Plantaardig

Plantaardig

De nieuwe Spycker is er. Er is wellicht geen enkele heemkundige kring die zijn jaarboek beter “market” dan de Essense, en dat laat zich ook in verkoop zien. Maar los van de verpakking mag ook de inhoud er absoluut zijn. De keuze voor diversiteit en kwaliteit die de voorbije jaren gemaakt werd, zette zich ook in het nummer van dit jaar door – ik neem aan dat ik dat kan stellen zonder dat het op eigenlof lijkt, want het kleine artikeltje van Steven De Laet en mijzelf over Essen in Beeld beïnvloedt wellicht niet significant het geheel…

De ondertussen traditioneel geworden voorstelling op Paasmaandag stond in het teken van het artikel dat Joris Pinseel schreef over de evolutie van de fauna in onze gemeente. Ik kwam een beetje te laat binnen (de interne activiteitenkalender die we met N-VA/PLE gebruiken bleek niet helemaal onfeilbaar) maar Joris wist me toch nog ruim een uur te boeien met een materie waar ik op zich weinig feeling voor heb. Door de evolutie van de verspreiding van de verschillende soorten in Essen te verduidelijken met prachtige foto’s en veelzeggende kaartjes, en door die te linken aan de evolutie van verschillende landschapstypes, bracht hij een coherent en leerzaam verhaal. Tientallen jaren ervaring en gedetailleerde kennis toch tot een samenhangend geheel kunnen kneden is niet iedereen gegeven : het risico is groot dat uiteindelijk niemand door het bos de bomen (of door het gras de bloemen) nog ziet. Maar Joris wist die klip goed te omzeilen. Wat maakt dat ik het artikel zelf zeker ga lezen. Net zoals wellicht zo goed als alle Spycker-bijdragen – op de twee na die ik mocht nalezen. Om vervolgens onvermijdelijk zin te krijgen om zelf nog eens een stevig artikel neer te pennen – al vrees ik dat daarvoor De Spycker 2014 of daaromtrent een mooie deadline zou zijn…

Ik heb naar sommige teksten al even gekeken, zoals die over de telefoon. Het moet een heel vreemde aankoop geweest zijn, in die beginperiode. Een toestel dat je verbond met iedereen die er ook zo één had – maar dat was per definitie zo goed als niemand. Al had het ongetwijfeld iets om naar de centrale te bellen en gewoon te kunnen vragen “Gift Gène Loos is”, om maar de zin te nemen die hoofdredacteur Guy ook al was opgevallen. Nu, zoveel jaren later, kan je sommige toestellen ongetwijfeld zo instellen dat ze op exact hetzelfde commando reageren om “Gène Loos” te bellen. Of te skypen…

Als een wereld zo groot…

Als een wereld zo groot…

Als non-fictielezer kon ik uiteraard niet voorbijgaan aan “Congo” van David Van Reybrouck. Het lag onder de kerstboom. Omdat het niet bovenaan de “te lezen” stapel terechtkwam heeft het even geduurd vooraleer ik het opensloeg, en ook het lezen heb ik over enkele weken gespreid. Maar paaszaterdag vond ik wel een mooi moment om een kerstgeschenk te voltooien…

Wat kan ik erover zeggen. Dat het een prachtig boek is, brengt maar weinig bij. Het tegendeel zou verbazen voor een non-fictiewerk dat de AKO-literatuurprijs heeft gewonnen. Dat het geen erg vrolijk werk is, is ook niet verwonderlijk voor wie een klein beetje de Congolese geschiedenis kent. Al heeft het bij mij wel grote gaten in die kennis gedicht. Ik wist nauwelijks iets over de rol van het Belgisch-Congolese leger (de Force Publique) in de twee wereldoorlogen (Essense quizzers : let op !). En tot mijn schande bleek ik ook de recente Congolese geschiedenis (zo ongeveer van bij het aantreden van vader Kabila) eigenlijk niet goed te kennen.

