T  

Bestuursakkoord CD&V-VLD

Essen 2001-2006

 

Deze versie van het bestuursakkoord werd bewerkt door PLE.  Aan de tekst is niet veranderd, maar stukken tekst hebben wel een kleurtje gekregen.
De tekst in oranje komt letterlijk of bijna letterlijk uit het CD&V-programma.  “Bijna letterlijk” betekent ten hoogste dat de volgorde van de woorden is veranderd, dat de woorden “de CVP” vervangen zijn door “het gemeentebestuur” of iets dergelijks of dat een woord door een synoniem vervangen is. 

 

INLEIDING

Bijgaande tekst vormt de basis voor het beleid dat CVP en VLD de komende zes jaar in Essen willen voeren.

De nieuwe bestuursmeerderheid beschouwt het als een uitdaging om het aantrekkelijke van Essen, de openheid en landelijkheid, het nog aanwezige dorpskarakter, voor de toekomst te behouden en te versterken. Tegelijkertijd wil de nieuwe meerderheid er echter ook voor zorgen dat Essen een gemeente blijft waar volwaardig geleefd kan worden, waar er gewoond en gewerkt kan worden, waar de voornaamste moderne voorzieningen aan de burgers kunnen aangeboden worden.

Vanuit deze dubbele optiek werd dit bestuursakkoord opgesteld. Het vormt het programma voor de volgende zes jaar. Voor 1 april 2001 zal het vertaald worden in een beleidsnota voor de hele legislatuur die aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden. Jaarlijks zal deze nota verfijnd worden tot een jaaractieplan dat telkenmale rekening houdt met de financiële mogelijkheden.

 

1. WELZIJN- EN GEZINSBELEID

1.1. ALGEMEEN

Welzijn is meer dan armoedebestrijding. Met welzijn wordt het hele ‘goed voelen’ van de mens bedoeld.

Het gemeentebestuur en het OCMW hebben tot taak te waken over het globale welzijn van onze inwoners en dit alles binnen een jaarlijks afgebakend financieel kader. Zij zullen dit doen in samenwerking met elkaar en in samenwerking met al wie in onze gemeente op dit punt initiatieven ontwikkelt, het groot aantal v.z.w.’s, de talrijke verenigingen en de vele vrijwilligers.

 

1.2 EEN SOCIAAL HUIS

Het organiseren en uitbouwen van de bestaande structuren van het OCMW vereist een complete reorganisatie en uitbouw van de nodige dienstverlening. Hiervoor is een ruime en afdoende huisvesting voor de verschillende diensten noodzakelijk en dit moet dringend gerealiseerd worden.

De dienstverlening in een ‘echt sociaal huis’, waar men terechtkan en bijstand ontvangt voor alle noodzakelijke formaliteiten. Zo mogelijk moeten ook de sociale diensten van de gemeente hierin ondergebracht worden. Zoals reeds gesteld, moet dit gebeuren in samenwerking met de bestaande en nog uit te werken vrije initiatieven (o.a. ziekenfondsen, rusthuizen, e.d.).

 

1.3 HULPVERLENING EN THUISZORG

Gemeente en OCMW hebben altijd extra aandacht gegeven aan de thuiszorg. Dit gebeurde via de ondersteuning van landelijke diensten voor thuiszorg en door de uitbouw van eigen diensten, zoals warme maaltijden en de vzw Handicar.

De reeds bestaande gemeentelijke initiatieven zoals mantelzorg, warme maaltijden, vzw Handicar e.a. blijven de volledige steun genieten en worden indien noodzakelijk uitgebreid, b.v. door de uitbreiding van de vzw Handicar met een mindermobielencentrale, vervoersdienst met vrijwilligers enz. In overleg met onze buurgemeenten zal nagegaan worden of het tarief voor het gebruiken van de handicar kan dalen.

De installatie van een klusjesdienst krijgt de volle ondersteuning.

Diensten zoals ‘mantelzorgtoelage’ blijven ertoe bijdragen dat onze zwakkeren in eigen omgeving de nodige verzorging ontvangen. De ‘poetsdienst’ voldoet aan een grote behoefte en moet dringend uitgebreid worden. Ook de financiële ondersteuning door de gemeente van de landelijk georganiseerde hulpverlening blijft behouden en wordt eventueel verhoogd.

De service via het OCMW van de warme maaltijden kent een stijgend succes. Onderzocht moet worden of bedeling op zon- en feestdagen mogelijk is.

Er wordt naar gestreefd om de hulp en bijstand door vrijwilligers voor de oppasdienst te verruimen.

Met de uitbouw en gemeentelijke ondersteuning van een "Netwerk Zorgzaam Essen", dat niet enkel de huidige dienstverlening via gemeente en OCMW groepeert, worden alle mogelijke initiatieven onderzocht en ondersteund die bijdragen tot een betere dienstverlening, betere informatie, aan onze inwoners. Hierin past ook de relatie met de reeds bestaande netwerken van palliatieve verzorging, het onderzoeken naar de noodzaak voor kortverblijf en dagverzorgingscentra.

Bij al deze initiatieven moet het vrijwilligerswerk dat voor vele initiatieven reeds bestaat, ondersteund worden.

 

1.4 BEJAARDENVOORZIENINGEN EN SERVICEFLATS

Door het steeds ouder worden van de bevolking stijgt ook de nood aan voldoende bejaardenvoorzieningen en serviceflats. In onze gemeente moeten er voldoende bejaardenvoorzieningen en serviceflats zijn en afhankelijk van de noodzaak tot uitbreiding zal het gemeentebestuur en het OCMW hieraan haar medewerking verlenen.

De bouw en de afwerking van 20 serviceflats nadert zijn voltooiing. Door de grote belangstelling blijkt overduidelijk de behoefte als tussenstap naar een opname in een rusthuis. Indien blijkt dat het aanbod van 20 serviceflats onvoldoende is voor onze gemeente neemt het OCMW de beslissing tot uitbreiding.

Bij de prijsbepaling is de betaalbaarheid voor de bewoners, rekening gehouden met hun financiële draagkracht, de voornaamste invalshoek.

Bij toekomstige bouwprojecten in de verschillende wijken, moet nagegaan worden of niet telkenmale ook enkele woningen geschikt voor ouderen en andersvaliden kunnen ingeplant worden.

 

1.5 POLIKLINIEK

De vernieuwde Polikliniek geeft aan onze inwoners, en aan diegenen die minder mobiel zijn, de gelegenheid, gebruik te maken van verschillende gespecialiseerde diensten.

Het O.C.M.W. ijvert voor de verdere uitbreiding van de dienstverlening in samenwerking met het gemeentebestuur, de lokale huisartsen en het ziekenhuis Klina.

 

1.6.P.W.A. Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap

Het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap geeft aan langdurig werklozen de kans zich opnieuw in het arbeidsproces te integreren. Het P.W.A. moet echter méér zijn dan tussenpersoon bij de aanvrager en de werkzoekenden. Bijkomende en gespecialiseerde vormingsmogelijkheden voor laaggeschoolde jongeren moeten aangeboden worden.

 

1.7 PLOT. Plaatselijk Loket Tewerkstelling

Door de gemeente Essen werd een convenant afgesloten waarbij de V.D.A.B., R.V.A. en P.W.A. met elkaar samenwerken en waardoor het voor de werkzoekenden mogelijk is in eigen gemeente alle noodzakelijke formaliteiten te vervullen.

Het PLOT is een bijkomende schakel tussen werkaanbieders en werkzoekenden dat blijvend de volledige steun van de gemeente zal genieten, en dat moet bijdragen tot het verminderen van de plaatselijke werkloosheid.

 

1.8 ONTHEEMDEN & ASIELZOEKERS

Het OCMW heeft overeenkomstig de richtlijnen van de hogere overheid de taak de aan de gemeente toegewezen asielzoekers of ontheemden op te vangen, te begeleiden, te huisvesten enz.

Het gemeentebestuur is voorstander van een vlugge inburgering en ijvert voor het aanleren van onze moedertaal door het volgen van aangepaste taalcursussen te stimuleren. Samen met vrijwilligers kan gewerkt worden aan de vlotte opvang en het zich thuis voelen in onze gemeente. Het samenwerken met de sociale bewegingen kan een stimulans zijn voor een betere integratie.

 

1.9 KINDEROPVANG EN GEZINSBELEID

Het belang van de kinderen primeert. Kinderen mogen géén slachtoffer worden van de soms moeilijke combinatie van gezin en arbeid. Het is belangrijk de gezinnen te ondersteunen bij de opvang van de kinderen. De gemeente wenst een uitdrukkelijke ondersteuning aan de bestaande initiatieven (vzw. Opvanggezinnen, verdere uitbouw spelotheek, Speelpleinwerking, Voor- en naschoolse kinderopvang…, Oppasdienst B.G.J.G….) te geven, maar zal ook rekening houden met de individuele keuzevrijheid.

Het lokaal overleg heeft de behoeften aangetoond en de nodige initiatieven werden de voorbije legislatuur dan ook genomen. Kinderopvang en buitenschoolse opvang moeten uitgaan van flexibiliteit. Een goede buitenschoolse kinderopvang via de bestaande Dienst voor Opvanggezinnen en via de scholen is dan ook onmisbaar.

