Autoriteit

Autoriteit

Verordening 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad richt de Europese Arbeidsautoriteit op, beter bekend -zo gaat dat- onder de Engelse naam European Labour Authority, of -zo gaat dat- onder de afkorting ELA.  ELA Is het resultaat van naar Europese normen supersnelle besluitvorming : Jean-Claude Juncker stelde de oprichting ervan voor in zijn “State of the Union” speech op 13 september 2017.  Zelfs voor veel ingewijden kwam het voorstel toen als een verrassing; het is dus niet zo dat het idee al lang ergens lag te “rijpen”.  Dat maakt het nog opmerkelijker dat er zo snel overeenstemming over kon worden gevonden.  Zodat Juncker zelf het lint bij de openingszitting van de Raad van Bestuur nog kon doorknippen.

ELA komt er om eerlijke arbeidsmobiliteit in de interne markt van de EU te bevorderen.  Dat betekent dat ELA mee moet zorgen voor duidelijke, toegankelijke en transparante informatie voor alle werkgevers en (potentiële) werknemers die grensoverschrijdend willen werken.  Daarnaast moet ELA helpen om regels voor dat grensoverschrijdend werken effectief te handhaven, vooral door de samenwerking tussen de inspectiediensten en de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken.  Dat is een korte omschrijving, maar er schuilt uiteraard een pak werk achter : als een bedrijf uit Estland mensen tewerk wil stellen in Duitsland, dan moet het (delen van de) de Duitse regelgeving naleven.  Dus moet het die kunnen terugvinden, en ook de betrokken werknemers moeten kunnen vinden waarop ze recht hebben.  En in geval van twijfel moet de Duitse inspectiedienst informatie kunnen inwinnen in Estland.  Eventueel moet er zelfs een gecoördineerde of gezamenlijke inspectie kunnen plaatsvinden.

In een gemeente als Essen kunnen we er ons iets bij voorstellen : we kennen hier al jaren veel grensarbeid, en de juiste regels daarrond zijn niet altijd even gemakkelijk.  In de grote Europese eenheidsmarkt is het uiteraard allemaal nog ingewikkelder, en is ook de kans dat het misloopt groter.  Ook dat zien we soms bij ons, natuurlijk : de werknemers van elders die hier soms moeten leven in slechte omstandigheden, en waarbij oneerlijke concurrentie wordt gecreëerd.  Anderzijds : probeer als eerlijk bedrijf vanuit een ander land maar eens exact te weten aan welke regels bij ons en in Nederland moet worden voldaan, als je in de grensstreek wil werken.

Om de oprichting van ELA voor te bereiden werd ook een adviesraad opgezet.  Ik mocht daar deel van uitmaken.  Dat was niet altijd eenvoudig, omdat we ons werk moesten doen terwijl nog volop werd gediscussieerd over wat en hoe ELA zou moeten doen.  Zelfs de naam was voorwerp van discussie.  En de vestigingsplaats, natuurlijk, waarbij de keuze uiteindelijk op Bratislava viel.  Dat maakte onze discussies soms een beetje abstract, terwijl de discussies over de verordening zelf, zoals dat altijd gaat, tot in de details gingen.  Daarbij werd ook beslist hoe ELA er in de praktijk zal uitzien : eens de Autoriteit volledig operationeel is, zullen er 144 mensen werken, met een budget van 50 miljoen EUR.  Ter vergelijking : dat budget is ongeveer het dubbele van het Essense gemeentebestuur, het personeelsbestand is niet iets kleiner dan het Essense.

Met de oprichting en dus ook het einde van de adviesraad had mijn ELA-activiteit er kunnen opzitten, maar dat bleek niet het geval.  Ik kreeg het voorrecht ook het Belgische zitje in de raad van bestuur op te nemen.  En op de tweede vergadering daarvan, vorige dinsdag in Bratislava, ben ik ook tot de eerste voorzitter van die raad van bestuur verkozen.  Ik doe dat graag, proberen consensus te creëren en diverse achtergronden en inzichten op één lijn te krijgen.  En ik vind het bijzonder boeiend om te zien hoe een structuur van nauwelijks enkele mensen (formeel zijn er nu drie in dienst) die nu nog in andermans kantoren zit binnen enkele jaren moet uitgroeien tot een slagkrachtige Autoriteit, die naam waardig.