“Congo” vertelt het verhaal van een prachtig land op basis van het verhaal van concrete mensen, zonder daarmee te verglijden naar pure anekdotiek of naar sensatiezucht. Dat maakt de kracht uit van het boek. Van Reybrouck lijkt bovendien erg goed de “ziel” van Congo te kunnen vatten, al is dat uiteraard moeilijk te beoordelen. Een aanrader, dus…

Het boek roept onvermijdelijk een stuk “schuldvraag” op : wie is verantwoordelijk voor wat pakweg de voorbije 125 jaar in Congo misliep. Een beetje tot mijn verrassing vind ik het antwoord niet zo eenvoudig. Natuurlijk is de rol van Leopold II, de Belgische kolonisatoren, Mobutu, Kagame… weinig verheffend. Maar af en toe bekruipt mij de neiging om te vinden dat de Congolezen zelf er zich wat te gemakkelijk van hebben afgemaakt. Het adagium wil dat elk land de leiders heeft die het verdiend – daar zit een grond van waarheid in, ook al verdient natuurlijk niemand een afwisseling tussen meedogenloze dictators en vechtende krijgsheren. Al blijft oorzaak en gevolg moeilijk in te schatten, en is de veerkracht van veel individuele Congolezen bovenmenselijk gebleken.

De vaststelling blijft dat het land een ongelooflijk potentieel heeft. Het is alleen erg ontnuchterend dat dit even waar was in pakweg 1885 of 1960 als vandaag, maar dat in tussentijd dat potentieel vooral op minder fraaie manieren tot uiting is gekomen.

iTom

iTom

Ik ben een Microsoftgebruiker. De eerste computer waarop ik leerde werken was de IBM PC die mijn vader ergens in het begin van de jaren 1980 aankocht. Een prachtig toestel (dat hij nooit had mogen wegdoen), met zoveel rekenkracht als er vandaag in een wasmachine zit. Het toestel werkte met floppy disks, en de eerste versie had géén harde schijf. Die is er later ingeplant. 30 Mb als ik me niet vergis (dat zijn een stuk of zes goede foto’s of muzieknummers, vandaag…). Het draaide op MS-Dos, Microsoft dus. Al heette de versie op een échte IBM officieel PC-Dos, maar alleen de naam was anders. De commando’s niet (ik weet nog perfect wat een DIR A:\ doet…).

Ik leerde mezelf programmeren in MS-Basic. Dat maakt me tot op de dag van vandaag tot een slordig programmeur, maar aangezien ik er mijn brood niet mee moet verdienen lig ik daar absoluut niet van wakker. Als het werkt, is het goed – en latere aanpassingen zien we dán weer wel…

Mijn eerste tekstverwerker was een programma dat vandaag zelfs niet meer op Google terug te vinden is. Ik heb daarna nooit WordPerfect gebruikt, maar vond meteen de weg naar Word. Inderdaad… MS Word van MS Office. Onder MS Windows natuurlijk. De fervente fans van de Apple computers, zoals de Macintosh, vond ik maar rare wezens. Waarom investeren in een toestel dat bestanden produceerde die voor de rest van de wereld onbruikbaar waren ? Waarom sukkelen met vreemde iconen als je even goed “the real ding” kon vinden (Windows dus, al besef ik dat ik hier meteen de geschiedenis geweld aandoe).

Zelfs voor grafische toepassingen (volgens velen het sterke punt van Apple) vond ik het meer een kwestie van snobisme dan van efficiëntie dat sommigen vasthielden aan die ándere toestellen.

Christoph, de secretaris van de EMCO Indicatorengroep (die af en toe naar mij verwijst als zijn “second boss” of “Herr Vorsitzende”) is een Mac-aanhanger en heeft van mij het voorbije jaar al meermaals moeten horen dat één of ander Word- of PowerPointbestand niet 100% exact was doorgekomen – zodat hij volgens mij beter tot de beschaafde wereld kon toetreden.

