|
Voorstellen
van sp.a en PLE opgenomen in OCMW-budget 2005
PERSMEDEDELING
Op 19 oktober bespreekt de Essense OCMW-Raad het
budget en de beleidsplannen voor 2005. De oppositiepartijen sp.a en PLE zijn
daarmee niet helemaal ontevreden. Binnen het OCMW werd immers een open procedure
afgesproken, waarbij alle partijen hun voorstellen konden binnenbrengen. Op die
manier wisten de raadsleden Clous (sp.a), Bevers (PLE) en Veraart (sp.a) hun
collega's uit de meerderheid op heel wat vlakken te overtuigen - waardoor het
OCMW tot een sterker en breder gedragen beleid komt. PLE en sp.a stellen dan ook
dat het schepencollege hieruit lessen zou moeten trekken voor de werkwijze in de
gemeenteraad.
Zo wordt het hoofdstuk "woonbeleid"
sterk getekend door de voorstellen van beide partijen. De mogelijke oprichting
van een Sociaal Verhuurkantoor, het opstarten van een woonoverleg en de geplande
bouw van vier zogenaamde "kangoeroewoningen" vloeien voort uit een
besluit dat in augustus 2003 op voorstel van sp.a en PLE werd genomen. Ook de
oprichting van een eigen klusjesdienst, die zal worden geïntegreerd met de
gemeentelijke technische dienst, vindt daarin zijn oorsprong. Daarmee zal het
OCMW kleine werkzaamheden kunnen uitvoeren in de woningen die het huurt, of bij
cliënten die er zelf niet (meer) voor kunnen instaan.
Bovendien wordt de dienstverlening van het OCMW
beter gestructureerd. Vanaf 2005 zal op vraag van Jeroen Clous (sp.a) de Essense
Polikliniek in de werking worden geïntegreerd, waarbij de samenwerking met de
Essense huisartsen en met Klina helemaal wordt behouden. Ook de
arbeidstrajectbegeleiding, die leefloners op weg moet helpen naar de
arbeidsmarkt, wordt versterkt en in het OCMW ingebed. De aandacht van Tom Bevers
(PLE) voor het belang van het lokaal sociaal beleidsplan, dat het OCMW met de
gemeente moet opstellen, wordt eveneens in het beleid opgenomen. Dit plan moet
leiden tot één sociaal huis waarin ondermeer het OCMW en de gemeentelijke
welzijnsdienst worden ondergebracht.
Natuurlijk kunnen PLE en sp.a zich niet in alle
gemaakte keuzes terugvinden. Zo werd door de CD&V/VLD-meerderheid nogmaals
besloten de leeftijdsgrens voor de mantelzorgtoelage te behouden en wordt de
hete aardappel van de onderhoudsplicht voor de kinderen van rusthuisbewoners
opnieuw naar de federale regering doorgespeeld. Ook over een mogelijke
uitbreiding van de serviceflats wordt in de beleidsnota geen klare wijn
geschonken.
Daardoor kunnen de oppositiepartijen budget en
beleidsnota niet goedkeuren, maar met een onthouding bij de stemming willen ze
wel aangeven dat het OCMW ook volgens hen op de goede weg is. Ze hopen dat de
nieuwe voorzitter, die vanaf januari André Moens (CD&V) na 15
verdienstelijke jaren zal opvolgen, die aanpak verder zal zetten.
Meer informatie :
Jeroen Clous, tel. 0475/77 37 12, accucare@skynet.be, www.s-p-a.be/essen
Tom Bevers, tel. 03/667 16 67, tombevers@2910essen.net, www.kies.nu/ple
DE
VOORSTELLEN EN DE BELEIDSNOTA VERGELEKEN
|
DE
VOORSTELLEN VAN sp.a EN PLE
|
DE
STRATEGISCHE NOTA 2005
|
|
|
1.
Voorwoord
Het
meerjarenplan bestaat uit een financiële en een strategische nota. De
strategische beleidsnota 2005 geven we tekstueel eerder beknopt weer. Wil
dit zeggen dat ons bestuur dan geen nieuwe strategische keuzes maakt?
Neen, verre van zelfs. Drie elementen verklaren de beknopte vormgeving.
1.1
Duidelijkheid
De
omzendbrief van de Vlaamse minister voor Binnenlandse Aangelegenheden
waarschuwt terecht voor "breedvoerig proza, welke niet thuishoort in
het meerjarenplan".
|
|
n
de eerste plaats stellen we voor om alle engagementen uit de strategische
nota die een doorlopend karakter hebben of die nog niet volledig
uitgevoerd zijn opnieuw in de strategische nota op te nemen.