 

Grand cru européen

Grand cru européen

Vandaag eindigt het mandaat van Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en van zijn team. En ook Europees Raadspresident Donald Tusk geeft de fakkel door. Als Europeaan, maar ook als in sommige opzichten bevoorrecht waarnemer, vind ik dat beiden uitstekend parkoers hebben gereden. De stijl van Juncker mag dan niet iedereen aanspreken, maar hij heeft de Commissie met vaste hand geleid, en samen met Tusk binnen Europa het politiek leiderschap opgenomen dat we in veel nationale regeringen soms ontbreken. Samen met Merkel zijn Juncker en Tusk ook zowat de enige democratische leiders die tegen die andere Donald, de heer Trump, durfden in te gaan. Natuurlijk zat niet elke beleidsmaatregel even goed, maar aan politieke moed – en gelukkig ook humor en zelfrelativering – heeft het beide nooit ontbroken. Juncker’s eigen bilan in Politico vandaag is lezenswaardig.

Juncker had ook een sterke ploeg commissarissen. Met name Margrethe Vestager deed uitstekend werk als waakhond over concurrentie op de Europese markten – met haar bleek de Europese Commissie mondiaal de sterkste autoriteit op dit vlak. Frans Timmermans als rechtlijnig verdediger van de mensenrechten en de democratie heb ik ook altijd kunnen waarderen. En onze eigen Marianne Thyssen kan een uitstekend palmares voorleggen op het domein dat ik het beste ken, dat van werk en sociale zaken. Haar toewijding aan haar werk heeft vaak indruk op me gemaakt – ik heb urenlange vergaderingen gezien waar niemand van begin tot einde aandachtig was, op Thyssen na. Haar terreinkennis, maar ook haar menselijkheid en bescheidenheid evenzeer. Ze heeft het grootste deel van haar politieke carrière aan de EU besteed, aan het Europees Parlement en de Commissie. Ik vermoed dat ze meer bereikt heeft dan ze had kunnen doen in pakweg de Wetstraat 16, ook al zou ze ook dat wellicht uitstekend hebben gedaan.

In de Berlaymont neemt Ursula von der Leyen over, die ik een aantal jaren geleden leerde kennen als een geëngageerde minister van werk. In de Justus Lipsius zal zowaar Charles Michel plaatsnemen. Die net als Tusk voor hem boven zichzelf zal moeten uitgroeien om zijn taak tot een goed einde te brengen. In de Commissie zitten nog een aantal “bekenden” voor mij, want minister van werk zijn blijkt een uitstekende opstap naar de Commissie. Ook de ploeg van VDL heeft een groot potentieel, maar Ursula zal zelf moeten bewijzen dat ze haar handen even vuil durft maken als Juncker dat deed. Terwijl die bij een onvermijdelijk glas wijn kan terugblikken.

Onvoorstelbaar

Onvoorstelbaar

Een gemeenteraad voor de geschiedenisboeken zal het wel niet zijn geweest, gisteren. Toch vond ik hem om allerlei redenen leerzaam…

Zo hebben we unaniem het voorstel goedgekeurd om in te tekenen op de kapitaalverhoging van Publi-T. We hebben dus 275.000 EUR belastinggeld van de Essenaren belegd. Waarvan naar schatting 99,9% geen idee heeft wat Publi-T is. Ik ben als enige tussengekomen, en niemand heeft me tegengesproken. Dus vond iedereen dat ik gelijk had – dat is nu eenmaal de logica van besluitvorming in een politiek orgaan.

