T  

Amendement : ambtenaar werkgelegenheid en economie

TOELICHTING :

In de beleidsnota die bij het budget 2009 hoort staat het volgende : “Het College van Burgemeester en Schepenen wenst te benadrukken dat een behoorlijk bestuur vereist dat vooral op deze plannen [het Algemeen Beleidsplan en de sectorale beleidsplannen] wordt verder gebouwd.”  Dit mag uiteraard geen vrijblijvende vaststelling zijn : de plannen moeten worden uitgevoerd zoals ze door de gemeenteraad zijn vastgelegd.   

In het Algemeen Beleidsplan staat volgende beslissing “Het oprichten binnen de gemeentelijke administratie van een dienst lokale economie met een deskundige ambtenaar waar ondernemers, zelfstandigen voor alle informatie terecht kunnen voor / met hun vragen en problemen.” 

In het Lokaal Sociaal Beleidsplan lezen we dit : “Actie 10.4. Werkconsulent.  De functie van werkconsulent wordt voorzien in het personeelsplan. Deze werkt samen met diensten zoals de RVA, de VDAB, het PWA en de arbeidstrajectbegeleiders van het OCMW. De consulent neemt de coördinatie en de centralisatie van de activiteiten van deze diensten in onze gemeente op zich. De werkconsulent gaat verder op zoek naar banen in Essen, maar ook buiten de gemeente  (ook in Nederland). Daarbij gaat het niet alleen om reguliere banen, maar ook om studentenjobs, stageplaatsen (ook bij het gemeentebestuur), mogelijkheden voor alternerend leren,… De informatie daarover wordt door de werkconsulent samengebracht, en vervolgens naar de mogelijke geïnteresseerden worden verspreid. Ook al wie een (andere) baan zoekt en in onze gemeente woont, wordt ondersteund. Op die manier krijgt de consulent een goed beeld van de vraag naar jobs in onze gemeente, en zo kan hij of zij ook rechtstreeks de bedrijven in en buiten Essen aanspreken. Daarbij kan de consulent (samen met het PWA) ook een wegwijzer zijn in de verschillende banenplannen en subsidies. De werkconsulent moet verder samen met de ondernemingsconsulent en met het lokale bedrijfsleven, de VDAB, het PWA, het OCMW en de onderwijswereld werk maken van een breed vormingsaanbod, dat zowel voor werknemers als voor werkzoekenden toegankelijk is. De werkconsulent zet tenslotte ook een carpoolnetwerk op.”

Het is duidelijk dat de geloofwaardigheid van het planningsproces, en daarmee van de totale beleidsaanpak van dit college, volledig zou worden ondergraven indien de uitvoering van deze beide bepalingen niet zou worden verwerkt in de nieuwe personeelsformatie.  Zoals het College zelf aanhaalt zou dan inderdaad gesproken moeten worden van onbehoorlijk bestuur.  Vandaar dat wij voorstellen om het organogram aan te vullen met een dienst lokale economie, die we onder het afdelingshoofd administratieve diensten thuisbrengen.

In de personeelsformatie wordt daarvoor de functie van één VTE ambtenaar werkgelegenheid en economie voorzien.  Deze krijgt de taken die hierboven via het Lokaal Sociaal Beleidsplan aan de “werkconsulent” worden toegewezen.  Daarnaast krijgt deze een takenpakket op het vlak van economie.  Dit bestaat er in de eerste plaats uit om een brug te slaan tussen het gemeentebestuur en het lokale bedrijfsleven (KMO’s, zelfstandingen, landbouwers…), en om de nodige informatie over het gemeentebeleid (maar ook over het Vlaamse, federale en eventueel het Nederlandse beleid) aan de bedrijven door te geven.  De ambtenaar speelt ook een belangrijke rol bij het invullen van de industrieterreinen en de leegstaande industriegebouwen in onze gemeente. Zij of hij gaat op zoek naar geschikte bedrijven, die zoveel mogelijk arbeidsplaatsen creëren, zodat de beschikbare ruimte zo arbeidsintensief mogelijk wordt ingevuld. De ambtenaar gaat echter  niet alleen op zoek naar “ondernemers voor de ruimte” maar ook naar “ruimte voor ondernemers”. De ambtenaar begeleidt starters bij het opzetten van hun bedrijf, door een handje te helpen bij de administratieve formaliteiten – zoals het aanvragen van de nodige vergunningen – en eventueel bij het zoeken naar een geschikte locatie. De ambtenaar vervult dus de functie van “ondernemingsloket”.  De ambtenaar ondersteunt promotie-acties, in het bijzonder met het oog op de promotie van lokale (landbouw)producten en de uitbouw van de plaatselijke markt.  Ook bij het aanmoedigen van het ondernemerschap speelt hij of zij een rol.  Daarnaast werkt de ambtenaar werkgelegenheid en economie mee aan het uitwerken van bedrijfsvervoerplannen en het aantrekkelijk en milieuvriendelijk maken van ondernemingen en hun omgeving.  Tenslotte zorgt de consulent er mee voor dat de ondernemers betrokken worden bij voor hen belangrijke infrastructuurwerken en bewaakt zij of hij in het algemeen de synergie tussen het economisch beleid en beleidsdomeinen zoals ruimtelijke ordening, milieu- en afvalbeleid, mobiliteit en toerisme.  Vanzelfsprekend volgt zij of hij ook de werkzaamheden van de adviesraad voor lokale economie op.

