissing vond om Freya Van den Bossche Kamerfractievoorzitter van sp.a-spirit te maken (dat “spirit” staat er vooralsnog wel alleen pro forma bij, natuurlijk). Zij zou dat volgens mij bijzonder goed gedaan hebben, véél beter dan een De Crem het ooit heeft kunnen doen. Dan is ze eens de geknipte persoon voor een functie, en dan zegt ze zelf neen. Om redenen die ik volledig kan begrijpen, daar niet van. Maar het is wel jammer.

Verder vind ik tot nu toe dat het kartel wel verstandig omgaat met de verkiezingsnederlaag. De keuze voor de oppositie is terecht, de keuze om de staatshervorming te steunen ook. Er kan volgens mij redelijk snel een regering zijn, als Leterme nu maar niet de cruciale fout maakt om zodanig veel staatshervorming meteen te willen regelen dat hij Di Rupo terug aan boord moet halen. Stel dat Dedecker (of… spirit) ooit een campagne moet voeren tegen een regering met PS en N-VA en daarvoor Leterme en De Wever met een strikje afbeeldt…

Tenslotte : hopelijk vergeven Dirk en Freya me de gemaakte vergelijking (die, het weze gezegd, alvast fysiek ook niet helemaal opgaat…).

Verhofstadt III ?

Verhofstadt III ?

Volgens de cijfers die nu voorliggen, is de liberale politieke familie de grootste. Alleen is er, op het ogenblik dat ik dit schrijf, maar heel weinig informatie over een mogelijke zetelverdeling. Zodat ik ook niet weet welke regeringscombinaties mogelijk zijn.

Natuurlijk is het wel duidelijk dat in Vlaanderen CD&V/N-VA de grote overwinnaar is. Samen met de onverwacht sterke Lijst Dedecker. Het initiatief ligt langs deze kant van de taalgrens dus bij Yves Leterme. Maar hij staat wel voor een zeer moeilijke opdracht : N-VA aan boord houden met een sterke staatshervorming en anderzijds Franstalige regeringspartners vinden.

Het kartel sp.a-spirit lijdt een zéér zware nederlaag, en dat doet natuurlijk pijn – ook bij mij, al heb ik niet echt veel geïnvesteerd in deze verkiezingen (daar zal het wel niet aan liggen, zeker). In een kartel dat rond 16% zou scoren, is het gewicht van spirit uiteraard erg klein. Dat noopt tot bezinning, al geldt dat in de eerste plaats voor het hele kartel. Het lijkt mij alvast fout te zijn geweest om de Stevaert-positie van het “midden van het bed” aan te houden zonder Steve. Bovendien pakte het kartel (deels noodgedwongen) uit met vrij zwakke lijsttrekkers – de provinciale kieskringen zijn een onding omdat er steeds beroep moet worden gedaan op dezelfde BV-politici. Uiteraard zijn er een aantal kiezers overgestapt naar Groen!, en volgens mij ook een aantal naar Open Vld – paarse kiezers die de zwakste partner uit de peilingen wilden ondersteunen. De relatief gunstige peilingen voor sp.a-spirit zijn dus een “self-destroying prophecy” gebleken. Inhoudelijk durfde sp.a-spirit onvoldoende de “oude vormen en gedachten” afwerpen en resoluut kiezen voor een moderne sociaal-democratie. De conservatief-linkse restauratie inzetten zou niet de juiste boodschap zijn, dat bewijzen ook de resultaten van klein-links.

Wie moet regeren ? Een klassieke tripartite maakt natuurlijk een staatshervorming met grondswetwijziging mogelijk. Maar het lijkt me niet de beste optie voor een doortastend beleid. En je kan ook veel hervormen zonder de grondwet te veranderen.

Wat mij betreft, zou sp.a-spirit het best naar de oppositie gaan, en de PS daarnaartoe meenemen. Dat lijkt me voor beide een goede zaak om (op een zeer verschillende manier) te herbronnen.

Volgens mij is de meest logische regering CD&V/N-VA, MR, Open Vld, CDH en indien nodig de Lijst Dedecker. CD&V/N-VA heeft als kandidaat-premier Leterme vooruitgeschoven, MR en Open Vld kozen beide voor Guy Verhofstadt. De strijd om de Wetstraat 16 kan nog spannend worden.

