Bij uitbreiding

Bij uitbreiding

Een bestuursmeerderheid heeft twee manieren om het de oppositie moeilijk te maken. Het kan door een goed doordacht, onderbouwd, transparant en breed gedragen beleid te voeren. Waar je, ook als je het er niet mee eens bent, niet veel spelden kan tussen krijgen. De tweede manier is door te proberen zo ondoorzichtig mogelijk te werken, zo weinig mogelijk mensen te raadplegen of zelfs maar informatie te geven, en als het echt moet zo lang mogelijk te wachten. En het dan zo te verpakken dat door de bomen het bos niet meer duidelijk is.

De Essense CD&V en sp.a hebben besloten om voluit voor de laatste techniek te gaan. Vóór ik de Strategische Meerjarenplanning kreeg, vroeg ik om alvast de voorbereidende documenten te mogen inzien. Dat werd niet toegestaan, want er zat niets bij dat als definitief kon worden beschouwd. Toen ik dan vroeg om zodra het plan wél beschikbaar was ook de voorbereidende stukken zoals (her)berekeningen en denkpistes in te zien, kreeg ik als antwoord dat ik de weerslag van dat alles in de officiële documenten kon vinden. Nadat we onze vragen hadden gesteld, bleken er toch studies te zijn opgemaakt, minstens over het zwembad en de turnhal. Ik vroeg officieel om die te mogen inzien, en ook daar werd niet op ingegaan.

We krijgen veertien dagen om het hele financiële plaatje voor zes jaar te beoordelen, en de cruciale informatie die ik vooraf al had gevraagd blijkt zelfs in die periode niet beschikbaar te kunnen worden gesteld. Soms waant een mens zich in de Oekraïne of in Wit-Rusland in plaats van in Essen. Eerlijk gezegd krijg ik op dat soort momenten veel zin om er gewoon de brui aan te geven. Maar “Si les dégoûtés s’en vont…”.

Ik denk trouwens dat het gemeentebestuur met de manier waarop het dit BBC-verhaal heeft aangepakt zichzelf ondergraaft. Bruno Tobback (sp.a-voorzitter) pleitte onlangs voor gemeentefusies. Ik heb het verminderen van het democratisch draagvlak altijd een argument tegen dat soort operatie gevonden. De argumenten vóór gaan over bestuurskracht (de capaciteit om planmatig te werken, bijvoorbeeld) en een efficiënt niveau van de organisatie van voorzieningen (zoals een zwembad). Is het doel van burgemeester Van Tichelt dan toch om Essen, Kalmthout en Wuustwezel samen te voegen tot één gemeente – die overigens alleen de naam “Heide” zou kunnen dragen ?

Overigens vind ik het hartverwarmend dat in de Oekraïne de Europese vlag als -terecht- symbool van vrijheid en democratie wordt gebruikt.

De taal is gansch het volk

De taal is gansch het volk

Er is een heel jaar hard aan gewerkt, maar nu ligt ze er : de strategische meerjarenplanning 2014-2019. Maanden lang zijn de ambtenaren en schepencollege met niets anders bezig geweest. Op elke vraag naar een beleid, een visie… kwam als antwoord dat we op dit plan moesten wachten. Broodnodige wegenwerken werden ervoor uitgesteld en er werd zo hard gewrocht op de invoering van de nieuwe aanpak (“BBC”) bij de gemeente dat er geen tijd meer over was om ook voor het Autonoom Gemeentebedrijf een plan -of zelfs maar een begroting voor 2014- uit te werken. Neen, het heeft bovenmenselijke inspanningen gevergd.

De lofbetuigingen kunnen dan ook niet uitblijven. Niet eens over de inhoud van het plan, laat ik het daar later maar eens over hebben, nadat we alle schitterende nieuwe initiatieven en originele oplossingen (theoretische zwemlessen, bijvoorbeeld) hebben kunnen verwerken.

