Money for nothing
Eens de agenda van de gemeenteraad gisteren afgewerkt, trok voorzitter Dirk een opmerkelijke conclusie : alle agendapunten werden unaniem goedgekeurd. Al is dat eigenlijk niet zo vreemd : het gebeurt best vaak in de gemeenteraad, en behalve het mobiliteitsplan stond er ook niets op de agenda dat echt voor een stemming in aanmerking zou zijn gekomen. Gelukkig werd ook dat plan door iedereen gesteund : dat is belangrijk voor het draagvlak van een dergelijk plan. Dat de goedkeuring met een aantal kanttekeningen gepaard ging, is ook logisch. Ik ben alleszins blij met het plan, en ook met proces dat Joris als schepen heeft gevolgd sinds hij de fakkel en de planning van Brigitte Quick overnam : we hebben nu een solide basis om alle verkeer in Essen stap voor stap veiliger, vlotter en ook duurzamer te maken. Al heb ik ook aangehaald dat de technologische evolutie ons ongetwijfeld zal nopen om het plan in de komende jaren bij te stellen. Ik verwacht alvast een positief effect van zelfrijdende auto’s – al geef ik toe dat ik daar al sneller meer van had verwacht.
Maar mobiliteit zal wel nooit mijn specialiteit zijn. Dus vond ik de discussie over de gemeenterekening van 2025 eigenlijk interessanter. Dat we die allemaal gingen goedkeuren, stond in de sterren geschreven, maar de convergentie in de discussie was minder voorspelbaar. Eigenlijk betreurden zowel de schepen, cd&v en ikzelf dat er niet genoeg was uitgegeven. Zolang de partij bestuurde vond cd&v een rekening met een beduidend hoger resultaat dan gepland nochtans een teken van goed bestuur. Vanuit de oppositie ziet dat er anders uit. Dat wist ik natuurlijk al, en cd&v heeft het nu ook ontdekt. Maar wij trapten niet in de val om nu te bewieroken wat we altijd hadden betreurd, zodat er plots wel eensgezindheid ontstond.
Natuurlijk zijn echte meevallers -subsidies of dividenden waar niet meer op gerekend was, belastingen die meer opbrengen dan kon worden voorzien- altijd welkom. Maar het Essense gemeentebestuur kampt al lang met een te lage realisatie van wat gepland wordt. Dat betekent dus dat wat door de gemeenteraad wordt beslist niet in voldoende mate wordt uitgevoerd. Voor een stukje is dat eigen aan een overheidsbegroting : je mag niet méér uitgeven dan wat wordt begroot, dus wordt er zo goed als altijd een beetje marge ingebouwd. Maar die verklaring heeft haar grenzen, en met een wat dynamisch budgettair beleid moet je dat naar het jaareinde toe ook kunnen vermijden. Het probleem zit niet in die kleine marges, maar wel degelijk in beslist maar niet-uitgevoerd beleid. Daar moeten we vanaf – het is niet correct tegenover de gemeenteraad, en ook niet tegenover de belastingbetaler. Zoals Robin als schepen van financiën uitlegde zal dat wat tijd en werk vragen. Ik hoop natuurlijk dat ook de rekening 2026 beter afsluit dan voorzien, maar wel dankzij onverwachte inkomsten, niet door niet-gerealiseerde maar wel gewenste uitgaven.