Cultura Italiana

Cultura Italiana

Italië heeft het Voorzitterschap van de Europese Unie overgenomen van Griekenland. Daarmee wordt de geschiedenis van de Europese oudheid nog eens dunnetjes overgedaan. De ambitieuze Italianen volgen de veelgeplaagde en wellicht net daardoor bescheiden en efficiënte Grieken op, met grote ambities. Dat belooft zes boeiende maanden, en zoals de recente traditie het wil vond de informele vergadering van de EPSCO-ministerraad meteen tijdens de eerste weken plaats. Niemand die er wat op tegen had om in juli naar Milaan te komen, uiteraard.

Voor mij was het ook het eerste bezoek aan de stad sinds de Retoricareis die het Klein Seminarie traditiegetrouw in 1990 naar Italië leidde. Ik herinner me van toen nauwelijks nog de Duomo, laat staan iets anders dat we er zouden hebben bezocht. Zodat een opfrisweekend na de vergadering wel mocht. Ik greep de kans om Da Vinci’s Laatste Avondmaal (ook bekend van Dan Brown) in de kerk van Santa Maria delle Grazie te bezoeken. Een indrukwekkend kunstwerk met een interessante geschiedenis. Bovendien vond ik de weg naar Como en het bijhorende meer. Het deed me, wellicht niet helemaal verrassend, een beetje aan Genève denken.

Om het geheel cultureel helemaal verantwoord te maken, had ik mezelf op een ticket voor een opera in de Scala getrakteerd. Met een beetje geluk heb ik redelijk betaalbaar van “Le Comte Ory” van Rossini kunnen genieten. Absoluut de moeite waard, al is het een vrij zware opera, opgebouwd rond een verhaal dat de scenarist van FC De Kampioenen er wellicht een beetje over zou vinden : de klassieke aflevering “Het misverstand” werd hier uitgesponnen tot “Het dubbele misverstand”. Met een briljant als nonnen verkleed mannenkoor, dat dan weer wel. In een prachtige zaal met een zeer rijke geschiedenis, dat natuurlijk ook.

Overigens waren er in dé modestad ook solden, maar dat ging blijkbaar aan alle vijf de Pradavestigingen voorbij. En aan enkele van hun collega’s ook. Ik heb er dus geen koopjes kunnen doen. Al knoopt het Italiaans Voorzitterschap wel weer aan met de traditie om een das cadeau te geven aan de bezoekers van de vergaderingen. Een mooie das, noblesse oblige. Al ga ik hem niet meenemen wanneer ik binnenkort terug naar “de laars” trek voor wat vakantie !

Geen gefoefel… Roefel !

Geen gefoefel… Roefel !

Zaterdag stond de 21e Roefel op het programma. De foto’s die de zes jonge Roefelfotografen en ikzelf hebben gemaakt vind je hier – en ik hoop later ook die van Rudi nog toe te voegen. Roefel hield het droog, en gezien de voorspellingen was dat alleszins een meevaller. Zodat alles gewoon kon doorgaan. De kinderen die ik ben tegengekomen leken er alvast van te genieten.

Ik kwam ook Jokke tegen. Die twintig jaar getrouwd was (proficiat, nog eens). Gemakkelijk te onthouden, want ze trouwde tijdens de eerste Roefel, met Roefelburgemeester en al. Over politiek hebben we het niet gehad. Want Roefel en politiek ? Natuurlijk is er geen verband. Of stiekem toch wel. Destijds gebruikten we het feit dat Essen géén Roefel had als breekijzer om het gemeentebestuur te overtuigen dat Essen een jeugddienst nodig had. Ik herinner me een cartoon in “Broer” die het gebrek aan Roefel aanklaagde. Waarbij onze gemeente in schril contrast stond met de Kalmthoutse buren, waar Roefel een groot succes was.