Tijdelijke opvang voor alle kinderen, noodopvang, nacht- en weekendopvang kunnen ondersteuning krijgen, ofwel door uitbreiding van de bestaande diensten of in overleg met deze diensten.

Onze gemeente kent een zéér sterk georganiseerd verenigingsleven voor de jeugd. In nauw overleg en in samenwerking met de gemeentelijke Jeugdraad worden de mogelijkheden van uitbreiding van de speelpleinwerking onderzocht, zo mogelijk verruimd tot de volledige schoolvakanties en vrije dagen.

Iedere opvang moet kwaliteitsvol en betaalbaar zijn.

Een onderzoek moet aanduiden of de gemeente aanvullende of ondersteunende maatregelen moet invoeren of verhogen zoals geboorte- en adoptiepremies, premies bij huwelijk of duurzame samenlevingsvormen.

 

1.10.GEHANDICAPTENZORG

De gemeente wil op alle terreinen ertoe bij te dragen dat gehandicapten of andersvaliden zich zelfstandig kunnen ontplooien. De bestaande organisaties en initiatieven worden blijvend ondersteund. Leemten moeten worden opgevuld.

Een specifiek en regelmatig rechtstreeks overleg met deze organisaties en instellingen heeft tot doel voorstellen voor de verbetering van de levenskwaliteit van deze groep inwoners te ontwikkelen en te onderzoeken. .

Onze gemeente blijft grote belangstelling tonen voor de vzw Gehandicaptenzorg der Noorderkempen, en in het bijzonder aan het in onze gemeente gevestigde tehuis voor volwassen andersvaliden "De Regenboog".

Ook ontspanningsmogelijkheden, zoals muziek, turnen, voor deze groep en voor licht tot matig mentaal gehandicapte kinderen moeten bijkomende ondersteuning krijgen. Ofwel plaatselijk ofwel intergemeentelijk.

De toegankelijkheid van straten, pleinen, openbare gebouwen, winkels e.d., voor gehandicapten, andersvaliden en slechtzienden, moet verbeteren.

 

1.11 BETER OMGAAN MET GEZONDHEID

De gemeente wil een lokaal beleidsplan voor de gezondheid uitwerken. Twee pijlers vormen de basis: ziektepreventie en gezondheidsbevorderende maatregelen. Dit plan bevat de gewenste doelstellingen en stimuleringsmaatregelen. De bevoorrechte partners zijn de bestaande gezondheidsstructuren: Kind en Gezin, Centrum voor Leerlingenbegeleiding, Logo enz.

De gemeente ondersteunt alle bovenlokale acties voor het bevorderen van een gezonde levensstijl en promoot acties tegen het gebruik van drugs, tegen rook- en alcoholverslaving en promoot het gebruik van gezonde voeding.

 

1.12.SOCIAAL WOONBELEID

Zoals uitgebreider verwoord onder het hoofdstuk ruimtelijke ordening, streeft het gemeentebestuur ernaar om de woonuitbreidingsgebieden prioritair voor te behouden voor de inplanting van sociale woonwijken.

 

2. SENIORENBELEID

Deze steeds groeiende groep inwoners heeft in haar actief leven duidelijk bijgedragen tot ons huidig niveau van welvaart en welzijn. Daarom hebben zij recht op een gemeentelijk beleid dat ervoor zorgt dat zij als individu en als groep geïntegreerd blijven in onze gemeente, wijk, buurt enz.

Er werd reeds gestart met de voorbereidende werkzaamheden voor de totstandkoming van een gemeentelijk beleidsplan voor de senioren. De opstelling gebeurt door het gemeentebestuur in samenwerking met het OCMW, de Gemeentelijke Seniorenraad, en groeperingen die zich inzetten voor deze belangrijke groep inwoners.

Dit beleidsplan moet zo snel als mogelijk afgerond worden. Daarbij zal in ieder geval aandacht besteed worden aan de lokalenproblematiek. Dit probleem moet echter tevens bekeken worden in het licht van het globale lokalenprobleem van het wijkgebonden verenigingsleven.

Voor de uitvoering van dit plan zal in ieder geval een supplementair budget in de gemeentelijke begroting ingeschreven worden.

 

3. JEUGDBELEID

Kinderen, jongeren en jongvolwassenen moeten zich goed voelen in onze gemeente. Zij moeten er zich kunnen ontplooien en door inspraak een directe invloed hebben op het jeugdbeleid. De verschillende groepen en of verenigingen in onze gemeente hebben reeds meermaals aangetoond dat zij in staat zijn een attractief vrijetijdsaanbod te ontwikkelen.

Het gemeentebestuur moet een "jongerenreflex" uitstralen. Een goed middel daartoe is een goedwerkende jeugddienst met een jeugdconsulent als centrale figuur.

Het J.W.B.P. (jeugdwerkbeleidsplan) dat jaarlijks door de stuurgroep wordt opgemaakt, vormt de leidraad voor het jeugdbeleid van het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur wil de jeugdraad helpen zich beter bekend te maken bij het brede jongerenpubliek, ook via de scholen die op deze wijze ook betrokken worden bij de opmaak van het JWBP.

Jongeren willen enerzijds graag zelf de invulling van hun vrije tijd en hun verenigingsleven organiseren en anderzijds verzoeken zij om infrastructurele steun vanuit het bestuur. De gemeente wil op deze vraag inspelen.

Dit betekent open speelruimten op elke wijk en afgesloten speelstraten voor de kinderen tijdens de vakanties. Een goed ingericht SJOC of Jongerenontmoetingscentrum. Financiële ondersteuning van aanpassingswerken aan de lokalen van de verenigingen en/of tussenkomst in de huurkosten. De aanleg van een BMX-parcours moet concreet worden.

De gemeente wil een fuifvriendelijke gemeente zijn. De realisatie van een eigen volwaardige fuifzaal in de gemeente staat voorop. Daarnaast moet in samenspraak met onze buurgemeenten het inrichten van een fuifbus bij belangrijke evenementen in de streek gerealiseerd worden. Ook kan die fuifvriendelijkheid blijken uit de inrichting van een repetitielokaal voor muziekgroepjes. Tenslotte houdt dit ook in dat nagegaan moet worden of het sluitingsuur nog voldoende realistisch is.

 

4. ONDERWIJS

4.1 ALGEMEEN

Uit de gehele streek komen kinderen naar Essen om onderwijs te volgen. Uiteraard is de aanwezigheid van vele scholen met vel studierichtingen ook voor de Essenaren heel positief. Het gemeentebestuur wil daarom actief zijn rol spelen om Essen als ‘scholencentrum’ te behouden en te versterken.

Het onderwijslandschap zal in de komende tijden wijzigingen ondergaan. De mensen zullen zich moeten blijven bijscholen, zodat permanente vorming als opdracht voor het onderwijs aan belang zal winnen. In Essen moeten er daarom genoeg naschoolse en vormende cursussen georganiseerd worden. Het gemeentebestuur zal aan deze evolutie ruime aandacht besteden.

Essen zal blijven investeren in het gemeentelijk onderwijs op Wildert en het muziek- en kunstonderwijs in de Muziekacademie der Noorderkempen.

Bovendien zal worden onderzocht door het Lokaal Overleg hoe sociale voordelen aan alle scholen kunnen worden toegekend. Het gratis schoolzwemmen maakt daarvan deel uit.

 

4.2 AANVULLEND ONDERWIJS & BIJSCHOLINGSCURSUSSEN

Er zal bovenlokaal, ook grensoverschrijdend, samengewerkt worden met diensten, instellingen en organisaties die reeds ruime ervaring hebben bij het aanbieden van aanvullende cursussen..

Daar waar deze opleidingen en cursussen in eigen gemeente georganiseerd worden moet er een goede samenwerking ontstaan die de mogelijkheid biedt voor een ruime verspreiding.

Bijscholingscursussen, ook in samenwerking met de diensten van P.W.A. & Plot moeten afgestemd zijn op de actuele ontwikkelingen in de maatschappij. De gemeente zal dit per doelgroep stimuleren en steunen door bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van lokalen en infrastructuur.

Op deze basis kunnen ook vormingsprojecten worden opgestart voor laaggeschoolde jongeren om hen bijkomende kansen te bieden op de arbeidsmarkt.

 

4.3 NIEUWE KLEUTERSCHOOL OP WILDERT

Het bouwdossier is klaar en de toelagen zijn beschikbaar.

De gemeente stelt alles in het werk voor het bekomen van een snelle realisatie.

 

4.4 MUZIEKACADEMIE & KUNSTACADEMIE

De samenwerking van de muziekacademie met de lokale muziekverenigingen en zangkoren moet concreet uitgewerkt worden.

Onderzocht zal worden of de muziekacademie kan uitgebreid worden met een ‘kunstafdeling’. Dit na onderzoek door de gemeentebesturen van Essen en Kalmthout en in samenwerking met de Bestuurscommissie en met de verenigingen die op dit vlak in Essen actief zijn.