Bijkomende
voorstellen (in volgorde van de huidige strategische nota) :
|
1.2
Samenhang met huidig meerjarenplan
Bij
de begroting 2004 stelden we de bestaande strategische nota op. Deze nota
verwoordde de strategische beleidskeuzes die gelinkt konden worden met het
meerjarenplan 2004-2007 (cf. bijlage).We stellen formeel dat alle
engagementen die een doorlopend karakter hebben of die nog niet volledig
uitgevoerd onverminderd blijven gelden.
|
|
|
1.3
Samenhang met de financiële nota
De
derde reden is evenwel veel fundamenteler. De financiële nota bevat veel
meer dan enkel en alleen maar de gevraagde berekening van de loutere
financiële weerslag van de beleidsopties. In de financiële nota vindt u
een uitvoerige bespreking van een aantal strategische keuzes die
voortvloeien uit de weerhouden nieuwe initiatieven.
Deze strategische nota moet dan ook in nauwe samenhang met voornoemde twee
documenten gelezen worden. We beperken ons daarom tot de wijzigingen.
|
|
Het
OCMW kiest er ook voor om als openbaar bestuur een voorbeeldfunctie op te
nemen. Artikel 1 van de OCMW-wet geeft ons immers de opdracht om eenieder
in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de
menselijke waardigheid, en we willen daarbij ook denken aan de generaties
na ons. Het OCMW wil werk maken van een duurzame ontwikkeling, ondermeer
door zuinig te zijn met energie, milieuvriendelijke schoonmaakproducten te
gebruiken en bij beleggingen ook ethische criteria in oogmerk te nemen. |
1.4 Voorbeeldfunctie
Het OCMW kiest er voor om als openbaar
bestuur een voorbeeldfunctie op te nemen.
Artikel 1 van de OCMW-wet geeft ons immers
de opdracht om eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden
dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid, en we willen daarbij ook
denken aan de generaties na ons.
Het OCMW wil werk maken van een duurzame
ontwikkeling, ondermeer door zuinig te zijn met energie,
milieuvriendelijke schoonmaakproducten te gebruiken en bij beleggingen ook
ethische criteria in oogmerk te nemen.
|
|
Het
nieuwe decreet op het lokaal sociaal beleid is van groot belang. Het OCMW
wil de kansen die dit decreet biedt met beide handen grijpen. Het OCMW wil
dat het lokaal sociaal beleidsplan een echt strategisch plan wordt, zoals
dat beschreven wordt in de handleiding Strategische planning voor het
lokaal sociaal beleid van de Vlaamse overheid . Dit plan zal een
duidelijke missie formuleren, een ruime omgevingsanalyse omvatten,
vervolgens doelstellingen formuleren en daaraan meetbare indicatoren
koppelen.
De
oprichting van een volwaardig sociaal huis is daarbij, zoals het in het
decreet wordt voorgeschreven, de belangrijkste doelstelling. Het past
hierbij om de woorden van het bestuursakkoord in herinnering te brengen.
Dit spreekt over de dienstverlening in een 'echt sociaal huis', waar men
terechtkan en bijstand ontvangt voor alle noodzakelijke formaliteiten. Zo
mogelijk moeten ook de sociale diensten van de gemeente hierin
ondergebracht worden. Zoals reeds gesteld, moet dit gebeuren in
samenwerking met de bestaande en nog uit te werken vrije initiatieven
(o.a. ziekenfondsen, rusthuizen, e.d.).
Het
OCMW wil daarom ook dat het lokaal sociaal beleidsplan tot stand komt in
overleg met de andere organisaties die in Essen rond welzijn werken.
Daarnaast is participatie van de verschillende doelgroepen van het sociaal
beleid bij de opmaak van het plan onontbeerlijk.
|
2.
Samenhang met het decreet lokaal sociaal beleid
Het
nieuwe decreet op het lokaal sociaal beleid is van groot belang. Het OCMW
wil de kansen die dit decreet biedt met beide handen grijpen. Het OCMW wil
dat het lokaal sociaal beleidsplan een echt strategisch plan wordt, zoals
dat beschreven wordt in de handleiding Strategische planning voor het
lokaal sociaal beleid van de Vlaamse overheid . Dit plan zal een
duidelijke missie formuleren, een ruime omgevingsanalyse omvatten,
vervolgens doelstellingen formuleren en daaraan meetbare indicatoren
koppelen.
