Het verleden in beeld
Nadat we deze week met de werkgroep “Essen in Beeld” hebben vergaderd, heb ik de site een opknapbeurt gegeven. Achter de schermen moest er één en ander worden aangepast. Daarnaast hadden we van enkele mensen de opmerking gekregen dat het zoeken van foto’s niet zo eenvoudig is. Dus hebben we nu een “Fotozoeker” die dat een stuk gemakkelijker zou moeten maken. Met een knipoog naar Google…
Verder hebben we beslist om ook oude foto’s die zijn gemaakt tussen 1960 en 1999 aan te nemen. Op die manier zorgen we ervoor dat die ook bewaard blijven. En de oude foto’s trekken heel wat bezoekers naar onze site. Er komen ook veel reacties op, veelal van mensen die iemand herkennen. Er is zelfs iemand die ons meldde nooit te hebben geweten dat er überhaupt oude foto’s van haar eigen vader bestonden. Dat maakt het natuurlijk op zich al de moeite waard.
Ik hoop dat het verleggen van de grens naar 1999 niet als gevolg zal hebben dat er minder foto’s van vóór 1960 zullen verschijnen. Ik vind het namelijk erg fascinerend om te zien hoe sterk onze gemeente, en eigenlijk daarmee onze wereld, veranderd is in de 50 tot 100 jaar die ons scheiden van de foto’s op de site. Vooral de prachtige foto’s van de Eerste Wereldoorlog uit de collectie van Bernaards zijn op dat vlak voor mij telkens weer een beetje een “cultuurschok”. De portretten van Pruisische militairen en hun Essense “gastheren” tegen wil en dank komen zichtbaar uit een wel heel verschillend tijdperk. In plaats van een vreselijke oorlog zoals we die kennen uit de beelden en verhalen van het IJzerfront ziet het er hier allemaal heel clean en netjes uit. Het lijken soms wel familiekiekjes of vakantiebeelden : mensen die door het lot zijn samengebracht, en er het beste van proberen te maken. Zoals deze foto bijvoorbeeld. Ik weet natuurlijk dat dat een zeer vertekend beeld is, en dat ondermeer “Den Draad” ook hier in Essen de oorlogsjaren van 1914 tot 1918 tot zwarte jaren heeft gemaakt. Maar de foto’s lijken een beetje op de “frischer und frölicher Krieg” die de Duitse propaganda er destijds van wou maken. Een waarschuwing om zich nooit zomaar iets te laten aanpraten door wie het voor het zeggen heeft.
Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar dat is het niet. Het Essen zoals het op de oude foto’s staat kleurt onze gemeente van vandaag, zoals de Eerste Wereldoorlog het tegenwoordige Europa tekent. Met scha en schande hebben we geleerd dat er geen frisse en vrolijke oorlogen zijn.
Er zitten ongetwijfeld nog meer wijze lessen verborgen in de foto’s van vroeger. En ook veel kleine anekdotes uit het leven van elke dag. Die bovenspitten is één van de leuke kanten van Essen in Beeld, en ik ben blij dat ik daaraan mag meewerken.
Yves Leterme heeft drie vrienden in de politiek. In de kranten wordt gegokt op Jo Vandeurzen en Inge Vervotte, allebei ook CD&V.
Hoera ! We gaan het jaar niet zonder federale regering afsluiten. De kersverse, dynamische en enthousiaste premier heet Herman Van Rompuy. Dat is zo geregeld door Wilfried Martens, ook al een symbool van vernieuwing en verandering. Er is een gloednieuw regeerakkoord : het vorige bestond uit gebakken lucht. Er zat niet veel in, maar het was tenminste vers en krokant. Nu hebben ze het in de microgolfoven gestopt om het terug op te dienen. Zal dat even heerlijk smaken !
Er is geen regering meer, wordt gezegd. Maar dat impliceert dat er één is geweest, en dat klopt niet. Er waren wel minister en zelfs een premier, maar het concept “regering” houdt ook in dat er een vorm van beleid wordt gevoerd. Dat is niet het geval geweest. Het formele ontslag maakt wel dat ik volgens de mijzelf opgelegde regel als federaal ambtenaar weer even spreekrecht heb over het federale beleid…
Een krantencommentator beschreef Yves Leterme vandaag als de slechtse naoorlogse premier, en die omschrijving valt moeilijk nog te overtreffen. Ik verneem net dat hij zijn ontslag heeft ingediend (alwéér).