Tien

Tien

Op 1 juni 1997 trad ik in dienst van de federale overheid, met name van het toenmalige Federale Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. Dat is vandaag dag op dag tien jaar geleden. Ik zou allerlei mijmeringen kunnen intikken over hoe snel de tijd wel gaat, maar dat ga ik dus niet doen. Ik ga het houden bij de vaststelling dat ik het me nog geen moment heb betreurd dat ik “ambtenaar” ben geworden. Niet omwille van de clichés, waarvan overigens de helft waar is en de andere helft niet. Wel omwille van de kansen die er zijn om binnen een soms tot in het absurde foutgegroeid systeem (dat soms ook onwaarschijnlijk performant uit de hoek kan komen) toch een heel zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving. Omwille van de mensen die in weerwil van talloze nooit afgewerkte hervormingspogingen het beste van zichzelf blijven geven “tot nut van het algemeen”. Ik besef natuurlijk wel dat ik geluk heb gehad dat ik net in deze functie binnen de overheid ben terechtgekomen. Maar ik ben ervan overtuigd (en stel vast) dat er binnen de openbare sector héél veel kansen zijn om jezelf waar te maken (oh ja, ook zonder de symbolische kruiwagen).

En ja, de federale overheid is ook boeiend omwille van net dat federale gegeven en de diversiteit in opvattingen en (bestuurs)culturen die dat meebrengt. Wat geen argument is of zou mogen zijn, uiteraard, in het communautaire debat. Maar dat ik als werknemer wel waardeer.

Als vast benoemd ambtenaar ben ik overigens van mening dat de vaste benoeming moet verdwijnen en plaats moet maken voor één uniform statuut voor alle bedienden, arbeiders en ambtenaren. Met een iets meer “marktconform” weddestelsel als tegenhanger.

Zweverig

Zweverig

Soms zou ik een zwevende kiezer willen zijn. Dan kon ik nu lekker overwegen om voor Groen! te stemmen, omdat die partij terug beseft dat ze vooral geloofwaardig is als ze over ecologie spreekt, omdat er wel degelijk een sterk klimaatbeleid moet komen, en omdat Vera Dua het verhaal goed brengt. Maar ik zou ook twijfelen, omdat eigenlijk alle partijen wel voor dat klimaatbeleid opkomen, en omdat Groen! het niet kan laten sociaal-economische onzin te verkopen.

Was ik een zwevende kiezer, dan overwoog ik misschien wel CD&V/N-VA. Niet om met de stroom mee te drijven, maar om de proef van het “goed bestuur” eens op de som te nemen. En om Bart De Wever en C° een verdiend steuntje in de rug te geven wegens veel overtuiging en weinig machtswellust. Maar de schrik voor een zeer kleurloos beheer zonder visie en voor de oude CVP-aanpak die heel snel terug zou kunnen komen, zou me argumenten geven om dat niet te doen.

Ook de Open Vld zou een behoorlijke kans maken. Die partij probeert inhoud te brengen in de campagne, en heeft een zéér sterke ploeg ministers in huis (even Verwilghen wegdenken en al de rest, Vlaamse of federaal, hoort bij te top – over “goed bestuur” gesproken…). Maar ik vrees dat Verhofstadt alle principes overboord zou zetten om aan de macht te blijven, en dat bij de voorspelde en voorspelbare nederlaag de partij totaal aan het zwalpen zal gaan – liever niet met mijn stem, zou ik denken.

Ik zou natuurlijk ook sp.a/spirit overwegen. Omdat Johan Vande Lanotte een goede premier zou zijn, omdat je min of meer zeker bent van “what you see is what you get” en omdat het spirit-programma mij ook als zwevende kiezer wel zou aantrekken. Maar weegt spirit nog wel een beetje binnen het kartel ? Durft de sp.a wel hervormen als er tegenkanting komt bij het vastgeroeste deel van de achterban ? En worden er (deze keer) sterke V/M genoeg gevonden om de regeringsbankjes te bevolken ?