De
oprichting van een volwaardig sociaal huis is daarbij, zoals het in het
decreet wordt voorgeschreven, de belangrijkste doelstelling. Het past
hierbij om de woorden van het bestuursakkoord in herinnering te brengen.
Dit bestuursakkoord spreekt over de dienstverlening in een 'echt sociaal
huis', waar men terecht kan voor alle noodzakelijke formaliteiten en ook
bijstand kan ontvangen. Zo mogelijk moeten ook de sociale diensten van de
gemeente hierin ondergebracht worden. Zoals reeds gesteld, moet dit
gebeuren in samenwerking met de bestaande en nog uit te werken vrije
initiatieven (o.a. ziekenfondsen, rusthuizen, e.d.).
Het
OCMW wil daarom ook dat het lokaal sociaal beleidsplan tot stand komt in
overleg met de andere organisaties die in Essen rond welzijn werken.
Daarnaast is participatie van de verschillende doelgroepen van het sociaal
beleid bij de opmaak van het plan onontbeerlijk.
|
|
|
3.
Inhoudelijk
Zoals
reeds hoger geschreven, beperkt deze nota zich dan ook voornamelijk tot de
wijzigingen. Gemakshalve volgen we hierbij de oorspronkelijke gemaakte
indeling.
|
|
I.
2 Personeel
Het
personeelsbehoeftenplan zal in de loop van 2005 worden geïmplementeerd.
Daarnaast zal en het kader van "Levenslang Leren" een
vormingsplan voor alle personeelsleden worden uitgewerkt.
|
I.
2 Personeel
Het
personeelsbehoeftenplan zal in de loop van 2005 worden geïmplementeerd.
Daarnaast zal in het kader van "Levenslang Leren" een
vormingsplan voor alle personeelsleden worden uitgewerkt.
|
|
II.1
Ouderenbeleid (beter : Doelgroepenbeleid) |
II.1
"Ouderenbeleid" (term te vervangen door
"Doelgroepenbeleid")
"Niet
enkel voor ouderen"
De
term "ouderenbeleid" wordt dus vervangen door
"doelgroepenbeleid".
De directe aanleiding vormen de dienstencheques en de omvorming van de
poetsdienst, welke niet langer voorbehouden is voor senioren.
Maar
er is meer aan de hand.De meest kapitaalkrachtige generatie is deze van de
60 plussers, terwijl de mazen van ons sociaal vangnet groter en groter
worden voor jongeren beneden de 30 jaar. En deze vaststelling beperkt zich
niet tot jonge leefloners of steuntrekkers.
Ook
onze werkende jongeren krijgen het steeds moeilijker. Begin maar eens als
jonge twintiger een gezin op te starten en te voorzien in je eigen
huisvesting. De bouwprijzen swingen de pan uit, en de huurprijzen zijn
onmenselijk hoog. Sommige eigenaars in onze gemeente verhuren reeds per
opbod: kandidaat-huurders moeten onder een gesloten omslag een huurprijs
voorstellen en moeten bovendien nog bewijs leveren van voldoende vermogen
(met verzoek tot afgifte van kopies van bankrekeningen, loonfiches,
enz..).De hoogste bieder mag zich dan huurder noemen….
Deze
vaststelling moet zeker een rol spelen bij alle initiatieven, inzonder de
concrete invulling van de geplande woonprojecten (zie verder onder II.5).
Serviceflats
voor bejaarden - uitbreiding met 10 flats ?
Het OCMW onderzoekt middels een uitgebreide
kosten-batenanalyse de wenselijkheid inzake de mogelijke uitbreiding van
de bestaande residentie Mastbos met 10 eenheden. Deze analyse wordt
voltooid in het begin van 2005 zodat de OCMW - raad in het voorjaar van
2005 een definitief besluit inzake de uitbreiding zal nemen"
Warme
maaltijden
Het
belang van een gezonde voeding kan niet genoeg onderstreept worden. Vaak
zijn het geïsoleerde bejaarden met een gering pensioen die hun
basisvoeding verwaarlozen. De OCMW-dienst maaltijden kent amper 50
gebruikers. Op een totaal aantal bejaarden van 2.400 vertegenwoordigt dit
amper 2 %.Voor de prijs van de maaltijden, hielden we vroeger rekening met
het inkomen. Sedert een aantal jaren betalen alle gebruikers - rijk of arm
- hetzelfde tarief.
