Hooglied

Hooglied

Het zal voor velen niet anders zijn : het stukje muziek dat ik het eerst en gedurende jaren ook het meest als „Grieks” identificeerde, het stukje muziek dat Griekenland belichaamt, is de „Sirtaki”.  Dat lijkt een traditionele volksdans.  Daar is het wel op gebaseerd (het gaat om een variant op de chasapiko) maar het stuk werd wel degelijk gecomponeerd.  In 1964, voor de film „Zorba de Griek”.  Zodat ook het stukje muziek soms als „de Zorba” bekend staat.  Componist : Mikis Theodorakis.

Die componeerde meer dan 1.000 stukken.  Waarmee hij de meest diverse teksten op muziek zette, zoals de gedichten van Nobelprijswinnaars Seferis en Elitis.  Tot voor een aantal jaren kende ik hem als componist vooral van naam, en van de sirtaki, maar door zijn taal te leren ontdekte ik ook veel van die muziek.  Met enkele liederen die ondertussen in mijn geheugen gegrift staan, en/of waarbij ik elke keer dat ik ze hoor een krop in de keel krijg.  Zoveel méér dan de sirtaki, al denk ik niet dat hij het erg vond dat bij sommigen alleen met dat stukje muziek wordt geïdentificeerd.  Zoals ik vandaag ergens las : Beethoven had vier noten nodig, Theodorakis twee.  Twee noten en een boezoeki, en iedereen herkent zijn muziekstuk.  En zijn land.  Faut le faire.

Theodorakis was wellicht de grootste figuur in de Griekse muziek in de 20e eeuw.  Maar hij oversteeg ook de muziek, wat mee verklaart waarom zijn overlijden binnen enkele uren tot de afkondiging van drie dagen nationale rouw door de eerste minister leidde.  Theodorakis was één van de grote symbolen van het verzet tegen de militaire dictatuur.  Hij was ook een politicus – een communist die uiteindelijk op een centrum-rechtse lijst en daarna in de regering belandde, en de controverse niet altijd schuwde.  En die desondanks de Grieken verenigde.  Een Griekse patriot, een nationalist, met een brede blik op Europa en de wereld.  Mijn favoriete lied, „Omorfi Poli (Όμορφη πόλη)”, met een tekst geschreven door zijn broer, klinkt bij Edith Piaf als „Les amants de Teruel” .  Liesbeth List zong in het Nederlands een plaat vol met zijn liederen, vooral die van de Mauthausen-cyclus, naar het gelijknamige concentratiekamp.  En waarvan de uitvoering door Maria Farantouri -met alle respect voor List- onnavolgbaar blijft.  “O Antonis (Ο Αντώνης)” uit diezelfde cyclus werd als “Watan” zowat het nationale lied van het (nu voormalige) vrije Afghanistan**.  En hij zette ook de “Canto General” van Pablo Neruda (magistraal) op muziek.

Toen we trouwden in het Essense gemeentehuis mochten we drie liedjes kiezen.  Het werden „Omorfi Poli”, „De Avond” van Boudewijn De Groot en Lennart Nijgh en „Als je trouwen wilt met mij” van List en Theodorakis.  Zelf verkoos Theodorakis „Sto perigali to krifo (Στο περιγιάλι το κρυφό) ” op tekst van Seferis, een lied dat een symbool werd van het verzet tegen de junta.  Het meest indrukwekkende werkstuk was wellicht de Axion Esti (Άξιον Εστί), met de epische (en vrij hermetische) gedichten van Elitis als basis.  Met „Ena to helidoni (Ένα Το Χελιδόνι)” en vooral „Tis dikeosinis ilie noite (Της δικαιοσύνης ήλιε νοητέ)” als hoogtepunten.  Dat laatste lied is ook zonder meer één van de nationale symbolen geworden, dat door de Grieken met respect wordt behandeld – wie als zanger ernstig genomen wil worden, moet een respectabele versie kunnen brengen.  En door ze niet op te sommen doe ik veel meesterwerken oneer aan.

Theodorakis was een groot kunstenaar met een groot maatschappelijk engagement.  Hij werd al bij leven een icoon, groter dan de mens die hij kon zijn.  Griekenland verloor vandaag een stuk van zijn ziel, maar krijgt er de herinnering en een onvergelijkbaar oeuvre voor in de plaats.

*Eerste minister Mitsotakis kondigde die rouw aan met de woorden „Η Ρωμιοσύνη σήμερα κλαίει.”. Letterlijk : „de Romeinse wereld huilt vandaag”.  Een verwijzing naar het lied dat Theodorakis vaak zélf bracht, hoewel hij geen heel groot zanger was.  Maar natuurlijk ook opmerkelijk omwille van die verwijzing naar Rome, die voor ons vreemd mag lijken.  Maar na de val van Rome bestond het (Oost-)Romeinse Rijk -als een Griekstalige, orthodox-christelijke, staat- nog tot de val van Constantinopel nog tot in 1453 verder.  En ook daarna, in het Ottomaanse Rijk (waarvan de sultan ook gewoon de titel „keizer van Rome” droeg) werden de veelal Griekstalige orthodoxe christenen ook gewoon als „Romeinen” omschreven.  Rare jongens, die Grieks-Romeinen…
**De video waarnaar ik link werd op 29 juli op YouTube geplaatst.  Een lied voor een Afghanistan dat een maand later niet meer zou bestaan, veroverd door de Taliban, in de steek gelaten door de VS en Europa.
Goede gewoonte