Ik heb het volgende gezegd : „We weten allemaal waarom we in dit land meer betalen voor energie dan in de buurlanden : omdat de gemeentebesturen worden gefinancierd door dit soort dividenden. Dat is dus eigenlijk een belasting : onze inwoners betalen meer voor hun energie, en wij krijgen dat geld. Het is bovendien geen goede belasting, want we weten allemaal dat wie een hoger inkomen heeft in verhouding minder aan energie betaalt dan wie een lager inkomen heeft, en dat is tegen elk principe van eerlijke belastingen. Om de belasting te kunnen innen moeten we bovendien, zoals vandaag wordt voorgesteld, geld van de burger beleggen, in plaats van het gewoon terug te geven. Het probleem is natuurlijk dat we er niet eenzijdig kunnen uitstappen : dan blijven de Essenaren betalen, maar wij ontvangen niets meer. We gaan dit goedkeuren, maar blijven hopen dat dit ooit eens ten gronde wordt opgelost.”

Geen enkele vertegenwoordiger van één van de nationale politieke partij voelde zich geroepen om meteen te zeggen dat ze het in één van de parlementen gingen aankaarten.  Dat is nochtans geen principiële houding, want tegen mijn voorstel om een huisaankooppremie in te voeren kwamen alleen maar argumenten die erop neerkwamen dat het Vlaamse beleid verkeerd zit.

Of dat nu zo is of niet, het ontslaat Essen niet van de eigen verantwoordelijkheid. En verantwoordelijkheid is niet gratis. Hopelijk kunnen we zoals afgesproken de discussie eens voeren in een commissie zonder dat we (een weliswaar verbeterde versie van het) Vlaams Parlement proberen te zijn.

Een ander voorstel dat ik vorig jaar mee indiende kreeg overigens ondertussen wel uitvoering.  Het Jeugdheem heeft een nooduitgang.  Dat in de communicatie niemand het nodig vond om de link te leggen met ons voorstel (zelf zullen we dat uiteraard wel doen) is frustrerend, maar veel minder belangrijk dan het feit dat die nooduitgang er dus echt is gekomen.  Met dank aan iedereen die mee aan de kar heeft getrokken.

En tenslotte werd het voorstel van Joris en Dirk om tussen te komen in de kosten voor security bij evenementen (in de eerste plaats jeugdfuiven) koudweg weggestemd.  Daarbij werd zelfs niet nagelaten om de Jeugdraad voor de kar te spannen.  Die had in een advies aangegeven dat het voorstel in het geheel van de subsidieregeling moest bekeken worden – om zo te vermijden dat de ondersteuning van security ten koste zou gaan van andere subsidies.  Dat vonden wij ook logisch, dus stelden we voor om uitdrukkelijk vast te stellen dat de subsidie bovenop de andere zou komen.  Dat werd dan weggestemd, want het was tegen de wil van de Jeugdraad.  Dit zou ik als Jeugdraadbestuurder een dikke twintig jaar geleden niet hebben gepikt.  Benieuwd wat de huidige generatie ervan denkt…

Neen toch

Neen toch

De belangrijkste beslissing die de gemeenteraad in de loop van de legislatuur moet nemen is in principe de vaststelling van het Meerjarenplan.  Daarin worden voor zes jaar de doelstellingen en plannen van het gemeentebestuur gedefinieerd.  De belangrijkste taak van het schepencollege is om die beslissing voor te bereiden – en nadien de hoofdverantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de beslissing op te nemen.  Het Meerjarenplan komt op 16 en 18 december in de gemeenteraad.  Als laatste fase in de voorbereiding wordt vanaf deze week teruggekoppeld naar de gemeenteraadscommissies en de adviesraden.

De commissie Openbare Infrastructuur beet de spits af, en hoewel ik daar geen lid van ben heb ik het eerste uur van de vergadering bijgewoond, om nadien naar de Algemene Vergadering van de vzw Kobie te gaan.  Dat uur bleek voldoende om zeer teleurgesteld te zijn.  We kregen een Powerpoint voorgeschoteld met de “grote lijnen” van het MJP.  Die bleken vooral te bestaan uit het herhalen van de vrome wensen, vage ideeën en slogans over wat zou moeten zijn uit het bestuursakkoord.  Dat daar een jaar tijd werd ingestoken is niet echt geloofwaardig – het had ook op twee weken in januari kunnen gebeuren.  Er stonden bovendien zaken op de slides waarvan men niet eens kon uitleggen wat ze betekenen.  Zucht.