Het
lijkt ons aangewezen om de financiële drempel weg te nemen. Het OCMW zal
een toelage verlenen gebaseerd op het inkomen.
Strijkatelier
Het
strijkatelier in de Maststraat is momenteel operationeel. De opstart werd
voorafgegaan door een heuse volwaardige kosten - baten analyse (KBA),
allicht een primeur in onze gemeente.
|
|
Ook
van een eigen klusjesdienst zal, overeenkomstig het bestuursakkoord, werk
worden gemaakt. Door de inzet van een dergelijke dienst kan het OCMW
kleine renovatiewerken zelf uitvoeren, waardoor ervoor gezorgd kan worden
dat woningen goedkoper gehuurd kunnen worden op de privé-markt en
waardoor senioren of andersvaliden geholpen kunnen worden om hun woning zo
aan te passen dat zelfstandig wonen langer mogelijk blijft. Daaraan wordt
de samenwerking met één of meer experten inzake ergotherapeutisch advies
gekoppeld, die deskundig kunnen adviseren welke ingrepen aan een woning
noodzakelijk zijn om aan de eisen inzake zelfredzaamheid tegemoet te
komen. |
Klusjesdienst
Er
zal in 2005 een eerste aanzet worden gegeven aangaande een eigen
klusjesdienst.
Het
OCMW zal iemand extra tewerkstellen bij de gemeentelijke diensten. Deze
persoon moet dan prioritair ingezet worden voor taken voor het OCMW. Op de
momenten dat er bij het OCMW Essen geen taken voorhanden zijn, kan deze
persoon dan ingezet worden voor gemeentelijke taken.
|
|
Dienstverlening
Het
OCMW zal in 2005 ook onderzoeken of via de dienstencheques ook een
boodschappendienst kan worden opgezet. In het kader van het lokaal sociaal
beleidsplan wordt daarnaast nagegaan of, zoals het bestuursakkoord
voorziet, een mindermobielencentrale via de dienstencheques kan worden
uitgebouwd, waarin de werking van de handicar gedeeltelijk kan worden
geïntegreerd.
Verder
blijft het OCMW ernaar streven dat het Revalidatiecentrum in Wuustwezel
als extra halte voor de belbus Essen-Kalmthout zou worden aanzien.
|
Dienstverlening
In
het kader van het lokaal sociaal beleidsplan wordt nagegaan of een
boodschappendienst en een mindermobielencentrale via de dienstencheques
kan worden uitgebouwd, waarin de werking van de handicar gedeeltelijk kan
worden geïntegreerd.
Verder
blijft het OCMW ernaar streven dat het Revalidatiecentrum, een BuSO en een
BLO-school in Wuustwezel als extra halte fungeert voor de belbus
Essen-Kalmthout. Deze instelling vervult een regionale functie en de
bereikbaarheid met het openbaar vervoer is van primordiaal belang. Het
overleg tot hiertoe dat platsgevonden heeft met De Lijn resulteerde tot
hiertoe niet in resultaten.
Er
is echter hoop. De gemeente Wuustwezel wil op korte termijn aansluiten op
het belbusinitiatief dat reeds bij ons bestaat. We hopen dan ook dat onze
Vlaams mobiliteitsminister deze vraag als topprioriteit naar voor schuiven
zal schuiven, zodat hiermede een oplossing gevonden wordt voor het
revalidatiecentrum.
|
|
Mantelzorgtoelage
De
leeftijdsgrens voor de mantelzorgtoelage wordt afgeschaft. Nochtans zal de
toelage niet worden toegekend voor zorgbehoevenden waarvoor de totale
overheidstoelage het bedrag van de zorgverzekering overschrijdt (waarbij
geen rekening wordt gehouden met eventuele gemeentelijke toelagen).
|
Mantelzorgtoelage
Het
reglement inzake mantelzorgtoelage van het OCMW ondergaat een wijziging
door de afschaffing van de plicht van samenwoonst van de zorgbehoevende
met de zorgverstrekker. Voor meer tekst en uitleg verwijzen we naar de
financiële nota.
Met
deze wijziging geven we een gunstig gevolg aan het advies van de
gemeentelijke seniorenraad.
