Ik zeg ja vóór Europa

Op 7 juni zijn er ook Europese verkiezingen. Die lijken vaak minder belangrijk dan de Vlaamse kiesstrijd. Maar dat is een zware vergissing : op heel wat domeinen bepaalt de Europese Unie het beleid. En gelukkig maar speelt het Europees Parlement daarin een alsmaar belangrijker rol.

Natuurlijk is de Europese constructie nog niet perfect. Soms worden er verkeerde beslissingen genomen, en soms gaat het ook wat minder vlot dan het zou moeten. Maar wie dat gebruikt om de EU zélf in vraag te stellen, is te kwader trouw. Nochtans is dat een geluid dat ik soms ook bij andere (al dan niet zelfverklaarde) progressieven hoor. Ik ben het ook niet altijd eens met wat in mijn gemeente beslist wordt, integendeel. Daarvoor ga ik het bestaan van de gemeente toch niet in vraag stellen ?

De EU heeft ongelooflijk veel bereikt, en dat vinden we al te vaak zomaar vanzelfsprekend. Dankzij de Unie is vrede in Europa een evidente geworden. Dankzij de Unie is één markt tot stand gekomen, waardoor alles wat we kopen goedkoper is geworden. Dankzij de Unie hebben we één munt, waardoor de bankcrisis en nu ook de economische crisis veel landen (waaronder zeer zeker ons land) een stuk minder zwaar treft dan anders het geval zou zijn.

Ik kies resoluut vóór de Europese Unie. Voor een nog sterkere samenwerking op heel wat domeinen. Buitenlands beleid en defensiebeleid zijn daarbij vanzelfsprekend. Maar ook op andere terreinen is het goed dat Europa de grote doelstellingen en normen vastlegt, die de Lidstaten dan in de praktijk kunnen brengen. Waarop ze vervolgens ook worden afgerekend. Het Verdrag van Maastricht heeft er destijds voor gezorgd dat het budgettair beleid (vóór de regering-Leterme/Van Rompuy dan toch) op het juiste spoor is terechtgekomen. Ook ons milieubeleid en ons werkgelegenheidsbeleid, om maar twee domeinen te noemen, zouden best op dezelfde manier kunnen worden aangepakt : ieder bepaalt de eigen weg, maar samen leggen we de richting vast. Daarbij moet Europa uiteraard meer rekening houden met de diversiteit binnen de Lidstaten. Het is onaanvaardbaar dat autonome regio's zoals Schotland, Catalonië of Vlaanderen geen stem in het kapittel hebben.

De EU maakt bovendien dat we ongelooflijk veel kunnen leren over wat er in andere landen gebeurt. Eigenlijk zou bij elk nieuwe beleidsinitiatief moeten worden nagegaan wat er elders op hetzelfde domein al is gebeurd. Zo zouden er heel veel slechte maatregelen kunnen worden vermeden, en er zou heel wat inspiratie kunnen worden opgedaan. Het nieuwe Vlaams Parlement moet daarvan een prioriteit maken : beter bestuur door over de grenzen te kijken.

De Unie heeft ook een duidelijk gezicht nodig. Ik pleit voor een rechtstreeks verkozen Europese president, die dan zowel de Commissie als de Raad voorzit. Als tegengewicht moet ook het Europees Parlement nog meer te zeggen krijgen. Ik ben ook absoluut voorstander van een verdere uitbreiding van de EU. Ik weet dat die het niet gemakkelijker zal maken om de Unie te besturen, en daar moeten goede afspraken over worden gemaakt. Maar het perspectief op de uitbreiding, en ook de toetreding tot de Unie zelf, heeft veel mogelijk gemaakt in de landen van Centraal- en Oost-Europa. Ook voor de Balkanlanden, voor Oekraïne en Turkije moet een duidelijk pakket hervormingen worden opgesteld, als voorwaarde voor toetreding. Zo moeten de behandeling van de Koerden in Turkije duidelijk anders, en moet de scheiding tussen islam en staat verder worden verankerd. Maar uiteindelijk horen ze er wel bij.

Vlaanderen staat in Europa ...

Een sterk Europa is ook de beste garantie voor de toekomst van Vlaanderen. Het is duidelijk dat de Belgische federatie verder moet worden hervormd, om Wallonië en Vlaanderen meer kansen te geven. Een sterke inbedding van het autonome Vlaanderen van morgen in de Europese Unie is daarbij vanzelfsprekend.

De grote staatshervorming moet er dus komen. Het debat daarover zie ik het liefst niet gaan over grote symbooldossiers, maar wel over heel praktische afspraken om tot een beter bestuur te komen. De basis daarvan moet art. 35 van de Grondwet zijn : voor decennia vastleggen wat de federale overheid zal blijven doen, in plaats van het beleid te versnipperen over verschillende niveaus. Op domeinen waar Wallonië en Vlaanderen elkaars weg blokkeren, moeten ze allebei meer vrijheid krijgen. Maar als het er alleen om gaat hetzelfde beleid voortaan verder te zetten op een briefhoofd met een Vlaamse Leeuw of Waalse Haan, dan heeft dat natuurlijk maar weinig zin.

En Brussel-Halle-Vilvoorde ? Degenen die dat dossier hebben opgeblazen tot iets van ongelooflijk veel belang, moeten maar voor een oplossing zorgen. Voor de enig logische oplossing dus, met name de onvoorwaardelijke splitsing. Waarna Vlaanderen eens moet beginnen nadenken over een creatief minderhedenbeleid tegenover de franstaligen dat de rest van de wereld wel kan begrijpen, en dat terechte sociale doelstellingen niet verwart met een een middeleeuws "Wat Walsch is valsch is" (ik zei wel : ná de splitsing van BHV, anders wordt taal verward met territorium).

Een vrij, open en tolerant Vlaanderen in een democratische, brede en slagkrachtige Europese Unie. Daar moeten we in 2020 staan.