De concrete, operationele plannen werden op een drafje voorgelezen.  Ze werden niet op papier gezet en opgestuurd omdat wij (degenen die ze moeten goedkeuren) ze anders “verkeerd zouden interpreteren”.  En de details van de plannen kregen we ook niet, die zouden dan later uit het hele Meerjarenplan blijken.  Op die manier ernstig van gedachten wisselen is uiteraard onmogelijk, het voorstel van Meerjarenplan op zijn waarde beoordelen kan ook niet.  Dat wij als gemeenteraadsleden zo behandeld worden is beledigend en onaanvaardbaar, dat de adviesraden hetzelfde lot te beurt zal vallen is schandalig.  Anders kan ik het helaas niet uitdrukken.  Maar het zal wel goedgekeurd worden, zeker.  Waarna we in de gemeenteraad -en ook in de adviesraden- geacht zullen worden om zes jaar te zwijgen, want “alles staat in het Meerjarenplan”.  Hoe jammer voor Essen.

Hoog bezoek

Hoog bezoek

In de traditionele hiërarchie van de christelijke patriarchen staat die van Rome (beter bekend als de paus) op één.  De patriarch van Constantinopel staat op twee, en dan volgen die van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem.  De paus heb ik nog nooit in levende lijve ontmoet, maar de nummer twee bracht de voorbije week een bezoek aan de Benelux, en dus zijn we zaterdag nog eens naar de (orthodoxe) Kathedraal van de Heilige Aartsengelen getrokken in Brussel.  Voor een vesperviering, waar net als in het voorjaar ook kardinaal De Kesel aanwezig was.

Het bezoek van “Zijne Alheiligheid de Aartsbisschop van Constantinopel, Nieuw Rome en Oecumenisch Patriarch” vond plaats ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het orthodoxe aartsbisdom.  Want tussen de nummer één en twee op de lijst gaapt uiteraard het schisma van 1054.  Sindsdien zijn er twee kerken die zich de „ene heilige katholieke en orthodoxe kerk” noemen – desondanks kent iedereen de ene als de katholieke en de andere als de orthodoxe kerk.  En hoewel beiden de formele hiërarchie erkennen, met de patriarch van Rome als „primus inter pares”, verschilt sindsdien hun mening over wat dat juist inhoudt.

Omdat de band met Rome dus verbroken is, is sindsdien de patriarch van Constantinopel de eerste onder de orthodoxe patriarchen.  Daar ontleent hij niet zo veel formeel gezag aan – het zou nogal vreemd zijn als de grootste tegenstanders van het pausschap een paus zouden aanstellen, uiteraard.  Maar moreel gezag heeft patriarch Bartholomeus wel, ook al omdat hij de functie ondertussen al 28 jaar uitoefent.  En (veel) verder kijkt dan de kleine gemeenschap gelovigen die hij in Istanboel overhoudt nadat de Grieken (en bij uitbreiding alle christenen) daar in enkele opstoten de voorbije 100 jaar werden verdreven.

Zo staat Bartholomeus bekend als de „groene patriarch”, een feit dat ook metropoliet Athenagoras van de Benelux in herinnering bracht zaterdag.  Dat deed hij in een drietalige toespraak, en ik vermoed andermaal dat ik één van de weinigen was die zowel het Nederlands, het Frans als het (dominante) Grieks kon volgen.  Ook al sprak hij in een op straat nooit gebezigde formele en verouderde variant van het Grieks – het klonk alsof iemand in het Frans voortdurend de passé simple en de subjonctif passé zou gebruiken, of inderdaad alsof de taal die je bij ons in oude kerkteksten terugvindt plots in een toespraak zou belanden.  De patriarch antwoordde in een veel natuurlijker klinkend Grieks, en een zeer aanvaardbaar Frans.  Dat hij zich onthield van enig fonetisch pausaardig Nederlands kan hem verder alleen ten goede worden geduid.