Om maar te zeggen : Bill Gates kan op mij rekenen. Of beter, dan kon hij. Mijn overstap van zijn Internet Explorer naar Google Chrome een jaar of twee geleden zal hij me nog wel vergeven hebben. Maar nu heb ik een grens overgestoken : ik heb een iPad gekocht. En ben er (tot nu toe) bijzonder tevreden over.

Nochtans was een (Windows-)laptop al zo goed als besteld. Maar een iPad-gebruiker (naar wie ik af en toe refereer als “le chef”) wist mij te overtuigen. Zodat ik nu een licht en handig toestel bezit dat op commando bliksemsnel verandert van tekstverwerker naar televisie, van krant naar spelbord, van boek naar agenda, van fotoalbum naar encyclopedie, van altijd bij de hand verslagenarchief tot DVD-speler. En ja, in tegenstelling tot zowat alle Microsoftproducten is het ook “cool”.

Met die laatste zin verbaas ik zowaar mezelf. Al kruipt het bloed waar het niet gaan kan : een écht goede Wordversie voor de iPad heb ik nog niet gevonden…

Ingetikt op mijn Windows PC

De stekker eruit

De stekker eruit

Louis Tobback heeft gelijk. Dat is meestal zo, overigens. Als hij géén gelijk heeft, heeft hij bovendien meestal toch nog een beetje gelijk. Tenzij hij zich voor de kar laat spannen van één of andere onverstandige partijstrategie. Die kelk zou hij beter aan zich laten voorbijgaan.

Maar deze keer heeft hij dus 100% gelijk. In De Morgen deze week, met name. De Vlaamse gemeenten moeten weg uit de energiesector. De participatie daarin is historisch gegroeid. Niet zo lang geleden had Essen zelfs een eigen elektriciteitsregie, waar het gemeentebestuur wel bij vaarde. Maar op de energiemarkt van vandaag is hun rol uitgespeeld. Meer nog : die is contraproductief geworden. De gemeentelijke participaties aan de energiesector via een ondoorzichtig kluwen van intercommunales (zie deze website als je het toch wil proberen te doorgronden) maken de lokale besturen medeplichtig aan de te hoge energieprijzen in ons land. Alle gemeenten profiteren ervan, dankzij de dividenden die we ontvangen. Maar echt het beleid beïnvloeden of controleren kunnen we niet. Als Tobback dat niet kan, dan een gemeente als Essen zeker niet. Ook al doen onze vertegenwoordigers hun best.

De energiemarkt moet geherorganiseerd worden : waar de rol van de overheid essentieel is (het netbeheer) moet Vlaanderen de touwtjes in handen nemen. En waar de overheid niets te zoeken heeft (productie en distributie) moet een echte liberalisering doorgevoerd worden. Ik geef het toe : ik zou hier wellicht wat nuances moeten aanbrengen – maar ten gronde is dat wel mijn inschatting.

Die analyse is niet nieuw. Wie op deze site terugbladert kan zien dat ik al op 17/4/2009 en 4/6/2009 schreef wat Tobback nu zegt. Hopelijk heeft het artikel van Tobback in de krant meer impact dan het stukje op mijn site. Binnenskamers wordt dit overigens bevestigd door mensen die het kunnen weten.

Het perverse van het verhaal is dat één gemeente er niets aan kan doen, en geen andere keuze heeft dan het spel mee te blijven spelen. Anders betalen de eigen burgers de rekening twee keer : via de te hoge energiefactuur en langs de gemeentebelastingen. Dat geldt voor Leuven, en dus zeker voor Essen. Vlaanderen kan -nee moet- in dit geval bewijzen dat het beter doet wat het zelf doet. Dat is een kwestie van goed bestuur. En laat dan vervolgens het parlement over de grote lijnen van het energiebeleid discussiëren. Niet de gemeenteraden…