Goede gewoonte

De 49e Ronde van Essen trok door onze gemeente.  Voor mij alvast belangrijker nieuws dan de kortstondige doortocht van de Beneluxtour.  Vooral omdat de Ronde voor mij zowat het eerste teken van “normaliteit” was, na de coronabeperkingen.  Het zag er allemaal opvallend gewoon uit.  De Ronde heeft dan ook een geruststellend hoog voorspelbaarheidsgehalte.  Zoals de spreekwoordelijke Amerikaanse reiziger destijds -en nu eerder de Chinese lotgenoot- “if it is Thursday, this must be Switzerland” kon zeggen, weten de Rondebezoekers dat ze op donderdag te Horendonk naar de zigzagkoers zullen staan kijken, nadat ze in het boekje de uitslag van de rekkenkoers in Heikant nog eens hebben nagelezen.  Zelfs een regenbui op donderdag lijkt wel bij het vaste stramien te horen, al viel het dit jaar naar verluidt nogal mee.  Ik ben de Ronde twee dagen gaan bekijken, en heb ook nog eens helpdesk gespeeld voor het programma waarmee de uitslagen worden verwerkt.  Maar veel werk heb ik daar alvast niet gehad.

Het deed dus deugd dat hij gewoon kon doorgaan, zoals dat hoort, die 49e Ronde.  Dat betekent uiteraard dat de 50e eraan komt – kwestie van even de open deur in te trappen.  Met enkele oud-medewerkers zijn we al wat eerste plannen beginnen maken voor die jubileumuitgave.  En ik zal me onvermijdelijk nog eens aan het uitschrijven van de Rondegeschiedenis moeten zetten.  Samengevat ziet die er als volgt uit “In 1973 werd de ‘Ronde van Essen’ uitgewerkt naar het model van de ‘Ronde van Itegem’.  Het concept werd in de eerste jaren nog wat bijgestuurd en vervolgens in grote (en ook veel kleine) lijnen jaar na jaar herhaald, behalve in 2020.”  Al ga ik toch proberen het verhaal wat verder te stofferen.

Ik ben ook op de gemeenteraad nog tussengekomen over de Ronde.  De vrijwilligers hadden me verteld dat ze om één of andere administratieve reden niet langer de 500 euro subsidie zouden kunnen krijgen die het gemeentebestuur hen jaarlijks toekent – naast, voor alle duidelijkheid, zeer veel (im)materiële steun vanuit het gemeentehuis.  Daarvoor werd aan de vrijwilligers gevraagd om een oplossing te zoeken, de ene al bureaucratischer dan de andere.  Ik heb dan maar gevraagd waar het probleem vandaan kwam, en waarom in vredesnaam van vrijwilligers zou worden verwacht dat ze het oplossen.  Schepen Arno Aerden (Vooruit) volgde mij gelukkig in de redenering dat er binnen het gemeentebestuur naar een uitweg zou worden gezocht.  Goed voor de Rondeploeg, maar jammer genoeg toont het opnieuw aan dat bij het gemeentebestuur vaak de reflex om op maat van verenigingen en vrijwilligers te werken ontbreekt.  Ik blijf erbij dat dat één van de grote uitdagingen voor het Essense gemeentebeleid in de komende jaren was.  En dat ik de Ronde kon aangrijpen om dat punt nog eens te maken was natuurlijk een kans die ik niet kon laten liggen.

Foto : Ronde van Essen
Van dik hout

Van dik hout

Er is nog eens een voorstel van mij goedgekeurd op de gemeenteraad.  Daar ben ik blij mee.  Een beetje omdat ik tevreden ben over hoe ik het heb gebracht, en ook wel over hoe ik het “spel” heb gespeeld – al had ik iets minder boos willen klinken op het einde van de discussie.  Maar als ik zie dat er met geen mogelijkheid een meerderheid tegen een voorstel kan worden gevonden wil ik het natuurlijk wel netjes goedgekeurd en genotuleerd hebben.  Het deed ook wel deugd dat achteraf oud-raadslid Johan Van Oers me even kwam bedanken.  Ik heb Johan altijd erg gewaardeerd, en toen ik het gelegenheidsgedicht dat hij had geschreven gisteren zag, wist ik meteen dat ik het ging aanhalen en had ik ook al voor ik het uitgelezen had beslist welk stukje ik eruit ging pikken en in mijn tussenkomst ging verwerken.

Toch ben ik vooral tevreden dat er opnieuw over de voorziene boomkappingen in de Kloostertuin kan worden nagedacht.  Met de nodige nuances, want de kapping beoogde wel degelijk een beter bos, méér natuur dus – en niet minder. Maar de manier waarop dat tot stand moet worden gebracht, daar zou toch best nog eens naar gekeken worden.  Een aantal van de te kappen bomen blijven wellicht beter staan.  En ik denk dat het besluit dat de gemeenteraad gisteren nam daar ruimte voor kan creëren.

Ik ben ook tevreden omdat er niemand gezichtsverlies hoeft te lijden met wat meer dialoog, want dat zou niet terecht zijn.  Ik ben het niet over alles eens met milieuschepen Helmut Jaspers (Vooruit), maar natuurlijk is hij een medestander in het streven naar een groener Essen.  En Kempens Landschap is dat ook.  Ze staan geen van beiden aan de kant van de kettingzaag.  De mensen die het protest tegen de kappingen op gang getrokken staan ook mee aan diezelfde kant.  Het is een discussie over hoe we de Kloostertuin optimaal tot zijn recht laten komen voor mens en dier, natuur en klimaat.  En we danken het aan Kempens Landschap -maar ook aan de paters Redemptoristen vóór hen- dat we die discussie kunnen voeren.