Hoe lang al zou ik met een lidkaart van een politieke partij op zak lopen ? Ik vermoed van eind jaren 1980 of begin jaren 1990. Vast staat dat Jaak Gabriëls voorzitter was van de VU toen ik zijn partij vervoegde. En dat al zeer vlug, in 1992, Bert Anciaux de leiding overnam, terwijl Gabriëls met Verhofstadt de VLD oprichtte. Sinds die dag is Anciaux voortdurend de bepalende figuur -of toch minstens één van de twee à drie bepalende figuren- geweest van de (nationale) politieke partij waar ik bijhoorde. Ik ben hem “gevolgd” van de VU toen die streed voor het eigen voortbestaan tot bij de VlaamsProgressieven van vandaag – en de hele tijd zijn het ook -en vaak vooral- zijn keuzes geweest die ook voor mij de richting hebben bepaald. Dat kan niet anders dan betekenen dat ik heel wat waardering heb voor Bert Anciaux, dat hij één van mijn politieke inspiratiebronnen is. Zijn sterke geloof in een betere samenleving, zijn enthousiasme, zijn deskundigheid en zijn gevoel voor wat in de maatschappij leeft heb ik altijd weten waarderen. Bovendien herinnerde hij er Vlaanderen terecht aan dat politiek niet enkel een rationeel-technisch gegeven is, maar over mensen en dús ook over emoties gaat. Bert Anciaux was, is en zal ook morgen nog een degelijk minister en een bekwaam politicus zijn, die overigens veel heeft betekend voor het cultuurbeleid in Vlaanderen. Deze website, tenslotte, is zondermeer schatplichtig aan
De mist rond VlaamsProgressieven is nog niet helemaal opgeklaard, en ik wacht dus nog even met een wat meer uitgebreide commentaar. Ik weet wel dat partijen er zijn om de samenleving te sturen op basis van een ideeëngoed. Ook politieke mandaten zijn daarvoor bedoeld : niet om zomaar iets te beheren, maar om een visie in de praktijk om te zetten. Natuurlijk, om op een relevante manier aan politiek te doen heb je een forum nodig (en in een democratie betekent dat : vertegenwoordigers in raden en parlementen, naast media-aandacht). Dat vraagt soms om compromissen, waarbij je de scherpte van een profiel uitruilt tegen een groter draagvlak ervoor : je kan niet alles zeggen en doen, maar wat je zegt of doet heeft meer impact. Maar daar zijn grenzen aan : als wijn water wordt, is de smaak er wel af.
Beste
Laat ik toch maar niet spelen met de datering en gebruik maken van de afstand die de tijd biedt… Op 23 september barstte het kartel CD&V/N-VA. N-VA hield de dag voordien een congres waarop beslist werd om de federale regering niet langer te steunen. De partij stapte zo uit een meerderheid waar ze nooit echt was ingestapt. Wél een congres over de uitstap, niet over de instap : het moet een unicum in de politieke geschiedenis zijn. Uiteraard kon N-VA niet veel anders meer doen : de communautaire onderhandelingen waren leken niet echt meer op een geloofwaardige route in de richting van een stevige staatshervorming. N-VA zocht dus een aanleiding om eruit te stappen. Dat ging op 15 juli niet : er was simpelweg niet meer genoeg volk in de Wetstraat om aan “crisis” te doen. Dus werd er een congres vastgelegd in september, de kroniek van de aangekondigde uitstap.
Af en toe beland ik in een leesbui. Dan koop of ontleen ik een stapel boeken, die dan ook maar allemaal meteen erdoor moet worden gejaagd. Soms zelfs met twee tegelijk. In zo’n stapel belandde onlangs “De zestien is voor u”, het boek van de Standaardredactie over de regeringsvorming. Om één of andere reden kwam het pas voor lezing in aanmerking na de verwerking van “De Oude Belgen”, een boek over de Keltisch/Germaanse stammen die destijds door de heer Caesar vakkundig in de pan werden gehakt, vaak met behulp van “verdeel en heers”-technieken. Geen slechte inleiding voor het boek over de lange weg naar Leterme I…