’t Is een lobby
Op elk niveau in de politiek krijg je te maken met “lobbygroepen” : goed gestructureerde verenigingen of losse verbanden van enkele mensen die voor één of enkele politieke doelstellingen opkomen. Als bestaansreden voor hun organisatie, of omdat de omstandigheden hen ertoe bewegen, zoals een jeugdbeweging plots ook lobbygroep voor nieuwe lokalen kan worden of enkele buurtbewoners een actiecomité voor (of tegen) een verkeersdrempel kunnen worden.
Vanuit de politiek is het zaak om er verstandig mee om te gaan. Hun inbreng is erg belangrijk, want vaak kennen ze het terrein waarop ze actief zijn erg goed. Ze kunnen ook strategisch van pas komen : soms zijn ze nuttig en zelfs noodzakelijk om een bepaald programmapunt waar je voor staat ook mee uitgevoerd te krijgen. Je kan via lobbygroepen een achterban opbouwen. Soms is het zelfs aangewezen er eentje uit de grond te stampen, maar daar moet je voorzichtig mee zijn : je riskeert er heel wat geloofwaardigheid mee, en bovendien zou je de groep later wel eens terug ín de grond moeten stampen – wat niet noodzakelijk gemakkelijk gaat.
Anderzijds is het erg belangrijk om hen goed in te schatten : misschien staat er tegenover de goed georganiseerde lobbygroep wel een zeer grote maar niet echt gestructureerde groep mensen met een andere mening. Of verkijkt de groep zich op de belangen waarvoor ze opkomen. Allerlei toezeggingen en beloftes aan de lobbygroep kunnen je dan in een stevig moeras helpen : door ze waar te maken jaag je veel mensen tegen je in het harnas, door ze te negeren creëer je een terecht boze en gestructureerde tegenstander.
Naar lobbygroepen, welke vorm ze ook hebben, moet je luisteren. Je moet rekening houden met hun mening, er goed over nadenken en er open mee communiceren. Maar uiteindelijk moet je in de politiek zelf de keuzes maken, op basis van het programma waarmee je naar de verkiezingen bent gegaan en in een poging om goed in te schatten welke factoren er spelen die niet vanuit de lobbygroep zijn aangebracht. Dat is de enige goede manier om er uiteindelijk mee om te gaan, ook als je ze daarvoor tegen de haren moet instrijken. Als je hen niets hebt beloofd, hoeft dat een goede werkrelatie niet eens in de weg te staan.
De klok aan de stationsgevel is ingehuldigd. Aangezien over smaken en kleuren niet te twisten valt, heb ik een tijdje geleden het ontwerp mee goedgekeurd. Ik vind ze zelf overigens redelijk geslaagd, al zou ik persoonlijk het dambord van groen en geel naast het opschrift “Essen” vervangen hebben door een egaal geel vlak.
Om nog even terug te komen op de gemeenteraad : in de besloten zitting werd beslist om de jeugdvormingswerker die in dienst is van de vzw Jeugdwerking te ontslaan. Ik ga het debat uiteraard niet weergeven (dat vond immers achter gesloten deuren plaats) maar ik heb natuurlijk wel het recht om mijn eigen tussenkomst publiek te maken…
Gisteren gemeenteraad. Met een harde en weinig verheffende clash tussen onze fractie, Frans Schrauwen en vooral Dirk Konings. Die laatste ging wat mij betreft jammerlijk en absoluut onnodig hard uit de bocht. Daar kan en wil ik niet aan voorbijgaan. Dirk heeft nochtans enkele sterke troeven als schepen : op het vrij technische terrein van het milieubeleid weet hij respect af te dwingen door een grote dossierkennis en door zijn capaciteit om die ook onder woorden te brengen. In commissies of op de gemeenteraad brengt hij veelal een duidelijk en soms zelfs overtuigend verhaal. En onlangs hoorde ik hem op een informatie-avond over de zoneringsplannen (riolering) spreken, wat hij zeer helder deed – ook als hij niet antwoordde op sommige vragen, wat in de politiek soms een handig talent is.
Een fractievoorzitter in de oppositie is iemand die met flair en weinig woorden een duidelijk standpunt kan brengen zonder in details te vervallen, daarbij rechtlijnig overkomt (met veel overtuiging en een vleugje sarcasme) en zonder boos te worden of kunstmatig te acteren het de meerderheid moeilijk kan maken. Hetzij door een aantal mensen in die meerderheid aan zichzelf te doen twijfelen, hetzij door hen te dwingen ondubbelzinnig kleur te bekennen.
Gisteren vergaderde de Plangroep in het kader van de opmaak van het Lokaal Sociaal Beleidsplan. Een goede vergadering, en het planningsproces verloopt tot nu toe ook goed. Al hoop ik dat er op het einde ook doortastende conclusies zullen worden getrokken.
1 mei. De Essense socialisten kunnen het voor het eerst vieren met eigen schepenen – dankzij decennia van grote inzet en enkele uurtjes koele berekening van het CD&V-bestuur. Ik gun het hen van harte. En reken erop dat ze alsnog) het maximum uit die positie zullen halen.
De Essense gemeenteraad heeft een voorstel goedgekeurd dat mijn handtekening draagt, en dat is een primeur. Het is al lang niet meer de eerste goedkeuring van een voorstel waaraan ik heb meegeschreven, maar deze keer heb ik het ook zelf mee ingediend. Wel leuk, al vind ik een goed “kamikazevoorstel” zeker zo waardevol : een voorstel waarvan je vooraf weet dat het wordt afgewezen, maar dat de meerderheid dwingt duidelijk voor de eigen keuze uit te komen en ons zo toelaat om een helder alternatief te formuleren en/of dat op termijn misschien sommigen aan het denken zet. Ik heb er zo nog wel enkele in mij hoofd. Maar het is natuurlijk aangenaam dat de Essense straatnaamborden voortaan een woordje uitleg zullen meekrijgen over de naam van de straat, als gevolg van het voorstel Peeters-Bevers. Dat het om een samenwerking met een niet-partijgenoot gaat, is ook plezierig.
Deze morgen werd De Spycker voorgesteld, het jaarboek van de Essense Heemkundige Kring. Waarvan Guy Van den Broek vorig jaar hoofdredacteur werd. Op het lijstje van auteurs staan naast Guy ook Rudi Smout en Thomas Dekkers. Reden genoeg om zelf de pen nog eens te voelen kriebelen. Alleen jammer van die slechts “24 heures dans une journée, 86.400 secondes” waarover Axelle Red zingt.
Open VLD vindt geen behoorlijke plaats op haar Kamer- noch Senaatslijst voor Fons Borginon. Wegens zeer bekwaam maar geen stemmenkanon. Eerder overkwam Greta D’Hondt bij CD&V iets soortgelijks. Nochtans weet ik dat zij op het vlak van het werkgelegenheidsbeleid goed weet waarover ze spreekt en een meerwaarde is voor de Kamer. Zoals Fons dat is op het vlak van justitie, en als fractievoorzitter. Ook Lionel Vandenberghe (Spirit) moet zijn zitje wellicht opgeven.