Veel minder abstract natuurlijk dan de nood om een “Jeugdwerkbeleidsplan” op te stellen, al wilden we die jeugddienst toch vooral dáárvoor. Maar concrete zaken verkopen zoveel gemakkelijker dan abstracte. Dat is niet altijd gemakkelijk te aanvaarden : vaak zijn die abstracte zaken objectief belangrijker. Ik blijf dus af en toe proberen om het belang van budgetten en reglementen te benadrukken. Maar soms is er geen ontkomen aan. In het ideale geval kan je het ene aan het andere koppelen. Bij Roefel lukte het perfect. Of hoe politieke krachtmeting van 20 jaar geleden al heel veel kinderen een leuke dag heeft bezorgd.

En Kalmthout… daar vond de laatste Roefel ondertussen erg lang geleden plaats. ’t Kan verkeren !

De vlag gestreken

De vlag gestreken

Het OCMW sluit de deuren van het strijkatelier „Essen Rimpelvrij”. Dat is jammer. Ik heb destijds in de OCMW-raad de oprichting van dat atelier sterk gesteund. Omdat het in een win-win-win-situatie opleverde : het atelier zorgde voor werk, maakte het tweeverdieners of alleenstaanden gemakkelijker om een baan met het huishouden -de strijk, in casu- te combineren, en het zorgde ervoor dat er ook een minder klassiek cliënteel de weg naar het OCMW vond, daarmee de drempel van het Kerkeneind verlagend.

Ik betreur dat het verdwijnt. Al zijn er ondertussen anderen strijkateliers in Essen, wat het minder noodzakelijk maakt om dit vanuit de overheid te organiseren. Maar ondertussen bleek vooral dat de dienstenchequeregels niet erg compatibel zijn met de regels die voor overheidstewerkstelling gelden. Al zou daar misschien met wat creativiteit een mouw aan te passen zijn geweest. Maar in budgettair krappe tijden werd het exploitatieverlies te zwaar om te dragen, ook al ben ik ervan overtuigd dat de maatschappelijke meerwaarde per saldo positief bleef.

Ik blijf er blij mee dat het OCMW tien jaar geleden een voortrekkersrol opnam. En neem bovendien als een erg tevreden klant afscheid. Ik laat het aan degenen die mijn hemden bekijken over om te beoordelen hoe groot het verlies op dat vlak zal zijn…

Worden we wereldkampioen ?

Worden we wereldkampioen ?

De FC zwartgeelrood heeft zich gekwalificeerd voor de tweede ronde van het Wereldkampioenschap. De Rode Duivels hebben niet echt goed gespeeld, maar in deze fase telde alleen de kwalificatie. In de volgende fases overigens ook. Mooi voetbal is meegenomen.

Ik ben niet meteen een groot voetbalfan. De enige wedstrijden die ik gezien heb zijn die van de Belgische ploeg, tegen Algerije (de eerste helft met een half oog), Rusland (vijf minuten voor het einde van de eerste helft beginnen kijken) en Zuid-Korea (de eerste helft zat ik nog in de trein). Het zou wel kunnen dat ik het nu wat meer ga volgen.

Minstens even interessant dan het voetbal vind ik de randfenomenen. Zo verbaast het me dat de supporters van zwartgeelrood zich veel euforischer gedragen dan het spelniveau van hun idolen in de eerste ronde verantwoordt. Is het de lange afwezigheid op een groot toernooi, of de belofte die ontegensprekelijk van dit team uitgaat ? Alleszins doen zich taferelen voor die men eerder na een halve finale of zo zou verwachten.

Ook de discussie over de politieke relevantie vind ik wel boeiend. De belgicisten die zich verward afvragen hoe iemand die een „VL”-sticker op de wagen heeft, of nauwelijks een maand geleden N-VA stemde, of (godbetert) verkozen is voor die partij, nu de driekleur kan voeren. En de flaminganten die zich al even verward dezelfde vraag stellen, om zelf voor oranje of voor „eender wie behalve België” te supporteren – ook al spelen er beduidend méér Vlamingen bij de Rode Duivels dan bij de andere WK-deelnemers.

Voor mij is het raadsel eenvoudig : meer dan ooit is FC zwartgeelrood een voetbalploeg, met een duidelijke binding aan deze streek. De vlaggen die uithangen, al dan niet met Jupilerlogo, hangen daar heus niet ter ere van koning Filip en de zijnen. Daarom werken pogingen om het (voorlopige) voetbalsucces politiek te recupereren helemaal niet.