Aan de overkant, daar staan degenen die op de rem staan als het over vergroening gaat.  De aankoop van een stuk grond tegen de Ring, waar Bob al enige tijd voor pleit, biedt een perfecte kans voor extra bos.  Tussen droom en daad staan ongetwijfeld wat administratieve regels en praktische bezwaren in de weg, om niet Van Oers maar Elsschot te parafraseren.  Maar toch vooral de onwil om een goed idee van een ander uit te voeren.

Terwijl ook dat bij de democratie hoort : mee denken met de ideeën van anderen, naar iedereen luisteren en je eigen inzichten bijstellen.  Om zelf het goede voorbeeld te geven : het antwoord van de burgemeester op de VB-vraag over het goederenrecht en zijn toelichting waarom we in Essen toch maar gewoon het Burgerlijk Wetboek gaan toepassen was volstrekt waterdicht.  Ik had me er eigenlijk nog geen mening over gevormd, maar nu dus wel.  En in de antwoorden van Brigitte Quick (CD&V) over het afsluiten van Hemelrijk zaten nog wel lekken, maar ze sneden toch wat meer hout dan ik vooraf had verwacht.  Of hoe er al een dag vóór de eerste schooldag een “doe zo voort…” af kan.  Al moeten er uiteraard op andere vakken nog stevige buizen worden opgehaald !

Daarmee heb ik voor het eerst sinds lang nog eens iets geschreven hier.  De onderbreking heeft meerdere redenen, waaronder de relatieve leegte van de laatste gemeenteraden voor de zomer.  Maar toch, er zijn zoveel andere dingen waarover ik had kunnen schrijven.  Ik ben er in mijn hoofd ook een aantal keren aan begonnen, maar ze zijn nooit tot aan het toetsenbord geraakt.  Behalve één stuk, over de Israëlisch-Palestijnse verhoudingen, waar ik op het eind dan zelf niet meer uit kwam.  1 september lijkt me een goede dag voor een nieuw begin.  En het achterstallig (pre-)vakantiewerk komt er misschien ook nog wel van.

Foto : Kempens Landschap
Troubled waters

Troubled waters

Het is erg lang geleden dat ik hier over Noord-Ierland heb geschreven.  Dat is ook niet eenvoudig, want wie de situatie daar doorheen een politieke bril van hier bekijkt, zal vooral merken dat de bril reageert zoals brillen die samen met een mondmasker worden gedragen dat plegen te doen : door aan te dampen en het zicht te vertroebelen.  Er zijn twee gemeenschappen (dat lijkt op de situatie bij ons) waarvan de ene op rechtse partijen stemt en de andere op linkse (kijk eens aan), en om die boel samen te houden is er een hele institutionele spitstechnologie uitgewerkt (voilà, dat is dus zoals hier).  Desondanks lopen de spanningen regelmatig op, vooral rond de jaarlijkse 12-juliviering (nauwelijks een dag verschil).

Allemaal wáár natuurlijk.  En toch ook weer niet.  Want die twee gemeenschappen, de (Iers-katholieke) nationalistische en de (Brits-protestantse) unionistische leven weliswaar grotendeels geografisch afgezonderd, maar dan op wijkniveau, zodat je geen eenvoudige grens kan trekken.  En de geschiedenis van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd gecombineerd met eeuwen van Britse immigratie leidde tot decennia van geweld, met aan de ene kant wellicht de meest efficiënte terroristische organisatie die Europa ooit kende (de IRA) en aan de andere kant de loyalistisch-protestantse militie en de Britse staat, die ook niet voor een zachte aanpak kozen.  Met aan beide kanten een groot gevoel van legitimiteit en een stevig draagvlak, omdat beide gemeenschappen zich -op verschillende manieren- achtergesteld of bedreigd voelden.  En met een langzame maar onmiskenbare evolutie waarbij velen zich niet zomaar meer in de twee etiketten herkennen, want wat moet een niet-kerkelijke progressieveling die zich eerder Brits voelt maar zich ook met het Ierse eiland identificeert aan met die tweedeling, maar desondanks in een samenleving zitten die van de tweedeling doordrenkt is – het grapje dat aan iemand die zich hindoe noemde werd gevraagd of hij dan een protestantse of een katholieke hindoe was, is jammer genoeg niet zo uit de lucht gegrepen.

Het Goede Vrijdagakkoord van 1998 was een absolute mijlpaal, waarvoor de unionist David Trimble en de nationalist John Hume terecht de Nobelprijs voor de Vrede hebben gekregen, al kan je argumenteren dat ook Gerry Adams van het IRA-gerelateerde Sinn Fein die had verdiend.  En eigenlijk ook de twee Britse premiers, John Major en Tony Blair, die het akkoord mogelijk maakten.  Het uitgangspunt van het akkoord was de erkenning dat de beide identiteiten legitiem zijn : wie in Noord-Ierland woont, mag zich Brits voelen, of Iers – en ook het overeenkomstige paspoort gebruiken.  Over de uiteindelijke politieke soevereiniteit zal de meerderheid beslissen, maar er zal een politieke band met zowel Dublin als Londen zijn – en daarvoor werden de nodige instituties gecreëerd.  Binnen Noord-Ierland hebben beide gemeenschappen een vetorecht.  En er zijn geen zichtbare grenzen, zodat wie zich Ier voelt niet hoeft te zien waar “Ierland” ophoudt – en eigenlijk geldt hetzelfde voor de Brit, al moet die “over het water”.