 

5. CULTUUR

5.1 ALGEMEEN

Essen heeft een erg levendig cultureel leven. Dankzij vele verenigingen die zorgen voor tal van activiteiten. Het is de eerste opdracht van de gemeente op cultureel vlak om dit levendig verenigingsleven te ondersteunen.

Daarnaast heeft de gemeente ook de taak om zelf te zorgen voor een degelijk cultuuraanbod.

Het cultuurbeleid zal op deze basis blijven verlopen. Dit moet in nauw overleg gebeuren met de Culturele Raad.

5.2 VERENIGINGSLEVEN

De rol van het verenigingsleven kan niet genoeg benadrukt worden. "Zich verenigen" is een activiteit die de mens meer mens maakt. Gelukkig mag Essen zich nog steeds een gemeente noemen met een bloeiend verenigingsleven. Dit moet absoluut behouden blijven.

De rol van de gemeente naar het bloeiende verenigingsleven is in de eerste plaats ondersteunend. De uitleendienst van podia, tafels, stoelen en dergelijke is echter toe aan kwalitatieve verbetering. De gemeentelijke communicatiekanalen worden ter beschikking gesteld van het verenigingsleven, zodat de verenigingen op een moderne en goedkope manier hun werking en initiatieven aan de Essenaren kenbaar kunnen maken.

Daarnaast moet de gemeente met de verenigingen ook meedenken en mee naar oplossingen zoeken voor hun verschillende problemen op het vlak van infrastructuur.

 

5.3. BIBLIOTHEEK EN MUZIEKACADEMIE

De bibliotheek wordt verder kwalitatief uitgebouwd. Nagegaan moet worden of dit kan in samenwerking met onze buurgemeenten, ook deze aan de andere zijde van de landsgrens.

Gedacht wordt aan een stripbib en een muziekbib. De bibliotheek moet daarnaast kunnen uitgroeien tot een volwaardig "informatiecentrum", waar de Essenaren toegang kunnen krijgen tot de modernste communicatie-en informatiekanalen. Verenigingen en allerlei andere actgoren die zich kenbaar willen maken, kunnen dit doen in dit "bibliotheek-informatiecentrum" Ook op de uitleenposten zal gratis internet geïnstalleerd worden. De wijkbibliotheken groeien op die manier uit tot "wijk-info-bibliotheken"

Zoals reeds gesteld onder het hoofdstuk onderwijs, moet de samenwerking van de muziekacademie met de lokale muziekverenigingen en zangkoren concreet uitgewerkt worden.

Ook zal onderzocht worden of de muziekacademie kan uitgebreid worden met een ‘kunstafdeling’. Dit na onderzoek door de gemeentebesturen van Essen en Kalmthout en in samenwerking met de Bestuurscommissie en met de verenigingen en initiatieven die op dit vlak in Essen actief zijn.

 

5.4 EVENEMENTEN

In overleg met de culturele raad en met de verenigingen moet nagedacht worden over de organisatie in Essen van een jaarlijkse of tweejaarlijkse grote cultuurhappening, al dan niet gespreid over verschillende zomeravonden waarbij alle cultuurgenres aan bod komen. Dit betreft optredens van klassieke muziek tot popmuziek, maar ook tentoonstellingen van "klassieke" schilderkunst tot strips en zo verder. De organisatie hiervan steunt grotendeels op vrijwilligers van alle leeftijden en sociale achtergronden.

 

 

6. SPORT

6.1. INFRASTRUCTUUR

Sporten is tegelijkertijd aangenaam en gezond. Sporten draagt bovendien bij tot de sociale cohesie binnen onze gemeente, door een bloeiend sportverenigingsleven en contacten met andere sporters.

We zijn er dan ook blij om dat er in Essen veel gesport wordt. Zoveel dat we de jongste jaren merken dat de in Essen bestaande sportinfrastructuur krap wordt: de Heuvelhal is 100% volledig bezet tijdens de avonduren, zowel met competitiesport als met recreatieve sport. Om meerdere sportsoorten te laten plaatsvinden (vb handbal) moeten we de volgende jaren meer sportinfrastructuur voorzien.

Daarom wil de gemeente mee de bouw financieren van een sportzaal aan het sportpark voor de St. Jozefschool en van een sportzaal voor de gemeenteschool te Wildert. Beide sportzalen zullen overdag dienstdoen als turnzaal voor de scholieren, maar zullen tijdens de avonduren en in de weekends door de sportclubs kunnen gebruikt worden.

In het Sportpark Hemelrijk is ook de bezetting van het terrein onhoudbaar geworden voor een goede werking. Er zal een oplossing komen voor Olympic Essen, die nu tijdelijk hun intrek genomen hebben in het Sportpark. Die oplossing zou best samengaan met een locatie voor de ruiters van Essen-Hoek.

Tenslotte licht er voor de sportinfrastructuur een nieuwe kans in het te ontwikkelen spoorwegemplacement. De hal kan mogelijkerwijze een geschikte plek zijn voor zaalsporten. De omgeving rondom kan voor een deel omgezet worden tot buitensportcomplex.

 

6.2. STIMULERING EN SENSIBILISERING

De uitbouw van de nodige infrastructuur vormt de belangrijkste ondersteuning die de gemeente aan de sportievelingen kan bieden. Daarnaast heeft de gemeente echter ook een taak op het vlak van de stimulering van de sportbeoefening. Nagegaan moet worden of de gemeente tijdens de zomervakantie ook niet, in overleg met de jeugdraad en in samenwerking met de sportverenigingen, sportactiviteiten kan organiseren voor de jongeren die net te oud zijn voor de speelpleinen en net te jong om een tweede zit te hebben.

 

7. EEN VEILIGE GEMEENTE EN BUURT

7.1.ALGEMEEN

Zorgen voor de veiligheid van onze inwoners is voor de gemeente één van de basisopdrachten. Dit vereist een veiligheidsplan, niet alleen voor onze gemeente maar in overleg met de andere gemeentes die behoren tot de Interpolitiezone "Grens (Essen, Kalmthout & Wuustwezel). De uitvoering van dit plan is uiteraard afhankelijk van de uitvoering van het Octopusakkoord door de federale regering.

 

7.2. POLITIE – LOKALE POLITIE – EENHEIDSPOLITIE

Het nationaal goedgekeurde Octopusakkoord heeft tot gevolg dat de reeds bestaande samenwerking in IPZ-verband tussen de gemeentepolitie en de lokale brigades van de rijkswacht (Politie Essen, Kalmthout, Wuustwezel en de rijkswachtbrigades van Kalmthout en Wuustwezel) een volledige integratie zal inhouden van de vijf korpsen.

Intensieve samenwerking moet voor onze bevolking betekenen dat er een grotere inzetbaarheid is van alle manschappen, een betere bereikbaarheid met duidelijke aanspreekpunten. De nadruk moet gelegd worden op een betere wijkwerking.

De schaalvoordelen die hieruit voorvloeien moeten het mogelijk maken dat de lokale politie 24u/24u ter beschikking is en dat een nog betere specialisatie mogelijk is voor jeugd, verkeer, preventie, slachtofferzorg, drugs, milieu e.d. Tevens moet hierdoor de basis voor een goede lokale politie, de wijkwerking, in belangrijke mate versterkt worden.

De door de verschillende korpsen reeds genomen initiatieven, die hun degelijkheid hebben bewezen, blijven bestaan, zoals vakantietoezicht, preventie tegen inbraken, slachtofferhulp, drugspreventie in de scholen.

Door de beslissing van 30 oktober 2000 om de IPZ Essen-Kalmthout-Wuustwezel uit te roepen tot pilootzone, kunnen voornoemde schaalvoordelen zich reeds een jaar eerder manifesteren. De gemeente Essen zal dan ook zeer voluntaristisch meewerken aan de totstandkoming van dit pilootproject.

 

7.3. EEN VEILIGE BUURT

Elke straat en elke buurt moeten veilig zijn. De overheid mag niet dulden dat mensen ‘s avonds niet meer uit huis durven omdat ze zich onveilig voelen.

Het gemeentebeleid legt de nadruk op het voorkomen van criminaliteit en het garanderen van verkeersveiligheid. Tenslotte moeten goed opgeleide politieambtenaren bijstand verlenen aan slachtoffers (Slachtofferhulp).

 

7.4 NOOD AAN VERKEERSVEILIGHEID

Het verkeersveiligheidsbeleid kadert in het mobiliteitsplan dat in samenwerking met de andere overheden uitgewerkt werd.

Boven op dit plan, zal de gemeente meer specifiek blijven ijveren voor de realisatie van schoolvervoersplannen om de schoolomgeving verkeersveilig te maken. Naast infrastructurele maatregelen zijn signalisatie, sensibiliseren en opvoeding de sleutelwoorden. Waar we kunnen, maken we rond de schoolomgeving echte zones 30. Dit wil zeggen niet alleen gebieden waar een bord aangeeft dat men maar 30km/u. mag rijden, maar waar het door infrastructuurmaatregelen onmogelijk is om een hogere snelheid te halen. Alleen zo wordt de veiligheid van onze kinderen effectief gegarandeerd. De gemachtigde opzichters leveren reeds een zeer belangrijke bijdrage voor de verkeersveiligheid van en naar school. Dit kan nog versterkt worden door fietspoolen (= enkele ouders fietsen samen met alle kinderen uit een buurt in groep naar en van school).