We zaten een dikke drie meter van de patriarch verwijderd – nog iets dat met de nummer één op de patriarchenlijst geen evidentie zou zijn, en zagen een mooie en naar orthodoxe doen korte viering.  De langere versie was voor zondag, maar die dag hebben we aan het vieren van onze eerste huwelijksverjaardag besteed.  Met mijn ouders en onze getuigen, en zonder patriarch.  Het was dan ook de verjaardag van ons burgerlijk huwelijk – onze „tweede” huwelijksverjaardag volgt zondag.  Kwestie van de teller wat sneller te laten lopen…

En patriarch Bartolomeus ? Die ging een tiental dagen lang netwerkend van parochie tot parochie en van koningshuis tot koningshuis.  Gelukkig vond hij ook tijd voor een wandeling in de bossen van de Ardennen.

Ere wie ere toekomt

Ere wie ere toekomt

De gemeenteraad van vorige week dinsdag was er geen om in te kaderen.  Een oppositievoorstel tegelijk claimen omdat het ook in je eigen verkiezingsprogramma stond en dan toch afwijzen omdat het wel goed is maar dus van de oppositie komt, het levert theater op waar toekomstig CD&V-voorzitter Walter De Donder niet aan kan tippen.  En zo zaten er nog enkele momenten in de vergadering van deze raad.

Je zou bijna beschaamd zijn om net door die raad in die zitting te worden voorgedragen tot ereburgemeester, en benoemd tot ereschepen.  Dat doet echter niets af aan de verdienste van de geëerden.  De tomeloze inzet van Frans Schrauwen voor Essen, het enthousiasme van Jokke Hennekam en de jarenlange trouwe dienst van Imelda Schrauwen hoeven niet te worden betwijfeld, en ik heb dus ook overtuigd voor hun eretitels gestemd.  Natuurlijk zijn er mensen die dat soort eerbetoon niet nodig vinden.  Dat is het ook niet echt, maar het is goed om een formele blijk van waardering uit te spreken.  Dat Jokke ook openlijk bij degenen hoort die het niet echt een noodzaak vinden, die eretitel, plaatst hem op zich al genoeg in perspectief.  Tezamen met het feit dat de diensten er niet in slaagden mij een lijstje te bezorgen van wie er zich nu eigenlijk allemaal ereschepen mag noemen in Essen.  Zo héél veel eer hangt er nu ook weer niet aan vast.  En dus is het wel goed zo.

Zoals in de raad gebeurde kan de vraag ook gesteld worden naar criteria voor dit soort eretitels.  Dat heeft voordelen, want je haalt ze wat uit de politieke sfeer.  Nu lijkt het er toch een beetje op dat een zittende meerderheid vooral de eigen oud-gedienden wil belonen.  Het heeft ook nadelen, want het automatisme haalt een stuk van de beoordelingsruimte weg.  Ik ben er zelf ook niet helemaal uit.  Bovendien wordt door alleen ex-leden van het schepencollege te eren het belang van de gemeenteraad, en met name van een sterke democratische oppositie, niet echt gewaardeerd.  Maar of dat dan ook tot ereraadsleden moet leiden, daar ben ik ook niet echt uit.  Gelukkig maar dat het niet allemaal zo heel belangrijk is.  Laat ik het maar gewoon houden op een dank u en op felicitaties voor Frans, Jokke en Imelda.