Afdronk

Afdronk

Sven Gatz, fractievoorzitter van Open Vld in het Vlaams Parlement, stapt uit de politiek om voorzitter te worden van de Belgische Bierbrouwers. Opmerkelijk, want in ons land gebeurt het niet zo vaak dat (succesvolle) politici de overstap naar een andere sector maken. Nederland heeft op dat vlak meer een traditie, met bijvoorbeeld oud-parlementslid Paul Rosenmöller die een eigen interviewprogramma op tv kreeg. Eigenlijk is het wel gezond dat men na een aantal jaren professionele politiek andere oorden opzoekt. En een zelfgekozen afscheid is wellicht beter dan één dat door de kiezer wordt opgelegd…

Ik ken Gatz niet persoonlijk, maar hij is een ex-partijgenoot en als sociaal-liberaal (hij verkiest wellicht “links-liberaal”) een politiek geestesgenoot. Via de VU en het ID21-verhaal belandde hij bij Open Vld omdat hij niet geloofde in het kartel met de sp.a. In de Brusselse context lag die keuze voor de hand : Open Vld had in de hoofdstad altijd een wat ander karakter dan elders.

Sociaal-liberalen zijn de weeskinderen van de Vlaamse politiek, wat Gatz als mede-auteur van een boek over de stroming zeker weet. Maar hij is één van degenen die in de nieuwe thuis van Open Vld hun weg vonden. Dat hij het tot fractievoorzitter in het Vlaams Parlement bracht -als Brusselaar- is daarvan een mooi bewijs. Daarbij bleef hij zijn overtuiging trouw, zonder naar de conservatieve vleugel van Open Vld af te buigen. Hij verrichte bovendien nuttig denkwerk over de plaats van de stad in het Vlaanderen van vandaag.

Wat hem voor mij het meest siert, is de overtuigende keuze om in de eerste plaats een goed, hardwerkend en ernstig parlementslid te willen zijn. In zijn afscheidstekst op zijn website staat dit : “Al die jaren ben ik steeds met hart en ziel parlementslid geweest. Het was een mooie job, een soort roeping ook, die mij met de meest diverse mensen en onderwerpen in contact bracht. Het parlement was voor mij bovenal het hart van de democratie, de plaats voor publiek debat, een volwaardige, te koesteren politieke biotoop en geen verplichte wachtkamer voor wie terechte dan wel ijdele hoop heeft om ooit minister te worden.”

Er zijn bij ons veel te weinig politici met een hart voor het parlement (en bij uitbreiding andere niet-uitvoerende organen). Elk politiek stelsel heeft wel een regering, zelfs de ergste dicaturen, maar alleen een democratie heeft een tegenmacht, via de wetgevende en controlerende functie van parlementen – en gemeenteraden. Al te vaak worden die inderdaad als wachtkamer voor een ministerpost of een schepenambt beschouwd, maar die houding ondergraaft uiteindelijk het democratische systeem zelf. Dat is uiteraard geen pleidooi tegen mensen die een ministerambt of schepenzetel aanvaarden, maar wie verkozen wil worden moet dat voor mij in de eerste plaats doen om een goed “volksvertegenwoordiger” te worden, op welk niveau dan ook.

Met Gatz verdwijnt één van de weinige politici die complexloos het etiket “links-liberaal” durfden dragen. Gelukkig zijn er meer die het ideeëngoed delen. Soms ook in partijen die daar van nature niet meteen mee worden vereenzelvigd, zoals ik de voorbije weken tot mijn vreugde nog ontdekte. Of hoe de weeskinderen uit het VU&ID-Spirit-SLP-verhaal hun gedachtengoed gelukkig wellicht altijd wel ergens zullen tegenkomen – weliswaar bijna per definitie niet in onversneden vorm, en al zal het (voorlopig) niet meer bij Sven Gatz zijn. Maar toch. Laat ik daar te zijner ere maar een pint op pakken…

Stukken van mensen

Stukken van mensen

Eén van de nuttigste bevoegdheden van een gemeenteraadslid, en ook een noodzakelijke om de taak goed te vervullen, is het recht om stukken in te kijken. Het Gemeentedecreet zegt daarover : “De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van de gemeente betreffen.” Het is voor mij zo’n belangrijk recht dat ik niet voor veel compromissen vatbaar ben : als ik het wil inkijken, ga ik door totdat ik het mag inkijken.

