|
Voorstel : individuele waterzuivering na de zoneringsplannen
TOELICHTING
:
Op
dit ogenblik vindt het openbaar onderzoek omtrent het ontwerp van zoneringsplan
voor onze gemeente plaats. In dat plan wordt voor elke woning of cluster van
woningen in Essen bepaald op welke manier in de toekomst de watersanering zal
gebeuren : via een collectief systeem (riolering) of een individueel systeem
(individuele behandeling van afvalwater – IBA). Algemeen uitgangspunt daarbij
is dat alle afvalwater moet worden behandeld, en dat er een volledig gescheiden
circuit voor regenwater en afvalwater moet worden opgebouwd.
De
zoneringsplannen zijn slechts een eerste fase. Daarna moeten door het
gemeentebestuur en Aquafin uitvoeringsplannen worden opgesteld, waarin een
concrete werkwijze en timing zullen worden uitgewerkt. Over die timing, en over
de financiële gevolgen van de uitvoeringsplannen, is er momenteel nog veel
onzekerheid. Zo zal de Vlaamse overheid onvermijdelijk de
subsidiëringsmogelijkheden ten aanzien van de gemeenten moeten uitbreiden. Maar
principieel zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de collectieve systemen (tot
aan de “omslagpunten” waar Aquafin de verantwoordelijkheid overneemt en die ook
in de uitvoeringsplannen moeten worden bepaald).
De
burger is zelf in principe verantwoordelijk voor de IBA’s. Dat is echter niet
rechtvaardig : ook wie in een gebied woont waar geen aansluiting op de riolering
mogelijk zal zijn, betaalt immers via de belastingen mee aan het stelsel.
Bovendien is het niet efficiënt : door de burgers zelf helemaal voor hun eigen
afvalwaterzuivering verantwoordelijk te maken, is een efficiënte controle daarop
moeilijker – niet elke betrokkene zal even intensief met de kwaliteit van de
eigen waterzuivering bezig zijn. Een dergelijke controle zal nochtans het
aantal problemen sterk verminderen en dus de kostprijs doen dalen. Wanneer het
gemeentebestuur de verantwoordelijkheid op zich neemt, zal het aantal soorten
IBA’s ook beperkt blijven, waardoor de aankoop, controle en de opvolging
goedkoper worden. Tenslotte zal de controle en de opvolging meer als “normaal”
worden aangevoeld, terwijl controle op door de burger zelf betaalde IBA’s als
een handhavings- en sanctiebeleid zal overkomen.
Vandaar dat verschillende organisaties (VVSG, Vlario…) aanraden dat de
gemeentebesturen zelf deze verantwoordelijkheid op zich zouden nemen. Vanuit
het Essense schepencollege komen verklaringen die in die richting gaan, maar een
definitieve keuze hiervoor werd vooralsnog niet gemaakt. Dat lijkt nochtans wel
aangewezen : op die manier kan veel ongerustheid worden weggenomen bij de burger
en kunnen bovendien oneigenlijke bezwaren tegen de zonering worden vermeden :
wie in een rode zone (IBA) woont zou daar immers in het kader van het openbaar
onderzoek tegen kunnen protesteren omwille van zuiver financiële, eerder dan
praktische of ecologische redenen. Het is dan ook van groot belang om deze
principebeslissing nu te nemen. Om soortgelijke redenen van rechtvaardigheid,
schafte Essen overigens reeds eerder de verhaalbelastingen op riolering af. De
waterheffing voorziet wel in een eerlijk systeem : wie water verbruikt, moet
ervoor betalen.
Daarnaast stelt zich het probleem van de bestaande IBA’s. Ondermeer in de
weekendzone kregen heel wat mensen de verplichting opgelegd om een kleinschalige
waterzuivering aan te leggen. Anderen legden vrijwillig een dergelijke
zuiveringsinstallatie aan. Wanneer zij in een zone met een IBA-verplichting
terechtkomen, kan de bestaande installatie behouden blijven, op voorwaarde dat
ze binnen een termijn van tien jaar aan de vereisten (BENOR-norm) voldoet of dat
er kan aangetoond worden dat de zuiveringskwaliteit volstaat. Voor wie in een
zone met riolering terechtkomt, is de bestaande installatie in principe verloren
: het is verplicht aan te sluiten op een rioleringsstelsel. Voor hen wordt soms
een tijdelijke vrijstelling van de waterheffing vooropgesteld (gedurende tien
jaar, bijvoorbeeld), maar dat is een erg arbitraire compensatie.