Het zou wel eens leuk zijn, dat twijfelen. Een milliseconde lang zou ik zelfs het VB eens kunnen overwegen, om voor hen de nederlaag van 10 juni te verzachten die de anderen iets te veel zou opluchten. Of ik zou een oogwenk aan Dedecker kunnen denken, om dan snel weer mijn gezond verstand terug te vinden.

Was ik een zwevende kiezer, ik zou nogal zweven. Om wellicht op dezelfde plaats te landen als ik nu ga doen. Maar de zweefvlucht zelf zou wel boeiend zijn.

A la guerre comme à la guerre

A la guerre comme à la guerre

Gisteren sprak VRT-journalist Rudi Vranckx in het Gildenhuis over de toestand in het Midden-Oosten. Een prachtig initiatief van Essen en de Derde Wereld en het gemeentebestuur.

Het werd geen afgelijnd verhaal, maar wel een geëngageerd ooggetuigenverslag van iemand die de regio bijzonder goed kent, voorbij eenvoudige vooroordelen durft kijken, op zoek gaat naar diepere achtergronden en zich het leed van de mens-in-de-oorlog oprecht aantrekt. Dat hij daarbij -berekende, maar onmiskenbare- risico’s neemt, kan ook moeilijk worden ontkend. Een absoluut topjournalist, kortom, die maakt dat de VRT over het Midden-Oosten een veel betere berichtgeving in huis heeft dan nogal wat andere media.

Toch heb ik al bij al niet echt iets nieuws geleerd. Wie hier af en toe binnenspringt, weet dat ik het Midden-Oosten vrij aandachtig volg. Of misschien was er toch een nieuwigheid : de link die Vranckx legde tussen de oorlog van vorig jaar in Libanon en een mogelijk Israelische aanval op Iran, had ik nog nergens gevonden. Dat verband overtuigt me er nog meer van dat de knoop in de eerste plaats binnen Israel ligt, en vervolgens bij de Palestijnen en de V.S.. Als Israel terug een regering zou kiezen die oprecht naar een duurzame vrede zou streven (bijvoorbeeld onder leiding van Ehud Barak), en als Hamas daar dan niet zomaar “neen” tegen zou zeggen en in het Witte Huis zou terug een democraat (M/V) zitten, dan zie ik wel mogelijkheden om de dominostenen in de andere richting te doen vallen. Maar dat zijn veel “als”-en. En wanneer daar niet aan wordt voldaan, dan zie ik het bijzonder somber in. Dan zou Vranckx wel eens gelijk kunnen krijgen dat de moord op Rabin ooit nog zal worden aanzien als de start van een zeer lang en zeer breed conflict.

Kwaliteit

Kwaliteit

Hoewel ik van geen van beide lid ben, heb ik deze week twee gemeenteraadscommissies bijgewoond. De domeinen “onderwijs” en “woonbeleid” hebben niet zo veel gemeen natuurlijk, maar ze vallen wel beide onder de bevoegdheid van eerste schepen Gino Veraart (sp.a). Die kwam goed voorbereid maar met een open geest naar beide commissies : de besluiten stonden niet op voorhand vast en er bleek ruimte voor dialoog. Zo hoort het natuurlijk, maar vanzelfsprekend is het zeker niet altijd. Al moeten we nog even afwachten of de voorstellen uit de commissie uiteindelijk niet allemaal door het schepencollege naar af worden gestuurd, Gino verdient wat mij betreft een uitdrukkelijk “doe zo verder”-compliment.

Vooral het domein woonbeleid blijft natuurlijk een gigantische uitdaging. Terecht worden door dit college de bouwpromotoren uitgenodigd om hun verantwoordelijkheid te nemen, in ruil voor het woonvoorranglabel. Maar de sociale bouwmaatschappijen schieten tekort – van mij zou het gemeentebestuur daar een stuk assertiever tegenover mogen staan. Het verbaasde me vooral dat het nu de bedoeling blijkt om het overblijvende stuk van “Statievelden”, de reuzenverkaveling aan de Grensstraat, vol te bouwen met appartementen (al is er van enige timing nog lang geen sprake). Zoals Philip Peeters (Groen!) en Willy Heymans (Open Vld) terecht opmerkten is het niet zo duidelijk of de massale appartementenbouw uiteindelijk een goede zaak is voor Essen : we zijn een landelijke gemeente, en bovendien is niet alleen de hoeveelheid woningen maar ook de kwaliteit van de woning belangrijk. Om het cru te stellen : wie in een stad wil wonen, kan uiteindelijk veel beter in de stad gaan wonen.