AMENDEMENT :

1.  De voorgestelde personeelsformatie wordt aangevuld met één VTE ambtenaar werkgelegenheid en economie, statutair, van niveau B1-B3.

2.  In het organogram wordt onder het afdelingshoofd administratieve diensten een dienst lokale economie voorzien, waaronder de ambtenaar werkgelegenheid en economie valt en die administratief wordt ondersteund via de andere diensten van deze afdeling administratieve diensten.

3.  Hiervoor worden de bijgevoegde aanwervingsvoorwaarden vastgelegd :

Tom Bevers (N-VA/PLE)
Willy Heymans (Open Vld)
Dirk Smout (N-VA/PLE)

 

AMBTENAAR WERKGELEGENHEID EN LOKALE ECONOMIE

____________________________________________

A.   Aanwerving

Diploma's

Houder zijn van één van volgende diploma's :

   Diploma van het hoger onderwijs van 1 cyclus (bachelor of HOKT) welke toegang geeft tot het B-niveau met een voorkeur voor een economische oriëntatie

Bekwaamheidsproef

Geslaagd zijn in een bekwaamheidsproef.

Examenprogramma

1.   Schriftelijk gedeelte (60 punten)

1ste proef  (30 punten)

Rapportering over één of meerdere onderwerpen die verband houden met de functie en waarover de gegevens tijdens het examen aan de kandidaat worden bezorgd. 

2de proef  (30 punten)

Toetsing van de kennis van de regelgeving die de het domein van de lokale economie en het werkgelegenheidsbeleid beheersen (subsidieregelingen, openingsvoorwaarden en -uren, ambulante handel, basisprincipes ruimtelijke ordening, belangrijke werkgelegenheidsmaatregelen, …), van de actoren en instellingen die op dit domein actief zijn en hun werking (openbare instellingen, sociale partners…) en van de praktijk die tijdens de uitoefening van de functie aan bod komt..

2. Mondelinge gedeelte  (40 punten)

3de proef  (20 punten)

Verdere bespreking van de eerste proef door uitdieping van de voorgelegde rapportering.

4de proef (20 punten)

Conversatieproef: gesprek over uiteenlopende onderwerpen waarbij het profiel van de kandidaat getoetst wordt aan de specifieke vereisten van de functie evenals aan zijn motivatie en interesse voor het werkterrein alsook toetsing van zijn algemene en actuele kennis.

Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 50 % van de punten behalen op elk gedeelte en op elke proef, en 60 punten op 100 in totaal.

3.   Psycho-technische proef. 

De psycho-technische proef wordt uitgevoerd door een erkend studiebureau, aan te wijzen door het college van burgemeester en schepenen, teneinde het evenwicht, de geestelijke rijpheid van de kandidaat na te gaan. De uitspraak is gunstig, of ongunstig, zonder dat punten worden toegekend.

Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 50 % van de punten behalen op elk gedeelte en elke proef, 60 punten op totaal en de kwalificatie gunstig op de psycho-technische proef.

Examencommissie

De jury bestaat uit 3 deskundigen samengesteld als volgt :

Een ambtenaar van de dienst lokale economie uit een andere gelijkaardige gemeente.

 1 ambtenaar behorende tot het niveau A of het niveau B, verbonden aan een provinciebestuur, een ander gemeentebestuur, of een intercommunale die de lokale economie onder haar doelstellingen kent.

 1 gemeentesecretaris van een andere gemeente.

 Secretaris : de gemeentesecretaris of een door hem aangeduid personeelslid. 

B. Bevordering

Niet voorzien.