Het
reglement blijft zich - althans zeker voor wat het jaar 2005 betreft -
evenwel houden aan de leeftijdsgrens. De raad bevestigt hiermede de
oorspronkelijke doelstelling van de mantelzorgtoelagen, met name dat de
inspanningen die de mantelzorg levert, een belangrijke ontlasting vormen
voor de gemeenschap op het vlak van de bejaardenvoorzieningen, waarbij de
opname van bejaarden in rustoorden een zware financiële last met zich
meebrengt voor het OCMW.
Navraag
bij het Centrum voor Gelijke kansen en Racismebestrijding leerde ons dat
deze leeftijdbegrenzing geen vorm uitmaakt van ongeoorloofde discriminatie
.We nemen evenwel het engagement aan om de leeftijdgrens grondig te
evalueren bij de opmaak het lokaal sociaal beleidsplan. Hierbij dient er
immers een grondig onderzoek te gebeuren naar de onderlinge samenhang
tussen de toelagen van het OCMW (mantelzorgtoelagen) en deze van de
gemeente (zoals bv. de medisch-sociale toelage). Zo dienen eventuele
overlappingen tussen beide toelagen onderzocht te worden. Tevens kan
hierbij de vraag gesteld worden waarom de medisch-sociale toelage geen
leeftijdsgrens omvat, en de mantelzorgtoelage wel.
|
|
Onderhoudsplicht
De
onderhoudsplicht waartoe kinderen t.o.v. hun ouders verplicht zijn bij
opname in een rusthuis werkt nu in een aantal gevallen sociaal
onrechtvaardig. Ouders die een bescheiden inkomen hadden zullen daardoor
vaak ook een bescheiden pensioen genieten en hadden wellicht niet de kans
om een eigendom te verwerven. In tegenstelling daarmee zullen kinderen uit
een beter gegoede familie er vaak belang bij hebben, indien het pensioen
van de ouders ontoereikend is om de rusthuisrekening te betalen, uit eigen
beweging het tekort zelf bij te passen om zo eventuele eigendommen van een
hypotheek te vrijwaren. De kinderen hebben door de betere financiële
situatie van hun familie wellicht ook meer kansen op een degelijke
opleiding genoten, wat hun kansen op de arbeidsmarkt ten goede is gekomen.
De onderhoudsplicht versterkt de ongelijke kansen en kan in een aantal
gevallen bijdragen tot de spiraal van kansarmoede.
Het
OCMW beslist daarom kortingen toe te staan op de verschuldigde
onderhoudsbijdrage. De terugvordering blijft berekend zoals in het
verleden en blijft vanzelfsprekend beperkt tot het kindsdeel, maar er
wordt bijkomend rekening gehouden met de woning en de kinderlast.
1) Er komt een korting voor de onderhoudsplichtigen die een bescheiden
woning betrekken. Er wordt een forfaitaire korting van 25 euro op het
maandelijks terug te vorderen bedrag toegepast wanneer het een woning
betreft met een K.I. van minder dan 1.000 euro en een korting van 20 euro
wanneer het een woning betreft met een K.I. van minder dan 1.500 euro.
2) Wanneer de onderhoudsplichtige kinderen ten laste heeft, schoolgaand in
het hoger onderwijs, wordt een forfaitaire korting van 15 euro op het
maandelijks terug te vorderen bedrag toegepast per kind in het hoger
onderwijs.
3) Een forfaitaire korting wordt van 25 euro op het maandelijks terug te
vordere bedrag wordt toegepast wanneer de onderhoudsplichtige drie of meer
kinderen ten laste heeft.
4) Tenslotte komt er een verminderde terugvordering wanneer de
onderhoudsplichtige personen ten laste heeft met een invaliditeit van ten
minste 60%. De forfaitaire korting bedraagt in dit geval 50 euro.
De kortingen kunnen gecumuleerd worden, maar kunnen uiteraard niet hoger
liggen dan het terug te vorderen bedrag na berekening op basis van
personenbelasting (volgens de bestaande terugvorderingsschalen).
Verminderingen kunnen ook niet overgedragen worden op andere leden van de
familie waarop de terugvordering van toepassing is.
De
meeste gegevens, die nodig zijn om de extra kortingen te bepalen, zijn
terug te vinden op het aangifteformulier van de indiener, zodat de
bijkomende administratieve belasting erg beperkt kan blijven.
|
Onderhoudsplicht
Ondanks
eerder tegenstrijdige signalen vanuit de federale overheid, blijft deze
laatste uitgaan van het principe dat het OCMW verplicht is om terug te
vorderen op de kinderen tenzij het in een individueel geval en omwille van
billijkheidsredenen beslist niet te doen.
