Openbaar vervoer : meer en beter

Mobiliteit is een goed voorbeeld van een beleidsdomein waar het tijd is voor een sociaal-liberale aanpak. Alle mensen hebben het recht om overal te geraken waar ze willen zijn. Maar als niemand daarbij rekening houdt met de anderen, dan komt er niets van. De files bewijzen elke dag dat we de controle over onze mobiliteit aan het verliezen zijn. Verplaatsingen worden alsmaar duurder en kosten meer tijd.

Om daaraan iets te doen, zijn er verschillende maatregelen nodig. Een degelijk prijsbeleid zou ervoor zorgen dat je betaalt voor de kilometers die je rijdt. Rekeningrijden, dus. Wie op het spitsuur op de Antwerpse Ring rijdt, zou dan meer betalen dan wie 's avonds laat over een verlaten landweg wil rijden. Zo kan de milieukost en de filekost verrekend worden : de vervuiler betaalt. Weeral een belasting ? Wel, neen. In ruil kunnen immers de belastingen op autobezit dalen. De rest kunnen we gebruiken om werken lonender te maken en om telewerken aan te moedigen en te vergemakkelijken. De opbrengst kan ook dienen om enkele stevige investeringen te financieren. Zoals de ontsluiting van Antwerpen. Die investeringen verdienen zichzelf snel terug via een vlotter verkeer, dus zal dat niet tot een verhoging van het totale belastingniveau leiden (dat is al hoog genoeg in ons land). Die investeringsmiddelen kunnen gebruikt worden voor elektronische geleiding van het verkeer (ondemeer via dynamische verkeersborden), zodat alles wat vlotter kan gaan. En ze kunnen tenslotte worden gebruikt om het openbaar vervoer te verbeteren.

Dat daar nood aan is, ondervind ik ook zelf dag na dag. Het is toch niet normaal dat je voor een degelijke treinverbinding een actiegroep moet oprichten ? Met www.lijn12.be zijn we erin geslaagd de dienstverlening van de trein in onze streek een beetje te verbeteren. Maar er moet natuurlijk nog veel meer gebeuren. Er moet dringend geïnvesteerd worden in beter materiaal voor de spoorwegen, want de verouderde treinen zijn één van de belangrijkste oorzaken van de vertragingen. Bovendien zal de trein alleen nieuwe passagiers aantrekken als het comfort verbetert. Verder moeten er meer treinen rijden, die ook de kleine stations goed bedienen. Een typisch voorbeeld op lijn 12 : waarom kan de L-trein niet doorrijden naar Brussel, zodat ook Wildert, Kijkuit of Mariaburg een goede verbinding krijgen. Ook 's avonds laat zijn meer treinen een dringende noodzaak, zeker in het weekend. Dat zou een heel concrete manier zijn om de weekendongevallen aan te pakken.

Als de federale NMBS daarvoor niet kan zorgen, dan moet De Lijn in Vlaanderen maar treinen inzetten. In de Europese logica is het trouwens heel normaal dat er verschillende maatschappijen het spoorwegnet gebruiken. Zeker rond de steden kan er daarmee een fijnmazig openbaar vervoersnet komen. Met trams tot in Brasschaat, bussen die zoveel mogelijk een eigen bedding krijgen - en een automatische voorrang bij de verkeerslichten. Ook in meer landelijke gebieden, zoals Essen, kan De Lijn nog meer doen. Al moet gezegd worden dat er de voorbije jaren heel wat gebeurd is, onder impuls van minister Van Brempt (sp.a). Eerlijke politiek betekent ook durven erkennen wat er goed gaat. Maar er blijven hiaten, en De Lijn lijkt soms erg koppig om daaraan iets te doen. Even de bureaucratische regels opzijschuiven en de school van Berkenbeek (die nét in Wuustwezel lig) erkennen als halte voor de belbus Essen-Kalmthout zou een hele verbetering zijn. En ook een rechtstreekse verbinding tussen Essen/Kalmthout en het Klina-ziekenhuis is redelijk eenvoudig te realiseren.

Zo kunnen er overal in Vlaanderen nog verbeteringen gebeuren. Bijvoorbeeld om ervoro te zorgen dat ook de wat meer afgelegen bedrijfsterreinen vlot met het openbaar vervoer bereikt kunnen worden. Dit moet één van de prioriteiten zijn voor de nieuwe Vlaamse regering. Bij de aankoop van nieuw materiaal daarvoor kan er bovendien meteen gekozen worden voor milieuvriendelijke alternatieven.

Al dat openbaar vervoer moet vervolgens ook goed op elkaar worden afgestemd. Om te beginnen door één ticketsysteem in te voeren voor trein, bus en tram. Waarbij realistische prijzen worden aangerekend, die ervoor zorgen dat iedereen ter bestemming kan geraken zonder dat mensen ondoordacht de schaarse plaatsen in de spitsuren gaan gebruiken. Daarnaast kan het openbaar vervoer ook gecombineerd worden met de fiets. Niet voor niets heb ik in de gemeenteraad een voorstel voor beveiligde fietsparkings aan de Essense stations mee ingediend. Die moeten aan alle treinstations en aan de belangrijkste bushaltes worden voorzien. En soms is er geen andere optie dan de auto. Die zou je dan ook voor een korte periode aan de grote stations moeten kunnen lenen.

Zoals op zoveel beleidsdomeinen kunnen we op het vlak van openbaar vervoer overigens heel wat leren in het buitenland. Bovendien moet er ook concreet op het terrein veel meer grensoverschrijdend worden gedacht. Het is toch niet meer van deze tijd dat er zo goed als geen enkele bus de grens over rijdt en dat in de prijs van een treinticket een verhoging wordt aangerekend alleen omdat je de grens over gaat ? Concreet in onze streek dreigt bovendien de afschaffing van de Beneluxtrein : de reizigers moeten de dure Thalys maar nemen. De Thalys is een goede zaak, maar er moet ook een aanbod zijn voor iedereen. Ook voor wie in Roosendaal woont (of daar de trein wil nemen). De tijd dat denken ophield bij de grenzen is echt wel voorbij.

Moet de overheid of de privésector dat allemaal doen ? Privatiseren of niet ? De overheid moet zorgen dat we al het openbaar vervoer krijgen dat er nodig is, goed georganiseerd en aan een betaalbare prijs. Als dat gedeeltelijk via de privésector kan, dan is dat goed. Is het efficiënter als één of meer modern geleide overheidsbedrijven dat doen, ook goed. Zolang iedereen maar beseft dat het openbaar vervoer er voor de reizigers is, en niet omgekeerd. Al te vaak lijkt het vandaag nog andersom... !