|
OCMW-budget
2006
TUSSENKOMST
“Eerlijk
gezegd heb ik gemengde gevoelens bij het voorliggende ontwerp van budget,
meerjarenplan en strategische nota. Die gevoelens slaan natuurlijk niet
terug op het technische cijferwerk. De manier waarop in OCMW Essen
gebudgetteerd wordt is zondermeer voorbeeldig, wat ons de luxe geeft om ons op
het achterliggende beleid te kunnen concentreren.
Ook
bij de budgettaire vertaling van het beleid heb ik niet zoveel bedenkingen.
Ook als ik dat beleid zou mogen uittekenen, zou het financiële plaatje er
wellicht niet zoveel anders uitzien, al zouden sommige accenten waarschijnlijk
verschuiven. Maar dat betekent niet dat ik me kan terugvinden in het
geheel dat hier voorligt. Dat lijkt misschien vreemd, voor wie zich nog
herinnert dat ik toen heb afgesloten met de woorden : “Met dit budget,
meerjarenplan en strategische nota zit OCMW Essen in elk geval op het goede
spoor. Hopelijk doet de nieuwe machinist geen ongelukken !”
Die machinist hoeft nochtans
niet bang te zijn dat ik hem ervan ga verdenken de trein te hebben laten
ontsporen. Integendeel, hij heeft bij mij op een bepaald ogenblik de
verwachting gewekt om een heel nieuw stuk spoorlijn te bouwen. De
conceptnota Kerkeneind – Sint-Jozefkliniek heeft de bakens uitgezet waarmee
het OCMW de spil kan worden van het sociale beleid in Essen en daaraan een
duidelijke structuur kan geven. Misschien kan zelfs de planning voor het
lokaal sociaal beleidsplan daar mee aan bijdragen. Al vind ik de “stop
and go”-techniek van het gemeentebestuur daarin wel storend : eerst doen ze
wel mee, dan niet en als ze dan merken dat het OCMW toch verder wil gaan, dan
nemen ze het heft weer in handen. Ik merk langs die kant veel
koudwatervrees, zodat het uitdrukkelijke engagement uit de vorige strategische
nota’s om de gemeentelijke sociale dienst naar het Kerkeneind te verhuizen
weer op de lange baan wordt geschoven en zodat er van de ook al beloofde
afstemming van de toelagen eigenlijk niet veel in huis komt. Bovendien
wordt er blijkbaar nog altijd geen werk gemaakt van de eigendomsoverdracht van
de gebouwen aan Kerkeneind, en dat vind ik ook een essentiële stap. Toch
hadden de nota over het dubbele sociaal huis, socio-administratief en
socio-medisch, en over het lokaal sociaal beleidsplan bij mij de verwachting
gewekt nu een strategische nota met een duidelijke visie op het OCMW van morgen
en overmorgen te zien.
En
helaas. Strategisch schiet de tekst sterk tekort, en een nota is het ook
al niet. Het is een puzzel, met kruisverwijzingen naar documenten die niet
eens zijn bijgevoegd. Het bevestigt uitdrukkelijk de vorige nota’s en
herroept die tegelijk. Als er morgen iemand naar een duidelijk
beleidsdocument over het OCMW vraagt, dan hebben wij alleen een puzzel van
minstens zes stukjes. En morgen zal er naar gevraagd worden, want iemand
zal na de verkiezingen een nieuw beleidsprogramma voor deze gemeente moeten
opstellen. Als het OCMW een twijfelende, zelfs mislukte, start zoals in
2001 wil vermijden maar integendeel de eigen ambities wil vastleggen voor de
toekomst, moet het er wel voor zorgen dat iedereen duidelijk weet wat we willen.
Niet alleen qua vorm, maar ook qua inhoud mis ik dat in de “strategische
puzzel”, op de twee al genoemde nota’s na.
Ik
weet bijvoorbeeld nog steeds niet goed waar we met het woonbeleid echt naartoe
willen. Natuurlijk is het aankopen van de acht Arro-woningen een positieve
en belangrijke stap. Maar een beleid maak je niet met stenen alleen.