Voor dat laatste was er echter één cruciale voorwaarde, zoals iedereen die in Essen vroeger al eens door de douane werd tegengehouden zal beseffen : zowel Ierland als het Verenigd Koninkrijk moesten lid zijn van de Europese Unie.  Of toch minstens van de Europese Eenheidsmarkt.  Maar toen kwam Brexit.  Tijdens de campagne werd er al verwittigd voor de gevolgen in Noord-Ierland, onder meer door de oud-premiers Major en Blair, maar door het “Leave”-kamp werden die waarschuwingen genegeerd.  De meeste Noord-Ieren stemden dan ook tégen Brexit (en de opstelling van de grootste unionistische partij die toch vóór was kan nadien enkel als naïef en onverantwoordelijk worden beschouwd).  Maar de Brexit kwam er wel, en -in tegenstelling tot wat veel “Leavers” beloofden- stapte het VK ook uit de Eenheidsmarkt.  Dus moest er ergens een grens komen.  Die tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland leggen was voor die Republiek ondenkbaar, en daarmee ook voor de hele EU – want waarom zouden we in deze discussie onze eigen Lidstaat niet volgen ? Bovendien zou dat een zware schending van het Goede Vrijdagakkoord zijn.  Dus kwam er een grens tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en gelden binnen Noord-Ierland nog steeds een hele reeks EU-regels.  Een grens waarvan de persoon die hem invoerde, premier Boris Johson, nog nadat hij zijn handtekening onder het Brexitakkoord had gezet staalhard ontkende dat ze er zou komen.  Een grens binnen het VK , zodat Britse bedrijven die iets willen “uitvoeren” naar Noord-Ierland door de hele papierwinkel moeten.  Waardoor een hele reeks producten niet meer te krijgen zijn in de Noord-Ierse supermarkt.  Wat ertoe leidde dat de unionisten én veel Britse politici oproepen om het akkoord met de EU te heronderhandelen of zelfs eenzijdig op te zeggen.  Waar de Unie (en zeker Ierland) dan weer uiteraard niet gelukkig mee is – pacta sunt servanda, een akkoord is een akkoord.

De situatie, en vooral de (begrijpelijke) unionistische frustratie, leidde er de voorbije week toe dat de spanningen, die normaal vooral in juli oplaaien, in de straten van Belfast en elders in Noord-Ierland tot hevige rellen leidden, met een brandende bus als dieptepunt.  In een plek met een traditie van geweld, waar ondergrondse paramilitaire groepen zijn blijven voortbestaan en waar de hele maatschappij nog doordrenkt is van de tweedeling die tijdens de “Troubles” op het scherp van de snee werd uitgevochten, is dat letterlijk een levensgevaarlijke evolutie.  De enige uitweg is dat de Britse regering zijn verantwoordelijkheid neemt voor het akkoord dat ze ondertekende, en met de Ierse regering, de EU en de Noord-Ierse partijen rond de tafel gaat zitten over de manier waarop het best kan worden uitgevoerd.  Maar verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van de Brexit, dat is wel het laatste dat Johnson van plan lijkt.

Beslissingen hebben consequenties.  Het blijft een adagium waar ieder die een kieshokje binnenstapt, voor een verkiezing, een referendum of wat dan ook, zich best scherp voor de geest houdt.

Samenwerking ? Neen, bedankt.

Samenwerking ? Neen, bedankt.

We hadden in de gemeenteraad een paar maanden geleden een discussie over de papierophaling door de verenigingen, naar aanleiding van de min of meer gedwongen stopzetting van die ophaling door de Landelijke Gilde van Hoek.  Daarbij werd er vanuit onze fractie en vanuit CD&V gepleit voor een structurele regeling om de verenigingen die de ophaling stopzetten te compenseren.  Dat principe stond ook in de toelichting bij het meerjarenplan.  Alleen leek schepen Helmut Jaspers (Vooruit) niet meteen enthousiast om een dergelijke regeling uit te werken.  Dus werkte ik een voorstel uit om op de gemeenteraad in te dienen, en ik stuurde het naar enkele CD&V-collega’s binnen de meerderheid, met de suggestie om het samen in te dienen.  Ik kreeg als antwoord dat ze het gingen bekijken.

Daarna bleef het even liggen, omdat ik niets terug hoorde en omdat we ondertussen aan enkele andere voorstellen voor de gemeenteraad aan het werken waren.  Ik besloot dus om het terug op te nemen ná de gemeenteraad van maart.  Maar dat is niet meer nodig : tot mijn grote verbazing bleek dat het schepencollege zelf al had besloten om het voorstel uit te voeren.  Met enkele kleine wijzigingen, maar niet groot genoeg om te kunnen ontkennen dat mijn tekst als inspiratie had gediend.  Goed voor de verenigingen, daar niet van.  Maar erg oncollegiaal vanwege CD&V, waar ze duidelijk niet tevreden waren met het mee indienen van het voorstel, maar het helemaal voor zichzelf wilden houden.  Waar een (voormalige) “grote” partij klein in kan zijn.

Kijk en vergelijk

Kijk en vergelijk

Vóór corona zagen we af en toe wel eens enkele scholieren tussen het publiek van de gemeenteraad zitten, in opdracht van een verstandige leerkracht die dat een goede manier vond om iets te leren over democratie en politiek.  Mits een goede inleiding en situering lijkt me dat inderdaad nuttig.  Bijvoorbeeld om te leren dat een gemeente besturen niet altijd spannend of controversieel is, maar vaak eerder saai en consensueel.  En dat we daar best blij om moeten zijn.