Als commissaris van het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) kan ik ook daarvan de stukken opvragen. De AGB-statuten zijn op dat vlak zo mogelijk nog duidelijker dan het decreet : “De commissarissen kunnen te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van het bedrijf.” Waarbij ik “te allen tijde” nogal soepel interpreteer en netjes een dag of vijf vooraf verwittig.

Dus begeef ik mij om de twee à drie weken, veelal op zaterdagmorgen, naar het gemeentehuis. Meestal om dossiers in te kijken die in het schepencollege zijn voorgekomen. De verslagen van dat college zijn nogal beknopt, zodat het vaak nodig is om het stuk in te zien om te begrijpen waarover het gaat. Niet alle dingen die je zo te zien krijgt leveren veel nieuwe informatie op. Dikwijls trek ik de conclusie dat ik in plaats van het college gewoon hetzelfde zou beslist hebben. Soms is dat niet zo. En ook als het wel zo is, dan is de informatie vaak leerzaam.

Het AGB is nog een ander verhaal : daar worden (volgens mij doelbewust) dossiers door het Directiecomité (met alleen de meerderheidspartijen) behandeld die bij de gemeente voor de raad zouden moeten komen. Dus is kritisch toekijken er geboden. Al moet ik in principe alleen op de financiën letten, maar ik kom erg zelden een dossier tegen waar geen enkel financieel kantje aan zit.

En dus zat ik deze morgen in het gemeentehuis. Er liep maar weinig volk rond op de eerste verdieping – blijkbaar had niemand deze nochtans zonnige zaterdagvoormiddag uitgekozen om in het huwelijksbootje te stappen. Ik heb iets bijgeleerd over spoorwegovergangen en wat Infrabel daarmee wil doen, over de samenwerking tussen de Essense en Kalmthoutse oud-strijders, over de financiering van de nieuwe zorgboerderij in Essen en over de actie “met belgerinkel naar de winkel”. Ik heb er ook het verslag van de Cultuurraad gevonden – al blijf ik het vreemd vinden dat ik de verslagen van de adviesraden niet gewoon in mijn mailbox vind. Wat het AGB betreft ben ik wijzer geworden over de perikelen met de concessie en over de plannen met de douaneloods.

Al bij al heb ik niet zo veel wereldschokkende dingen geleerd. Maar ik heb al een nieuw lijstje voor volgende week klaargemaakt. En dankzij de uitstekende zorgen van het gemeentepersoneel hoop ik ook dan weer wat wijzer te worden. Soms is er zelfs verse koffie – en als dat niet zo is, moet ik dáár alvast niet over klagen, want ook tot het koffiezetapparaat hebben raadsleden toegang. Dat volgt niet uit het Gemeentedecreet, maar is Essens Gewoonterecht. Wat als het erop aankomt nóg zwaarder doorweegt, volgens mij…

Gepeperde rekening

Gepeperde rekening

De Hongaarse republiek draagt de vlag van het Europees Voorzitterschap, en zo zat ik de voorbije dagen in het altijd schitterende en deze keer ook zonnige Boedapest. Ik heb de uren vooral vergaderend doorgebracht (in een prachtige ruimte, maar galmend als een kerk en dus niet zo vergadervriendelijk), en bovendien heb ik hier al eens eerder de pracht van de stad bezongen. Dat ga ik dus niet doen. Ook over het voorzitterschap heb ik niet zoveel te zeggen : Hongarije wordt voor zijn “eerste keer” geconfronteerd met de Eurocrisis en alles wat daaruit voortvloeit. Niet meteen een cadeau. Op het domein dat ik goed ken (werkgelegenheid, dus) blijven de Hongaren overeind en vooralsnog blijven de grote lijnen van wat de vorige voorzitter (wij, in casu) op de rails zette overeind. Dat lijkt me al heel wat. En over de vraag of het zin heeft om zowat elk gerecht van paprika te voorzien en/of te roken ga ik ook niet uitweiden.