Het Sociaal Verhuurkantoor hangt al sinds de zomer van 2003 in de lucht.
Het is nochtans allemaal niet zo moeilijk : we moeten Kalmthout overtuigen dat
we samen die voltijds gesubsidieerde medewerker voor huisvesting en
woonbegeleiding echt wel kunnen gebruiken. En om nog even naar vorig jaar
terug te komen… Toen heb ik gezegd dat ik bijzonder blij was met de
klusjesdienst. Dat was toen waarschijnlijk het belangrijkste element in
mijn positieve beoordeling van de nota. Ik heb er toen op aangedrongen dat
we onze klusjesdienst ook zouden durven inzetten voor kleine herstellingen of
werkzaamheden bij cliënten, bijvoorbeeld om het zelfstandig wonen te
vergemakkelijken. Ik heb ook gevraagd om de maatschappelijk assistenten
ervan bewust te maken dat we voortaan desgewenst ook wat materiële hulp kunnen
aanbieden. Ik ben nogal ontgoocheld in het afvoeren van de dienst.
Het is politiek ook niet helemaal fair om eerst tegemoet te komen aan de
oppositie en dan achteraf toch een andere weg in te slaan. Bovendien heb
ik uit de inventarisatie voor het Personeelsbehoeftenplan geleerd dat de meeste
naburige OCMWs wel over een eigen klusjesdienst beschikken. Maar als ik
het goed heb begrepen is de meerderheid ervan overtuigd dat hetzelfde resultaat
op een andere manier zal kunnen worden bereikt. Ik ga het nauwlettend maar
nogal sceptisch volgen.
Ook
op andere terreinen mis ik perspectief. Dat kan ook valse verwachtingen
opwekken, want ik stel bijvoorbeeld vast dat er geen enkele prijsaanpassing in
de serviceflats meer wordt voorzien tot in 2010. Zo staat het toch in het
meerjarenplan. Dat is niet realistisch, dat weet iedereen. Maar
wellicht wil niemand het gezegd hebben, misschien wel uit een soort beeld van de
politiek dat alleen maar focust op de eerstvolgende verkiezing. Ik vind
dat zowel de Essense belastingbetaler als de serviceflatbewoners het recht
hebben om te weten waar het prijsbeleid in serviceflats naartoe gaat vooraleer
ze het stemhokje induiken.
Ook
in het tewerkstellingsbeleid mis ik een duidelijke visie voor morgen.
Natuurlijk is het goed dat we nu over een eigen ATB-dienst beschikken.
Natuurlijk is het positief dat we voorzien dat 8 mensen aan de slag zullen gaan.
Ik vind het al iets minder gelukkig om daarvoor art. 60 te kiezen. Ik las
onlangs ergens dat art. 60 aan zijn doel beantwoordt en er dus in slaagt om de
mensen te laten uitstromen naar de werkloosheid. Daar is het in de wet
natuurlijk ook voor bedoeld. Als we een doordacht tewerkstellingsbeleid
willen voeren, moeten we in de eerste plaats garanties inbouwen dat art. 60 een
opstap naar werk en niet naar werkloosheid is, en misschien ook zoeken naar
andere manieren om mensen tewerk te stellen.
Ik
ga me tot wonen en werken beperken, dat zijn ook altijd twee prioriteiten voor
mij geweest, maar ik zou het nog over andere zaken kunnen hebben. Ik zie
in de enkele bladzijden “strategische nota” vooral vaststellingen en een
opsomming van zaken die het voorbije jaar zijn gebeurd. Dat hoort
natuurlijk niet thuis in deze tekst. Ik mis impulsen, zowel op kortere als
op langere termijn. Ik ga het geheel dat voorligt niet goedkeuren.
Zoals ik heb uitgelegd keur ik daarmee niet zomaar het beleid af dat het
voorbije jaar of daarvoor werd gevoerd. Ik ben ook niet tegen datgene wat
er in de nota staat, op enkele zaken na waarvan ik er sommige heb aangehaald.
Maar een strategische nota gaat over een toekomstvisie, en die komt voor mij
veel te weinig uit de verf. “
Tom Bevers (PLE)
|