Neen, de vorm van het plan is pas echt onnavolgbaar. Het werd een unieke collage van VVSG-teksten waarvan het onduidelijk is of ze wel of niet op Essen van toepassing zijn, van verouderde feiten en cijfers die je met enkele muiskliks zo kan actualiseren, van elementen uit vroegere beleidsplannen waaruit niet blijkt of ze nu van kracht blijven en van vrijblijvende meningen waaruit vervolgens geen conclusies worden getrokken. Dat alles overgoten met prachtige kromzinnen, waaruit onderdelen zoals het onderwerp of het werkwoord werden wegbezuinigd of waarin bespaard werd op logische consistentie. Alle gemeenten moeten beknibbelen, meneer.

U zou het zelf eens moeten lezen. Om me tot een korte bloemlezing te beperken :
– “Indien deze projecten uitgevoerd zijn, komt onmiddellijk een extra exploitatiekost ten gevolge van ijzelbestrijding.”
– “Opmaak van een plan voor de doortocht in het centrum van Essen worden ingeplant.”
– “De kinderen gaan sneller vanaf hun 2,5 jaar naar de kleuterschool in Essen tegenover de gemiddelden voor Vlaanderen.” : hier leid ik vooral een mooie toekomst voor ESAK uit af, met name in het snelwandelen
– “De bib geeft het woord ‘bibliotheek’ een nieuwe betekenis.” : misschien kunnen de mensen die even gaan opzoeken in het woordenboek in hun wijkbibliotheek
– “Voetbalterrein : enkel gebruik voor recreatieve ploegen : … wedstrijden per seizoen.” : allemaal driepuntenwedstrijden ?
– “Naast de zwembad is er het minimum aan annexe ruimtes.” : tip voor Margo, een krantenkop “Essen sluit de zwembad” !
– “Daarnaast er ook een complex van 7 tennisterreinen.”
– …

Er moet echt een heel jaar aan zijn gewerkt, samen met het managementteam, de twee voltijdse medewerkers van de gemeentelijke communicatiedienst, de secretaris en de zeven leden van het schepencollege, om van een normale, vlotte Nederlandse tekst met een heldere feitenanalyse en een toekomstgerichte visie op onze gemeente dit plan te maken. Zelden werden al hun diploma’s, waaronder een stuk of acht universitaire, zo efficiënt ingezet. Uren van bewondering heb ik ervoor !

Beyond this place of wrath and tears

Beyond this place of wrath and tears

“For to be free is not merely to cast off one’s chains, but to live in a way that respects and enhances the freedom of others. ” Nelson Mandela, 1918-2013.

Nelson Mandela is overleden. Nieuws dat er al lang zat aan te komen, en dat toch nog ontroert. Omwille van zijn unieke levensverhaal, het charisma en de wijsheid die hij uitstraalde. Mandela was geen heilige. Hij heeft het geluk gehad om de juiste man op de juiste plaats te zijn. Maar hij was een vrijheidsstrijder, een nationalist, een sociaal-liberaal en een zeer groot democraat. Een verdomd handig politicus ook – en een goed mens. De film “Invictus” is het bekijken meer dan waard, en niet alleen omdat hij over rugby gaat…

Mandela verdient alle eer die hem nu wordt betuigd, en waarvan gelukkig ook een deel hem al tijdens zijn leven te beurt viel. Maar natuurlijk werpt hij vandaag zijn schaduw op de zeer onvolmaakte manier waarop zijn land, en bij uitbreiding heel Afrika, wordt bestuurd. Ik las net een oproep aan de Zuid-Afrikanen om als eerbetoon aan de democraat die “Madiba” was de volgende keer niet voor het ANC te stemmen. Dat lijkt me inderdaad verstandig, en dus sluit ik hier af met de link naar het eerbetoon aan Mandela op de website van de Democratic Alliance, de grootste oppositiepartij in zijn Zuid-Afrika.

Nkosi sikelel’ iAfrika.