Niemand vindt het raar wanneer de (vorige) Antwerps burgemeester een rood-witte A draagt en tóch overduidelijk tegen dezelfde kleuren supportert door een paars-wit team te steunen.

Natuurlijk is er een band tussen politiek en voetbal – tenminste, als men die band wíl. Alleen is de band hier ten lande vakkundig doorgeknipt door de marketing rond de “Red Devils” zelf – en door de kiezer/supporter. Als een marketinggenie morgen beslist dat er teveel in het rood spelende ploegen zijn (al valt dat op dit WK dankzij de Zuid-Amerikanen goed mee) en de Duivels beter in het op WK’s unieke paars zouden spelen, dan hangt binnen vier jaar het hele land (hoe dat er dan ook uitziet) vol paarse vlaggen. Wat erg jammer zou zijn voor de politieke analisten met voetbalambities, of voetbalgoeroes die zich op de politiek willen storten.

Ik hoop dat zwartgeelrood het WK wint. Al vind ik eigenlijk Team USA ook sympathiek. Jammer dat ze het tegen elkaar moeten opnemen. Misschien hang ik nog wel een Star Spangled Banner buiten, na 1 juli dan wel. Of de Γαλανόλευκη, want Griekenland zou wel een opkikker kunnen gebruiken. Als supportersvlaggen, natuurlijk.

Wie een put graaft…

Wie een put graaft…

CD&V en sp.a hebben eind december vorig jaar een meerjarenbegroting ingediend met een bewust tekort van 500.000 EUR. Door géén financiering te voorzien voor het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB). Dat is toen onopgemerkt gebleven door uitstel te vragen voor de invoering van het nieuwe BBC-systeem voor het AGB. Om dat mogelijk te maken, was dan weer valsheid in geschrifte nodig : een brief aan de minister namens de Raad van Bestuur, die de beslissing nooit had besproken. Dat doelbewuste tekort van 500.000 EUR werd gisteren op de gemeenteraad niet eens ontkend. De schepen van financiën was nog niet aanwezig toen het probleem werd besproken. Toen het werd gecreëerd – was hij er toen wél bij ?

Er werd alleen „toegezegd” dat het in augustus zou worden bekeken. Waarmee eigenlijk meteen werd toegegeven dat het hele meerjarenplan moet worden overgedaan. Meteen de kans om deze keer ernstig te werk te gaan, en onder meer ook de adviesraden erbij te betrekken ? Natuurlijk niet. Het wordt financieel oplapwerk. Maar of de onverwachte inkomsten van de weekendzone-planbaten en het uitstel van de turnhal gaan volstaan om het gat van 500.000 EUR op te vullen en de verkrotting van de douaneloods te stoppen is nog maar de vraag. En nóg een zwembad sluiten gaat niet. Ik ben benieuwd.

In beeld

In beeld

Voor één keer dan maar. Slechts één van beide personen achter de microfoons op deze foto heeft een Nobelprijs voor Economie gewonnen. De andere heeft dus nog wat werk en moest zich vooralsnog tot het inleiden van de prijswinnaar beperken. Of hoe een kort tripje naar Athene toch bijzonder was voor deze economist…

Roger

Roger

Ik vernam dat oud-OCMW-collega Roger Budin overleden is. Stefaan wees me op dit tekstje dat in herinnering brengt hoe ik in 2006 over mijn liberale mede-raadslid dacht. Ik heb ook nu nog goede herinneringen aan de samenwerking en aan de pittige discussies die we soms hadden. Roger overtuigen dat iemand tóch steun verdiende was geen sinecure. Maar als het wel lukte was ik er meestal ook gerust in dat ik de juiste strijd gestreden had en dat de betrokkene de steun ook verdiende.

Ik denk dat het OCMW hem heeft gemist – als oppositieraadslid had hij erg efficiënt kunnen zijn. Ook de Essense Open VLD had hem nog goed kunnen gebruiken. Maar ik had hem vooral nog geel gelukkige jaren gegund. Ik wens Colette en de kinderen, en al wie hem na aan het hart lag, veel sterkte toe.