Le très grand Bruxelles…

Le très grand Bruxelles…

Het communautaire debat beheerst opnieuw de verkiezingscampagne. Zelf vind ik dat ook belangrijk, maar ik krijg vaak het gevoel dat het voor sommigen en op bepaalde terreinen vooral dient als excuus om inhoudelijk niets te zeggen. Bovendien ontbreekt het vaak aan ideeën die buiten de reeds lang platgetreden paden gaan (en toch niet helemaal wereldvreemd zijn). Het Brusselstandpunt van de “Sociaal-Flamingantische Landdag” (SFL), een gezelschap waarmee mijn affiniteit overigens zeker niet onverdeeld is, is een mooie uitzondering op die regel. De keuze voor een Vlaams Gewest met Brussel én met een sterk Franse Gemeenschap binnen de Vlaamse grenzen durft tenminste van de realiteit uitgaan dat elke onderhandeling met twee partners moet worden gevoerd, en dat het veranderen van het status quo nooit eenzijdig zal zijn.

Voor wie denkt daarop een uitzondering te kennen : het zondermeer uitroepen van de Vlaamse onafhankelijkheid (het RTBF-scenario) wordt voor Vlaanderen zondermeer de duurste optie, want dan zal de onderhandeling gevoerd moeten worden met internationale instellingen waartegenover Vlaanderen in een erg zwakke positie zal staan.

Het SFL-model zou -mits het opvullen van enkele gaten-volgens mij een goede zaak kunnen zijn voor Vlaanderen, Brussel, Wallonië en België. Alleen krijgt het natuurlijk pas echt enige waarde zodra er ook enkele prominente Franstalige Brusselaars hun handtekening zetten, en dat is natuurlijk de echte uitdaging. Dat de tekst vergeet te vermelden dat het zo geconstrueerde Vlaanderen probleemloos het Europese Minderhedenverdrag zou kunnen ondertekenen, is op dat vlak jammer.

De tekst lokt hopelijk de Vlaamse Beweging (al dan niet partijpolitiek vertaald) en vooral het anti-Brusselse deel ervan uit de tent.

Zoeken naar nieuws

Zoeken naar nieuws

Ik heb de hele dag in de OCMW-lokalen doorgebracht. Om samen met Dieter allerlei cijfers aan elkaar te koppelen, op zoek naar een goede regressievergelijking voor het aantal leefloongerechtigden. We hebben een goed resultaat gevonden, met enkele onvermijdelijke “outliers”. Maar laat één daarvan nu toch wel Essen zijn… Dus moeten we nog wat verder zoeken. Maar kennis komt gelukkig vaak meer voort uit de zoektocht dan uit de vondst.

In het OCMW stonden enkele rekken kleding die Studio 100 had geschonken. Op zich natuurlijk een tof initiatief, en ook wel grappig om je bij sommige kledingstukken de personnages in te beelden. Jammer genoeg is zoiets “nieuws”, met in Het Laatste Nieuws als zondermeer verschrikkelijke openingszinnen : “Schrik niet als u straks een kabouterfamilie in Essen ziet rondlopen. Het zijn kansarme mensen, met gekregen pakken uit de Studio 100-collectie.” Wie dit soort ergerlijke stigmatisering uit zijn pen schudt, zou enkele weken lang gedwongen moeten worden een Plopmuts te dragen !

Leven

Leven

Vanmorgen is de vermoorde Annick Van Uytsel begraven. Zij was leidster van KSJ Diest en werd begraven met een rood sjaaltje op haar kist. Al dragen ze het daar boven een donkerblauw hemd, het is wel hetzelfde sjaaltje dat ik jaren lang heb gedragen en dat voor mij hét symbool van “KSJ-leider zijn” was. Hoe een onwezenlijke ver-van-je-bed gebeurtenis toch wel heel dichtbij kan komen.

Ik wens KSJ Diest heel veel moed, sterkte en vooral vriendschap voor elkaar toe. Dat elk spel, elke tocht, elke geknutselde kleifiguur of gezongen lied het bewijs mogen zijn dat waar Annick voor stond het leven is, en niet de dood.

