’t Kan verkeren…
Herman Van Rompuy als eerste voorzitter van de Europese Raad, voor het gemak “president” van Europa ? Het kan vreemd lopen. Hij was wellicht al lang tevreden met een fin de carrière van vier jaar Kamervoorzitterschap. Maar het toeval (en enige onkunde van zijn voorganger) maakte hem premier, en vandaag blijken plots zeer velen vooral te willen dat hij dat blijft. Terwijl anderzijds Sarkozy, Merkel en nog heel wat anderen in hem de ideale EU-Raadsvoorzitter zien.
Nu, ideaal : hij is ieders tweede keuze. Maar dat is natuurlijk nog lang niet slecht. Ik zou het hem eigenlijk wel gunnen. Hij is lang niet mijn favoriet politicus, maar de wat cynische onthechting waarmee hij in de Wetstraat 16 veblijft kan ik al bij al wel waarderen. Het is bovendien natuurlijk altijd een goede zaak dat een Vlaming een dergelijke functie kan en mag uitoefenen. We zijn er nogal sterk in om zelf aan de eigen hoge bomen te zagen, en dat vind ik sowieso een verkeerde houding.
Wat zou hij er zelf van denken ? Ik neem aan dat hij zelf vooral zéér verbaasd is over wat er zich nu afspeelt. En ook wel de smaak zal proeven van de ultieme revanche op al wie hem al zo vaak net iets te vroeg heeft afgeschreven.
Wie hem eventueel moet opvolgen ? Ik denk dat Van Rompuy zelf best weet dat premier zijn van de(ze) federale regering ten gronde een onmogelijke opgave is. Waardoor het meteen iets minder belangrijk is wie de functie invult…
De Britse premier Gordon Brown ligt onder vuur. Dat is niet nieuw, maar dezer dagen bereikt de druk een nieuw hoogtepunt. De verkiezingen (Europees en lokaal) zouden sowieso slechte resultaten hebben opgeleverd voor Labour, maar het recente schandaal omtrent de onkosten van de Britse parlementsleden straalt extra zwaar af op Brown. Niet dat de “MPs” van de andere partijen geen stommiteiten hebben begaan, maar hun partijleiders hebben verstandiger gereageerd en bovendien straalt de affaire sterker af op de partij die aan de macht is. Verschillende ministers zijn de voorbije weken moeten aftreden, omdat ook zij kosten hadden ingebracht die bezwaarlijk als nuttig voor hun mandaat kunnen worden beschouwd. De voorbije dagen hebben nog enkele andere leden van de regering besloten er de brui aan te geven, om persoonlijke redenen of als uitdrukkelijk signaal aan Brown dat hij beter kan opstappen.
Vijftig jaar geleden kwam het Tibetaanse volk in opstand tegen de Chinezen, die negen jaar eerder hun land waren binnengevallen. De geestelijke en wereldlijke leider, de (14e) Dalai Lama, vluchtte naar India en leidt daar sindsdien een regering in ballingschap.
De Israelische verkiezingen van vorige week hebben een politiek landschap opgeleverd dat (zo mogelijk) nog ingewikkelder is dan in dit land. De centrumpartij Kadima werd de grootste, maar de rechtse Likud volgt op één zetel, en verder deden vooral de rechtse partijen het goed. Likudleider Netanyahu, wiens eerdere premierschap een ramp was voor Israel, heeft het initiatief in handen gekregen. Hijzelf, en zeker zijn partij en de potentiële bondgenoten, staan zeer afkerig tegenover elke toegeving aan de Palestijnen. Toegevingen die nochtans absoluut noodzakelijk zullen zijn opdat vrede in het “Beloofde Land” enige kans zou maken. Een vrede die zeer zou bijdragen aan een meer stabiel Midden-Oosten en daarmee aan een veiliger wereld.