Zoals aangegeven in het mobiliteitsplan, vormen meer fietspaden, betere voetpaden en zichtbaar uitgewerkte oversteekplaatsen voor deze legislatuur een prioriteit.

Op repressief vlak wenst de gemeente de naleving van de toegelaten snelheid in de bebouwde kom af te dwingen, evenals het fout -parkeren aan te pakken.

 

7.5 VOORKOMEN IS BETER DAN GENEZEN

Het veiligheidsplan en veiligheidscharter (ondertekend door de IPZ-partners) moeten verfijnd worden. Het zal niet alleen jaarlijks geëvalueerd worden door de gemeenteraad, ook onze inwoners krijgen de mogelijkheid hieraan mee te werken.

Preventieve maatregelen blijven noodzakelijk, zoals informatie over inbraakbeveiliging. De inspanningen die de politie in IPZ-verband reeds doet, woningtoezicht tijdens de vakantie, woningtoezicht tijdens familiefeesten en begrafenissen, en andere, kunnen nog versterkt worden.

De inwoners moeten vertrouwen hebben in het politioneel apparaat. Dit vereist een menselijke opvang, een effectieve opvolging van klachten en een afdoende informatie over het gevolg dat aan de klacht werd gegeven.

Bepaalde ongemakken kunnen niet langer worden geduld. Hondenpoep en structurele geluidsoverlast zijn enkele voorbeelden.

  

7.6 EEN VOLWAARDIGE ACTIEF OPTREDENDE WIJKAGENT

Een kordate politieaanpak is noodzakelijk om de straatcriminaliteit en vandalisme binnen de perken te houden. De spilfiguur is de wijkagent die actief naar de mensen toe gaat. De functie van de wijkagent moet opnieuw volwaardig binnen het politieambt gesitueerd worden. Deze agent beweegt zich op eigen initiatief tussen en rond de mensen. De idee van de vroegere veldwachter is niet veraf.

De wijkagent heeft een preventieve, informatieve en politionele rol. De wijkagent is de ideale tussenpersoon tussen het bestuur en haar inwoners. Op politioneel vlak staat hij mee in voor de handhaving van de openbare orde.

Door een goede organisatie en versterking van het personeel, dankzij de IPZ-vorming, moet het mogelijk zijn dat een wijkagent of een lid van het wijkteam ook geregeld ’s avonds in de wijk ter beschikking is.

 

7.7 VOORWAARDEN

De nieuwe federale regering moet uitvoering geven aan het Octopusakkoord zoals het in 1998 door bijna alle partijen werd goedgekeurd. Dit wil zeggen: nadruk op lokale politie in de hervormde politiestructuur, voldoende financiering van de lokale politie door de federale overheid, een sneller werkend gerecht dat gevolg geeft aan de processen-verbaal die door de politiediensten worden opgemaakt. Dit motiveert de lokale diensten.

 

 

8. MOBILITEIT, VERKEERSLEEFBAARHEID en VERKEERSLEEFBAARHEID

8.1 ALGEMEEN KADER

De gemeente kiest zoals weergegeven in het mobiliteitsplan, voor het scenario duurzame mobiliteit. Met als doelstellingen, op een vooraf gekozen wijze, het waarborgen van de bereikbaarheid en de verplaatsingsmodaliteiten voor alle doelgroepen naar alle deelgebieden. Ondanks de toenemende mobiliteit, wordt de verkeersleefbaarheid gehandhaafd en de verkeersveiligheid verder verhoogd.

Dit wil zeggen dat de dorpskernen maximaal worden uitgewerkt als verblijfsgebieden van hoge kwaliteit, terwijl op enkele goed gekozen lokale verbindingswegen verkeersdrukte wel wordt aanvaard.

Het openbaar vervoer wordt een vlotte doorgang verzekerd en fietsers en voetgangers moeten zich meer kunnen terugvinden in het vernieuwd openbaar domein.

De uitwerking van deze mobiliteit is een prioriteit voor deze legislatuur. Deze uitwerking omvat sturing van de ruimtelijke ordening, ontwikkeling van verkeersnetwerken en flankerende maatregelen.

Het gevoerde mobiliteitsbeleid kan slechts succesvol zijn mits voldoende voorlichting, educatie en ondersteuning van vervoersprojecten. Ook een handhavingsbeleid met de klemtoon op snelheidslimieten en parkeerregeling is vereist.

 

8.2 ACTIES

Dit algemeen kader wordt vertaald in actieprogramma’s op ‘Korte Termijn’ (KT), ‘Middellange Termijn’ (MLT) en ‘Lange Termijn’ (LT), zoals ze werden opgenomen in het ‘Mobiliteitsbeleidsplan’.

 

8.2.1.RUIMTELIJKE STRUCTUUR

Afwerking van het Ruimtelijk Structuurplan Essen met diverse deelstudies, zoals woonbehoeftestudie, sectoraal BPA zonevreemde bedrijven, herziening bestaande BPA’s, problematiek van de weekendzones, herinrichting site NMBS, locaties voor sportinfrastructuur (o.a. voetbal, ruitersport e.d.), bijkomende industrieterreinen en zones voor K.M.O’s en de categorisering van de wegen.

 

8.2.2 VERKEERSSTRUCTUUR / WEGENBELEIDSPLAN

In het goedgekeurde mobiliteitsplan van de gemeente Essen werden diverse projecten opgenomen voor uitvoering op korte & middellange termijn.

De projecten, voorzien in het beleidsplan voor uitvoering op korte en middellange termijn, worden dan ook uitgevoerd:

·         De Moerkantsebaan krijgt op korte termijn een herinrichting.

  • Ook zal tijdens deze legislatuur werk gemaakt worden van de uitbouw van Stationsstraat, Nieuwstraat en Kapelstraat tot een aantrekkelijk dorpscentrum waar verkeersdoorstroming kan gepaard gaan met winkelen en beroep doen op de dienstverlening van Post, Bibliotheek, Gemeentehuis, OCMW, Politie
  • Aan volgende straten zullen weg- en rioleringswerken gebeuren: Schanker, Postbaan en Spijker; Moerkantsebaan, Maststraat en Hemelrijk
  • Volgende kruispunten zullen worden heringericht waardoor de veiligheid in belangrijke mate zal kunnen toenemen:

o        Kruispunt Spijker/ Nieuwmoersesteenweg en Spijker/Over d’Aa

    • Huybergsebaan / Verbindingsstraat
    • Nieuwmoersesteenweg / Postbaan
    • Maststraat / H. Consciencelaan / Leemstraat
    • Moerkantsebaan / Maststraat / Hemelrijk

 

8.2.3 OPENBAAR VERVOER

Er wordt aandacht gegeven aan de uitbouw van de openbare vervoersknooppunten ter hoogte van de stations van Essen en Wildert.

De regelmaat en de kwaliteit van het spoorvervoer op Lijn 12 zal een permanent aandachtspunt van het gemeentebestuur vormen.

Lijn 67 moet worden geheroriënteerd. Het industrieterrein Rijkmaker en de wijken Hoek en Horendonk moeten via lijn 67 een geregelde verbinding hebben naar de stations Wildert en Centrum. Het aanpassen van de bushaltes en bushalte-infrastructuur en het verzorgen van de basismobiliteit zijn noodzakelijk.

De gemeente zal bij De Lijn blijven pleiten voor de snelle invoering van een belbussysteem voor Essen.

  

8.2.4 FIETSBELEIDSPLAN en VOETGANGERSNETWERK

De fiets- en voetgangersnetwerken zoals weergegeven in het Essense mobiliteitsplan zullen uitgewerkt worden. Daarbij moet bijzondere aandacht besteed worden aan de mobiliteitsmogelijkheden van rolstoelgebruikers.

Volgende fietspaden zullen worden aangelegd:

·         Kalmthoutsesteenweg tussen Oude Baan en Zandstraat en verder in de richting van het Spijker

  • Nieuwmoersesteenweg, richting industrieterrein "De Rijkmaker"
  • Vervollediging van het fietspad van de Huybergesebaan
  • Moerkantsebaan

Bij de herinrichting van Kapelstraat / Nieuwstraat / Stationsstraat vormt de situatie van de fietser een belangrijk aandachtspunt.

De ondertunneling aan Moerkantsebaan (spoorovergang) zal worden verbeterd. De ondertunneling van de Kalmthoutsesteenweg aan het viaduct van Wildert is een prioriteit.

Winkelomgevingen moeten voorzien worden van fietsparkings en de fietspaden moeten worden bewegwijzerd.

 

8.2.5 FLANKERENDE MAATREGELEN

Er zal aandacht zijn voor het vervoersmanagement bij de gemeentelijke diensten, scholen en bedrijven.

Er komen ondersteunende maatregelen voor het gebruik van het openbaar vervoer, verkeersveiligheid, fietspoolen.

Een professionele communicatiestrategie is onontbeerlijk wil het mobiliteitsplan kans op slagen hebben. Er moeten hoorzittingen zijn bij herinrichtingprojecten en er zullen informatiebrochures worden uitgegeven.