Onbegrip

Onbegrip

Ik begrijp er niets van. Dat heb ik gisteren op de gemeenteraad geleerd. Het schepencollege, dat altijd met één stem spreekt volgens onze burgemeester, vindt dat ik niets van de vzw Kobie begrijp. Ik wilde nog uitleggen hoe ik dacht dat het in elkaar zat, maar ik werd de mond gesnoerd : ik zou het toch nooit begrijpen. Het college vindt mij wellicht te dom. Met dank voor het respect, collega’s van CD&V en sp.a.

Al geef ik toe dat de vzw Kobie ook niet zo eenvoudig te begrijpen is. Zeker voor wie ook aandachtig luistert naar die ene stem van ons college. Van bij het begin heeft die namelijk twee dingen gezegd. Enerzijds is de vzw een verlengstuk van de gemeente. Een “extern verzelfstandigd agentschap”. Eigenlijk een gemeentelijke dienst die de vzw-structuur heeft aangenomen omdat die af en toe wat eenvoudiger werkt. Maar ten gronde verschilt die vzw niet van pakweg de bibliotheek, die ook activiteiten opzet en daarvoor vrijwilligers inschakelt. Of van het Autonoom Gemeentebedrijf. In dat geval is het logisch dat mijn voorstel over een gelijke behandeling met “andere” verenigingen bij het uitlenen van feestmateriaal werd afgewimpeld. Kobie is dan helemaal geen vereniging, maar een gemeentedienst. Dat die de eigen nadarhekken zonder veel poespas kan gebruiken, dat is nogal evident. Maar mijn andere voorstel, dat ze geen sponsoring van Infrax mag gebruiken omdat die voor de verenigingen bestemd is, dat had dan wél moeten worden aanvaard.

Anderzijds is het toch een vereniging. Die zichzelf bestuurt, een eigen herkenbaar imago uitbouwt, eigen initiatieven neemt. Een vereniging “die alles en iedereen in Essen moet samenbrengen”, zoals het college het gisteren óók verwoordde. Een supervereniging op kosten van de gemeente. Dan is het logisch dat die vereniging zichzelf bestuurt, en niet zomaar plots zonder het zelf te willen namens de gemeente Vlaanderen Muziekland moet organiseren, zonder dat zelf te hebben beslist. Maar dan is het ook logisch dat die vereniging wél netjes nadarhekken moet aanvragen, en als die al toegezegd zijn te laat komt. En het is logisch dat ze eventueel subsidies bij Infrax kan bekomen. Maar ook dat ze eventuele tekorten niet zomaar bij het gemeentebestuur kan laten aanvullen, met een briefje van de voorzitter (Gaston Van Tichelt) aan de burgemeester (Gaston Van Tichelt). De vzw Kobie krijgt dan pakweg het statuut van de VVV.

Ik begrijp niets van de vzw Kobie, dat heeft het schepencollege beslist. Ik denk dat ik niet alleen ben, en dat er nogal wat Essenaren en verenigingen zijn die het niet zo goed begrijpen. En de vzw zelf misschien ook wel niet, want het is nu eenmaal niet eenvoudig om gemeentedienst en vereniging, autonoom en ondergeschikt, sturend en volgend, Dr. Jekyll en Mr. Hyde te zijn.

Zwarte dagen

Zwarte dagen

Het decreet van 9 juni 1993 “houdende subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid” was een belangrijke stap voor het jeugdbeleid in Vlaanderen : de gemeenten kregen autonomie, en kregen samen met het lokale jeugdwerk de verantwoordelijkheid om een jeugdwerkbeleidsplan op te stellen. In ruil voorzag Vlaanderen subsidies.

In Essen zetten we vanuit de Jeugdraad een stuurgroep op om dat eerste JWBP te schrijven. Met jeugdschepen Frans Schrauwen als één van de drijvende krachten. We zorgden voor een ruim inspraakproces, met het hele jeugdwerk. Verschillende keren brachten we een grote groep jongeren, uit de jeugdbewegingen en daarbuiten, samen om na te denken over een zinvol beleid en de juiste subsidie-instrumenten. En we probeerden zelfs de kinderen te betrekken via de “nieuwjaarswensen aan de burgemeester”.