Vrijheid

Vrijheid

Dit weekend wordt het uitgebreid gevierd : 75 jaar geleden werd Essen bevrijd.  Daarmee kwam er nog geen einde aan de Tweede Wereldoorlog, maar wel aan de bezetting van onze gemeente door het naziregime.  Een regime dat heel Europa in de oorlog had gestort.  Een regime ook dat uniek was in zijn moorddadige logica, vooral omwille van de holocaust.  Net die unieke slechtheid doet ons soms vergeten dat de NSDAP in Duitsland ook een kind van zijn tijd was.  De jaren 1930 waren een tijd van politieke polarisatie, die kansen gaf aan totalitaire regimes.  Die misschien zonder de persoonlijkheid van Hitler (en Stalin) niet tot een grootschalige oorlog zouden hebben geleid – en dan misschien ook niet tot een grote “bevrijding”.  De dictators hadden ook van het Francotype kunnen zijn : tevreden met de almacht in eigen land.  Zelfs Mussolini zou zijn ambities ongetwijfeld sterk hebben ingeperkt zonder het bondgenootschap met Hitler.  Als je de geschiedenis van na 1918 zichzelf laat herhalen, leidt die volgens mij hoogstwaarschijnlijk opnieuw tot een totalitair regime in Duitsland.  Maar mogelijk beperkt dat zich militair tot grensconflicten met Polen en Tsjechoslovakije.  En tot een latent antisemitisme in plaats van tot de ongebreidelde jodenvervolging die we nu hebben gezien.

Uiteraard omvat de herdenking van de bevrijding ook de waarschuwing dat het niet opnieuw mag gebeuren.  Natuurlijk geldt dat voor een Hitleriaans regime.  Maar ook voor de meer bescheiden -ik schreef bijna “beschaafde”- totalitaire regimes die in de jaren 1930 opgang maakten.  Ik zie geen modern Westers staatsapparaat zomaar in handen vallen van een gek als Hitler – wat niet betekent dat we er niet voor moeten opletten.  Maar een meer terechte schrik is die voor semi-autoritaire tot grotendeels-autoritaire regimes.  Voor de schaal die wellicht bij Orban begint en dan Erdogan, Putin en pakweg de Chinese leiders omvat.  Geen volstrekt illegitieme regimes – ze zijn wellicht allemaal op een echte meerderheid bij de bevolking gebaseerd.  Niet helemaal zonder “checks en balances” : de burgemeester van Boedapest en Istanboel komen uit de oppositie, en zelfs de opstand in Hong Kong wordt niet zomaar volledig neergeslagen.  Maar ook niet echt democratisch, niet echt vrij.  Met nog wat afstand tegenover Franco en Tito, en dus zeker tegenover Hitler en Stalin.

De bevrijding van 1944-1945 was in West-Europa ook de bevrijding van die politieke tendens – al heeft het soms tot in de jaren 1970 geduurd om die te voltrekken, en in Oost-Europa tot in 1990.  Een tendens met verschillende oorzaken, maar die ook te maken had met polarisatie.  Met wat vandaag in de VS “identity politics” wordt genoemd.  Waarbij mensen geen ideeën meer “hebben”, maar “zijn”.  Waar je alleen nog helemaal “links” of “rechts” kunt zijn.  Waar er vanuit wordt gegaan dat wie voor een beperking op vuurwapens is meteen ook voor ingrijpende maatregelen voor het klimaat moet zijn.  Voor het recht op abortus, voor de sociale zekerheid.  Voor alles wat Bernie Sanders doet en denkt, en tegen Donald Trump.  En andersom, dat wie rechts is daar allemaal volledig tegen moet zijn, en alle onzin die Trump uitkraamt, of alle stommiteiten die hij doet dan ook maar goed moet vinden, in naam van het hogere doel maar vooral van de eigen groep.

Zo ver is het bij ons nog niet helemaal, maar hoe langer hoe meer wordt er hier verondersteld dat je het of over alles eens bent met pakweg Jean-Marie Dedecker, of met Peter Mertens.  Dat een Vlaams-nationalist tegen klimaatmaatregelen moet zijn, vóór een harde aanpak van migratie en vóór op de beste leerlingen gericht onderwijs, pakweg.  Terwijl wie mee stapt voor het klimaat eigenlijk meteen ook mee opkomt voor hogere belastingen, een unitair België, een gelijkschakelend onderwijs en open grenzen.  Zo’n politiek klimaat kan mee voeding geven aan totalitaire regimes, waarin iedereen ofwel het regime volgt, ofwel helemaal niet – en er voor de andersdenkende geen of weinig plaats is.  Zonder te willen idealiseren (de Koude Oorlog was natuurlijk ook polariserend) heeft de bevrijding van 1944-1945 Europa ook mee van een dergelijk polariserend politiek klimaat verlost.  In de hoop dat het nooit meer terugkomt.