Hoewel elk woord er één te veel is

Hoewel elk woord er één te veel is

Ik heb de voorbije twee weken nogal wat avonden in Brussel doorgebracht, om na een late vergadering de trein naar Essen niet meer te moeten nemen. Vijf min of meer opeenvolgende vergaderdagen voorzitten kruipt niet in je kleren. Op het waarom daarvan kom ik nog wel eens terug, als het hele proces afgerond is.

Vorige dinsdagmorgen was ik dus niet in Essen. Maar onze vergadering begon pas in de namiddag. Tussen de voorbereidingen door checkte ik even een nieuwssite. Daar stond het schokkende nieuws dat in Essen een 7-jarig meisje was omgekomen bij een verkeersongeval. Toen ik doorklikte stond erbij dat het ongeval gebeurd was op de hoek van de Molenstraat en de Hofstraat. Even verder surfen leidde me naar foto’s met een ambulance, een afschermingstent. En mijn eigen voordeur.

Genoeg om heel stil van te worden. Hoe onwezenlijk moet het voor de ouders van Nikki zijn geweest om hun kind zo te moeten afgeven. Hoe angstwekkend voor haar vriend(innet)jes om het te zien gebeuren en te beseffen dat de komende zomervakantie er één zonder haar zal zijn. Hoe pijnlijk voor alle betrokkenen.

Het straatnaambord, op een paar stappen van mijn huis, hangt vol met bloemen en knuffels. Het raakt me elke keer als ik mijn eigen deur uitstap. Onmacht gevat in schoonheid en schattigheid.

Ik woon al 42 jaar aan dit kruispunt. Ik heb het zien veranderen. Wie nog 20 jaar verder wil terugkijken kan in dit fragment terecht, van 3:00 tot ongeveer 3:20. Dat ontkracht meteen één mythe : dat kinderen nu minder goed zouden opletten dan vroeger. In het fragment, geregisseerd door een leerkracht (!) lopen kinderen zonder te kijken hier de straat over. Wat is er dan wel veranderd ? Op het eerste gezicht vooral het autoverkeer. Er rijden onnoemelijk veel meer auto’s -en bussen, en vrachtwagens- hier voorbij. Het verkeer is in de loop der jaren stelselmatig toegenomen. Dat heeft voordelen : ik herinner me als kind dat ik af en toe ’s avonds een auto of motorfiets aan sneltreinvaart zonder te stoppen van de Oude Baan de Kloosterstraat hoorde inrijden. Dat gaat nu gewoon niet meer. Maar de nadelen zijn natuurlijk veel groter.

Waar komen die auto’s vandaan ? Er zijn geen scholen bijgekomen in mijn buurt. Ook geen winkels, integendeel. Kinderen worden wel meer met de auto naar school gebracht, maar dat is wellicht meer gevolg van de drukte dan oorzaak (omdat er zo veel auto’s zijn, durft niemand met de fiets rijden, zodat er nog meer auto’s bijkomen).

Wat veranderde er wel in mijn buurt ? Ik denk niet dat het aantal auto’s per bewoner heel sterk is toegenomen. Ik herinner me niet anders dan dat elke buur een auto had. De verkeersroutes doorheen Essen zijn ook niet drastisch veranderd, de Molenstraat is niet meteen de hoofdas. Een drukke fietsweg voor schoolverkeer is het wel. En was het altijd.

Blijft over : de toename van het aantal huizen hier. Er woont gewoon meer volk dan vroeger. Dat is het resultaat van een maatschappelijke evolutie : de algemene bevolkingstoename en de ontstedelijking, bijvoorbeeld. Maar de cijfers voor Essen zijn wel héél uitgesproken : sinds 1970 nam de bevolking met 70% toe. Die stijging heeft óók met beleid te maken. Met ruimtelijke ordening en met woonbeleid. Met de wijk die hier vlakbij werd ingeplant, met de appartementen in -godbetert- de Molenakkerstraat. Beleidsdomeinen waarop ik al jaren voor een trendbreuk pleit. Maar waar het woonbeleidsplan dat vorige maand in de gemeenteraad werd goedgekeurd opnieuw niet het verschil zal maken. De Essense dorpskom, de wegen, de voorzieningen zijn niet op maat van binnen afzienbare tijd 20.000 inwoners.