Meer
zelfs, het OCMW neemt akte van het voornemen van dezelfde federale
overheid om de lokale besturen kortelings een éénvormig barema op te
leggen. Het lijkt ons dan ook niet wenselijk met een eigen (veranderde)
regelgeving te komen als de federale overheid een Belgische verplichting
op zou leggen. We vertrouwen hierbij volledig op de wijsheid van de
federale ambtenaren en politici om hierbij een sociaal rechtvaardige
regeling uit te werken.
|
|
II.2
Integratie in het socio-cultureel leven
Op
het vlak van de socio-culturele participatie speelde OCMW Essen een
voortrekkersrol. Pas nadat wij in 2003 een participatiecheque invoerden,
besliste de Minister voor Maatschappelijke Integratie immers om uit te
pakken met een subsidie om projecten voor socio-culturele participatie aan
te moedigen. Maar na de voortvarende start vielen we een beetje stil. Van
de participatiecheque werd maar beperkt gebruik gemaakt en ondanks enkele
pogingen vonden we ook geen geschikte aanwending voor de subsidie, zoals
trouwens heel wat andere OCMWs.
De
OCMW-raad besliste daarom om het stelsel van de participatiecheques te
hervormen en uit te breiden. Alle leefloners en hun gezinsleden alsook de
in Essen wonende asielzoekers kunnen er gebruik van maken. Het budget
wordt onder controle gehouden door met twee halfjaarlijkse schijven te
werken en de tweede schijf aan de beschikbare middelen aan te passen.
Het
OCMW zal verder een folder uitwerken en een rek plaatsen om de
verschillende socio-culturele activiteiten en organisaties voor te
stellen. Met de verschillende gemeentelijke diensten zullen hierover
afspraken worden gemaakt.
Tegelijk
besloot de raad ook om de gebouwen op te fleuren en een oproep te lanceren
aan alle personen die bij het OCMW betrokken zijn om een kunstwerk te
ontwerpen.
|
II.2
Integratie in het socio-cultureel leven
Op
het vlak van de socio-culturele participatie speelde OCMW Essen een
voortrekkersrol. Pas nadat wij in 2003 een participatiecheque invoerden,
besliste de Minister voor Maatschappelijke Integratie immers om uit te
pakken met een subsidie om projecten voor socio-culturele participatie aan
te moedigen. Maar na de voortvarende start vielen we een beetje stil. Van
de participatiecheque werd maar beperkt gebruik gemaakt en ondanks enkele
pogingen vonden we ook geen geschikte aanwending voor de subsidie, zoals
trouwens heel wat andere OCMW's.
De
OCMW-raad besliste daarom om het stelsel van de participatiecheques te
hervormen en uit te breiden. Alle leefloners en hun gezinsleden alsook de
in Essen wonende asielzoekers kunnen er gebruik van maken. Het budget
wordt onder controle gehouden door met twee halfjaarlijkse schijven te
werken en de tweede schijf aan de beschikbare middelen aan te passen.
Het
OCMW zal verder een folder uitwerken en een rek plaatsen om de
verschillende socio-culturele activiteiten en organisaties voor te
stellen. Met de verschillende gemeentelijke diensten zullen hierover
afspraken worden gemaakt.
Tegelijk
besloot de raad ook om de gebouwen op te fleuren en een oproep te lanceren
aan alle personen die bij het OCMW betrokken zijn om een kunstwerk te
ontwerpen.
|
|
II.3
Informatie, inspraak en communicatie
Nu
het OCMW ook verplicht wordt om een informatieambtenaar aan te duiden,
willen we die gelegenheid aangrijpen om het informatiebeleid verder te
versterken en te verbreden. Daartoe zal contact worden opgenomen met een
organisatie die werkt met ervaringsdeskundigen, om te zoeken naar kanalen
om de doelgroep nog beter te bereiken. Zowel kansarmen als niet-kansarmen
zijn immers dikwijls niet op de hoogte van de dienstverlening die het OCMW
kan aanbieden of van de steun waarop ze recht hebben.
|
II.3
Informatie, inspraak en communicatie
Nu
het OCMW ook verplicht wordt om een informatieambtenaar aan te duiden,
willen we die gelegenheid aangrijpen om het informatiebeleid verder te
versterken en te verbreden. In het kader van de opmaak van het lokaal
sociaal beleidsplan wordt de wenselijkheid onderzocht van samenwerking met
een organisatie die werkt met ervaringsdeskundigen, om te zoeken naar
kanalen om de doelgroep nog beter te bereiken. Zowel kansarmen als
niet-kansarmen zijn immers dikwijls niet op de hoogte van de
dienstverlening die het OCMW kan aanbieden of van de steun waarop ze recht
hebben.