Quand tu chantes, je chante avec toi liberté
Quand tu pleures, je pleure aussi ta peine
Quand tu trembles je prie pour toi liberté
Dans la joie ou les larmes je t’aime

(Foto : Eerste Engelse tank in Essen – Bron : Essen in Beeld, foto uit de doos van Angelina Van Ginneken, foto genomen door Mr Van Groningen)
Eén jaar later

Eén jaar later

14 oktober.  Eén jaar na de gemeenteraadsverkiezingen.  Een mooie dag voor de democratie, en mooie dag ook voor N-VA/PLE.  En daarmee ook voor mijzelf.  Ik herinner me het ongeloof en de vreugde om de twee stemmen en de ene zetel verschil.  Maar ook het besef dat we daarmee nog niet de kaarten in handen hadden.  Wat de zoete smaak van de overwinning toch een beetje bitterzoet maakte.

De dagen nadien werd die bittere smaak sterker.  Dat was uiteraard het gevolg van de coalitievorming, en dan vooral de rol die de sp.a daarin speelde.  De toezegging vóór de verkiezingen om na twaalf jaar coalitie met CD&V niet automatisch terug met die partij in zee te gaan en de eerste gesprekken lieten ons vermoeden dat er op zijn minst ernstig kon worden gesproken.  Maar daaraan werd dan plots abrupt en zonder goede verklaring een einde aan gemaakt.  Ik vond en vind dat we een fatsoenlijke uitleg verdiend hadden.  Eén die steekhield.  Ik blijf ervan overtuigd dat er inhoudelijk een sterk verhaal kon worden geschreven.  En dat de “argumenten” die we kregen of opvingen ofwel absoluut geen steek hielden, ofwel ook al vóór de verkiezingen bekend waren (de nationale N-VA was op 13/10 dezelfde partij als op 15/10; daarmee niet willen samenwerken is onverstandig maar legitiem – maar als je dat vindt moet je dat ook vooraf durven zeggen).   Misschien kan er nu, een jaar later, nog eens een toelichting vanaf.  Tussen mensen die ernstig met lokale politiek bezig zijn en (zouden moeten) beseffen dat ze elkaar op één of andere manier altijd “nodig” zullen hebben, moet dat toch kunnen ?

Ik blijf er ondertussen van overtuigd dat belangrijke beleidsbeslissingen die het voorbije jaar genomen zijn er met een andere meerderheid ook anders zouden hebben uitgezien.  En dat geldt wellicht ook voor het meerjarenplan dat ondertussen nog altijd in opmaak is (een dynamisch bestuur zou dat vóór de zomer hebben afgeleverd, overigens).  Verkiezingen maken wel een verschil – en coalitie-onderhandelingen ook, dus.

Nu, het blijft bijzonder aangenaam om samen te werken in een tienkoppige, sterke fractie.  Dát resultaat nemen ze ons in elk geval niet af.  Zodat één jaar na 14 oktober toch vooral een feestelijke herinnering blijft.

Plantage

Plantage

Het is een traditie geworden, de jaarlijkse wandeling met N-VA/PLE in Essen of omstreken.  We -in casu Josée Van Doren, die steevast de bestemming uitkiest- gingen we het ook dit jaar niet ver zoeken.  We bezochten het landgoed “Wouwse Plantage”, op een steenworp van Hoek.  Eigenlijk was het brandweermuseum aldaar ons eerste doel, maar ook de andere gebouwen zijn het bekijken waard.  En de wandeling door de omliggende natuur, nabij het vliegveld, was dat zeker ook.