De mensen veranderden, maar het proces bleef al die jaren bestaan. Elk plan dat ik mee heb opgesteld bleek een nuttige en aangename ervaring met participatie in het beleid. Niet gemakkelijk, maar het zorgde altijd voor nieuwe ideeën en een kritische kijk op wat al bestond. Heel wat jongeren zetten in dit kader hun eerste stappen in “beleid maken”. En bij het jeugdwerk werd veel begrip gekweekt voor het moeilijke proces van “keuzes maken”.

Natuurlijk was het geen eenvoudig werk. Er kroop heel wat tijd in. Zoveel, dat het bestaan van het plan zelf aan de basis lag van de komst van een jeugdambtenaar in Essen. Gelukkig bleek die tot veel meer dan plannen in staat en werd het ook allemaal uitgevoerd. Heel wat ideeën van toen, van subsidiesreglementen tot de Speelpleinwerking, blijken nu niet meer weg te denken.

De voorbije planningsperiodes volgde ik wat meer op afstand. Als gemeenteraadslid mocht ik de jeugdplannen wel mee goedkeuren. En telkens vaststellen dat er hard en gedreven aan was gewerkt, dat er lessen werden getrokken uit wat wel en niet werkte, dat nieuwe inzichten een kans kregen. Het was werk waarop een hele gemeenteraad, meerderheid en oppositie, trots kon zijn. Er bleek zelden een speld tussen te krijgen, maar zelfs dat was als oppositieraadslid mooi om te zien.

In Vlaanderen bleek het jeugdbeleid een trendsetter. Er kwamen sportbeleidsplannen, seniorenbeleidsplannen, cultuurbeleidsplannen, lokale sociale beleidsplannen… Telkens veel werk, maar met veel ruimte voor inbreng vanuit de betrokken sector. Zelfs al liep het proces niet altijd perfect, het zorgde altijd voor nieuwe impulsen, voor een nieuw draagvlak.

Maar de planlasten moesten verminderen. In het kader van de “Beheers- en Beleidscyclus” hoeven al die plannen vanaf 2014 niet meer. Er komt één meerjarenplan. En natuurlijk worden de gemeenten opgeroepen om daar iedereen bij te betrekken. Natuurlijk worden ze gevraagd om inspraak te organiseren.

Maar hoe gebeurt dat dan in Essen ? Door één powerpoint met de vage plannen van het schepencollege voor te stellen op één vergadering van elke adviesraad. En dan maar te hopen dat ze daarmee voor zes jaar verder kunnen. De verschraling van het beleid, de degradatie van de democratie, de ontwaarding van de participatie die dit meebrengt in mijn eigen gemeente is voor mij héél moeilijk om aan te zien. Als democraat, als iemand die gelooft in dialoog doet het me zelfs fysiek pijn. En geloof me, ook dat heeft helemaal niets met oppositie of meerderheid te maken. Ik zou het zelfs nog erger vinden als ik meerderheidsraadslid zou zijn en dat in mijn naam de kans zou worden gemist om samen een beleid uit te werken.

Het is in de eerste plaats een verpletterende verantwoordelijkheid voor de Essense schepenen. Ik begrijp hen daarin echt niet. Al die plannen die ze zelf mee hebben opgesteld, hadden die dan voor hen geen enkele meerwaarde ?

Maar het is ook de verantwoordelijkheid van de decreetgevers : wie het in naam van de gemeentelijke autonomie mogelijk maakt dat alle participatie zomaar overboord wordt gegooid, heeft zich vergist.

Het proces vind ik veel erger dan de uitkomsten. Dat het zwembad dicht gaat doet me pijn. Maar dat dat besluit niet samen met de sportverenigingen, de jeugdverenigingen, de scholen, … wordt genomen vind ik 100 keer erger.