Neen, de dood van Nikki is niet zomaar iemands schuld. Niet van de chauffeur. Nog veel minder van de ouders. Of van het vrolijke meisje zelf. Gelukkig maar, want de last zou veel te zwaar zijn om te dragen. De straathoek die spontaan tot gedenkplek uitgroeide is ook niet het terrein voor een politieke polemiek. En er is geen eenduidige, eenvoudige verklaring. Een ongeluk is ook altijd gewoon wat het woord zelf zegt : een ongeluk. Er zijn geen eenvoudige oplossingen, al moeten we toch eens nadenken over pakweg het zwaar verkeer in de Essense woonstraten. Maar als ik nog eens tégen het woonbeleidsplan zou kunnen stemmen, ik zou het overtuigd doen. En ik zou toch even moeten denken aan het beertje dat mijn kruispunt nu bewaakt.

Wenen of wenen ?

Wenen of wenen ?

Na de gemeenteraad op de trein richting Brussel om morgen een vroege vlucht naar Wenen te nemen, een presentatie te geven en morgenavond terug in Essen te staan. Veel „Sachertorte” zit er op die manier niet in. Het soort plan dat er op papier goed uitziet, maar waar de uitvoering een „uitdaging” kan worden.

Dat heeft het dan gemeen met het woonbeleidsplan dat we vanavond bespraken en dat ik met overtuiging niet heb goedgekeurd. Hoewel het niet zo’n slecht plan is. Maar de uitvoering schoot al eerder tekort. Het beste bewijs is het bestemmingsplan (RUP) dat wordt aangekondigd om de appartementsbouw in Essen te beperken. Dat wordt immers als zo’n jaar of zeven vooropgesteld, maar het komt er niet van. Dat is geen geval meer van „gewone” administratieve traagheid, hoe ergerlijk ik die op zich al vind. Het is gewoon onwil. Om één of andere reden mocht het RUP wel aangekondigd worden, maar niet opgemaakt. Zodat er ondertussen tientallen appartementen bij konden komen of worden gepland. Waar geen RUP meer iets aan zal veranderen.

Dat vind ik op zich erg voor het landelijk karakter van onze gemeente. Nog erger vind ik dat het ervoor zorgt dat we veel extra inwoners blijven aantrekken. Geen Essenaar vraagt immers echt om een appartement – behalve misschien een aantal jonge gezinnen of alleenstaanden, maar dan als ingroeiwoning. Vaak niet wat er de voorbije jaren werd gebouwd. Dus trekken we nieuwelingen aan. Die zijn elk op zich van harte welkom. Maar Essen is niet berekend op ongebreidelde bevolkingsgroei. Zoals Brigitte Quick terecht opmerkte zijn onze hoofdstraten nu al te smal voor al het verkeer. En de „oase van rust” gaat er ook stap voor stap aan.

Ook over het sociaal woonbeleid zijn er vragen te stellen, met name (maar niet alleen) over de timing en fasering. Waarvoor de ministers en de sociale woonmaatschappijen met de vinger werden gewezen door het schepencollege. Als ik een slecht karakter had zou ik het raar vinden : eerst Essen vol affiches plakken met de kop van de voorzitter van de belangrijkste sociale woonmaatschappij die in Essen actief is, en hem dan twee dagen na de verkiezingen verwijten sturen.

Ach, zolang de NMBS me vanavond maar netjes ter plaatse brengt. Anders moet ik die andere affichekop, die van de stationsJef, misschien eens aanspreken (leuke, opvallende en gedurfde campagne, trouwens – het weze gezegd). Tot nu toe verloopt alles evenwel volgens plan…

Non bis in idem ?

Non bis in idem ?