Natuurlijk zou je dezelfde oefening kunnen doen met de “digitale” gemeenteraden nu, maar dan vertrekkend van de livestream, of van de YouTubeversie nadien.  Dat laatste heeft als voordeel dat je er ook de weergave nadien van kunt meenemen.  De twee grootste partijen in de raad verspreiden na de raadszitting een elektronische nieuwsbrief.  Die beogen allebei om de Essenaar correct te informeren.  Zowel de N-VA/PLE-auteur -die ken ik goed genoeg om daar zeker van te zijn- als de CD&V-auteur(s) -daar ga ik vanuit- trachten inderdaad juiste informatie te geven.  Maar de keuze van die informatie en de manier waarop ze wordt weergegeven is wel gekleurd.  De gelijkenissen en verschillen bekijken, en die naast de opname van de raadszitting leggen, lijkt me wel leerzaam.  Eigenlijk zou je er ook de voorbereidende stukken van de raad bij moeten kunnen nemen, want een beslissing die op de raad unaniem en zonder discussie wordt genomen, kan ook belangrijk zijn – en die haalt gemakkelijker de ene nieuwsbrief dan de andere, stel ik vast.

Vertrekkend van de gemeenteraad van eind maart (hier op YouTube) verscheen de voorbije week de Nieuwsbrief van CD&V en de N-VA/PLE-Nieuwsflits.  Beide hebben het over het Zorgpunt, respectievelijk als eerste en vierde artikel.  Beide hebben het ook over zichtbare huisnummers, als tweede en vijfde artikel.  Het gaat om artikels met een soortgelijke inhoud, maar wel een heel verschillende invulling, zeker bij de huisnummers – toch niet meteen een zwaar ideologisch geladen thema.  Opmerkelijk is ook dat de tussenkomst van CD&V-raadslid Suykerbuyk over de parking aan het Zorgpunt enkel aandacht krijgt… bij N-VA/PLE !

Op die manier halen de twee eerste punten van CD&V ook de Nieuwsflits van N-VA/PLE.  Andersom is dat niet het geval, ongetwijfeld omdat N-VA/PLE opent met twee eigen voorstellen.  Zowel het punt dat CD&V mee goedkeurde (de padelbanen) als het punt dat bijna al hun raadsleden afkeurden (het fietspad langs de Moerktsebaan) blijken geen vermelding waard.  Vermoedelijk worden die padelbanen later wel nog eens “CD&V-nieuws”, maar zal elk spoor naar de bespreking in de gemeenteraad en zeker naar het voorstel van N-VA/PLE dan uitgewist worden.  Dat CD&V in tegenstelling tot N-VA/PLE niets schrijft over de vaccinatie is wellicht opmerkelijker : dat is een thema waar de Essenaar ongetwijfeld mee bezig is.  N-VA/PLE heeft dan weer niets over de toiletwagen, toch niet onbelangrijk voor de verenigingen; CD&V geeft in zijn berichtgeving een volledig beeld van de nieuwe regels, maar “vergeet” dat sommige aanpassingen die de partij wel vermeldt eigenlijk door de collega’s van N-VA/PLE werden aangebracht.  Ook de overlagingswerken worden niet vermeld in de N-VA/PLE-Nieuwsflits; eerst zien en dan geloven was daarbij mogelijk het uitgangspunt.  De Landbouwadviesraad, een onmiskenbaar CD&V-initiatief, komt enkel bij N-VA/PLE aan bod, al geldt daarbij de verzachtende omstandigheid dat CD&V het daar al eerder over had.  Zowel CD&V als N-VA/PLE hebben het verder nog over de brede “zorg”-sfeer, maar maken verschillende keuzes : bij de oppositiepartij staat de verhuis van het OCMW voorop, bij de meerderheidscollega’s het zorgparkeren, de toegankelijkheid van haltes en parkeerplaatsen voor mensen met een handicap.  En als meerderheidspartij heeft CD&V het bijna vanzelfsprekend niet over de belastingperikelen die N-VA/PLE wel aanhaalt.

Als we er de agenda van de raad naast leggen, is het opmerkelijkste punt dat niet aan bod komt de niet-vervanging van VB-raadslid Van Ginneken, die ontslag nam uit de raad en waar zijn partij geen opvolger meer voor kan vinden.  Dat is geen onschuldig feit, want het verandert hoe dan ook de politieke verhoudingen door impliciet CD&V te versterken en N-VA/PLE te verzwakken.  Bovendien laat het VB daarmee een aantal kiezers in de steek, en beide “grote” partijen zouden daarop kunnen wijzen.  Ze zullen wel een reden gehad hebben om dat niet te doen.  Verder denk ik te kunnen stellen dat wie beide nieuwsbrieven leest deze keer een vrij volledig overzicht van alle op de raad besproken relevante thema’s krijgt, maar niet alles meekrijgt dat ook mee een rol heeft gespeeld in de besluitvorming (wat wellicht ook niet altijd even boeiend is).  Of dat ook de vorige en de volgende keren zo is, laat ik aan een andere (en wellicht betere want neutralere) analyst over…

Overbelasting

Overbelasting

Vorig jaar werden in Essen de belastingen op tweede verblijven verhoogd.  Essen is Knokke niet, dus om de gemeentekas te spijzen was dat niet meteen nodig.  Maar de verhoging hing samen met een verhoging van de belasting op leegstand.  De bedoeling was om te vermijden dat leegstaande woningen als “tweede verblijf” zouden worden geherkwalificeerd, en dan aan de belasting zouden ontsnappen.  We keurde die verhoging mee goed, maar zagen iets over het hoofd, en bij een nieuwe bespreking bracht ik aan dat de échte tweede verblijven op die manier onterecht een hogere belasting kregen opgelegd.  Dus werd er op mijn voorstel besloten om in de weekendzone, de “zone voor verblijfsrecreatie”, een minder hoge belastingverhoging toe te passen – nog steeds een belastingverhoging, overigens.  Die zone is immers net bedoeld voor tweede verblijven !