Terwijl ik dit stukje publiceer stel ik vast dat we dag op dag 22 jaar na de zogenaamde “Zwarte Zondag” zijn. Voor de lokale democratie vind ik deze dagen veel erger.

Belangeloos

Belangeloos

Nadat vorige maand bijna alle commissies werden afgelast, mocht deze maand de commissie “Omgeving” nog eens samenkomen. In principe alleen over de begraafplaatsen in Hoek en elders, maar het leek me verstandig ook de planning voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs) voor de komende jaren te agenderen. De discussie daarover werd een dovemansgesprek. De lijst van RUPs die door het schepencollege was besproken bleek niet de definitieve lijst, want het college had er nog heel wat aan aangepast. Maar op mijn herhaalde vraag naar hoe de uiteindelijke lijst er dan wel uitzag, kon onmogelijk worden geantwoord. Zodat het college na een vol jaar plannen dus niet kan zeggen welke bestemmingsplannen er de komende jaren gaan worden opgesteld…

Bij de bespreking van één ervan werd het nog wat surrealistischer. Ik stelde namelijk de vraag naar welk algemeen belang een bepaald vooropgesteld plan wel zou kunnen dienen. Waarom de projectontwikkelaar het plan wil kon ik wel zien, maar waarom de gemeenschap er goed aan zou doen een stuk open landschap vol te bouwen ontging me even. Toch was net dat plan wel deel van alle lijstjes. Ik kreeg geen antwoord. Als het algemeen belang niet gediend wordt, wiens belang dan wel ?

Not in my name – maar bij CD&V en sp.a denken ze daar wellicht anders over.

Sein

Sein

Ik heb het verkeer geregeld. Wie zondagnamiddag uit Heiblok kwam en Horendonk wilde indraaien had mijn toelating nodig, want ik deed dienst als seingever om zo mee de “10 mijl” van Esak in goede banen te leiden. Niet al te veel werk : Heiblok is niet meteen de drukste weg in onze gemeente. Bovendien een goede manier om Esak te ondersteunen. Zoals ik had verwacht bleek ook deze organisatie op wieltjes te lopen. Al heb ik begrepen dat er voor hen nog wat meer volk had mogen zijn. De afwezigen hadden uiteraard ongelijk, zoals dat veelal het geval is.

Het leverde me ook een onverwacht compliment op van een Letse hardlopende collega, die me vertelde dat ze heel goed beseft hoe essentieel seingevers wel zijn om haar favoriete sport te kunnen uitoefenen. Wat me tenslotte nog het meest opviel, is dat er meer mensen dan je denkt blijkbaar “zomaar” een ritje met de auto maken op zondag. Als niet-autobezitter een moeilijk in te beelden tijdverdrijf. Om dan nog niet vanuit het perspectief van de treinreiziger te spreken…

Voor de kar

Voor de kar

Ik hou van het Karrenmuseum. Het is een mooi stukje Essen waar heel wat vrijwilligers zich voor inzetten. Het trekt bovendien veel bezoekers naar Essen. Nu, dat mag ook wel, want elk jaar besteedt het gemeentebestuur 100.000 EUR aan het museum. En dat is niet het enige overheidsgeld dat er naartoe gaat. Zo werd vorig jaar alles samen bijna 400.000 EUR belastinggeld aan het museum besteed.

Logisch dus dat ik als gemeenteraadslid ook een kijk wil hebben op de besteding daarvan. Het museum schreef de voorbije maanden een nieuwe “visietekst”. Ik had die graag vóór de definitieve goedkeuring in de raad of een commissie besproken – wie betaalt, bepaalt nu eenmaal. Dat bleek niet wenselijk, maar gisteren kregen de raadsleden of partijen die dat wilden wel een toelichting. Naast cultuurschepen Jokke Hennekam gingen enkel Open Vld en N-VA/PLE op de uitnodiging in. Een beetje vreemd. Of toch niet, want CD&V en sp.a hebben wél mee mogen schrijven aan de visietekst, via hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur.