Wat blijft er dan over ? Ik ben voor het eerst in het bijzonder indrukwekkende Hongaarse parlement geweest. Waarin de kroonjuwelen een absolute ereplaats innemen, als min of meer hét symbool van de Hongaarse onafhankelijkheid.

Hongarije worstelt volgens mij iets harder dan de buren met het communistische verleden (er wordt veel sterker in termen van “bezetting”over gesproken, zelfs al hebben de Hongaren veel vroeger minstens een stukje vrijheid herwonnen). De juwelen van Sint-Stefanus vereenzelvigen het Hongarije van vandaag met het oude (grote) Hongaarse rijk. Ze identificeren de republiek met een positief beeld van de voormalige monarchie.

Het staat in de sterren geschreven dat op het grondgebied van wat vandaag België is ooit de republikeinse staatsvorm zal voorkomen (wat heb ik dat voorzichtig gezegd). Hoe zal er dan worden teruggekeken op de monarchie ? Wat zal er in de tand des tijds op een positieve manier overeind blijven ? De rol van Albert I in de Eerste Wereldoorlog, wellicht. De “goede mens” die Boudewijn was, mogelijk. En de “in een onmogelijke rol geduwde maar zich al bij al uit de slag trekkende en zich daarbij zelf gelukkig relativerende” huidige koning misschien ook (een voetnoot voor prins Karel kan er eventueel ook nog af, wegens geen echte fouten gemaakt). Zal dat opwegen tegen de misdaden van Leopold II in Kongo, de historische vergissingen van de koppige Leopold III… en de fratsen van de huidige koningskinderen (de grappige worden terecht uitvergroot door Walter Baele en C°, de minder leuke vergroten zichzelf wel uit) ? Alles hangt er natuurlijk vanaf wanneer en hoe de balans zal worden opgemaakt. Bij gebrek aan kroonjuwelen zullen de Belgische sowieso nooit een ereplaats verdienen in welk gebouw dan ook. Zou er iets anders inzitten ?

Niet meer van Belang ?

Niet meer van Belang ?

Het Vlaams Belang heeft een probleem. De beste omschrijving lijkt me “wordt bedreigd met toenemende irrelevantie”. De oorzaak van het probleem is dubbel. De eerste is het volgehouden cordon sanitaire. Men kan daar voor of tegen zijn op principiële gronden (ik ben vóór de absolute kern van het cordon : “gij zult geen coalities sluiten met het Belang” – en eventueel bij uitbreiding “gij zult u ook niet door het Belang laten gedogen) en tegen allerlei uitwassen die daarmee niets te maken hebben. Feit is dat het geesteskind van Jos Geysels op korte en middellange termijn het Belang slapen rijk maakte (maar net niet rijk genoeg) maar op lange termijn wellicht bijdraagt aan het einde ervan. De kiezer heeft erg lang kunnen leven met een partij waarop een stem geen enkel nut had (bij gebrek aan –reëel of gepercipieerd- nuttig alternatief op een aantal terreinen) maar dat geduld blijkt niet eindeloos. Ook al omdat het Belang er ook niet voor gekozen heeft om minstens te proberen naar een langzaam toenemende relevantie (annex afzwakking van het soms wel erg extremistische discours) toe te werken, zoals bijvoorbeeld bepleit door wijlen Marie-Rose Morel.