De bewegwijzering voor auto, fietser en voetganger zal verbeterd worden. Aan de rand van de dorpskernen worden stratenplannen aangebracht. Snelheidssignalisaties gebeuren volgens de categorisering van de wegen.

 

9. RUIMTELIJKE ORDENING

9.1.ALGEMEEN.

Het nieuwe decreet op de ruimtelijke ordening zorgt voor vele veranderingen in de organisatie van de ruimtelijke ordening. Belangrijk daarbij is dat de gemeente op dit vlak veel meer bevoegdheden zullen krijgen.

Basis van dit alles zijn de structuurplannen. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan moet zich inpassen in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het provinciaal structuurplan.

Het gemeentelijk structuurplan Essen moet bijgevolg rekening houden met het structuurplan van de provincie Antwerpen en met het structuurplan Vlaanderen.

Het uitgangspunt is: meer aandacht voor de leefbaarheid van steden en dorpen en een grotere bescherming van de open ruimtes.

Door de gemeente Essen werd in 1998 opdracht gegeven aan het studiebureau Gedas N.V. voor het opmaken van het lokaal structuurplan.

De startnota werd goedgekeurd door de ambtelijke werkgroep, de gemeentelijke commissie van advies en het hoofdbestuur van Arohm te Brussel, Arohm Antwerpen inclusief door de diensten van de provincie Antwerpen.

Het structuurplan Essen moet volledig klaar zijn medio 2001 en de uiteindelijke goedkeuring door de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening mag dan verwacht worden tegen het einde van 2001.

Aangezien het belang van het gemeentelijk structuurplan enorm is, ook (en vooral) voor toekomstige generaties Essenaren, is het niet meer dan logisch dat het gemeentebestuur grote inspanningen zal doen om op een professionele wijze over dit onderwerp met de bevolking te communiceren.

 

 9.2. ESSEN, WONEN IN EEN LANDELIJKE GEMEENTE

Onze gemeente heeft een uitgesproken landelijk karakter met nog veel heide- en bosgebied. Volgens het provinciaal structuurplan is Essen gelegen in een open gebied met grootschalige landbouw en verspreide natuurgebieden. Land- en tuinbouw zijn de belangrijkste gebruikers van de open ruimte. Daarom moeten wij hen voor de toekomst voldoende kansen geven.

Wonen en werken moeten geconcentreerd worden in aansluiting bij de bestaande kernen om de versnippering van de nog bestaande open ruimte te voorkomen. Het ruimtelijk beleid moet maximale kansen scheppen voor landbouw- en natuurgebieden, echter rekening houdend met de woonbehoeften van onze bevolking en met ontplooiingskansen voor de lokale bedrijven.

 

9.3. AANGENAAM WONEN IN ESSEN

De ligging aan de grens tussen Vlaanderen en Nederland en ten noorden van de Antwerpse agglomeratie geeft onze gemeente zijn aantrekkingskracht als woongemeente. Dit betekende in het recente verleden een snelle uitbreiding van de bestaande woonwijken en de toenemende lintbebouwing, waardoor de kernen dichter naar elkaar toegroeiden.

In het structuurplan moet de nog resterende open ruimte maximaal gevrijwaard worden, maar tegelijkertijd moet dit structuurplan een antwoord bieden op de woonbehoeften van de jonge Essense bevolking. In dit verband zal de gemeente Essen blijvend bij de provincie Antwerpen aandringen opdat ook de wijk Hoek als woonkern zou erkend worden in het kader van het provinciaal structuurplan.

Bij iedere realisatie, bij de opmaak van het structuurplan, bij nieuwe verkavelingen, bij inbreidingsprojecten e.d. moet er voldoende ruimte worden voorzien voor de aanleg van groenzone en speelruimte voor de kinderen.

In de mate van de wettelijke mogelijkheid moet in verkavelingen de bouwverplichting gelden.

 

9.4 WERKEN IN EIGEN GEMEENTE

De bestaande lokale bedrijventerreinen (De Rijkmaker & Spijker) moeten zich verder kunnen ontwikkelen. Het bestuur wil deze zo sterk uitbreiden, als door de hogere overheid toegestaan wordt. Werken in eigen gemeente biedt immers vele voordelen. Ook hier moet in de mate van het wettelijk mogelijke, de bouwverplichting gelden.

De bedrijvenstudie zal de noodzaak aantonen voor de mogelijke bijkomende ruimte en geeft aan welke terreinen het best hiervoor in aanmerking komen. De gemeente zoekt voor de zonevreemde bedrijven naar de best mogelijke oplossing. Zij komen bij voorrang in aanmerking bij de uitbreiding van bedrijventerreinen.

 

9.5 RECREATIE

De steeds toenemende recreatie mag de draagkracht van de nog resterende ruimte niet overschrijden. Bijkomende sportmogelijkheden dienen voorzien te worden. Een BMX-parcours is reeds concreet gepland. Een nieuwe sportzaal is een prioriteit.

 

9.6.WEEKENDZONE

De permanente bewoning in de zones voor weekendverblijven vormt een reeds lang bekend probleem waarvoor in samenwerking met het Vlaams gewest naar de best mogelijke oplossing moet gezocht worden.

De gemeente is voorstander van de omvorming van de bestaande weekendzone tot woonzones met recreatief karakter. Dit betekent dat permanente bewoning voortaan wordt toegestaan, maar dat een aantal stedenbouwkundige beperkingen behouden blijven.

Dit mag echter niet aangerekend worden op het gemeentelijk woonquotum in het kader van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, zoniet zou het tot het jaar 2007 voor Essen onmogelijk worden om ook maar één nieuwe sociale woning te bouwen.

Om veiligheidsredenen is het regelmatig onderhoud van de wegen in de weekendzone nodig..

 

9.7.EEN ONTWIKKELINGSPLAN VOOR DE SITE N.M.B.S

Als belangrijke pendelgemeente, gelegen aan Lijn 12 wil het gemeentebeleid het gebruik van het openbaar vervoer aanmoedigen en de omgeving van het station ontwikkelen tot een verblijfsgebied.

Het voormalige rangeerstation, dat volledig zijn functie verloren heeft, is te belangrijk om dit niet op te nemen in een bijzonder ontwikkelingsplan waar wonen, recreatie en eventueel kleine bedrijven en handelszaken, bijvoorbeeld uit de telecommunicatiesector, een plaats zullen vinden.

Een tweede toegang naar de perrons met bijhorende parkeergelegenheden en fietsenstallingen behoort hierbij tot de mogelijkheden. Mogelijke bodemsanering zal gebeuren op kosten van NMBS.

 

9.8 ONDERSTEUNEN EN STIMULEREN VAN SOCIALE VERKAVELINGEN

De nog resterende bouwmogelijkheden in de woonuitbreidingsgebieden worden volledig voorbehouden voor sociale bouwprojecten, zowel voor zelfbouwers, koopwoningen als huurwoningen. De gemeente streeft hierbij naar het realiseren van gemengde projecten. In de mate van het wettelijk mogelijke willen we daarbij prioriteit geven aan de kandidaten die een band hebben met Essen, opdat op deze wijze deze projecten in de eerste plaats de mogelijkheid zouden geven aan Essense jonge gezinnen om in onze gemeente te blijven wonen.

Alle prioriteit moet gegeven worden aan de realisatie van het project van de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting (Statievelden / Kammenstraat, Grensstraat en Handelsstraat) waarbij ca. 140 woningen voorzien zijn over een periode van 10 jaar.

Er zal aandacht worden besteed aan het woonuitbreidingsgebied Wildert. Het resterende woonuitbreidingsgebied "Heikantstraat", eigendom van de sociale bouwmaatschappij De Ideale Woning, blijft voorbehouden voor de realisatie van huurwoningen, waarbij voor de toewijzing ervan het OCMW moet betrokken worden.

 

9.9.EEN GOED UITGEBOUWDE DIENST RUIMTELIJKE ORDENING

De gemeentelijke verplichtingen zijn voorzien in het nieuwe decreet op de ruimtelijke ordening. De gemeentelijke dienst zal instaan voor ruime en voldoende informatie voor onze huidige en nieuwe inwoners. Zij zal instaan voor de begeleiding en advies bij aankoop, verbouwing, en nieuwbouw.

 

10. MILIEU

10.1 ALGEMEEN

Milieu is een doel op zich en staat niet in ondergeschikte relatie tot andere doeleinden. Elke schade aan de natuur die kan vermeden worden, moet ook vermeden worden. Dit vereist sensiblisering en een preventieve aanpak. Elke milieuschade die onvermijdelijk is, moet tot een minimum worden beperkt en zoveel mogelijk hersteld worden.

Een belangrijke basis voor het beleid vormt het goedgekeurde milieubeleidsplan 2000 – 2004.

 

10.2 STRUCTUUR

In het ontwerp van Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen is onze gemeente ingedeeld in "Open Kempen". Dit houdt in dat de ontwikkelingsbehoeften in de gemeente geconcentreerd worden in enkele belangrijke kernen die zorgen voor een regelmatige spreiding van bijkomende woningen, bedrijvigheid en voorzieningen.