Maar ik had niet ver genoeg nagedacht : de “zone voor verblijfsrecreatie” is alleen het deel dat nog steeds weekendzone is, niet het deel dat tot “Woonbos” werd omgevormd – het “woongebied met bosrijk karakter”.  Ook daar zijn er tweede verblijven, natuurlijk.  Van mensen die nooit de bedoeling hadden om daar permanent te gaan wonen.  Mensen die zich aan de regels hielden, en dus geen vragende partij waren voor de regularisatie tot “Woonbos”, maar die wel met de gevolgen opgescheept zitten.  Zoals de planbaten, de meerwaardebelasting die ze moeten betalen.  En nu dus met de verhoogde belasting op tweede verblijven.  Onrechtvaardig, want het gaat even goed om legitieme “tweede verblijvers” dan in de weekendzone.  Ik bracht het probleem een paar keer aan in de commissie, en kreeg te horen dat het “toezicht”, de Afdeling Binnenlands Bestuur van de Vlaamse Overheid, een nieuwe uitzondering alleen zou aanvaarden als die goed gemotiveerd zou zijn.  Er werd nooit gezegd dat een nieuwe uitzondering uitgesloten zou zijn, er werd nooit tegengesproken dat de nieuwe situatie niet rechtvaardig is.  Wel kreeg ik te horen dat er maar een beperkt aantal klachten waren.  Niet zo verwonderlijk, want de verhoging gebeurt trapsgewijs; volgende jaar komen er meer klachten, en het jaar daarna nog meer.  Wedden ?

Hoewel er dus volgens mij voldoende redenen waren om het reglement aan te passen, gebeurde er niets.  Dus besloot ik om zelf het reglement te herschrijven en als voorstel in te dienen voor de gemeenteraad van gisteren.  Financieschepen Dirk Konings (CD&V) antwoordde met dezelfde verwrongen logica als in de commissie : er waren geen klachten, en het toezicht zou de wijziging niet aanvaarden zonder grondige argumentatie.  Mijn voorstel bevatte een grondige argumentatie, lijkt me.  Er was alvast niemand in de raad die ze heeft proberen die te weerleggen.  Toen ik dan maar vroeg om het goed te keuren en te wachten tot het toezicht zou reageren, bleek dat ook niet goed.  Het voorstel mocht niet doorgaan.  Waarom is me nog altijd niet duidelijk.  Maar het werd weggestemd, wellicht ook zonder dat de meeste raadsleden van de meerderheid wisten waarover het ging.  Dat geldt alleszins voor de voorzitter, die eerst de unanieme goedkeuring afkondigde om dan op zijn vingers te worden getikt door zijn fractievoorzitter, om vervolgens vrolijk tegen te stemmen.

Overigens weet ik exact hoeveel kiezers ik met mijn voorstel heb “bediend” : geen enkele, want wie in Essen een tweede verblijf heeft, die woont hier niet.  Daar moest ik het dus niet voor doen.  Toch ben ik blij dat ik het geprobeerd heb : onrechtvaardig is onrechtvaardig, en dat principe was me het werk wel waard.

200 jaar later

200 jaar later

Εάν αποσυνθέσεις την Ελλάδα, στο τέλος θα δεις να σου απομένουν μια ελιά, ένα αμπέλι κι ένα καράβι. Που σημαίνει: με άλλα τόσα την ξαναφτιάχνεις.

Οδυσσέας Ελύτης

Vandaag viert Griekenland de 200e verjaardag van zijn onafhankelijkheid.  Of eigenlijk van het begin van de opstand tegen het Ottomaanse Rijk.  Een symbolisch begin dan nog, want de Grieken kenden en lange traditie van opstand tegen de Ottomanen, die rond de jaren 1920 verhevigden en uiteindelijk succesvol zouden worden.   De dag van Maria Boodschap in 1821 werd vooral gekozen om zo de religieuze betekenis (de aankondiging van de geboorte van Christus) te doen samenvallen met de nationale betekenis van de opstanden voor de Grieken.  Ze leidde dankzij steun van Frankrijk, Groot-Brittanië en Rusland eind jaren 1820 tot de vorming van een eigen Griekse staat – voor het eerst sinds de val van Constantinopel in 1453.  Een staat die in 1828 door de Ottomanen werd erkend, en in 1832 ook formeel door het Congres van Londen.  In de geest van de tijd werd een koning gezocht, en nadat ene Leopold van Saksen-Coburg had geweigerd (hij vond een andere baan in Brussel) bedankte ook Frederik der Nederlanden voor de eer.  Zodat er toch nog een Duitser met de kroon ging lopen, met name Otto van Beieren.  Puur dynastiek bekeken een goede zet van Leopold, want het Belgische koningshuis bleek alleszins stabieler dan het Griekse, waar de koningen kwamen en gingen op het ritme van een bewogen geschiedenis waarbij het land uitbreidde en (na de “Klein-Aziatische Catastrofe” van 1921-1922 ook weer inkrimpte – toen de pas verworven gebieden in Klein-Azië verloren gingen en anderhalf miljoen Grieks-Orthodoxen Turkije moesten verlaten (en een half miljoen Turkse moslims uit Griekenland moesten vertrekken).  Het huidige grondgebied kwam pas definitief vast te liggen in 1947, toen Italië de eilanden van de Dodekanesos (met Rhodos als grootste eiland) aan Griekenland afstond.  Voor wie graag meer leest over de opstand, en over Griekenland in het algemeen, kan ik over de “Parakalo”-blog aanraden.