Deze verkiezingsuitslag doet me een beetje aan de Essense gemeenteraadsverkiezingen van 2012 denken. De N-VA, in casu weliswaar niet geholpen door PLE, eet een groot stuk van de oppositie op, maar slaagt er niet echt in om ook gaten in de meerderheid te slaan. Die twee combineren was geen gemakkelijke opgave, maar volgens mij had het wel kunnen werken, zonder de „angstcampagne” die vooral sp.a (inhoudelijk begrijpelijk) en CD&V (alleen geïnspireerd door machtsbehoud) de voorbije weken voerden. Dat betekent dat er dus nog meer inzat voor De Wever. Wat geen afbreuk doet aan de gigantische overwinning. In 2009 schreef ik hier dat het zijn historische verdienste is om het Vlaams-nationalisme uit de handen van Dewinter te hebben gered. Die operatie nadert zijn voltooiing. Dat dit op de verkiezingsavond ook door Guy Verhofstadt werd erkend, zegt veel over De Wever. En ook iets over Verhofstadt.

Gelukkig kan een meerderheid in de Wetstraat, in tegenstelling tot het Heuvelplein, niet in 5 minuten worden gevormd. Dat maakt dat De Wever zijn troefkaarten wel kan uitspelen. Hij heeft er wel een aantal. Zo is op alle niveaus een centrum-rechtse meerderheid mogelijk. Het vertrouwen in De Wever in eigen rangen is naar democratische normen gigantisch. Iedereen wil ook redelijk snel gaan, maar om de N-VA er geloofwaardig af te rijden en niet de indruk te wekken dat ze de partij geen kans hebben gegeven zouden met name CD&V en Open VLD heel wat tijd nodig hebben. En in die tijd moet De Wever ook nog fouten maken. Als dat niet lukt, dan creëren ze een sterk draagvlak voor N-VA om vijf jaar lang aan hún basis te gaan knabbelen, nu die van het VB weg is. Vijf jaar is een eeuwigheid. To ze voorbij zijn. De Wever wil zelf ook niet noodzakelijk naar de 16, wat maakt dat hij de sleutel daarvan kan gebruiken om pakweg Didier Reynders over de streep te trekken.

Maar ook Di Rupo heeft een aantal goede kaarten. De „grootste familie” mag dan al een gedeeltelijk fictief concept zijn (niet elke kiezer voor de sp.a is ook een overtuigd PS-kiezer, en vice versa), en bovendien gebaseerd op het kiesstelsel en niet op de stemmen, de zetels zijn er natuurlijk wel. Centrum-rechts heeft zowel in de parlementen als in de machtsstructuren in het zuiden een zwakke basis. MR en CdH moeten bovendien ook een bocht maken om toch met N-VA in zee te gaan. De PS heeft op links ook minder schade geleden dan te voorzien of te vrezen viel. En de wil om te regeren blijkt sterk bij alle zes de partijen van de zittende meerderheid.

Twee mogelijke uitkomsten liggen op tafel : de tripartite Di Rupo, of centrum-rechts. Het kan en zou best snel gaan. Hoe langer het duurt, hoe groter de kans op andere, meer ingewikkelde constructies. En hoe dwingender het „staatsbelang” wordt. De visie daarop ziet er langs Franstalige kant wellicht nog altijd hetzelfde uit : het objectieve staatsbelang is een regering zonder N-VA. Maar wordt dat beeld aan Vlaamse kant nog algemeen gedeeld ? Indien niet, dan volstaat zelfs dat argument niet meer. Dan zijn we misschien wel weg voor méér dan 541 dagen…

Tenslotte. De vreugde bij CD&V over het feit dat de partij de twééde grootste van Vlaanderen is, met maar iets meer dan 10% van de stemmen minder dan de grootste partij, is redelijk opmerkelijk. Generaties christen-democraten hadden zich dat ongetwijfeld nooit kunnen voorstellen. En dat op links de sp.a niet van een uitgesproken socio-economische campagne kan profiteren en de (onmiskenbare) progressieve groei aan Groen moet laten moet ook bij de sociaal-democraten vragen oproepen.