Aaneengesloten open ruimten met daarin structurele grondgebonden, maar ook grondloze landbouw blijft in de toekomst structuurbepalend.

Het netwerk van bovenlokale meer natuurlijke gebieden stelt de externe en interne grenzen aan de open landbouwgebieden. Externe grenzen zijn de heidegebieden, Kalmthoutse Heide, Zoomgebied, Rucphense Heide, Maatjes en Buyse Heide, op de rand van het bebouwd perifere landschap.

Natuur, landbouw en recreatief medegebruik zijn de hoofdfuncties. Vrijwillige beheersovereenkomsten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Natuur en recreatie zijn evenwel ondergeschikt aan de landbouw. Grondgebonden landbouw krijgt de meeste kansen. Grondloze landbouw wordt op het huidige niveau beheerst.

De samenhang tussen de verschillende aanwezige en verspreide natuurlijke gebieden moet worden verbeterd door het aanduiden van natuurverbindingsgebieden, het bufferen van gebieden en het realiseren van landschapsopbouwende elementen (heggen, houtwallen, bermaanplantingen).

De valleigebieden moeten worden gevrijwaard van verdere bebouwing of van intensief grondgebruik. De versterking, de bescherming en het behoud ervan, zijn centrale doelstellingen van het gemeentebeleid.

De riviervalleien hebben een belangrijke en verbindende functie binnen de ruimtelijk-natuurlijke structuur. Voor Essen zijn dit de Kleine Aa en Wildertse Beek, de Spillebeek en de oude structuren van de turfvaarten.

 

10.3 NATUURLIJKE GEBIEDEN

Het gemeentebestuur staat voor het behoud van bos- en natuurclusters. Een boscluster bevat bossen waartussen vandaag een ruimtelijke relatie bestaat of waar deze kan worden gerealiseerd.

De grote nog bestaande natuurclusters (Wildert en omgeving, aansluitend bij de Kalmthoutse Heide, Horendonkse bossen) moeten behouden worden, zo nodig via aankoop, ofwel door de gemeente ofwel door het Vlaamse gewest.

 

10.4 AANDACHT VOOR DE NATTE NATUURVERBINDING

Het waternetwerk dient als uitgangspunt. Kleine landschaps- en natuurelementen en extensief grondgebruik zorgen voor de verbinding tussen de grote natuurlijke gebieden. Dit betekent dat de waterloop een beheer krijgt waardoor de ruimtelijke functionering van de natuurlijke processen mogelijk wordt. De Kleine Aa vanaf Essendonk aan de Nederlandse grens komt hiervoor in aanmerking.

 

10.5 ONDERSTEUNENDE MAATREGELEN

Het gemeentebestuur handhaaft de aanbevelingen en verplichtingen toegevoegd bij de af te leveren bouwvergunningen gekoppeld aan milieuvergunningen en de controle erop, o.a. de opgelegde erfaanplantingen, aanleg van een groen scherm met het aanplanten van streekeigen bomen, struiken en planten, met voorkeur voor besdragende struiken en planten, de aanleg van een eigen waterzuiveringsinstallies, plaatsing van regenwaterputten, e.d.

  

10.6 ZUIVER WATER

Water is van levensbelang voor onze inwoners. Het gemeentelijk rioleringsbeleid zal worden verdergezet. Dit beleid heeft geleid tot een volledige herberekening van het ‘Totaal Rioleringsplan’ (TRP) met modellering van de bestaande toestand met behulp van dataverificatie, wat toelaat nieuwe rioleringen effectief te berekenen, rekening houdend met de voorspelbare toestanden voor uitzonderlijke situaties.

Het overgrote deel van de gemeente Essen is aangesloten op de riolering. Gesteld kan worden dat nog volgende rioleringen dienen voorzien te worden. 529 aansluitingen voor Essen-Hoek en 419 diverse andere aansluitingen in de gemeente.

Na de aansluiting van Essen-Hoek, te realiseren in 2004, op de RWZI of op een afzonderlijke kleinschalige zuiveringsinstallatie, blijven nog 419 aansluitingen te realiseren. Een zeer laag aantal in vergelijking met de ons omringende gemeenten. Het probleem van de weekendzone wordt afzonderlijk bestudeerd in samenwerking met Aquafin. Subsidies hiervoor worden reeds voorzien door het Vlaams Gewest.

Waar geen aansluitingen op de riolering voorzien worden (zone C volgens de Vlaamse Milieumaatschappij) wordt kleinschalige waterzuivering gepropageerd onder deskundige begeleiding door de gemeente.

Waar mogelijk wordt afvalwater gescheiden van hemelwater. Hemelwater wordt zoveel mogelijk hergebruikt of bij overmaat geïnfiltreerd in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij de aanleg van verharde zones wordt gebruik gemaakt van waterdoorlatende tegels.

Het gemeentebestuur moet erop toezien dat de kwaliteit van de oppervlaktewateren verbetert. Daar waar nodig en na advies van OVAM moeten bodemsaneringsprojecten uitgevoerd worden. Illegale waterlozingen kunnen niet getolereerd worden en moeten worden gesanctioneerd. Het gebruik van regenwater, putwater moet worden aanbevolen.

 

10.7 AFVALBEHEER: VERMINDEREN VAN AFVAL

De voortdurend groeiende afvalberg moeten we trachten te doen afnemen. Vele mogelijkheden staan ter beschikking. Ook de verbetering van het selecteren en recycleren.

De toenemende kosten van zowel de toename van de afvalberg als van het doorgedreven selecteren van afval moeten binnen de perken gehouden worden. Het gemeentebestuur blijft vasthouden aan het principe "de vervuiler betaalt". Dit wil zeggen dat minstens 50% van de ophaal- en verwerkingskosten rechtstreeks ten laste van de vervuiler zal gelegd worden.

Verschillende stimulerende acties zullen bijdragen tot het bewust maken van de noodzaak voor selecteren en verminderen van de afvalberg. Alle geledingen van onze maatschappij moeten hierbij betrokken worden. Niet enkel acties gericht naar de jeugd zoals scholen, verenigingsleven, maar vooral naar de volwassenen en senioren. Dit is mogelijk door de uitgave van informatiebrochures, actieweken, opendeurdagen enz.

Thuiscomposteren moet blijvend gepromoot worden dmv de gesubsidieerde verkoop van compostvaten en de inrichting van begeleidende cursussen.

Het gemeentelijk containerpark blijft een bijzondere aandacht genieten. Landbouwers en zelfstandigen moeten ook op het containerpark terechtkunnen.

Zwerfvuil moet bestreden worden. Sluikstorten en sluikstoken zijn hinderlijke aspecten die het gemeentebestuur wil wegnemen. Onderzocht zal worden of een regeling tot gecontroleerd stoken van groenafval van o.a. tuinders en particulieren kan uitgewerkt worden.

 

10.8 AANDACHT VOOR DE NATUUR

De zorg voor de fauna en flora is neergelegd in het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (GNOP). De planmatige aanpak van het bermbeheer moet verder worden aangepakt. Jaarlijks zal er een bedrag voorzien worden voor het aankopen van waardevolle stukjes groen in onze gemeente. Er zal gewerkt worden aan het uitbreiden van loofbestanden en houtkanten, de aanleg van poelen, het degelijk onderhoud van bestaand groen en de drastische bestrijding van ‘bospest’.

Binnen de bebouwde omgeving wil het gemeentebeleid aandacht besteden aan voldoende kwalitatief en hoogstaand groen wat leidt tot een verzorgd uitzicht van de dorpskernen.

De gemeentelijke kerkhoven moeten met de nodige zorg en respect onderhouden worden en verfraaid met beperkte groenaanplantingen opgenomen in een architecturaal verantwoord groenplan.

Groene zones en speelpleinen worden bijzonder verzorgd. Waar mogelijk worden nieuwe groenzones aangelegd.

 

10.9 TYPISCHE LANDSCHAPSELEMENTEN

De gemeente ijvert voor het behoud, de uitbreiding op vrijwillige basis en het onderhoud van de typische landschapselementen, zoals knotwilgen en poelen. De plaatselijke landbouwer is hierin een voorname partner. Erfbeplantingacties kunnen gebouwen integreren in het omringend landschap. Groenschermen worden blijvend systematisch opgelegd in bouw- en milieuvergunningen.

 

11. ECONOMIE en TEWERKSTELLING

11.1 ALGEMEEN

Het vormt een gemeentelijke opdracht aandacht te hebben voor de noden van de KMO’s, van de vrije beroepen en van de zelfstandige ondernemers. Projecten en onderwerpen betrekking hebben op deze niet onbelangrijke groep zullen steeds in overleg gebeuren met de verschillende belangenorganisaties.

Zelfstandige ondernemers zijn nauw betrokken bij het reilen en zeilen van de lokale gemeenschap en ondersteunen het verenigings- en culturele leven. Door hun levendigheid en dynamiek zijn zij door iedereen gekend. Zij vormen de basis van de lokale economie en bieden aan vele inwoners tewerkstelling aan. Daarom is een goede verstandhouding tussen ondernemers en het lokale bestuur noodzakelijk.