II.4
Tewerkstelling
Arbeidstrajectbegeleiding
Het
OCMW heeft een samenwerkingsverband lopen met omliggende OCMW's voor
arbeidstrajectbegeleiding. Deze samenwerking biedt evenwel geen afdoende
meerwaarde om de uitgaven van 16.000 euro op jaarbasis te verantwoorden.
Daarnaast had het OCMW Essen nood aan meer financiële transparantie. Het
OCMW beslist dan ook om de vrijgekomen gelden (deze gelden komen vrij door
het stopzetten van het inhuren van de KINA-diensten ATB) te besteden aan
eigen tewerkstelling.
|
|
II.5
Wonen
Het
OCMW herbevestigt haar beslissing over het woonbeleid van augustus 2003.
In dat kader werden concrete stappen gezet om een aantal woningen te
verwerven in het kader van het project Statievelden. Het OCMW bevestigt
haar engagement in dit verband.
Verdere
stappen in het woonbeleid zullen worden gezet via het oprichten van een
Sociaal Verhuurkantoor, eventueel in samenwerking met de buurgemeenten of
via het toetreden tot het Sociaal Verhuurkantoor Voorkempen. Daarbij zal
ervoor gezorgd worden dat er voldoende permanentie is in Essen. Op termijn
blijft het de bedoeling om te komen tot een eigen Essens S.V.K..
Het
gemeenbestuur heeft, zowel in het woondecreet als in de eigen beleidsnota,
een belangrijke coördinerende rol rond woonbeleid toegewezen gekregen.
Daarbij dient het een overleg op te starten met het OCMW en met alle
organisaties, waaronder de sociale woonmaatschappijen, die in onze
gemeente rond wonen actief zijn. Het OCMW vraagt dat dit overleg in 2005
operationeel wordt en zal desnoods zelf het initiatief hiertoe nemen.
|
II.5
Wonen
Het
OCMW herbevestigt haar beslissing over het woonbeleid van augustus 2003.
In dat kader werden concrete stappen gezet om een viertal woningen te
verwerven in het kader van het project Statievelden. Het OCMW bevestigt
haar engagement in dit verband.
Verder
onderzoek in het woonbeleid blijft evenwel noodzakelijk. Ondermeer voor de
oprichting van een Sociaal Verhuurkantoor, al dan niet in samenwerking met
de buurgemeenten of via het toetreden tot het Sociaal Verhuurkantoor
Voorkempen, blijft een nader uitzoeken van de mogelijkheden een uit te
voeren beleidsoptie.
Het
gemeenbestuur heeft, zowel in het woondecreet als in de eigen beleidsnota,
een belangrijke coördinerende rol rond woonbeleid toegewezen gekregen.
Daarbij dient het een overleg op te starten met het OCMW en met alle
organisaties, waaronder de sociale woonmaatschappijen, die in onze
gemeente rond wonen actief zijn. Het OCMW vraagt dat dit overleg in 2005
operationeel wordt en zal desnoods zelf het initiatief hiertoe nemen.
|
|
II.7
Van OCMW naar Sociaal Huis
Het
OCMW kiest ervoor om het sociaal huis op termijn zo breed mogelijk in te
vullen en zich niet tot het decretaal vastgelegde minimum te beperken.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van het Verslagboek Sociaal Huis van de
Vlaamse Overheid en het HIVA en zal inspiratie gezocht worden bij de
ervaringen die in de zogenaamde "pilootgemeenten" werden
opgedaan. In het kader van het lokaal sociaal beleidsplan zal op die basis
een lange termijnperspectief op dit "sociaal huis" worden
uitgetekend.
Als
eerste stap dient alvast de strategische keuze te worden gemaakt om alvast
de gemeentelijke welzijnsdienst daadwerkelijk naar het Kerkeneind over te
brengen, om zo het "ene loket" te realiseren. Deze eerste fase
zal in elk geval, zoals het decreet het voorziet, op 1 januari 2007
operationeel zijn.