De tweede factor is uiteraard Bart De Wever (bien étonné de se trouver ensemble avec Jos Geysels, of net niet). De N-VA heeft het Vlaams-nationalisme relevanter dan ooit gemaakt. Door stilaan opnieuw alle strekkingen binnen de stroming onder één vlag te verenigen – blijkbaar moest dat vanuit de radicale vleugel gebeuren, en over centrum-rechts, wat de kracht van de politieke analyse bevestigt die De Wever tien jaar geleden maakte. En op basis van zijn persoonlijkheid, die nu eenmaal een perfect uithangbord is voor een complexloze moderne Vlaams-nationalistische aanpak. De koppeling die het Belang maakt(e) tussen een totaal compromisloos en dus onvruchtbaar Vlaams-nationalisme en een extreem-rechts vreemdelingenstandpunt heeft Vlaanderen zware schade berokkend, en doet dat vandaag nog. Hoe grondiger de recuperatie van het Vlaams-nationale gedachtengoed door de N-VA (of anderen, maar ik zie niet in wie), hoe beter.

En dus dreigt de irrelevantie voor het Belang. Dat leidt tot een leegloop in het mandatarissenbestand. Ik behoor niet tot degenen die vinden dat eender welke Belangmandataris voor eeuwig met een erfzonde besmet is, maar ik vind ook niet dat elke Vlaams Belanger zich zomaar kan “omscholen” tot respectabel lid van een democratische partij (N-VA, Open Vld, CD&V, …). Wie bijvoorbeeld alleen vindt dat het vreemdelingenstandpunt door het Belang verkeerd gebracht werd, maar in se wel klopte, kan volgens mij beter op een afstand gehouden worden. Wie na jaren op een populistische manier “alles is rot” heeft geroepen, hoort in het systeem niet thuis. Ik stel vast dat N-VA van hei(n)de en verre oud-Belangers aantrekt. Ik hoop dat de partij zijn oordeelsvermogen niet verliest en de brede volkspartij die ze geworden is niet in handen geeft van mensen die nooit iets hebben bijgebracht aan een betere Vlaamse samenleving.

Wie een beetje verder kijkt dan de Vlaamse grenzen, moet zich overigens wel afvragen waarom het Belang nu niet aanslaat, en dat wellicht ook niet zal doen met een harde anti-Islamboodschap, waar Wilders en Le Pen dat wel doen. Mijn (zonder meer onvolmaakte) analyse is dat Wilders wél relevant is : hij houdt op dit moment de regering overeind. En Wilders is zuiver anti-Islam : de combinatie die het Belang maakt met het Vlaams-nationalisme leekt ooit een sterkte maar is nu wellicht een strategisch nadeel. Le Pen (de dochter) koos dan weer voor een humaner discours én heeft natuurlijk het voordeel dat het alternatief (Sarkozy) zwalpt. Er moeten nog meer buitenlandse gelijkenissen en verschillen te maken zijn, maar daarvoor ken ik pakweg Denemarken niet goed genoeg. Toch past één verwittiging : zelfs het Belang kan een tweede adem vinden, en de andere partijen zorgen best voor een duidelijke en eigentijdse strategie voor het geval dat zou gebeuren. Al zie ik de wederopstanding niet gebeuren zolang Dewinter en Annemans de lakens uitdelen bij het Belang. Een nogal geruststellende gedachte, wat mij betreft.

Doorbomen

Doorbomen

De gemeenteraad van dinsdag leverde enkele pittige discussies op. Dat was onder meer het gevolg van een actieve inbreng van Ludwig Caluwé. Die zou eigenlijk vooraf even moeten verwittigen als hij van plan is om voluit mee te debatteren, dan kunnen we ons (nog) beter voorbereiden… Ondanks de scherpte eindigden de enige stemmingen bijna unaniem, met hoogstens één onthouding. Soms zijn dat overigens nog de meest veelzeggende en strategisch doordachte stemmingen, al moet je wellicht behoorlijk “insider” zijn om dat te zien.