 

11.2 SCHEPEN LOKALE ECONOMIE EN GEMENGDE GEMEENTERAADSCOMMISSIE

Omwille van het grote belang van deze bevoegdheid voor alle zelfstandige ondernemers en K.M.O.’s wordt lokale economie een volwaardig schepenambt. Deze persoon moet het politieke aanspreekpunt binnen de gemeente zijn waar de lokale ondernemingen terechtkunnen met al hun vragen en bedenkingen omtrent het ondernemersschap. Deze persoon zal in deze taak worden bijgestaan door een bijzondere gemengde gemeenteraadscommissie.

 

11.3. RUIMTE VOOR BEDRIJVEN

Bij de verdere evolutie en uitwerking van het gemeentelijk structuurplan en de verschillende deelstudies zal de gemeente steeds rekening houden met de noden van de lokale bedrijven en zelfstandige ondernemers. Inspraak en overleg moet steeds voor deze groepen gebeuren door hen actief te laten deelnemen aan de gemeentelijke advies- en werkgroepen.

Het probleem van de zonevreemde bedrijven vormt een deelstudie bij de het opmaken van het structuurplan. Het opmaken van een Sectoraal Bijzonder plan van Aanleg moet voorzien in een degelijke en doeltreffende oplossing.

Door de erkenning van de gemeente Essen in het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen als ‘Hoofdondersteunend hoofddorp type 1’ zal het bestaande industrieterrein De Rijkmaker de mogelijkheid hebben uitgebreid te worden, ook de omvorming en het vergroten van de als K.M.O-zone ontwikkelde omgeving Spijker is noodzakelijk. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijven die zich op korte termijn willen herlokaliseren in eigen gemeente, of die omwille van ruimtegebrek naar een nieuwe vestiging moeten uitwijken. Hierdoor zullen meer Essenaren de kans hebben om in Essen zelf tewerkgesteld te worden.

 

11.4. HERLEVENDE DORPSKERNEN

Het herwaarderen en doen herleven van winkelkernen is één van de onderwerpen binnen de opmaak van het gemeentelijk structuurplan. Enkele concrete stimuli om deze doelstellingen te realiseren zijn het bevorderen van wonen boven winkels, het wegwerken van de leegstand en het ondersteunen van evenementen die door winkeliersverenigingen worden opgezet.

 

11.5. VLOTTE BEREIKBAARHEID

Het is niet eenvoudig om een evenwicht te creëren tussen enerzijds de commerciële aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de woonkernen en anderzijds de bereikbaarheid en toegankelijkheid. De vlotte bereikbaarheid en parkeergelegenheden zijn voor bedrijven onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Er moet voldoende aandacht gegeven worden aan voldoende parkeergelegenheid, waarbij de ruimtes voor andersvaliden en fietsparkings niet uit het oog mogen verloren worden. Maar ook aandacht voor de vlotte bereikbaarheid voor de bewoners, de ondernemers zelf en de leveranciers. Het aanleggen van kleine, gespreide parkings en het afbakenen van een ‘blauwe zone’ met controle kan hiertoe bijdragen.

 

11.6. LANDBOUW

Land- en tuinbouwers moeten in een landelijke gemeente als Essen met de nodige zorg omringd worden. Hun initiatieven inzake de creatie van tewerkstelling en inzake het behoud van de open ruimten moeten worden ondersteund. Deze basisgedachte mag niet worden opgegeven.

Er zal een landbouwontwikkelingsplan uitgewerkt worden en de schepen van landbouw zal door de sector bijgestaan worden in de uitvoering ervan. Nieuwe invalshoeken zowel op economisch als op milieutechnisch vlak, verbeterde en alternatieve perspectieven zoals mee instaan voor het onderhoud van groene zones, een doelgerichte educatie naar de consument toe en het streven naar een beter imago zijn enkele aandachtpunten voor het plan.

 

12. ENERGIE (Elektriciteit & aardgas)

12.1 ELEKTRICITEIT

Onze gemeente heeft op dit ogenblik nog steeds een eigen elektriciteitsregie. In Vlaanderen zijn dit nog enkel de gemeenten Merksplas, Vorselaar, Izegem en Essen. De uitbating (onderhoud en aanleg van het net) en de verkoop van elektriciteit zijn dus nog steeds volledig in handen van de gemeente. Het vastleggen van de verkoopprijzen gebeurt nog steeds door het ‘nationaal controlecomité’. Alle verbruikers in België betalen dus evenveel voor hun energie.

Door de op Europees vlak besliste liberalisering wijzigt de structuur van de elektriciteitssector in België echter volkomen. Om concurrentie in de verkoop van elektriciteit mogelijk te maken, mag wie de uitbating doet van een elektriciteitsnet niet tegelijkertijd elektriciteit verkopen. De gemeente Essen mag dus niet langer tegelijkertijd het eigen elektriciteitsnet beheren en elektriciteit aan haar inwoners verkopen.

Met dit probleem geconfronteerd, en op basis van de recent gemaakte analyses, kiest de gemeente Essen ervoor de uitbating (onderhoud en aanleg) van het net zelf te blijven doen. Op deze wijze kunnen wij de beste dienstverlening aan onze burgers blijven bieden op het vlak van aansluitingen en op het vlak van het herstellen van pannes.

De verkoop van elektriciteit daarentegen zal de gemeente, zoals verplicht door de Europese liberalisering, uitbesteden. De gemeente zal deze uitbesteding echter doen aan een Vlaamse handelsvennootschap waarin de gemeente via een intercommunale zal blijven participeren, zodat een gedeelte van de opbrengsten toch terug naar de gemeente kan vloeien.

Dit vormt een goed evenwicht tussen het behoud van een goede dienstverlening en het bekomen voor onze inwoners van de beste tarieven.

12.2.AARDGAS

Ook de gassector zal in België en in Vlaanderen grote veranderingen ondergaan en vrijgemaakt worden. De gemeente Essen is tot op heden voor de gasvoorziening aangesloten bij de gemengde intercommunale IGAO. Ook hier zal er een onderscheid komen tussen het beheer van het gasnet en de verkoop van gas. Ook hier wil het gemeentebestuur dat het beheer van het net uitsluitend in handen komt van de openbare sector, terwijl de verkoop van gas door een handelsvennootschap zal kunnen gebeuren.

 

13. TOERISME

De jongste jaren hebben een aantal private initiatiefnemers, de Heemkundige Kring en de V.V.V. uitzonderlijk verdienstelijk werk geleverd op het vlak van het aantrekkelijk maken van onze gemeente op toeristisch gebied.

Essen combineert de groene rust waardoor het zo aangenaam is om in Essen te wandelen en te fietsen met enkele musea die waard zijn om te bezoeken. Het Karrenmuseum bijvoorbeeld heeft in 1999 29,5% meer bezoekers geteld dan in het jaar ervoor. We betreuren dat dit onvoldoende wordt ondersteund door de Vlaamse overheid.

Ondertussen ontstaat zelfs in beperkte mate verblijfstoerisme. Overnachtingen op de Essense campings en de verblijfsmogelijkheden zowel voor toeristen als voor jeugdgroepen gaan steeds in stijgende lijn of zijn steeds volgeboekt.

Toerisme vormt een van de sterkst groeiende economische sectoren. Essen kan daar gelukkig een aantal graantjes van meepikken. Het vormt voor een aantal van onze inwoners een kans op een broodwinning door tewerkstelling in de eigen gemeente.

Het gemeentebestuur wil ervoor zorgen dat Essen die toeristische aantrekkelijkheid behoudt en nog versterkt. Het instandhouden van het open en landelijk karakter van onze gemeente vormt daarvoor de belangrijkste waarborg. Daarnaast willen we ook de woonkernen van Essen verfraaien om het algemeen beeld dat bezoekers van Essen aan onze gemeente overhouden, nog te verbeteren.

Vanuit deze gedachtegang staan wij ervoor dat vanuit het bestuur van de gemeente voluit ondersteuning gaat naar al wie concrete initiatieven wil nemen voor het versterken van ons toeristisch potentieel, of het nu gaat om vakantiewoningen, vakantiehoeves, bivakplaatsen of tavernes. Daarbij moeten uiteraard de verplichtingen inzake ruimtelijke ordening strikt nageleefd worden.

Concreet willen we volgende punten realiseren:

·         Uitbreiding van het aantal fietsroutes, betere bewegwijzering ervan en maatregelen om deze routes zo autoluw mogelijk te maken

  • Verdere uitbouw van het Karrenmuseum. We zullen bij de Vlaamse overheid bepleiten dat het zou worden erkend in het kader van het Museumdecreet
  • Heemkundig Museum van de zolder van het gemeentehuis overbrengen naar het Karrenmuseum
  • Cultureel centrum Oude Pastorij verder uitbouwen tot ontmoeting- en tentoonstellingsruimte
  • In samenwerking met het Vlaams Gewest een nieuwe impuls geven aan het Bosmuseum
  • Behoud van een tentoonstellingsruimte op het erf van de Kiekenhoeve

 

14. ESSEN IN DE WERELD

14.1. ALGEMEEN

Wat er in de wereld gebeurt lijkt op het eerste gezicht weinig belangrijk voor de gemeente. Het buitenland lijkt een ander ‘niveau’ waar de gemeente en haar inwoners weinig vat op hebben.