Maar niet getreurd : wij gaan twee keer per jaar iemand naar de algemene vergadering mogen sturen. Onze negen zetels in de gemeenteraad worden daar afgespiegeld in één zitje, net zoals de ene zetel van Open Vld en VB. CD&V en sp.a krijgen er elk twee, met een zitje in de bestuursorganen erbij. Vooral de sp.a doet een goede zaak : vier raadszetels worden omgezet in twee vertegenwoordigers in de algemene vergadering, één in de raad van bestuur en één in het dagelijks bestuur. Dat alles in naam van de transparantie, zowaar ! Er wordt bovendien al een jaar getreuzeld om onze kandidaat ook effectief lid te maken van de Algemene Vergadering. Wellicht ook om alles glashelder te houden.

Gisteren werd uitgelegd dat het niet de bedoeling was om in het museum “aan politiek” te doen. Wat blijkbaar betekent dat er zo weinig mogelijk kritische vragen moeten worden gesteld bij de besteding van 400.000 EUR van het geld van de burger, en dat er al zéker niet over mag worden mee beslist door de vertegenwoordiger van die belastingbetaler. Niet erg geruststellend. Voor velen betekent “niet aan politiek” doen blijkbaar dat alles wordt bedisseld met de partijen die toevallig de meerderheid vormen in de gemeente…

Naast het zoveel mogelijk bestendigen van de huidige bestuurssituatie in de naam van een professionalisering moest de visietekst vooral dienen om uit te leggen hoe er met verschillende partners wordt samengewerkt. Op dat vlak lijkt er vooruitgang geboekt, al blijft één gezamenlijk project voor de hele site nog steeds uit. En tenslotte is het de bedoeling om de eigen inkomsten te verhogen. Ook lovenswaardig, maar ik zou eerst het concept hebben aangepakt vooraleer een inkomprijs te vragen. Een dertigtal betalende bezoekers op een modale zomerzondag is duidelijk véél te weinig om de investeringen in het museum te blijven verantwoorden. Dat kunnen en moeten er veel meer zijn, maar dan moet het museum wel meer “museum” worden.

Want dat ontbreekt er voor mij nog het meest in de hele visie : een duidelijk antwoord op de vraag hoe het Karrenmuseum een boeiend en eigentijds verhaal kan brengen, van bij de inkom tot de uitgang, waaruit de bezoeker ook iets leert. Het antwoord op de “Piet Huysentruyt”-vraag ontbreekt vandaag. Niemand weet wat hij of zij precies geléérd heeft, er zit veel te weinig lijn in het museum. Al heb ik wel begrepen dat er relatief veel West-Vlaamse bezoekers zijn, dus misschien vergis ik me. Uiteraard is het daarbij positief dat het museum naam heeft verworven als kenniscentrum rond karren. Daar moet op worden verder gebouwd, maar het moet vooral ook vertaald worden in een aantrekkelijker en beter bezocht museum.

Ik geloof erin dat het kan. Dat het museum de kracht van de vrijwilligerswerking -die mensen kunnen niet genoeg geprezen worden- en de zeven personeelsleden kan inzetten om zich op de museumkaart van het Vlaanderen van vandaag te zetten. Maar het museum staat op een keerpunt. Zoals het nu werkt, en zonder duidelijk en ambitieus beleidsplan is het jammer genoeg niet verantwoord om er even veel overheidsmiddelen in te steken. Ook al omdat het er dan naar uitziet dat het in de loop der jaren alleen maar méér zal gaan kosten. Eigenlijk is er zelfs een “Grote Sprong Voorwaarts” nodig. Een stevige investering in de aantrekkingskracht van het museum, ingebed in een totaalvisie op het hele domein. Maar daarvoor ontbreken bij het gemeentebestuur, en ik vrees ook in het Karrenmuseum zelf, de bestuurskracht.