—-

Vanmorgen trouwde één van de KSJ-leden die ik het meest als “mijn leden” beschouw met haar vriend waarmee ik nog samen in de Deugnietenleiding heb gestaan. Daarmee een klein beetje aantonend dat elk spel, elke tocht, elke geknutselde kleifiguur of gezongen lied uiteindelijk een betekenis vindt. Ester en David, het ga jullie goed.

In het begin was het woord

In het begin was het woord

Zondag won Nicolas Sarkozy de Franse presidentsverkiezingen. Bij die gelegenheid hield hij een korte, goed doordachte en behoorlijk uitdagende speech. Je kan veel van “Sarko” zeggen (ik vind hem soms ook een beetje “eng”), maar lef heeft hij wel. Hopelijk maakt hij zijn beloftes waar en slaagt hij er daarbij inderdaad in om president te zijn van alle Fransen, zoals hij beloofde. Het wordt een moeilijke evenwichtsoefening. Het straatprotest tegen zijn verkiezing is begrijpelijk, maar in se natuurlijk onaanvaardbaar : zijn verkiezing is volstrekt democratisch verlopen, na een boeiend inhoudelijk debat en bij een zeer hoge opkomst. Een voorbeeld. Wat Ségolène Royal betreft : ik hoop dat ook zij slaagt in haar opdracht om een vernieuwde, eigentijdse en slagkrachtige progressieve beweging vorm te geven. Waarin meer plaats voor de geestesgenoten van Bayrou dan die van Besancenot zal moeten zijn.

Aan de overzijde van het Kanaal kondigde Tony Blair aan dat hij op 27 juni het premierschap neerlegt. Dat deed hij met een stuk minder korte maar eveneens knappe toespraak. Ik ga niet opnieuw de loftrompet van Blair steken, al zou dat nogmaals zeer terecht zijn. Net deze week beleefde hij overigens één van de hoogtepunten van zijn tienjarige ambtstermijn : in Noord-Ierland is er opnieuw een regering. Bovendien lijken de absolute tegenpolen Paisley (DUP) en McGuinness (Sinn Féin) het (vooralsnog) goed met elkaar te kunnen vinden. Vooral “Dr. No” Paisley lijkt van plan een snelle metamorfose van agitator tot staatsman te ondergaan. Waarmee bewezen is dat het onmogelijke haalbaar is voor wie erin gelooft. Blair, dus.

En hoe zit het in Vlaanderen, op één maand van cruciale federale verkiezingen ? Daar was het grote nieuws deze week dat degene van wie iedereen wist dat hij kandidaat-permier is, ook effectief op de lijst staat. En of hij zijn huidige job kan behouden als hij de Wetstraat 16 niet te pakken krijgt. Natuurlijk kan hij dat. Maar daarover beslissen niet de sp.a, en zeker niet Open Vld. Daarover beslist CD&V. Géén reden om bij een onvoldoende grote winst op twee oren te slapen, mijnheer Leterme. Dat die vast van plan lijkt de campagne zo weinig mogelijk over inhoud te laten gaan, is volgens mij alvast een onverstandig besluit.

Het kieskompas van De Standaard plaatste me ondertussen perfect waar ik mezelf zou situeren, nét niet in een leeg kwadrant van het politieke landschap. Dat een Vlaamse politicus met één of enkele toespraken me daar ook maar een centimeter zou kunnen doen verschuiven, lijkt me eerder onwaarschijnlijk. Proberen ze het trouwens wel ? En wil Vlaanderen het wel, of is het hier echt het land van de politieke BV’s en de inhoudsloze one-liners. Waar “goed bestuur” jammer genoeg het eindpunt lijkt, in plaats van de noodzakelijke onderbouw voor een degelijk politiek debat van woord en wederwoord ? Zo zou het toch moeten zijn, al weet ik ook uit Essen dat dat “goed bestuur” lang niet vanzelfsprekend is. En je dus vaak geen andere keuze hebt dan daar eerst op te hameren. Toch hoop ik dat de campagne over méér dan alleen dat zal gaan. Omdat Vlaanderen beter verdient.