Zoals dat gaat in bevlogen discussies kwamen er ook hoogdravende woorden aan te pas : het woord “historisch” viel. Misschien ook wel terecht : zowel de aankoop van een eerste stuk grond waarop het fietspad naar Hoek moet komen als het advies op het provinciaal RUP voor de weekendzone zijn cruciale stappen in dossiers die al heel lang aanslepen. En die elk op hun eigen manier ook “verrot” zijn geraakt : de Moerkantsebaan via een zeer onzorgvuldige besluitvorming, de weekendzone via decennia van helemaal geen besluitvorming. “Eind goed, al goed” kan al lang niet meer, maar “eind beter dan bestaande toestand” zit er hopelijk wel nog in.

Scherpe woorden vielen ook omtrent het veel van een 200-jarige kastanjeboom bij de bouw van de nieuwe sporthal. Philip Peeters maakte zich daar terecht boos over : het verslag van de specialisten sprak zich er om technische redenen niet meteen over uit of de boom nu al dan niet ziek was, maar gaf aan dat ze begrepen hadden dat hij “toch weg moest” terwijl dat niet het geval was. Achteraf bleek de boom alvast kerngezond. Iemand had bij het lezen van het verslag moeten zien dat er iets niet klopte en dat de boom perfect had kunnen blijven staan. De boom is dus wegens nalatigheid gesneuveld, en dat is niet aanvaardbaar. En een gemeente die vorig jaar nog een pv aan de broek kreeg voor illegale boomkap, zou vanzelfsprekend zijn lesje geleerd moeten hebben. Maar dat Philip er kwaad opzet in zag, vond ik ook niet correct. Dat was ook niet nodig, het is zo al erg genoeg.

200 jaar gaat hij nog niet mee, maar met 30-jarig dienst is gemeentesecretaris Ronny Frederickx ook een monument. Van “omzagen” is gelukkig geen spraken – al moet hij soms in de gemeenteraad wel het gevoel hebben dat er zagen worden gespannen. Hij werd terecht even in de bloemetjes gezet, al kreeg hij van het college zowat het typevoorbeeld van een “fout cadeau”. Een mooie grenspaal nochtans, symbool van onze gemeente. Maar de secretaris toonde aan dat hij als het moet ook een scherpe tong heeft, door er fijntjes op te wijzen dat hij vijf jaar geleden exact hetzelfde geschenk had gekregen. Laten we het er maar op houden dat het gebaar telt, en hem nog vele jaren toewensen !

To the point

To the point

Vier dagen Powerpointpresentaties, van maandagmiddag tot donderdagavond. Hieronder de titels. In vet de presentaties die ik zelf heb verzorgd, de andere heb ik met aandacht beluisterd.

– Lijn 12 vandaag en morgen
– Denkpistes Lijn 12 na het verdwijnen van de Beneluxtrein
– Spoorlijn 12 Antwerpen – Essen – Roosendaal
– The quantitative part of the Joint Assessment Framework
– The qualitative part of the Joint Assessment Framework
– Davidsfonds
– Van Oud naar Nieuw
– Oude Pastorij
– De Grooten Oorlog in Esschen 1914-1918
– Meubelen Van De Wijgaart
– Eremissen in Essen
– Onder Den Toren
– De toekomst in beeld
– Social security protection of mobile researchers
– Employment in Europe research 2000-2010
– Overview of European Commission research activities within the EU PES Network
– Activation and the mutual responsibilities approach
– The German approach
– Exercise your right and do your duty
– The effectiveness of Danish labour market policy : evidence from randomized controlled trials
– Meeting mutual responsibilities : the UK approach
– Dutch labour market policy
– Some steps towards “making the mutual responsibilities approach the norm”
– 85 jaar KAV Essen
– KAV : Tai-Chi
– KAV : Uitstap

Een veelzijdig programma…

Ondertussen in voorbereiding “Making choices for a greener labour market”.