Omwille van het al aangehaalde gelijkheidsbeginsel is het daarom aangewezen dat
het gemeentebestuur op een bepaald ogenblik alle bestaande kleinschalige
zuiveringsinstallaties zou overnemen aan de restwaarde. Daarbij moet bepaald
worden hoe lang de installatie normaal zou meegaan, waarna het gedeelte van de
oorspronkelijke kostprijs dat op de nog resterende termijn slaat door het
gemeentebestuur aan de betrokkene kan worden terugbetaald. Voor een installatie
die 2.000 EUR heeft gekost, die 20 jaar kan meegaan waarvan er 10 zijn
verstreken, zou dan 1.000 EUR worden betaald. Daarmee verwerft het
gemeentebestuur meteen de volledige controle over alle
waterzuiveringsinstallaties, die het dan al dan niet verder kan gebruiken,
waarbij opnieuw de hierboven aangehaalde schaalvoordelen zouden spelen.
Uiteraard is er van een compensatie via de waterheffing dan geen sprake meer.
Op
financieel vlak stelt dit niet meteen bijzondere problemen. De kostprijs voor
de IBA’s zou volgens de beschikbare schatting slechts iets meer dan 5% van de
totale kostprijs voortvloeiend uit het zoneringsplan bedragen. Maar ook de
totale factuur blijft wellicht relatief beperkt. Het gemeentelijke deel van de
waterheffing wordt in het budget 2007 op 500.000 EUR geschat. De totale
kostprijs van de uitvoering van het plan wordt ingeschat op 28.000.000 EUR, maar
daarbij moet rekening worden gehouden met de (bestaande en wellicht uitgebreide)
subsidiëringsmogelijkheden, met de spreiding in de tijd en met de hoge
levensduur van rioleringsinstallaties – die in principe tot 100 jaar kunnen
meegaan. Daarnaast betreft ook niet het volledige bedrag een verhoging van het
uitgavenpeil : Essen gaf uiteraard ook de voorbije tijd al geld uit aan riolen.
We kunnen er dus rustig vanuit gaan dat de gehele kostprijs van de
zoneringsplannen via een goede spreiding in de tijd van de aanleg en vooral van
de leninglast, door de heffing zal kunnen worden gedekt.
Tenslotte moet worden opgemerkt dat het hier enkel gaat om het afvalwater van de
gezinnen, en dat bedrijfsafvalwater (of gemengd gezins-/bedrijfsafvalwater)
onder een eigen specifieke reglementering valt.
VOORSTEL
VAN BESLUIT :
De
gemeenteraad van Essen besluit :
1.
De kosten van alle installaties voor individuele behandeling van
afvalwater (IBA) die als gevolg van de opmaak van de zoneringsplannen en van de
later daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen in Essen zullen moeten worden
aangelegd, zullen ten laste genomen worden van het gemeentebestuur.
2.
Alle bestaande kleinschalige waterzuiveringsinstallaties op percelen die
vallen onder het zoneringsplan en de later daaruit voortvloeiende
uitvoeringsplannen, zullen op het gepaste ogenblik door het gemeentebestuur
worden overgenomen, aan de restwaarde die zal bepaald worden door de
oorspronkelijke kostprijs, na aftrek van alle ontvangen subsidies, evenredig te
verdelen over de totale verwachte gebruiksduur en daarvan het gedeelte van de
termijn dat reeds verstreken is af te trekken.
3.
Het schepencollege krijgt opdracht dit besluit onmiddellijk bekend te
maken, en alleszins onverwijld over te maken aan de eigenaars van alle percelen
die volgens het ontwerp van zoneringsplan dat in openbaar onderzoek een IBA
zouden moeten aanleggen (die dus in de rood ingekleurde delen van het plan
liggen).
Tom Bevers
Geert Vandekeybus |