iTom
I
k ben een Microsoftgebruiker. De eerste computer waarop ik leerde werken was de IBM PC die mijn vader ergens in het begin van de jaren 1980 aankocht. Een prachtig toestel (dat hij nooit had mogen wegdoen), met zoveel rekenkracht als er vandaag in een wasmachine zit. Het toestel werkte met floppy disks, en de eerste versie had géén harde schijf. Die is er later ingeplant. 30 Mb als ik me niet vergis (dat zijn een stuk of zes goede foto’s of muzieknummers, vandaag…). Het draaide op MS-Dos, Microsoft dus. Al heette de versie op een échte IBM officieel PC-Dos, maar alleen de naam was anders. De commando’s niet (ik weet nog perfect wat een DIR A:\ doet…).
Ik leerde mezelf programmeren in MS-Basic. Dat maakt me tot op de dag van vandaag tot een slordig programmeur, maar aangezien ik er mijn brood niet mee moet verdienen lig ik daar absoluut niet van wakker. Als het werkt, is het goed – en latere aanpassingen zien we dán weer wel…
Mijn eerste tekstverwerker was een programma dat vandaag zelfs niet meer op Google terug te vinden is. Ik heb daarna nooit WordPerfect gebruikt, maar vond meteen de weg naar Word. Inderdaad… MS Word van MS Office. Onder MS Windows natuurlijk. De fervente fans van de Apple computers, zoals de Macintosh, vond ik maar rare wezens. Waarom investeren in een toestel dat bestanden produceerde die voor de rest van de wereld onbruikbaar waren ? Waarom sukkelen met vreemde iconen als je even goed “the real ding” kon vinden (Windows dus, al besef ik dat ik hier meteen de geschiedenis geweld aandoe).
Zelfs voor grafische toepassingen (volgens velen het sterke punt van Apple) vond ik het meer een kwestie van snobisme dan van efficiëntie dat sommigen vasthielden aan die ándere toestellen.
Christoph, de secretaris van de EMCO Indicatorengroep (die af en toe naar mij verwijst als zijn “second boss” of “Herr Vorsitzende”) is een Mac-aanhanger en heeft van mij het voorbije jaar al meermaals moeten horen dat één of ander Word- of PowerPointbestand niet 100% exact was doorgekomen – zodat hij volgens mij beter tot de beschaafde wereld kon toetreden.
Om maar te zeggen : Bill Gates kan op mij rekenen. Of beter, dan kon hij. Mijn overstap van zijn Internet Explorer naar Google Chrome een jaar of twee geleden zal hij me nog wel vergeven hebben. Maar nu heb ik een grens overgestoken : ik heb een iPad gekocht. En ben er (tot nu toe) bijzonder tevreden over.
Nochtans was een (Windows-)laptop al zo goed als besteld. Maar een iPad-gebruiker (naar wie ik af en toe refereer als “le chef”) wist mij te overtuigen. Zodat ik nu een licht en handig toestel bezit dat op commando bliksemsnel verandert van tekstverwerker naar televisie, van krant naar spelbord, van boek naar agenda, van fotoalbum naar encyclopedie, van altijd bij de hand verslagenarchief tot DVD-speler. En ja, in tegenstelling tot zowat alle Microsoftproducten is het ook “cool”.
Met die laatste zin verbaas ik zowaar mezelf. Al kruipt het bloed waar het niet gaan kan : een écht goede Wordversie voor de iPad heb ik nog niet gevonden…
Ingetikt op mijn Windows PC
Louis Tobback heeft gelijk. Dat is meestal zo, overigens. Als hij géén gelijk heeft, heeft hij bovendien meestal toch nog een beetje gelijk. Tenzij hij zich voor de kar laat spannen van één of andere onverstandige partijstrategie. Die kelk zou hij beter aan zich laten voorbijgaan.