Israël voert weer oorlog. Tegen Hamas. Dat komt beide partijen goed uit. Met de Israëlische verkiezingen in zicht moest de huidige gematigde (!) regering aantonen dat ze niet met zich laat sollen. Dat is ondermeer voor de Kadimapartij van Tzipi Livni en voor Ehud Baracks Arbeiderspartij van groot belang. Het aflopende staakt-het-vuren en de voortdurende raketaanvallen vanuit Gaza op Israël waren een goede aanleiding. Die aanvallen maken weinig slachtoffers, maar het is uiteraard moeilijk om aan je burgers uit te leggen dat ze daar maar mee moeten leven. Ook voor Hamas komt de oorlog op een goed moment : de organisatie moet zich blijven profileren als dé tegenstander van Israël, als de enige die echt voor de Palestijnen opkomt. De verliezers zijn zoals altijd de burgerbevolking (de Palestijnen) en de redelijke mensen aan beide kanten.
Woensdag wordt dit de titel op CNN : “US chooses Obama”. Volgens mij stevenen de V.S. inderdaad af op een overduidelijke overwinning van de Democratische presidentskandidaat. De tekenen aan de wand zijn duidelijk : ook gematigde Republikeinen hebben een “endorsement” voor Obama uitgesproken, met op kop uiteraard Colin Powell. En ook een aantal meer conservatieve media (of “liberale”, maar dan in de Europese zin van het woord) die vorige keer nog voor Bush kozen wordt nu de kaart van Obama getrokken. Het verschil in enthousiasme (en daardoor ook in financiën) tussen de beide campagnes is opmerkelijk. Bovendien is de senator van Illinois ongelooflijk gegroeid in deze verkiezingsstrijd : voor zijn spreekstijl past enkel nog het woord “begenadigd” en hij toonde ook aan dat hij de inhoud van zijn verhaal perfect beheerst. Bovendien ging hij niet of nauwelijks in op de provocaties van de Republikeinen. Deze Barack Obama doet me denken aan de Tony Blair die in 1997 de Britse verkiezingen won; ook daarom verwacht ik dat de overwinning even duidelijk zal zijn : hij belichaamt hoop na jaren van politiek aanmodderen, hij staat voor vernieuwing in een vermolmd systeem.
Paul Krugman heeft de Nobelprijs economie gekregen. Als economist volg ik die toekenning met iets meer aandacht dan de prijzen voor pakweg geneeskunde of natuurkunde. Ik ben erg blij met deze keuze : Krugman is wellicht de (levende) economist die ik het meest waardeer. Omwille van zijn bevindingen over internationale handel, die altijd goed zijn om in het achterhoofd te houden als weer eens iemand onze grenzen wil sluiten voor producten uit het zuiden omdat die niet op basis van “eerlijke concurrentie” zouden zijn gepubliceerd. Maar ook omdat Krugman in een heel bevattelijke taal zijn ideeën aan de man kan brengen (zie bijvoorbeeld
In “The Economist” van vorige week stond een foto van de voetbalwedstrijd Anderlecht-Club Brugge. Wie dat enkele weken geleden zou hebben voorspeld, zou voor gek zijn verklaard. Er moet dus wel iets zéér ernstigs aan de hand zijn…
Nu ook de Republikeinse conventie achter de rug is, zit de strijd voor het Amerikaanse presidentschap in de laatste fase. Het worden nog twee spannende maanden, want de peilingen geven Barack Obama nog lang geen gewonnen spel. Dat is op zich verwonderlijk, want zo goed als niemand in de V.S. blijkt tevreden over de regering-Bush, en dat zou dus toch echt wel op de Republikeinse kandidaat McCain moeten afstralen. Maar die slaagt er blijkbaar in om net genoeg afstand te nemen van Bush, toch de Republikeinse basis achter zich te scharen én ook een aantal onafhankelijke kiezers aan te spreken voor wie Obama een brug te ver is.
In een tussentijdse verkiezing in een kiesdistrict in Glasgow werd de kandidaat van Labour verslagen door die van de SNP, de