Vandaag wordt dus de 200e verjaardag gevierd.  Met een militaire parade, zoals altijd op 25 maart, maar die vandaag natuurlijk wat extra aandacht kreeg, ook al hield Corona de toeschouwers weg en bleek het meest constante attribuut in de verschillende kleurrijke militaire uniformen het mondmasker.  Met een galadiner waarbij Prins Charles (die Griekse grootouders heeft) en vertegenwoordigers van Frankrijk en Rusland aanzaten.  En met de heropening van de Nationale Pinacotheek, een gebouw waar ik de voorbije jaren vaak voorbij ben gekomen – het ligt tussen de plek waar de bus stopt vanuit de luchthaven en het huis van mijn vrouw in Athene.  Ik heb het de voorbije jaren alleen verstopt achter panelen gezien – het museum was dan ook zeven jaar gesloten, nadat er een schilderij van Picasso uit ontvreemd werd.  Ik zal moeten opletten bij een volgend bezoek, want de panelen waren een herkenningspunt.  Maar ik kijk wel uit naar een bezoek aan het museum, ook al omdat de collectie enkele Vlaamse meesters bevat.

De 200e verjaardag komt er op een ogenblik dat de spanningen met Turkije opnieuw oplopen.  Het is ook de relatie met die buur (nochtans mede-NAVO-lid) die -in combinatie met de zeer maritieme ligging- verklaart waarom Griekenland er in verhouding een erg groot leger op nahoudt.  Naar mijn gevoel kijkt Europa te veel weg van de Turkse provocaties en verdienen Griekenland en Cyprus een wat krachtiger houding, waar vooralsnog eigenlijk alleen de Franse president Macron toe bereid blijkt.  De Griekse en Cypriotische grenzen zijn de EU-grenzen, onze grenzen dus, ook als ze tussen Kastellorizo en Kas liggen (een half uurtje varen met een klein bootje).  Al moet ik erbij zeggen dat hetzelfde wat mij betreft geldt voor Rusland, waar de Baltische staten en Polen terecht óók een wat strakkere lijn zouden willen trekken, en waar de historische banden de Grieken dan weer wat tegen houden om hen daarin te volgen.

Ook economisch komt de 200e verjaardag op een moeilijk moment, want net nadat de heropleving na de diepe financiële crisis (waarbij op een bepaald moment de Griekse uittrede uit de euro dreigde) werd ingezet sloeg Corona toe, waarbij uiteraard de belangrijke toeristische sector zwaar werd getroffen.  En een heel reeks structurele problemen dreigen ook de komende jaren de heropleving niet te vergemakkelijken.

Toch straalt de 200-jaarviering zelfverzekerdheid en vertrouwen in de toekomst uit.  Terecht, want Griekenland moet het echt niet alleen van een zeer rijk verleden hebben.  Maar wat zou ik anders durven zeggen over het land waar ik nu eenmaal mijn hart verloor, en waar ik heimwee naar krijg als ik er enkele maanden niet ben geweest (zoals nu dus) ? Vooralsnog vieren we dan maar van hieruit mee, met de traditionele kabeljauw met lookpuree op het menu.  Gelukkige verjaardag dus – Χρόνια Πολλά !

Landschap

Landschap

Vooruit dan maar.  Enkele weken geleden dook plots het thema “politieke herverkaveling” weer op in de actualiteit.  Deze keer was het Bart De Wever die wel brood bleek te zien in een brede centrum-rechtse partij, met CD&V, al wie niet te links is in Open Vld en mogelijk enkele VB’ers die er in tegenstelling tot de meeste van hun partijgenoten fatsoenlijke denkbeelden op nahouden (het zou best kunnen dat er zo zijn).  En aan de linkerkant probeert Conner Rousseau zijn partij (die zo niet meer mag heten) te positioneren als een brede linkse verzamelbeweging, met een potentiële reikwijdte van niet-dogmatische PvdA’ers (alweer een zeldzame soort) tot de Open Vld’ers die bij De Wever niet welkom zijn.  Als ze in hun objectieve bondgenootschap zouden slagen, dan blijft Vlaanderen achter met twee grote partijen, een centrum-rechtse en een centrum-linkse, en twee extremistische franjes.

Het is niet de eerste keer dat dit soort ideeën geopperd worden.  Het voordeel zou dan de duidelijkheid zijn, want de kiezer weet waarvoor zij of hij stemt.  De bedoeling is namelijk dat er dan geen coalities meer moeten worden gevormd na de verkiezingen.  Een beetje zoals in Groot-Brittanië, waar de nieuwe eerste minister in principe de dag na de verkiezingen de zaak overneemt.  Daarbij wordt dan vergeten dat elke partij zelf een veel bredere coalitie wordt, waar onvermijdelijk een strijd tussen strekkingen ontstaat, en waarbij een kleine minderheid soms een hele partij op sleeptouw kan nemen.  Het beste voorbeeld daarvan is de kleine groep extreme anti-Europeanen in de Britse Conservatieve partij, die de hele partij al enkele decennia gijzelt.  Maar ook de “overname” van Labour door Jeremy Corbyn, een aantal jaren geleden, toont het probleem aan.  Je zal maar Bart Somers of Kristof Calvo zijn in een brede “Vooruit”, om dan te zien dat de leden Peter Mertens als voorzitter verkiezen – en voor Mertens geldt natuurlijk de andersomme redenering.  Soortgelijke voorbeelden op rechts zijn niet zo moeilijk te zoeken.  Dit soort brede partijen worden al snel een nieuwe CVP, waar alles intern tussen enkele “standen” of vleugels wordt afgewogen, en waar de kiezer dan eigenlijk nog minder te kiezen heeft dan vandaag.