Sven Gatz, fractievoorzitter van Open Vld in het Vlaams Parlement, stapt uit de politiek om voorzitter te worden van de Belgische Bierbrouwers. Opmerkelijk, want in ons land gebeurt het niet zo vaak dat (succesvolle) politici de overstap naar een andere sector maken. Nederland heeft op dat vlak meer een traditie, met bijvoorbeeld oud-parlementslid Paul Rosenmöller die een eigen interviewprogramma op tv kreeg. Eigenlijk is het wel gezond dat men na een aantal jaren professionele politiek andere oorden opzoekt. En een zelfgekozen afscheid is wellicht beter dan één dat door de kiezer wordt opgelegd…
Eén van de nuttigste bevoegdheden van een gemeenteraadslid, en ook een noodzakelijke om de taak goed te vervullen, is het recht om stukken in te kijken. Het Gemeentedecreet zegt daarover : “De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van de gemeente betreffen.” Het is voor mij zo’n belangrijk recht dat ik niet voor veel compromissen vatbaar ben : als ik het wil inkijken, ga ik door totdat ik het mag inkijken.
De Hongaarse republiek draagt de vlag van het Europees Voorzitterschap, en zo zat ik de voorbije dagen in het altijd schitterende en deze keer ook zonnige Boedapest. Ik heb de uren vooral vergaderend doorgebracht (in een prachtige ruimte, maar galmend als een kerk en dus niet zo vergadervriendelijk), en bovendien heb ik hier al eens eerder de pracht van de stad bezongen. Dat ga ik dus niet doen. Ook over het voorzitterschap heb ik niet zoveel te zeggen : Hongarije wordt voor zijn “eerste keer” geconfronteerd met de Eurocrisis en alles wat daaruit voortvloeit. Niet meteen een cadeau. Op het domein dat ik goed ken (werkgelegenheid, dus) blijven de Hongaren overeind en vooralsnog blijven de grote lijnen van wat de vorige voorzitter (wij, in casu) op de rails zette overeind. Dat lijkt me al heel wat. En over de vraag of het zin heeft om zowat elk gerecht van paprika te voorzien en/of te roken ga ik ook niet uitweiden.
Het Vlaams Belang heeft een probleem. De beste omschrijving lijkt me “wordt bedreigd met toenemende irrelevantie”. De oorzaak van het probleem is dubbel. De eerste is het volgehouden cordon sanitaire. Men kan daar voor of tegen zijn op principiële gronden (ik ben vóór de absolute kern van het cordon : “gij zult geen coalities sluiten met het Belang” – en eventueel bij uitbreiding “gij zult u ook niet door het Belang laten gedogen) en tegen allerlei uitwassen die daarmee niets te maken hebben. Feit is dat het geesteskind van Jos Geysels op korte en middellange termijn het Belang slapen rijk maakte (maar net niet rijk genoeg) maar op lange termijn wellicht bijdraagt aan het einde ervan. De kiezer heeft erg lang kunnen leven met een partij waarop een stem geen enkel nut had (bij gebrek aan –reëel of gepercipieerd- nuttig alternatief op een aantal terreinen) maar dat geduld blijkt niet eindeloos. Ook al omdat het Belang er ook niet voor gekozen heeft om minstens te proberen naar een langzaam toenemende relevantie (annex afzwakking van het soms wel erg extremistische discours) toe te werken, zoals bijvoorbeeld bepleit door wijlen Marie-Rose Morel.
De gemeenteraad van dinsdag leverde enkele pittige discussies op. Dat was onder meer het gevolg van een actieve inbreng van Ludwig Caluwé. Die zou eigenlijk vooraf even moeten verwittigen als hij van plan is om voluit mee te debatteren, dan kunnen we ons (nog) beter voorbereiden… Ondanks de scherpte eindigden de enige stemmingen bijna unaniem, met hoogstens één onthouding. Soms zijn dat overigens nog de meest veelzeggende en strategisch doordachte stemmingen, al moet je wellicht behoorlijk “insider” zijn om dat te zien.
Vier dagen Powerpointpresentaties, van maandagmiddag tot donderdagavond. Hieronder de titels. In vet de presentaties die ik zelf heb verzorgd, de andere heb ik met aandacht beluisterd.
Het Actiecomité Lijn 12 bestaat vooral op het internet, maar vandaag verlieten we de virtuele wereld even. We organiseerden een informatie- en discussievergadering voor de gemeente- en provinciebesturen en de betrokken politici. Binnenkort verdwijnt immers de “Benelux” (in het vakjargon de IC B+) en wat de toekomst daarna brengt voor onze lijn is niet zo duidelijk.
Hij stond al erg lang in de steigers, onze