Het gebied heeft trouwens zeker zoveel banden met onze kant van “de meet” als met de overkant : zo werd het in 1848 gekocht door de Antwerpse bankier De Caters, die nog burgemeester van Berchem is geweest.  En eigenlijk is het ook daarna in handen van landgenoten gebleven.  Het meest intrigerende gebouw vond ik de voormalige herberg die nu als woning wordt gebruikt. De stijl deed me aan pakweg de Baltische landen denken, maar ik kan er helemaal naastzitten.  Volgens onze dorpsgids Maria Gommeren, die ons zoals steeds voortreffelijk rondleidde, had het nog als paviljoen gefungeerd op de wereldtentoonstelling in Antwerpen.  Maar een korte opzoeking op het internet leerde me niet welk paviljoen het dan was, en ook niet om welke tentoonstelling het ging.  Er moet toch nog meer te vinden zijn over dit bijzondere bouwwerk, denk ik dan.

Laat dat overigens vooral geen afbreuk doen aan mijn waardering voor het brandweermuseum zelf.  De collectie is indrukwekkend voor een klein museum, en wordt door een beperkte groep vrijwilligers piekfijn onderhouden.  Een aanrader dus, al dan niet in combinatie met een wandeling door de Plantagebossen.  Individueel bezoeken kan af en toe, een groepsbezoek kan je vastleggen bij de Roosendaalse VVV.

En zo moest ik nog maar eens vaststellen dat ik de Essense omgeving eigenlijk niet echt goed ken.  Wat natuurlijk meteen ook het plezier inhoudt dat ik nog veel kan bijleren !

Ode aan Hoek

Ode aan Hoek

Jij bent toch afkomstig van Essen-Hoek ?” – „Neen, toch niet. Maar mijn ouders wonen daar.” Ik heb de voorbije 19 jaar regelmatig die conversatie gevoerd. Zelden met mensen die écht van Hoek afkomstig waren, want die wisten natuurlijk hoe de vork in de steel zat. Maar 19 jaar geleden zijn mijn ouders inderdaad naar Hoek verhuisd. Ik ben hun buren en bij uitbreiding de hele wijk heel dankbaar dat ze zo welkom mochten zijn in het mooiste stukje Essen.

Ze hebben genoten van de wijk. Maar nu zijn ze wel terug naar Essen verhuisd. Naar de Kapelstraat. Het grote huis in de Bergsebaan met de mooie tuin was wat té groot geworden. En het appartement dat te koop stond was een buitenkans. Desalniettemin bleef het een moeilijke beslissing. Ze laten ook een stukje hart achter in Hoek, en blijven Hoekenaren. En ook ik blijf dus toch een beetje van Hoek „afkomstig”.

Omwille van de verhuis ben ik de voorbije weken ook nog wat frequenter van en naar Hoek gereden. Dat heeft me ook nog eens met het schandaal geconfronteerd dat er zomaar door het rode licht wordt gereden. Vier jaar na de plaatsing van het licht lukt het nog altijd niet om de naleving ervan te controleren. Ik kan de uitleg daarvoor (bijvoorbeeld naar aanleiding van de niet-aflatende vragen van Anne Somers in de gemeenteraad) eigenlijk niet meer aanhoren. Het is gewoon knoeiwerk, en de burgemeester is daarvoor verantwoordelijk. Punt. Ik wil me dan ook excuseren bij de mensen van Hoek dat ik de plaatsing van dat licht mee heb goedgekeurd. Als ik had geweten dat het niet effectief gecontroleerd ging worden, had ik dat niet gedaan. Want nu is de remedie erger dan de kwaal – voor die kwaal had ik trouwens destijds wel gewaarschuwd : de Moerkantsebaan is een bijzonder mooi aangelegde racebaan geworden…

Toch niet alles peis en vree, dus. Ben ik nu zo veel Hoekenaar geworden dat ik nu ook het latente gevoel van achterstelling al heb overgenomen ? Dat laat ik aan andermans oordeel over. Maar aan de mensen van Hoek zeg ik toch graag nog eens uitdrukkelijk „dankjewel” !