Het
OCMW kiest er in dit kader ook voor om uitdrukkelijk de regisseursrol in
het lokaal welzijnsbeleid op zich te nemen, niet alleen ten aanzien van
het gemeentebestuur maar ook tegenover de andere welzijnsvoorzieningen in
onze gemeente. Via het Netwerk Zorgzaam Essen zal als eerste stap worden
gewerkt aan het opzetten van een systeem van "cliëntoverleg",
waarbij voor complexe dossiers de verschillende welzijnsdiensten die één
persoon of één gezin begeleiden samen met de cliënt rond de tafel gaan
zitten.
Daarnaast
wenst het OCMW een steentje bij te dragen aan projecten van
wijkvernieuwing, zoals "BuitenGewone Buurt", wanneer die worden
opgestart.
|
II.7
Van OCMW naar Sociaal Huis
Het
OCMW kiest ervoor om het sociaal huis op termijn zo breed mogelijk in te
vullen en zich niet tot het decretaal vastgelegde minimum te beperken.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van het Verslagboek Sociaal Huis van de
Vlaamse Overheid en het HIVA en zal inspiratie gezocht worden bij de
ervaringen die in de zogenaamde "pilootgemeenten" werden
opgedaan. In het kader van het lokaal sociaal beleidsplan zal op die basis
een lange termijnperspectief op dit "sociaal huis" worden
uitgetekend.
Als
eerste stap dient alvast de strategische keuze te worden gemaakt om alvast
de gemeentelijke welzijnsdienst daadwerkelijk naar het Kerkeneind over te
brengen, om zo het "ene loket" te realiseren. Deze eerste fase
zal in elk geval, zoals het decreet het voorziet, op 1 januari 2007
operationeel zijn.
Het
OCMW kiest er in dit kader ook voor om uitdrukkelijk de regisseursrol in
het lokaal welzijnsbeleid op zich te nemen, niet alleen ten aanzien van
het gemeentebestuur maar ook tegenover de andere welzijnsvoorzieningen in
onze gemeente. Via het Netwerk Zorgzaam Essen zal als eerste stap worden
gewerkt aan het opzetten van een systeem van "cliëntenoverleg",
waarbij voor complexe dossiers de verschillende welzijnsdiensten die één
persoon of één gezin begeleiden samen met de cliënt rond de tafel gaan
zitten.
Daarnaast
wenst het OCMW een steentje bij te dragen aan projecten van
wijkvernieuwing, zoals "BuitenGewone Buurt", wanneer die worden
opgestart.
|
|
II.8
Schuldbegeleiding
Het
OCMW wil in 2005 concreet werk maken van een preventieproject rond
schulden; dit kan worden gekaderd in het informatiebeleid en in de daarin
voorziene samenwerking met een organisatie die werkt met
ervaringsdeskundigen.
|
II.8
Schuldbegeleiding
Het
OCMW wil in 2005 concreet werk maken van een preventieproject rond
schulden; dit kan worden gekaderd in het informatiebeleid.
|
|
II.9
Polikliniek
In
2005 wordt de Polikliniek in het OCMW geïntegreerd. Daarbij zal de
huidige werking worden verdergezet en de samenwerking met de huisdokters
en Klina nog worden geïntensifieerd.
|
II.9 Polikliniek
Onze
polikliniek blijft hoog aangeschreven bij onze huisartsen (die
doorverwijzen) en patiënten (tot een 8.000-tal raadplegingen / jaar)
Hiermede
bieden we medische kwaliteitszorg aan onze lokale bevolking, die anders
verplicht zou worden om zich naar Brasschaat of nog verder te begeven.
In
deze tijden van dichtslibbende wegen is dit alvast een pluspunt. Bovendien
is Klina via het openbaar vervoer nog steeds niet (rechtstreeks)
bereikbaar.
We
verhelpen hiermede tevens het risico dat onze inwoners alsdan verzeild
geraken in een spiraal van dure specialistische ziekenhuisonderzoeken.
De
OCMW - raad besliste reeds eerder om per 01/01/2005 de vereniging te
integreren in het OCMW als afzonderlijk activiteitencentrum. Daarbij zal
de huidige werking worden voortgezet.
Hierbij
voorzag de raad in 2 adviesraden waarbij de deskundigheid van de
afgevaardigden van de Huisartsen en AZ Klina voldoende aan bod moet kunnen
komen. |
|