De wereld wordt echter gemaakt door mensen, mensen die samen iets opbouwen, van elkaar leren, anderen helpen, samen plezier maken. Hoe meer mensen over de grenzen heen met elkaar op een menselijk wijze contact hebben, hoe makkelijker het is om de problemen waar onze wereld mee geconfronteerd wordt, op te lossen.

Het is niet omdat de grote internationale politiek ver af is, dat de gemeente geen extra stimulans kan bieden om de contacten tussen haar inwoners en andere ‘inwoners-van-de-wereld’ te bevorderen.

 

14.2 JUMULAGES

De bestaande vriendschapsakkoorden, afgesloten tussen onze gemeente en zustergemeentes, zullen blijvend onderhouden worden.

Sedert 1968 bestaan er nauwe wederzijdse contacten tussen Essen en de Duitse gemeente Essen (Oldenburg). Regelmatig vinden er uitwisselingen plaats tussen groepen uit beide gemeentes.

In 1994 heeft de gemeenteraad een vriendschapsakkoord ondertekend met de stad Silalé in Litouwen. De start werd gegeven door het gemeentebestuur voor het organiseren van transporten van hulpgoederen. Sedert 1999 heeft de gemeente, hierin bijgestaan door de vzw Samcoe en in samenwerking met het Vlaams Gewest, een project voor de renovatie van het lokale ziekenhuis opgestart.

Ook verenigingen uit onze gemeente hebben regelmatige contacten: de vriendenkring van onze vrijwillige brandweer met hun collega’s in Hradistko (Tsjechië), Vriendenkring Mala Fatra en Zangkoor Zing met Ons met het kinderkoor Odborarik uit Zilina (Slovakije).

Al deze contacten resulteren in het elkaar beter begrijpen over de grenzen heen. De gemeente zal nieuwe initiatieven steunen. De banden die hierdoor ontstaan zijn, zullen blijvende steun genieten van het gemeentebestuur.

 

14.3 ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

De werkgroep "Essen en de Wereld" werkt reeds vele jaren intensief aan een beleid dat erop gericht is alle geledingen van onze gemeente te betrekken bij het probleem van de ontwikkelingssamenwerking. Deze groep is niet enkel medeorganisator van de lokale 11.11.11-actie die jaarlijks georganiseerd wordt in onze gemeente, maar is regelmatig inrichter van informatiebijeenkomsten en activiteiten. De gemeente zal hieraan en aan andere acties voor ontwikkelingssamenwerking actief en blijvend steun verlenen.

 

14.4 WERELDWINKEL.

We moeten ons bewust zijn van de gevolgen van scheeftrekkingen in de wereldhandelsstromen, die trouwens ook kleine boeren en producenten van hier vaak parten spelen.

Daarom gebruikt de gemeente ‘eerlijke koffie’ met Max Havelaarkeurmerk en ‘rechtvaardig’ fruitsap, wijn en andere producten uit de Wereldwinkel.

Wereldwinkel Essen kent een gestage groei in belangstelling, verkoop en vrijwillige medewerkers. De zichtbare aanwezigheid in een belangrijke winkelstraat van de wereldwinkel wordt door het gemeentebestuur gewaarborgd.

 

14.5 NETWERK ESSENAREN IN DE WERELD

Vele Essenaren zijn uitgezworven over de hele wereld. Er zitten er In New York, in Chili, in de brousse van Afrika, op de Canarische Eilanden, of dichterbij in Londen en weten wij veel. Sommigen zijn er voor ontwikkelingswerk, anderen gewoon voor hun job of voor studies. Ook al hebben ze misschien geen plannen om ooit nog eens terug in Essen te komen wonen, toch houden velen van hen graag contact met de gemeente waarin ze zijn opgegroeid. Omgekeerd vormen zij vaak voor Essenaren die iets over een stukje van de wereld te weten willen komen, goede contactpersonen. De gemeente zal bijdragen in het opzetten van een goed netwerk van Essenaren in de wereld..

 

14.6 GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING

Essen is omringd door Nederland. Ook al zijn de grensformaliteiten verdwenen, voor veel praktische aangelegenheden duurt de grens nog steeds verder. In de voorbije jaren is Essen erin geslaagd om een pioniersrol te vervullen op het vlak van grensoverschrijdende dringende medische hulpverlening. Ongetwijfeld heeft de ambulancedienst naar Roosendaal, in plaats van naar Merksem of Brasschaat reeds levens kunnen redden. Die grensoverschrijdende samenwerking doet zich nog op tal van andere terreinen voor, o.a. natuurbehoud, toerisme, enz. Waar we kunnen, willen we dit nog verder versterken

 

15. BEHOORLIJK BESTUUR

 

15.1 EEN MODERN EN DEMOCRATISCH BESTUUR

Het nieuwe statuut van de lokale mandataris zorgt vanaf 1 januari 2001 voor een verbetering van de sociale en financiële omkadering. Daardoor moeten de burgemeester, de schepenen en de OCMW-voorzitter voortaan meer beschikbaar zijn voor de bevolking. Met een goede taak- en functieomschrijving, kan de beleidsfunctie van de lokale mandatarissen op een verantwoorde wijze versterkt worden.

De burgemeester is de sterke coördinator in een college dat als team verantwoordelijkheid opneemt. Dit college heeft een "contract" met het ambtelijk apparaat, waarbij de ambtenaren mondige meedenkers zijn die meesturen en loyaal uitvoeren. Dit vereist wederzijdse openheid en duidelijke afspraken gebaseerd op een strategische planning.

De democratie wordt vertegenwoordigd in de gemeenteraad. Een goede verstandhouding en wederzijdse erkenning van college en gemeenteraad zal bijdragen tot een waarachtige democratische beleidsvorming.

 

15.2 EEN KLANTVRIENDELIJKE GEMEENTE

De inwoner is de klant. De klant is koning. Het gemeentelijk bestuur is maar behoorlijk als het uitgaat van klantgerichte benadering. Overtollige bureaucratische formaliteiten moeten worden weggewerkt. Het inzetten van de modernste communicatie- en betaalmiddelen is daarbij een hulpmiddel.

Een klant heeft ook recht op een afdoende behandeling van mogelijke klachten. Het bestaande klachtensysteem dat buiten de gemeentegrenzen lof heeft gekregen, zal behouden worden.

De inwoner is eveneens de partner. De inwoners moeten worden aanzien als partners die medeverantwoordelijkheid dragen voor hun woon- en leefgemeenschap. Behoeften moeten worden ingevuld en oplossingen moeten worden gezocht in samenwerking tussen het gemeentebestuur en de andere actoren op basis van gelijkwaardigheid. Dit heet partnerdemocratie.

De loketfuncties moeten duidelijk zijn. De lokettaken zijn drieërlei: infoverstrekking, verzamelpunt en doorgeefluik van aanvragen, bijstand verlenen bij de opmaak van dossiers en controle op de volledigheid van dossiers. Om de loketfunctie in de brede betekenis zo goed mogelijk te laten verlopen zal duidelijk aangeduid worden welke ambtenaren voor welke doelgroep verantwoordelijk zijn, zodat er bijv. een één loketsysteem voor kmo’s ontstaat.

 

15.3. COMMUNICATIE

Een goede relatie tussen gemeentebestuur en inwoner-klant staat of valt met een goede communicatie. Door een goede communicatie wordt de Essenaar meer betrokken bij het gemeentelijk beleid, wat het democratische gehalte van onze gemeente verhoogt. Zodoende zal ook het draagvlak van de gemeentelijke beslissingen bij de bevolking versterkt worden.

Regelmatig zal het gemeentebestuur daarom op een professionele en moderne manier communiceren met de bevolking over openbare werken die uitgevoerd dienen te worden, over bepaalde wijkgebonden problemen, over belangrijke en ingrijpende plannen als het ruimtelijk structuurplan enz.

De beslissingen van de gemeente zullen correct en afdoende gemotiveerd worden, en de eventuele toelichting moet ervoor zorgen dat mogelijke geschillen ingevolge het verkeerd begrijpen van een beslissing zoveel mogelijk vermeden worden.

Bijzondere aandacht zal gaan naar de kwaliteit van het gemeentelijk informatieblad en de gemeentelijke website.

Bij de realisatie van openbare werken zullen de omwonenden tijdig en accuraat geïnformeerd worden.

De ontwikkeling van specifieke beleidspunten zal door hoorzittingen en andere vormen van inspraak omkaderd worden.

 

15.4. FISCALITEIT

Essen is geen rijke gemeente. Het gemiddeld inkomen ligt bij de laagste in de streek rond Antwerpen. Toch kent Essen geen hoge belastingdruk en heeft het evenmin een grote schuldenlast opgebouwd.

Het zuinige beleid zal verdergezet worden.

Indien wijzigingen in het belastingsysteem zich zouden opdringen zal telkenmale rekening gehouden worden met sociale en familiale bekommernissen.

Niemand wordt beter van belastingen waarvan de administratieve verwerkingskosten hoger zijn dan de opbrengsten. Daarom zal de belasting op de huis-aan-huisbladen afgeschaft worden.