Een ander probleem is natuurlijk dat de politieke stabiliteit erg afhankelijk wordt van die twee partijen : als één van beide zijn geloofwaardigheid verliest, is er een ernstig probleem.  Denk aan de Republikeinen die hun ziel verkocht hebben aan Trump, maar ook aan de neergang van veel klassieke sociaal-democratische partijen in Europa, waar niet altijd een stabiele vervanger voor klaarstaat (de Franse PS is een goed voorbeeld, of eerder ook de Italiaanse en Griekse socialistische partijen).

Uiteraard speelt in ons land ook een communautaire dimensie mee; een Franstalig tweepartijenstelsel zou als een tang op een varken van het Vlaamse passen, en een federale regering vormen zou nog moeilijker worden.  Wat wellicht één van de (legitieme) drijfveren van De Wever is.  Maar daar wil ik graag even abstractie van maken om alleen naar Vlaanderen te kijken.  En dan verkies ik al bij al het Nederlandse systeem.  In Nederland werden vorige week 17 partijen in de Tweede Kamer verkozen.  Dat maakt dat de coalitievorming even zal duren, maar elk van de partijen heeft wel een duidelijk profiel.  Wie links-liberaal wil stemmen moet er geen rechts-liberalen bijnemen, wie zeer rechts wil stemmen kon kiezen uit een economisch eerder links of een uitgesproken liberaal programma (en uit virusontkenners, die ook).  En ja, dat leidt ook wel tot wat vreemde clubjes in het parlement, maar ook bij ons raakt de occasionele rare snuiter daar wel binnen – om dan binnen een bepaalde partij de dissident te gaan uithangen, terwijl hij in Nederland gewoon de fractievoorzitter van zijn eigen clubje kan zijn.  Een zekere correctie om grotere partijen te bevoordelen (zoals die bestaat bij onze gemeenteraadsverkiezingen) vind ik nog aanvaardbaar, maar de mogelijkheid om gewoon een nieuwe partij op te richten als de andere het “rechte pad” kwijt is, vind ik een erg nuttige correctie tegenover ons systeem waar het kiesstelsel -en de partijfinanciering- de gevestigde partijen net iets te zeker maken van hun stuk, en net daardoor meer gericht op zelfbehoud bij de vólgende verkiezingen dan op het realiseren van hun programma na de vórige.

Mijn voorkeur daarvoor heeft natuurlijk ook te maken met mijn eigen ervaring.  In 2009 probeerden we met de SLP (Sociaal-Liberale Partij) voet aan de grond te krijgen.  Maar een kiesdrempel van 5% en een pers die ingesteld is op “we hebben al te veel partijen” hielden dat tegen.  Het succes van D66 in Nederland bewijst dat er wel ruimte kan zijn voor een dergelijke partij – ook al haalde die partij begin deze eeuw op een bepaald ogenblik ook maar 1,5% van de stemmen.  Met dat percentage overleef je bij ons niet.  Maar ook los van die vaststelling vind ik een parlement met 17 partijen veel gezonder én duidelijker voor de kiezer dan één met twee.  Dat neemt niet weg dat ik lossere of tijdelijke samenwerkingsverbanden wel nuttig vind, zeker op lokaal niveau, maar ook nationaal zou het me niet storen dat partijen bij sommige verkiezingen meer samen zouden optrekken.  Niet noodzakelijk met het einddoel om ook in elkaar op te gaan.

Met dit alles wil ik niet gezegd hebben dat De Wever of Rousseau niet zouden doorhebben dat er in “hun” brede partijen geen divergenties zouden zijn, dat ze niet doorhebben dat ze een grotere slagkracht zouden bekopen met een verminderde duidelijkheid en met de opkomst van interne “stromingen” die elkaar achter de schermen bekampen.  Daar zijn ze beiden te verstandig voor. Maar veel commentatoren van de Vlaamse politiek lijken niet altijd te beseffen dat de grote Vlaamse centrum-rechtse “CSU” (naar het Beierse voorbeeld)  onvermijdelijk een enerzijds-anderzijds partij zou zijn.  Wat meteen ook de niet-afwijzende reactie van CD&V-voorzitter Coens verklaart, natuurlijk.  Tegelijk -en enigszins paradoxaal- zou de tweedeling onvermijdelijk de polarisatie in de samenleving versterken (en die neemt sowieso als onrustbarend toe), zoals we die zo uitgesproken in de VS kunnen zien, waarbij zelfs een poging tot staatsgreep wordt vergoelijkt, als die voor de “goede zaak” is.  Neen, laat Vooruit maar vooral de nieuwe sp.a zijn (en snel een wat donkerder rood als partijkleur kiezen, want deze lijkt wel oranje) en laat N-VA en Open Vld maar naast elkaar bestaan.  Want zelfs de Beierse kiezer heeft de voorbije jaren begrepen dat een wat diverser parlement ook een zegen kan zijn…

Gedichtendag 2021

Gedichtendag 2021

The Hill we Climb – Amanda Gorman (2021)

Ghequetst ben ic van binnen – Anoniem (14e eeuw)

Ghequetst ben ic van binnen,
Duerwont mijn hert soe seer,
Van uwer ganscher minnen
Ghequetst soe lanc soe meer.
Waer ic my wend, waer ic my keer,
Ic en can gherusten dach noch nachte;
Waer ic my wend, waer ic my keer,
Ghy sijt alleen in mijn ghedachte.