Ik kijk in elk geval uit naar het beleidsplan. Om op die basis te oordelen over de financiële input vanuit het gemeentebestuur. En om vervolgens mee te werken aan -en toe te zien op- de uitvoering ervan. Omdat het Karrenmuseum dat verdient.

Schim

Schim

Gemeenteraad na een maand windstilte. Een schimmenspel vooral, want de echte beslissingen worden dezer dagen in de achterkamertjes bedisseld. Onder het mom van de “Beleids- en Beheerscyclus” worden de waardevolle participatieprocessen die in het verleden rond bijvoorbeeld het Lokaal Sociaal Beleidsplan of het Jeugdwerkbeleidsplan waren opgebouwd overboord gegooid. Een dialoog met de gemeenteraad, zoals die zes jaar geleden bij de opmaak van het bestuursakkoord en vervolgens het beleidsplan nog enigszins mogelijk bleek, lijkt ook al niet meer op de agenda te staan. Ik ben benieuwd of minstens het personeel nog bij de discussie wordt betrokken, of ook maar moet vernemen dat het management met het college één of andere lineaire besparing wil doordrukken…

Schimmenspel ook omdat het debat over het afvoeren van een reeks grote investeringen alleen door mij werd gevoerd. En een eenmansdebat is geen debat. Zó graag hoor ik mezelf nu ook weer niet spreken.

Schimmenspel tenslotte omdat het huishoudelijk reglement blijkbaar nood had aan bepalingen om vooral ons, de oppositie, te “omkaderen”. Op mijn vragen waarom het schepencollege hetzelfde reglement manifest met de voeten mag treden (en daarmee ook het gemeentedecreet) werd ook al helemaal niet ingegaan. Maar niet getreurd : we mogen onze vragen nu vooraf schriftelijk indienen. Wat bij de eerste toepassing vooral leidde tot ellenlange antwoorden om de “vis te verdrinken”.

Tegen een schimmenspel helpt alleen licht. Ik had het graag letterlijk gezien, via ons voorstel om de raad gewoon op te nemen en op internet uit te zenden. Als dat niet kan, moeten we maar naar andere manieren zoeken om op zijn minst de keuzes waarvoor Essen staat helder te stellen.

+1

+1

Één jaar na de gemeenteraadsverkiezingen. Tijd om even achterom te kijken. Niet om te lang stil te staan bij de campagne, de uitslag of de gevolgen daarvan. Die evaluatie is gemaakt. En het is alleszins een genot om in een sterke fractie van negen raadslid te mogen zijn. Wel om even naar het jaar te kijken waarin het nieuwe college de kans heeft gekregen om „beleid” te maken. Een kans die ze manifest niet hebben gegrepen : het bestuursakkoord bleek een lege doos, en het zogenaamde „planningsjaar” hebben ze vooral gebruikt om beslissingen voor zich uit te schuiven. Zodat nu wellicht alles op een hoopje wordt gegooid en een hutsepot die door enkelen in een achterkamertje wordt bijeen gekookt zonder veel discussie als „enige mogelijkheid” zal worden opgediend. Ik pas alvast om daar een snuifje zout of peper aan te willen toevoegen – ik wil over de fundamentele keuzes meepraten. In een ordentelijk proces. Anders hoeft het hele brouwsel voor mij niet.

2013 is daarmee het meest verloren jaar sinds ik de Essense politiek volg. Wat niet betekent dat hier of daar geen goede stappen zijn gezet, al ging het dan vaak om de afwerking van wat al eerder werd opgestart. Bovendien is blijkt minstens één schepen, Brigitte Quick, nu ze een volwaardig bevoegdhedenpakket beheert ook een meevaller, die actief haar eigen domein opvolgt en met wie het ook voor ons aangenaam samenwerken is. Hopelijk moet ze dat talent in de komende weken niet gebruiken om de slecht verteerbare delen van wat er op het vuur staat door de strot van de eigen achterban en vervolgens de Essenaren te duwen…